CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Monitoring en Capaciteit Duurzaamheidsprogramma

Meningsvormende raad I 30 maart 2023, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Monitoring en Capaciteit Duurzaamheidsprogramma4.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders

Raadsvoorstel

Portefeuillehouder: Tom de Kleer

Besluitvormende vergadering: 13 april 2023

Opgesteld door: Bertus Mertens/Peter van Dijk, Ruimtelijke Ontwikkeling & Grondbedrijf Registratienummer collegebesluit: 242656

Raadsnummer (niet invullen, dit vult de griffie in)

Titel / onderwerp: Monitoring en Capaciteit Duurzaamheidsprogramma Samenvatting: Op 18 maart 2021 is het duurzaamheidsprogramma 2021-2024 vastgesteld. In dit uitvoeringsprogramma is opgenomen dat de voortgang halverwege de looptijd wordt gemonitord en dat dit teruggekoppeld wordt aan de gemeenteraad. Voor deze monitoring zijn de prestatieindicatoren geanalyseerd. Op niet alle onderwerpen is de gewenste voortgang bereikt, maar bij de provinciale/landelijke taakstellingen met deadlines zijn de doelen behaald. De afgelopen twee jaar hebben er maatschappelijke en politieke veranderingen plaatsgevonden op het gebied van klimaat en energiebeleid. Ook kwamen er meerdere moties hierover vanuit de gemeenteraad. De hoeveelheid werkzaamheden buiten het duurzaamheidsprogramma om is daarmee sterk toegenomen. Het Rijk heeft voor de periode van 2023 t/m 2030, via een subsidieregeling, jaarlijks maximaal ruim €500.000 toegezegd aan de gemeente Nieuwkoop voor personele kosten voor klimaat en energiebeleid. Deze middelen kan de gemeente Nieuwkoop inzetten voor het aannemen van medewerkers die werken aan de uitvoering van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. De ambities van de raad, monitoring van het duurzaamheidsprogramma en de doelstellingen van het Rijk geven aan dat er een enorme opgave ligt op het gebied van klimaat- en energiebeleid.

De ambtelijke capaciteit is momenteel onvoldoende om deze opgave uit te voeren. Bovendien bestaat de huidige formatie, op basis van besluitvorming bij de vaststelling van het duurzaamheidsprogramma, voor een deel uit een tijdelijke toevoeging tot eind 2023. Om te voldoen aan de doelen van het Rijk is een structurele uitbreiding van capaciteit noodzakelijk. Er zijn drie scenario's uitgewerkt voor de invulling van de te ontvangen middelen.

1

Pagina 2 van 10

Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld het volgende te besluiten: 1. Kennis te nemen van de monitoring van de voortgang van het duurzaamheidsprogramma 2021- 2024; 2. In te stemmen met de uitvoering van scenario 3 (uitbreiding van de formatie met 5 fte) voor uitvoering van de gemeentelijke taken met betrekking tot duurzaamheid en de energietransitie. 3. De financiële consequenties van 1. de ontvangst van Rijksmiddelen (€ 502.000 baten), 2. de formatie-uitbreiding ten behoeve van Duurzaamheid (€ 245.000 lasten) en 3. het restant van de te ontvangen middelen te storten in de reserve Duurzaamheid (€ 167.000 lasten) voor het jaar 2023 te verwerken in de begroting 2023. En de financiële consequenties voor de jaren erna te verwerken in de MJB 2024-2027. 4. Een budget van structureel € 50.000 beschikbaar te stellen voor de inhuur van externe expertise en advies op het gebied van duurzaamheid en energietransitie en dit te dekken ten laste van de uitvoeringsmiddelen klimaat en energiebeleid. 5. Een budget van incidenteel (2023) € 40.000 beschikbaar te stellen voor werving en selectie en dit te dekken ten laste van de uitvoeringsmiddelen klimaat en energiebeleid. 6. Begrotingswijziging nr. 2023-05 vast te stellen. burgemeester en wethouders van Nieuwkoop

2

Pagina 3 van 10

TOELICHTING

Inleiding / aanleiding Bij de vaststelling van het duurzaamheidsprogramma op 18 maart 2021 is afgesproken om de gemeenteraad halverwege de looptijd van het programma te informeren over de voortgang. Hiervoor zijn prestatie-indicatoren opgesteld voor de verschillende onderdelen van het programma. Voor elk van deze prestatie-indicatoren is in bijlage 1 een korte samenvatting opgesteld. Ook is er een overzicht gemaakt van de werkzaamheden die er buiten het programma om zijn bijgekomen. • Korte samenvatting monitoring voortgang Het duurzaamheidsprogramma geeft uitvoering aan veel verschillende doelstellingen. Vanuit de gemeente Nieuwkoop werken de afdelingen samen met ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners om de doelen te bereiken. Omvangrijke opdrachten van het Rijk zoals de transitievisie warmte en de RES 1.0 zijn succesvol afgerond. Ook is er in samenwerking met de gebiedscoöperatie Nieuwkoop een actief netwerk van energiecoaches opgericht met veertien coaches, zes coaches in opleiding en acht aspirant coaches die willen starten met de opleiding. Over het algemeen zijn de projecten (volledig of deels) uitgevoerd. Toch zijn er onderdelen waar een tekort aan capaciteit, mede door extra taken en doelstellingen die na vaststelling van het duurzaamheidsprogramma bij de gemeente terecht zijn gekomen, geleid heeft tot een lagere prioritering/uitstel.

Een voorbeeld hiervan zijn de projecten met betrekking tot circulariteit. De doelstellingen van het Rijk zijn een stuk minder concreet bij circulariteit dan bij bijvoorbeeld bij energie. Ook voelt een deel van de ondernemers de urgentie bij dit onderwerp wat minder en ligt (zeker het afgelopen jaar) de focus meer op energie. Maar ook de opgave om wijken in Nieuwkoop te isoleren en gereed te maken voor aardgasvrij verwarmen zou kunnen versnellen met meer capaciteit. Het organiseren van en communiceren over straat-voor-straat acties en wijkaanpakken vergt veel inzet. • Reflectie Het duurzaamheidsprogramma werd twee jaar geleden vastgesteld. Na de vaststelling hebben er omvangrijke veranderingen plaatsgevonden in zowel maatschappelijke ontwikkelingen als klimaat- en energiebeleid. Naast de energiecrisis en het uit gratie vallen van Russisch gas, heeft de regering sinds het coalitieakkoord een veelvoud van ambitieuze duurzaamheidsmaatregelen vastgesteld. Duurzaamheid is een grote rol gaan spelen in andere domeinen. Enkele voorbeelden zijn: verduurzaming van bedrijventerreinen, energiearmoede, (nieuw)bouwprojecten en de algemene maatschappelijke betrokkenheid (participatie, communicatie, inwoner-initiatieven). Ook in de gemeenteraad is er veel aandacht voor duurzaamheid en energie. Dit uitte zich in verschillende moties en uitgesproken ambities.

Een recent voorbeeld is de motie van het energiefonds. De nieuwe taken zorgden ervoor dat sommige andere taken vanuit het duurzaamheidsprogramma vertraging hebben opgelopen. • Capaciteit uitvoering duurzaamheidsprogramma Over de hele breedte van gemeenten tot de Europese Unie worden doelstellingen aangescherpt, subsidieregelingen in het leven geroepen en nieuw beleid opgesteld. Dit biedt kansen voor de uitvoering, maar levert ook werk op. Daarnaast verandert ook de taakstelling waarmee gemeenten werken. Nieuwe wetgeving in de vorm van onder andere de Omgevingswet, de Warmtewet, de Wet Collectieve Warmte en de Energiewet leggen meer taken bij de gemeenten. Voor een succesvolle uitvoering van het duurzaamheidsprogramma, de uitvoering van nieuwe taken vanuit het Rijk en een toekomstbestendig klimaat en energiebeleid is voldoende ambtelijke capaciteit nodig. Het onderzoek (bijlage 3) van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) benadrukt dit. In de passage hieronder is te 3

Pagina 4 van 10 lezen dat volgens dit onderzoek kleine gemeenten (gemiddeld 22.900 inwoners) 8-9 extra fte nodig zullen hebben voor de uitvoeringslasten in de periode 2022-2030 ten gevolge van de afspraken uit het Klimaatakkoord. In de besluitvormende raadsvergadering van 23 februari 2022 gaf de gemeenteraad in het amendement “Verbetering invulling motie Energiefonds; naar een blijvend betaalbare energierekening voor iedereen” het college opdracht om de benodigde capaciteit voor straat-voor-straat aanpakken mee te nemen in dit raadsvoorstel. In dit raadsvoorstel geeft het college de capaciteit aan die er minimaal nodig is voor het realiseren van straat-voor-straat aanpakken. De komende tijd willen we onze aanpak met betrekking tot de straat-voor-straat aanpakken verder uitwerken en kijken of meer nodig is om de ambitie van de raad waar te kunnen maken; uiteraard nemen we uw raad hierin mee. Zoals ook is te lezen in de hieronder weergegeven passage, zijn volgens de ROB wijkgerichte (o.a. straat-voor-straat) aanpakken voor verduurzaming van gebouwen de belangrijkste redenen voor de volgens hem benodigde extra 8-9 fte voor kleine gemeenten. Juist het tegelijkertijd kunnen uitvoeren van verschillende wijk/straat aanpakken vereist veel capaciteit. Met meer capaciteit kunnen er meer aanpakken binnen dezelfde periode gerealiseerd worden.

Minister Jetten heeft op 25 oktober 2022 een brief gestuurd (bijlage 2) over de financiële middelen ten behoeve van de ambtelijke capaciteit die nodig zijn voor het behalen van de aangescherpte duurzaamheidsambities. De gemeente Nieuwkoop zal hiervoor, via een subsidieregeling, in de periode van 2023 t/m 2030 jaarlijks (maximaal) meer dan een half miljoen euro ontvangen. In dit raadsvoorstel zijn bij het kopje “Varianten met argumenten voor en tegen” drie scenario's voorgesteld voor de invulling van deze middelen. Beoogd (maatschappelijk) effect De monitoring van de voortgang is opgenomen in het duurzaamheidsprogramma om de stappen in de route naar het behalen van de ambitieuze klimaatdoelen SMART te kunnen volgen. Een tweede beoogd effect is het aantrekken van voldoende personele capaciteit om de duurzaamheidsopgaven te kunnen realiseren. Kader / eerdere besluiten / voorgeschiedenis De monitoring van het duurzaamheidsprogramma is afgesproken bij de vaststelling van het programma in 2021. Het kader van de uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid is dat het Rijk taken geeft aan gemeenten en voor de uitvoering van deze taken ook middelen beschikbaar stelt. Participatie / betrokken partijen / personen De monitoring van de doelstellingen uit het duurzaamheidsprogramma is een interne aangelegenheid, hierop is geen participatie toegepast.

Ditzelfde geldt voor het voorstel met betrekking tot de ambtelijke capaciteit voor de uitvoering van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Duurzaamheidsaspecten

4

Pagina 5 van 10 Monitoring van de voortgang van het duurzaamheidsprogramma en voldoende ambtelijke capaciteit dragen bij aan de duurzaamheidsambities van onze gemeente. Gezondheid Het streven naar een duurzame samenleving kan een positief effect op de gezondheid van inwoners hebben. Zo kan de combinatie van hoge energiekosten en armoede ongezonde stress opleveren. Varianten met argumenten voor en tegen Het klimaat en energiebeleid van de gemeente Nieuwkoop is weergegeven in het Beleidskader Duurzaamheid en het Duurzaamheidsprogramma 2021-2024. Dit zijn integrale opgaven die door verschillende medewerkers van de gemeente worden opgepakt. De coördinatie van het programma en het grootste deel van de opgaven (waaronder energie) liggen bij team Ruimte & Economie. Bij vaststelling van het duurzaamheidsprogramma is de gemeenteraad akkoord gegaan met het scenario “basis verlengd” voor extra ambtelijke inzet. Bij dit scenario is er tijdelijk (tot eind 2023) 1 fte bij team Ruimte & Economie en 0,5 fte bij team Communicatie aangenomen voor duurzaamheid. De huidige capaciteit is: Functie Procesmanager Energietransitie (RO&G) Beleidsmedewerker Duurzaamheid (RO&G) Medewerker Klimaatadaptatie (BOR) *Tijdelijk Beleidsmedewerker Duurzaamheid* (RO&G) *Tijdelijk Communicatieadviseur Duurzaamheid* (PUZA)

Fte: 1 1 1 1 0,5

Zoals is weergegeven in de inleiding is de druk op de ambtelijke capaciteit toegenomen. Er zijn meerdere opgaven en taken bijgekomen. Deels gaat het om concretisering van taken de benoemd worden in bijlage 3 pagina 19 maar additioneel komen daar nieuwe taken zoals de regierol bij de organisatie van warmtenetten bij. Deze druk is erkend door de minister met de uitvoeringsmiddelen. Het versterken van de capaciteit op klimaat en energiebeleid om inhoudelijke redenen valt samen met het aflopen van de tijdelijke 1,5 fte. Voor het behoud van kennis en continuïteit in de uitvoering, is het structureel maken van de tijdelijke functies zeer wenselijk. De klimaatdoelen van 2030 & 2050 en het structurele karakter van de uitvoeringsmiddelen t/m 2030 onderstrepen het belang van langdurige ambtelijke inzet. Er zijn drie scenario’s opgesteld om (deels) gebruik te maken van de toegekende middelen met een oplopend ambitieniveau. Bij elk scenario is een korte toelichting gegeven van de uitbreidingen in inzet en de beperkingen. Scenario 1 Uitbreiding van de huidige formatie met 3 fte (waarvan op dit moment 1,5 fte tijdelijk).  Uitbreidingen in inzet: Het stimuleren van kleinschalige duurzame opwek (zon op dak & kleinschalige windturbines). Het uitvoeren van de motie energiefonds en het nationaal isolatie programma. Het stimuleren van groene daken.

Communicatie over duurzaamheid in verschillende media (Nieuwkoops Nieuws, sociale media, website duurzaam-nieuwkoop.nl). Het uitvoeren van uitgebreide communicatie en participatietrajecten. Het uitvoeren van de aanpak energiearmoede. Het herijken van de transitievisie warmte. Het inspelen op de Wet Collectieve Warmte door het onderzoeken en mogelijk ontwikkelen van warmtenetten. Samen met ondernemers werken aan slimme energiesystemen.  Beperkingen in inzet: In feite betekent dit scenario 1,5 fte uitbreiding ten opzichte van de situatie de afgelopen twee jaar. Met dit scenario zal er een matige versnelling plaatsvinden in de warmte transitie en woningisolatie, 5

Pagina 6 van 10 omdat er enkele wijkaanpakken en isolatieacties tegelijk uitgevoerd worden. Daarnaast zal er beperkte capaciteit zijn om projecten te organiseren op het gebied van circulariteit, maatschappelijk verantwoord inkopen en opdrachtgeven en verduurzaming in het landelijk gebied. Daarnaast is dit scenario minder toekomstbestendig. Bij nieuwe taken en/of subsidies vanuit het rijk zal de werkdruk snel te groot worden. Ook is er weinig ruimte om in te spelen op initiatieven van inwoners en maatschappelijke organisaties. Moties van de gemeenteraad kunnen vertraging oplopen in de uitvoering. Scenario 2 Uitbreiding van de huidige formatie met 4 fte (waarvan op dit moment 1,5 fte tijdelijk).  Uitbreidingen in inzet: Alle uitbreidingen van scenario 1. Bovendien kan er een sterkere versnelling plaatsvinden in de warmte transitie, omdat er iets meer wijkaanpakken en isolatieacties tegelijk uitgevoerd kunnen worden. Ook ontstaat meer ruimte om nieuwe aanpakken te organiseren en bijvoorbeeld subsidies binnen te halen van de provincie en het Rijk.  Beperkingen in inzet: Het cluster duurzaamheid zal naast het uitvoeren van wijkaanpakken ook werken aan projecten op het gebied van circulariteit, maatschappelijk verantwoord inkopen en opdrachtgeven, verduurzaming van het eigen vastgoed en verduurzaming in het landelijk gebied.

Bij veel nieuwe taken en/of subsidies vanuit het rijk kan er vertraging in de uitvoering plaatsvinden. Scenario 3 Uitbreiding van de huidige formatie met 5 fte fte (waarvan op dit moment 1,5 fte tijdelijk). Daarnaast zal er bij de herijking van de transitievisie warmte (Q4 2023) worden geëvalueerd of er additionele capaciteit nodig is voor versnelling van de wijkgerichte aanpakken.  Uitbreidingen in inzet: Alle uitbreidingen van scenario 1 en 2. Additioneel is er voldoende capaciteit om projecten te organiseren op het gebied van circulariteit, maatschappelijk verantwoord inkopen en opdrachtgeven en verduurzaming in het landelijk gebied. Daarnaast is er meer capaciteit om inwoners te begeleiden in de verduurzaming van hun woning en acties te organiseren voor het landelijk gebied. Deze toename in fte betekent ook snellere uitvoering in de wijkgerichte aanpakken. De medewerkers kunnen zich focussen op deelgebieden en kunnen daardoor meer tijd overhouden om verschillende wijkaanpakken tegelijkertijd uit te voeren.  Beperkingen in inzet: Voor de resterende looptijd van het vastgestelde duurzaamheidsprogramma verwachten wij zo een flinke versnelling van de uitvoering te realiseren. Op basis van zijn onderzoek concludeert de ROB dat voor een doorsnee kleine gemeente zo'n 8-9 extra fte nodig is. Hierbij ligt het zwaartepunt op het tegelijkertijd uitvoeren van wijkgerichte aanpakken.

Ook gaan de ontwikkelingen op landelijk niveau voor klimaat en energiebeleid in een hoog tempo. Mogelijk zullen wij in de komende jaren daarom voorstellen doen voor additionele uitbreiding van de formatie voor dit taakveld. • Voorstel: Keuze voor scenario 3 (+ herijking Q4 2023) Voor het behalen van de doelen uit het beleidskader duurzaamheid, een toekomstbestendige ambtelijke capaciteit en de benutting van de uitvoeringsmiddelen stellen wij voor te besluiten tot het scenario 3. Op basis van het onderzoek van de ROB wordt ingeschat dat kleine gemeenten 8-9 extra fte nodig hebben om de taken van Rijk op klimaat en energiegebied uit te kunnen voeren. Met de structurele toevoeging van 5 fte (waarvan 1,5 fte voortzetting van tijdelijke functies) kan een flinke slag worden geslagen ten opzichte van de huidige en aankomende taken. We geven daarmee volledig invulling aan het maximale bedrag uitvoeringsmiddelen dat we van het Rijk kunnen ontvangen. 6

Pagina 7 van 10

Er kunnen met scenario 3 tegelijkertijd wijkgerichte aanpakken voor aardgasvrij en straat-voor-straat acties voor woningisolatie georganiseerd worden. Juist in combinatie met het op te stellen energiefonds kunnen inwoners van Nieuwkoop hiermee structureel ondersteund worden in het verlagen van de energierekening. Het is op dit moment lastig exact aan te geven hoeveel wijkaanpakken en straat-voor-straat acties er naast elkaar kunnen lopen met deze capaciteit. De formatie-uitbreiding voor het taakveld Duurzaamheid van 3 fte (structureel) naar 8 fte is flink, echter het taakveld is zeer breed en divers. Wijkgerichte aanpakken voor het verduurzamen van gebouwen zijn arbeidsintensief en mede om die reden benoemd als de grootste uitdaging qua capaciteit door de ROB. Daarnaast zijn er onzekerheden in wetgeving, taakstellingen en subsidiemogelijkheden. Bij de herijking van de transitievisie warmte zal een stand van zaken opgemaakt worden ten aanzien van de ambities om te komen tot aardgasvrije wijken. Ook wordt een planning gemaakt van wijkgerichte aanpakken op kansrijke locaties. Dit geeft de kans om een scherper beeld te krijgen van de exacte opgaven en de benodigde capaciteit om die het hoofd te bieden.

Indien wij dit noodzakelijk achten, zal het college bij de herijking van de transitievisie warmte in Q4 2023 tevens een voorstel toevoegen voor additionele personele uitbreiding vanaf 2024. Onderzoek, advisering en ondersteuning Naast de capaciteitsuitbreiding stellen wij voor structureel een budget (€ 50.000) op te nemen voor extern onderzoek, advisering en ondersteuning op specialistische onderwerpen. De transformatie naar een duurzamer wereld en de energietransitie kennen een zeer divers en breed scala van taken waarbij het onvermijdelijk is dat regelmatig externe expertise wordt ingeschakeld. Het is onmogelijk, en ondoelmatig om alle kennis in huis te hebben. Denk hierbij aan technische kennis als het gaat over de aanleg van warmtenetten (bijvoorbeeld bij het IKC Langeraar en IKC Woerdense Verlaat), juridische kennis over samenwerkings-/corporatiemodellen, exploitatiemodellen en kostenberekeningen, etc. De regeling voor extra middelen biedt de ruimte deze kosten te dekken. Werving en selectie nieuwe medewerkers Om alle vacatures in te kunnen vullen en mensen een goede start te geven, zullen we de vacatures mogelijk gefaseerd (tussen nu en eind 2023) uitzetten.

Om succesvol te kunnen zijn bij de werving en selectie in een krappe arbeidsmarkt (zie ook onder kanttekeningen) vragen we incidenteel een budget (€ 40.000) beschikbaar te stellen vanuit de extra middelen die we ontvangen. Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld het volgende te besluiten: 1. Kennis te nemen van de monitoring van de voortgang van het duurzaamheidsprogramma 20212024; 2. In te stemmen met de uitvoering van scenario 3 (uitbreiding van de formatie met 5 fte) voor uitvoering van de gemeentelijke taken met betrekking tot duurzaamheid en de energietransitie. 3. De financiële consequenties van 1. de ontvangst van Rijksmiddelen (€ 502.000 baten), 2. de formatie-uitbreiding ten behoeve van Duurzaamheid (€ 245.000 lasten) en 3. het restant van de te ontvangen middelen te storten in de reserve Duurzaamheid (€ 167.000 lasten) voor het jaar 2023 te verwerken in de begroting 2023. En de financiële consequenties voor de jaren erna te verwerken in de MJB 2024-2027. 4. Een budget van structureel € 50.000 beschikbaar te stellen voor de inhuur van externe expertise en advies op het gebied van duurzaamheid en energietransitie en dit te dekken ten laste van de uitvoeringsmiddelen klimaat en energiebeleid. 5. Een budget van incidenteel (2023) € 40.000 beschikbaar te stellen voor werving en selectie en dit te dekken ten laste van de uitvoeringsmiddelen klimaat en energiebeleid.

6. Begrotingswijziging nr. 2023-05 vast te stellen. Kanttekeningen / risico’s en beheersmaatregelen 7

Pagina 8 van 10 • Reeds ondernomen actie Elk van de 344 gemeenten van Nederland kan, naar rato van inwoneraantal, extra uitvoeringsmiddelen aanvragen. Een voorbeeld is dat de gemeente Amsterdam jaarlijks maximaal € 16 miljoen kan ontvangen voor het aannemen van ambtelijke inzet. Dit zal, in combinatie met de huidige krapte, een serieus tekort op de arbeidsmarkt tot gevolg hebben. Daarom heeft het college de werving al opgestart. Afhankelijk van besluitvorming door de raad, intensiveren we het wervingsproces volgens het gekozen scenario • Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De financiële middelen voor uitvoeringscapaciteit worden via een subsidieregeling (de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid) beschikbaar gesteld. Na een aanvraag en toekenning moeten wij de besteding van de middelen achteraf verantwoorden doormiddel van een 'lichte financiële verantwoording'. Zijn middelen niet besteed aan het doel waarvoor ze zijn ontvangen dan zullen we deze aan het Rijk moeten terugbetalen. Middelen die worden ontvangen via een subsidieregeling met verantwoording achteraf zijn altijd minder zeker, dan een uitkering via bijvoorbeeld het Gemeentefonds. Als achteraf discussie ontstaat over of uitgaven wel of net niet aan de regeling voldoen, kunnen middelen (deels) worden teruggevorderd.

Als beheersmaatregel zullen we de subsidieregeling en –voorwaarden steeds scherp in beeld houden en de uitgaven specifiek voor dit taakveld goed registeren. Om er zo voldoende zeker van te zijn dat de uitvoeringsmiddelen ook daadwerkelijk ontvangen worden. Op basis van de vereiste verantwoording zal het naar verwachting mogelijk zijn om, al vanaf 2023, de volledige € 500.000 te verantwoorden. Mocht dit in 2023 nog niet lukken voor het volledige beschikbare bedrag, dan kan een deel van het budget van dit jaar worden verantwoord over de jaren 2024-2025. Het is namelijk mogelijk de bedragen twee keer een jaar door te schuiven. Looptijd regeling De looptijd van de tijdelijke regeling CDOKE is drie jaar (2023 t/m 2025). Financiële middelen zijn door de minister echter voor een langere tijd in het vooruitzicht gesteld (tenminste t/m 2030). De minister heeft hierover in zijn brief van oktober jaar gezegd: “Door inzicht te geven in deze budgetreeks wil ik u voldoende vertrouwen geven te kunnen investeren in vaste formatie waarmee u de uitdagingen van de klimaatopgave kan aanpakken.” De minister zei in dezelfde brief ook: “Het bedrag dat gemeenten in 2023 als basisfinanciering wordt [zo’n € 500.000 voor Nieuwkoop] is in principe ook het minimale bedrag dat gemeenten tot 2030 jaarlijks wordt toegekend.

Het enige voorbehoud hier is dat de herijking kan leiden tot gewijzigde inzichten wat er nodig is aan middelen.” Deze laatste zin maakt een voorbehoud op de uitkering van (het gehele bedrag van) de Rijksmiddelen per gemeente. Later in de brief zegt de minister hierover, dit komt in vergelijkbare bewoording terug in de toelichting op de regeling en beantwoording van vragen door de RVO: “In de bestuurlijke afspraken is vastgelegd dat de benodigde uitvoeringsmiddelen in 2024 herijkt zullen worden. In deze herijking worden de taken en middelen mede naar aanleiding van de opgedane ervaring in de uitvoering aangepast naar de meest actuele inzichten voor de periode 2026 - 2030.” Er zijn de gemeenten dus middelen in het vooruitzicht gesteld tot en met tenminste 2030, deze middelen zijn vanuit het Coalitieakkoord van het kabinet ook geoormerkt voor uitvoeringskosten van de gemeenten en provincies. Er is echter geen harde garantie dat aan de huidige verdeling ook tot en met 2030 zal worden vastgehouden. Risico’s Belangrijkste risico’s van de tijdelijke regeling CDOKE zoals deze nu is zijn:

8

Pagina 9 van 10 1. Voor de periode 2026-2030 wordt de verdeling van de Rijksmiddelen (significant) aangepast. Mocht Nieuwkoop vanaf 2026 minder gelden van het Rijk ontvangen dan ontstaat een gat in de dekking van het raadsvoorstel voor formatie-uitbreiding. 2. De verantwoording van de gemeente Nieuwkoop is onvoldoende om de besteding van de middelen die we op basis van de regeling ontvangen te onderbouwen. Dit laatste lijkt onwaarschijnlijk op basis van de opzet van de regeling en de verantwoording die daarbij vereist is. We zullen zorg moeten dragen voor een zorgvuldige verantwoording maar dit is ook mogelijk wanneer de formatie wordt uitgebreid. Als beheersmaatregel voor de genoemde risico's zullen we de eerste jaren, waar mogelijk, werken met tijdelijk contracten. De RVO heeft toegezegd dat wordt gezocht naar de 'mogelijkheid om gemeenten wel meerjarige zekerheid te kunnen geven'. Mochten de inzichten van de minister en daarmee de verdeling van de gelden desondanks toch significant wijzigen, dan kan op doormiddel van genoemde beheersmaatregel de organisatie versneld worden afgebouwd, als college en raad dat wensen. Daarmee zullen uiteraard ook de ambities significant moeten worden bijgesteld. • Structurele functies met middelen tot en met 2030 Het kabinet heeft voorlopig middelen gereserveerd tot en met 2030. Over middelen na 2030 is nog geen duidelijkheid.

Het risico bestaat dus dat de middelen niet worden voortgezet na 2030. Het klimaatakkoord loopt na 2030 door (tot 2050) en de energietransitie en transitie naar een meer duurzame en circulaire wereld zullen in 2030 nog zeker niet afgerond zijn, evenals de rol van de overheid hierbij. Toch zal als beheersmaatregel bij personele mutaties tussen nu en 2030 steeds gekeken worden of het opnieuw invullen van functies noodzakelijk is en of dekking voldoende gegarandeerd is. • Aansturing/ondersteuning uitbreiding formatie en taakstelling Met een personele uitbreiding groeit ook het team Ruimte en Economie. Het team is al groot, 16 fte (waarvan 1 tijdelijk) en zal dan 19 fte (20 medewerkers) omvatten. Kijkend naar de breedte, de zwaarte en de bestuurlijk en politieke gevoeligheid van de taakstelling van dit team, lijkt het een onmogelijke opgave dit team aan te laten sturen door één teamleider. Voor een goede aansturing achten wij het aanstellen van een extra teamleider, en daarmee opsplitsing van het team, noodzakelijk. Daarnaast zorgt formatie-uitbreiding ook voor extra druk op de ondersteunende functies als financieel en juridisch advies. De formatie voor deze functies wordt niet bij iedere extra fte uitgebreid, op de lange termijn zal echter bekeken moeten worden of de formatie van de ondersteunende functies volstaat.

• Krapte op de arbeidsmarkt De arbeidsmarkt is op dit moment erg krap, recente vacatures hebben laten zien dat het niet eenvoudig is vacatures in te vullen. Mede door de uitvoeringsmiddelen die het Rijk voor alle gemeenten beschikbaar heeft gesteld, wordt op het beleidsterrein Duurzaamheid en Energietransitie op dit moment ook intensief geworven door andere gemeenten en organisaties. We zullen daarom moeten kijken hoe snel wij de nieuwe formatieplekken kwalitatief goed kunnen invullen. Hierbij denken we ook weer aan het zelf opleiden van ‘young professionals’ en gemotiveerde sollicitanten vanuit aanpalende beleidsterreinen. Hier hebben wij goede ervaringen mee, bijvoorbeeld bij de werving voor het team Woningbouw. We zullen ons wel moeten beseffen dat het, door de tijd en energie die werving en opleiding van nieuwe medewerkers zal kosten, enige tijd zal duren voordat versnelling van de uitvoering zichtbaar wordt. Financiële en Juridische gevolgen Voor ambtelijke- en uitvoeringscapaciteit om de taken die bij gemeenten zijn neergelegd te kunnen uitvoeren en daarmee de doelstellingen van het klimaatakkoord te kunnen bereiken, heeft het Rijk via 9

Pagina 10 van 10 een subsidieregeling middelen beschikbaar gesteld. Het gaat specifiek voor de gemeente Nieuwkoop maximaal om onderstaande bedragen. 2022

2023

2024

2025

2026 t/m 2030

222.000

502.000

506.000

511.000

Soortgelijk bedrag

We kunnen hiermee vanaf 2023 maximaal ruim € 500.000 extra baten ontvangen voor dekking van de extra personele lasten. De totale extra personeelslasten in scenario 3, voor de uitbreiding met 5 fte en aansturing hiervan, bedragen € 472.000. Dekking In de Meerjarenbegroting 2023-2026 is al rekening gehouden met structurele dekking voor de 1,5 fte formatieruimte (€ 128.000) die nu nog tijdelijk is (1 fte beleidsmedewerker en 0,5 fte communicatieadviseur). Over de structurele invulling is echter nog geen raadsbesluit genomen, dat gebeurt met dit raadsvoorstel. Voor dekking van de functie teamleider gaan we uit van vijftig procent dekking ten laste van de extra uitvoeringsmiddelen duurzaamheid, de andere vijftig procent wordt opgevangen binnen de bestaande formatie. Voor de verschillende scenario’s zou hiermee de nieuw te dekken structurele last voor personeelskosten in de begroting als volgt zijn. Scenario 1 € 196.000

Scenario 2 € 259.000

Scenario 3 € 344.000

In 2023 zullen deze lasten lager uitvallen (€ 245.000 in scenario 3) doordat het jaar al is begonnen en werving en selectie grotendeels nog plaats zal moeten vinden. Zoals toegelicht stellen wij voor naast de capaciteitsuitbreiding structureel een budget van € 50.000 op te nemen voor extern onderzoek, advisering en ondersteuning op specialistische onderwerpen en incidenteel een budget van € 40.000 voor werving en selectie van de nieuwe medewerkers. De hogere lasten kunnen gedekt worden met de extra Rijksmiddelen. Als de raad besluit tot het voorgestelde scenario 3, de kosten voor werving en selectie en een structureel budget voor externe kennis is in 2023 nog een deel (€ 167.000) van de Rijksmiddelen beschikbaar. Voorgesteld wordt deze middelen voorlopig te storten in de Reserve Duurzaamheid. Dit zorgt dat de middelen beschikbaar blijven binnen het taakveld waarvoor we ze ontvangen en geeft ruimte voor de dekking van uitvoeringskosten nu en in de toekomst. Doormiddel van bijgevoegde begrotingswijziging worden de bedragen voor 2023 in de begroting verwerkt, de bedragen voor 2024 en verder zullen wij in de Meerjarenbegroting 2024-2027 verwerken.

Bijlagen Bijlage 1: Monitoring voortgang duurzaamheidsprogramma (ter kennisname) Bijlage 2: Brief Minister Jetten Uitvoeringsmiddelen Klimaat en Energiebeleid (ter informatie) Bijlage 3: Onderzoek Raad voor het Openbaar Bestuur Gemeentelijke capaciteit (ter informatie) Bijlage 4: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Advies meningsvormende raad

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=0358ff4f-b93e-4258-9125-c327ec308e95