Reactie op technische vragen D66 over APV 10e wijziging BR 4-2-21
Tekst van het document
Reactie op technische vragen van D66 m.b.t. raadsvoorstel 10e wijziging Apv Nieuwkoop, t.b.v. besluitvormende raadsvergadering 4-2-2020 Onderstaand treft u eerst de vraagstelling aan zoals deze is ontvangen. Onder de doorgetrokken streep treft u vervolgens de beantwoording aan. -------------Vraagstelling Voor de MR van 21 januari hebben wij het volgende antwoord gekregen op een vraag bij de APV: -------------Vraag 2: Kunt u duidelijk maken welke partij volgens de APV verantwoordelijk is voor het schoonhouden van de wegen binnen- en buiten de bebouwde kom? Dit naar aanleiding van het toenemende vuil langs en op de wegen en de soms on-bewandelbare wegen/paden wegens overlast van koeien/paarden uitwerpselen. Antwoord Welke partij verantwoordelijk is voor het schoonhouden van wegen wordt niet geregeld in de Apv. Aanvullende bepalingen in de Apv die hiermee een raakvlak hadden, te weten artikel 4.7 Straatvegen en artikel 4.7a Verontreiniging van werkzaamheden op de weg, zijn in het kader van de deregulering van de Apv in 2009 komen te vervallen. Het introduceren van een opruimplicht voor paardenpoep is jaren geleden aan de orde geweest, maar hiertoe is niet overgegaan (probleem handhaafbaarheid, opvangzak niet diervriendelijk).
De vraagstelling ziet overwegend op het bredere probleem van zwerfafval en heeft géén betrekking op onderhavige wijziging van de Apv, noch de Apv in meer algemene zin. Andere regelgeving is aan de orde. In dit kader is 16 van de Wegenwet van belang. Dit artikel bepaald dat een openbare weg in goede staat dient te worden gehouden door de wegbeheerder. De gemeente is verantwoordelijk voor de wegen waarover zij het beheer heeft. Dit leidt ertoe dat het opruimen van zwerfafval en het schoonhouden van wegen als taak van de gemeente wordt gezien. Daarnaast is ook artikel 5 van Wegenverkeerswet van belang. Dit artikel verbiedt verkeersdeelnemers zich zo te gedragen dat als gevolg van zijn of haar gedrag gevaar of hinder ontstaat. Dit betekent dus bijvoorbeeld ook dat de weg niet mag worden bevuild. -----------Dit antwoord verbaast ons, want er staan wel degelijk artikelen in de APV die wel degelijk gaan (of gingen) over het schoonhouden van wegen, fietspaden en wandelpaden: Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen in 2009) Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. De eigenaar of houder van de hond is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van de hond in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom direct worden opgeruimd. 2.
De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met een hond op of aan de weg bevindt een deugdelijk opruimmiddel bij zich te hebben. Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Misschien was onze vraag niet duidelijk genoeg gesteld. Daarom hierbij een nadere technische vraag: Graag ontvangen wij alsnog een reactie op de vraag hoe de regels t.a.v. het voorkomen van vervuiling van fiets- en wandelpaden in onze gemeente met poep van koeien en schapen geduid moeten worden. Met andere woorden: een toelichting op artikel 2:62. Als er in verschillende situaties die onze gemeente kent verschillende regels gelden, dan ontvangen wij graag een uiteenzetting van die verschillen (met verwijzing naar wet- en regelgeving en/of lokale besluiten).
Antwoord De ruime strekking van de vragen voor de meningsvormende raadsvergadering van 21 januari jl. heeft geleid tot de beantwoording zoals deze heeft plaatsgevonden. Een relatie met het vervallen artikel veroorzaken van gladheid 2:13 Apv, opruimplicht voor honden artikel 2:58 Apv of Loslopend vee art. 2:62 Apv, zoals thans door u in de vraagstelling genoemd, stond ons daarbij niet voor ogen.
De vraagstelling is door u op 25 januari verduidelijk en beperkt zich tot thans tot artikel 2:62 Apv Loslopend vee. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. De vraag wordt gesteld hoe de regels t.a.v. het voorkomen van vervuiling van fiets- en wandelpaden met poep van koeien en schapen geduid moet worden. Concreet vraagt u om een toelichting op artikel 2:62 Loslopend vee. Verder wordt de volgende vervolgvraag gesteld. Als er in verschillende situaties die onze gemeente kent verschillende regels gelden, dan ontvangen wij graag een uiteenzetting van die verschillen (met verwijzing naar wet- en regelgeving en/of lokale besluiten).
Woord vooraf Alvorens tot beantwoording over te gaan wordt opgemerkt dat in het onderhavige voorstel tot de 10e wijziging van de Apv een wijziging van het bewuste artikel 2:62 niet is opgenomen. Nu het betreffende artikel niet wordt gewijzigd bestaat er géén direct verband met het raadsvoorstel en is de vraagstelling aan te merken als zijnde van algemene aard.
Beantwoording specifieke vraag De Apv van Nieuwkoop hanteert de model-bepaling van de Vereniging van Nederlandse gemeenten. De toelichting van de VNG op dit artikel is dan ook geraadpleegd. Het betreft een zogenaamde facultatieve bepaling en daarom zal men dit artikel niet in elke Apv aantreffen. Voor zover van belang staat in de toelichting het volgende opgenomen: “Het verbod dient mede de verkeersveiligheid. Herhaaldelijk gebeuren er verkeersongelukken doordat een paard, een koe of een ander dier uit een weiland is uitgebroken en zich op de weg bevindt. De verplichting om dit zoveel mogelijk te voorkomen is daarom op zijn plaats.” Geconcludeerd moet worden dat het artikel geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente. Een onderscheid naar delen van de gemeente wordt niet gemaakt. Aan het artikel ligt het motief van de verkeersveiligheid ten grondslag. Voor alle duidelijkheid ziet dit artikel niet op (het voorkomen van) vervuiling van fiets- en of wandelpaden met poep van koeien en schapen (of het schoonhouden van dergelijk vervuilde fiets- en of wandel paden). De gestelde vraag is hiermee beantwoord. Zoals in de beantwoording voor de meningsvormende raad reeds is aangegeven raakt de problematiek het beleidsterrein van de afdeling Beheer openbare ruimte. Deze afdeling is bij de beantwoording betrokken.
Conform de eerste beantwoording geldt dat artikel 16 van de Wegenwet van belang is. Dit artikel bepaald dat een openbare weg in goede staat dient te worden gehouden door de wegbeheerder. De gemeente is verantwoordelijk voor de wegen waarover zij het beheer heeft, dit zijn niet per definitie alle wegen binnen de gemeentegrenzen. Omdat in de vraagstelling een algemene situatie wordt beschreven is lastig om te bepalen wie verantwoordelijk is voor het schoonhouden van de weg. Inwoners kunnen wanneer zij t.a.v. het schoonhouden gebreken constateren altijd een melding doen via de ‘verbeter de buurt app’ of via de website/klantcontact centrum. De melding zal dan worden opgepakt door de buitendienst en/of de betreffende wegbeheerder.