CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening herziening omgevingsbeleid 2025

Besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze herziening provinciaal omgevingsbeleid (2025-089)35.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Door het scheiden van wonen en werken neemt de woonwerkafstand namelijk steeds verder toe. Ook werkt het inefficiënt ruimtegebruik in de hand. Bovendien zorgt te ver doorgevoerde functiescheiding ervoor dat veel bedrijven op een bedrijventerreinen zijn gevestigd die daar qua milieubelasting niet hoeven te zitten. De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij nieuwe plannen niet automatisch uitgaan van functiescheiding, enkel ruimtegebruik en een ontwikkeling naar rustige woonwijk of bedrijventerrein, maar dieper nadenken over de mogelijkheden van een ontwikkeling als ‘gemengd gebied’, gebruik makend van de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ en de ‘Milieuzonering nieuwe stijl’, beiden publicaties van de VNG. Zo kunnen bedrijven die zich daar voor lenen een plek krijgen in woningbouwplannen, bijvoorbeeld langs de ontsluitingswegen. Ook kan functiemenging gerealiseerd worden door in te zetten op meervoudig ruimtegebruik. Met

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

slimmere zoneringen en combinatiegebouwen is meer mogelijk dan nu vaak wordt gedacht en overwogen. Als wordt gekozen voor functiescheiding verwacht de provincie van gemeenten dat zij beargumenteren waarom functiemenging in het betreffende plan niet mogelijk is. Voor de mogelijkheden van functiemenging op bedrijventerreinen zijn specifieke regels opgenomen in artikel 7.52 (bedrijven). 7.45j (ruimte voor voorzieningen) Het beleid van de provincie is erop gericht dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk plaatsvinden in bestaande steden en dorpen. Ook hierbij staan gezondheid, kwaliteit en veiligheid voorop. Daarom zet de provincie in op ‘groen en gezond intensiveren’ in steden en dorpen. Eén van de uitgangspunten van het beleid voor ‘groen en gezond intensiveren’ is dat wonen, werken en voorzieningen onderling nabij en goed bereikbaar zijn. De provincie vindt het belangrijk dat iedereen kan meedoen en werk en voorzieningen kan bereiken. Daarom stimuleert de provincie de nabijheid van werk en voldoende maatschappelijke voorzieningen in steden en dorpen, zoals voor eerstelijnsgezondheidszorg (zoals huisartsen), onderwijs, cultuur, sport en recreatie. De provincie sluit hiervoor aan bij de planologische concepten van de gezonde stad, de 15-minuten stad en 30-minuten regio.

Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen is het gewenst referentiewaarden voor voorzieningen te betrekking bij die planvorming. Door gebruik te maken van referentiewaarden kan in een vroeg stadium en op een eenduidige wijze in beeld worden gebracht wat de situatie is met betrekking tot de beschikbare ruimte voor de verschillende voorzieningen. Referentiewaarden kunnen ook mede uitgangspunt zijn voor gemeentelijk beleid over voorzieningen. De gemeente kan nieuwe plannen dan toetsen aan dat beleid. In deze verordening wordt specifiek aandacht gevraagd voor voldoende ruimte voor voorzieningen voor sport, spel en recreatie. Reden hiervoor is dat woningbouw en andere stedelijke ontwikkelingen die plaatsvinden in bestaand stads- en dorpsgebied, ten koste kunnen gaan van bestaande sportvelden, speelveldjes en groenvoorzieningen. Daarom vraagt de provincie aan gemeenten om nabijheid en bereikbaarheid van dit soort voorzieningen nadrukkelijk mee te wegen bij de ontwikkeling van nieuwe bouwplannen. Daarbij kan ook gedacht worden aan slimme combinaties, waarbij nieuwe voorzieningen voor sport, spel en recreatie worden meegenomen in de ontwikkeling bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik. Ook onderwijs is een voorziening waar aandacht voor wordt gevraagd. Vooral primair onderwijs is belangrijk op loopafstand van de woonomgeving.

Een andere voorziening waar in deze verordening specifieke aandacht voor wordt gevraagd is de ruimte voor eerstelijnsgezondheidszorg, waaronder huisartsen. In omgevingsplannen moet rekening worden gehouden met voldoende ruimte voor panden met een maatschappelijke functie. Geschikte plekken voor huisartsenpraktijken zijn in nogal wat gebieden niet of moeilijk te vinden. Huisartsen moeten wel binnen vijftien minuten bij hun patiënten kunnen te zijn. Daarom is het belangrijk dat gemeenten bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen rekening houden met voldoende ruimte voor maatschappelijke functies, waarbij het gewenst is ook te kijken naar de bredere omgeving van de betreffende stedelijke ontwikkeling. Bijvoorbeeld door te kijken naar de situatie op het niveau van de wijk waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Als daar al sprake is van een tekort, wordt het belang groter om nieuwe ruimte te creëren.

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Een hulpmiddel voor het bepalen van de benodigde ruimte voor onder andere eerstelijns gezondheidszorg is de handreiking ‘Voorzieningenniveau voor een gezonde leefomgeving’. Dit is een handreiking voor gemeenten, GGD-en en de provincie. Door al vooraf een goed beeld te vormen, kan voorkomen worden dat per wijziging van het omgevingsplan bekeken moet worden wat de situatie is ten aanzien van de ruimte voor eerstelijns gezondheidszorg. Optioneel kan hierover ook advies worden gevraagd aan de GGD.

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Ruimtelijke kwaliteit Motivering [artikel 7.43, 7.43a, 7.43f en bijlage IX, onder A (richtpunten)] Wijzigingen in verband met het onderwerp ‘Toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling’. Het onderwerp ‘toekomstbestendig ruimtelijk ontwikkelen’ leidt niet alleen tot aanpassingen in paragraaf 7.3.6a (toekomstbestendig ruimtelijk ontwikkelen, voorheen toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen), maar ook in andere paragrafen tot aanpassingen. Ook in paragraaf 7.3.7 (ruimtelijke kwaliteit) vinden enkele aanpassingen plaats om de regels goed op elkaar te laten aansluiten. Voor de motivering wordt verwezen naar de motivering bij het onderwerp ‘toekomstbestendig ruimtelijk ontwikkelen. In paragraaf 7.3.7 gaat het om onderstaande aanpassingen. De volgende artikelen worden gewijzigd: • • •

artikel 7.43 (definitie soort ruimtelijke ontwikkeling); artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit); artikel 7.43f (uitzonderingen transformaties en aanpassingen).

De toelichting op paragraaf 7.3.7 wordt gewijzigd. Wijzigingen ten aanzien van aardkundige waarden De bodem vormt letterlijk de basis van de Zuid-Hollandse identiteit en de cultuurhistorie van het landschap. In de Provincie liggen vele aardkundige waarden. Deze aardkundige waarden zijn gebieden/locaties die interessant zijn vanwege landschapsvorm, ontstaansgeschiedenis, actuele vormingsprocessen of de bijzondere geologie en laten zien hoe het landschap in ZuidHolland is ontstaan. De aardkundige waarden vormen het structurerende reliëf in het ZuidHollands landschap. De bodem van de provincie is ontstaan in een periode van vele duizenden jaren. De zee, de wind, en de rivieren hebben het landschap gevormd. Aardkundige waarden zijn plekken waar sporen hiervan nog zichtbaar zijn in het reliëf en/of in de bodem. Er is geen specifiek beleid voor dit thema met als gevolg dat in de afgelopen jaren de kwaliteit achteruit is gegaan door menselijke ingrepen (egalisatie, afgraven) en in de toekomst aantasting nog altijd kan plaatsvinden. Het verdwijnen van deze waarden is een onomkeerbaar proces. Eenmaal verdwenen komen ze nooit meer terug, hetgeen nog eens duidelijk maakt dat er zorgvuldig moet worden omgegaan met deze kwetsbare fenomenen. Het Provinciaal belang is het ontwikkelen van kernkwaliteiten van het landschap en behouden van aardkundige waarden.

De aardkundige waarden vormen gemeentegrensoverschrijdende structuren en kwaliteiten. Met het oog op het beschermen van aardkundige waarden worden enkele wijzigingen doorgevoerd in de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Ook vindt aanpassing van de geometrische gegeven op de kaart ‘ruimtelijke kwaliteit van de ondergrond’. Deze aanpassing is met name gericht op het reliëf. Het reliëf is nu gekoppeld aan zichtbare aardkundige waarden. De onzichtbare waarden onder het maaiveld zijn niet opgenomen. De aardkundige waarden zijn in 6 categorieën ingedeeld: duinen en donken; natuurlijke wateren; restveen; slikken, gorzen en zandplaten; strandwallen en -vlaktes; stroomgordels en kreekruggen.

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Wijzigingen met betrekking tot uitzondering Ruimtelijke kwaliteit bij transformatie en aanpassing voor waterstaatswerken [artikel 7.43f] Aangezien de instructieregels voor omgevingsplannen ook gelden voor projectbesluiten van waterschappen als gevolg van artikel 7.108 is in de praktijk door waterschappen bij de verbetering van regionale waterkeringen een ontheffing aangevraagd (en verkregen) voor de instructieregels over ruimtelijke kwaliteit. Omdat verbeteringen van regionale waterkeringen zowel onder inpassen, aanpassen als transformeren kunnen vallen, is expliciet duidelijk gemaakt dat bij de ontwikkeling van waterstaatswerken aanpassing en transformatie mogelijk is gebieden met beschermingscategorie 1 en transformatie in gebieden met beschermingscategorie 2. In het tweede lid van artikel 7.108 was al een uitzondering gemaakt voor paragraaf 7.3.4 (waterkeringen) bij de aanleg, verlegging of versterking van een regionale waterkering. Hierbij is aangesloten, maar vanwege toekomstvastheid is gekozen om het generiek te bepalen voor (de ontwikkeling van) waterstaatwerken. Hiermee wordt voorkomen dat er ontheffingsverzoeken door waterschappen moeten worden gedaan voor de verbetering van regionale waterkeringen. Regels Paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Artikel 7.43 (definitie soort ruimtelijke ontwikkeling) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a.

inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en speelt zich af op het niveau van een kavel; b. aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; c. transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit) 1 Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2 In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. relevante richtpunten, genoemd in bijlage IX, onder A.

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

3 Voor de gebiedstypen, bedoeld in artikel 7.42, vierde, vijfde en zesde lid, zijn de artikelen 7.43a, 7.43h, 7.43i, 7.43j, 7.43ja, 7.43k, 7.43l, 7.43m en 7.43n van toepassing tenzij een zwaarwegend algemeen belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 7.43l, in de weg staat. Artikel 7.43b (aanvaardbaarheid soort ruimtelijke ontwikkeling per beschermingscategorie) 1 Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 3 als bedoeld in artikel 7.42, derde lid, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder soort inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43h. 2 Een omgevingsplanplan voor een locatie met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de soort inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43i, 7.43j, 7.43ja of 7.43k. 3 Een omgevingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1 als bedoeld in artikel 7.42, eerste lid, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de soort inpassen en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43l, 7.43m of 7.43n.

Artikel 7.43f (uitzonderingen transformaties en aanpassingen) 1 Bij de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur, uitgezonderd elektriciteitsinfrastructuur, van waterstaatswerken, of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.467.41aa, tweede lid, is in gebieden met beschermingscategorie 1 als bedoeld in artikel 7.42, eerste lid, aanpassing en transformatie mogelijk. 2 Bij de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur, uitgezonderd elektriciteitsinfrastructuur, van waterstaatswerken, van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.467.41aa, tweede lid, is in gebieden met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, transformatie mogelijk. Artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied) 1 Een omgevingsplan voor een locatie in het buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de gebiedskenmerken en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied . 2 In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken:

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

a. de kenmerkende maat, schaal en het groene karakter van het landschap; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.467.41aa, tweede lid.

Bijlage II: gebieden met beschermingscategorie 3 /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_6705d943ffbe4f4dae1eef9242096086######### #######################/nld@2025-02-172025-10-14;23 gebieden met beschermingscategorie 3, buitengebied /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_88502d774c144d9881066f189b2d834f######## ########################/nld@2025-02-172025-10-14;23

Bijlage IX: BIJLAGE IX BEHORENDE BIJ INSTRUCTIEREGELS A Richtpunten als bedoeld in artikel 7.43a De Kwaliteitskaart Laag 1: Ruimtelijke kwaliteit van de ondergrond

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

… Bijzonder reliëf door aardkundige waarden Bijzonder reliëf en aardkundige waarden zijn beperkt aanwezig, Zuid-Holland is relatief ‘plat'. Binnen dit vlakke land is nog een aantal bijzondere, natuurlijke hoogteverschillen te vinden. Het betreft de duinen en strandwallen in de kustzone, oude stroomruggen, oeverwallen langs rivieren, kreken en geulafzettingen, rivierduinen met donken en oude bovenlanden met restveen. Vanwege de hogere ligging waren deze plekken aantrekkelijk voor (pre)historische bewoning. Het zijn vaak plekken met archeologische en aardkundige waarden. Behoud van dit reliëf houdt de leesbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het gebied in stand. Op de Kwaliteitskaart zijn de genoemde aardkundige structuren met archeologische waardewaarden globaal aangegeven. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit •

•

Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand en waar mogelijk beter beleefbaar, om zodoende de aantasting van aardkundige waarden te voorkomen. Waar mogelijk worden de archeologischeaardkundige waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Toelichting § 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Basisuitgangspunt is dat ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn te kenmerken als inpassen, aanpassen of transformeren. Ruimtelijke kwaliteit kent drie beschermingscategorieën, waarbinnen geldt: • • •

Beschermingscategorie 1: alleen inpassen mogelijk Beschermingscategorie 2: inpassen en aanpassen is mogelijk Beschermingscategorie 3: inpassen, aanpassen en transformeren is mogelijk

Binnen de beschermingscategorieën liggen de gebiedstypen: • • •

Beschermingscategorie 1: Graslanden Bollenstreek, Natuurnetwerk Nederland, Kroonjuweel Cultureel Erfgoed Beschermingscategorie 2: Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied, Kansrijk weidevogelgebied, Groene Buffers Beschermingscategorie 3: Buitengebied

Voor de gebiedstypen zijn richtpunten vertaald in regels. Ten slotte wordt aangegeven dat er uitzonderingen zijnEr is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor ontwikkelingen vanwege zwaarwegend algemeen belang zoals ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur en grote buitenstedelijke bouwlocaties en er moet soms worden gecompenseerdwaarvoor geen reële alternatieven zijn. Met deze afwijkingsmogelijkheid kan worden afgeweken van alle onderdelen van de regels voor ruimtelijke kwaliteit.

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Ook is een uitzondering opgenomen voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur (uitgezonderd elektriciteitsinfrastructuur), waterstaatswerken , natuur- en recreatiegebieden en grote buitenstedelijke bouwlocaties. Deze uitzondering ziet op het toelaten van ‘transformatie’ of ‘aanpassing’ in een gebied dat valt onder beschermingscategorie 1 of 2. Elektriciteitsinfrastructuur valt dus niet onder deze uitzondering, maar kan wel met de hiervoor genoemde afwijkingsmogelijkheid voor zwaarwegend algemeen belang worden toegelaten. Hiervoor is dan wel een goede onderbouwing nodig. Basisuitgangspunt Ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van ‘ja, mits’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. Uitzondering zijn de natuurnetwerk Nederland gebieden omdat op het niveau van het Rijk bepaald is dat daar ‘nee, tenzij’ geldt.

De mate waarin de gemeenten beleidsvrijheid hebben om bij de toedeling van functies aan locaties keuzes te maken wordt mede bepaald door de regels voor toekomstbestendig ruimtelijke ontwikkelen uit §7.3.6a. De provincie beschermt de onbebouwde ruimte in het landelijk gebied en beperkt daartoe de mogelijkheden om deze verder te bebouwen. De onbebouwde ruimte is nodig voor een aantal in die paragraaf benoemde prioritaire ontwikkelingen. De regels voor het beschermingsgebied onbebouwde ruimte en de regels voor ruimtelijke kwaliteit hebben betrekking op dezelfde gebieden. De regels voor het beschermingsgebied onbebouwde ruimte werken als een soort slagboom. Al bij de slagboom worden ontwikkelingen tegengehouden, waarbij vooral voor stedelijke ontwikkelingen beperkingen gelden. Ontwikkelingen die wel door de slagboom mogen, worden vervolgens getoetst aan de regels en richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Daarmee richten de regels voor het beschermingsgebied onbebouwde ruimte zich vooral op “wat” en “waar” en richten de regels voor ruimtelijke kwaliteit zich vooral op “hoe”.

De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van locaties of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn pas mogelijk als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat dit binnen bestaand stads- en dorpsgebied niet mogelijk is. Een ruimtelijke ontwikkeling is mogelijk mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. Het in eigendom hebben van het te ontwikkelen gebied is geen reden. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van onderzoek naar alternatieve locaties. Bij het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk moet blijven is bescherming van de onbebouwde ruimte mede bepalend. Dat betekent dat rekening moet worden gehouden met meervoudig en zuinig ruimtegebruik en dat zo min mogelijk bebouwing en verharding wordt toegevoegd. Drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie, met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen, twee uitgangspunten: •

•

een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid, hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.

In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren. Inpassen Dit betreft een ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en structuur van het landschap, het dorp of de stad. De ontwikkeling is gebiedseigen en passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassen veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met een beschermingscategorie 1 en 2 (zie hierboven de toelichting op de beschermingscategorieën). Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat het bijbouwen van enkele woningen aan de rand van bestaand stads- en dorpsgebied of een open ruimte niet wordt beschouwd als ‘inpassing’. Verdere uitbreiding van het stads- en dorpsgebied, ziet de provincie als ‘aanpassing’ of ‘transformatie’ en is alleen mogelijk op een grote buitenstedelijke bouwlocatie of in de vorm van een ‘straatje erbij’ in beschermingscategorie 3.

Aanpassen Dit betreft een ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet. De ontwikkeling verandert landschappelijke structuren zoals groen en water of wegen, dijken en linten. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Een voorbeeld is de aanleg of verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type landschap en het soort ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat. Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten ruimtelijke kwaliteit kan worden voldaan, zijn ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

Transformeren

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten ruimtelijke kwaliteit kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat die nog niet is ondervangen in de richtpunten. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint. Het ontwerp kan gepaard gaan met inpassings-maatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen in de omgeving. Gelet op de omvang van de ontwikkeling kunnen dergelijke maatregelen – eenvoudiger dan bij aanpassen – onderdeel uitmaken van hetzelfde plan.

Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. (…) [Verdere tekst van de algemene tekst over de toelichting van ruimtelijke kwaliteit, vanaf het onderwerp ‘Beschermingscategorieën’, wordt niet gewijzigd, naar aanleiding van dit onderwerp. Er zijn wel wijzigingen in verband met de bescherming van weidevogelgebieden, zie het hoofdstuk daarover]

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Groenblauwe netwerk Motivering [toevoegen paragraaf 7.3.7a,artikel 7.43p en 7.43q en aanpassing artikel 7.79a] De provincie wil het Groenblauwe Netwerk, zowel binnen als buiten de stad, verstevigen, verbeteren en beschermen. Het netwerk vormt de basis voor een gezonde, prettige, veilige en waardevolle leefomgeving voor mens en dier in een steeds sterker verstedelijkte provincie. Juist in een gebied waar de fysieke ruimte beperkt is, is inzetten op een stevig, hoogkwalitatief en goed verbonden netwerk van belang. Dit netwerk bestaat onder andere uit grote stadsparken, recreatie- en natuurgebieden, grote landschappelijke gebieden tussen steden en dorpen (groene buffers) en de verbindingen tussen al deze plekken. Verbondenheid tussen en toegankelijkheid van gebieden is de kracht van dit netwerk. In de praktijk zijn niet alle onderdelen van het groenblauwe netwerk even goed beschermd. Een voorbeeld hiervan zijn de groenblauwe ontwikkellijnen van het landschapspark of het stedelijk groen als onderdeel van het hoofdnetwerk. Ook wil de provincie nieuwe barrièrewerking binnen het groenblauwe netwerk voorkomen. Daarom worden de onderdelen van het Groenblauwe netwerk vastgelegd in deze verordening.

Naast bestaande werkingsgebieden in de verordening (recreatiegebied, NNN, N2000, Groene buffers) gaat het ook om nieuwe werkingsgebieden (grote groene eenheden binnen stedelijk gebied en groenblauwe ontwikkellijnen). De groenblauwe ontwikkellijnen worden indicatief begrensd. Voor de grote groene eenheden binnen stedelijk gebied wordt gestreefd naar een exacte begrenzing, waarvoor de provincie in overleg is met de betrokken gemeenten. Naast de specifieke regels voor de verschillende onderdelen, komt daarbij een algemene instructieregel voor de totale structuur. Deze instructieregel is erop gericht dat een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening houdt met de instandhouding en zo mogelijk verbetering van het groenblauwe netwerk en haar ecologische, recreatieve en landschappelijke waarden. Nieuwe barrières moeten worden voorkomen. De regels voor het Groenblauwe netwerk worden geplaatst in de nieuwe paragraaf “7.3.7a groenblauwe netwerk”. In verband met het invoegen van de regels over het groenblauwe netwerk moet ook de bepaling over het aanwijzen en geometrisch begrenzen van het hoofdfietsnetwerk worden aangepast. Tevens wordt voor Groene buffers een richtpunt toegevoegd aan de richtpunten ruimtelijke kwaliteit in bijlage IX, onderdeel A.

Regels Paragraaf 7.3.7a Groenblauwe netwerk Artikel 7.43p (aanwijzing groenblauwe netwerk en geometrische begrenzing grote groene eenheden en groenblauwe ontwikkellijnen) Het groenblauwe netwerk is de locatie die bestaat uit: a. natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 2.11; b. recreatiegebied als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid; c. groene buffer als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid;

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

d. grote groene eenheden binnen stedelijk gebied, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II; e. recreatief fietsnetwerk als bedoeld in artikel 7.79a, eerste lid, onder a.; en f.

groenblauwe ontwikkellijnen, waarvan de geometrische begrenzing indicatief is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.43q (instandhouding groenblauwe netwerk) Een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de instandhouding en zo mogelijk verbetering van het groenblauwe netwerk en haar ecologische, recreatieve en landschappelijke waarden. Het gaat daarbij in ieder geval om: a. het behoud en, waar mogelijk, de bevordering van de omvang, de samenhang, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de gebieden binnen het netwerk, voor mens en natuur; en b. het voorkomen van nieuwe barrière-werking voor mens, plant en dier.

Aanpassing hoofdfietsnetwerk: Artikel 7.79a (aanwijzing hoofdfietsnetwerk en geometrische begrenzing hoofdfietsnetwerkrecreatief en utilitair fietsnetwerk en lange afstands wandelpaden) 1 Het hoofdfietsnetwerk is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.die bestaat uit het: a. recreatief fietsnetwerk waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II; en b. utilitair fietsnetwerk waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II. 2 Lange afstands wandelpaden zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Bijlage IX, onderdeel A: (…) Groene buffer (Landschapspark) De groene buffer is een niet verstedelijkt landschap tussen of grenzend aan de steden. Het is een landschap waar het groene karakter en het contrast met de drukke en dichtbebouwde steden centraal staat. De groene buffer is bedoeld om het aaneengroeien van steden in de dichtbevolkte deel van de provincie tegen te gaan. In het verleden is er veel geïnvesteerd in de groene buffer om de recreatieve waarde en uitloopmogelijkheden voor de stedeling te vergroten. In deze tijd is de opgave om het gebied te ontwikkelen als multifunctioneel landschapspark

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

waarin natuur-, recreatie- en duurzame landbouw hand in hand gaan. Nieuwe opgaven zoals klimaatadaptatie krijgen de ruimte. De groene buffers verschillen sterk van karakter, door de verschillen in de ondergrond, het landschappelijk karakter, de ligging ten opzichte van de steden en de aanwezigheid van infrastructuur. De groene buffers zijn: Hollands Plassengebied, Duin, Horst en Weide, Midden-Delfland, Rotte, IJsselmonde en Eiland van Dordrecht. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit • • •

Er vinden geen grootschalige (stedelijke) ontwikkelingen plaats in de groene buffer. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de groenblauwe structuur, de recreatieve gebruikswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de recreatieve toegankelijkheid en aantrekkelijkheid, verbeteren de ecologische kwaliteit en versterken de landschappelijke identiteit van de groene buffer.

(,,,)

Toelichting § 7.3.7a Groenblauwe netwerk De provincie wil het groenblauwe netwerk, zowel binnen als buiten de stad, verstevigen, verbeteren en beschermen. Het netwerk vormt de basis voor een gezonde, prettige, veilige en waardevolle leefomgeving voor mens en dier in een steeds sterker verstedelijkte provincie. Juist in een gebied waar de fysieke ruimte beperkt is, is inzetten op een stevig, hoogkwalitatief en goed verbonden netwerk van belang. Dit netwerk bestaat onder andere uit grote stadsparken, recreatie- en natuurgebieden, grote landschappelijke gebieden tussen steden en dorpen (groene buffers) en de verbindingen tussen al deze plekken. Verbondenheid tussen en toegankelijkheid van gebieden is de kracht van dit netwerk. Doel van de regels over het groenblauwe netwerk is zowel om het bestaande groenblauwe netwerk te beschermen en te verbeteren als om aandacht te vragen voor ontbrekende of slecht ontwikkelde schakels binnen de groenblauwe ontwikkellijnen in het netwerk. Het groenblauwe netwerk verbeteren kan door te investeren in een kwaliteitsslag van bestaande gebieden of structuren, uitbreiding van bestaande gebieden of door de toevoeging van ontbrekende schakels in het netwerk. Per saldo gaat het om het gelijk blijven of verbeteren van het gehele stelsel.

Nieuwe ontwikkelingen zijn kansen om het netwerk te verbeteren, met name door groenblauwe ontwikkellijnen en de ontbrekende schakels daarin mee te nemen in de planvorming. Ook wil de provincie nieuwe barrièrewerking binnen het groenblauwe netwerk voorkomen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen behouden de bestaande doorgaande structuren, of dragen zorg voor een alternatief van vergelijkbare of hogere kwaliteit. In de praktijk betekent dit dat bestaande recreatieve en ecologische structuren door blijven lopen of verbeterd worden bij bijvoorbeeld de aanleg of verbreding van infrastructuur. Doorlopende schakels en verbindingen zijn van grote waarde voor het groenblauwe netwerk in het bijzonder en voor de kwaliteit van de leefomgeving van Zuid-Holland als geheel. Het artikel over het groenblauwe netwerk heeft betrekking op verschillende onderdelen, op enkele daarvan zijn ook andere artikelen in deze verordening van toepassing. Dit betreft met

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

name het Natuurnetwerk Nederland, de recreatiegebieden, de groene buffers en het recreatieve hoofdfietsnetwerk. De specifieke artikelen voor deze onderdelen zijn onverminderd van toepassing. Wel zal bij de toepassing van die artikelen, met name als sprake is van afwegingsruimte, rekening moeten worden gehouden met de gevolgen voor het groenblauwe netwerk. De samenhang van het netwerk is belangrijk, nieuwe barrièrewerking moet worden voorkomen. Voor het groenblauwe netwerk is recreatieve toegankelijkheid van belang, maar niet alle natuur gaat samen met recreatie. Artikel 7.43l (Natuurnetwerk Nederland) gaat wat dat betreft boven het artikel over het groenblauwe netwerk. Juist in veel aantrekkelijke natuurgebieden is de druk door recreatie groot en kan het groenblauwe netwerk als geheel wel een oplossing bieden door de druk te spreiden of te zoneren. De groenblauwe ontwikkellijnen worden indicatief aangeduid. Indicatief betekent in dit geval dat de zone een aanduiding is van een te behouden, te verbeteren of te ontwikkelen schakel in het groenblauwe netwerk. Dit betekent niet dat de zone voor de volle breedte met een groenblauwe inrichting ontwikkelt hoeft te worden, maar wel dat binnen deze zone aandacht moet zijn voor een robuuste groenblauwe verbinding en waar mogelijk behoud van de bestaande groene ruimte.

Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een groene recreatieve doorgaande structuur, een waterverbinding met aandacht voor natuurinclusieve oevers en recreatie of de ontwikkeling van een recreatiegebied of stadspark. In een aantal delen van de groenblauwe ontwikkelzones is de ruimte zeer beperkt. Juist hier is het van belang de ruimte die er nog is in te zetten voor een aantrekkelijke groenblauwe verbinding. Een groenblauwe verbinding is zoveel mogelijk zowel recreatief, ecologisch als klimaatadaptief ingericht en kent een stevige maat. Bij de realisatie van groenblauwe ontwikkellijnen rond vaarwegen wordt rekening gehouden met het bestaande gebruik van het water. Bestaande afspraken Het belang van het behouden en zo mogelijk versterken van de groenblauwe netwerken wordt afgewogen tegen bestaande bestuurlijke afspraken die reeds zijn gemaakt voor inwerkingtreding van de Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening herziening 2025. Het gaat dan afspraken over functiewijzigingen in de regionale bedrijventerreinenvisies, regionale woningbouwprogrammering, afgesloten woon-werkakkoorden of bestuursovereenkomsten, voor zover gedeputeerde staten daarmee hebben ingestemd- of die hebben vastgesteld. De term “rekening houden met” in de instructieregel voor het groenblauwe netwerk laat ruimte voor de gemeente om op dit punt een gemotiveerde afweging te maken.

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Herijking grote buitenstedelijke bouwlocaties Motivering [bijlage II en bijlage IX, onder B] Grote buitenstedelijke bouwlocaties zijn locaties voor woningbouw, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen die buiten bestaand stads- en dorpsgebied ontwikkeld kunnen worden in het ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’. De ‘grote buitenstedelijke bouwlocaties’ zijn geometrisch begrensd in bijlage II van de verordening. Tevens zijn in bijlage IX, onder B, tabellen opgenomen met gegevens per locatie. Voorheen werden de ‘grote buitenstedelijke bouwlocaties’ ook wel ‘3 ha locaties’ genoemd, omdat een ondergrens van 3 ha werd gehanteerd. In het kader van de Herziening 2025 vindt een herijking plaats van de ‘grote buitenstedelijke bouwlocaties’. Zo worden locaties waarvoor een omgevingsplan is vastgesteld dat onherroepelijk is, niet langer aangeduid in de verordening als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’. In het geval een onherroepelijk omgevingsplan van toepassing is, wordt de locatie in juridisch opzicht beschouwd als onderdeel van bestaand stads- en dorpsgebied. De locatie hoeft dus nog niet volledig gerealiseerd te zijn. De betreffende locaties liggen ook buiten het ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’, dat in deze herziening wordt geïntroduceerd, omdat bestaand stads- en dorpsgebied buiten de begrenzing van het beschermingsgebied valt.

Om de voortgang van de locaties te volgen, wordt voortaan in de tabellen ook het jaar vermeld van opname in de verordening als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’. Uitgangspunt voor het aanduiden van een locatie als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie is dat het gaat om een reële ontwikkeling. Dit betekent dat de locaties (wonen, werken en overig) binnen 10 jaar juridischplanologisch zeker moeten zijn. Voor alle locaties geldt dat deze jaarlijks gemonitord worden in de reguliere gesprekken (wonen en economie) met gemeenten. Voor de ontwikkeling van werklocaties zal ook in regionaal verband de voortgang worden besproken. Als er bij bespreking geen zicht is op voldoende voortgang moet worden bezien of de locatie nog toegevoegde waarde heeft, zodat er eventueel ruimte ontstaat voor een andere locatie met dezelfde functie. Een andere locatie kan dan bijvoorbeeld bijdragen aan een snellere realisatie van de juiste woningen op de juiste plek of aan een beter ruimtegebruik. Het spreekt voor zich dat een te ruilen locatie passend moet zijn binnen de kaders van het Omgevingsbeleid. Naar aanleiding van amendement 796 (“Snel de juiste woningen bouwen”) is er al veel gesproken over versnelling van woningbouw met gemeenten. Dit heeft tot scherpere afspraken met gemeenten over de voortgang van ‘grote buitenstedelijke bouwlocaties’ voor wonen geleid, die worden verwerkt in deze herijking.

Het gesprek over realisatie van ‘grote buitenstedelijke bouwlocaties’ voor bedrijventerreinen wordt dit jaar met de betreffende gemeenten en regio’s gevoerd. De conclusies van deze gesprekken worden betrokken bij de nieuwe behoefteraming bedrijventerreinen en daaruit voortvloeiende afspraken over de ontwikkeling van bedrijventerreinen in relatie tot bestaande afspraken in de bedrijventerreinenstrategieën en de uitvoering van de Ruimtelijk Economische Visie. De huidige bedrijventerreinstrategieën hebben een looptijd tot 1 juli 2026. Concrete wijzigingen grote buitenstedelijke bouwlocaties 1. Woningbouwlocaties

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Er worden in totaal 50 woningbouwlocaties geschrapt als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’ omdat ze onderdeel zijn geworden van bestaand stads- en dorpsgebied. De betreffende locaties liggen ook buiten het ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’ dat in deze herziening wordt opgenomen in de verordening. Deze locaties zijn niet allemaal volledig benut. Per locatie is gekeken hoeveel ha er is gerealiseerd en welke deel van de locatie onbenut is gebleven. Voor deze locaties zijn geen actuele plannen of (vervolgfase) van de ontwikkeling bekend. In eerste instantie worden deze hectares benut voor reeds gemaakte afspraken over woonontwikkelingen. Onderstaande woningbouwlocaties zijn verwijderd: Alphen aan den Rijn

Boskoop

Torenpad-West

2014

6

Alphen aan den Rijn

Benthuizen

Bentlanden II

2014

7

Alphen aan den Rijn

HazerswoudeRijndijk

Westvaartpark

2014

15

Kaag en Braassem

Leimuiden

Leimuiden-West

2017

7

Kaag en Braassem

Roelofarendsveen

Braassemerland (Westend, Veilingvaart, Centrum, GEM en Waterrijck)

2014

119

Lisse

Lisse

Geestwater of Poelpolder

2014

11

Nieuwkoop

Nieuwkoop

Buytewech noord

2014

17

Nieuwkoop

Nieuwveen

De Verwondering of Hazeweg

2014

21

Noordwijk

Noordwijk

Bronsgeest

2014

15

Noordwijk

Noordwijk

Offem-Zuid

2014

27

Noordwijk

Noordwijk

Sancta Maria

2014

19

Noordwijk

Noordwijkerhout

St. Bavo

2014

14

Teylingen

Voorhout

Hooghkamer

2014

35

Den Haag

Den Haag

Westmadepark

2014

26

PijnackerNootdorp

Pijnacker

De Scheg

2019

11

PijnackerNootdorp

Pijnacker

Tuindershof / Keijzershof

2014

34

Westland

Monster

Monster noord

2014

5

Westland

Kwintsheul

De Driesprong

2019

7

Westland

Kwintsheul

Holle Watering

2014

16

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Westland

's-Gravenzande

Poelkade / Het Nieuwe Water

2014

29

Westland

's-Gravenzande

Waelpark / Waelpolder

2014

30

Brielle

Brielle

Oude Goote

2020

30

Lansingerland

Bergschenhoek

Hoeksekade noord I

2014

4

Lansingerland

Berkel

Westpolder / Bolwerk

2014

53

Nissewaard

Zuidland

Kreken van Nibbeland

2014

16

Nissewaard

Oudenhoorn

De Akkerranden

2014

6

Ridderkerk

Rijsoord

Geerlaan

2022

9

Ridderkerk

Rijsoord

Waalbos

2019

4

Schiedam

Schiedam

Spaanse Polder – ‘s-Gravenland

2017

3

Dordrecht

Dordrecht

Smitsweg

2014

33

HardinxveldGiessendam

Giessendam

De Blauwe Zoom

2014

10

BodegravenReeuwijk

Nieuwerbrug

De Wijde Wiericke

2014

3

BodegravenReeuwijk

Reeuwijk

De Steupel

2014

4

BodegravenReeuwijk

Reeuwijk-Brug

Breevaart, Oude Tol fase III

2014

3

Waddinxveen

Waddinxveen

De Triangel

2014

100

Waddinxveen

Waddinxveen

Glasparel+

2014

7

Zuidplas

Moerkapelle

Moerkapelle noord

2014

28

Zuidplas

Moordrecht

De Brinckhorst / Moordrecht west 2014

14

Zuidplas

Nieuwerkerk

Esse Zoom / Groene Zoom

2014

30

Zuidplas

Zevenhuizen

Swanladriehoek

2022

7

Zuidplas

Zevenhuizen

Zevenhuizen zuid

2014

56

Gorinchem

Gorinchem

Hoog Dalem

2014

29

Molenlanden

Giessen-Oudekerk Bilderhof

2022

4

Molenlanden

Giessen-Oudekerk Giessenburg

2022

5

Molenlanden

Langerak

Woonleefhart

2014

12

Tienvoet

2019

9

Hoeksche Waard Heinenoord

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Hoeksche Waard Klaaswaal

De Bonger III

2019

7

Hoeksche Waard Numansdorp

Torensteepolder fase 1a

2014

20

Hoeksche Waard Strijen

Kleine Loo fase 1-5

2014

6

Hoeksche Waard Strijen

Sportlaan

2019

3

2. Bedrijventerreinen Er zijn 20 bedrijventerreinen onderdeel geworden van het bestaand stads- en dorpsgebied. Voor deze bedrijventerreinen geldt een onherroepelijk omgevingsplan. Deze terreinen worden daarom niet langer aangeduid als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’. In de geldende verordening is zowel een lijst met ‘bedrijventerreinen zachte capaciteit’ opgenomen, als een tabel met ‘bedrijventerreinen harde capaciteit’. De lijst met bedrijventerreinen harde capaciteit komt in deze herziening geheel te vervallen, omdat voor vrijwel alle bedrijventerreinen op die lijst een onherroepelijke omgevingsplan geldt. Voor enkele bedrijventerreinen uit de lijst ‘bedrijventerreinen harde capaciteit’ geldt nog geen onherroepelijk omgevingsplan, althans niet voor alle fasen van de ontwikkeling van het betreffende bedrijventerrein. Daarom verschuiven deze bedrijventerreinen naar de tabel met bedrijventerreinen zachte capaciteit, waarbij tegelijkertijd de term ‘zachte capaciteit’ komt te vervallen omdat dit een overbodige aanduiding is. De volgende bedrijventerreinen worden niet langer aangeduid als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’: Midden-Delfland

Den Hoorn

Hooipolder-Kerkpolder

Voorne aan Zee

Brielle

Uitbreiding Tuinderij Vers

Hardinxveld-Giessendam

Hardinxveld

‘t Oog (fase 1)

Nieuwkoop

Nieuwveen

Schoterhoek II

Noordwijk

Noordwijk

’s-Gravendijck

Katwijk

Rijnsburg

Klei-Oost-Zuid

Katwijk

Rijnsburg

Vinkenwegzone

Westland

Maasdijk

Honderland fase 2

Westland

Naaldwijk

Trade Park Westland Mars

Hellevoetsluis

Hellevoetsluis

Kickersbloem 3

Lansingerland

Bergschenhoek

Leeuwenhoekweg

Lansingerland

Bleiswijk

Bedrijventerrein Bleizo / Hoefweg zuid

Lansingerland

Berkel

Oudeland

Ridderkerk

Ridderkerk

Nieuw Reijerwaard

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Dordrecht

Dordrecht

Dordtse Kil IV

Hendrik Ido Ambacht

Hendrik Ido Ambacht

Ambachtse Zoom

Waddinxveen

Waddinxveen

Logistiek Park A12 (2e fase)

Waddinxveen

Waddinxveen

Triangel

Molenlanden

Schelluinen

Schelluinen west

Brielle

Brielle

Seggelant 2

Aankondiging aanpassing begrenzing bedrijventerreinen bij vaststelling Herziening 2025 Voor enkele bedrijventerreinen is al wel een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld, maar de geometrische begrenzing van bedrijventerreinen in dit ontwerp is hiermee nog niet in overeenstemming gebracht. Dit wordt bij de vaststelling van de Herziening 2025 Omgevingsbeleid alsnog aangepast. Het gaat om de volgende bedrijventerreinen: • • • •

Uitbreiding bedrijventerrein Greenib (gemeente Teylingen); Bedrijventerrein Hooipolder Kerkepolder (gemeente Midden-Delfland); Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul (gemeente Westland); Bedrijventerrein Logistiek Park A12 (gemeente Waddinxveen).

De volgende locatie is al geometrisch begrensd als bedrijventerrein, maar wordt nog verwijderd als grote buitenstedelijke bouwlocatie: •

Bedrijventerrein De Tram (gemeente Goeree-Overflakkee).

3. Overige stedelijke voorzieningen Vier locaties zijn onderdeel geworden van bestaand stads- en dorpsgebied en worden daarom geschrapt als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’. Voor drie andere locaties wordt er binnen 10 jaar geen juridisch planologisch kader verwacht en worden daarom eveneens geschrapt. Wordt niet gerealiseerd: Lansingerland

Bleiswijk

Bleizo ontwikkeling stationsgebied

2017

Goeree-Overflakkee

Den Bommel

Voorzieningen Schaapsweg

2022

Vanwege ruil met andere locatie: Voorne aan zee

Rockanje

Sportpark Nieuwe Achterweg 2022

Vanwege onherroepelijk omgevingsplan (locatie is daarmee onderdeel BSD): Leiden

Leiden

Volkstuinen Oostvlietpolder

2016

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Poort van Buijtenland

2021

Albrandswaard

Rhoon

Nissewaard

Heenvliet / Geervliet Sportvelden Bernisse Noord

2021

Zuidplas

Zevenhuizen

2022

Swanladriehoek

4. Verwerken bestuurlijke afspraken

Met de gemeente Goeree- Overflakkee zijn in mei 2024 afspraken gemaakt over de woonontwikkeling Schaapweg (deze afspraken zijn in mei 2024 met PS gedeeld). De overige voorzieningen locatie vervalt en een deel van deze ha worden aan locatie Schaapweg in de woningbouwlocaties tabel toegevoegd. GoereeOverflakkee

Den Bommel

Schaapsweg

2022

5+3

De afspraken uit de Bestuursovereenkomst Lansingerland zijn in deze herijkte tabel verwerkt. Dit betekent dat de ontwikkelingen Bleizo stationsgebied en Hoeksekade II niet langer worden aangeduid als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie. Naast Bleizo stationsgebied transformeert ook Bleizo West naar een woningbouwlocatie. Onlosmakelijk verbonden aan deze afspraak is dat er elders wordt voorzien in de behoefte voor compensatie van netto 36 hectare HMC bedrijventerrein voor Bleizo-West. In de bestuursovereenkomst is afgesproken dat de gemeente Lansingerland de locatie Chrysantenweg in Bleiswijk transformeert van niet toekomstbestendig glastuinbouwgebied naar HMC bedrijvigheid. Voor de resterende behoefte aan bedrijventerrein wordt gekeken naar andere locaties zoals inbreidingslocaties, niet-toekomstbestendige glastuinbouwlocaties en Lange Vaart. Gemeente en provincie hebben in gezamenlijk overleg een plan voor drie nieuwe bedrijventerreinlocaties afgesproken met in totaal ruimte voor 36 ha tot 46 hectare (afhankelijk van de mogelijkheid aanwezig woningen uit te plaatsen) HMC bedrijventerrein ter compensatie van Bleizo-West.

De locaties Chrysantenweg, Warmoeziersweg en Molenweg in de gemeente Lansingerland worden voorgesteld aan PS als nieuwe grote buitenstedelijke bouwlocaties aan te wijzen in de herziening 2025 Omgevingsbeleid, nadat de gemeenteraad de locaties heeft opgenomen in de omgevingsvisie 2.0 Lansingerland (GS besluit 17 juni 2025, PZH-2025-874121619). In het ontwerp van deze herziening zijn de locaties voorlopig opgenomen in afwachting van positieve besluitvorming door de gemeenteraad van Lansingerland. Bleizo-West is in dit ontwerp ‘herziening 2025 Omgevingsbeleid’ als bedrijventerrein van de bedrijventerreinkaart gehaald. Maar wel in samenhang met het besluit van de gemeenteraad van Lansingerland om voor vaststelling van de herziening 2025 (in voorjaar 2026) in te stemmen met de door de colleges afgesproken compensatie door het aanwijzen van netto 36 hectare compensatie van HMC bedrijventerrein in onder andere de gemeentelijke Omgevingsvisie. Mocht de gemeentelijke Omgevingsvisie met daarin de nieuwe bedrijventerreinen niet meer in

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

2025 wordt vastgesteld of de compensatie onvoldoende zijn, dan treden partijen met elkaar in overleg, maar blijft Bleizo-West in de herziening 2025 Omgevingsbeleid vooralsnog aangewezen op de bedrijventerreinenkaart. Verwijderen woningbouwlocatie op grond van de Bestuursovereenkomst Lansingerland: Lansingerland

Bergschenhoek

Hoeksekade noord II (oosteindsepad/ Warmoeziersweg)

2014

9

Toevoegen bedrijventerreinlocaties op grond van de Bestuursovereenkomst Lansingerland: Lansingerland

Bergschenhoek

Chrysantenweg

2025

19 tot 24

Lansingerland

Bergschenhoek

Warmoeziersweg/ Oosteindsepad

2025

12 tot 17

Lansingerland

Berkel en Rodenrijs

Molenweg

2025

5

5. Ruillocaties binnen gemeentegrenzen Tijdens de behandeling van het Ruimtelijk Voorstel is amendement 796 ‘Snel de juiste woningen’ bouwen aangenomen. Naar aanleiding van dit amendement 796 is gemeenten éénmalig de mogelijkheid geboden om een onbenutte woningbouwlocatie in te ruilen voor een sneller te realiseren woningbouwlocatie binnen de eigen gemeente. Provinciale Staten is in het kader van het amendement 796 geïnformeerd over deze voorgenomen ruillocaties. In de internetconsultatie van de herziening Omgevingsbeleid 2025 is opgenomen dat in zowel de gemeente Nieuwkoop als de gemeente Voorne aan Zee de ruil van locaties binnen de gemeente wordt onderzocht. Duidelijk is dat de ruil binnen de gemeenten meerwaarde oplevert, waardoor deze nu worden meegenomen. Gemeente Voorne aan Zee Voor de locatie Sportpark Nieuwe Achterweg (overige stedelijke voorziening) in de gemeente Voorne aan Zee wordt de locatie geruild voor een woningbouw locatie aan de overzijde van de Nieuwe Achterweg. Vanwege beperkt maatschappelijk draagvlak voor het sportpark en de nabijheid van het stikstofgevoelige N2000 gebied ‘Het Voornse Duin’ heeft de gemeenteraad besloten op het sportpark in elk geval 10 jaar uit te stellen. De woningbouwlocatie aan de Nieuwe Achterweg biedt ruimte aan zo’n 600 woningen. De gemeente heeft reeds een intentieovereenkomst gesloten.

De eigenaren hebben toegezegd om met de gemeente een programma vast te willen stellen met extra (ten minste 37%) sociale en (ten minste 67%) betaalbare woningen. Het gemeentelijk Woonbedrijf heeft zich ook gecommitteerd voor de afname van 220 sociale woningen. De beschikbare locatie ligt dichtbij de provinciale ontsluitingswegen en er is ruimte voor groene inpassing en waterberging. De ontwikkeling betreft ongeveer 18 hectare met een dichtheid van 35 woningen per hectare. Door het voorstel kunnen ca. 480 woningen extra, met een groter aandeel sociaal (minimaal 37%) en betaalbaar (minimaal 67%), en sneller worden gerealiseerd. De eerdere beoogde woningbouw (Drenkeling fase 3), op de plaats van het sportpark betrof 120 woningen.

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Gemeente Nieuwkoop Binnen de gemeente Nieuwkoop wordt de ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’ Langeraar Noordwest (circa 220 woningen) ingeruild voor de locatie Ter Aar Zuidoost (circa 450 woningen). Deze nieuwe locatie is sneller te ontwikkelen omdat de planvorming verder gevorderd is en omdat de gronden in handen zijn van één ontwikkelaar. Bovendien is het mogelijk om de verkeersproblematiek aan de oostkant van Ter Aar op te lossen met deze ontwikkeling. Hierdoor is het ook mogelijk om de naastgelegen locatie Ter Aar Noordoost te ontsluiten. Tenslotte gaat de locatie Ter Aar Zuidoost niet ten koste van het open landschap. Op deze locatie ligt nu verspreid liggend glas, dit wordt getransformeerd naar woningbouw. In het kader van ‘water en bodem sturend’ zijn er in de omgeving geen alternatieve locaties die beter geschikt zouden zijn. Dit gebied vraagt een substantiële inspanning waarbij meerdere partijen zich inzetten om tot een klimaatadaptieve ontwikkeling te komen. Door daar in de planvorming en inrichting nu al rekening mee te houden, voorkomt de provincie dat nieuwe opgaven en extra kosten worden afgewenteld op toekomstige generaties, andere gebieden of functies of van privaat naar publiek. Verwijderen vanwege ruil met andere locatie: Voorne aan zee

Rockanje

Sportpark Nieuwe Achterweg

2022

7

De Nieuwe Achterweg 2025

18

Toevoegen vanwege ruil: Voorne aan zee

Rockanje

Verwijderen vanwege ruil met andere woningbouwlocatie: Nieuwkoop

Langeraar

Langeraar noordwest

2014

10

Ter Aar Zuidoost

2025

15

Toevoegen vanwege ruil: Nieuwkoop

Ter Aar

6. Ruillocaties binnen de provincie Het (snel) realiseren van woningen op de aangewezen locaties is van groot belang. Daarover voert de provincie overleg met gemeenten op onder andere de versnellingstafels. Mocht een locatie onbenut blijven, dan leidt dat uiteindelijk tot het schrappen van de aanduiding van een locatie als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’. Hierdoor ontstaat ruimte om de onbenutte ha binnen de provincie op een andere locatie in te zetten waar ze een waardevolle bijdrage leveren aan de juiste woningen op de juiste plek. In de internetconsultatie is daarover aangegeven dat ‘In het kader van de woningbouwprogrammering wordt gesproken over potentiële ruillocaties binnen de provincie’. Of een locatie daadwerkelijk wordt opgenomen in de verordening als ‘grote buitenstedelijke

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

bouwlocatie’ kan worden toegevoegd is afhankelijk van het verwijderen uit de verordening van ongebruikte locaties. Hiervoor zijn de gemeente Westland en Katwijk genoemd. Lansingerland en Westland Door het verwijderen van een woningbouwlocatie in Lansingerland ontstaat er ruimte om de locatie Vlietweg in Westland toe te voegen als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’ . De locatie is niet meer voor glastuinbouw toekomstbestendig vanwege de slechte ontsluiting en de geïsoleerde ligging van het gebied. Met de gemeente Westland is in 2022 een intentieovereenkomst gesloten over het versneld realiseren van sociale woningbouw. Met de locatie Vlietweg wordt daaraan invulling gegeven. Op de locatie Vlietweg is ruimte voor een aantrekkelijk sociaal en betaalbaar woonprogramma in combinatie met zogenaamde uitplaatswoningen waardoor ook het bestaande areaal glas geoptimaliseerd kan worden. Daarnaast wordt in de overige stedelijke voorzieningen tabel een stip toegevoegd voor het realiseren van een sportvoorziening van 3 ha. Verwijderen woningbouwlocatie op grond van de Bestuursovereenkomst Lansingerland: Lansingerland

Hoeksekade noord II Bergschenhoek (Oosteindsepad/ Warmoeziersweg)

2014

9

2025

13

Toevoegen vanwege ruil met Lansingerland woonlocatie: Westland

Naaldwijk

Vlietweg (wonen)

Toevoegen als grote buitenstedelijke bouwlocatie overige stedelijke voorzieningen: Westland

Naaldwijk

Vlietweg (sport)

2025

3

Katwijk Daarnaast is gebleken dat de locaties die van de kaart en tabel worden verwijderd niet in alle gevallen het volledige aantal hectares hebben gebruikt. In overleg met het Rijk reserveert de provincie deze hectares voor een woonontwikkeling in Katwijk. Op dit moment is het nog niet opportuun om deze in de tabel op te nemen vanwege de afspraak dat de bedrijven, de benodigde energie infrastructuur en eventueel andere voorzieningen hun definitieve plek in het gebied moeten hebben gevonden. Daarna is duidelijk waar het woonprogramma zal landen en na vaststelling van het woningbouwprogramma worden de woon hectares toegevoegd aan de tabel.

7. Overige afspraken Duin- en Bollenstreek In overleg met de Duin en Bollenstreek wordt ingezet op een andere GOM systematiek tot een beter ruimtegebruik en een passender woonprogramma kan leiden. Deze verkenning zou in de toekomst kunnen leiden tot het toevoegen van nieuwe ‘grote buitenstedelijke bouwlocaties’ tot een gezamenlijk omvang van circa 45 ha. Dit betekent in de praktijd geen extra ha voor wonen.

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

Het ruimtebeslag van het betaalbare woningbouwprogramma is gelijk aan het ruimtebeslag van de huidige nog te realiseren GOM-woningen. Gnephoek Voor de locatie Gnephoek loopt een separate herziening van het Omgevingsbeleid om deze locatie aan te duiden als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’. Sliedrecht Noord Voor de locatie Sliedrecht Noord is de gemeente bezig met het opstellen van een contourenplan. Op basis van dit contourenplan beoordeelt de provincie of de locatie binnen de gestelde randvoorwaarden wordt ontwikkeld. Daarna is pas helder hoe groot de ontwikkeling precies wordt en welk ruimtebeslag nodig is voor wonen, voorzieningen, openbaar terrein, verkeer etc. Doordat er nog geen uitgewerkt plan ligt, heeft er nog geen provinciale beoordeling plaatsgevonden en daarom kan Sliedrecht-Noord nog niet worden opgenomen in de herziening Omgevingsbeleid 2025. Afhankelijk van de voortgang kan de locatie, na een positieve provinciale beoordeling op de gestelde randvoorwaarden, in de volgende herziening worden toegevoegd aan de grote buitenstedelijke bouwlocaties.

Water en Bodem risico’s Voor alle locaties geldt dat deze moeten worden beoordeeld op water en bodem risico’s. Bij verdere planvorming dient rekening gehouden te worden met het provinciale beleid (onder andere) ten aanzien van water en bodem. Hierbij is het in ieder geval van belang om: •

Een inschatting van de klimaatrisico’s te maken, onder andere met behulp van de Klimaatonderlegger en de Signaleringskaart Klimaatrisico’s;

•

Rekening te houden met de prestatie-eisen uit het omgevingsprogramma;

•

Ruimte te houden voor toekomstige ingrepen die in het gebied nodig zullen zijn voor versterking van het water- en bodemsysteem;

•

Te anticiperen op veranderde bodem- en watercondities.

De geometrische begrenzingen in bijlage II en tabellen in bijlage IX, onder B. worden gewijzigd.

Regels Aanpassen geometrische begrenzing in bijlage II: grote buitenstedelijke bouwlocatie /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_ea18fde52fd240a7b1cfacb280e540b2######## ########################/nld@2025-02-172025-10-14;23 grote buitenstedelijke bouwlocatie - andere stedelijke ontwikkeling /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_4df1b2f5ef04464d87277adfe9413340######### #######################/nld@2025-02-172025-10-14; 23 grote buitenstedelijke bouwlocatie - bedrijventerrein harde capaciteit

PZH-2025-880390290 dd. 14-10-2025

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_c8feba55d156482387e2994747889cf0/nld@202 5-02-17;2 grote buitenstedelijke bouwlocatie - bedrijventerreinlocatie zachte capaciteit /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_5f5402edb7f64b54b1143bdcc13f58af######## ########################/nld@2025-02-172025-10-14; 23 grote buitenstedelijke bouwlocatie - woningbouwlocatie /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_fb7e7f06de054f7abb5a8f40327e8a98######### #######################/nld@2025-02-172025-10-14; 23

En de norm: grote buitenstedelijke bouwlocatie /join/id/regdata/pv28/2024/norm_89a9a347c1584dc783bc8c3ce4af0ee1################## ##############/nld@2025-02-172025-10-14; 23

Aanpassen tabellen in bijlage IX, onder B: B Grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.467.41aa, tweede lid In de tabellen zijn de nog te ontwikkelen woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) opgenomen die ontwikkeld kunnen worden in het beschermingsgebied onbebouwde ruimte. In de tabellen is een overzicht opgenomen van de namen en de oppervlaktes van de locaties. Van de grote buitenstedelijke bouwlocaties is de geometrische begrenzing indicatief vastgelegd in bijlage II. B.1 Tabel woningbouwlocaties Gemeente

plaats

naam locatie

Alphen aan den Rijn

Benthuizen

Bentlanden II

7

Alphen aan den Rijn

Boskoop

Torenpad-West

6

Alphen aan den Rijn

HazerswoudeRijndijk

Westvaartpark

15

Kaag en Braassem

Leimuiden

Leimuiden-West

7

Kaag en Braassem

Roelofarendsveen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=410c692f-fcff-48ff-8057-18cf5afc8d73