CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota.pdf

Meningsvormende raad I 28 juni 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Omgevingsvisie Nieuwkoop8.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REACTIENOTA | OMGEVINGSVISIE NIEUWKOOP Reacties op de ontwerp omgevingsvisie - april-mei 2021

Nota van beantwoording zienswijzen: reacties op de ontwerp-omgevingsvisie Opmerking

Reactie

Aanpassingen in omgevingsvisie

In de omgevingsvisie wordt benoemd dat de gemeente de kansen onderzoekt voor kleine windmolens op boerenerven. Dit terwijl de uitkomst van de peiling hieromtrent niet kan zijn meegenomen, omdat deze nog tot 1 juni loopt.

De peiling is onderdeel van het onderzoek waar in de ontwerp-omgevingsvisie aan gerefereerd wordt.

Geen

Wij zijn als omwonenden van agrarische bedrijven op korte afstand van onze woning faliekant tegen windmolens op boerenerven. Het is de laatste tijd genoegzaam bekend in de landelijke media dat de geluidsoverlast voor omwonenden (dus ook voor de agrariërs) zeer schadelijk voor de gezondheid is tot op vele honderden meters afstand. Ook vinden wij het een enorme bron van landschaps-/horizonvervuiling. Het open landschap zal nooit meer hetzelfde zijn als zoiets wordt toegestaan. Nog los van wat het betekent (ook inmiddels wel bekend) voor de vogels die hier nog in groten getale zichtbaar aanwezig zijn (meer en minder zeldzame soorten).

Het gaat om windmolens met een ashoogte van maximaal 15 meter, een maximale tiphoogte van 25 meter en onder ruimtelijke randvoorwaarden die nadrukkelijk toezien op de genoemde zorgpunten.

Naar onze mening is het aanwijzen als kansrijk van een enorm oppervlak tussen ruwweg gezegd “milieustation Nieuwveen richting Nieuwkoop tot ver voorbij de Zevenhovenseweg” volkomen in strijd met wat door alle inwoners van de hele gemeente als een belangrijk kenmerk wordt beschouwd: het open agrarisch landschap, het gevoel van vrijheid wat de polders geven en de natuur.

De omgevingsvisie en de hierin benoemde waarden krijgt een belangrijke rol bij de concretisering en uitwerking van de RES, onder andere in een ruimtelijk afwegingskader.

Geen

Er was sprake van de mogelijkheid om te reageren op het ontwerp van de omgevingsvisie. Besluitvorming over de RES 1.0 vindt plaats voordat de omgevingsvisie ter besluitvorming voorligt bij de raad. De uitkomst krijgt zo nodig nog een aanvullende plek in de visie.

Geen

Eerste informele, ambtelijke reactie volledigheidshalve integraal opgenomen:

Geen

Individuele reactie (inwoner)

Kijk bijvoorbeeld maar bij Hoofddorp naast Schiphol: een fraai stuk gras- of akkerlandschap ziet er héél anders uit dan weilanden vol zonnevelden. Ook zijn zonnevelden een inperking voor de natuur, met name de vogels. Het geeft ons te denken dat de omgevingsvisie nu al wordt gepresenteerd terwijl er nog onderdelen van de RES niet zijn afgerond. Het één hangt nadrukkelijk met het ander samen. Kleine windmolens en zonnevelden zullen onze gezondheid en woongenot dermate aantasten, dat wij ons genoodzaakt zullen zien (al dan niet na het claimen van planschade) de gemeente te verlaten, hoewel wij hier zijn komen wonen in de verwachting hier tot onze dood te kunnen blijven (zo groot is voor ons de impact). Individuele reactie (inwoner)

Eindelijk na jaren is er op mijn huisadres weer eens een nieuwsblad van de Gemeente Nieuwkoop bezorgd. In De Meije wordt deze al langere tijd niet meer rondgebracht en ook het versturen van een digitale versie is te veel gevraagd helaas. Het ontwerp Omgevingsvisie is klaar? Wij weten in dit gedeelte van de Gemeente van niets, en ons is ook niet gevraagd om mee te denken. Alle kernen hebben een mening/ gesprekken gehad maar ik mis De Meije. Is De Meije wederom te ver van Nieuwkoops bed? Wij hebben hier urgente zaken die inwoners behoorlijk bezighouden: Overlast van motoren, vliegverkeer, en geen handhaving op het gebied van openbare orde en verkeersveiligheid, bijvoorbeeld motoroverlast en illegale activiteiten. Het vernatten en omturnen naar natuur en moeras van de Meije Graslanden met de nodige overlast en beïnvloeding van het woongenot tot gevolg. Overlast door toename van recreatie en watersporters.

“Zoals in het participatieverslag valt terug te lezen, zijn wij vanaf voorjaar 2019 op talloze momenten en manieren met de Nieuwkoopse samenleving in gesprek gegaan. Op papier, digitaal en ‘in levenden lijve’. Overdag, ’s avonds en in het weekend. Juist om met zoveel mogelijk inwoners in contact te komen. Driehoeksborden door de hele gemeente en een werkbladenactie / tekenwedstrijd met alle basisscholen, zijn maar twee voorbeelden van bijzondere manieren waarop wij heel veel mensen

1

Waarom wordt dit aanzienlijke gedeelte van de Gemeente (gezien de oppervlakte) niet gehoord. Op zijn minst een huis aan huis enquête had op zijn plaats geweest. Zijn er in aantal te weinig inwoners bij betrokken? Wellicht neemt U als Gemeente de moeite om op zijn minst een inhaalslag te maken, ik kan mij niet voorstellen dat dit gebied wederom alleen maar toe hoeft te kijken bij besluitvorming. [In eerste instantie informele, ambtelijke reactie. Daarbij direct gevraagd of dit als formele reactie beschouwd moest worden. Dit is bevestigend beantwoord, met daarbij enkele aanvullende opmerkingen die hieronder zijn weergegeven.]

hebben weten te bereiken. Ook in 2020, met alle belemmeringen door Covid-19, hebben wij het contact met de samenleving én de betrokkenheid van vele inwoners kunnen vasthouden. En met succes, er zijn niet eerder zoveel mensen (van letterlijk 8 tot 88+), verenigingen, organisaties en instanties op een positieve manier betrokken geweest bij een gemeentelijk traject als dit. Dat geldt overigens ook voor diverse inwoners uit De Meije. Met elkaar nadenken over- en samenwerken aan de toekomst van onze gemeente was mooi, ook gewoon leuk én waardevol. Dat wij ondanks al onze inzet en enthousiasme niet iedereen hebben weten te bereiken, is helaas een feit. Maar betrekken en betrokken zijn, zijn twee verschillende dingen. Het moet uiteindelijk wel van twee kanten komen. Erg jammer dat u aangeeft hier nu voor het eerst iets over te horen, maar positief dat dit nu alsnog is gebeurd. U zult zien dat in de visie alle door u genoemde onderwerpen aan de orde komen. En u weet ongetwijfeld dat wij ons hier als gemeente Nieuwkoop al geruime tijd stevig voor inzetten. Of het nu gaat om het vliegverkeer en overlast door motoren, toenemende recreatiedruk, of botsende belangen bij natuurontwikkeling- en bescherming. De totale inzet (ambtelijk en bestuurlijk) in en voor De Meije is groter dan voor menig ander deelgebied of kern in de gemeente Nieuwkoop.

Juist omdat hier een aantal belangrijke thema’s samenkomen. Dus zeker niet het enige middel dat is ingezet, maar het is al jaren mogelijk om Nieuwkoop Nieuws digitaal te ontvangen. U hoeft zich hier slechts eenmalig voor aan te melden via de gemeentelijke website. Met name in ons buitengebied maken veel inwoners al lange tijd gebruik van deze optie. Zonder tegenbericht ga ik ervan uit dat u wilt dat uw bericht als formele reactie naar de gemeenteraad in behandeling wordt genomen. Wilt u mij dit anders z.s.m. laten weten? Bedankt voor uw belangstelling en betrokkenheid.”

Het Buurtcomité Stichtse Meije is een partij die mijns inziens in dit proces betrokken zou moeten zijn. Dit geldt ook voor Meije Belangen [voor een deel in de gemeente]. Wanneer de buiten-gebieden minder worden geïnformeerd (door bv. geen Nieuwkoops Nieuws) ben je al verplicht om digitaal te gaan informeren. Onterecht, Zo ben je ook niet geabonneerd op een krant!

De genoemden partijen zijn weliswaar niet rechtstreeks benaderd, maar ook zij waren en zijn zonder meer op de hoogte van het proces van de omgevingsvisie.

Is hier [de werkbladenactie met de basisscholen] ook de Milandschool bij betrokken? Driehoeksborden heb ik in De Meije niet gezien!

Het ging hierbij om de bovenbouwgroepen van alle basisscholen binnen de gemeente Nieuwkoop. Er zijn destijds gemeentebreed tientallen

2

Geen

De Meije polder is een groot gedeelte van het gemeentelijk oppervlak en tevens een paradepaardje als natuurgebied, dus extra aandacht is hiervan mede het gevolg. Als bewoner in het buitengebied wil ik niet anders worden geïnformeerd dan een bewoner uit één van de kernen, dat is ongelijke behandeling.

driehoeksborden geplaatst in de aanloop naar de Denk Mee Café’s Dorpen en Landschap (november 2019).

Iedereen wordt op dezelfde manier geïnformeerd. Iedereen heeft bovendien dezelfde mogelijkheden om desgewenst aanvullend of op een alternatieve manier geïnformeerd te worden.

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

We complimenteren de gemeente dat het in tijden van corona gelukt is om een visie op te stellen in brede samenspraak met de omgeving en voor het integrale karakter ervan.

Wel merken we op dat het proces onder grote tijdsdruk lijkt te staan en hierdoor de reactietermijnen korter zijn dan mag worden verwacht op basis van uw inspraakverordening. Ook is de gegeven reactietermijn te kort om uitputtend te kunnen reageren en af te kunnen stemmen met de andere twee waterschappen. Onze zienswijze beperkt zich dan ook tot de volgende punten.

De formele reactiemogelijkheid op het ontwerp was feitelijk de afronding van een uitvoerig participatieproces van ca. twee jaar. Hierin zijn de waterschappen in een vroeg stadium, en ook tussentijds, betrokken. Deze inbreng is gebruikt en zeer waardevol geweest bij het opstellen van de visie.

Geen

Onze inspraakverordening voorziet niet in deze situatie, ook omdat deze zijn grondslag heeft in de Wet ruimtelijke ordening. Wij hebben voor een invulling van de laatste, meer formele stap in het proces ‘in de geest van de Omgevingswet’ gekozen. Opgemerkt dient te worden dat de Omgevingswet zelfs nog niet in werking is. Onder de Omgevingswet is een omgevingsvisie overigens van algemene strekking en zelfbindend, zonder beroepsfase na de vaststelling. Bij toekomstige actualiseringen van de omgevingsvisie, als de Omgevingswet inmiddels wél in werking is, zullen wij uiteraard de op dat moment wél wettelijk voorgeschreven procedure aanhouden. Maar net zoals in het huidige traject, zullen wij dan het uitgangspunt hanteren dat het belang en de meerwaarde van participatie juist vóór de laatste formele processtap(pen) ligt.

Blz. 4 Ons Levensverhaal Hierin ontbreekt de heroïsche rol die Nieuwkoop gespeeld heeft in het Rampjaar 1672 toen door inundatie van de Oud Hollandse Waterlinie de opmars van het Franse leger bij Woerdense Verlaat werd gestuit en daarmee de ondergang van de Republiek werd voorkomen. Het was het jaar dat "het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos" was. Volgend jaar is dit 350 jaar geleden en zal hier uitgebreid bij stil worden gestaan. Nieuwkoop kan met recht trots zijn op dit deel van haar geschiedenis.

Dit stukje geschiedenis verdient zeker een plek in de historische tijdlijn.

De Oud-Hollandse Waterlinie is belangrijk cultuurhistorisch erfgoed en een belangrijke landschappelijke waarde die behouden moet blijven en waar mogelijk versterkt. Dit punt wordt in het hoofdstuk Groene Toekomst op blz. 20 wel aangestipt, maar onvoldoende benadrukt vinden wij. Hierdoor zal het onvoldoende meegewogen worden in het Nieuwkoops Kompas, het op pagina 33 geïntroduceerde afwegingskader voor nieuwe initiatieven.

Het belang en de waarde van de Oude Hollandse Waterlinie is evident. Bij de beoordeling aan de hand van het Nieuwkoops Kompas is overigens geen sprake van een kwantitatieve weging

3

Toevoegen omschrijving incl. citaat aan historische tijdlijn op blz. 4 en samenvoegen tot een blokje ‘16e en 17e eeuw’. Geen

gerelateerd aan de mate waarin een aspect in de visie aan de orde komt. Blz. 7 Onze regio in de toekomst Bij de omschrijving van de geografische ligging en de bestuurlijke samenwerkingen is aan te raden ook de drie waterschappen te noemen binnen de gemeentegrens: Rijnland; HDSR; en Amstel, Gooi en Vecht. Deze werken samen met de gemeente aan een gezonde en veilige leefomgeving. De waterschappen staan daarbij voor voldoende en schoon water en waterveiligheid. Belangrijke basisvoorwaarden voor de ‘natuurhoofdstad’ van het Groene Hart en de agrarische activiteiten in de diepe polders van het veenweidegebied. Daarnaast werken de waterschappen graag samen aan de genoemde maatschappelijke opgaven als de woningbouwopgave, energietransitie, klimaatadaptatie, de circulaire economie en een toekomstbestendige landbouw.

Belangrijke toevoegingen, en terechte opmerkingen. Het niet als zodanig benoemen van de drie water-schappen is een omissie die hersteld moet worden.

Benoemen waterschappen in de context van samenwerking t.b.v. brede diversiteit (maatschappelijke) opgaven.

Een belangrijk uitgangspunt bij de ruimtelijke opgaven is dat er met het oog op klimaatverandering meer ruimte voor water wordt aangehouden in de plannen, zodat er meer water kan worden vastgehouden in de polders. Daarmee ontlasten we de bestaande regionale Amstellandboezem, waar de Kromme Mijdrecht onderdeel van is. Dit systeem zit aan de maximale afvoercapaciteit met het oog op toekomstige klimaatveranderingen. Ook dient er meer rekening te worden gehouden met waterveiligheid in de polders door het toepassen van het meerlaagse veiligheidsprincipe bij gebiedsontwikkelingen en het reserveren van voldoende ruimte voor het versterken van keringen. De keringen zorgen ervoor dat Nieuwkoop een veilige plek is om te wonen en werken op wel zes en halve meter onder zeeniveau!

Wij onderschrijven deze reactie. Hierover worden aanvullende passages opgenomen, tekstueel een uitsnede van deze reactie.

Toevoegen van de kernonderdelen (basisvoorwaarden, uitgangspunten en leidende principes). Daarin wel onderscheid blijven maken tussen het daadwerkelijke visieniveau, en wat met name bij de uitwerking aan de orde is (en niet op detailniveau een plek in de visie moet krijgen).

Deze leidende principes komen onvoldoende terug in de omgevingsvisie. Wij verzoeken u deze op te nemen als belangrijke uitganspunten voor toekomstige ontwikkelingen, zodat deze in het op bladzijde 33 beschreven Nieuwkoops Kompas kunnen worden meegewogen. Mogelijk kunnen deze principes daarvoor in het hoofdstuk Groene Toekomst in een apart kader beschreven worden. Groen-blauwe structuren kunnen bovendien een belangrijk ontwerpend uitgangspunt zijn voor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Blz. 9 Een Groene Toekomst kan niet zonder voldoende en schoon water. Water en een gezonde bodem zijn een belangrijke randvoorwaarde voor de groene ambities van Nieuwkoop, maar ontbreken in de opsomming op deze pagina. Mogelijk bestaat de gedachte dat deze een gegeven zijn, maar niets is minder waar, zoals blijkt uit het levensverhaal van Nieuwkoop op bladzijde 4 en zoals nader beschreven is bij de groene ambities vanaf bladzijde 19. Een robuust watersysteem en gezonde bodem zouden ook randvoorwaarden moeten zijn bij de ruimtelijke keuzes die nodig zijn om te komen tot toekomstbestendige kernen, zoals genomen onder de ambitie Sterke Dorpen. Op vijf van de negen foto’s op deze pagina is water bovendien te zien als belangrijke drager van de identiteit van Nieuwkoop!

Wij onderschrijven dat ook een robuust watersysteem en een gezonde bodem als randvoorwaarden benoemd moeten worden onder de ambitie Sterke Dorpen.

Toevoegen zoals gesteld.

Blz 19 Groene toekomst Klimaatverandering wordt als belangrijke opgave genoemd. Hierbij wordt het Klimaatakkoord genoemd als belangrijke afspraak om klimaatverandering tegen te gaan. De afspraken van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018) waarin gesteld is dat Nederland in 2050 klimaatrobuust moet zijn ingericht wordt echter niet genoemd. De klimaatadaptatie opgave heeft een grote ruimtelijke impact en dient bij alle ruimtelijke plannen te worden meegenomen. In de tekst staat dat Nieuwkoop in 2050 een klimaatbestendige gemeente wil zijn, als een keuze die past bij de groene ambities van Nieuwkoop. Dit is wat ons betreft te vrijblijvend geformuleerd en in de visie ontbreken de leidende principes die ervoor moeten zorgen dat Nieuwkoop in 2050 klimaatbestendig is. Voor nieuwe plannen zou het Convenant Klimaatadaptief bouwen van de Provincie Zuid-Holland gehanteerd kunnen worden. De aanpak van bestaande knelpunten zou kunnen volgen uit een daarop gericht omgevingsprogramma. In het kader van de klimaat-adaptatiestrategie en de risicodialogen klimaatadaptatie gaan we graag met de gemeente en stakeholders in gesprek. Door droogte en hitte kunnen er watertekorten ontstaan en staat de waterkwaliteit onder druk. Dit zien wij

Wij onderschrijven het aanvullend benoemen van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018). De ambitie dat ons grondgebied in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht, wordt uitgesproken op blz. 20 – water: inspelen op het klimaat. Deze is ook opgenomen als mijlpaal voor 2050 in het overzicht op blz. 34 – Uitvoering van de visie.

Benoemen van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018) onder de ambitie Groene Toekomst.

Concretisering van de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn, is onderdeel van de uitwerking van het beleid t.a.v. klimaatadaptatie en de duurzaamheidsagenda. De omgevingsvisie geeft voeding aan deze uitwerking, maar gaat hier ook door gevoed worden. Bij toekomstige aanscherpingen en uitwerkingen, en doorwerking

4

Toevoegen van de kernonderdelen (basisvoorwaarden, uitgangspunten en leidende principes). Daarin wel onderscheid blijven maken tussen het daadwerkelijke visieniveau, en wat met name bij de uitwerking aan de orde is (en niet op detailniveau een plek in de visie moet krijgen).

als een belangrijk klimaatrisico voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving in Nieuwkoop.

naar andere instrumenten van de Omgevingswet, zien wij net als het waterschap het belang in van integrale samenwerking met alle stakeholders.

Blz 19 Groene Toekomst Belangrijke randvoorwaarden voor de groene ambities van Nieuwkoop zijn een goede waterkwaliteit en een gezonde bodem. Voor de waterkwaliteit van de in de Kaderrichtlijn Water (KRW) vastgestelde waterlichamen werken we samen met de gemeente om de waterkwaliteitsdoelen van het ontwerp stroomgebiedbeheerplan 2022 – 2027 (SGBP3) te behalen. Deze doelen moeten voor 2027 behaald zijn en hiervoor zijn specifieke maatregelen opgenomen voor de KRW waterlichamen in Nieuwkoop. In AGV beheergebied gaat het om de polders Westveen en Zevenhoven, naast de Kromme Mijdrecht en Heinoomsvaart. Belangrijk uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelen deze doelen niet in de weg mogen staan en idealiter bij moeten dragen bij het behalen hiervan. Voor alle wateren geldt dat de chemische en ecologische waterkwaliteit niet mag verslechteren. Dit staat op gespannen met de gevolgen va klimaatverandering door toenemende droogte en hitte. Ook zien we dat bij vernattingsprojecten in het kader van natuurontwikkeling de waterkwaliteit achteruitgaat met nadelige gevolgen voor de onderwaternatuur, vanwege de afspoeling van meststoffen. Dit is een belangrijk aandachtpunt bij dit soort ontwikkelingen.

Wij onderschrijven deze reactie.

Mogelijk kan het belang van een goede waterkwaliteit in een apart kader beschreven worden in dit hoofdstuk, zodat het wordt meegewogen in het Nieuwkoops Kompas op pagina 33. Dit aspect is nu versnipperd en nog onvoldoende beschreven.

Bij de beoordeling aan de hand van het Nieuwkoops Kompas is geen sprake van een kwantitatieve weging gerelateerd aan de mate waarin een aspect in de visie aan de orde komt.

Toevoegen van de kernonderdelen (basisvoorwaarden, uitgangspunten en leidende principes). Daarin wel onderscheid blijven maken tussen het daadwerkelijke visieniveau, en wat met name bij de uitwerking aan de orde is (en niet op detailniveau een plek in de visie moet krijgen).

Blz. 20 Groene Toekomst In het kader bodem en ondergrond versterken wordt de ambitie beschreven om bodemdaling te remmen in de veenweidepolders van de gemeente. We kunnen ons vinden in de gezamenlijke aanpak van dit probleem met de betreffende gebiedspartijen en overheden. In deze gebiedsprocessen kunnen we van elkaar leren hoe we dit probleem effectief kunnen aanpakken en wat hiervoor nodig is. Dit sluit aan bij onze Strategie Bodemdaling en Actieprogramma Aanpak Veenweiden. Het genoemde uitgangspunt ‘functie volgt peil en niet andersom’ vinden wij te sterk geformuleerd en raden wij aan om weg te laten. Het is niet in overeenstemming met onze Nota Peilbeheer 2019. Daarin staat als stimulans opgenomen dat als de landgebruiker zelf maatregelen treft om bodemdaling te remmen, we het optimale peil gezamenlijk zullen afstemmen.

Gelezen (ook) de reacties van de andere twee waterschappen, begrijpen wij dat het op deze stellige manier als uitgangspunt benoemen van ‘functie volgt peil’ voorbij gaat aan de benodigde nuancering en uitleg hierbij.

Schrappen ‘functie volgt peil’ als expliciet uitgangspunt op blz. 20, blokje ‘bodem en ondergrond versterken’.

Blz. 28 Kromme Mijdrecht De Kromme Mijdrecht maakt deel uit van de Amstellandboezem, waarmee we de regio van droge voeten voorzien en de omliggende polders droogmalen. In droge perioden voeren we hiermee vers water aan om de polders op peil te houden voor de landbouwfuncties en de NNN natuurgebieden. Vanwege klimaatverandering zit het boezemsysteem aan zijn maximale capaciteit. Daarvoor nemen wij de komende jaren verschillende maatregelen om de waterhuishouding robuuster te maken. Zo draaien we in droge zomers de stroomrichting van de Kromme Mijdrecht weer om, door schoon water aan te voeren vanaf het Amsterdam Rijnkanaal via de Heinoomsvaart. Om droge voeten te kunnen behouden dienen de omliggende polders meer water te kunnen bergen en dient er bij gebiedsontwikkeling meer water vast gehouden te worden binnen de plangrenzen. Wij verzoeken u de regionale afvoerfunctie van de Kromme Mijdrecht en het belang van een klimaatrobuust boezemsysteem te beschrijven en hoe dit te bereiken. Op het kaartbeeld op pagina 29 zou u dit punt tevens kunnen illustreren door middel van een extra symbool te plaatsen bij de monding van de Heinoornsvaart in de Kromme Mijdrecht. Bijvoorbeeld met een toepasselijke ‘blauwe waterdruppel’.

Wij onderschrijven deze reactie.

Toevoegen van de kernonderdelen (basisvoorwaarden, uitgangspunten en leidende principes). Daarin wel onderscheid blijven maken tussen het daadwerkelijke visieniveau, en wat met name bij de uitwerking aan de orde is (en niet op detailniveau een plek in de visie moet krijgen).

Blz. 31 Rondom Noorden

Wij onderschrijven deze reactie.

Het opnemen van een aanduiding in de vorm van een blauwe druppel-symbool is een goede suggestie.

Toevoegen van blauwe druppel-symbool om een wateropgave mee aan te duiden op de kaart.

5

Voor de Noordse Buurt werkt het waterschap, met de gemeente, provincie, terreinbeheerder en overige belanghebbenden de komende jaren aan een watergebiedsplan om te komen tot een robuustere waterhuishouding die afgestemd is op de herontwikkeling van de Noordse Buurt na het vertrek van de glastuinbouw in dit gebied. Wij verzoeken u dit te vermelden in de tekst en te illustreren met een ‘blauwe waterdruppel’ op het kaartbeeld op de pagina.

Het opnemen van een aanduiding in de vorm van een blauwe druppel-symbool is een goede suggestie.

Toevoegen van blauwe druppel-symbool om een wateropgave mee aan te duiden op de kaart.

Blz. 33 Samen aan het werk Onder het stappenplan voor initiatieven staat bij stap 2 dat voor grotere initiatieven de omgevingstafel wordt ingeschakeld. Hierbij is het nodig dat de waterschappen ook betrokken worden, zodat wij bij initiatieven vroegtijdig kunnen adviseren over de waterbelangen en er een integrale afweging gemaakt kan worden. Daarnaast willen wij vroegtijdig betrokken zijn bij het opstellen van het omgevingsplan van Nieuwkoop om daarbij de waterbelangen te kunnen borgen. Ook willen we vroegtijdig betrokken zijn bij de doorvertaling van de visie in de omgevingsprogramma’s met betrekking tot de fysieke leefomgeving.

Wij onderschrijven deze reactie. Het statement dat de Omgevingswet vraagt om samenwerking als één overheid, wordt overgenomen.

Opnemen genoemde uitspraak in de samenwerkingsparagraaf.

Wij onderschrijven deze reactie.

Behalen KRW-doelstellingen in 2027 opnemen als mijlpaal (blz. 34).

De afgelopen twee jaar heeft Rijnland op ambtelijk niveau meerdere keren in dit proces meegedacht. De input die ik hieronder meegeef zie ik daarom ook meer als onderdeel van het proces en dus ambtelijke feedback dan een formele zienswijze.

De betrokkenheid en inbreng van Rijnland wordt zeer gewaardeerd.

Geen

Ik ben het eens met AGV/Waternet dat op bladzijde 7 de waterschappen ontbreken. Bijna alle samenwerkingspartijen worden genoemd behalve wij. De voorkeur heeft in ieder geval éénmaal alle drie de waterschappen bij naam noemen en voor de werkbaarheid vervolgens te refereren naar de waterschappen. Verder gaf AGV/Waternet aan dat er in de omgevingsvisie niet wordt gesproken over meerlaagse veiligheid en dat dit wel zou moeten. Ik steun dit standpunt. Het is begrijpelijk dat dergelijke terminologie wellicht niet past in de stijl waarin de omgevingsvisie is geschreven. Daarom is het bijvoorbeeld een optie om het doel van de meerlaagse veiligheid te benaderen. Verder kan aangegeven worden dat het ontzettend bijzonder is om in zo’n mooi stukje Nederland veilig te kunnen wonen, werken en recreëren en dat (op sommige plekken) zelfs op 6,5 meter onder zeeniveau. Het is natuurlijk een hele kunst dat wij dit samen voor elkaar te krijgen dus dat mag ook best genoemd worden.

Belangrijke toevoegingen, en terechte opmerkingen. Het niet als zodanig benoemen van de drie water-schappen is een omissie die hersteld moet worden.

Benoemen waterschappen in de context van samenwerking t.b.v. brede diversiteit (maatschappelijke) opgaven.

Ik onderschrijf de opmerkingen van AGV/Waternet voor bladzijde 19 dat het belang van voldoende schoon water wat summier is opgenomen en ook als randvoorwaarde benoemd zou moeten worden. Overigens is Rijnland net als AGV voorstander van het gebruik van het Convenant Klimaatadaptief bouwen van de Provincie Zuid-Holland. In verdere gesprekken in het kader van de klimaatadaptatiestrategie en de risicodialogen klimaatadaptatie vormt dit een handige bouwsteen.

Wij onderschrijven deze reactie.

Toevoegen van de kernonderdelen (basisvoorwaarden, uitgangspunten en leidende principes). Daarin wel onderscheid blijven maken tussen het daadwerkelijke visieniveau, en wat met name bij de uitwerking aan de orde is (en niet op detailniveau een plek in de visie moet krijgen).

De Omgevingswet vraagt om samenwerking als één overheid, dat lezen wij onvoldoende terug in dit hoofdstuk. De benodigde processen hiervoor moeten we nog gezamenlijk inrichten. Blz. 34 In de tijdlijn van belangrijke mijlpalen ontbreekt het behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelstellingen voor een goede waterkwaliteit in 2027. Doelen als energieneutraal en klimaatbestendig worden daarentegen wel getoond. In 2027 loopt het derde stroomgebiedsbeheerplan 2022-2027 (SGBP3) af. Hierin zijn de doelen en maatregelen beschreven die dan behaald moeten zijn. De waterschappen en gemeente zijn hier samen voor verantwoordelijk en dit vergt de komende jaren nog de nodige gezamenlijke inspanningen. Hoogheemraadschap van Rijnland

Concretisering van de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn, is onderdeel van de uitwerking van het beleid t.a.v. klimaatadaptatie en de duurzaamheidsagenda. De omgevingsvisie geeft voeding aan deze uitwerking, maar gaat hier ook door gevoed worden. Bij toekomstige aanscherpingen en uitwerkingen, en doorwerking

6

Toevoegen van de kernonderdelen (basisvoorwaarden, uitgangspunten en leidende principes). Daarin wel onderscheid blijven maken tussen het daadwerkelijke visieniveau, en wat met name bij de uitwerking aan de orde is (en niet op detailniveau een plek in de visie moet krijgen).

naar andere instrumenten van de Omgevingswet, zien wij net als het waterschap het belang in van integrale samenwerking met alle stakeholders. Op bladzijde 19 mis ik de ingewikkelde puzzel van agrarisch landgebruik naast natuur. Gezamenlijk proberen we met alle partijen de puzzelstukje naast elkaar te leggen om CO2emissie te reduceren maar wel ruimte voor elkaar te laten. In het document lees ik iets over de verbreding van de landbouw maar niet iets over het naast elkaar bestaan van natuur en agrarisch landgebruik. Dit is juist zo uniek in Nieuwkoop. Ook mis ik in zijn geheel de gezamenlijke opgave om CO2-emissie te reduceren. Dat speelt ook in deze gemeente door onder andere CO2-emmissie uit veenafbraak als effect van peilverlaging. Mogelijk kan hier op bladzijde 20 nog iets over zeggen bij ‘bodem en ondergrond versterken’.

Wij onderschrijven deze reactie.

Toevoegen gezamenlijke opgave om CO2emissie te reduceren.

Op bladzijde 20 bij ‘bodem en ondergrond versterken’ zou ik niet ‘functie volgt peil en niet andersom’ zeggen. Dat is een nogal forse uitspraak. Natuurlijk is ongelimiteerd peil verlagen niet meer haalbaar (mede door hetgeen ik bij het vorige punt noemde). Rijnland streeft m.b.t. peilbeheer naar maatwerk en volgt inderdaad niet meer automatisch de indexering. Echter kunnen wij ons niet aansluiten bij de term ‘functie volgt peil’.

Gelezen (ook) de reacties van de andere twee waterschappen, begrijpen wij dat het op deze stellige manier als uitgangspunt benoemen van ‘functie volgt peil’ voorbij gaat aan de benodigde nuancering en uitleg hierbij.

Schrappen ‘functie volgt peil’ als expliciet uitgangspunt op blz. 20, blokje ‘bodem en ondergrond versterken’.

Ik zou bij het stukje over tuinbouw op bladzijde 21 noemen dat glastuinbouw (en dus met name de sierteelt) zeer hoge kwaliteit van zoet water vraagt en dat slim gebruik en inzet van water hier ook van belang is. Gemeente, waterschap en provincie zouden hier gezamenlijk een toekomstvisie op moeten formuleren. Iets dergelijks gebeurt al kleinschalig in Kaag & Braassem maar ik zou het logisch vinden als wij in de nabije toekomst hier ook over in gesprek gaan met Greenport Aalsmeer. Zeker gezien het economisch belang van de greenport voor de regio.

De passage over de watervraag en inzet op slim gebruik ervan door de glastuinbouw is een waardevolle toevoeging.

Toevoegen op blz. 21, blokje ‘tuinbouw van de toekomst’.

Goed om op bladzijde 21 te lezen dat jullie kansen zien om toerisme in dit drukbevolkte stukje land te bevorderen door te kijken naar recreatie in het landelijk gebied. Rijnland ondersteunt de gedachte om in gesprek te gaan met agrariërs over verbreding van het verdienmodel en experimenteerruimte voor hen.

Deze bevestiging en ondersteuning worden zeer gewaardeerd, en waar mogelijk verwelkomen wij samenwerking met het waterschap in dezen.

Geen

Verder ben ik natuurlijk blij om op bladzijde 22 te lezen dat jullie ook verder willen met onderzoek energie uit oppervlaktewater en afvalwater. Daar blijven we natuurlijk graag met elkaar over in gesprek.

Wij onderschrijven de intentie om hierover met elkaar in gesprek te blijven.

Geen

Ik zou, zeker als een waterrijke gemeente zoals Nieuwkoop met veel KRW-waterlichamen, de KRW meenemen in de mijlpalenplanning op bladzijde 34.

Wij onderschrijven deze reactie.

Behalen KRW-doelstellingen in 2027 opnemen als mijlpaal (blz. 34).

Wij zijn van mening dat water- en klimaatbelangen, zoals ook verwoord in onze wateragenda, binnen de omgevingsvisie een prominente plaats hebben gekregen. Met de geformuleerde ambities streeft de Gemeente een gezonde- en duurzame leefomgeving, waarbij het gebied is voorbereid op klimaatveranderingen. We hebben echter nog wel enkele opmerkingen die de Omgevingsvisie klimaatbewuster maken. We vragen u deze te verwerken in een volgende versie van de Omgevingsvisie. Om de concept-omgevingsvisie verder te optimaliseren vragen wij u om onderstaande opmerkingen te verwerken.

Dank voor deze positieve reactie.

Geen

In het document wordt gesproken over sterke dorpen en een groene toekomst. Een mooie brug tussen deze twee componenten is het Bouwconvenant Klimaatadaptief bouwen van de provincie Zuid-Holland. Dit document voorziet in richtlijnen hoe sterke dorpen en een groene toekomst op een goede wijze gecombineerd kunnen worden.

Concretisering van de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn, is onderdeel van de uitwerking van het beleid t.a.v. klimaatadaptatie en de duurzaamheidsagenda. De omgevingsvisie geeft

Toevoegen van de kernonderdelen (basisvoorwaarden, uitgangspunten en leidende principes). Daarin wel onderscheid blijven maken tussen het

Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden

7

voeding aan deze uitwerking, maar gaat hier ook door gevoed worden.

daadwerkelijke visieniveau, en wat met name bij de uitwerking aan de orde is (en niet op detailniveau een plek in de visie moet krijgen).

In het document komt waterkwaliteit aan de orde, dit is goed. Wat we echter nog missen is een verwijzing naar de KRW waterlichamen. Wij adviseren om dit op te nemen in de visie en hier aandacht aan te besteden.

Wij onderschrijven deze reactie.

Behalen KRW-doelstellingen in 2027 opnemen als mijlpaal (blz. 34).

Wij vragen u om rondom de omgevingstafels de ketenpartners te benoemen en mee te nemen in het proces. Met een meer integrale afweging en een intensievere samenwerking tussen de verschillende overheden lijkt het ons verstandig om daar al in dit document een richtlijn voor op te nemen.

Het principe van de omgevingstafel is dat de diverse ketenpartners vroegtijdig worden betrokken. Direct onder de kop ‘Goede plannen ontstaan door samenwerking’ (blz. 34) worden deze ook genoemd.

Geen

Deze visie geeft een goed beeld van wat de gemeente wil bereiken in de toekomst. Echter, om dit te bereiken zullen programma’s nodig zijn. Graag zouden wij aansluiten bij programma’s die ontwikkeld worden rondom klimaatadaptatie, woningbouw, het watersysteem en de landbouwtransitie.

Bij toekomstige aanscherpingen en uitwerkingen, en doorwerking naar andere instrumenten van de Omgevingswet, zien wij net als het waterschap het belang in van integrale samenwerking met alle stakeholders.

Geen

Als laatst willen wij onze complimenten uitspreken over de gedurfde ambitie om te gaan werken naar een ‘functie volgt peil’ watersysteem. Wij realiseren ons dat dit niet binnen een jaar geregeld is maar het is wat ons betreft een mooie toekomstvisie en wij denken graag mee hoe dit op een zo goed mogelijke manier, in samenwerkingen met de betrokkenen, kan worden vormgegeven.

Dank hiervoor, en nogmaals onderschrijven wij hier het belang van integrale samenwerking.

Geen

Gelezen (ook) de reacties van de andere twee waterschappen, begrijpen wij dat het op deze stellige manier als uitgangspunt benoemen van ‘functie volgt peil’ voorbij gaat aan de benodigde nuancering en uitleg hierbij.

Schrappen ‘functie volgt peil’ als expliciet uitgangspunt op blz. 20, blokje ‘bodem en ondergrond versterken’.

Op pagina 5 wordt onder het item 2021 gesteld dat “bodemdaling en waterkwaliteit vragen opnieuw om een antwoord”. Middels DAW (Deltaplan Agrarisch Waterbeheer) en pilots met onderwaterinfiltratie hebben deze onderwerpen ruime aandacht in de agrarische sector. Voorstel is om deze zinsnede te vervangen door: “verdienen blijvend aandacht”.

Goede suggestie waar wij mee in kunnen stemmen.

Betreffende zinssnede vervangen.

Op pagina 13 onder het hoofdstuk ‘Beperken van hinder’ dat veehouderijen soms dicht bij de woonomgeving liggen. Zowel in Ter Aar West als Langeraar West zijn de nieuwe woningbouwprojecten richting veehouderijbedrijven verwezenlijkt. In de Omgevingsvisie zou opgenomen kunnen worden om nieuwe woningbouwprojecten niet richting bestaande veehouderijbedrijven te projecteren.

Het is belangrijk om te benadrukken dat dit principe inderdaad ‘twee kanten op werkt’, en dat bij nieuwe ontwikkelingen net zozeer rekening gehouden moet worden met bestaande bedrijven om hinder of beperkingen vanuit milieuregelgeving te voorkomen.

Toevoegen zinsnede in de lijn van deze reactie.

Op pagina 20 is het wenselijk het woord onderwaterdrainage te vervangen door onderwaterinfiltratie. Dit is een verbeterde vorm van onderwaterdrainage. Hiermee wordt door middel van drukdrains in droge periodes het grondwaterpeil in de veenweiden op voldoende hoogte gehouden met als gevolg nog minder bodemdaling, dit in tegenstelling tot het verhogen van het slootwaterpeil wat in droge periodes geen invloed heeft op het grondwaterpeil in het midden van de percelen.

Goede suggestie waar wij mee in kunnen stemmen.

De term ‘onderwaterdrainage’ vervangen door ‘onderwaterinfiltratie’.

LTO-Noord afdeling Alphen-Nieuwkoop

Cumela Advies

8

Middels deze reactie / zienswijze verzoeken wij u, om het bestaansrecht van onze (lid)bedrijven – in het buitengebied – te erkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving.

Cumelabedrijven dienen inderdaad vermeld te worden. Hierbij gelden zowel de ondersteunende / dienstverlenende rol voor de agrarische sector, als het vestigingsvraagstuk als aandachtspunten.

Dit geldt in relatie tot de vigerende vestigingslocatie alsmede aangaande de uitvoering van werken i.c. ‘de plicht’ die onze bedrijven hebben om invulling te geven aan de omgevingswaarden, beheer en behoud van de openbare ruimte in brede zin alsmede op het gebied van lokale circulaire economie en duurzaamheid.

In dat kader is het goed om te constateren dat Cumela Nederland ook de verantwoordelijkheid bij zichzelf legt t.a.v. landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid/circulariteit.

Aangaande de ambitie in de visie ‘groene toekomst’ vervullen de cumelabedrijven reeds een belangrijke rol voor het landelijk gebied in relatie tot aanleg, behouden en versterken van natuur en landschap, economie en landschap en passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Gezien de omvang van de activiteiten, deels agrarisch maar ook aanverwant niet-agrarisch, het materieel en materiaal dat wordt toegepast en de ligging ten aanzien van de opdrachtgevers (veelal in het buitengebied) is de ligging van de bedrijfslocaties in het buitengebied essentieel. In de visie wordt de positie van de agrariërs in het buitengebied benoemd als beheerder van het ontwikkelende landschap (pagina 29). Dit kan en gaat niet zonder de inbreng en participatie van de cumelabedrijven. Zij zorgen voor een groot deel van het agrarische beheer en productie van de landbouwgronden. Daarnaast dragen de bedrijven zorg voor de aanleg, het onderhoud en het beheer van de overige gronden binnen de gemeente. Een belangrijk kenmerk hierbij is, zoals genoemd, de vestigingsplaats van de cumelabedrijven in het Dit typeert deze bedrijfstak, alsmede de concurrentiepositie in de sector.

Integrale samenwerking met alle stakeholders is (ook) ons uitgangspunt bij toekomstige aanscherpingen en uitwerkingen, en doorwerking naar andere instrumenten van de Omgevingswet.

Door cumelabedrijven niet naar een industrieterrein te verplaatsen worden mogelijke hinderlijke situaties voorkomen. Ontsluitingswegen nabij een industrieterrein zijn vaak niet op onze machines berekend en het werk is meestal in het buitengebied. Zo worden onnodige verkeersbewegingen voorkomen (hetgeen bijdraagt aan de ambitie in de visie inzake ‘goede toegankelijkheid en veiligheid’. Vanuit Cumela Nederland nemen wij (tevens) onze verantwoordelijkheid aangaande landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid alsmede circulariteit (circulaire economie). Deze thema’s zien wij ook reeds terug in uw visie. Aangaande het laatste onderwerp is bijvoorbeeld in de omgevingsvisie de transitie naar een circulaire economie als een randvoorwaarde opgenomen voor het behoud van welvaart en welzijn. Dat betekent voor alle economische sectoren een omschakeling in productie- en logistieke processen. Uitdagingen hierbij zijn onder meer: - de optimalisatie van de inzet van energie en grondstoffen; - ketensamenwerking en het sluiten van kringlopen; - zoeken naar andere productieprocessen en verdienmodellen. Het hoogwaardig hergebruik van afval- en reststromen staat volop in de belangstelling. In september 2016 heeft het Kabinet het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 gepresenteerd.

Hierin zet zij het perspectief op een circulaire economie uiteen: een economie waarin onder meer biotische grondstoffen efficiënt worden ingezet en optimaal worden hergebruikt. Ook beleidsambities met betrekking tot de biobased economy leiden tot een herwaardering van (met name organische) reststromen, namelijk als grondstof voor hoogwaardige biobased producten. Als organisatie en de afzonderlijke bedrijven zijn wij reeds doende met genoemde ‘transitie’. Voormelde ontwikkelingen zijn voor opdrachtgevers en cumelabedrijven reeds aanleiding om ‘anders’ te ‘kijken’ naar de reststromen die zij produceren, bijvoorbeeld groenafvalstromen die vrijkomen bij het beheer van groenstroken en wegbermen of grond die beschikbaar komt als gevolg van verschraling van natuurgebieden. Niet langer zien zij deze stromen als ‘waardeloos afval’, maar veel meer als potentiële grondstoffen voor nuttige toepassingen.

9

Vermelden cumelabedrijven onder de ambitie ‘Groene toekomst’ met omschrijving van de punten (aandachtspunten en verantwoordelijkheden) zoals benoemd in de reactie.

Voor het uitvoering geven van een circulaire economie is voldoende (buiten)opslag noodzakelijk. Gevraagd wordt om ruimte te geven aan lokale cumela-ondernemers om uitvoering te geven aan een circulaire economie. Zonder uitputtend te zijn herkennen wij ons als organisatie (namens onze leden) reeds in grote mate in de voorliggende visie. Desalniettemin zijn er ook diverse thema’s c.q. aspecten, zoals voormeld, welke specifiek en in belangrijke mate voor deze ‘unieke’ bedrijven bijzondere aandacht behoeven en redelijkerwijs erkend dan wel betrokken dienen te worden in de visie (en bij de verdere uitwerking van instrumenten in het kader van de Omgevingswet). In de visie komt ‘Samen aan het werk’ c.q. de uitnodiging om het met elkaar te doen nadrukkelijk tot uiting. Als organisatie gaan wij graag op deze uitnodiging in. Ten eerste via deze reactie / zienswijze, maar ook op andere wijze willen / kunnen wij participeren bij de verdere uitwerking van de ambities. Provincie Zuid-Holland (verslag overleg - te beschouwen als reactie / zienswijze)

Er is waardering voor het doorlopen participatieproces met de inwoners met als resultaat een aantrekkelijke, leesbare omgevingsvisie, ook in vergelijking tot andere voorbeelden. Zeker voor inwoners is belangrijk dat het een compact, beeldend visiedocument is waarin zij zich herkennen.

Dank voor deze positieve reactie en uitgesproken waardering voor het doorlopen proces met de Nieuwkoopse samenleving.

Geen

De provincie geeft aan dat zij graag in een eerder stadium betrokken had willen worden bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Niet alle beleidssectoren waren in de gelegenheid om op deze korte termijn te reageren.

Begrip hiervoor, de achterliggende redenen zijn in het overleg gedeeld. Deze oproep zullen wij bij toekomstige aanscherpingen en uitwerkingen, en doorwerking naar andere instrumenten van de Omgevingswet, zeker ter harte nemen.

Geen

Geconstateerd wordt dat de omgevingsvisie niet op elk thema even ver uitgewerkt is. Voor woningbouw is dit wel het geval, maar energietransitie, landbouwtransitie, bedrijvigheid en glastuinbouw blijven allemaal behoorlijk abstract.

Dit is juist, onder verwijzing naar het volgende punt voor de uitleg zoals besproken.

Geen

Onderkend wordt dat de verschillen in abstractieniveau verklaarbaar zijn vanuit de inhoudelijke relatie met nog lopende trajecten en op een later moment concretere keuzeopties opleveren. Advies is om te zorgen dat dit op voorhand voor iedereen duidelijk is.

Wij menen dat dit reeds op verschillende plekken in de omgevingsvisie uitgelegd wordt, o.a. in de inleiding en in het afsluitende onderdeel ‘Samen aan het werk’.

Geen

Advies is om de visie een zichtbare rol te geven bij de uitwerking van thema’s binnen de fysieke leefomgeving. Niet alleen bij de energietransitie, maar ook bij verduurzaming van de landbouw, aanpak van bodemdaling en de stikstofcrisis. Er komen nog lastige keuzes aan.

Bij toekomstige aanscherpingen en uitwerkingen, en doorwerking naar andere instrumenten van de Omgevingswet, zien wij als eerste het belang in van integrale samenwerking met alle stakeholders. De omgevingsvisie is hierbij de basis, geeft voeding aan deze uitwerking, maar gaat hier op zijn beurt ook door gevoed worden.

Geen

Maak duidelijk dat dit feitelijk de eerste versie is, die zelf óók verder geconcretiseerd en uitgewerkt gaat worden. Die wisselwerking maakt dat de omgevingsvisie actueel en relevant blijft voor beleidsontwikkeling en het stimuleren en beoordelen van initiatieven.

Dit is absoluut van belang. Zie ook het antwoord hierboven.

Geen

Geconstateerd wordt dat deze versie wat betreft de provincie nog te abstract is, dat er nog te weinig wezenlijke en concrete keuzes gemaakt worden om echt als handvat te kunnen dienen voor de beoordeling van initiatieven.

De omgevingsvisie biedt richting en ruimte, en dient als leidraad, met name om te beoordelen in hoeverre het initiatief aansluit bij de ambities en doelstellingen, of bijdraagt aan de opgaven in de visie.

Geen

10

De provincie wil graag tijdig meegenomen worden in de vervolgtrajecten en nadere uitwerking rond de verschillende thema’s.

Dat zeggen wij zonder meer toe.

Geen

Positief dat erfgoed en cultuurhistorie een zeer stevige positie in de omgevingsvisie hebben gekregen, en ook in samenhang met andere thema’s, dus niet separaat of als ‘afterthought’.

Dat is zeker de bedoeling geweest, positief dat dit ook herkend wordt in de visie.

Geen

Terecht dat de omgevingsvisie zoveel aandacht besteedt aan alle aspecten van het andschap: natuur, water, beleving van rust en openheid, recreatie en landbouw. Advies is om waar mogelijk nog scherpere keuzes te formuleren. Denk bijvoorbeeld aan de toenemende recreatiedruk, maar ook de RES / energietransitie. Er zit veel spanning op duurzame energieopwekking in het Groene Hart. Het PARK-advies komt kort ter sprake.

De omgevingsvisie en de hierin benoemde waarden krijgt een belangrijke rol bij de concretisering en uitwerking van de RES, onder andere in een ruimtelijk afwegingskader.

Geen

Vraag is hoe in de context van de RES wordt omgegaan met de uitgesproken wens om de openheid van het landschap te waarborgen, maar ook de bescherming van weidevogels? Hierop volgt uitleg over de samenloop en afstemming met het RES (1.0)-traject.

Zie het voorgaande antwoord.

Geen

De provincie geeft aan te werken aan een landschapsbiografie van het Groene Hart. Mede bedoeld als hulpmiddel bij lastige keuzes over de toekomst van het landschap: waar doe je wat, hoe pas je ontwikkelingen in? Ook Nieuwkoop wordt hierbij betrokken.

Ambtelijk is vanuit Nieuwkoop inmiddels aangehaakt bij dit traject.

Geen

Opgemerkt wordt dat in de omgevingsvisie eerst wordt gesteld dat het landschap de motor is voor ontwikkelingen, maar later wordt aangegeven dat woningbouw ook de motor kan zijn voor landschapsontwikkeling. Dat lijkt strijdig met elkaar en vraagt om nadere toelichting. De uitspraak dat woningbouw ook de motor kan zijn van landschaps-ontwikkeling lijkt afkomstig uit de Ruimtelijke Strategie Rijn- en Veenstreek, maar de provincie zet wel vraagtekens bij dit "Alphense geluid".

Wij onderschrijven dat dit tegenstrijdig lijkt en klinkt, en zullen dit aanpassen en nader duiden in de visie.

Tekst aanpassen en daarmee de schijnbare tegenstrijdigheid wegnemen c.q. uitleggen.

Bij het thema wonen gaat veel aandacht uit naar ouderen en jongeren / starters. Op zichzelf herkenbaar en begrijpelijk. Voorkom de indruk dat de woningbouwopgave zich uitsluitend hierop zal richten. Belangrijk om voor andere doelgroepen te benoemen hoe zij hierin zijn meegenomen, omdat hun belang (mogelijk) minder vanzelfsprekend uit participatie naar voren komt. Denk hierbij aan statushouders, arbeidsmigranten, dak- en thuislozen, maar bijvoorbeeld ook bewoners van recreatiewoningen.

Op diverse plekken in de visie wordt gerefereerd aan het streven naar een inclusieve samenleving. Wonen voor alle doelgroepen, echter zonder een uitputtende opsomming. Wij zien echter in dat de herkenbaarheid en het gevoel van betrokkenheid versterkt wordt, door deze doelgroepen expliciet te benoemen.

Aanvullend benoemen van bijzondere doelgroepen onder de ambitie ‘Sterke dorpen’ (blz. 11/12).

Het in de visie vermelde voornemen tot formalisering van de permanente bewoning op de zomerparken is vooralsnog strijdig met het provinciaal beleid. Wel is de provincie bezig met het een onderzoek naar de toekomst van verouderde recreatieparken, waar ook de gemeente Nieuwkoop bij betrokken is. Mogelijk dat dit leidt tot wijziging van het provinciaal beleid t.a.v. permanente bewoning van recreatieparken.

Duidelijk is dat wij ons niet hebben beperkt tot ambities en oplossingen die reeds volledig in bestaande beleidskaders passen. Wij zien de meerwaarde van een vooraf duidelijk uitgesproken intentie van onze kant als wij hierover met elkaar in gesprek gaan. Wij zijn ons er zeker van bewust dat bepaalde zaken nog geen ‘gelopen race’ kunnen zijn. Zie bv. onder ‘Dit verhaal is nooit af’ op blz. 3.

Geen

Rond het thema wonen komen binnenkort nieuwe cijfers vanuit de provincie/regio. Deze informatie zou wellicht nog verwerkt kunnen worden, of anders bij een eerste actualisering.

Deze zullen hoogstwaarschijnlijk in een eerste actualisering meegenomen worden.

Geen

Advies is om duidelijk(er) te maken wat de visie van Nieuwkoop hierop is. De provincie hecht grote waarde aan de openheid van het landschap, en nieuwe woningbouw buiten BSD tast deze in beginsel aan.

11

De provincie zal primair op regionaal niveau kijken naar de woningbouwopgave en de bijbehorende woningaantallen. Indien er nieuwe locaties nodig zijn, wordt dit op regionaal niveau bekeken waarbij de voorkeur uitgaat naar binnen BSD / nabij HOV.

Wij begrijpen op zichzelf dat de provincie in beginsel op regionale schaal naar bepaalde opgaven en de invulling hiervan kijkt. Het is echter van belang dat hierbij de specifiek lokale situatie niet uit het oog verloren wordt. De woningbouwopgave speelt letterlijk op alle niveaus. In de visie is de lokale opgave – en alles wat daar direct mee samenhangt – het uitgangspunt, maar bezien dit zeker (ook) in een regionale context.

Geen

De in de omgevingsvisie genoemde nieuwe woningbouwlocatie ‘Langeraar West’ is een locatie waar de provincie vooralsnog niet mee kan instemmen.

Duidelijk is dat wij ons niet hebben beperkt tot ambities en oplossingen die reeds volledig in bestaande beleidskaders passen. Wij zien de meerwaarde van een vooraf duidelijk uitgesproken intentie van onze kant als wij hierover met elkaar in gesprek gaan. Wij zijn ons er zeker van bewust dat bepaalde zaken nog geen ‘gelopen race’ kunnen zijn. Zie bv. onder ‘Dit verhaal is nooit af’ op blz. 3.

Geen

Complimenten voor de stevige ambitie in de omgevingsvisie om betaalbare woningen voor alle doelgroepen te realiseren. Belangrijk aandachtspunt is dat deze in de toekomst ook betaalbaar en beschikbaar blijven voor de doelgroep. De gemeente benoemt het woonfonds en de doelgroepenverordening als instrumenten die hiervoor ingezet gaan worden.

Het hiervoor in te zetten instrumentarium is tijdens het overleg al aan de orde gekomen. Het aanvullend benoemen van de doelgroepenverordening is onderdeel van de voorgestelde ambtshalve aanpassingen.

Geen

De omgevingsvisie wekt de suggestie dat meer oudere mensen ook meer eenzame mensen betekent. Vraag is of deze relatie zo direct gelegd kan worden? Eenzaamheid doet zich ook steeds meer bij jongeren voor.

Op zichzelf is dit verband er inderdaad. Wij onderschrijven dat dit zich zeker niet beperkt tot de groep ouderen. Hoewel dit impliciet zeker wel uit de visie opgemaakt kan worden, bijvoorbeeld als het gaat over het belang van ontmoetingsplekken en sociale cohesie, is het expliciet benoemen van de toename van eenzaamheid onder jongeren een waardevolle aanvulling.

Benoemen toenemende eenzaamheid (ook) -onder jongeren.

De Bovenlanden langs de Kromme Mijdrecht staan niet op de kaart aangeduid als NNNgebied. Deze nog toevoegen.

Wij onderschrijven deze reactie, en zullen de visie nazien op het als zodanig aangeduid zijn van alle NNN-gebieden.

Aanduiding N toevoegen voor alle NNNgebieden, waaronder de Bovenlanden. Kaarten blz. 27/29/31

Voor het thema glastuinbouw moeten de glastuinbouwgebieden, waaronder de maatwerkgebieden, nog op kaart worden aangeven. Indien mogelijk ook de gebieden die relevant zijn voor de landbouwtransitie.

Dank voor deze opmerking. Op blz. 27 is glastuinbouw wel in de legenda opgenomen, maar de bijbehorende aanduiding(en) niet op de kaart.

Toevoegen aanduiding G voor de glastuinbouwgebieden incl. maatwerkgebieden.

Wij beschouwen de landbouwtransitie als een proces dat sectorbreed en parallel / gelijktijdig op zowel landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal niveau speelt. Daarom op dit moment nog niet aan specifieke gebieden te koppelen, noch zijn op voorhand andere gebieden hiervan uit te sluiten. Positief dat er een visie op de maatwerkgebieden wordt gemaakt. Vanuit provinciaal Perspectief is de samenhang tussen thema’s daarbij het belangrijkste, en dat hierin ook koppelkansen (energie, duurzaamheid, water etc.) worden meegenomen.

Wij onderschrijven dit belang, en op deze manier wordt de visievorming ook zeker ingestoken.

Duidelijk is dat wij ons niet hebben beperkt tot ambities en oplossingen die reeds volledig in

12

Geen

Ten aanzien van mobiliteit merkt de provincie nog op dat de in de omgevingsvisie genoemde inzet op een snelle OV-verbinding via Nieuwkoop tussen (station) Alphen en de sneltram in Uithoorn vooralsnog niet in het provinciale beleid is opgenomen.

bestaande beleidskaders passen. Wij zien de meerwaarde van een vooraf duidelijk uitgesproken intentie van onze kant als wij hierover met elkaar in gesprek gaan. Wij zijn ons er zeker van bewust dat bepaalde zaken nog geen ‘gelopen race’ kunnen zijn. Zie bv. onder ‘Dit verhaal is nooit af’ op blz. 3.

Katholieke basisschool Aeresteijn te Langeraar

Op pagina 26 staat het volgende genoteerd: ‘Rond 2023 wordt ook gestart met opstellen van een visie voor Langeraar Noord-West, West en Langeraar Waterzuivering. Hierbij wordt onder andere de mogelijkheid van woningbouw onderzocht, bijvoorbeeld kleinere woningen voor starters of senioren.’ Als basisschool vinden wij de wijziging in dit stukje natuur erg zonde. Graag geven wij u dan ook blijk van ons voorstel: Benut dit gebied optimaal door een Tiny Forest te creëren. De oppervlakte van het huidige gebied voldoet aan de grootte die voor een Tiny Forest nodig is. Door nog meer verschillende soorten bomen en planten neer te zetten, wordt het bos niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Onze leerlingen kunnen dit gebied dan gebruiken als buitenlokaal. Zij leren hier over de Nederlandse natuur en kunnen op een mooie, rustige locatie prikkelarm buitenonderwijs genieten. Naast onze leerlingen is het ook een mooie locatie voor buurtbewoners, om elkaar prettig en gezond te ontmoeten. Het zou wellicht een optie zijn om in overleg met buurtbewoners een wildpluktuin te creëren. Veel gemeenten in Nederland doen op dit moment veel moeite om een Tiny Forest aan te leggen. In Langeraar ligt deze plek voor het oprapen, waarom zouden we deze dan niet benutten?

Er zijn nog geen concrete plannen voor de gebieden; alleen de ambitie om rond 2023 te starten met een visie hierop. De omgeving zal hierbij worden betrokken en in de gelegenheid gesteld om (nogmaals) suggesties te doen voor de invulling van het gebied. Zoals bij elke ontwikkeling zal daarbij een combinatie van functies en doelen die elkaar versterken het uitgangspunt zijn. Uw suggestie als reactie op de ontwerp-omgevingsvisie geeft al blijk van een brede blik op de (leef)omgeving, complimenten hiervoor. Wij nodigen uw school, en zeker ook de leerlingen, bij voorbaat van harte uit om hier t.z.t. met ons in mee te denken en te doen!

13

Geen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=db7222d3-00b0-4b7b-bd4a-7b7f1616a177