Reactie op technische vragen SGP-CU over Flexwoningen Ter Aar
Tekst van het document
Technische vragen over: Vergunning aanvraag flexwoningen Uit de verkennende bodemonderzoeken blijkt dat er plaatselijk verontreiniging is met cadmium en asbest. Daar hebben wij de volgende vragen over: 1: Deze asbestverontreiniging was die al aanwezig toen de gemeente dit terrein gekocht heeft? Het precieze koopjaar van het terrein is niet bekend. Wel is zeker dat de toenmalige gemeente Ter Aar in 1992 al eigenaar was van dit perceel. Uit het bodemonderzoek blijkt dat de verontreiniging met asbest te relateren is aan activiteiten die in 1920 of vanaf de jaren ’50 hebben plaatsgevonden. Het is dus waarschijnlijk dat de verontreiniging al aanwezig was toen de gemeente de gronden aankocht.
2: Is het te achterhalen wie deze asbest verontreiniging of een deel hiervan veroorzaakt heeft? Is dit een recente verontreiniging of komt deze uit het verleden. Uit het bodemonderzoek dat is uitgevoerd blijkt dat de verontreiniging met asbest te relateren is aan de voormalige stort- en opslagactiviteiten (1920 en vanaf eind jaren ’50 tot een onbekende datum) die op de locatie hebben plaatsgevonden. Het gaat dus om een verontreiniging uit het verleden waarvan niet meer te achterhalen is wie deze veroorzaakt heeft.
3: Zo ja, zijn de kosten van deze sanering van asbestverontreiniging nog te verhalen op de veroorzaker? De saneringskosten zijn niet te verhalen op de veroorzaker, omdat onbekend is wie de verontreiniging veroorzaakt heeft.
4: De cadmiumverontreiniging was deze aanwezig toen de gemeente dit terrein gekocht heeft? Het precieze koopjaar van het terrein is niet bekend. Wel is zeker dat de toenmalige gemeente Ter Aar in 1992 al eigenaar was van dit perceel. Uit het bodemonderzoek blijkt dat ook de verontreiniging met cadmium te relateren is aan de stort- en opslagactiviteiten die in 1920 of vanaf de jaren ’50 hebben plaatsgevonden. Het is dus waarschijnlijk dat de verontreiniging al aanwezig was toen de gemeente de gronden aankocht.
5: Is het nog te achterhalen wie deze cadmiumverontreiniging veroorzaakt heeft? Uit het bodemonderzoek dat is uitgevoerd blijkt dat de verontreiniging met cadmium eveneens te relateren is aan de voormalige stort- en opslagactiviteiten (1920 en vanaf eind jaren ’50 tot een onbekende datum) die op de locatie hebben plaatsgevonden. Het gaat dus om een verontreiniging uit het verleden waarvan niet meer te achterhalen is wie deze veroorzaakt heeft.
6: Zo ja, zijn de kosten van de sanering van deze cadmiumverontreiniging nog te verhalen op de veroorzaker? De saneringskosten zijn niet te verhalen op de veroorzaker, omdat onbekend is wie de verontreiniging veroorzaakt heeft.
Joop Bloed