Raadsvoorstel Belastingverordeningen en -tarieven 2024
Tekst van het document
Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders
Raadsvoorstel
Portefeuillehouder: Antoinette Ingwersen
Besluitvormende vergadering: 14 december 2023
Opgesteld door: Erik Wietses, BV Financien
Registratienummer collegebesluit: 307251
Raadsnummer (niet invullen, dit vult de griffie in)
Titel / onderwerp: Belastingverordeningen en -tarieven 2024 Samenvatting:
Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld te besluiten tot vaststelling van de volgende belastingverordeningen en tarieventabellen: a) Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaak belastingen 2024; b) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024; c) Eerste wijziging op de Verordening afvalstoffenheffing 2023; d) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024; e) Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2024; f) Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten 2024 en de tarieventabel begraafplaatsrechten 2024; g) Verordening op de heffing en invordering van leges 2024 en de tarieventabel leges 2024; h) Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2024; i) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2024; j) Verordening op de heffing en invordering van standplaatsrechten 2024; k) Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2024.
burgemeester en wethouders van Nieuwkoop
1
Pagina 2 van 8
TOELICHTING
Inleiding/ aanleiding In de Kadernota 2024 heeft uw raad de financiële uitgangspunten voor de begroting 2024 en de meerjarenramingen vastgesteld. Dit jaar is het inflatiepercentage bepaald op 3,1. In dit voorstel treft u de aanpassingen en verhogingen aan van de gemeentelijke tarieven en belastingen. Wij hebben ook een aantal verordeningen juridisch geactualiseerd. De methode voor het bepalen van de tarieven en het bepalen van de kostendekkendheid hebben wij uitgewerkt in de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2024 – 2027. Beoogd (maatschappelijk) effect Het leveren van een financiële bijdrage aan de openbare uitgaven van de gemeente Nieuwkoop en het betalen voor een door de gemeente Nieuwkoop geleverde individuele dienst. Kader/ eerdere besluiten/ voorgeschiedenis Programmabegroting 2024-2027 In de paragraaf Lokale Heffingen staan de uitgangspunten voor de begroting van de belastingopbrengsten per soort: a. Onroerende zaak belastingen (OZB) De begroting voor de OZB gaat niet uit van een tarief, maar van een opbrengst. De gedachte hierachter is dat de totale OZB-opbrengst niet mag veranderen als gevolg van waarde fluctuaties op de onroerendgoedmarkt. Algemeen uitgangspunt is een jaarlijkse indexering van de OZB-opbrengst met het inflatiepercentage (2023: 3,1%).
De uitbreiding van het WOZ-areaal (toename aantal WOZobjecten) leidt tot een evenredige toename van de OZB-opbrengst. Bij de bepaling van de areaaluitbreiding wordt uitgegaan van het gerealiseerde WOZ-areaal in het lopende jaar en de prognose voor het begrotingsjaar. Overeenkomstig de Kadernota 2024 voeren wij een extra verhoging door van 7,6%. b. Rioolheffing In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021 – 2025 (raadsbesluit 5 november 2020) is vastgelegd dat de rioolheffing jaarlijks stijgt met de inflatie. Voor 2024 gaan we uit van 3,1%. c. Afvalstoffenheffing Om een kostendekkend tarief te bereiken volstaat een verhoging van de afvalstoffenheffing met de inflatie (3,1%). d. Roerende zaakbelasting De tarieven van de roerende zaakbelasting (RZB) moeten gelijk zijn aan die van de OZB. Voor de RZB-tarieven geldt dan ook hetzelfde als voor de OZB-tarieven. e. Begraafplaatsrechten In het Beleids- en Beheerplan Begraafplaatsen 2022 – 2026 is vastgelegd dat de begraafplaatsen jaarlijks stijgen met de inflatie. Voor 2024 gaan we uit van 3,1%. f. Leges Wij hanteren als algemeen uitgangspunt bij de leges een jaarlijkse indexering met het inflatiepercentage (3,1). Uitzonderingen hierop zijn leges die gebonden zijn aan wettelijke tarieven en leges waarvoor uitdrukkelijk voor een ander beleid is gekozen.
g, h, i) Overige belastingen Onder de overige belastingen vallen de forensenbelasting (h), de marktgelden (i) en de standplaatsrechten (j). Ook hier is ons algemene uitgangspunt is een indexering voor 2024 met 3,1%. j) Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid blijft in 2023 ongewijzigd. 2
Pagina 3 van 8
Uitwerking In dit voorstel werken we het in de begroting vastgestelde beleid uit. Hieronder leggen we per belastingsoort uit hoe we dat doen: Algemeen In algemene zin geldt dat we de tarieven voor 2023 niet afronden. Hierop hebben wij twee uitzonderingen gemaakt: 1. Voor de tarieven voor riool en afval geldt dat deze deelbaar moeten zijn door twaalf; 2. De tarieven voor de milieustraat zijn afgerond op hele euro’s. Dit vanwege de praktische uitvoerbaarheid ter plaatse. OZB De OZB-tarieven volgen uit het beschikbare WOZ-areaal (de waarde van alle WOZ-objecten samen) en de begrote OZB-opbrengsten. Onderstaand de ontwikkeling van het WOZ-areaal, de begrote opbrengsten 2024 en de daar uit volgende tarieven Areaal woningen
Verklaring verschil
Areaal 2023
5.352.000.000
Areaaluitbreiding
21.500.000
Areaal 2024
5.764.500.000
Waardeontwikkeling
391.000.000
Verschil
412.000.000
Areaal niet-woningen (eigenaren)
412.500.000 Verklaring verschil
Areaal 2023
550.500.000
Areaaluitbreiding
29.500.000
Areaal 2024
588.500.000
Waardeontwikkeling
8.500.000
Verschil
38.000.000
38.000.000
Areaal niet-woningen (gebruikers)
Verklaring verschil
Areaal 2023
475.500.000
Areaaluitbreiding
31.000.000
Areaal 2024
515.000.000
Waardeontwikkeling
8.500.000
Verschil
39.500.000
39.500.000
OZB soort
Areaal
Opbrengst 2024
Tarief
Woningen
5.764.500.000
6.144.370
0,1066%
Niet-woningen (eigenaren)
588.500.000
2.348.308
0,3990%
Niet-woningen (gebruikers)
515.000.000
1.657.785
0,3219%
Het areaal is gebaseerd op de meest actuele raming (september 2023) van SVHW. De mutatie ten opzichte van de begroting is verwerkt in de 2e Begrotingswijziging 2023. Tevens is in de opbrengsten rekening gehouden met een opbrengst van € 333.429 voor het ondernemingsfonds. Rioolheffing Een stijging van de rioolheffing met 3,1% leidt tot de volgende tarieven (met het oog op de maandelijkse afrekening zijn de voorgestelde tarieven deelbaar door 12):
3
Pagina 4 van 8
Omschrijving
Heffingsgrondslag
Tarief 2023
Tarief 2024
Stijging
Rioolheffing
Woningen
€ 219,72
€ 226,56
3,1 %
Rioolheffing
Recreatie-woningen
€ 109,80
€ 113,16
3,1 %
Rioolheffing
Niet-woningen
€ 219,72
€ 226,56
3,1 %
Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing leggen wij u twee belastingverordeningen voor, te weten een eerste wijziging op de Verordening Afvalstoffenheffing 2023 en een nieuwe verordening afvalstoffenheffing. Verordening afvalstoffenheffing 2023 Onlangs is er een uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch gepubliceerd waarin is geoordeeld dat afvalstoffenheffing niet zowel een tijdstip- als een tijdvakheffing kan zijn. In onze gemeente is niet duidelijk geregeld dat de diftar als tijdvakheffing is bedoeld. De diftar over belastingjaar 2023 zal SVHW in 2024 opleggen. Het is daarom verstandig om de verordening van 2023 aan te passen aan deze nieuwe jurisprudentie. Verordening afvalstoffenheffing 2024 Wij hebben de verordening van 2024 eveneens aan de gerechtelijke uitspraak aangepast. Een stijging van de afvalstoffenheffing met 3,1% leidt tot de volgende tarieven (met het oog op de maandelijkse afrekening zijn de voorgestelde tarieven deelbaar door 12): Omschrijving
Heffingsgrondslag
Tarief 2023
Tarief 2024
Vaste tarieven: Afvalstoffenheffing
Eenpersoonshuishouden
€ 205,44
€ 211,80
Afvalstoffenheffing
Meerpersoonshuishouden
€ 281,28
€ 300,84
Variabele tarieven restafval Ondergrondse container 60 ltr. Minicontainer 140 ltr.
Per inworp
€ 1,61
€ 1,66
Per aanbieding
€ 4,26
€ 4,39
Minicontainer 240 ltr.
Per aanbieding
€ 7,48
€ 7,71
Extra container 140 ltr. voor GFT, PMD, Papier Extra container 240 ltr. Voor GFT, PMD, Papier
€ 75,81
€ 78,12
€ 101,46
€ 104,64
Extra container Minicontainer 140 ltr. Minicontainer 240 ltr.
Roerende zaakbelasting (RZB) De tarieven van de RZB zijn gelijk aan de tarieven van de OZB. Begraafplaatsrechten De tarieven stijgen met het inflatiepercentage van 3,1. Overige belastingen De overige belastingen leges, forensenbelasting, marktgelden en standplaatsen) stijgen ook met de inflatie (3,1%). Bij de tarieven voor leges wordt hier op punten van afgeweken in verband met wettelijke tarieven. Verder merken wij over de leges de volgende bijzonderheden op:
4
Pagina 5 van 8 Met de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen verandert de structuur van de titel 2 van de tarieventabel ingrijpend. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met de zogenaamde ‘knip’ bij bouwactiviteiten. De aanvrager dient nu de planologische toets en de bouwtechnische toets in één keer in en betaalt daarvoor één tarief (percentage van de bouwkosten). In de nieuwe structuur zal sprake zijn van een splitsing van de planologische en technische toets. Bij de technische toets wordt bovendien een meldingplichtige categorie geïntroduceerd voor bouwplannen in gevolgklasse 1. (= risicoaanduiding). Gelet op de aard en omvang van de bouwplannen in onze gemeente en het feit dat voor de behandeling van een melding geen leges in rekening kunnen worden gebracht (wordt niet beschouwd als dienst) zal dit gevolgen hebben voor de legesinkomsten. Op basis van een eerste inschatting gaat het om een aanzienlijk deel van de bouwplannen wat onder gevolgklasse 1 gebouwd wordt en daarmee onder de meldplicht komt te vallen. Hiermee is naar schatting een bedrag van ca. € 300.000,- aan legesderving gemoeid. Eén en ander is sterk afhankelijk van besluiten op rijksniveau omdat op moment van schrijven nog niet vast staat of gevolgklasse 1 en daarmee de meldplicht voor verbouw op 1 juli 2024, of op 1 januari 2025 wordt ingevoerd.
Voor alle nieuwbouwplannen tot het niveau van de grondgebonden woning en bedrijfsgebouwen zonder publieksfunctie gaan we er vanuit dat hiervoor de meldplicht op 1 januari 2024 van toepassing is. Verdere aanpassingen in titel 2 van de tarieventabel (fysieke leefomgeving) worden hieronder toegelicht. Vooroverleg Sterker dan onder de huidige wetgeving is de verwachting dat onder de Omgevingswet de behoefte bij initiatiefnemers groter is om vooroverleg met specialisten (geluid, stikstof, bodem, verkeer etc.) te voeren teneinde de haalbaarheid van plannen voorafgaande aan formele indiening te toetsen. Hierbij zullen regelmatig externe ketenpartners bij aan moeten sluiten. Om deze te maken kosten af te dekken, voorziet de tarieventabel naast de reeds bestaande mogelijkheden van de conceptaanvraag en het principeverzoek welke nu reeds bestaan in een extra belastbare mogelijkheid van het vooroverleg. De hoogte van de leges is gekoppeld aan de deelname van het aantal benodigde specialisten. De voorlichting en hulp bij ons fysieke loket in het Klantcontactcentrum is net als nu het geval is, uitgezonderd van legesheffing. Naast de introductie van vooroverleg, stellen wij voor om de leges die betaald worden in de vooroverlegfase, niet meer volledig te verrekenen met de leges van een definitieve aanvraag zoals nu het geval is.
De ervaring leert dat bij definitieve indiening de inhoud van definitieve aanvragen toch weer net op onderdelen verschilt van hetgeen is beoordeeld en besproken tijdens het vooroverleg waardoor de eerdere toetsresultaten niet zonder herbeoordeling kunnen worden overgenomen. In de tarieventabel is nu een verrekeningspercentage opgenomen van 75%. Vervanging korting op leges bij compleet ingediende aanvragen omgevingsvergunning door toeslag bij incomplete aanvragen. Geruime tijd geleden is een korting op leges van 5% geïntroduceerd om het aandeel incomplete aanvragen terug te dringen via een positieve financiële prikkel. Incomplete planindiening leidt tot meer werk en leidt bovendien tot (veel) vertraging in de afdoening. We merken nu dat het positieve effect van de prikkel is uitgewerkt. Het aandeel incomplete aanvragen blijft inmiddels al ca. 2 jaar steken op ca. 33% van het totale aanvraagaanbod. In een poging om dit percentage verder te verlagen stellen wij voor om de korting te vervangen door een toeslag van 3% op de leges bij incomplete indiening zulks met een maximum van € 2.500,-. Via het nieuwe digitale indieningsplatform (DSO) krijgen aanvragers direct inzicht wat zij allemaal in moeten leveren bij een aanvraag.
5
Pagina 6 van 8 Grote bouwprojecten Vanuit de versnellingsopgave voor de bouw van woningen worden projectlocaties steeds vaker in zijn geheel in de markt gezet. Hiermee wordt voorkomen dat ontwikkelaars alleen interesse tonen in de voor hen lucratiefste delen van een projectgebied. De keerzijde is dat de omvang van een enkele aanvraag en daarmee de bouwkosten (fors) toenemen. Het is geen uitzondering meer dat zowel grondgebonden woningen alsook appartementencomplexen voor verschillende doelgroepen gecombineerd worden in één enkele aanvraag. De grotere verscheidenheid van woningtypes maakt dat de beoordelingstijd van dat soort aanvragen toeneemt. Op dit moment bedraagt het maximum voor de behandeling van een aanvraag € 106.547,70. Bij het huidige heffingspercentage van 2,85% van de bouwkosten betekent dit dat het maximum aan leges momenteel wordt bereikt bij plannen met een bouwsom van € 3.738.515,79. Bij gemiddelde bouwkosten per woning van € 200.000,- betekend dit dat bij meer dan ca. 18 woningen per aanvraag het maximum aan leges wordt bereikt. Plannen als Buytewech Noord en Vrouwenakker West hebben een veelvoud aan woningen. Om te voorkomen dat veel leges worden misgelopen stellen wij voor om het maximumtarief te verhogen tot € 450.000,-.
Maatwerkvoorschriften en gelijkwaardigheidsoplossingen Eén van de pijlers van de Omgevingswet is het bieden van meer lokale afwegingsruimte. Dat brengt met zich mee dat meer mogelijkheden ontstaan voor het stellen van voorschriften op maat en het kiezen voor oplossingen die hetzelfde prestatieniveau leveren als de beproefde oplossingen. Een goed voorbeeld van dit laatste is een ondernemer die vanuit zijn bedrijfsproces een grotere bedrijfsvloeroppervlakte nodig heeft dan standaard vanuit brandveiligheid is toegestaan. Door aanvullende eisen te stellen aan de uitwendige constructie of door bijvoorbeeld het aanbrengen van sprinklers, zou toch eenzelfde mate van veiligheid gegarandeerd kunnen worden. Omdat de beoordeling van dit soort oplossingen meer tijd vraagt en vaak door externe ketenpartners gebeurt, zijn hiervoor legestarieven opgenomen. Beoordeling onderzoeksrapporten Om een project te realiseren zijn tal van onderzoeken nodig waarmee de aanvrager moet aantonen dat hij voldoet aan de regelgeving. Denkt u hierbij onder andere aan bodemonderzoeken, stikstofdepositierapporten, Flora- en faunaonderzoek, daglichttoetredingsberekeningen, asbestonderzoeken, verkeersrapporten, vuurlastberekeningen, geluidsrapporten etc. Een belangrijk deel van deze rapporten wordt beoordeeld door specialisten van onze omgevingsdienst.
De kosten van beoordeling zijn momenteel hoger dan wij doorberekenen aan de aanvrager. Daarom is voor de beoordeling van een aantal onderzoeksrapporten het legesbedrag verhoogd.
milieuleges Naast de ‘knip’ op bouwgebied brengt de Omgevingswet ook de mogelijkheid met zich mee om leges te heffen voor milieugerelateerde producten en diensten. Onze omgevingsdienst die deze taken uitvoert heeft hiervoor aangegeven welke tarieven zij voornemens zijn door te berekenen. Voor het eerst bevat titel 2 dus ook leges voor milieuproducten. Overigens zullen deze tarieven niet heel vaak van toepassing zijn, omdat veel bedrijfsactiviteiten onder een meldplicht of algemene regels vallen. Net als bij de bouwmelding wordt ook de milieumelding niet beschouwd als een dienst en is daarmee kosteloos. Participatie / betrokken partijen / personen De belastingverordeningen en tarieventabellen gemeentelijke belastingen en heffingen 2023 zijn in samenwerking met SVHW en Van den Bosch & Partners, belastingadviseurs tot stand gekomen. Duurzaamheidsaspecten Niet van toepassing
6
Pagina 7 van 8 Gezondheid Niet van toepassing Varianten met argumenten voor en tegen De gemeentelijke belastingen en heffingen leveren een belangrijke bijdrage aan de dekking van onze lasten. Het niet vaststellen van de voorgestelde belastingmaatregelen leiden tot tekorten in de begroting 2024. Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld te besluiten tot vaststelling van de volgende belastingverordeningen en tarieventabellen: a) Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaak belastingen 2024; b) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024; c) Eerste wijziging op de Verordening afvalstoffenheffing 2023; d) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024; e) Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2024; f) Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten 2024 en de tarieventabel begraafplaatsrechten 2024; g) Verordening op de heffing en invordering van leges 2024 en de tarieventabel leges 2024; h) Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2024; i) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2024; j) Verordening op de heffing en invordering van standplaatsrechten 2024; k) Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2024. Kanttekeningen / risico’s en beheersmaatregelen Niet van toepassing.
Financiële en Juridische gevolgen De financiële gevolgen van de voorgestelde belastingmaatregelen hebben wij verwerkt in de Programmabegroting 2024 – 2027. Bijlagen a) b) c) d) e)
Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaak belastingen 2024; Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024; Eerste wijziging op de Verordening afvalstoffenheffing 2023; Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024; Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2024; f) Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten 2024 en de tarieventabel begraafplaatsrechten 2024; g) Verordening op de heffing en invordering van leges 2024 en de tarieventabel leges 2024; h) Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2024; i) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2024; j) Verordening op de heffing en invordering van standplaatsrechten 2024; k) Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2024.
Advies meningsvormende raad
7
Pagina 8 van 8
8