Omgevingsvisie na vaststelling herziening omgevingsbeleid 2025 (service document)
Tekst van het document
55
Om de warmtetransitie tot ontwikkeling te laten komen krijgen gemeenten meer sturingsmogelijkheden om de aanleg en exploitatie van collectieve warmtesystemen te bevorderen. Ook krijgen ze instrumenten om het publieke belang in de warmtevoorziening te waarborgen. Dit is vastgelegd in nationale wetgeving. De provincie heeft een rol om de nationale en lokale opgaven te verbinden, ontwikkelingen te ondersteunen en te stimuleren.
Motivering Provinciaal Belang De ruimte in de provincie is schaars, zowel bovengronds als ondergronds, waarbij oog moet zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving. In deze ruimte vindt de energietransitie plaats gericht op de ontwikkeling van een toekomstbestendig energiesysteem. De provincie zet in op de Trias Energetica. Er wordt ingezet op het stimuleren van warmtebesparing, de toename van beschikbare duurzame warmtebronnen gekoppeld aan de warmtevraag, waarbij warmteopslag en warmtetransport nodig kan zijn en efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen. Warmte wordt gezien als een essentieel onderdeel van het energiesysteem. Met relatief lage maatschappelijke kosten en met een beperkt ruimtebeslag kan een warmtesysteem bijdragen aan een robuuster en duurzamer energiesysteem. Het warmtesysteem is het geheel aan duurzame warmtebronnen, bijbehorende faciliteiten zoals een onderstations of warmteoverdrachtstations, warmtenetwerken en daaraan gekoppelde aansluitingen. De provincie kent een groot potentieel en aanbod van warmte uit duurzame warmtebronnen zoals geothermie en restwarmte. Ook zijn er, kleinere warmtebronnen zoals bodemenergie, zonthermie, omgevingswarmte en aquathermie en groen gas. Er zijn steeds betere inzichten in de inzet van koeling.
Het warmtesysteem kan bovenregionaal en binnen de gemeentegrenzen ontwikkeld worden, afhankelijk van het warmteaanbod van de bron. Het is in het belang van de provincie om de schaars beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk in te passen. Met een bovenlokaal warmtetransportsysteem wordt ingezet op het verduurzamen van bestaande lokale warmtenetten en het stimuleren van nieuwe warmtesystemen. Voor de ruimtelijke inpassing van bovenlokale warmtetransportleidingen en warmtesystemen benut de provincie waar nodig of gewenst het ruimtelijk bijbehorende instrumentarium. Dit doet de provincie in samenwerking met de betrokken samenwerkingspartners. De warmtetransitie is van groot economisch belang voor de transitie in de glastuinbouwsector. In ZuidHolland is de CO2-emissie in de glastuinbouw van vergelijkbare omvang als de gebouwde omgeving. Het is dan ook van belang dat de warmtetransitie in de glastuinbouwsector in samenhang met de gebouwde omgeving tot stand komt. Beide kunnen niet los van elkaar gezien worden.
Nadere uitwerking Om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en glastuinbouw van de grond te krijgen zet de provincie zich in door: • Te verbinden tussen en met verschillende overheden (Rijk en gemeenten); • Te faciliteren en te ondersteunen bij de ontwikkeling van duurzame warmtebronnen, warmteopslag, warmtesystemen en warmtevraagontwikkeling; • Energiebesparing te bevorderen en te stimuleren. De provincie werkt en denkt mee aan de planvorming in de warmteclusters, warmteprogramma’s en de Regionale Energie Strategieën (RES-en), voor de glastuinbouwsector, (wijk)uitvoeringsplannen en Omgevingsplannen. Het provinciale instrument van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving wordt ingezet om bedrijven daadwerkelijk maatregelen te laten nemen om tot energiebesparing te komen en het bodem-grondwatersysteem te beschermen. In aansluiting op het wettelijk instrumentarium bevordert de provincie warmtebesparing, de benutting van restwarmte en cascadering van warmtestromen. Dit wordt ook wel het hergebruik van warmte in steeds lagere temperatuurstappen en de inzet van koude-opties genoemd. Hiervoor heeft de provincie het afwegingskader warmtekeuzes en het afwegingskader koude ontwikkeld. De provincie ondersteunt de nationale doelstelling om de warmtetransitie te versnellen en de transitie betaalbaar en met minimale impact op de ruimte te realiseren.
De provincie verkent de mogelijkheden om vanuit publiek belang een bijdrage te leveren aan de warmtetransitie. Voor de collectieve benutting van geothermie en aquathermie verkent de provincie het belang en de mogelijkheden om sturing van deze bronnen op te nemen in haar Omgevingsbeleid.
56
Vanuit het provinciale belang om de bodem en ondergrond optimaal te beschermen en beheren wordt er rekening gehouden met het bodem-grondwatersysteem zodat deze voor de lange termijn volledig blijft functioneren. Bovendien wordt rekening gehouden met de bescherming van de drinkwaterwinning en de grondwaterkwaliteit in Zuid-Holland, bescherming van archeologisch erfgoed en andere functies zoals recreatie. Warmtebesparing Energie die niet gebruikt wordt, hoeft niet te worden opgewekt en vraagt daarom niet om ruimtelijke inpassing. De inzet op besparing is dan ook essentieel. De provincie zet zich in om warmte te besparen in de bestaande bouw, nieuwbouw, bij bedrijventerreinen, voor specifieke doelgroepen en door middel van ontzorgingsprogramma’s. Warmtesystemen Succesvolle toepassing van warmtebronnen vraagt om samenwerking tussen vele partijen. De provincie neemt een regionaal verbindende rol in deze samenwerking op zich en richt zich daarbij specifiek op succesvolle ontwikkeling van bovenlokale warmtesystemen. De provincie onderstreept het belang van voldoende capaciteit om vraag en aanbod van warmte op een efficiënte wijze bij elkaar te brengen. In de clusters rond Rotterdam, Den Haag, Westland, Oostland, de Drechtsteden en Holland Rijnland zijn (boven)regionale warmtetransportnetwerken (zoals WarmtelinQ) en warmtesystemen in ontwikkeling.
Deze netwerken zijn van essentieel belang en dragen stevig bij aan een klimaatneutrale warmtevoorziening De energietransitie vergt het integraal programmeren van bronnen, infrastructuur en vraagontwikkeling. De provincie verkent de kansen en optimalisaties om warmtesystemen en daarmee samenhangende bronnen, warmtevraag en warmteopslag te ontwikkelen en uit te breiden en onderdeel te maken van haar Omgevingsbeleid. Warmteopslag De provincie bouwt aan een duurzame toekomst waar de energietransitie, bodem, water, natuur en milieu met elkaar in balans zijn. Zij werkt samen met gemeenten toe naar een integraal energiesysteem van bron, infrastructuur, opslag en vraag. Deze integraliteit van het energiesysteem werkt door in de ondergrond en bij de wateropgave. Warmteopslag omvat het opslaan van warmte om later te gebruiken. Grote hoeveelheden warm water kunnen worden opgeslagen voor langere periodes. De provincie richt zich op opslag van water in de ondergrond met een temperatuur boven de 25 graden °C. Tot ca. 50 graden °C spreken we van Midden Temperatuur Opslag (MTO). Vanaf ca. 50 graden °C is er sprake van Hoge Temperatuur Opslag (HTO). De provincie ziet MTO en HTO als een belangrijk onderdeel van het integrale energiesysteem. Door het toepassen van warmteopslag worden collectieve warmtesystemen efficiënter, wat verder bijdraagt aan de reductie van CO2.
Opslag is wenselijk waar geologische potentie en warmtevraag samenkomen, mits toegepast onder strikte provinciale voorwaarden zoals vastgesteld in het Omgevingsbeleid. Bovendien moeten grondwater, drinkwatervoorraden en de ecologie van de ondergrond beschermd worden. Hiermee zet de provincie zich in voor een integrale aanpak waarin innovatie en milieubescherming hand in hand gaan. Afwegingskader warmtekeuze en koude Voor een effectieve afweging tussen inzetbare warmte en koude bronnen heeft de provincie een afwegingskader Warmtekeuze en een afwegingskader Koude ontwikkeld. De afwegingskaders helpen gebruikers (bijvoorbeeld gemeenten, architecten en aannemers) in het maken van energetische en ruimtelijke keuzes. Het gaat hierbij om de inzet van zowel verwarmings- als koelingstechnieken in gebouwen. Inzicht in de verschillende beschikbare technieken helpt om optimale keuzes te maken in het creëren van aangename woningen en andere gebouwen en een prettige buitenruimte. Het afwegingskader wordt doorlopend geactualiseerd. Glastuinbouwsector De provincie draagt bij aan de doelstellingen van de glastuinbouwsector om in 2040 klimaatneutraal te zijn door de rol te pakken om te verbinden, stimuleren en ondersteunen. Dit gebeurt onder andere in de Greenports Nederland, specifiek Greenport West-Holland. De aanpak in de glastuinbouwsector richt zich op verduurzaming.
De provincie ziet de inzet van (groene) grondstoffen graag zoveel mogelijk gecascadeerd
57
volgens de principes van de waardepiramide. Dit principe houdt in dat de gebruiksfunctie ‘energie’ pas komt nadat de toepassing materiaal of andere hoogwaardige toepassingen komt. Biomassa voor warmtetoepassingen Energietoepassing van houtige biomassa heeft niet de voorkeur. Alleen groene grondstoffen die niet (langer) geschikt zijn voor hoogwaardige toepassingen komen in aanmerking. De provincie zet gefaseerd in op afbouw van energietoepassingen van hoogwaardige biomassa, te beginnen in sectoren waar al reële energieneutrale alternatieven beschikbaar zijn. Voor groene grondstoffen verkent de provincie de mogelijkheid om CO2-reductie in rekenmodellen te waarderen bij biomassa die niet wordt omgezet in energie. De provincie hanteert voor waterstof in de energie- en grondstoffentransitie de volgende kernpunten: • De provincie ondersteunt pilots, demonstratieprojecten en verkenningen waarmee meer inzicht ontstaat in de toepasbaarheid van waterstof in de gebouwde omgeving en glastuinbouw. •
Voor 2030 wordt geen grootschalige toepassing voorzien van biomassa. De provincie ziet na 2030 mogelijkheden voor beperkte toepassingen op plekken waar andere duurzame alternatieven technisch, maatschappelijk en financieel niet haalbaar zijn. Daarbij kan gedacht worden aan oude binnensteden.
Door de uitfasering van de verbranding van aardgas richting 2050, draagt de warmtetransitie bij aan de reductie CO2, verbetering van de luchtkwaliteit en vermindering van geurhinder. Ook inperking van de verbranding van biomassa voor verwarming draagt hieraan bij. Uitvoering Gemeenten en andere uitvoerende partijen wordt gevraagd om, gelet op beperking van de maatschappelijke kosten en overlast, aan te sluiten bij de investeringsplanningen van andere (onderhouds)werkzaamheden in de openbare ruimte. Het gaat hierbij onder andere om vervanging van het drinkwaternet, de riolering, aanleg en uitbreiding van groen en waterbergingsmaatregelen en overige aanpassingen in de openbare ruimte. Bij het uitwerken en realiseren van diverse besparings- en duurzame warmteoplossingen-grootschalig en kleinschalig- hecht de provincie veel waarde aan het participatieproces dat wordt georganiseerd met de omgeving. Hierbij vormen de 4D’s (van Doelen, Diversiteit, Dialoog en Doorwerking) de basis. De provincie doet hiermee inhoudelijke en procesmatige kennis op. Deze kennis wordt, via kennissessies en de ontwikkeling van lerende netwerken, vervolgens breed gedeeld met belanghebbende partners.
3.1.4 Klimaatneutrale en circulaire industrie Wat wil de provincie bereiken? Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in 2050. En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is. Samen met haar partners zet de provincie zich hiervoor in langs drie sporen die de basis vormen van drie maatregelen in het Omgevingsprogramma: 1. stimuleren van efficiency en het nuttig en slimmer toepassen van reststromen; 2. vernieuwen van het energiesysteem; 3. vernieuwen van het grondstoffensysteem. Voor al deze sporen is de tijdige beschikbaarheid van een adequate energie infrastructuur, alsmede voldoende ruimte om deze energie infrastructuur te realiseren, een belangrijke conditie.
Aanleiding In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het realiseren van een Klimaatneutrale en circulaire industrie. Door de grote industriële clusters in Nederland zijn uitvoeringsplannen opgesteld om invulling te geven aan deze afspraken. Specifiek voor de benodigde energie infrastructuur zijn er zogenaamde cluster energie strategieën (CES) opgesteld.
58
Tevens zijn er nationale afspraken gemaakt om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben gerealiseerd. Ten slotte zijn er nationale doelen ten aanzien van stikstofreductie geformuleerd: er is een NOx-emissiereductiedoel vastgesteld voor de sector industrie van 38% in 2030 ten opzichte van 2019.
Motivering Provinciaal Belang Vanuit het Klimaatakkoord heeft de provincie een inspanningsverplichting om zich in te zetten voor een Klimaatneutrale en circulaire industrie. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag voor de handhaving van de wettelijk voorgeschreven energiebesparingsplicht voor een deel van de bedrijven. De opgave staat niet op zichzelf. In de eerste plaats kan de industrie een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van andere sectoren, bijvoorbeeld door het leveren van restwarmte aan bedrijven en huizen, van CO2 (als grondstof) aan de glastuinbouw en van duurzame brandstoffen aan de transportsector. In de tweede plaats is de opgave ook van grote economische betekenis voor de regio, in termen van bijvoorbeeld behoud (of zelfs groei) van werkgelegenheid. Een groot deel van de nationale opgave ligt in de provincie Zuid-Holland en dan met name in het Haven Industrieel Complex (HIC) in Rotterdam: ruim 30 procent van alle industriële CO2 uitstoot in Nederland is afkomstig uit provincie Zuid-Holland. Hiervan is ruim 90 procent afkomstig uit het HIC.
Nadere uitwerking De Europese Unie en het Rijk hebben een sterk sturende rol in het realiseren van een Klimaatneutrale en circulaire industrie, bijvoorbeeld via prijsprikkels (zoals het Europese ETS-systeem), via wettelijke voorschriften (zoals de energiebesparingsplicht) en via subsidies voor de wat grotere investeringen. Vanuit deze context kiest de provincie voor wat betreft de invulling van het provinciaal belang voor een rechtmatige rol ten aanzien van de uitvoering van door het Rijk wettelijk voorgeschreven energiebesparingsplicht. Daarnaast heeft de provincie een mee- en samenwerkende rol. Dit doen we bijvoorbeeld door het stimuleren van (regionale) samenwerking tussen publieke en private partijen en door het (financieel) ondersteunen van verduurzamingsprojecten bij zowel industriële bedrijven als bij andere actoren binnen industriële ketens (bijvoorbeeld toeleveranciers, afnemers). Daarnaast beschikt de provincie over een aantal instrumenten, die kunnen worden ingezet om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen. De inzet van de provincie verloopt zoals aangegeven langs drie sporen.
Deze sporen komen overeen met de aanpak uit het Klimaatakkoord en het genoemde koploperprogramma en vormen de basis van drie maatregelen in het Omgevingsprogramma • Het eerste spoor betreft door bedrijven zelf te treffen efficiency maatregelen, zoals de opslag van CO2 (onder de Noordzee) en de nuttige toepassing van reststromen (zoals warmte, stoom en CO2) binnen de industrie en in andere sectoren en efficiency op het gebied van water en grondstoffen. • Het tweede spoor betreft het veranderen van het energiesysteem door fossiele energiebronnen te vervangen door duurzame energiebronnen en -dragers, zoals duurzaam opgewekte elektriciteit en groene waterstof (aanvankelijk zal dit nog blauwe waterstof zijn, maar zodra de beschikbaarheid van groene elektriciteit toeneemt en de productiekosten van groene waterstof dalen, wordt de transitie naar ‘groen’ voorzien). In het kader van de waterstoftransitie zal mogelijk veel gebruik gemaakt gaan worden van waterstofdragers, zoals ammoniak. Het grootschalig gebruik van ammoniak (import, overslag, opslag, verwerken en transport) brengt veiligheids- en milieuvraagstukken met zich mee. De provincie staat voor een veilige en gezonde energietransitie. • Het derde spoor betreft het stapsgewijs vervangen van fossiele grondstoffen voor toepassingen ten behoeve van chemie en industrie.
Deze fossiele grondstoffen zullen vervangen worden door biomassa, recycling en gebruik van CO2 in combinatie met groene waterstof. Voor realisatie van deze sporen is er (extra) energie infrastructuur nodig op het gebied van o.a. elektriciteit, warmte / stoom, waterstof en CO2. De betreffende projecten van nationaal belang zijn opgenomen in het CES en worden door het Rijk geborgd in de landelijke structuur van het MIEK (meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat). De provincie is hierbij betrokken en pakt tevens een regierol bij de regionale doorvertaling van het CES, zoals de CES Rotterdam-Moerdijk en de CES Verspreide Industrie/6e cluster.
59
3.1.5 Duurzaam Energiesysteem Wat wil de provincie bereiken? De provincie werkt samen met netbeheerders, medeoverheden en andere partners integraal aan een geïntegreerd en volledig duurzaam energiesysteem in 2050. Met ‘energiesysteem’ bedoelen we vraag en aanbod van energie (opwek en gebruik) en de verbinding hiertussen, waaronder transport, opslag en conversie van verschillende energievormen. Daaronder wordt warmte, elektriciteit, duurzame gassen en CO2 als grondstof en restproduct verstaan. De provincie zet zich in voor een toekomstbestendig (regionaal) energiesysteem dat (1) in samenhang ontwikkelt met diverse ruimtelijke en autonome ontwikkelingen, (2) optimaal ruimtelijk wordt ingepast en (3) efficiënt en slim benut wordt. Om tot een duurzaam energiesysteem te komen hanteert de provincie de zeven leidende principes die zijn afgesproken in het pMIEK 2.0: • Vraagreductie (energiebesparing) • Lokale opwek – waar mogelijk lokaal benutten van hernieuwbare bronnen • Kiezen voor de meest passende energiedrager (zoals elektriciteit, warmte, groen gas en waterstof).
• Energievraag en -aanbod lokaal, regionaal en provinciaal trapsgewijs bij elkaar brengen • Maximale inzet op efficiënter benutten van energie-infrastructuur • Een toegankelijke energievoorziening voor iedereen • Samenhang in energie en ruimte Het energiesysteem in Zuid-Holland staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een groter systeem en kent uitwisseling van energie met omringende provincies en andere landen. Centrale en decentrale onderdelen zijn met elkaar geïntegreerd. Dit is essentieel voor een gebalanceerd, robuust en betrouwbaar systeem.
Aanleiding De provincie staat voor een grootschalige verbouwing van het energiesysteem. Deze beleidskeuze richt zich op het handelen van de provincie ten aanzien van het regionale energiesysteem in Zuid-Holland. Uit de landelijke Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 en de provinciale Systeemstudie Energieinfrastructuur Zuid-Holland 20-30-50 blijkt dat de komende 30 jaar in Zuid-Holland veel nieuwe energieinfrastructuur nodig is voor warmte, elektriciteit, duurzame gassen en CO2. Verandering in energievraag, energiedragers en toename van niet-regelbare opwek (zon en wind) in de toekomst zijn de grootste drijfveren voor aanpassingen aan de infrastructuur voor energie in Zuid-Holland. Sectorale plannen voor onder meer wonen, werken en mobiliteit, en ambities voor verduurzaming, maar ook autonome maatschappelijke ontwikkelingen, leiden gezamenlijk tot een verschuivende vraag naar regionale energie-infrastructuur. Dat resulteert bijvoorbeeld in toenemende congestie op het elektriciteitsnet. Er ligt een grote uitdaging om al die ontwikkelingen, zoals de laadbehoefte van elektrische mobiliteit, opwek van zon en wind en duurzame verwarming van de gebouwde omgeving in Zuid-Holland energetisch en ruimtelijk te accommoderen. Ook de verwachte toename van koelvraag speelt een rol in de opgave voor het energiesysteem.
Zuid-Holland kent tegelijk veel potentie voor geothermie en industriële restwarmte om te benutten voor verwarming van de gebouwde omgeving en de glastuinbouw. Duurzame gassen als waterstof zijn met name voor de industrie toepasbaar, waarvoor de waterstofbackbone (nationaal hoofdtransportnet voor waterstof) nieuwe kansen biedt. De transitie vraagt dus steeds vaker integrale afwegingen voor de inzet van de juiste energiedragers op de juiste plekken en voor de juiste toepassingen.
Motivering Provinciaal Belang Een robuust, duurzaam energiesysteem is een essentiële conditie voor tal van provinciale doelen en opgaven. Het is randvoorwaardelijk voor een sterke regionale concurrentiepositie waarin een brede welvaart, wonen en werken kunnen worden gefaciliteerd – ook in de toekomst. In het nationale klimaatakkoord is afgesproken dat in Nederland in 2030 en 2050 respectievelijk 55% en 95% minder CO2 wordt uitgestoten ten opzichte van 1990. De provincie Zuid-Holland onderschrijft deze doelstelling. De transitie naar een duurzaam energiesysteem is van belang voor het behalen van nationale en sectorale klimaatdoelen.
60
De ontwikkeling en inpassing van het regionale energiesysteem is een vraagstuk met aanzienlijke ruimtelijke impact. De ruimte in de boven- en ondergrond wordt steeds voller in Zuid-Holland. Daarom is een goede ruimtelijke ordening en planning, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, noodzakelijk.
Nadere uitwerking De provincie werkt met partners in Zuid-Holland aan het tijdig ontwikkelen van voldoende capaciteit in het energiesysteem. Daarmee helpen we Zuid-Holland op andere vlakken vooruit, zoals bij de woonopgave, opwekken van elektriciteit en de economische vitaliteit van de regio. Efficiënt benutten, tijdige beschikbaarheid en ruimtevraag van het (geplande) energiesysteem is een belangrijk onderdeel van integrale afwegingen bij (ruimtelijke) ontwikkelingen in Zuid-Holland. Energie en ruimte beziet de provincie in samenhang, waarbij het energiesysteem een meer sturende rol krijgt in de ruimtelijke ordening. Er wordt op gelet dat de ontwikkelingen in het energiesysteem passend zijn in totale (ruimtelijke) opgave en vice versa. Proactief ruimte zoeken voor toekomstige uitbreiding van het systeem en het sturen op het vestigen van energie-intensieve activiteiten op basis van energieprofielen zijn mogelijkheden hiervoor. De snelle verandering van het energiesysteem leidt tot een integraal programmeringsvraagstuk. Niet alles kan overal én tegelijk. De provincie initieert daarom een integraal programmeerproces voor het energiesysteem, het provinciaal Meerjarenprogramma Energie en Infrastructuur (pMIEK).
Met dit pMIEK wordt toekomstige energie-infrastructuur, als onderdeel van het energiesysteem, geprogrammeerd bepaald in samenhang met de vraag- en aanbodsectoren van energie. Er wordt 2-jaarlijks een actualisatie van het pMIEK opgesteld. Door in het proces af te stemmen met sectoraal beleid worden sectorale doelen en ruimtelijke ontwikkelingen beter in lijn gebracht met de ontwikkeling van benodigde energie-infrastructuur. Belangrijke regionale projecten komen daarmee tijdig en ruimtelijk ingepast tot realisatie. De extra benodigde capaciteit heeft een aanzienlijk fysiek ruimtebeslag, terwijl in Zuid-Holland de ondergrondse ruimte steeds voller en de bovengrondse ruimte steeds schaarser wordt. Om het gewenste toekomstige energiesysteem, dat zowel duurzaam en robuust als betrouwbaar en flexibel is, te verwezenlijken heeft de provincie een aantal leidende principes en structurerende keuzes vastgesteld. De leidende principes kunnen als algemene spelregels voor de ontwikkeling van het toekomstige energiesysteem beschouwd worden. De voorbereiding en aanleg van nieuwe energie-infrastructuur duurt vaak lang, vergt ruimte en brengt maatschappelijke kosten met zich mee voor arbeid en materialen. Om de behoefte aan opwek en schaarse transportcapaciteit te beperken en overmatige maatschappelijke investeringen te voorkomen, zet de provincie als eerste in op het reduceren van de vraag.
Ten tweede beperken we de vraag naar transportcapaciteit door in te zetten op het waar mogelijk (lokaal) benutten van hernieuwbare bronnen. Hierbij kan gedacht worden aan lokaal toepassen van geothermie of restwarmte. Lokale, decentrale elementen (decentrale opwek/ lokale warmtebronnen, conversie en opslag) worden bij voorkeur toegepast voor lokaal gebruik, maar zijn verbonden met centrale elementen (onder meer hoge netvlakken en piekvoorzieningen) in het geïntegreerde toekomstige systeem. Voor het faciliteren van energievraag die niet bespaard kan worden, zetten we in op het geografisch dicht bij elkaar realiseren van vraag en aanbod. Dit kan in de toekomst leiden tot clustering van energie-intensieve bedrijvigheid waar dit vanuit het oogpunt van een efficiënt energiesysteem logisch is. Naast het bouwen van nieuwe stations en tracés is efficiënter en slimmer gebruik van het energiesysteem nodig om de benodigde capaciteit voor alle energiedragers te realiseren. De pieken en dalen in de netbelasting zijn van korte duur. Er kan slimmer worden omgegaan met de beschikbare capaciteit door de gebruiksmomenten te spreiden, bijvoorbeeld in energiehubs of door de inzet van opslagsystemen met een netcongestieverzachtend effect.
Elektriciteitsopslagsystemen (vanaf nu: EOS) kennen verschillende toepassingsmogelijkheden; het balanceren van het hoogspanningsnet en het spreiden en verlagen van pieken in vraag en aanbod. Hierdoor wordt de impact op het bestaande net en de behoefte aan uitbreidingen beperkt. Tegelijkertijd leggen EOS beslag op schaarse ruimte. Daarom streven wij naar de ontwikkeling van EOS waar dit bijdraagt aan efficiëntie en balancering van energiesysteem. De provincie zet in op de meest passende energiedrager voor de energievraag, waarbij vanuit een integrale benadering van het energiesysteem robuustheid en leveringszekerheid ook in ogenschouw genomen worden. Besparen van energie is de eerste stap. Voor verduurzaming van de resterende warmte- en koudevraag gelden daarbij het afwegingskader warmte-koude. In het programma wordt uitgewerkt hoe de provincie dit afwegingskader hanteert. In het toekomstig energiesysteem hebben duurzame gassen een rol bij seizoensopslag van energie, conversie en opslag in energiehubs, het verduurzamen van indu-
61
striële processen, mogelijk het leveren van piekwarmte, inzet in WKK’s (warmte-krachtkoppeling) en bij het aandrijven van zware mobiliteit. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen hebben wij oog voor de toegankelijkheid van de energievoorziening voor iedereen. Ons toekomstig energiesysteem biedt ruimte aan initiatieven en betrokkenheid van burgers, bedrijven en instellingen, en zorgt dat iedereen deel kan nemen aan de energietransitie. De provincie vraagt gemeenten bij (ruimtelijke) ontwikkelingen rekening te houden met het energiegebruik (zowel vraag, aanbod en transport) passend bij het energiesysteem, en welke gevolgen er zijn voor het beheer en beschikbaarheid van de energie(-infrastructuur) en daarnaast zorg te dragen voor het reserveren van benodigde ruimte voor energie-infrastructuur.
3.1.6 Kernenergie Wat wil de provincie bereiken? Zuid-Holland is een energie-intensieve provincie en voor de energietransitie van de bebouwde omgeving en de industrie is een ruime en betrouwbare beschikbaarheid van CO2 neutrale energie van levensbelang. De provincie sluit daarom op voorhand geen enkele CO2-emissievrije techniek uit. De energiemix van de toekomst vraagt om stabiele, duurzame en betrouwbare bronnen. Kernenergie kan een bijdrage leveren aan deze toekomstige energiemix. Daarnaast kan het de afhankelijkheid van fossiele import buiten Europa verminderen. De provincie wil de potentie van kernenergie in de energiemix binnen de provincie verder onderzoeken en verkennen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar kleine kerncentrales (SMR’s).
Aanleiding Om de mondiale en nationale afspraken over het beperken van klimaatverandering te realiseren is het van belang dat er voldoende CO2 neutrale energiebronnen beschikbaar zijn. Daarnaast belemmert de snel wisselende elektriciteitsprijs in samenhang met netcongestie de voortgang van de energietransitie van de Zuid-Hollandse industrie. Als dichtbevolkte en economisch krachtige provincie met grote steden, havens en industrieën, is Zuid-Holland kwetsbaar bij een energiemix die te afhankelijk is van het buitenland. Daarom is energie-autonomie van belang voor Zuid-Holland om de afhankelijkheid van het buitenland te verkleinen en de regionale veerkracht te vergroten.
Motivering Provinciaal Belang Zuid-Holland is een energie-intensieve provincie en voor de energietransitie van de bebouwde omgeving en de industrie is een ruime en betrouwbare beschikbaarheid van CO2 neutrale energie van levensbelang. De provincie sluit daarom op voorhand geen enkele CO2-emissievrije techniek uit. In het nationale klimaatakkoord is afgesproken dat in Nederland in 2030 en 2050 respectievelijk 55% en 95% minder CO2 wordt uitgestoten ten opzichte van 1990. De provincie Zuid-Holland onderschrijft deze doelstelling en ziet hiervoor ook mogelijkheden door kernenergie te overwegen in onze energiemix. In zowel het Ruimtelijke Voorstel (Ruimtelijk Koers voor een toekomstbestendig Zuid-Holland) als het Toekomstbeeld Energiesysteem Zuid-Holland in 2050 wordt het voornemen om de mogelijkheid voor kernenergie te onderzoeken genoemd. Het provinciale Toekomstbeeld schetst het gewenste eindbeeld van een volledig duurzaam, robuust en geïntegreerd energiesysteem, waarbij decentrale en centrale elementen elkaar versterken. Het onderwerp kernenergie raakt aan meerdere van de provinciale kerntaken. Het gaat hierbij onder andere om de ruimtelijk ordeningen het regionaal energiesysteem. Daarnaast heeft de provincie een verbindende rol tussen gemeenten daar waar het gaat om regionale problematiek en belangen.
Nadere uitwerking De ontwikkeling en inpassing van kerncentrale is het regionale energiesysteem is een vraagstuk met aanzienlijke ruimtelijke impact. De ruimte in de boven- en ondergrond wordt steeds voller in Zuid-Holland. Daarom is een goede ruimtelijke ordening en planning, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, noodzakelijk. Daarnaast heeft de mogelijke inpassing van Small Modulair Reactors (de zogenaamde SMR’s) en / of grote kerncentrales in het regionaal en landelijk energiesysteem een forse impact op dit systeem. Kleine kerncentrales (SMR’s)
62
SMR's zijn kleine kernreactoren, ze vormen een nieuwe generatie kernreactoren die kleiner en flexibeler zijn dan traditionele kerncentrales. Belangrijkste kenmerken zijn: Compact formaat, ze worden in fabrieken gebouwd en vervolgens naar de locatie vervoerd, wat de bouwtijd en -kosten zou moeten verlagen. Schaalbaarheid, meerdere SMR's kunnen naast elkaar worden geplaatst, afhankelijk van de energiebehoefte. Flexibele inzet, ze kunnen worden ingezet op afgelegen locaties of als aanvulling op bestaande energie-infrastructuur. De energieoutput van SMR’s kan variëren van enkele MWe tot enkele honderden MWe afhankelijk van de soort. Er bestaan binnen Europa nog geen in werking zijnde SMR’s. Daarom moeten diverse vraagstukken met betrekking tot voor veiligheid, bevoegd gezag en dergelijke nog worden uitgewerkt. Hiervoor participeert de provincie Zuid-Holland in het landelijke SMR-traject van het Rijk. Nadat de uitkomsten van dit traject bekend zijn zal de provincie een potentie onderzoek doen naar de plaatsing van small modulair reactors in de provincie Zuid-Holland. Daarnaast zal bij relevante organisaties zoals omgevingsdiensten de kennis van kerncentrales moeten worden opgebouwd. Grote kerncentrales Voor grote kerncentrales heeft het Rijk de ambitie uitgesproken om in totaal 4 nieuwe centrales te bouwen (van ongeveer 1,5 GW per stuk).
De procedure is gestart voor de eerste twee kerncentrales. Via een integrale effect analyse en een milieueffectrapportage wordt door de minister in 2026 bepaald welke locatie de voorkeur krijgt. Het gaat om Borsele/ Terneuzen, Vlissingen in Zeeland, Eemshaven in Groningen of de tweede Maasvlakte in Zuid-Holland. Het Rijk is zowel de initiatiefnemer als het bevoegde gezag voor deze kerncentrales.
Beleidsdoel 4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat 4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat De provincie staat voor een toekomstbestendige economie met een gezond en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor haar ondernemers en inwoners. De provincie geeft economisch beleid vorm, zodat het bijdraagt aan brede welvaart voor alle Zuid-Hollanders. Dat betekent versnelling van de transitie naar een economie die duurzaam, innovatief en inclusief is: • Een duurzame economie is een economie die uiteindelijk geen uitstoot heeft, en die gebaseerd is op een circulair energie- en grondstoffensysteem (onder andere voor stroom, warmte, CO2 en waterstof). • Een innovatieve economie heeft een sterke kennis- en concurrentiepositie, het vermogen om transities het hoofd te bieden en een vestigingsklimaat te creëren dat aantrekkelijk is. • Een inclusieve economie heeft gelijke kansen voor iedereen, waarin iedereen en elke regio meetelt, meedoet en op een prettige en gezonde manier kan leven. De bijdrage aan brede welvaart en een duurzame, innovatieve en inclusieve economie bepaalt in steeds belangrijker mate de ‘license to operate’ van bedrijven. Deze ‘license to operate’ kan worden vertaald als een combinatie van maatschappelijk, politiek en juridisch draagvlak of legitimiteit.
Dit draagvlak vormt het afwegingskader voor economische activiteiten waarvoor steun en ruimte wordt geboden. De provincie ondersteunt bedrijven in de transitie naar 'toekomstbestendigheid'. Toekomstbestendige bedrijven kunnen aanspraak maken op de steun van de provincie en de (toekomstige) ruimte in Zuid-Holland. Innovatieve Economie In de provincie Zuid-Holland worden het innovatiemogelijkheden onvoldoende benut. Dit terwijl er een extra uitdaging ligt in de verandering naar een duurzame, inclusieve, circulaire en digitale economie. De provincie wil de innovatiemogelijkheden daarom beter benutten. Zo kan ze (brede) welvaart behouden en liefst verhogen, én het mogelijk maken dat bedrijven een grotere bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Daarnaast zorgt innovatie ervoor dat er een klimaat ontstaat waarin bedrijven zich graag willen vestigen: innovatie is belangrijk voor het behoud van de economische positie van Zuid-Hollandse bedrijven. Door innovatie kunnen concurrentievoordelen worden behaald en kan meer toegevoegde waarde worden gegenereerd voor economie en maatschappij, hier en ergens anders. Innovatie aanmoedigen doet de provincie door het werkveld van vernieuwende bedrijven te ondersteunen en sterker te maken. Dat betekent dat de provincie kijkt naar de ‘omgeving’ waarin bedrijven werken, om daarbij aan te sluiten met haar beleid.
De provincie is de aangewezen laag om dit werkveld te laten groeien en de samenwerking tussen (grote en kleine) bedrijven, kennisinstellingen en overheden te bevorderen. Bovendien komen innovaties vaak niet of trager tot stand zonder ondersteunende overheids-
63
maatregelen (marktfalen). Voor innovaties die bijdragen aan de overgang naar een duurzame economie is daarnaast vaak sprake van ‘transitiefalen’ (bv. hoge kosten van nieuwe technologieën omdat er in de basis nog geen markt voor bestaat). Provincie Zuid-Holland heeft aandacht voor alle soorten bedrijven. Veranderingen zijn namelijk pas succesvol als niet alleen een kopgroep innovaties ontwikkelt, maar ook het ‘peloton’ van het brede mkb én de grote bedrijven meegaat in de overgang. Het innovatieve midden- en kleinbedrijf (mkb), - vooral binnen de topsectoren van Zuid-Holland - vervult een belangrijke rol als plek waar vernieuwende producten ontstaan. Grote bedrijven hebben meestal geen hulp nodig, maar zijn wel interessant als sterke partners in een overgang. Het brede mkb vormt de ruggengraat van de lokale en regionale economie, waarin ze ook geworteld zijn. De provincie Zuid-Holland versterkt kennis en innovatie in het werkveld door de inzet van 5 beleidsmaatregelen: • Strategische samenwerking om een innovatieve economie te aan te moedigen, door ondersteuning van haar Regionale ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter en de Economic Board ZuidHolland. • Campussen en fieldlabs sneller ontwikkelen waardoor innovatie makkelijker kan plaatsvinden. • Versterken van netwerken gericht op kennis en innovatie.
• Innovatie stimuleren binnen specifieke clusters, zoals Life Sciences & Health, Industriële biotechnologie of Aerospace. • Innovatie stimuleren in het MKB. Transitie van de tuinbouw De tuinbouw is één van de economische topsectoren in Nederland. Zuid-Holland is met een groot deel van de Nederlandse teelt, de meeste bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling, en het grootste deel van de handelsbedrijven en logistiek, dé tuinbouwprovincie van Nederland. De tuinbouw levert de nationale en regionale economie veel op, maar heeft tegelijkertijd invloed op het ruimtegebruik, de transportbewegingen, de leefomgeving en de waterkwaliteit. Daarnaast gebruikt de tuinbouw nu nog veel (fossiele) energie. Dit wil de provincie versneld veranderen zodat de tuinbouw ook in de toekomst een duurzaam verdienmodel binnen onze provincie heeft. De provincie zet daarom in op: •
•
•
Bevorderen van duurzame tuinbouwgebieden: gebieden die aan de wettelijke kaders en randvoorwaarden voldoen. Dit met als belangrijkste doel om een klimaat neutrale sector te zijn in 2040, en de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen. Verbeteren duurzaam verdienmodel: binnen de wettelijke kaders en randvoorwaarden op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, klimaat en circulariteit, met een goede balans tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid van flexibele arbeidskrachten. Bevorderen netwerksamenwerking: door samenwerking in de regionale Greenports, het landelijke netwerk Greenports Nederland en in andere (internationale) netwerken. Men kan zo voordeel hebben van clusterkracht, kennisdeling, gezamenlijke lobby en belangenbehartiging. Dit leidt tot samenwerkingsvoordelen en een versterkte concurrentiepositie.
De provincie past hiervoor de volgende hulpmiddelen toe: • Netwerkkracht. Actieve deelname aan de triple helix organisaties van de regionale Greenports en Greenports Nederland en het Europese netwerk ERIAFF. • Gebiedsgericht werken. Samen met de tuinbouwpartners het beleid, met behulp van geld en hulpmiddelen, vertalen in een per Greenport samenhangend uitvoeringsprogramma met (gebiedsgerichte) projecten en maatregelen. • Ondersteunen van projecten die de transitie van de tuinbouw versnellen. • Wetgeving via omgevingsverordening. • Monitoring, dataverzameling en kennisontwikkeling. Transitie van het Havenindustrieel Complex Het Havenindustrieel complex (HIC) bestaat uit een grootindustrieel complex, een logistieke hub en een maritiem cluster. De provincie Zuid-Holland wil eraan bijdragen dat het HIC in Rotterdam, de verspreide industrie en het maritieme cluster in Zuid-Holland klimaatneutraal, circulair en slim werken. Dit vraagt om een overgang naar een economie waarin minder tot helemaal geen broeikasgassen worden uitgestoten, de stikstofuitstoot wordt verminderd en minder natuurlijke grondstoffen worden gebruikt. Hierbij is het belangrijk om een goed vestigingsklimaat te behouden voor de bedrijven en (startende) ondernemers in
64
de industrie en het maritieme cluster. Belangrijk is dat hierbij wordt gelet op de invloed op de omgeving, de nodige (milieu)ruimte en hoogwaardige toepassing en hergebruik van grondstoffen/materialen. De provincie gaat daarvoor innovaties ondersteunen en duurzame investeringen bevorderen. Daarnaast zal zij ervoor zorgen dat netwerken en samenwerkingsverbanden versterken, en bijdragen aan het op orde brengen van randvoorwaarden. Dit doet de provincie met de inzet van haar economisch- en innovatie instrumentarium, haar ruimtelijke instrumentarium, haar taken op het gebied van infrastructuur en milieu, en de lobby en samenwerking in de Europese Unie en bij het Rijk. De provincie zet zich als onderdeel van dit beleid ook in voor het behoud, de versterking en de verduurzaming van de Zuid-Hollandse maritieme sector. De provinciale inzet komt grotendeels inhoudelijk voort uit de Regionale Maritieme Agenda en draagt bij aan de nationale Sectoragenda Maritieme Maakindustrie. Digitale economie Het gebruik van digitalisering in de economische sectoren in Zuid-Holland heeft grote gevolgen. Door het gebruik van digitalisering zijn processen efficiënter geworden en zijn er nieuwe businessmodellen gekomen in bijna alle sectoren.
De provincie weet dat sterke sectoren zoals het havenindustrieel complex, maakindustrie en de tuinbouwsector in de komende 10-15 jaar hun manier om geld te verdienen sterk zullen veranderen en dat digitalisering hier een rol in speelt. De provincie wil zorgen voor een goede ondersteuning van de economie bij deze digitale verandering en dat alle sectoren de juiste digitale voorwaarden hebben. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: • Innovatieve manieren om geld te verdienen door gebruik te maken van innovatieve digitale technieken. • Verbeteren van het vestigingsklimaat voor de digitale economie. • Bijdragen aan de digitale verandering voor het hele mkb en tussen sectoren. • Vastleggen en versterken van publieke waarden in de digitalisering van de Zuid-Hollandse economie. • Verbeteren van de digitale weerbaarheid van de Zuid-Hollandse economie. Circulair Zuid-Holland In april 2024 stelde de provincie de nieuwe strategie “Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland” vast. Hierin geeft de provincie aan hoe zij toewerkt naar 50% circulair in 2030 en een volledig circulaire samenleving in 2050. Met deze strategie komt de provinciale aanpak in een nieuwe fase. Hierbij ligt de nadruk op de invloed. De provincie richt zich daarbij naast de koplopers ook in het bijzonder op de brede groep daarachter. Zij zet aan de ene kant in op zaken waar de provincie een verschil kan maken.
En aan de andere kant waarbij circulair bijdraagt aan de oplossing van meerdere maatschappelijke vraagstukken waar de provincie aan werkt. De transitie naar een circulaire economie zorgt voor nieuwe bedrijvigheid en daarmee nieuwe ruimtevragers. Ook de ruimtevraag van bestaande bedrijvigheid zal veranderen.Dat betekent ook dat de rol van de provincie verandert. Eerst zorgde zij ervoor dat alles in beweging kwam, nu verbindt de provincie vraagstukken vaker met elkaar. Daarnaast stelt de provincie kaders en geeft zij opdrachten. Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen Economie en ruimte zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor een toekomstbestendige economie is een aantrekkelijk vestigings- en ondernemingsklimaat met voldoende fysieke ruimte nodig. Daarnaast leidt de ontwikkeling naar een duurzame, innovatieve en inclusieve economie tot andere eisen en wensen die we stellen aan deze ruimte. De ruimte voor economie is schaars in Zuid-Holland. Dat betekent dat we niet meer vanzelfsprekend ruimte faciliteren op basis van ramingen en prognoses, maar gericht kijken naar de bijdrage van economische ontwikkelingen aan brede welvaart en het Zuid-Hollandse ecosysteem. Dit bepaalt in steeds belangrijker mate het draagvlak voor bedrijfsactiviteiten.
Duurzaamheid, innovatie en inclusiviteit zijn de pijlers van een toekomstbestendige economie en krijgen prioriteit bij de verdeling van de ruimte. Duurzaamheid, innovatie en inclusiviteit staan niet los van elkaar; ze kunnen elkaar versterken en leiden samen tot brede welvaart. Tegelijkertijd kunnen ze ook op gespannen voet met elkaar staan bij het maken van ruimtelijke keuzes. Bij de verdeling van de ruimte voor economie geven we daarom prioriteit aan de volgende activiteiten: 1. Basiseconomie en strategische belangen: De ‘basiseconomie’ heeft voldoende ruimte nodig. Dat gaat om maatschappelijke en nutsvoorzieningen en stadverzorgende bedrijvigheid die noodzakelijk is voor het functioneren van onze samenleving. Daarnaast gaat het om activiteiten die vanwege hun (nationale) strategische belang een bijdrage leveren aan onze strategische autonomie.
65
2.
Circulaire economie: We maken ruimte voor activiteiten die bijdragen aan de transitie naar een circulaire en klimaat neutrale economie, waarin het hergebruik van producten en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen het uitgangspunt is.
3.
Kennis- en innovatie-ecosystemen, technologische maakindustrie en toegevoegde waarde: Voor ons toekomstig verdienvermogen zetten we in op onze sterke kennis- en innovatie-ecosystemen en de technologische maakindustrie. We geven daarbij prioriteit aan activiteiten met een hogere toevoegde waarde voor de samenleving en economie en een compact ruimtebeslag.
Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn een cruciale schakel in het economisch functioneren van Zuid-Holland. De ca. 26.000 bedrijven op bedrijventerreinen zijn samen goed voor bijna 1/3 van de totale werkgelegenheid en de toegevoegde waarde in de provincie. Bedrijventerreinen zijn daarnaast dé locaties waar hinder veroorzakende functies zich kunnen vestigen. Daarmee zijn het ook dé plekken waar de transities naar een duurzame en circulaire economie vorm moet krijgen. De uitbreidingsruimte voor nieuwe bedrijventerreinen is beperkt, omdat wonen en werken zich moeten ontwikkelen binnen de beschikbare ruimte, inclusief de i 3ha-locaties. Daarom moet de beschikbare ruimte zorgvuldig worden beschermd en beter worden benut. Tegelijkertijd hebben bestaande bedrijventerreinen vaak nog ongebruikte mogelijkheden met betrekking tot ruimtegebruik, energietransitie en klimaatadaptatie en zullen bedrijventerreinen ook zelf moeten transformeren tot duurzame en circulaire werklocaties. Via het stellen van randvoorwaarden bij het faciliteren van de ruimte, wil de provincie voorrang geven aan bedrijven die bijdragen aan de overgang naar een duurzame, digitale en inclusieve economie en verbetering van het welzijn van de inwoners van ZuidHolland. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: • Beter benutten en duurzaam functioneren van bedrijventerreinen.
De provincie zet in op het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen onder andere door middel van meervoudig ruimtegebruik en maximale benutting van de beschikbare milieuruimte op bedrijventerreinen. Waar mogelijk wordt functiemenging onder voorwaarden mogelijk gemaakt, zoals bedrijven met een lage milieucategorie met woningbouw. •
Het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen. De provincie blijft ervoor waken dat (selectieve) vraag en aanbod van bedrijventerreinen in de regio’s in balans blijven en dat woningbouwplannen van gemeenten niet botsen met aanwezige bedrijven op bedrijventerreinen.
•
Het stimuleren van circulaire en duurzame bedrijventerreinen door eigen duurzame opwekking en de realisatie van lokale warmtenetten. Ook kunnen deze terreinen bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en recreatie.
Van bedrijven die werken met arbeidsmigranten verwacht de provincie een menswaardig huisvestingsplan. Het in beeld brengen van de huisvestingsbehoefte als gevolg van nieuwe bedrijvigheid of uitbreiding daarvan, is onderdeel van de totale huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten in de gemeente. Het is van belang dat de gemeente de huisvestingsbehoefte van en – mogelijkheden voor arbeidsmigranten (tijdelijk) werkzaam in de gemeente, en/of van arbeidsmigranten die langdurig in de gemeente wonen of willen wonen, actueel houdt en opneemt in gemeentelijke Omgevingsvisie in het onderdeel economie (alsmede in het onderdeel over huisvesting). Vanuit het oogpunt van optimale benutting van de ruimte voor ondernemen op bedrijventerreinen beperken we menging van kwetsbare functies op bedrijventerreinen met een hogere milieucategorie tot een minimum. Bedrijventerreinen met een hogere milieucategorie zijn primair bedoeld voor bedrijven die vanwege hun zwaardere type bedrijfsvoering zijn aangewezen op de hogere milieugezoneerde gebieden en kunnen bijzonder lastig gemengd worden met kwetsbare functies.
Kantoren Nieuwe, grootschalige kantorenontwikkelingen worden op toplocaties (centrum Rotterdam en centrum Den Haag) en scienceparken geconcentreerd. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: • Het verminderen van het kantorenaanbod op minder kansrijke locaties. • Waar mogelijk het veranderen van leegstaande, incourante kantoren naar andere functies (wonen). Detailhandel
66
Gezonde, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra zijn belangrijk voor de levenskwaliteit van onze inwoners. De provincie zet daarom in op: • Het versterken van de detailhandelsstructuur door deze kwalitatief te verbeteren. •
Het garanderen van de bereikbaarheid door winkels zoveel mogelijk te concentreren in bestaande centra.
Human Capital De provincie ambieert een beroepsbevolking die past bij de economie van de toekomst. Dit kan de provincie bereiken door her-, bij- en omscholing van 55.000 werknemers en flexwerkers. En door begeleiding naar toekomstbestendig werk van 10.000 mensen en voldoende stage- en werkplekken voor alle studenten. Dit zorgt ervoor dat onze bedrijven belangrijk blijven voor het aanbod van banen.
Beleidskeuzes van 4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat 4.1.1 Innovatieve economie Wat wil de provincie bereiken? Nederland, en hiermee dus ook Zuid-Holland, zijn kenniseconomieën. Innovatie is een essentieel onderdeel van een kenniseconomie. Het stimuleren van een innovatieve economie doet de provincie door kennisontwikkeling en kennisdeling tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheden te stimuleren. Denk aan samenwerkingsverbanden bewerkstelligen, digitale technologieën helpen ontwikkelen en onderzoeksprojecten financieren om toepassing van innovatie mogelijk te maken. De economie staat onder druk omdat deze nog sterk leunt op fossiele en analoge productieprocessen. Tegelijkertijd staat de provincie voor tal van uitdagingen, op het gebied van stikstof, klimaat, human capital, schone en betaalbare energie, en een gezonde en inclusieve leefomgeving. De transitie naar een duurzame en digitale economie wordt door de provincie geholpen om te versnellen door in te zetten op innovatie. Hiermee wordt de economie toekomstbestendig gemaakt. Verschillende beleidsmaatregelen zijn ingericht om aan bovenstaande doelen een bijdrage te leveren.
Aanleiding Zuid-Holland kent een brede en dynamische economie, en levert daarmee een forse bijdrage aan de nationale economie en het welzijn van de inwoners van Zuid-Holland. Belangrijke onderdelen van de ZuidHollandse economie zijn kennis en innovatie. Een sterk Kennis & Innovatie ecosysteem (zoals bijvoorbeeld het startup ecosysteem of het innovatie ecosysteem rondom de verschillende campussen) is belangrijk voor de kennis- en concurrentiepositie van Zuid-Holland en voor het vestigingsklimaat. Bovenal is een sterk Kennis & Innovatie ecosysteem van belang voor het vinden van oplossingen voor de maatschappelijke opgaves waar we in Zuid-Holland voor staan. Maar zonder (publieke) investeringen stagneert het kennis en innovatie-niveau van Zuid-Holland. Innovaties komen vaak niet of trager tot stand zonder overheidsmaatregelen gericht op het stimuleren en faciliteren van innovatie. Er is daarmee sprake van marktfalen. Voor innovaties die bijdragen aan de transitie naar een duurzame economie is bovendien vaak sprake van transitiefalen: het speelveld bevoordeelt activiteiten die passen bij de dominante fossiele, lineaire en analoge economie ten opzichte van activiteiten gericht op een duurzame (en circulaire) en digitale economie.
Daarom investeert de Provincie, samen met andere overheden, ondernemers en kennisinstellingen in het stimuleren van een sterk Kennis & Innovatie ecosysteem en de technologische maakindustrie. We zetten in op de kennis en innovatie-ecosystemen, waar Zuid-Holland de sterkste uitgangspositie heeft en de meeste economische en maatschappelijke waarde kan toevoegen. We sluiten daarbij aan op de thema’s uit de Groeiagenda Zuid-Holland.
Motivering Provinciaal Belang Het stimuleren van de regionale economie is door de nationale overheid bij de regio’s belegd. De provincies in Nederland geven hier uitvoering aan. De economie in Zuid-Holland staat onder druk om een transitie te maken naar een duurzame en digitale economie, waarbij brede welvaart en inclusie geborgd worden. Binnen de beleidskeuze Innovatieve economie, wordt uitvoering gegeven aan het stimuleren van innovatie en het versterken van de kennisinfrastructuur en de technologische maakindustrie.
67
Nadere uitwerking Investeren in kennis en innovatie loont. Elke euro aan overheidsinvesteringen in kennis en innovatie resulteert in €9 toegevoegde waarde in de Nederlandse economie (Biggar, 2022). Juist voor het versnellen van de verschillende transities en bespoedigen van inclusie is kennis en innovatie belangrijk. Door oplossingen voor de transities te ontwikkelen, kennis te verspreiden en ondernemers te helpen innovaties toe te passen. De provincie Zuid-Holland versterkt het kennis & innovatie ecosysteem door de inzet van verschillende beleidsmaatregelen. Deze zijn: 1. Strategische samenwerking om een innovatieve economie te stimuleren 2. Innovatie infrastructuur versterken door de ontwikkeling van campussen en fieldlabs te versnellen en campussen te versterken 3. Versterken van netwerken gericht op kennis en innovatie 4. Innovatie stimuleren binnen specifieke clusters 5. Innovatie stimuleren in het MKB
4.1.2 Transitie van de tuinbouwketen Wat wil de provincie bereiken? De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster om de toppositie te behouden. De provincie zet in op het clusteren en concentreren van de glastuinbouw, met aandacht voor de internationale concurrentiepositie en het behouden van voldoende ruimte voor glastuinbouw als economisch cluster. Dit is een tuinbouwketen met minder schadelijke uitstoot naar bodem, lucht en water. En een internationaal concurrerende tuinbouwketen, waar bedrijven een gezond verdienmodel hebben. De provincie zet hiervoor een mix van instrumenten in: versterken van netwerken, financiële bijdragen, ruimtelijk beleid, regelgeving, dataverzameling en monitoring.
Aanleiding Bedrijven in de tuinbouwketen dragen direct en indirect bijna 24 miljard bij aan de Nederlandse economie (Tuinbouwcijfers 2022, CBS). Ongeveer 70% van het tuinbouwcluster bevindt zich in Zuid-Holland. Hiermee is het tuinbouwcluster, na het haven industrieel complex, de 2e sector van de Nederlandse (en van de Zuid-Hollandse) economie. Tegelijk verbruikt de tuinbouw nog veel fossiele grondstoffen, gewasbeschermingsmiddelen en kunststoffen en staat de zoetwatervoorziening onder druk. Transitie van het tuinbouwcluster is nodig om de toppositie te behouden.
Motivering Provinciaal Belang Het tuinbouwcluster is gemeente-overstijgend, de provincie is verantwoordelijk voor de regionale economie en de ruimtelijke ordening op regionaal niveau. De provincie heeft vanwege haar positie in het netwerk, haar bevoegdheden en haar (ruimtelijk en financieel) instrumentarium een belangrijke regulerende, ontwikkelende, stimulerende en faciliterende rol in het versnellen van de transitie van de tuinbouw. Daarom zet de provincie zich al meer dan 20 jaar intensief in voor dit cluster.
Nadere uitwerking Zuid-Holland kent een diversiteit aan tuinbouwgebieden (die Greenports worden genoemd): • de Duin- en Bollenstreek met bollenteelt en sierteelt, • het tuinbouwcluster met vruchtgroenten, bloemen en potplanten in West-Holland, • het sierteeltcluster in de Greenport Aalsmeer • en de boomteelt in de regio Boskoop. Daarnaast zijn er glastuinbouwgebieden buiten de regionale Greenports. De Greenports vormen een belangrijke motor voor de Zuid-Hollandse en de Nederlandse economie. De combinatie van excellente teelt, de nabijheid van twee Mainports (haven Rotterdam en luchthaven Schiphol), een efficiënt logistiek systeem en de inzet op kennis en innovatie maakt dat Zuid-Holland internationaal een toppositie heeft als productie- en handelsgebied voor vers- en sierteeltproducten. De tuinbouwketen in Zuid-Holland is internationaal leidend voor wat betreft de ontwikkeling van nieuwe groente, fruit- en plantensoorten en innoveert hierbij op het gebied van effectieve inzet van ruimte, energie en water.
68
Tegelijkertijd verbruikt de tuinbouwketen nog veel fossiele grondstoffen (energie, vervoer), nutriënten en chemische gewasbeschermingsmiddelen die deels uitspoelen naar het oppervlaktewater. Het cluster staat voor een grote opgave om de doelen van de Kaderrichtlijn Water (2027) te halen en een tekort aan zoet water dreigt. Ook als het gaat om het sluiten van kringlopen en het hergebruiken van materialen moeten er nog stevige stappen gezet worden. De tuinbouw heeft in de Nationale Tuinbouwagenda 20192030 afgesproken om energieneutraal te zijn in 2040 en circulair in 2050. Dit betekent dat de sector in hoog tempo zal moeten transformeren naar duurzame productiegebieden, slimmer moet omgaan met grondstoffen, oplossingen moet vinden voor het tekort aan arbeid, en dat alles in betere synergie met de omgeving. De provincie Zuid-Holland voert meerjarig beleid op de versnelling van deze transities en heeft samen met ondernemers, kennisinstellingen en mede-overheden de Nationale Tuinbouwagenda 2019-2030 ondertekend. Het garanderen van een duurzame, innovatieve toekomst voor dit belangrijke economische cluster vraagt inzet van ondernemers, kennisinstellingen én overheden. De provincie heeft hiervoor een brede opgave geïdentificeerd met verschillende maatregelen, zowel regulerend via de verordening, als algemeen en gebiedsspecifiek.
Hierbij gaat het om maatregelen ten aanzien van het ruimtelijk regime per Greenportregio en op het gebied van watervoorziening, biodiversiteit, klimaat, energietransitie, agrologistiek, innovatie, arbeid, circulariteit, samenwerking en internationalisering.
4.1.3 Transitie van het Havenindustrieel Complex Wat wil de provincie bereiken? Het Havenindustrieel complex (HIC) bestaat uit een groot industrieel complex, een logistieke hub en een maritiem cluster en is van groot belang voor de economie.
Het HIC verkeert in een energietransitie, een grondstoffentransitie en een digitale transitie. De provincie Zuid-Holland wil deze transities en dit moderniseringsproces faciliteren en versnellen in samenwerking met mede overheden, Havenbedrijf Rotterdam, (vertegenwoordiging van) bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De provincie gaat daarvoor innovaties ondersteunen en duurzame investeringen stimuleren, organiserend vermogen van netwerken en samenwerkingsverbanden versterken en bijdragen aan het op orde brengen van randvoorwaarden. Dit doet de provincie met de inzet van haar economisch- en innovatie instrumentarium, haar ruimtelijk instrumentarium, haar taken op het gebied van infrastructuur en milieu en de lobby en samenwerking in Brussel en bij het Rijk. De provincie zet zich als onderdeel van deze beleidskeuze ook in voor het behoud, de versterking en de verduurzaming van het Zuid-Hollandse maritieme cluster. De provinciale inzet komt grotendeels inhoudelijk voort uit de Regionale Maritieme Agenda en draagt bij aan de nationale Sectoragenda Maritieme Maakindustrie.
Aanleiding • • • •
Mondiale en nationale afspraken over het beperken van klimaatverandering (klimaatneutraal in 2050) Nationale afspraken over een volledig circulaire economie in 2050 Nationale doelen stikstofreductie: er is een NOx-emissiereductiedoel vastgesteld voor de sector industrie van 38% in 2030 ten opzichte van 2019. Noodzaak om koploper te blijven in een mondiaal opererend logistiek en industrieel systeem en in het maritiem cluster.
Motivering Provinciaal Belang De provincie Zuid-Holland wil een aantrekkelijke en concurrerende provincie zijn. Een sterke, slimme en schone haven is één van de pijlers daarvan. Het HIC is van grote betekenis voor Europa, en van groot economisch belang voor de provincie ZuidHolland. Het HIC maakt deel uit van het provinciale weefsel op vele vlakken waaronder economie, transport, bereikbaarheid, energie, brede welvaart, milieu, gezondheid en veiligheid. Voor de provincie is het van belang dat het HIC toekomstbestendig kan doorontwikkelen op een economisch en ecologisch gezonde wijze, zonder afwenteling op haar omgeving. De provincie hecht belang aan een blijvend strategisch sterke positie van het havenindustrieel complex in Europa.