CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbesluit-vergunningsaanvraag-Royal-Schiphol-Group-NV.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 18 maart 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Ontwerpbeschikking Natuurbeschermingswet Schiphol (2021-028)11.013 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Om te borgen dat de activiteiten niet meer nadelige gevolgen hebben voor de relevante instandhoudingsdoelen is in de voorschriften 14 tot en met 16 een monitoringsverplichting opgenomen. Ik heb geconcludeerd dat met de verschilberekeningen is aangetoond dat de wijziging van het project niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie (intern salderen), waarmee op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat de wijziging significante gevolgen heeft. Op grond van de uitspraak van 20 januari 2021 (Logtsebaan) 15 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeer ik dat stikstofdepositie niet in de weg staat aan vergunningverlening. 2.4. Externe saldering met Lelystad Airport Royal Schiphol Group N.V. heeft in zijn aanvraag van 1 oktober 2020 verzocht om een inperking van het volgens de referentie maximaal toegestaan gebruik ten behoeve van extern salderen in het kader van de vergunningverlening voor het project Exploitatie Lelystad Airport. Ik beoordeel dit verzoek in het ontwerpbesluit voor een vergunning op grond van de Wnb voor Lelystad Airport. In paragraaf 5.2 van de PB wordt uiteengezet dat er voldoende ruimte is in de referentiesituatie 2008 om de voor Lelystad Airport benodigde emissie- en depositieruimte in te perken ten behoeve van extern salderen.

In voorschrift 13 perk ik de referentietoestemming voor Schiphol met 95,94 ton/NOx/jaar in. De berekeningsresultaten zijn vastgelegd in de vorm van GML-bestanden met de volgende bestandsnamen:

15

ABRvS 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71). Pagina 21 van 26

Directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk gebied

Bijlage 1: Berekening voor vergelijking van bestaand recht met huidig gebruik, AERIUS kenmerk: Ryq8qrPSpEjG (26 oktober 2020) o AERIUS_20201026115406_0_Schiphol480k.gml o AERIUS_20201026135150_0_Schiphol500k.gml o AERIUS_bijlage_20201026152611_Ryq8qrPSpEjG.pdf

DGNVLG / 20307623

In bijlage 1 wordt hetgeen maximaal is toegestaan in de referentiesituatie 2008 vergeleken met de situatie van de voorgenomen activiteit. Deze berekening is nodig om te laten zien dat er voldoende salderingsruimte is. Bijlage 1 van Schiphol is identiek aan bijlage 6 van de PB van Lelystad Airport. Bijlage 3 bevat de bruto salderingsopgave. Deze bijlage 3 is identiek aan bijlage 3 bij de PB voor Lelystad Airport. Bijlage 3: Berekening voor 10.000 vliegtuigbewegingen op Lelystad Airport, RoMaEbmGaR6k (22 oktober 2020) o AERIUS_20201022160920_0_Bplus_10k_ZM-noordcircuitinclWABO.gml o AERIUS_bijlage_20201022151336_RoMaEbmGaR6k_10k.pdf Conclusie Ik stem in met het verzoek van Royal Schiphol Group N.V. De hoeveelheid te salderen stikstofemissie en de daaruit voortvloeiende -depositie is, zoals blijkt uit bijlage 1, beschikbaar vanuit de berekende stikstofruimte in de referentiesituatie 2008 van Schiphol. De referentietoestemming van Schiphol wordt in voorschrift 13 van dit besluit ingeperkt met 95,94 ton/NOx/jaar en is niet meer inzetbaar door Schiphol na saldering van deze hoeveelheid emissie met Lelystad Airport. Van deze inperking wordt 67,16 ton/NOx/jaar gesaldeerd met de door Lelystad Airport benodigde stikstofruimte en 28,78 ton/NOx/jaar, zijnde 30% van 95,94 ton/NOx/jaar, wordt afgeroomd ingevolge artikel 2, eerste lid van de Beleidsregel extern salderen. 16 2.5.

Surplus vanuit referentiesituatie In paragraaf 5.3. van de PB wordt in figuur 5.6 weergegeven dat er nog een surplus aan stikstofdepositie is van Royal Schiphol Group N.V. na externe saldering met de door N.V. Luchthaven Lelystad benodigde stikstofruimte. Het berekende surplus kan worden ingezet voor de exploitatie van Schiphol. De inzetbaarheid van deze surplusruimte dient te zijner tijd te worden beoordeeld bij de indiening en onderbouwing van een wijzigingsverzoek van deze vergunning. 2.6. Cumulatie Uit de PB blijkt dat als gevolg van het project er met zekerheid geen negatieve gevolgen zullen optreden op de beoordeelde Natura 2000-gebieden. Ik heb dit besproken in de paragrafen 2.2.1., 2.2.2. en 2.3.6. Dit betekent dat ook in cumulatie er geen significante gevolgen kunnen ontstaan. Een verder onderzoek naar cumulatieve gevolgen is daarmee niet noodzakelijk. 2.7. Conclusie

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 9 oktober 2020, nr. WJZ/ 20244506, houdende vaststelling van de beleidsregel extern salderen (Stcrt. 2020, 52486). 16

Pagina 22 van 26

Directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk gebied

Met de door u uitgevoerde PB en de daarbij behorende rapporten en berekeningen met AERIUS Scenario en met de gestelde vergunningvoorschriften is de zekerheid verkregen dat het project waarvoor de vergunning is aangevraagd, niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden.

DGNVLG / 20307623

Op grond van het bovenstaande ben ik van mening dat de gevraagde vergunning, onder de opgenomen voorschriften en beperkingen, kan worden verleend. 3. Voorschriften Ter bescherming van de in de betrokken Natura 2000-gebieden aanwezige beschermde natuurwaarden, verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen. Algemeen 1. Deze vergunning ziet op het project Exploitatie Luchthaven Schiphol en alle samenhangende onderdelen van de aanvraag. 2. Deze vergunning staat op naam van Royal Schiphol Group N.V., hierna vergunninghouder, of diens rechtsopvolger. 3. Deze vergunning wordt uitsluitend gebruikt door (medewerkers van) de vergunninghouder of door (rechts)personen die aantoonbaar in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze vergunning. 4. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de vergunde activiteit wordt uitgevoerd over een (digitaal) exemplaar van deze beschikking, inclusief alle daarbij behorende bijlagen. 5. De in voorschrift 2 genoemde (rechts)personen zijn aantoonbaar op de hoogte van de inhoud en het doel van deze voorschriften en beperkingen 6.

De vergunde activiteit wordt uitgevoerd zoals de aangegeven in de aanvraag en bijbehorende passende beoordeling en volgens de voorschriften en beperkingen die aan deze vergunning zijn verbonden. Bij eventuele strijdigheid van de aanvraag en de voorschriften en beperkingen van deze vergunning hebben de laatste voorrang. 7. Als zich een incident voordoet, meldt de vergunninghouder dit met alle relevante gegevens onmiddellijk aan het bevoegd gezag. Een incident is in dit geval een onvoorziene gebeurtenis waardoor schade aan de natuurlijke kenmerken in de betrokken Natura 2000-gebieden is of kan worden toegebracht, bijvoorbeeld wanneer onbedoeld vrijgekomen schadelijke stoffen een habitattype of Habitat- of Vogelrichtlijnsoort bedreigen. 8. Als zich een incident voordoet, is de vergunninghouder verplicht eventuele verontreinigingen zo mogelijk direct te verwijderen en de eventueel opgetreden schade voor zover mogelijk te herstellen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag. 9. De vergunninghouder volgt de aanwijzingen op die het bevoegd gezag geeft. Nadere inhoudelijke voorschriften 10. Het is vergunninghouder toegestaan om in een gebruiksjaar een maximum van 500.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer te accommoderen op Schiphol.

Pagina 23 van 26

Directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk gebied

11. Het is vergunninghouder toegestaan om general aviation te accommoderen op Schiphol. 12. Het is vergunninghouder toegestaan om de met de exploitatie van Schiphol samenhangende grondgebonden activiteiten uit te voeren of uit te doen voeren. 13. Royal Schiphol Group N.V. stelt middels externe saldering, als saldogever per relevant hexagoon stikstofruimte ter beschikbaar aan saldonemer, N.V Luchthaven Lelystad, die overeenkomt met de salderingsopgave, die blijkt uit bijlage 3, voor saldonemer om het project Exploitatie Lelystad Airport uit te kunnen voeren voor een hoeveelheid van 95,94 ton/NOx/jaar stikstofemissie en de daaruit voortvloeiende stikstofdepositie, waarvan 67,17 ton/NOx/jaarstikstofemissie en de daaruit voortvloeiende stikstofdepositie nodig is voor het project Exploitatie Lelystad Airport. Het verschil komt ten goede aan de natuur. Deze hoeveelheid stikstofemissie van 95,94 ton/NOx/jaar kan Schiphol niet meer voor andere doeleinden inzetten.

DGNVLG / 20307623

Rapportage, monitoring 14. Om te kunnen vaststellen of enerzijds het project is uitgevoerd binnen hetgeen vergund is en anderzijds wat de stikstofeffecten van het vergunde project zijn op de relevante instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden, vindt er jaarlijks monitoring plaats van de stikstofeffecten als gevolg van het project. 15. Na afloop van elk gebruiksjaar (1 november tot en met 31 oktober) wordt door de vergunninghouder, voor 1 mei van het daaropvolgende jaar, monitoringsinformatie aangeleverd aan het bevoegd gezag op basis waarvan kan worden beoordeeld of het vergunde project in het voorgaande gebruiksjaar binnen het daarvoor vastgestelde kader is gebleven. Onder ‘monitoringsinformatie’ wordt verstaan: de stikstofberekening volgens het op dat moment voorgeschreven systeem (nu AERIUS Calculator versie 2020, conform artikel 2.1, eerste lid, van de Regeling natuurbescherming). Onder vastgesteld kader wordt verstaan: de stikstofdepositie als gevolg van de stikstofemissie veroorzakende activiteiten van het vergunde project, vergeleken met de vastgestelde referentiesituatie. 16. Voor de bepaling van de invoergegevens voor de stikstofberekening wordt dezelfde berekeningsmethodiek gevolgd, die ook is gebruikt voor de stikstofberekening ten behoeve van onderhavige vergunning. Toezicht 17.

De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften, in het bijzonder de voorschriften 10, 11 en 14 tot en met 16. 18. De vergunninghouder geeft alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder en opsporingsambtenaren. 19. De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren. Looptijd en geldigheid 20. De vergunning heeft een onbepaalde geldigheidsduur. Daarbij wordt het in voorschrift 10 genoemde aantal vliegtuigbewegingen in acht genomen.

Pagina 24 van 26

Directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk gebied

TER INFORMATIE Op grond van afdeling 4.1.1 van de Awb kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend.

DGNVLG / 20307623

Op grond van artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd. Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 7.2, tweede lid, van de Wnb een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Conform artikel 5:32, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Hoogachtend, De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, namens deze:

MT-lid Directoraat-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure Op deze vergunningprocedure is de openbare uniforme voorbereidingsprocedure als opgenomen in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Hiertoe is een voorbereidingsbesluit genomen en gepubliceerd in de Stcrt. van 14 december 2020, 65117 Zienswijze doorgeven U kunt uw zienswijze op verschillende manieren doorgeven. U doet dit het snelst door het digitale formulier in te vullen. Lukt het niet om de zienswijze door te geven met het digitale formulier? Geef uw zienswijze dan telefonisch door of in een brief. U kunt uw zienswijze niet in een email of via het algemene contactformulier sturen. We nemen deze niet in behandeling. Digitaal formulier Geef uw zienswijze op tijd door met een digitaal formulier op rvo.nl/uovwetnatuurbescherming. Dit kunt u doen tot uiterlijk zes weken na publicatie van dit besluit. U logt hierop in met DigId (als burger), of met eHerkenning niveau 2+ (als organisatie).

Pagina 25 van 26

Directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk gebied

Telefonisch U moet eerst een afspraak maken. Dit doet u door te bellen naar 088 042 42 42. Kies voor optie 1 en daarna voor optie 4.

DGNVLG / 20307623

Brief U kunt uw zienswijze ook via de post naar ons sturen. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Afdeling Vergunning en Handhaving Postbus 40225 8004 DE Zwolle Zorg dat uw naam, adres en telefoonnummer in de brief staan. Noem in uw brief om welk ontwerpbesluit het gaat. En vertel of u het er wel of niet mee eens bent. Alleen dan kan uw zienswijze meegenomen worden in het nemen van het besluit. Na uw zienswijze Nadat u uw zienswijze heeft doorgegeven, krijgt u een ontvangstbevestiging. Alle zienswijzen worden meegenomen in het nemen van een definitief besluit. Als alle zienswijzen verwerkt zijn, krijgt u bericht dat er een Nota van Antwoord is opgesteld. Hierin zijn alle zienswijzen en de reacties daarop samengevoegd. Uw persoonlijke gegevens komen niet in deze nota te staan.

Pagina 26 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=3931e0d6-3f22-48f8-b45e-5172175b8acc