CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen anoniem

Meningsvormende raad II 29 september 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel VVGB definitief aanvraag omgevingsvergunning Meijegraslanden3.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Nieuwkoop afdeling Publiekszaken

NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

aanvraag locatie aanvrager zaaknummer procedure

Omgevingsvergunning voor natuurherstel en ontwikkelmaatregelen van Meijegraslanden ten behoeve van Natura 2000 diverse percelen langs de Meije tussen nummers 42 en 190 in Nieuwkoop. Natuurmonumenten W-2021-0416 2.12, lid 1, onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

uov

Toelichting aanvraag De natuurherstelmaatregelen zijn nodig om de natuurpotentie van het natuurgebied te optimaliseren en invulling te geven aan de Natura 2000 doelen. In het gebied wordt meer ruimte gegeven aan veenweidenatuur waardoor het ook robuuster wordt. Zeldzame soorten zoals de roerdomp en brede orchis krijgen meer kans. Op genoemde gronden wordt hiertoe schraalgrasland en rietmoeras gerealiseerd. De ontwikkeling van moeras en schraalgrasland op enkele percelen gaat ten koste van agrarische graslanden, echter is dit een marginaal gedeelte van het gehele oppervlak aan grasland binnen de gemeente. Juridische status van de nota van zienswijzen Deze nota van beantwoording zienswijzen maakt, net zoals alle andere bijlagen, onlosmakelijk deel uit van deze beschikking. Wettelijk kader Op grond van artikel 2.1, lid 1, sub a, b en c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan is bepaald en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd is met een bestemmingsplan.

In het onderhavige geval is er sprake van strijd met het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Nieuwkoop, 1e herziening’ (hierna het bestemmingsplan).

Gemeente Nieuwkoop

Telefoon: 14 0172

Bezoekadres:

Postadres:

Fax: 0172 574 802

Klant Contact Centrum, Teylersplein 1

Postbus 1

info@nieuwkoop.nl

2441 LE Nieuwveen

2460 AA Ter Aar

www.nieuwkoop.nl

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 2 van 12

Bestemmingsplan Het te realiseren plan is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Nieuwkoop’, waar de grond primair de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Natuur’ heeft. Tevens gelden er de dubbelbestemmingen ‘Waarde Archeologie-1’. ‘Waarde Archeologie-3’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. Het aangevraagde project is op het volgende onderdeel in strijdt met dit bestemmingsplan: De aanvraag voldoet op enkele gronden waar men moeras en schraalgrasland wilt realiseren niet aan het bestemmingsplan, omdat de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ het gebruik van de gronden enkel als natuur niet toe laat. Deze gronden kunnen na transformatie niet meer agrarisch gebruikt worden. Voor het merendeel van de gronden voldoet de aanvraag wel aan het bestemmingplan. Dat geldt zowel op gronden waar men moeras en schraalgrasland wilt realiseren waar al de bestemming Natuur ligt. Als ook voor gronden waar men weidevogelgrasland, kruiden- en faunarijk grasland en vochtig hooiland wilt realiseren, die bestemming ‘Agrarisch met waarden’ hebben, omdat deze na transformatie nog in agrarische medegebruik blijven. De omgevingsvergunning kan op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, 3º van de Wabo worden verleend, omdat het plan naar het oordeel van het college is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing (motivering) en niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

De omgevingsvergunning is voorbereid met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure, zoals omschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Dit betekent onder andere dat een ontwerp van het te nemen besluit gedurende een periode van zes weken ter inzage is gelegd.

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 3 van 12

Zienswijzen Naar aanleiding van de ter visie legging van de ontwerpvergunning zijn er zienswijzen ingediend. Er zijn gelijkluidende zienswijzen ingediend door:

De zienswijzen zijn binnengekomen binnen de zienswijzenperiode. Aan de aanvrager is een schriftelijke reactie op de zienswijzen gevraagd. In haar reactie heeft Natuurmonumenten aangegeven dat ze de omgevingsvergunning heeft aangevraagd voor het inrichtingsplan Meijegraslanden dat na een gebiedsproces getrokken door de Stuurgroep Veenweiden Gouwe-Wiericke, is vastgesteld door de deze Stuurgroep op 17 maart 2021. Daartoe heeft Natuurmonumenten voor haar reactie op de zienswijzen input gevraagd van het programmabureau dat de Stuurgroep ondersteund. De behandeling en beantwoording van de zienswijzen vindt plaats door het college van burgemeester en wethouders (bevoegd gezag op grond van de Wabo). In deze Nota van beantwoording zienswijzen worden de zienswijzen, de reactie van de aanvrager hierop en het oordeel van het college hierover samengevat en zakelijk weergegeven. Conclusie De ingediende zienswijzen vormen geen aanleiding om af te zien van verlening van de aangevraagde omgevingsvergunning.

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 4 van 12

Nr. 1

Zienswijzen Ten onrechte wordt gesuggereerd dat de drie stichtingen akkoord zijn met het uiteindelijke resultaat. Er is heel veel geprotesteerd tegen dit proces. In de eindfase waren de 3 stichtingen het compleet oneens met het feit dat er zonder enige instemming extra zware natuurpakketten en een uitbreiding van Blauwgrasland zijn toegevoegd aan het Akkoord-2013. Het is niet voor niets een akkoord. Over die latere uitbreiding is nooit overeenstemming geweest. Daar is men nu nog steeds op tegen. Men vraag hoe zo’n tekst in de vergunning en in de bijlagen zetten?

Reactie aanvrager De aanvraag door Natuurmonumenten is gebaseerd op inrichtingsplan voor natuurherstel, zoals vastgesteld op 17 maart 2021 door de Stuurgroep Gouwe Wiericke (waarin ook de gemeente Nieuwkoop bestuurlijk vertegenwoordigd is). Na een uitgebreid gebiedsproces met de belanghebbenden, waaronder de drie stichtingen, heeft de Stuurgroep het inrichtingsplan unaniem vastgesteld, daarbij constaterend dat alle belangen zijn afgewogen en dat niet alle zorgen konden worden weggenemen en op sommige punten verschil van mening bleef.

Beoordeling college van B en W Gelet op de inhoud van de zienswijzen is het voor het college duidelijk dat de indieners daarvan het niet eens zijn met de onderhavige ontwikkelingen. Voor de totstandkoming van de omgevingsvergunning is het geen vereiste dat een ieder het volledig eens is met de ontwikkeling. Wel is van belang dat de belangen van belanghebbenden worden meegewogen voor er definitief een omgevingsvergunning wordt verleend. Gelet hierop wordt hieronder ingegaan op de inhoudelijke zienswijzen en daarbij aangegeven of het tot een wijziging leidt in het definitieve besluit. Het college was het al duidelijk dat aan het indienen van de aanvraag een uitgebreid gebiedsproces is voorafgegaan. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2

Deze afwijking van het bestemmingsplan is voor het definitief inrichten van deze gebieden. In feite is de bestemming ‘Natuur’ aan de orde en zal dit in de toekomst in een nieuw bestemmingsplan worden opgenomen. Op 17 maart 2021 heeft de Stuurgroep Gouwe Wiericke, ook

Volgens indiener zou een afwijking aangevraagd zijn voor gronden waar vochtig hooiland en schraalgrasland (dat zich deels kan ontwikkelen naar blauwgrasland) gerealiseerd wordt. Echter, de afwijking richt zich op gronden waar moeras en schraalgrasland wordt gerealiseerd.

De onderhavige omgevingsvergunning strekt ertoe dat, naast hetgeen al in het bestemmingsplan is toegestaan, er daarnaast ook de voorgestane ontwikkeling wordt toegestaan. Anders dan wordt gesteld, wordt met het verlenen van deze omgevingsvergunning niet de bestemming in het bestemmingsplan aangepast naar ‘Natuur’. Daar is ook geen wettelijke verplichting toe.

Voor het merendeel van de gronden voldoet de aanvraag aan het huidige bestemmingplan. Zoals weergegeven op de figuren 4, 5 en 6. in de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de vergunningaanvraag, heeft een deel van het

Ook in de recent vastgestelde eerste 1e herziening van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Nieuwkoop’ is de bestemming niet gewijzigd voor de onderhavige gronden.

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 5 van 12

namens de gemeente Nieuwkoop, verklaard dat de inrichting en het beheer van dit gebied niet zal leiden tot een wijziging van de bestemming naar natuur. Dit is ook nog eens bevestigd in de brief van de Stuurgroep gedateerd 8 december 2021 en het Gouwe Wiericke-besluit. De Meijegraslanden moet namelijk een gebied blijven waar ruimte blijft voor de veehouders om hun bedrijf te kunnen blijven uitoefenen. En niet dat er een proces wordt ingezet waarbij er steeds meer natuur komt ten koste van agrarisch gebruik. Nu blijkt dat er voor de gebieden A + B + C een afwijking van de huidige bestemming wordt voorgesteld. Dit is een afwijking van het bestemmingsplan voor het definitief inrichten van deze gebieden. Op het moment dat er in de toekomst een nieuw bestemmingsplan (omgevingsplan) wordt vastgesteld, zal voor de betreffende plekken toch de nieuwe bestemming ”Natuur” moeten worden vastgesteld. Het dan toegestane gebruik op grond van de bovengenoemde afwijking moet namelijk altijd worden opgenomen in een nieuw bestemmingsplan. Onder andere ook voor het gebied waar

moeras, alsmede het overgrote deel van het schraalgrasland al de bestemming ‘Natuur’. Een deel van het moeras en een marginaal deel van het schraalgrasland heeft nu de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Voor deze percelen is een afwijking van het bestemmingsplan aangevraagd. Daarmee is deze afwijking niet in strijd met het besluit van de Stuurgroep, dat stelt: “De uitvoering van en het beheer overeenkomstig de 3 Natuurpakketten vochtig weidevogelgrasland, kruiden- en faunarijk grasland en vocht hooiland op de bestemming “Agrarisch met waarden” zal niet leiden tot een bestemmingswijziging van “agrarisch met waarden” naar “Natuur”.

Te zijner tijd bij een herziening van het bestemmingsplan/omgevingsplan zal de gemeenteraad op dat moment bekijken welke bestemming uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wenselijk is. De gemeenteraad heeft daarbij beleidsruimte. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 6 van 12

3

4

”Vochtig Hooiland” en ”Blauwgrasland” is gesitueerd. Deze 2 natuurdoelen kunnen namelijk alleen wordt uitgeoefend op de bestemming Natuur en daarin voorziet deze afwijking. Dan is de conclusie dat de gemeente Nieuwkoop zich niet houdt aan de afspraak van de Stuurgroep van 17 maart 2021, om de bestemming niet te wijzigingen. Want in feite is de bestemming Natuur nu al aan de orde. De extra uitbreiding van 4 ha Blauwgrasland in een zoekgebied van 13 ha is niet in het Beheerplan opgenomen en die werkzaamheden vallen dus niet onder bestaand gebruik, zoals wordt gesteld.

De afspraak in het Gebieds-Akkoord was dat nieuwe natuur zoveel mogelijk tegen het Plassengebied

Ter voorbereiding op de vergunningaanvragen heeft provincie Zuid-Holland als bevoegd gezag ten aanzien van hetgeen is bepaald in de Wet natuurbescherming, laten weten dat er in de onderhavige situatie geen sprake is van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Dit volgt uit artikel 2.7, eerste lid van de Wet natuurbescherming, omdat het hier gaat om een inrichtingsplan dat direct verband houdt met c.q. nodig is voor in stand houding van het Natura 2000-gebied. Hieronder vallen ook inrichtingsmaatregelen (en de uitstoot van stikstof tijdens de uitvoering daarvan) die genoemd worden in het N2000 beheerplan.

Zoals aangegeven in de reactie van de aanvrager en hetgeen eerder is bevestigd door de provincie Zuid-Holland als bevoegd gezag ten aanzien van hetgeen is bepaald in de Wet natuurbescherming, is er in de onderhavige situatie geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Dit volgt uit artikel 2.7, eerste lid van de Wet natuurbescherming, omdat het hier om een plan gaat dat direct verband houdt met c.q. nodig is voor instandhouding van het Natura 2000-gebied.

Indiener verwijst naar het Gebiedsakkoord 2013 dat is uitgewerkt in het inrichtingsplan waarvoor de vergunning is aangevraagd.

In het N2000-beheerplan worden deze percelen (“de percelen van Natuurmonumenten ten westen van het Hazeleger”, zie pag. 53 van het beheerplan) genoemd als meest geschikt voor blauwgraslandontwikkeling. Ook wordt in

Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 7 van 12

zou worden gesitueerd, dat is nu niet het geval. Deze 13 ha zijn gelegen tegen de Meijeweg en zijn daardoor afwijkend van het Gebieds-Akkoord2013 en het Natura2000Beheerplan. Het beoogde Blauwgrasland loopt nu al vanaf de rivier De Meije tot aan het Plassengebied. Steeds werd betoogd, dat in het Beheerplanoverleg destijds en in het Beheerplan zelf al besloten was dat de 4 ha Blauwgrasland er zou komen. Achteraf blijkt dat ambtelijk (31 augustus en 4 september 2019) wordt toegeven dat de opdracht tot 4 ha c.q 13 ha Blauwgrasland niet in het huidige Natura2000-Beheerplan staat. En dat die extra ha er na de vaststelling van het Beheerplan, zonder overleg, achteraf gewoon toegevoegd zijn.

In het Gebiedsakkoord 2013 is afgesproken dat “zware natuur” n.l. moeras en schraalgrasland zoveel mogelijk plaatsvindt tegen de Nieuwkoopse Plassen. Hiermee is rekening gehouden bij het opstellen van het inrichtingsplan.

het beheerplan aangegeven dat de precieze locaties nog verder uitgewerkt moeten worden. Dat is gebeurd in het gebiedsakkoord en het inrichtingsplan. De Provincie ZuidHolland heeft aangegeven dat de 13 ha extra schraalgrasland nodig is om de instandhoudingsdoelen te behalen.

Het moeras ligt tegen de Nieuwkoopse Plassen aan. Gehoord de overwegingen van betrokkenen in het gebiedsproces heeft de Stuurgroep besloten het moeras in deelgebied B zelfs nog wat minder dicht bij de Meije te situeren.

Hiermee is voldoende onderbouwd waarom hiervoor is gekozen.

Het schraalgrasland ligt tegen de Nieuwkoopse Plassen aan, en loopt met de 13 ha extra schraalgrasland inderdaad door tot aan de Meije. De Provincie Zuid-Holland heeft besloten dat de 13 ha extra schraalgrasland nodig is om de in stand handhoudingsdoelen te realiseren. Daartoe is deze 13 ha meegenomen in het inrichtingsplan. Deze percelen hebben reeds bestemming Natuur. In het N2000-beheerplan worden deze percelen (“de percelen van Natuurmonumenten ten westen van het Hazeleger”, zie pag. 53 van het beheerplan) genoemd als meest geschikt voor blauwgraslandontwikkeling. Ook wordt in het beheerplan aangegeven dat de precieze locaties nog verder uitgewerkt moeten worden. Dat is gebeurd in het inrichtingsplan.

Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 8 van 12

5

6

In afwijking van het GebiedsAkkoord-2013 zijn op percelen met een agrarische bestemming extra natuurpakketten gepland. Ook gelet hierop wordt in de toekomst een wijziging van de bestemming van Agrarisch naar Natuur verwacht.

Indiener doelt op percelen met de doelen weidevogelgrasland, kruiden- en faunarijk grasland en vochtig hooiland.

Op de nieuw in te richten percelen mag geen evenwichtsbemesting worden toegepast. Dit leidt tot uitputting van de grond qua bodemvruchtbaarheid, zodat er geen reëel agrarisch gebruik mogelijk is. Ook gelet hierop wordt in de toekomst een wijzing van de bestemming van Agrarisch naar Natuur verwacht.

Het beheer van de percelen weidevogelgrasland, kruiden- en faunarijk grasland en vochtig hooiland is gericht op het bereiken van de beoogde natuurdoelen, eventuele bemesting is daarop gericht c.q. moet passen op het benodigde beheer. Natuurmonumenten en pachter kunnen afspraken maken over de wenselijkheid van evenwichtsbemesting. Zoals aangegeven onder punt 5 is er geen aanleiding om de bestemming aan te passen naar ‘Natuur’.

Deze zorg is onderwerp geweest tijdens het gebiedsproces. Om die reden is in het bestuurlijk besluit van 17 maart 2021 het volgende vastgelegd: “De uitvoering van en het beheer overeenkomstig de 3 Natuurpakketten vochtig weidevogelgrasland, kruiden- en faunarijk grasland en vochtig hooiland op de bestemming “Agrarisch met Waarden” zal niet leiden tot een bestemmingswijziging van “Agrarisch met Waarden” naar “Natuur”.

Zoals hiervoor onder punt 2 al is toegelicht strekt deze omgevingsvergunning niet zover dat daarmee de bestemming in het bestemmingsplan meteen wordt gewijzigd. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Zoals onder punt 2 al is toegelicht is hier sprake van toelatingsplanologie. Met het verlenen van deze omgevingsvergunning wordt er, naast hetgeen al in het bestemmingsplan is toegestaan, daarnaast ook de voorgestane ontwikkeling toegestaan. De betreffende percelen hebben de bestemming Agrarisch met waarden. Er wordt met deze vergunning geen afwijking van deze bestemming toegestaan. Agrarisch medegebruik wordt dus niet uitgesloten op deze gronden. Of dit ook daadwerkelijk plaatsvindt is aan de eigenaar van de gronden, te weten de aanvrager. Met het verlenen van deze omgevingsvergunning wordt dus niet automatisch de bestemming in het bestemmingsplan aangepast naar ‘Natuur’.

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 9 van 12

Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging. 7

In de voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning ontbreken maatregelen over het beheer na de inrichting van de Meijegraslanden ter voorkoming van overlast. Men dringt erop aan dat de aanvrager zal zorgen dat de nieuwe inrichting geen overlast zal geven aan de omgeving, ook niet na de afgesproken 2 jaar. Men verzoekt om alle maatregelen tegen de overlast - gedurende de 2 jaarsperiode en de periode daarna, met betrekking tot storingssoorten, insecten enz. - op te nemen in de Voorschriften behorende bij de vergunning. Zoals is afgesproken met de provincie Zuid-Holland.

8

De verkeerde conclusie wordt getrokken dat de kans nihil is dat de huidige agrarische bedrijven piekbelaster worden door het ontwikkelen van extra 4 ha (in feite 13 ha) Blauwgrasland, want in de piekbelasters-Aeriusberekening van 24 augustus 2021 zijn 9 bedrijven buiten beschouwing gelaten. Door 13 ha extra stikstofgevoelig blauwgraslanden zouden die

Deze zorg is onderwerp geweest tijdens het gebiedsproces. In het besluit van de Stuurgroep zijn hiertoe afspraken opgenomen over de 2-jarige nazorgperiode, beheervoorwaarden en (langjarige) pachtcontracten en beheerverantwoordelijkheden, alsmede dat partijen hierop aangesproken kunnen worden.

Er is geen aanleiding om in de vergunning, in aanvulling op de al opgenomen voorschriften ten aanzien van de uitvoerfase (ecologisch werkprotocol), tevens voorschriften op te nemen ten aanzien van de beheersfase. Er worden namelijk geen excessen verwacht en mocht dat onverhoopt toch voorkomen dat kan daartegen worden opgetreden. Aanvrager heeft daarbij nog opgemerkt dat er wel afspraken zijn gemaakt ten aanzien van het beheer. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

Onderdeel van het besluit van de Stuurgroep is dat het uitgangspunt is dat bedrijven geen last krijgen van de extra blauwgrasland. Hiertoe heeft uitgebreid onderzoek (Aerius berekening piekbelasting, maart 2021) uitgewezen dat het ‘nieuwe’ blauwgrasland niet zorgt voor meer beperkingen dan reeds aanwezige stikstofgevoelige natuur. Een negental bedrijven zijn hierbij buiten beschouwing gelaten, omdat deze bedrijven de drempelwaarde al overschrijden c.q. al

De aanvrager heeft het rapport “NKP, potentiële piekbelasting vanuit de landbouw” van 10 mei 2021 en de beantwoording d.d. 20 augustus 2021 van de vragen van Stichting Meijegraslanden over het rapport overgelegd. Het rapport richt zich tot de onderzoeksvraag over welke mogelijkheden er zijn voor agrarische bedrijven binnen een straal van 10 kilometer rondom de Nieuwkoopse plassen na uitbreiding van het habitattype ‘blauwgrasland’.

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 10 van 12

bedrijven toch weer wel piekbelaster kunnen worden en daarmee beperkt kunnen worden. De provincie zegt hierover in de brief van 9 september 2021 toe om voor de betrokken agrariërs een Aerius berekening uit te laten voeren en eventuele extra te nemen stikstof reducerende maatregelen te vergoeden. De stuurgroep schrijft hierover dat een dergelijke berekening pas aan de orde is bij een specifiek bedrijf met (voorgenomen) reductiemaatregelen.

zogenoemde piekbelasters zijn. Voor deze negen bedrijven heeft de uitbreiding van hectares blauwgrasland geen consequenties. In het besluit van de Stuurgroep is aangegeven dat daarnaast de ‘compensatieregeling’ zoals opgenomen in het Natura 2000 beheerplan van kracht blijft: wanneer bedrijven denken toch te worden geraakt door de nieuwe natuurhectares blauwgrasland, kunnen zij zich melden bij de Provincie.

De conclusie in dit rapport luidt als volgt: “Dit onderzoek laat zien dat de kans nihil is dat de huidige agrarische bedrijven in het gebied met hun huidig gebruik, worden aangemerkt als piekbelasters door het ontwikkelen van 4 hectare blauwgrasland op de onderzochte locatie. De ontwikkeling van het blauwgrasland zorgt er namelijk niet voor dat de bedrijfsbijdrage aan de stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 2 mol per hectare per jaar uitkomt. Voor eventueel nieuw te vestigen bedrijven is er, zeer lokaal in een zone van enkele honderden meters vlakbij de nieuwe natuur, minder emissieruimte om onder de drempelwaarde te blijven, maar is er nog steeds voldoende ruimte voor eventuele agrarische bedrijfsvoering. Op basis van werkelijk gebruik (Opgave Huisvesting, OHV, uit 2019) zijn er 9 bedrijven rondom het gebied die boven de drempelwaarde zitten. De ontwikkeling van 4 hectare nieuw blauwgrasland veranderd hier niets aan. Op basis van het werkelijk gebruik (OHV, 2019) zijn er 6 bedrijven die op 74% van de jaarlijkse ammoniakemissie zitten om als piekbelaster te worden geclassificeerd. De ontwikkeling van de nieuwe natuur zorgt niet voor een verandering in dit percentage. Deze bedrijven zouden alleen alsnog de drempelwaarde overstijgen wanneer het werkelijk gebruik (totale stalemissie) met meer dan 500kg/jaar (ca.

50 stuks melkvee) toeneemt ten opzichte van de opgave uit 2019” Uit het overgelegde rapport blijkt dat er onderzoek is gedaan naar de mogelijke consequenties van deze ontwikkeling en is voldoende inzichtelijk gemaakt dat de kans nihil is dat de huidige agrarische bedrijven in het gebied met hun huidig gebruik, worden aangemerkt als piekbelasters door het ontwikkelen van de 4 hectare ‘nieuwe’ blauwgrasland. De 9

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 11 van 12

bedrijven waaraan wordt gerefereerd zitten nu al boven de drempelwaarde en zijn daarmee al piekbelaster. De provincie Zuid-Holland heeft aangegeven bij te dragen als de aanleg van blauwgrasland leidt tot de noodzaak om stikstof reducerende maatregelen te nemen. Daarnaast is er een planschadeovereenkomst afgesloten met de aanvrager. Gelet hierop zijn eventuele consequenties voldoende (financieel) gewaarborgd. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

9

Nogmaals wordt benadrukt dat de extra natuurpakketten en uitbreiding Blauwgrasland het eerdere GebiedsAkkoord-2013 doorkruisen zonder enige instemming.

De gebiedsafspraken uit 2013 waaraan wordt gerefereerd, waren gebaseerd op de inzichten en opgaven die er op dat moment lagen en zijn een belangrijke input geweest voor de definitieve aanwijzing van het Natura 2000gebied in 2014 en het eerste N2000beheerplan in 2015. Het was vanaf het begin af aan duidelijk dat na 2013 er nog ontwikkelingen zouden volgen. Het Gebiedsakkoord 2013 en het N2000 beheerplan zijn nader uitgewerkt in het inrichtingsplan. Het inrichtingsplan is door de Stuurgroep Gouwe Wiericke vastgesteld na een uitgebreid gebiedsproces met de belanghebbenden. Onderdeel van de belangenafweging en besluitvorming was dat niet alle zorgen konden worden weggenemen en op sommige punten verschil van mening bleef. Alle belangen zijn

Zoals aanvrager in reactie aangeeft, was het duidelijk dat er na het Gebiedsakkoord van 2013 nog ontwikkelingen zouden volgen. Zo is dit in 2016 ook aangegeven in de nota van zienswijzen bij het bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop in reactie op vergelijkbare zienswijzen over deze kwestie: “Besloten is om de percelen waar de discussie zich op toespitst, in het nieuwe bestemmingsplan ongewijzigd / opnieuw agrarisch te bestemmen, anders dan in het huidige bestemmingsplan (2005) zonder wijzigingsbevoegdheid. Het nieuwe bestemmingsplan kan met ruimtelijk instrumentarium geen oplossing bieden voor de problematiek van de gewijzigde mestwetgeving. Feitelijk dekken de gebiedsafspraken niet meer, althans niet volledig, de doelstellingen die ermee beoogd werden. Als de gebiedspartijen tot aangepaste afspraken komen, gebaseerd op de actuele wet- en regelgeving, en hier vervolgens ruimtelijke consequenties aan verbonden zijn, bestaat uiteraard de bereidheid hierop in te spelen (buitenplans).

Zaaknummer W-2021-0416 Pagina 12 van 12

afgewogen en de Stuurgroep heeft unaniem besloten het inrichtingsplan vast te stellen.

Aanvullend wordt opgemerkt dat een bestemmingsplan niet of nauwelijks invloed kan uitoefenen op de specifieke inrichting of de wijze van beheer van natuurgronden, eigendomswisselingen van percelen of door het waterschap gehanteerd peilbeheer.”

Zoals aangegeven in de reactie onder 1, is voor de totstandkoming van de omgevingsvergunning het geen vereiste dat een ieder het volledig eens is met de ontwikkeling. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=ad19a4e4-cbb1-4615-ae95-3146a485898f