CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Oplegnotitie griffie bij Rekenkamerrapport ruimte voor ruimte

Oriënterende raad 5 februari 2026, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel rekenkamerrapport ruimte voor ruimte1.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegnotitie van griffier bij Rekenkamerrapport ruimte voor ruimte De griffier en de rekenkamerdirecteur verschillen van mening over de wijze van vaststellen van het rekenkamerrapport ruimte voor ruimte. De griffier wil dat bij de behandeling in de Oriënterende Raad (is alle informatie duidelijk) en bij de behandeling in de Meningsvormende Raad (onderlinge discussie) al een concept raadsvoorstel klaarligt (die nog gewijzigd kan worden). De rekenkamerdirecteur wil liever aan de hand van de behandelingen in deze voorbereidende raden afwegen of er een raadsvoorstel moet komen en zo ja, hoe dit verwoord moet worden. Met deze oplegnotitie licht ik vanuit het perspectief van de griffier hoe ik behandeling en besluitvorming over dit rapport voor mij zie. Twee aanbevelingen In Nieuwkoop is het gebruik ontstaan om, wanneer een rekenkamerrapport is opgeleverd, de aanbevelingen daarvan middels een raadsvoorstel vast te stellen door het college of (in een enkel geval) de raad zelf opdracht te geven de desbetreffende aanbevelingen uit te voeren. In het Rekenkamerrapport Evaluatie Ruimte voor Ruimte regeling beveelt de rekenkamer de raad aan om onderling het gesprek aan te gaan over aanpassing van de huidige regeling en afspraken op een aantal punten. Het gesprek zou gevoerd moeten worden over: 1.

de wenselijkheid om maatwerk toe te passen bij initiatieven voor minder dan drie woningen binnen de regeling; en 2. het maken van afspraken over de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd als compensatiewoningen onder het bevoegde gezag van het college worden gerealiseerd. De rekenkamer stelde mij voor, in lijn met eerder genoemd gebruik, deze aanbevelingen ook als zodanig door de raad vast te laten stellen. Mijn bezwaar tegen het vaststellen van deze twee aanbevelingen, is dat zij een weinig concreet en beleidsmatig beperkt resultaat vormen van het separaat, op speciaal verzoek van de raad uitgevoerde en prijzige rekenkameronderzoek. Theoretisch zou ik dit gesprek zo spoedig mogelijk willen laten voeren. Maar door de gemeenteraadsverkiezingen is dit niet praktisch. Daarbij lopen we tegen nog twee moeilijkheden aan. 1. Nader onderzoek vereist Voor wat betreft de eerste aanbeveling, realiseer ik mij dat het gesprek hierover voeren alleen dan zinvol is wanneer de raad duidelijk inzicht heeft in de consequenties – vooral de juridische – van de verruiming van de ruimte voor ruimte regeling. B&W bevestigt dit in zijn bestuurlijke reactie. Zij schrijven namelijk dat “bij het aangaan van het gesprek het van belang is dat wel alle kanttekeningen, randvoorwaarden en informatie goed in beeld zijn”. Het vergt tijd dit nog uit te zoeken nu de rekenkamer dit niet heeft gedaan.

Met de teamleider Ruimte en de gemeentesecretaris heb ik afgestemd of het realistisch is dat het onderzoek naar de consequenties van verruiming van de regeling door het team ruimte wordt uitgevoerd. In het overleg is geconcludeerd dat het uitvoeren van dit onderzoek binnen het team Ruimte op dit moment niet opportuun is; het is zeer wenselijk zo’n onderzoek door een externe partij uit te laten voeren. Daarom ben ik, na overleg met hen, tot de volgende raadsbesluiten gekomen: De raad besluit: 1. Het college van B&W op te dragen a. te onderzoeken welke juridische, planologische en uitvoeringsmatige consequenties zijn verbonden aan het toepassen van maatwerk bij kleinschalige initiatieven (tot en met drie woningen) en hoe dit zich verhoudt tot de bestaande Ruimte voor Ruimte regeling en het Afwegingskader particuliere woningbouwinitiatieven en ruimtelijke kwaliteitsverbetering.

2. 3.

4. 5.

b. Dit onderzoek in het bijzonder te laten ingaan op effecten voor rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, de uitvoerbaarheid en het beheer van het omgevingsplan. De resultaten van dit onderzoek, na afronding van het onderzoek aan de raad voor te leggen. Op basis van de onderzoeksresultaten het gesprek aan te gaan tussen raad en college over de mogelijkheid, wenselijkheid en haalbaarheid van eventuele aanpassingen van beleid of kaders. Een bedrag van € 30.000 beschikbaar te stellen voor het jaar 2026 om het onderzoek te laten uitvoeren De extra kosten voor dit onderzoek te verwerken bij de reguliere P&C cyclus (dus in de Kadernota 2027).

Het politieke besluit om de ruimte voor ruimte regeling al dan niet te verruimen zou dan later genomen kunnen worden. Wat de tweede aanbeveling betreft: dit gesprek zou wel al in de aanstaande Oriënterende en Meningsvormende Raad gevoerd kunnen worden. Herschrijven we deze aanbeveling in de vorm van een besluit, dan zou dat er als volgt uit kunnen zien: 6. Dat de huidige afspraken wat betreft de betrokkenheid van de raad volstaan als compensatiewoningen zonder sanering worden gerealiseerd, via de procedure waarbij het college bevoegd gezag is. Het besluit is bewust positief geformuleerd. Dit is in lijn met de bestuurlijke reactie waarin het college schrijft dat “hier met de bestaande afspraken al op een goede manier invulling aan gegeven wordt”. Zoals we dat in Nieuwkoop gewend zijn kan in het raadsvoorstel bij het kopje “Varianten met argumenten voor en tegen” de variant genoemd worden dat de huidige afspraken wat betreft de betrokkenheid van de raad niet volstaan. Zou in de (Oriënterende en) Meningsvormende Raad naar voren komen dat u zich in meerderheid achter die laatste stellingname (variant) schaart, dan ligt aanpassing van het raadsbesluit middels een amendement in de lijn der verwachtingen. In die discussie zouden de wensen van de raad omtrent de informatievoorziening en betrokkenheid van de raad nader besproken kunnen worden. 2.

Rekenkamerdirecteur kiest voor aanbiedingsbrief i.p.v. raadsvoorstel De rekenkamerdirecteur acht het, vanuit zijn rol als onafhankelijk adviseur van de raad, onwenselijk dat in het raadsbesluit van zijn hand al richting wordt bepaald voor beide gesprekspunten zoals in voorgaande raadsbesluiten gebeurt. Volgens hem moet eerst het gesprek aan de politieke tafel plaatsvinden óf verruiming van de ruimte voor ruimte regeling gewenst is. Omdat de rekenkamerdirecteur en ik verschillen van mening over de wijze van aanbieden van het rapport, heeft hij besloten het rekenkamerrapport niet vergezeld te doen gaan van een raadsvoorstel, maar van een aanbiedingsbrief. De rekenkamerdirecteur stelt in de aanbiedingsbrief dat een raadsvoorstel pas dan kan worden opgesteld als de politieke discussie in de Meningsvormende Raad gevoerd is. Mijns inziens had dit ook meteen in een raadsvoorstel gegoten kunnen worden. Immers kan, zoals hierboven uitgelegd, het politieke besluit over verruiming van de ruimte voor ruimte regeling pas genomen worden wanneer de resultaten van het onderzoek naar de exacte consequenties beschikbaar zijn.

En voor wat betreft het zesde concept raadsbesluitpunt (voortkomend uit de tweede aanbeveling) merk ik op dat we in Nieuwkoop dus gewend zijn andere varianten van raadsbesluiten altijd terug te laten komen in het raadsvoorstel onder het kopje “Varianten met argumenten voor en tegen”. Griffie heeft een concept raadsvoorstel voorbereid Met deze oplegnotitie heeft u wat een wat beter beeld bij hoe het Raadsvoorstel Rekenkamerrapport Evaluatie ruimte voor ruimte tot stand is gekomen en waarom dit iets afwijkt van wat we in Nieuwkoop gewend zijn. Ik hoop zo op een vruchtbare bespreking en discussie in Oriënterende respectievelijk Meningsvormende Raad. Met vriendelijke groet, Edzard van Holthe (griffier)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=736d6026-d7b2-4536-9f38-dfc563135b6d