Omgevingsvisie na vaststelling herziening omgevingsbeleid 2025 (service document)
Tekst van het document
Aanleiding De stelselverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het openbaar bestuur is één van de zeven kerntaken van de provincie, vastgelegd in de Provincie- en Gemeentewet, de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de wet Algemene regels herindeling. Andere wettelijke taken die behoren tot deze beleidskeuze zijn het Financieel Toezicht (Gemeentewet), en het Interbestuurlijk Toezicht (Wet revitalisering generiek toezicht en Archiefinspectie). Ook de ambtsinstructie van de commissaris van de Koning bevat instructies die betrekking hebben op het bevorderen en goed functioneren van het openbaar bestuur in de provincie.
Motivering Provinciaal Belang Samen met andere overheden en partners werkt de provincie aan oplossingen voor de complexe opgaven waar de samenleving voor staat. Daarvoor dienen decentrale overheden visie en ambitie te hebben en over voldoende slagkracht te beschikken om die opgaven te formuleren, resultaten te boeken en doelen te bereiken voor inwoners, bedrijven en instellingen. Zij dienen actief te luisteren naar signalen uit de samenleving en de representatieve democratie te versterken, financieel gezond te zijn, weerbaar tegen ondermijning en oneigenlijke druk te zijn en voorspelbaar, transparant, (democratisch) legitiem en integer te handelen.
Nadere uitwerking Krachtig decentraal bestuur De provincie draagt bij aan het creëren en in stand van een krachtig decentraal bestuur door te werken aan de interbestuurlijke verhoudingen en door de uitoefening van interbestuurlijk toezicht en financieel toezicht. Het samenwerkingsprogramma 'Programma Beter Bestuur' faciliteert decentrale medeoverheden in samenwerking, weerbaarheid, financiën en kennis en is de basis voor de regio-accounthouders bestuurlijke zaken. Via het financieel toezicht, bevordert de provincie een gezonde financiële huishouding van gemeenten en via het interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een beter openbaar bestuur en een prettige en veilige leefomgeving voor inwoners van Zuid-Holland. Weerbaar Bestuur en organisatie De provincie werkt samen met andere overheden aan een weerbaar en integer Zuid-Holland. Zuid-Hollandse gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met de gevolgen van ondermijnende criminaliteit en spelen een rol in het voorkomen en bestrijden ervan. Samen met andere overheden en veiligheidspartners draagt de provincie bij aan die aanpak. De provincie coördineert de besteding van impulsgelden van het ministerie van BZK, die bestemd zijn om de interne weerbaarheid tegen ondermijning en oneigenlijke druk van kleine(re) gemeenten te versterken.
In het bijzonder krijgt ondermijning in het buitengebied aandacht gezien de relatie met het omgevingsbeleid.
1.1.2 Daadkrachtig Provinciaal Bestuur Wat wil de provincie bereiken? Het bestuur en de provinciale organisatie is weerbaar, betrouwbaar, transparant, legitiem en handelt integer. De kwaliteit van beleid en de taakuitvoeringen zijn structureel op orde, het bestuur is weerbaar tegen ondermijning en oneigenlijke druk en er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van digitalisering. Het omgevingsbeleid en participatie worden vormgegeven en uitgevoerd. Door samenwerking internationaal, nationaal en binnen het Interprovinciaal Overleg (IPO) gaat Zuid-Holland strategische alli-
40
anties aan. Daartoe werkt de provincie aan het vormgeven, coördineren en uitvoeren van beleid, public affaires en lobby.
Aanleiding De verbinding en wisselwerking tussen beleidsdoelen en -prestaties van het domein bestuur en het omgevingsbeleid dragen bij aan het versterken van de slagkracht van decentrale overheden. De basis voor die bijdrage, is een daadkrachtig provinciaal bestuur dat betrouwbaar, transparant, weerbaar en integer is. De basis voor het handelen van het provinciale bestuur en de organisatie ligt daarbij in de provincieen de ambtenarenwet, de omgevingswet, in de WOO (Wet Open Overheid), de wet Bibob (Bevorderen integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur) en de ambtsinstructie van de commissaris van de Koning.
Motivering Provinciaal Belang Samen met andere overheden en partners werkt de provincie aan oplossingen voor de complexe opgaven waar de samenleving voor staat. Het welslagen daarvan draagt bij aan het functioneren en aan het vertrouwen in het openbaar bestuur en de democratie. De maatschappelijke opgaven waar overheden voor staan zijn complexer geworden, terwijl middelen schaarser zijn. Die opgaven stoppen niet bij de provinciegrens en worden ook beïnvloed door (inter)nationale ontwikkelingen. Daarom wil de provincie optrekken met anderen en functioneren als één overheid en daarbij leren van én met andere overheden, aan ons verbonden partijen en andere partners. Waar dat kan en passend is, zal de provincie een voorbeeldfunctie vervullen en via lobbyactiviteiten draagvlak en middelen organiseren om doelen te bereiken. De provincie voert beleidscoördinatie uit op het omgevingsbeleid.
Nadere uitwerking Programma Omgevingsbeleid De provincie heeft een actuele en digitale lange termijn agenda Omgevingsbeleid, Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en Omgevingsprogramma. Het omgevingsbeleid is modulair vormgegeven, dit betekent continu werken aan actualisatie. Weerbaar Bestuur en organisatie (Weerbaarheid, Bibob en Integriteit) De provincie besteedt in eigen huis aandacht aan integriteit in relatie tot ondermijning, intimidatie en andere vormen van oneigenlijke druk. Zuid-Holland bevordert het bewustzijn voor het herkennen van risico’s in kwetsbare processen en functies, stelt beleidsregels op, richt werkprocessen in, en voert daarbij de Wet Bibob uit (Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). WOO Transparante en responsieve provincie (WOO) Op basis van de Wet open overheid (Woo) is de provincie verplicht om 11 informatiecategorieën uit eigen beweging openbaar te maken. De passieve openbaarheid (Woo-verzoeken) vindt plaats overeenkomstig de bepalingen van de wet. Digitaal Bestuur Digitalisering brengt consequenties voor het openbaar bestuur en de democratie met zich mee. De provincie werkt daarom aan een betrouwbare, open en toegankelijke digitale provincie die de impact van technologie, data en algoritmes op de samenleving begrijpt en benut.
Participatie De Provincie Zuid-Holland wil dat de ideeën, kennis en creativiteit van inwoners van Zuid-Holland goed worden vertegenwoordigd, zowel lokaal als provinciaal. De provincie wil daarom dat de stem van verschillende groepen doorklinkt in beleid dat hen raakt en daarmee zo representatief mogelijk is.
1.1.3 Openbaar bestuur Wat wil de provincie bereiken? Provinciale Staten (PS) streven ernaar om als hoogste bestuursorgaan in Zuid-Holland laagdrempelig en transparant beleid vast te stellen en haar controlerende, volksvertegenwoordigende en kaderstellende rol uit te voeren. Gedeputeerde Staten (GS) zijn het dagelijks bestuur van de provincie. Na de verkiezingen sluiten de politieke partijen die een coalitie willen vormen, een coalitieakkoord. Gedeputeerde Staten
41
voeren het coalitieakkoord uit door beleidsvoorstellen voor besluitvorming aan Provinciale Staten voor te leggen. De Commissaris van de Koning (CdK) is voorzitter van zowel Provinciale Staten als Gedeputeerde Staten. In deze rol draagt de commissaris zorg voor de kwaliteit van de besluitvorming van zowel Provinciale Staten als Gedeputeerde Staten. De commissaris vervult een verbindende rol tussen de beide organen en ziet toe op de samenhang, continuïteit en voortgang van het gevoerde beleid en een goede sfeer.
Aanleiding De provincie voert haar, vanuit het Rijk, opgedragen taken uit en maakt daarnaast haar eigen beleid. De inrichting van het provinciebestuur is geregeld in de provinciewet. Het provinciebestuur bestaat uit 55 Provinciale Statenleden en het dagelijks bestuur, het college, bestaande uit Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koning (CdK). De leden van Provinciale Staten worden 1 keer in de vier jaar gekozen door de kiesgerechtigde inwoners van de provincie Zuid-Holland. De leden van GS, de gedeputeerden, worden gekozen door PS.
Motivering Provinciaal Belang De inrichting van het provinciebestuur is geregeld in de provinciewet. De provinciewet levert de basis voor: • enkele specifieke bevoegdheden van de Staten, college van GS en de CdK • de Statengriffier en de provinciesecretaris • de rekenkamer • de accountant • de begroting, financiële administratie en jaarrekening • het heffen van provinciale belastingen • de samenwerking met andere overheden • het toezicht door de Rijksoverheid
Nadere uitwerking Provinciale Staten Provinciale Staten (PS) streven ernaar om als hoogste bestuursorgaan in Zuid-Holland laagdrempelig en transparant beleid vast te stellen en haar controlerende, volksvertegenwoordigende en kaderstellende rol uit te voeren. Dat doen zij door zelf belangrijke provinciale thema’s te agenderen en het college van Gedeputeerde Staten (GS) op hoofdlijnen aan te sturen bij de ontwikkeling van nieuw beleid. PS controleren verder de uitvoering van het door GS gevoerde beleid. Door geregeld de provincie in te gaan, en op zorgvuldige wijze om te gaan met reacties van inwoners van Zuid-Holland, houden PS een vinger aan de pols bij de ontwikkelingen in de provincie. PS hebben hun eigen ambtelijke ondersteuning te weten de Statengriffie onder leiding van de Statengriffier. Bij de uitoefening van hun taken worden PS in brede zin ondersteund (inhoudelijk, procedureel en facilitair) door de Statengriffie. PS maken, in samenwerking met de drie overige Randstadprovincies, gebruik van de wettelijk verplichte (Randstedelijke) Rekenkamer. De Randstedelijke Rekenkamer onderzoekt de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het beleid van de provincies. De Rekenkamer gaat na of de provincies de afgesproken doelen realiseren, of zij dat doen binnen het afgesproken budget én of zij handelen volgens de regels.
De fracties en groepen hebben eigen ondersteuning in de vorm van fractievertegenwoordigers en financiële fractie- en groepsvergoedingen waaruit fractie- en groepsmedewerkers betaald kunnen worden. Gedeputeerde Staten Gedeputeerde Staten (GS) zijn het dagelijks bestuur van de provincie. Na de verkiezingen sluiten de politieke partijen die een coalitie willen vormen, een coalitieakkoord. Gedeputeerde Staten voeren het coalitieakkoord uit door beleidsvoorstellen voor besluitvorming aan Provinciale Staten voor te leggen. GS als collectief en individuele GS leden worden hiervoor in brede zin ondersteund en geadviseerd door o.a. het secretariaat, (bestuurs)adviseurs en woordvoerders.
Beleidsdoel 1.2 Sterke Samenleving
42
1.2 Sterke Samenleving De provincie wil inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen ten dienste van bestaand of nieuw beleid. Ze volgt en duidt ontwikkelingen in de samenleving en voorziet de opgaven van haar eigen organisatie van de juiste kennis en handvatten. De organisatie wil effectief gebruik kunnen maken van deze kennis en actief werken aan de eigen strategische kennispositie. De provincie wil een kennisfunctie vervullen, ook voor derden, ten dienste van de opgaven waar Zuid-Holland aan werkt, al dan niet voorzien van een handelingsperspectief. Zo ondersteunt de provincie het beleid van de toekomst en een sterke samenleving.
Beleidskeuzes van 1.2 Sterke Samenleving 1.2.1 Maatschappelijke ontwikkelingen Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen ten dienste van bestaand of nieuw beleid. De provincie wil daarbij toewerken naar een bredere, meer samenhangende afweging bij beleidsontwikkeling, op basis van de principes van brede welvaart. Dat betekent: oog hebben voor economische, ecologische én sociale effecten van beleid — voor mensen hier en nu, maar ook elders en in de toekomst. Zij volgt en duidt daartoe de ontwikkelingen in de samenleving en voorziet haar organisatie van de juiste kennis en handvatten. De organisatie wil effectief gebruik kunnen maken van deze kennis en actief werken aan de eigen strategische kennispositie. Ook deelt de provincie deze informatie met derden, ten dienste van de opgaven waar Zuid-Holland aan werkt, al dan niet voorzien van handelingsperspectief.
Aanleiding Maatschappelijke ontwikkelingen zijn in toenemende mate verweven, complex en ambigu. Een aanpak met standaardoplossingen en vaste procedures werkt niet meer. Daarom wil de provincie Zuid-Holland beschikken over strategische kennis, met aandacht voor integrale en toekomstgerichte vraagstukken. Zuid-Holland werkt daarbij samen met kennis- en onderwijsinstellingen en andere partners. Waar dat functioneel en opportuun is, zal de provincie deze kennis ook delen met medeoverheden, organisaties, bedrijven en inwoners. Die verwevenheid in opgaven raakt ook de brede welvaart van inwoners in Zuid-Holland. De gezonde levensverwachting staat onder druk, het vertrouwen in instituties neemt af en jongvolwassenen ervaren minder perspectief en bestaanszekerheid dan eerdere generaties. Tegelijkertijd nemen de verschillen tussen gebieden toe, bijvoorbeeld op het vlak van gezondheid, inkomen en leefomstandigheden. Deze ontwikkelingen onderstrepen de noodzaak van een benadering waarin beleid in samenhang wordt bezien en maatschappelijke effecten expliciet worden meegewogen.
Motivering Provinciaal Belang Samen met andere overheden en partners werkt de provincie aan oplossingen voor de complexe opgaven waar de samenleving voor staat. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren (coronapandemie, internationale conflicten, verschillende vormen van tweedeling in de maatschappij) leiden tot nieuwe vraagstukken waar zowel kansen als bedreigingen uit voortkomen. De strategische kennisfunctie helpt de provinciale organisatie en verwante (kennis)partners om kennis te bundelen, vanuit diverse perspectieven vooruit te kijken, ten dienste van nieuw beleid en handelingsperspectieven die bijdragen aan het bereiken van doelen. Ook Provinciale Staten willen in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen.
In het verlengde hiervan wil de provincie beleidskeuzes steeds meer baseren op brede welvaartsprincipes, met aandacht voor de economische, ecologische én sociale effecten van provinciaal beleid. Juist die sociale effecten verdienen expliciete aandacht, omdat ze door de decentralisaties minder vanzelfsprekend in beeld zijn, terwijl provinciale besluiten — bijvoorbeeld over ruimte, mobiliteit, economie en leefomgeving — wel degelijk directe en indirecte sociale gevolgen hebben. Denk aan verschillen in kansen tussen gebieden, de sociale samenhang in dorpen en steden, of de invloed van de leefomgeving op (mentale) gezondheid. Door deze effecten beter zichtbaar te maken en actief mee te wegen, kunnen provinciale keuzes sterker bijdragen aan de brede welvaart van álle inwoners van Zuid-Holland.
Nadere uitwerking Kennisprogramma ‘Kennis Zuid-Holland’
43
De provincie heeft een integraal kennisprogramma ‘Kennis Zuid-Holland’ opgesteld zodat kennis, trends en de nieuwste inzichten hun doorwerking vinden in provinciaal beleid. De provincie verspreidt deze kennis tijdig en actief binnen het netwerk. De provincie werkt aan een Agenda Brede Welvaart, als een denk- en doekader om te komen tot integrale beleidsafwegingen op basis van brede welvaart principes. Daarbij is er aandacht voor de economische, ecologische en sociale effecten van beleid — hier en nu, elders en later.
Beleidsdoel 2.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen 2.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen De provincie streeft naar een goede bereikbaarheid, zodat mensen veilig, duurzaam en vlot naar school, werk, vrienden, winkels en andere voorzieningen kunnen reizen of goederen kunnen vervoeren. Daartoe zorgt de provincie voor een goed functionerende en verkeersveilige provinciale infrastructuur, goed openbaar vervoer en stimuleert veilig, gezond en duurzaam reisgedrag.
Beleidskeuzes van 2.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen 2.1.1 Stimuleren duurzaam, veilig en slim personenvervoer Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil dat iedereen zijn bestemming kan bereiken op makkelijke, snelle, veilige en duurzame wijze. De provincie streeft daarbij naar een toekomstbestendig Zuid-Holland. Dat betekent dat ze meer gaat prioriteren op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Hierbij heeft de provincie steeds meer oog voor verschillen in de behoeften binnen gebieden en van doelgroepen. Door groei van de bevolking en economie wordt het steeds drukker. Bovendien moet er de komende jaren veel onderhoud aan wegen en bruggen gedaan worden wat voor hinder gaat zorgen. De provincie zet zich – samen met andere overheden – in om deze overlast en de files te minimaliseren, bijvoorbeeld in het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar. Met voorzieningen en werk dichtbij hoeven bewoners minder ver te reizen, lopen ze vaker, fietsen ze meer, pakken ze vaker het OV en verbetert hun bereikbaarheid. Daarom zet provincie in op nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed openbaar vervoer. De provincie streeft ernaar dat woningbouw, voorzieningen, werk en bereikbaarheid in samenhang worden ontwikkeld en werkt daarbij gebiedsgericht. In Zuid-Holland worden veel woningen gebouwd.
De provincie geeft lopen en fietsen vanaf de ontwerpfase een prominente rol, omdat actieve mobiliteit weinig ruimte per verplaatsing inneemt. Door de snelle opkomst van de elektrische fiets gaan meer mensen vaker en verder fietsen en de provincie stimuleert dat graag verder. De provincie hanteert daarbij het STOMP-principe, waarbij ze mobiliteit zoveel mogelijk faciliteert in de volgorde: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, deelMobiliteit en tot slot de Privéauto. Zo maken zij duurzame en ruimte-efficiënte verplaatsingen vanzelfsprekend. Terwijl de meeste mensen thuis een fiets hebben, ontbreekt de mogelijkheid om te fietsen meestal na een reis met het openbaar vervoer. Daarom zet de provincie in op deelfietsen voor het laatste stukje van een reis. Het reisgedrag van mensen veranderen is niet eenvoudig. Samen met Zuid-Holland Bereikbaar doet de Provincie daar haar uiterste best voor, maar uiteindelijk kiest iedereen zelf hoe ze reizen. Daarom blijft het belangrijk dat ook de auto een goede en vlotte optie is. Met de toenemende druk op het Zuid-Hollandse wegennet moeten we knelpunten blijven aanpakken en, waar dat nodig is, aanvullende infrastructuur realiseren. Dat vraagt om slimme keuzes, nieuwe toepassingen zoals hybride modellen tussen eigen auto en OV maar uiteindelijk ook extra ruimte voor mobiliteit in een al volle provincie.
Zonder dat, geen grootschalige woningbouw en geen gezonde economische groei. De provincie vindt ieder verkeersslachtoffer er één te veel en streeft naar elk jaar minder verkeersslachtoffers en nul verkeersslachtoffers in 2050. De provincie werkt samen met andere organisaties aan een veilige infrastructuur en stimuleert verkeersveilig gedrag door middel van educatie en voorlichting. De provincie onderhoudt contact met politie en het Openbaar Ministerie (OM) over adequate handhaving. Ruimte en middelen voor nieuwe infrastructuur zijn beperkt. De provincie kijkt daarom naar de mogelijkheden van nieuwe, digitale en innovatieve (data-)oplossingen om (vaar)wegen en fietspaden en openbaar vervoer beter te benutten en om mobiliteit schoner te krijgen bijvoorbeeld door faciliteiten voor elektrisch laden te verbeteren.
44
Aanleiding De zorg voor de aanleg en onderhoud van provinciale wegen, fietspaden en bruggen is een wettelijke taak van de provincie. Groei van de economie en bevolking zorgen voor meer mobiliteit en toenemende drukte. Grote hoeveelheden werkzaamheden aan infrastructuur zorgen voor meer hinder. De verkeersveiligheid staat onder druk en mobiliteit kan en moet duurzamer.
Motivering Provinciaal Belang De provincie streeft naar een vitaal Zuid-Holland met goed bereikbare steden en dorpen waar het goed wonen, werken en recreëren is, en waar iedereen op een makkelijke, veilige en duurzame manier zijn bestemming kan bereiken of goederen kan vervoeren. De provincie streeft naar een toekomstbestendig Zuid-Holland.
2.1.2 Adequaat en duurzaam aanbod openbaar vervoer Wat wil de provincie bereiken? Zuid-Holland streeft naar een toekomstbestendig Zuid-Holland met goed openbaar vervoer. De provincie realiseert, samen met de MRDH, een adequaat aanbod van openbaar vervoer zonder uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO2 en stikstof. De provincie wil dat dit snel, frequent, betrouwbaar, beschikbaar en betaalbaar is. Adequaat ov maakt samen met lopen, de fiets en deelvervoer een reis van deur tot deur mogelijk.
Aanleiding Economische groei, een groeiende bevolking, veel werkzaamheden aan infrastructuur en een trek naar de stad zorgen voor toenemende druk op delen van het openbaar vervoer. Tegelijkertijd zijn er gebieden waar standaard openbaar vervoer met vaste lijnbussen niet past bij de behoefte en het gebruik.
Motivering Provinciaal Belang Zorgen voor openbaar vervoer is een wettelijk taak. De provincie doet dat door openbaar vervoer in concessies aan te besteden en te managen. Provinciale Staten bepalen de gewenste (minimale) kwaliteit van het openbaar vervoer, voorafgaand aan een nieuwe concessieperiode. De provincie verstrekt aan de vervoerders jaarlijkse exploitatiesubsidies.
Nadere uitwerking Bestaande wegen kunnen de groei in vervoer lang niet altijd aan, waardoor er files en parkeerproblemen ontstaan. Ook zijn er maar beperkte mogelijkheden om de infrastructuur uit te bereiden. Om de mobiliteitsgroei op te kunnen vangen wil de provincie daarom mensen positief verleiden om andere vormen van vervoer te gebruiken, zoals fiets en openbaar ververvoer. Waar het openbaar vervoer nu al goed wordt gebruikt wil de provincie dit uitbreiden. Openbaar vervoer is het beste middel voor snelle collectieve verplaatsingen tussen woon- en werkgebieden. De provincie zet ook in op een combinatie van voorzieningen om een gebied bereikbaar te houden en waarin vaste lijnbussen niet voor alle situaties de oplossing zijn. Binnen het openbaar vervoer wordt daarom nu een omslag gemaakt naar collectieve mobiliteit (ook wel publiek vervoer genoemd). Daarin dragen deeltaxi’s, deelfietsen, buurtbussen, fietsenstallingen en fietspaden samen bij aan het nieuwe aanbod dat beter aansluit bij de wensen van mensen. De provincie wil een voorloper zijn met creativiteit en innovatie in het openbaar vervoer en daarmee een goede bereikbaarheid van de hele provincie bereiken. De beleidskeuze ‘Adequaat aanbod openbaar vervoer’ heeft als werkingsgebied ‘Concessie- en contractgebied openbaar vervoer’. Samen met de MRDH verzorgt de provincie het ov in geheel Zuid-Holland.
2.1.3 Duurzaam en efficiënt goederenvervoer Wat wil de provincie bereiken? Het vervoer van goederen dient zo efficiënt, effectief en schoon mogelijk plaats te vinden en bij te dragen aan de bereikbaarheid, economische ontwikkeling en leefbaarheid. De provincie zet in op een toekomstbestendig Zuid-Holland. Dit betekent dat de provincie een beweging naar een toekomstbestendige economie nastreeft met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Ze geeft voorrang aan een duur-
45
zame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. Daarom moeten de schaarse ruimte en infrastructuur effectiever gebruikt worden.
Aanleiding Zuid-Holland is een van Europa’s belangrijkste internationale transportknooppunten, met de Rotterdamse haven, de Greenports, de transportassen naar het Europese achterland en aansluiting op het Trans-Europese transportnetwerk (TEN-T). De druk op deze goedereninfrastructuur neemt toe door de verwachte stijging van de containerstromen in het komende decennium en een groeiende bevolking. Verder wordt het de komende 10 jaar drukker op de wegen rond Rotterdam door de vele geplande onderhoudswerkzaamheden. Het verduurzamen en optimaliseren van goederenstromen is dan ook nodig voor een gezonde ruimtelijke en economische ontwikkeling in Zuid-Holland.
Motivering Provinciaal Belang De samenleving en het bedrijfsleven in Zuid-Holland zijn afhankelijk van de aan- en afvoer van goederen en grondstoffen. Efficiënt goederenvervoer is nodig voor de economie en de leefomgeving. En voor de verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid.
Nadere uitwerking De Provincie zet in op meer samenhang tussen economische ontwikkeling, ruimtelijke keuzes en de capaciteit van infrastructuur, en op digitalisering en schonere energievormen. Daarbij vindt de provincie het benutten van de verschillende modaliteiten weg, water, spoor en buisleidingen belangrijk. De provincie stimuleert meer vervoer per spoor en vervoer over water. En schoon vervoer zonder onnodige emissies. De provincie kijkt hierbij ook grensoverschrijdend naar internationale goederencorridors. De provincie wil vervoersmodaliteiten en goederenstromen in samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen organiseren en uitwerken, van stedelijke en regionale distributie tot multimodale (inter)nationale goederencorridors. En stimuleert efficiënt ruimtegebruik, zoals regionale hubs (centraal knooppunt of verzamelpunt) voor haven-, vers-, stads- en bouwlogistiek en het clusteren van distributiecentra, truckparking en clean energy hubs.
2.1.4 Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen Wat wil de provincie bereiken? Om ervoor te zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier verbetert de provincie bestaande infrastructuur en legt waar nodig ook nieuwe provinciale infrastructuur aan. Of een infrastructurele ingreep passend en nodig is, wordt bepaald door onderzoek te doen naar oorzaken en mogelijke maatregelen. Hierbij wordt integraal gekeken of lopen, fietsen, OV en deelvervoer ook een bijdrage aan de oplossing kunnen leveren. Ook wordt nadrukkelijk gekeken of bestaande infrastructuur beter kan worden benut. De fysieke en financiële ruimte zijn immers beperkt. Daarnaast draagt de provincie bij aan projecten van andere overheden door middel van advisering en/of een financiële bijdrage. Verkeersveilige infrastructuur, duurzaamheid, gezondheid en circulariteit zijn standaard elementen in de voorbereiding van projecten.
Aanleiding Zuid-Holland moet in het komende decennium een fors aantal woningen bouwen en de bestaande woningvoorraad beter benutten en toekomstbestendig maken. Stad en land raken steeds sterker met elkaar fysiek verbonden, waarbij in het landelijk gebied behoud van voorzieningen en leefbaarheid een uitdaging vormt. Tegelijk staat de bereikbaarheid onder druk. Economische groei, een groeiende bevolking en een trek naar de stad zorgen voor toenemende drukte op de bestaande infrastructuur, zowel wat betreft goederen- als personenvervoer. De rijks- en provinciale wegen in Zuid-Holland blijven onverminderd druk, fietspaden worden steeds drukker en de bereikbaarheid van de landelijke gebieden staat onder druk.
Motivering Provinciaal Belang De zorg voor de aanleg en onderhoud van provinciale wegen, fietspaden en bruggen is een wettelijke taak van de provincie. De provincie wil door aanleg en verbetering van eigen infrastructuur en van derden (met een nationaal of regionaal belang) de bereikbaarheid en leefbaarheid verbeteren.
46
Nadere uitwerking Bij de voorbereiding worden problemen en kansen, de mogelijke oplossingsrichtingen en de betrokken partijen in kaart gebracht. Op basis daarvan kunnen de deelnemende partijen beslissen of en zo ja welke oplossingsrichtingen uitgewerkt moeten worden. De deelnemende partijen leggen de aanpak bij de start duidelijk vast op basis van een besluit: scope, processtappen en planning, participatie, financiën en personele inzet, besluitvorming en aansturing.
2.1.5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten Wat wil de provincie bereiken? Om de bereikbaarheid op peil te houden verbetert de provincie bestaande infrastructuur en legt nieuwe infrastructuur aan. Deze projecten worden gerealiseerd op basis van een besluit waarin de inhoudelijke scope, planning en het financiële kader zijn vastgelegd.
Aanleiding Zuid-Holland moet in het komende decennium een fors aantal woningen bouwen en de bestaande woonvoorraad beter benutten en toekomstbestendig maken. Een veranderende economie vraagt om meer aandacht voor de bereikbaarheid van werklocaties en circulaire goederen en grondstofstromen. Stad en land raken fysiek steeds sterker met elkaar verbonden, waarbij in het landelijk gebied behoud van voorzieningen en leefbaarheid een uitdaging vormt. Tegelijk staat de bereikbaarheid onder druk. Economische groei, een groeiende bevolking en een trek naar de stad zorgen voor toenemende drukte op de bestaande infrastructuur, zowel wat betreft goederen- als personenvervoer. De rijks- en provinciale wegen in Zuid-Holland blijven onverminderd druk, fietspaden worden steeds drukker en de bereikbaarheid van de landelijke gebieden staat onder druk.
Motivering Provinciaal Belang De zorg voor de aanleg en onderhoud van provinciale wegen, fietspaden en bruggen is een wettelijke taak van de provincie. De provincie wil door aanleg en verbetering van eigen infrastructuur en van derden (met een nationaal of regionaal belang) de bereikbaarheid verbeteren en daarmee de leefbaarheid in Zuid-Holland.
2.1.6 Duurzame, stille en nieuwe luchtvaart Wat wil de provincie bereiken? De zogenaamde kleine- en recreatieve luchtvaart kan (geluid)overlast geven of tot verstoring van natuur leiden. De provincie gaat over de locaties waar luchtvaart mag starten en landen, met uitzondering van Rotterdam The Hague Airport, en de provincie kan daarvoor regels opstellen. De provincie gaat niet over waar en hoe er gevlogen wordt; dit valt onder de bevoegdheid van het Rijk. De provincie wil hiernaast dat de overlast van Schiphol en Rotterdam The Hague Airport (RTHA) zoveel mogelijk beperkt wordt. Dit gaat om geluidhinder, uitstoot van (ultra)fijnstof, stikstof en CO2. Tegelijkertijd wil de provincie dat Schiphol zijn positie als belangrijke internationale luchthaven kan behouden en zijn netwerk van internationale verbindingen kan versterken. Voor RTHA wil de provincie dat de luchthaven zijn positie als zakelijke luchthaven kan behouden. De provincie oefent invloed uit op de besluitvorming door de minister van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en de Tweede Kamer over de toekomstige ontwikkeling van beide luchthavens. Voor Schiphol gaat dit via de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS; een samenwerkingsverband van vier provincies en een veertigtal gemeenten rondom Schiphol) en bij RTHA via de Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR; een samenwerkingsverband van de provincie en drie gemeenten).
De provincie wil dat binnen de geluidcontouren rondom Schiphol en RTHA terughoudend wordt omgegaan met nieuwe woningbouw om nieuwe geluidgehinderden zoveel mogelijk te voorkomen. Echter binnen de regels wil de provincie dat kleinschalige woningbouw mogelijk moet kunnen zijn indien dit de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ten goede komt. Daartoe heeft de provincie regels gesteld in de Omgevingsverordening.
47
Aanleiding De kleine- en recreatieve luchtvaart kan tot negatieve effecten leiden, zoals geluidoverlast of verstoring van natuur. Een deel van de provincie Zuid-Holland heeft te maken met de negatieve externe effecten van Schiphol en RTHA. Gemeenten die onder de aanvliegroutes liggen hebben te maken met geluidoverlast en slaapverstoring door startend en landend verkeer. Daarnaast gelden voor sommige gemeenten bouwbeperkingen voor nieuwe woningen als gevolg van de nabijheid van een luchthaven.
Motivering Provinciaal Belang De provincie is bevoegd gezag voor de luchthavens van regionale betekenis op basis van de Wet luchtvaart. Ook is de provincie bevoegd om ontheffingen te verlenen voor het starten en landen op terreinen anders dan luchthavens. Luchtvaart is in het algemeen gemeentegrensoverschrijdend en vanwege de hinderlijke effecten van de luchtvaart is de provincie het aangewezen schaalniveau. De leefbaarheid en economische belangen van Schiphol en RTHA zijn gemeentegrensoverschrijdend en daarom is de provincie het aangewezen schaalniveau. Ook kan de provincie een belangrijke verbindende bijdrage leveren tussen de lokale belangen van gemeenten. Het Rijk is bevoegd gezag.
Nadere uitwerking In Zuid-Holland wordt ruimte geboden aan diverse vormen van kleine- en recreatieve luchtvaart. De provincie ondersteunt dit, maar hecht tegelijkertijd waarde aan een goede inpassing in de directe omgeving om overlast zoveel mogelijk tegen te gaan. Daarom wil de provincie dat terughoudend wordt omgegaan met nieuwe locaties voor commerciële en bedrijfsgebonden luchtvaart, helikopterhavens, luchthavens voor onbemande luchtvaartuigen en luchthavens voor gemotoriseerde recreatieve luchtvaart. Luchthavens met een duidelijk maatschappelijk belang (zoals heliplatforms bij ziekenhuizen) worden daarentegen wel ondersteund. De provincie hecht waarde aan de luchthavens Schiphol en RTHA als belangrijke schakel in de internationale bereikbaarheid en voor de economie van de Randstad. Tegelijkertijd vindt de provincie het van belang dat de hinder zoveel mogelijk wordt beperkt. Verdere groei van Schiphol is wat de provincie betreft dan ook alleen mogelijk als daar een evenredige reductie van de hinder tegenover staat. Daarnaast vindt de provincie dat binnen de geluidcontouren rondom Schiphol terughoudend moet worden omgegaan met nieuwe woningbouw.
Daar waar er bij de luchtvaartsector op wordt aangedrongen om het aantal geluidgehinderden niet te laten toenemen, moet de overheid op haar beurt niet voor een toename zorgen door op grote schaal woningen binnen de geluidcontouren te bouwen. De provincie pleit er echter wel voor dat er binnen de regels mogelijkheden blijven om op kleine schaal woningbouw te kunnen plegen, bijvoorbeeld als dit de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ten goede komt. De aanwezigheid van de luchthaven Rotterdam The Hague Airport is een vestigingsfactor voor bedrijven. De luchthaven levert daarmee een bijdrage aan de economische ontwikkeling van de regio. De provincie vindt het daarbij van belang dat de hinder voor de omgeving beperkt blijft tot een noodzakelijk minimum (kwaliteit leefomgeving). Samen met gemeenten, de luchthaven, bewonersvertegenwoordigers en andere belanghebbende partijen op en rond de luchthaven worden afspraken gemaakt over hinderbeperkende maatregelen (programma hinderbeperkende maatregelen). Hoewel de provincie geen wettelijke bevoegdheid heeft bij de vaststelling van het luchthavenbesluit voor RTHA, wordt bestuurlijk draagvlak bij de provincie en gemeenten rondom de luchthaven door de minister van Infrastructuur en Milieu als belangrijk gezien. De toekomstige ontwikkeling van de luchthaven is daarmee afhankelijk van het draagvlak in de regio.
Beleidsdoel 2.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur 2.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur Een goed functionerende, provinciale infrastructuur zorgt ervoor dat iedereen veilig, duurzaam, snel en op een makkelijke manier van huis naar werk, opleiding of vrijetijdsbesteding kan reizen. De provincie heeft de wettelijke plicht provinciale fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen te beheren
48
en te onderhouden. Met de bediencentrales en de Incident Coördinatie (IC)-desk zorgt de provincie voor een vlotte afwikkeling van het verkeer. Bij calamiteiten en incidenten zorgt de provincie voor een veilige werksituatie voor de hulpdiensten en beperkt de provincie hinder voor de (vaar-)weggebruikers. De provinciale infrastructuur moet beschikbaar en veilig te gebruiken zijn. Daarvoor moet de infrastructuur in goede staat zijn en duurzaam onderhouden worden. De provincie heeft als doel het onderhoud doeltreffend en doelmatig uit te voeren. Dit doet zij met zo min mogelijk overlast voor de weggebruiker en de omgeving. De provincie verzorgt het bedienen van bruggen en sluizen, toezicht en handhaving op de weg en het water, en incidentmanagement. Hiermee zorgt ze voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer.
Beleidskeuzes van 2.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur 2.2.1 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam Wat wil de provincie bereiken? De fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen en verkeerssystemen worden sober , doelmatig en duurzaam onderhouden met zo min mogelijk overlast. Beheer en onderhoud houdt de provincie daarmee boven het aansprakelijkheidsniveau en laten we zo efficiënt mogelijk plaatsvinden. Op dit moment doet de provincie dit op een manier met zo min mogelijk kosten, uitstoot en overlast voor de vaarweg- en weggebruiker en omgeving. Tijdens de werkzaamheden wordt het belang van de fietser en voetganger zwaar meegewogen. Er wordt ingezet op innovaties bij werkzaamheden om naast de kosten te beperken ook de uitstoot te verminderen.
Aanleiding De provincie heeft als eigenaar van fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen en verkeerssystemen een wettelijke taak om haar infrastructuur op orde te houden en te beheren. Daarmee draagt de provincie bij aan de leefbaarheid, welzijn en economische ontwikkeling van iedereen die in de provincie woont, studeert, werkt of Zuid-Holland bezoekt.
Motivering Provinciaal Belang De provincie is conform de Wegenwet, de Wegenverkeerswet en de Scheepvaartverkeerswet verantwoordelijk voor haar eigen infrastructuur (en alle bijbehorende inrichting); hieronder vallen provinciale wegen, vaarwegen, fietspaden, bruggen en sluizen. Provincie Zuid-Holland heeft de convenanten Duurzaam Grond- Weg- en Waterbouw (DGWW) 2030, Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) en Provinciale Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (PKCI) ondertekend.
Nadere uitwerking Het assetmanagementsysteem (gebaseerd op de internationale assetmanagementstandaard NEN-ISO 55001) is de basis voor het beheer en onderhoud, bediening, toezicht en handhaving. Hiermee zorgt de provincie ervoor dat de waarde die de provinciale assets leveren worden vergroot en dat dit continu wordt geborgd. Naast veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid wordt er ook naar andere thema’s van het provinciaal beleid zoals in de omgevingsvisie beschreven gekeken. Met het integreren van duurzaamheid in het assetmanagement zorgt de provincie ervoor dat het assetmanagement in 2050, of zo veel eerder als haalbaar, de volgende doelen behaald: 1. CO2 neutraal; 2. bijna volledig circulair; 3. nauwelijks gebruik makend van primaire grondstoffen; 4. energie neutraal; 5. Leefgebied en ecologische verbindingen biedend aan lokale flora en fauna rond (vaar)wegen; 6. Klimaatbestendig.
Beleidsdoel 3.1 Energietransitie 3.1 Energietransitie De provincie wil het gebruik van fossiele energiebronnen afbouwen en wil toe naar een klimaatneutrale energievoorziening. Het doel is om uiterlijk in 2050 de CO2-uitstoot volledig te verminderen ten opzichte van 1990, met een tussendoel van 55% vermindering in 2030.
49
• •
•
•
•
•
Zuid-Holland stelde in samenwerking met de 7 RES’en (Regionale Energiestrategieën) het doel in 2030 6,3 tot 6,8 TWh zon- en windenergie op te wekken. De provincie wil een eerlijke energietransitie bereiken, waarbij verduurzaming ook haalbaar is voor achtergestelde en kwetsbare doelgroepen. Ook zet de provincie in op meer economische voordelen en meer zeggenschap voor inwoners. Dit doet zij door bij ieder (grootschalige) zon- en windproject te kiezen voor minimaal 50% lokaal eigendom. De provincie wil het gebruik van aardgas versneld verminderen. Dit kan door energiebesparing en door warmtebronnen binnen de provincie te benutten. Zo kunnen de glastuinbouw in 2040, en de gebouwde omgeving en industrie in 2050, klimaatneutraal zijn. De provincie heeft volgens de nationale doelstelling tot doel om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken, en in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Daarbij helpt zij de Zuid-Hollandse industrie met het behalen van het NOx-uitstootverminderingsdoel: voor deze sector staat dit op 38% in 2030 ten opzichte van 2019. Om de energietransitie mogelijk te maken dient de provincie de energiesystemen (elektriciteits-, waterstof- en warmtenetten) slim en efficiënt in te richten. Zo is energie tijdig beschikbaar voor iedereen. De ontwikkeling en de ruimtelijke inpassing van het energiesysteem zijn een uitdaging in Zuid-Holland.
Dit komt door de beperkte ruimt en door overbelasting van het stroomnet. De provincie werkt aan een toekomstbeeld voor het energiesysteem, onder andere gericht op het voorkomen van overbelasting van het net. Hierbij spelen plannen voor energie een belangrijke rol; het doel is om ruimtelijke en energievraagstukken gelijktijdig mee te nemen. Zo ontstaat een samenhangende aanpak voor de omvangrijke energieopgave. Dit zal de druk op het stroomnet verminderen.
Beleidskeuzes van 3.1 Energietransitie 3.1.1 Duurzame opwek elektriciteit Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil ruimte bieden aan zonne- en windenergie om het gezamenlijke RES-doel – het opwekken van 6,3-6,8 TWh aan duurzame elektriciteit – te kunnen behalen. Hiermee draagt de provincie bij aan de doelen in de Klimaatwet en de afspraken uit het Klimaatakkoord. Het behalen van het RES-doel draagt ook bij aan het provinciale beleidsdoel om het gebruik van fossiele energiebronnen af te bouwen en toe te willen naar een klimaatneutrale energievoorziening. De provincie biedt ruimte voor de toenemende elektriciteitsbehoefte van Zuid-Holland op een schone, onafhankelijke manier. De ruimte in Zuid-Holland is beperkt, daarom wil de provincie zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte en een goede afweging maken tussen verschillende provinciale waarden. Ook wanneer de vraag naar ruimte voor hernieuwbare elektriciteit na 2030 groeit, zoals het Rijk verwacht in het Nationaal Plan Energiesysteem.
Aanleiding De provincie werkt mee aan Europese en nationale energiedoelen om de CO2-uitstoot te verminderen, het aandeel duurzame energie te vergroten en het energieverbruik te reduceren. Dit is essentieel om een leefbaar klimaat en een gezonde leefomgeving te behouden voor zowel de huidige als toekomstige generaties. Door klimaatverandering, volle stroomnetten en een groeiende vraag naar elektriciteit is het steeds belangrijker om ruimte te maken voor lokale, duurzame elektriciteit en deze slim te gebruiken. Zo komt er genoeg groene stroom voor nieuwe huizen, bedrijven, scholen en andere voorzieningen. Ook ondersteunt dit de elektrificatie van mobiliteit en industrie.
Motivering Provinciaal Belang In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte zeer waardevol. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Tegelijkertijd is het van belang om voldoende ruimtelijke mogelijkheden te creëren voor de opwek van duurzame elektriciteit, om aan de afspraken uit het Klimaatakkoord en de uitwerking daarvan in de RES 1.0 te voldoen. Lokale, duurzame opwek door zon en wind versterkt de energieonafhankelijkheid van de provincie. Daarnaast kunnen omwonenden direct meeprofiteren van de opbrengsten via bijvoorbeeld energiecoöperaties. De provincie heeft een bovenregionale rol in het ruimtelijke domein en participeert in de RES-regio's. Vanuit deze rollen legt de provincie haar ruimtelijke beleid voor zonne- en windenergie vast. De Energiewet bepaalt dat de provincie bevoegd gezag is voor windparken met een opgesteld vermogen tussen 15 en 100 megawatt (MW) en dit mogelijk kan maken met een projectbesluit. Voor zonnevelden
50
bepaalt de Energiewet dat de provincie bevoegd gezag is voor een projectbesluit bij een opgesteld vermogen tussen 50 en 100 MW. Dat betekent dat gemeenten voor zonnevelden in de regel bevoegd gezag zijn. Gedeputeerde Staten kunnen ervoor kiezen de bevoegdheid om windenergie mogelijk te maken over te laten aan de gemeente binnen de daarvoor geldende voorwaarden uit de Energiewet. Daarvoor moeten Gedeputeerde Staten een besluit nemen en daarmee moet de gemeente instemmen. In Zuid-Holland willen Gedeputeerde Staten de bevoegdheid aan gemeenten overdragen als voldoende verzekerd is dat de gemeente zich inzet voor de ontwikkeling van windenergie. Met name private partijen en energiecoöperaties zijn aan zet voor initiatieven tot daadwerkelijk plaatsing van windturbines en exploitatie daarvan.
Nadere uitwerking Ruimtelijk uitgangspunten windenergie Moderne windturbines hebben grote impact op de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de leefomgeving. Daarom is een zorgvuldige en bovenregionale afweging over de locatiekeuze op provinciaal niveau van belang. De provincie wil moderne, grote turbines geconcentreerd plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie voorkomen. De provincie geeft ruimte aan clusters en lijnopstellingen van windenergie in de daarvoor meest geschikte gebieden. Plaatsingsvisie wind De provincie heeft het ruimtelijk uitgangspunt windenergie vertaald naar een plaatsingsvisie voor wind. Het ruimtelijk uitgangspunt is dat een opstelling van windturbines (een windpark) is gekoppeld aan grote landschappelijke structuren op een logische plek. Dit verschilt per landschap. De provincie onderscheidt daarin de polders en droogmakerijen van de veenlandschappen, de zuidelijke delta en de as van het dynamisch Haven Industrieel Complex. Binnen deze landschappen ziet de provincie op de volgende plekken kansen voor windenergie: • In de Zuidelijke Delta zijn windparken passend langs de grote scheidslijnen tussen land en water. De windturbines passen bij de maat en schaal van dit landschap, bijvoorbeeld op de randen van de eilanden bij de grote wateren en op de dammen en dijken.
• Langs de as Maasvlakte-Merwedezone zijn windturbines passend vanwege het industriële karakter van dit gebied en de grote energievraag die hierbij hoort. Zoekgebieden en locaties voor windenergie liggen hier in de havens of industriegebieden en langs grootschalige infrastructuur, zoals de A15. • Ten noorden van de as Maasvlakte-Merwedezone, in het veen- en droogmakerijenlandschap liggen zoekgebieden en locaties voor windenergie in de grootschalige droogmakerijen of langs de gebundelde structuur N11, spoor en Oude Rijn. In de veenpolders is de ruimte beperkter, mede vanwege de aanwezigheid van talrijke weidevogels. Toch ziet de provincie hier beperkt mogelijkheden voor windturbine-opstellingen in de zeer langgerekte open ruimten. Zoekgebieden windenergie Naast de locaties voor windenergie zoals opgenomen in de Omgevingsverordening heeft de provincie gezocht naar potentiële gebieden voor windenergie. Deze zijn weergegeven op de kaart Zoekgebieden Windenergie. Dit zijn gebieden waar de provincie op regionale schaal kansen ziet voor windparken, maar nog wel een nadere afweging moet plaatsvinden. Deze afweging maakt de provincie samen met de RES-partners. Samen met hen werkt de provincie aan een ontwikkelstrategie met planning om te verkennen waar en wanneer windturbines in deze zoekgebieden het beste te realiseren zijn.
Bepaalde zoekgebieden kunnen worden omgezet naar locaties voor windenergie in de Omgevingsverordening. De provincie onderscheidt primaire en secundaire zoekgebieden. De primaire zoekgebieden hebben de voorlopige voorkeur van de provincie. Niet alle zoekgebieden hoeven tot realisatie komen. Zo ligt een aantal zoekgebieden bij elkaar in de buurt, zoals enkele zoekgebieden ten zuiden van Alphen aan den Rijn. Deze zoekgebieden sluiten elkaar uit. Hier zit ruimte voor een verdere afweging in samenwerking met onze partners. Hoe GS dit verder willen uitwerken, staat in het Omgevingsprogramma, maatregel 3.1.1.1.
51
Kaart Zoekgebieden Windenergie Bij uitwerking van de zoekgebieden geldt een aantal uitgangspunten: • Bij de ontwikkeling wordt gezocht naar opstellingen die hinder voor omwonenden en het aantal gehinderde omwonenden tot een minimum beperken
52
• • • • •
De voorkeur wordt gegeven aan eenvoudige lijnopstellingen en heldere clusters, in samenhang met de kenmerken van het landschap; Een minimale afstand van vijf kilometer tussen opstellingen om storende interferentie tussen windparken te voorkomen, tenzij anders aangetoond; De opstelling is zorgvuldig en in samenhang ontworpen en streeft een rustig beeld na; De richtingsverandering bij een lijnopstelling moet beperkt en bij voorkeur constant blijven; Bij de ontwikkeling wordt er gezocht naar landschapsinrichting in de omgeving die leidt tot verminderde dominantie van de turbines, zoals wegbeplanting langs wegen.
Beschermende werking van de zoekgebieden en locaties De provincie streeft ernaar het plaatsingspotentieel voor windenergie te behouden en waar mogelijk te versterken. Daarom is het belangrijk dat in en rondom de in de omgevingsverordening aangewezen locaties voor windenergie geen ontwikkelingen plaatsvinden die belemmerend kunnen zijn voor de plaatsing van windturbines. In en rondom locaties voor windenergie in de omgevingsverordening worden ruimtelijke ontwikkelingen zo gepland dat het potentieel voor windenergie behouden blijft of versterkt wordt. Gemeenten kunnen geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken die van invloed kunnen zijn op dit potentieel, tenzij de provincie daar mee kan instemmen. De bescherming richt zich alleen op het voorkomen van ontwikkelingen van windturbinegevoelige objecten. De provincie volgt hierbij de definitie voor windturbinegevoelige objecten van het Rijk en sluit hiermee aan op het beleid voor de bescherming van de onbebouwde ruimte. De beschermende werking is niet van toepassing op de locaties voor windenenergie in het Haven Industrieel Complex (HIC) en de Krabbepolder en Krabbegors. Kleine en middelgrote windturbines Naast de grote windturbines is er in de provincie ruimte voor kleinere windturbines. Middelgrote windturbines met een as-hoogte tot 45 meter zijn binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) toegestaan.
Hierbinnen kan de gemeente eigen afwegingen maken vanuit het lokale effect op energieopwekking, ecologie en de ruimtelijke impact. Indien provinciale belangen rond landschap, cultuurhistorie, kroonjuwelen, ecologie en recreatie in het geding zijn, moet dit worden meegewogen. Vooroverleg bij het opstellen van omgevingsplan wijzigingen hierover is daarom aan te bevelen. Kleine windturbines met een as-hoogte tot 15 meter mogen overal worden geplaatst, mits rekening gehouden wordt met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Indien provinciale belangen in het geding zijn moet dit worden meegewogen. De provincie maakt het duurzaam opwekken van elektriciteit ook buiten BSD bij agrarische bouwpercelen en installaties van waterschappen onder condities mogelijk voor windturbines met een as-hoogte groter dan 15 meter tot maximaal 30 meter. Dit gaat onder andere om locatiespecifiek onderzoek om een goede landschappelijke en ecologische inpassing te waarborgen. De provincie hanteert als uitgangspunt dat de impact op het net van een molen minimaal is en netcongestie niet wordt vergroot. Ruimtelijke uitgangspunten zonne-energie De provincie stimuleert de realisatie en het gebruik van zonne-energie actief. Meervoudig ruimtegebruik, zoals het benutten van daken en overige geschikte functies, heeft daarbij de voorkeur.
Voor zonnevelden is een terughoudende benadering in de open ruimte op zijn plaats. Deze terughoudendheid wordt gecombineerd met een stimulerende benadering voor zonnepanelen en warmtecollectoren op dak. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied hebben invloed op de kwaliteit van het landschap en de ruimte voor voedselproductie. Uitgaande van onderstaande principes maakt de provincie de realisatie van zonne-energie ruimtelijk mogelijk. Deze principes gelden ook binnen het bestaande stads- en dorpsgebied en onder voorwaarden op een aantal voorkeurslocaties en functies daarbuiten. Principes voor realisatie van zonne-energie: 1. Meervoudig ruimtegebruik. Benut bestaande en nieuwe bebouwing en overige functies die combinaties kunnen vormen met zonne-energie. (PV en warmtecollectoren); 2. Bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden. De provincie is terughoudend met het toestaan van zonnevelden;
53
3.
4.
Een goede ruimtelijke ordening waarbij energie-infrastructuur als leidend principe wordt gehanteerd. Wek energie op daar waar het gebruikt wordt (in of nabij de bebouwde omgeving) en waar aansluiting op het energienetwerk logisch is; Ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied. Bij de locatiekeuze, omvang en inrichting van een zonneveld en eventueel bijbehorende energieopslag zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsverordening altijd van toepassing.
3.1.2 Eerlijke energietransitie Wat wil de provincie bereiken? De provincie Zuid-Holland wil een eerlijke energietransitie realiseren: een transitie waarin iedereen kan meedoen en profiteren, en waarin de lusten en lasten evenwichtiger verdeeld worden. De provincie wil inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties op een betekenisvolle manier betrekken bij de ontwikkeling van energieprojecten, zodat plannen in samenspraak met de omgeving tot stand komen. Door dit vroegtijdig en transparant te organiseren wil zij dat iedereen kan meedenken en meedoen. En door een zorgvuldige afweging tussen het maatschappelijk belang van de energietransitie en de specifieke voor- en nadelen voor de directe omgeving, wil zij dat projecten meer draagvlak krijgen. De provincie stimuleert financiële participatie en lokaal eigendom. Zo krijgt de omgeving niet alleen inspraak, maar ook daadwerkelijk zeggenschap en de mogelijkheid om te delen in de opbrengsten van duurzame energieprojecten. Bovendien draagt zeggenschap van lokale partijen, zoals energiecoöperaties, bij aan vertrouwen en slimme lokale oplossingen in de energietransitie. De provincie hanteert een percentage van minimaal 50% lokaal eigendom per duurzame energieproject, zoals zonne- of windenergie. De provincie wil dat de transitie haalbaar en toegankelijk is voor iedereen.
Dit vraagt met name aandacht voor achtergestelde en kwetsbare groepen. Zij hebben vaker te maken met hoge energiekosten, (energie)armoede, en een gebrek aan handelingsperspectief. De provincie wil deze ongelijkheid verkleinen, om te voorkomen dat zij onevenredig worden belast en juist kansen krijgen om te profiteren van verduurzaming.
Aanleiding De energietransitie is noodzakelijk om klimaatdoelen te behalen. Deze transitie gaat gepaard met ingrijpende veranderingen in de energievoorziening, ruimtelijke inrichting en economische structuur. Daarnaast is de energietransitie een belofte voor een schone en gezonde leefomgeving, waar iedereen baat bij heeft. Zonder aandacht voor rechtvaardigheid kan deze transitie leiden tot ongelijke verdeling van zeggenschap, baten en lasten, en verlies van draagvlak. Het Klimaatakkoord en de Omgevingswet leggen nadruk op participatie, lokaal eigendom en het betrekken van maatschappelijke belangen. Dit vraagt om gerichte provinciale inzet op eerlijkheid en inclusiviteit in de energietransitie.
Motivering Provinciaal Belang De provincie heeft een regierol in de ruimtelijke inpassing van energieprojecten, de uitvoering van RES’en en de ontwikkeling van energie-infrastructuur. Het waarborgen van participatie-eisen, de opbouw van sterke energiegemeenschappen en het realiseren van lokaal eigenaarschap vereisen samenwerking en afstemming over gemeentegrenzen heen. Gemeenten kunnen dit niet altijd zelfstandig of uniform borgen. Provinciale inzet is daarom nodig om ongelijkheid te voorkomen, regionale afstemming te organiseren en de energietransitie op een eerlijke manier te realiseren.
Nadere uitwerking Participatie bij duurzame energie Bij participatie rond duurzame energie wordt onderscheid gemaakt tussen de beleidsfase en de projectfase. Beleidsfase In de beleidsfase wordt, aan de hand van provinciale opgaven, onderzocht welke locaties of gebieden geschikt zijn voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld windturbines of zonneparken. Dit gebeurt hoofdzakelijk in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES). In deze fase komen zoekgebieden tot stand, dit gebeurt mede door het betrekken van de omgeving door te informeren en te raadplegen. Zo worden zorgen, wensen en opvattingen opgehaald en meegewogen om te komen tot prioritaire en secundaire
54
zoekgebieden. Het doel is niet om instemming te verkrijgen, maar om draagvlak te bevorderen via een transparant en zorgvuldig proces. Projectfase In de projectfase volgt een intensiever participatietraject, waarin de omgeving meer directe invloed heeft op de uitwerking en uitvoering van projecten. Dit gaat dan over het ontwerp, de precieze plaatsing van energie-installaties, en voorwaarden tijdens de bouw en exploitatie. Bovenop de wettelijke beïnvloedingsruimte zet de provincie zich actief in om de omgeving te betrekken, waarbij de provincie 1. inzichten en eventuele bezwaren van bewoners betrekt in het verdere besluitvormingsproces; 2. participatieafspraken tussen de omgeving, de provincie en initiatiefnemer vroegtijdig en concreet vastlegt in een omgevingsovereenkomst; 3. erop toeziet dat een initiatiefnemer de gemaakte (participatie)afspraken tijdig en zoals bedoeld uitvoert; 4. zorgt voor een duidelijk en vindbaar aanspreekpunt, al dan niet in de vorm van een relatiemanager. Van de initiatiefnemer wordt ook verwacht een aanspreekpunt voor de omgeving én de provincie te hebben; 5. zorgt voor deskundige ondersteuning aan de omgeving indien gewenst. Ook streeft de provincie ernaar dat inwoners, lokale bedrijven en lokale partijen (mede)eigenaar van wind- en zonneprojecten worden, waardoor zij zeggenschap hebben in de projecten en meedelen in de opbrengsten.
De provincie hanteert minimaal 50% lokaal eigendom als uitgangspunt. Hiermee heeft ook de omgeving profijt van de energie die wordt opgewekt. Lokaal eigendom is één vorm van financiële participatie. Het betekent dat de omgeving, via een vereniging of (energie)coöperatie, als (mede)eigenaar risicodragend mee-investeert in en zeggenschap heeft over een energieproject. Daarnaast zijn er drie andere vormen van financiële participatie, namelijk: • Financiële deelneming: omwonenden nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties • Omgevingsfonds: een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zoals een sportclub of wijkvereniging • Omwonendenregeling: met een omwonendenregeling ontvangen mensen die in de directe omgeving wonen een voordeel. Bijvoorbeeld met korting op stroom afkomstig uit het project, een financiële compensatie of door investeringen in het verduurzamen van hun woning. De initiatiefnemer van een project is verantwoordelijk voor een gesprek met de omgeving om tot afspraken over de inzet van lokaal eigendom en de andere vormen van financiële participatie te komen. Welke vorm(en) in welke mate worden gebruikt zal variëren en is de uitkomst van het gesprek met de omgeving.
In het aparte beleidskader Participatie en Lokaal Eigendom worden provinciale verwachtingen, definities en uitgangspunten verder toegelicht.
3.1.3 Warmtetransitie in de gebouwde omgeving en glastuinbouw Wat wil de provincie bereiken? De provincie zet in op een zo groot mogelijke CO2-reductie. De unieke situatie in Zuid-Holland met verschillend aanbod van warmtebronnen en een bebouwde omgeving nabij, biedt kansen om CO2-reductie te bewerkstellingen via de warmtevoorziening. De provincie richt zich op een toekomstbestendig energiesysteem waarin de warmtetransitie een belangrijke rol heeft.
Aanleiding In 2015 werd in het VN-klimaatverdrag van Parijs afgesproken om niet meer dan 2 graden °C opwarming van het mondiale klimaat toe te staan. Voor Nederland betekent dit dat er naar een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050 en een klimaatneutrale glastuinbouw in 2040 wordt toegewerkt. Dit is vastgesteld in het Klimaatakkoord uit 2019. In vrijwel alle steden, dorpen en glastuinbouwgebieden wordt ingezet op het minder of niet toepassen van aardgas om CO2 te reduceren. Dit gebeurt door in te zetten op maatregelen om energie te besparen en de ontwikkeling van duurzame warmtebronnen, warmtesystemen en warmte opslagsystemen te stimuleren. Dit zal impact hebben op de bovengrondse en ondergrondse leefomgeving. Naast warmte zal de behoefte aan koelte oftewel koude belangrijk worden voor klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress.