CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Beantwoording Bestemmingsplan Teylerspark fase 2

Meningsvormende raad I 9 juni 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Teylerspark fase 214.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

17

wordt voldaan en niet is onderzocht welke mogelijke milieugevolgen voornoemde bedrijven hebben voor het plangebied, kan vooralsnog niet met voldoende zekerheid worden gesteld dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

(agrarische) bedrijven, maatschappelijke organisaties, en een bedrijventerrein gevestigd. De planlocatie wordt daarom beschouwd als een gemengd gebied in de zin van de VNG-Brochure. Deze beoordeling is in lijn met vaste jurisprudentie (waaronder ECLI:NL:RVS:2020:1408). Dit betekent dat van andere, minder strenge, richtafstanden moet worden uitgegaan. Zo is bijvoorbeeld voor de AWZI de minimale afstand voor geur 100 meter (was 200 meter). Deze wijzigingen worden verwerkt in het bestemmingsplan. Voor de beantwoording van dit zienswijzepunt betekent dit dat de afstand in de eerdere notitie milieuzonering (bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan) inderdaad verkeerd is gemeten. De gemeten afstand tussen de bouwvlakken op de percelen van bedrijventerrein B en het bouwvlak gelegen aan de zuidoostzijde van het plangebied met de bestemming ‘Wonen’, is 250 meter (geen 300 meter). Echter, nu sprake is van omgevingstype ‘gemengd gebied’, wordt aan de indicatieve richtafstand van 200 meter voldaan.

3c. Geur In paragraaf 4.2.3 van de plantoelichting wordt kort gemotiveerd waarom het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen als aanvaardbaar wordt beoordeeld. De woningen zijn gelegen buiten de emissiecontour van de verandervergunning voor de waterzuiveringsinstallatie, die in 2012 is vergund. Uit de toelichting volgt evenwel niet waar de contour precies loopt en in hoeverre de vergunning uit 2012 in deze situatie maatgevend moet worden geacht. Het besluit is derhalve onvoldoende gemotiveerd.

3c. Geur Voor wat betreft het argument over de geuremissiecontour wordt, vanwege het gelijkende zienswijzepunt van omwonende 2, verwezen naar de beantwoording van deze zienswijze onder het kopje ‘Geur’(2b.).

3d. Te veel bebouwing toegestaan locaties tiny houses Artikel 6.2.2 maakt de bouw van bijbehorende bouwwerken mogelijk. Ingevolge artikel 1.18 van de planregels moet daaronder ook een uitbreiding van een hoofdgebouw worden begrepen. Gelet op artikel 6.2.2 onder b mogen de bouwpercelen tot maximaal 50% worden volgebouwd, met een maximum van 50 m2 aan bijbehorende bouwwerken. Dit betekent dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – tiny house’ woningen met een oppervlakte van in

3d. Te veel bebouwing toegestaan locaties tiny houses Naar aanleiding van dit zienswijzepunt is de stedenbouwkundige structuur van de ontwikkeling nogmaals in ogenschouw genomen. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het inderdaad meer passend om de bouwmogelijkheden bij de tiny houses te beperken. In het stedenbouwkundig plan is immers gekozen voor deze woonvorm op deze plek vanwege het compacte karakter. Dankzij dit compacte karakter zijn er diverse doorzichten mogelijk vanaf het bestaande voetpad bij de Weegbree. Deze zichtlijnen zijn noord-zuid gericht en bevinden zich langs en tussen de tiny houses. Daardoor is er geen sprake van een aaneengesloten bebouwingswand, maar juist van een open bouwstructuur. Deze invulling heeft een groen karakter door de afwisseling van gebouw en tuinen en door de doorzichten die mogelijk zijn naar het groen en naar de bomen die ten zuiden van de tiny houses worden gerealiseerd. Het ontwerpbestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze aangepast in de zin dat de bebouwingsmogelijkheden rondom de tiny houses worden beperkt.

3c. Geur Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

3d. Te veel bebouwing toegestaan locaties tiny houses Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

18

ieder geval 75 m2 , bestaande uit 45 m2 hoofdgebouw en 30 m2 uitbreiding van het hoofdgebouw, kunnen worden gerealiseerd. Bij een dergelijke omvang van een woning kan van een tiny house niet meer worden gesproken. Voorts is binnen deze bouwaanduiding niet uitgesloten dat zonder vergunning bouwwerken mogen worden opgericht, zoals bedoeld in artikel 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Ook middels deze regelingen kunnen de bouwpercelen zodanig worden bebouwd, dat het karakter van een tiny house verloren gaat. 3e. De bestemming “Tuin” laat vergunningvrij bouwen toe Ingevolge artikel 4.2.1 is op de gronden met de bestemming “Tuin” het bouwen van gebouwen niet toegestaan. Dit neemt echter niet weg dat op deze gronden wel zonder vergunning kan worden gebouwd indien op deze gronden wordt voldaan aan de eisen van artikel 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Zie in dat kader bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0146. Om te voorkomen dat binnen de bestemming “tuin” alsnog zonder omgevingsvergunning gebouwd kan worden, verzoekt omwonende u om op deze gronden het vergunningvrij bouwen uit te sluiten. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door in de planregels op te nemen dat deze gronden niet moeten worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

Het verdient in dat geval wel aanbeveling om in de plantoelichting nader te onderbouwen waarom in dit specifieke geval

3e. De bestemming “Tuin” laat vergunningvrij bouwen toe Naar aanleiding van dit zienswijzepunt is de stedenbouwkundige structuur van de ontwikkeling nogmaals in ogenschouw genomen. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het meer passend om de bouwmogelijkheden op (bepaalde) gronden met de bestemming “Tuin” te beperken. Voor wat betreft de tiny houses wordt verwezen naar de beantwoording van deze zienswijze onder het kopje ‘Te veel bebouwing toegestaan locaties tiny houses’ (3d.). Het ontwerpbestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze aangepast in de zin dat de bebouwingsmogelijkheden op (bepaalde) gronden met de bestemming “Tuin” worden beperkt.

3e. De bestemming “Tuin” laat vergunningvrij bouwen toe Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

19

vergunningvrij bouwen niet kan worden toegestaan binnen de bestemming “tuin”. 3f. Hoogte bebouwing Binnen het plangebied worden aan de zuidzijde appartementen mogelijk gemaakt met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 8 en 11,5 meter hoog. Deze bouwhoogten zijn voor woningbouw in Nieuwveen uniek en passen niet bij de bouwhoogte van de aansluitende wijk. Om die reden verzoekt omwonende 3 u, overeenkomstig bijvoorbeeld de bouwregels voor woningen in het bestemmingsplan Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde de maximale goot- en bouwhoogte van de twee beoogde woongebouwen aan de zuidzijde van het plangebied terug te brengen naar 6 en 10 meter.

3f. Hoogte bebouwing Voor wat betreft het argument over de bouwhoogte wordt, vanwege het gelijkende zienswijzepunt van omwonende 2, verwezen naar de beantwoording van deze zienswijze onder het kopje ‘Hoogte bebouwing’ (2d.).

3f. Hoogte bebouwing Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

3g. Bredere afscheidende groenstrook en verkleinen tiny houses De groenstrook is ca. 4 meter breed. Van een daadwerkelijke groene afscheiding die recht doet aan de (voormalige) parkachtige omgeving is geen sprake. Om die reden verzoekt omwonende 3 om een bredere groenstrook op te nemen. Zo wordt enerzijds de aantasting van het woonen leefklimaat van omwonende verminderd, doordat zicht op en in zijn tuin en woning wordt verkleind. Anderzijds komt een bredere groenstrook ten goede aan alle huidige en toekomstige bewoners en voorkomt het dat de watergang teveel ingesloten raakt tussen de bebouwing. De parkachtige omgeving kan hierdoor zoveel als mogelijk worden behouden. Omwonende 3 verzoekt voorts om nader in de plantoelichting te

3g. Bredere afscheidende groenstrook en verkleinen tiny houses

3g. Bredere afscheidende groenstrook en verkleinen tiny houses

Verkleinen tiny houses Voor wat betreft het argument over de planregels van de tiny houses wordt verwezen naar de beantwoording van deze zienswijze onder het kopje ‘Te veel bebouwing toegestaan locaties tiny houses’ (3d.). Bredere afscheidende groenstrook Wat de opmerking over de groenstrook betreft wordt allereerst opgemerkt dat de namens omwonende 3 gedane suggestie niet is onderbouwd aan de hand van een stedenbouwkundig rapport of een ander rapport van een terzake deskundige. In het stedenbouwkundig plan (dat een juridische vertaling heeft gekregen in het bestemmingsplan) is ruimte gehouden voor een groene overgang naar de noordzijde. Tegenover de bestaande woningen aan de Weegbree is een parkstrook aangehouden van in totaal 9,3 meter, waarvan 1,9 meter gerekend is voor het voetpad. Het groen begroeide talud tot de waterlijn is 3,9 meter breed en de groenzone tot de private tuinen van de tiny houses is 3,5 meter breed. In deze groenstrook kan een rijke groene begroeiing worden aangebracht. Voor het plan is nog geen inrichtingsplan en nog geen beplantingsplan uitgewerkt. Het uitgangspunt is om een gevarieerde beplanting te realiseren met een natuurlijke en parkachtige uitstraling. In algemene zin is het de bedoeling dat inheemse beplanting wordt toegepast, de beplanting een grote diversiteit kent en aansluit op het streven naar een duurzaam en natuurinclusief woongebied.

Hoe dit daadwerkelijk vorm zal krijgen,

Verkleinen tiny houses Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Bredere afscheidende groenstrook Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

20

Omwonende 4 (64337)

beschrijven hoe de groene accenten in het plangebied vorm gegeven gaan worden, zodat dit voor omwonenden duidelijker wordt. Voor zover en indien de gronden niet in eigendom blijven van de gemeente, dan verzoekt hij om in de planregels een inrichtingsplan, alsmede een voorwaardelijke en instandhoudingsverplichting op te nemen, om te borgen dat het voorziene groen ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Een goede ruimtelijke ordening vraagt dat u het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk houdt. Om die reden en ter voorkoming van toekomstige planschade, verzoekt omwonende 3 onder meer de planregels voor de tiny houses nader te beperken en de groenstrook aan de noordzijde van het plan te verbreden. 4a. Aanleg weg De huidige bestemming ‘Groen’ in het bestemmingsplan ‘Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde’, maakt geen wegen mogelijk. Opmerkelijk is dat nu een feitelijk illegale weg met verlichting bepalend en richtinggevend wordt voor de opzet van het plangebied Teylerspark fase 2. Kennelijk is met het oog op een vooropgezet plan al gehandeld: de weg is al aangelegd in strijd met het huidige bestemmingsplan en is hierdoor een schijnbaar onomkeerbare situatie gecreëerd door de gemeente. Zonder dit gegeven had er, zeker voor omwonende, een passender plan kunnen worden opgesteld.

Ook gelet op het feit dat nu een woonblok (van Teylerspark 1) dwars op de weg komt te staan en waar omwonende 4 zeker hinder van zullen ondervinden, bijvoorbeeld van inschijnende koplampen van het doorgaande verkeer.

wordt bepaald in de uitvoeringsfase als het definitieve ontwerp concreet is. De uitvoeringsfase valt buiten het bestek van deze bestemmingsplanprocedure.

4a. Aanleg weg Voor de beantwoording van dit zienswijzepunt wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 1 onder het kopje ‘Aanleg weg’ (1c.).

4a. Aanleg weg Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

21

4b. Toezegging De gemeente heeft in het verleden toegezegd dat vanaf de bouw van de woningen aan de Weegbree niet kan en zal worden gebouwd op de betreffende locatie, vanwege de aanwezigheid van een rioolwaterzuiveringsinstallatie (geurcontour). Nu er toch concrete plannen zijn om te bouwen, wordt afgeweken van hetgeen destijds is toegezegd. Aldus is er sprake van schending van het vertrouwensbeginsel.

4b. Toezegging Wat dit argument betreft wordt, vanwege het gelijkende zienswijzepunt van omwonende 1, verwezen naar de beantwoording hierboven onder het kopje ‘Toezegging’ (1k.).

4c. Geur en geluid AWZI Uit de quick scan bedrijven en milieuzonering volgt dat niet kan worden voldaan aan de richtafstanden voor het aspect geur. Een nadere beschouwing naar het aspect geur is benodigd om te kunnen beoordelen of een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd en of de afvalwaterinstallatie niet in de bedrijfsvoering wordt belemmerd.

4c. Geur en geluid AWZI Geur Voor wat betreft het argument over het aspect geur wordt, vanwege het gelijkende zienswijzepunt van omwonende 2, verwezen naar de beantwoording van deze zienswijze onder het kopje ‘Geur’ (2b.). Geluid Voor de beantwoording van het zienswijzepunt dat ziet op geluid wordt, voor zover dit het onderwerp ‘cumulatie geluid’ betreft, verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 2 onder het kopje ‘Cumulatie geluid’ (2e.).

4b. Toezegging Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan

4c. Geur en geluid AWZI Geur Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Geluid Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Daarnaast is, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een nadere beschouwing gewenst voor het aspect geluid. Beide toetsen vinden plaats in aparte rapportages. Deze onderdelen staan thans nog open en dienen dan ook eerst nader te worden onderzocht. 4d. Grond en maaiveld De onderhavige bodemonderzoeken dateren uit 2012 en 2018. Na 2018 is er nog veel grond opgebracht en gemengd. Onduidelijk is of de betreffende locatie schone grond betreft en in hoeverre werkzaamheden al dan niet gevolgen hebben voor het perceel van omwonenden. Dit onderdeel dient dan ook nader te worden onderzocht. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de effecten van de ophoging in het

4d. Grond en maaiveld Bij de gemeente is het gebruikelijk om een locatie (als Teylerspark fase 2) te gebruiken voor de tijdelijke opslag van grond. Op deze manier kan de gemeente schone grond vanuit andere locaties tijdelijk ergens opslaan zodat het op een later moment elders of op de locatie zelf kan worden gebruikt. Dit zorgt voor een duurzame manier van omgaan met grond, ofwel hergebruik. Alle grond die is aangebracht op de locatie Teylerspark fase 2, is gekeurd en schoon. De grond bestaat uit bestaat uit veenhoudende klei en kan vrij worden toegepast. De ophoping van grond op het plangebied heeft geen gevolgen voor het perceel van omwonenden, noch voor de hoogte van het uiteindelijke terrein van de locatie Teylerspark fase 2. Een klein deel van de gestorte grond zal gebruikt worden voor de landschapsbouw van het toekomstige park. De reden dat de grond netjes wordt afgewerkt (ingezaaid) is om

4d. Grond en maaiveld Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

22

bouwplan. Er is namelijk zo’n 1,5 meter opgebracht. In de afgelopen twee weken (ten tijde van dit schrijven) zijn er ook weer veel ladingen grond gestort, ook op stukken waar straks gebouwd gaat worden. Omwonende 4 vraagt zich af in hoeverre er garanties gegeven kunnen worden dat het huidige maaiveld aan de noordzijde bepalend is. Dit houdt namelijk in dat er weer veel grond afgegraven moet worden en van een nieuwe bestemming moet worden voorzien. Omwonende 4 vraagt zich af hoe het zit met de onomkeerbare gevolgen hiervan.

ervoor te zorgen dat het er fraaier uitziet in de periode dat de grond daar tijdelijk opgeslagen ligt en om innesteling en ingraving van fauna tegen te gaan. Dit heeft verder geen gevolgen voor de toepasbaarheid van de grond en dit wordt niet gedaan om de gronden daar alsnog (permanent) te laten liggen. In het bestemmingsplan wordt de maximale bouw- en goothoogte gemeten vanaf het ‘bestaand aansluitend afgewerkt maaiveld’. Hoger bouwen is niet toegestaan. Het ‘bestaand aansluitend afgewerkt maaiveld’ (zoals Teylerspark fase 1) blijft uitgangspunt voor de ontwikkeling van Teylerspark fase 2 waardoor de meeste grond waarschijnlijk hergebruikt zal worden elders in de gemeente. Hierbij kan worden gedacht aan het geschikt maken van een terrein voor de bouw van een ander woningbouwproject.

4e. BSD Uit de reactie van de Provincie ZuidHolland blijkt dat hoewel de betreffende locatie op de provinciale kwaliteitskaart buiten het bestaande stads- en dorpsgezicht (BSD) ligt, de redenering gevolgd kan worden dat de locatie van het plan is gelegen binnen het BSD. Omwonende 4 acht deze motivering onvoldoende, nu hier niet uit blijkt waarom het plan binnen BSD zou liggen en tevens het plan, gezien het karakter van BSD, desalniettemin is toegestaan. Bovendien blijkt uit paragraaf 2.4.2 van bijlage 2 van de toelichting (toets voor duurzame verstedelijking) dat de huidige bestemming groen, gelet op de ruimtelijke structuren en bebouwing rondom het plangebied, wordt beschouwd als stedelijk groen en dus BSD. In het huidige bestemmingsplan ‘Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Nooreinde’ is de agrarische bestemming gewijzigd naar de bestemming groen. Dit geheel conform het beeld van wat mogelijk was met het betreffende stuk grond. Van woningbouw was absoluut geen sprake. Er is op enig moment destijds

4e. BSD Voor de beantwoording van de vraag of het plangebied binnen of buiten BSD ligt, wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 1 en 2 onder het kopje ‘BSD’ (1i. en 2f.).

4e. BSD Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

23

een plan geweest voor een ‘Landgoed’ van het water achter de woningen aan de Weegbree tot aan de Schilkerweg. Het karakter van dit plan was een parkachtige invulling, openbaar en dus het hele jaar toegankelijk. Tevens was de bouw mogelijk voor drie woningen. Andere invullingsvormen waren niet in beeld, ook niet bij de gemeente. Dit kon immers niet en werd op verschillende manieren ook gecommuniceerd. Dat de gemeenteraad dus de ontwikkeling van maar liefst 61 koopwoningen toestaat binnen dit gebied is dan ook onbegrijpelijk. Daarnaast is bovenstaande hoogstens opmerkelijk, aangezien er een basis lijkt te liggen vanuit het verleden waardoor het betreffende stuk grond buitenstedelijk is en door de combinatie van 20KE en het LIB een beperking dan wel een verbod ligt op woningbouw. Echter, door een andere taalkundige benadering vanuit de raad wordt een constructie gemaakt waardoor het betreffende gebied ineens binnenstedelijk is en dus buiten de beperkingen van de 20KE komt te liggen. 4f. Aansluiting op bestaande bouw Het bouwplan sluit daarnaast onvoldoende aan op de bestaande bouw. Zo is ontsluiting alleen mogelijk via de ontsluitingsweg van de Verwondering. Ontsluiting via de oostelijke kant is niet mogelijk. Daarnaast zorgt het voetpad in de richting van het bestaande woongebied, wat vaak door fietsers wordt gebruikt, voor verkeersonveilige situaties.

Het bouwplan kan in dit kader worden gezien als een solitair bouwplan en is door een brede watergang achter de woningen van de Weegbree afgesloten van de rest van de woonbebouwing. Bij eerder ruimtelijke plannen is nooit

4f. Aansluiting op bestaande bouw Wat de opmerking over de aansluiting op de bestaande bebouwing wordt allereerst opgemerkt dat de namens omwonende 4 gedane stelling dat de woningbouwontwikkeling onvoldoende aansluit op de bestaande bebouwing, niet is onderbouwd aan de hand van een stedenbouwkundig rapport of een ander rapport van een terzake deskundige. Wat de opmerking over de ontsluiting betreft wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 1 onder het kopje ‘Aanleg weg’ (1c.). Het bestemmingsplan is ruim opgezet in de zin dat het binnen de verschillende bestemmingen mogelijkheden biedt voor onder meer paden, wegen en in- en uitritten. Hoe deze structuur daadwerkelijk vorm zal krijgen, wordt bepaald in de uitvoeringsfase als het definitieve ontwerp concreet is. De uitvoeringsfase valt buiten het bestek van deze bestemmingsplanprocedure.

4f. Aansluiting op bestaande bouw Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

24

rekening gehouden met deze invulling. De bebouwing aan de Weegbree was het eind van de woonbebouwing van de kern Nieuwveen. 4g. Hoogte bebouwing Uit de stukken volgt dat de bouwhoogte van het bouwplan in totaal dertien meter bedraagt. Uit artikel 6.2.1 sub g van het voorgenomen besluit volgt evenwel dat een maximum bouwhoogte van elf meter is toegestaan. In zoverre is de bouwhoogte op dit punt strijdig met het voorgenomen besluit en is er geen afwijkingsmogelijkheid, noch binnenplans, noch buitenplans. Daar komt bij dat bijna geheel Nieuwveen grondgebonden woningen kent, waarbij de maximale goot- en bouwhoogte respectievelijk zes en tien meter bedragen. In zoverre valt tevens niet te plaatsen dat onderhavig bouwplan uitgaat van goot- en bouwhoogtes van respectievelijk acht en elf en een halve meter, dan wel dertien meter.

4g. Hoogte bebouwing Voor wat betreft het argument over de bebouwing wordt, vanwege het gelijkende zienswijzepunt van omwonende 2, verwezen naar de beantwoording van deze zienswijze onder het kopje ‘Hoogte bebouwing’ (2d.). Voorts is onduidelijk waaruit volgt dat de bouwhoogte van het bouwplan dertien meter bedraagt. Er is nog geen bouwplan, er is enkel een bestemmingsplan en een stedenbouwkundig plan. In beide plannen wordt de hoogte van 13 meter niet genoemd. De maximale bouwhoogte van de appartementen in het zuiden bedragen volgens het bestemmingsplan 11,5 meter. In het stedenbouwkundig plan wordt hiervoor geen hoogte gegeven. Een nadere concrete duiding van de genoemde 13 meter bleef, ondanks verzoek aan omwonende 4, uit zodat het gemeentebestuur dit niet nader heeft kunnen onderzoeken.

4h. Noodzaak behoefte In de toelichting op het voorgenomen besluit is opgenomen dat er een zekere noodzaak bestaat voor het realiseren van woningen op de betreffende locatie. Het is evenwel onduidelijk hoe veel bouwgrond er de afgelopen jaren binnen de gemeente Nieuwkoop bestemd is geweest voor dure kavels en niet aan sociale woningbouw. In de onderbouwing wordt aangegeven dat de ontwikkeling van het voorgenomen besluit bijdraagt aan de vraag naar betaalbare koopwoningen voor jongeren en starters. Onduidelijk is evenwel in welke zin en met name in welke mate, zodat de noodzaak voor onderhavig bouwplan onvoldoende is aangetoond.

4h. Noodzaak behoefte Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 2 onder het kopje ‘Noodzaak behoefte’ (2i.).

4g. Hoogte bebouwing Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

4h. Noodzaak behoefte Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

25

Omwonende 4 (64337)

In de zienswijze tegen het (bij het bestemmingspla n horende) ontwerpbesluit ‘hogere waarden’ op grond van de Wet geluidhinder, zijn enkele zienswijzen opgenomen die eigenlijk tegen het bestemmingspla n gericht zijn (en niet het hogere waardenbesluit).

4i . Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), cumulatie geluid en externe veiligheid (EV) BSD Als verantwoordelijk bestuursorgaan dient het geen woningen te willen, ook al zijn het woningen voor starters en jonge mensen, in een gebied met een te hoge geluidsbelasting. Deze omzetting wordt gemotiveerd vanuit het oogpunt dat er in de huidige groenbestemming parkeerplaatsen, speelplaatsen en speelvoorzieningen zijn toegestaan. Hieraan wordt ten onrechte de conclusie verbonden dat dit gebied is te beschouwen als stedelijk groen en derhalve als binnenstedelijk gebied kan worden aangemerkt. Indien deze redenering wordt gevolgd, dan zijn alle groenbestemmingen met een recreatief karakter met speelvoorzieningen en parkeergelegenheid aan te merken als binnenstedelijk gebied, terwijl hier overduidelijk het groen de overgang vormt van buitenstedelijk naar binnenstedelijk.

4i. Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), cumulatie geluid en EV BSD Voor de beantwoording van de vraag of het plangebied binnen of buiten BSD ligt, wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 1 en 2 onder het kopje ‘BSD’ (1i. en 2f.). Cumulatie geluid Voor de beantwoording van dit zienswijzepunt wordt, voor zover dit het onderwerp ‘cumulatie geluid’ betreft, verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 2 onder het kopje ‘Cumulatie geluid’ (2e.). Externe veiligheid Van een motivering zoals bedoeld in artikel 2.2.1d, tweede lid, van het LIB is wel degelijk gebleken. Voor de gronden die op de kaart in bijlage 3 van het LIB met nummer 5 zijn aangewezen, is immers in de bij het bestemmingsplan horende toelichting (paragrafen 3.1.4 en 4.6 van het ontwerpbestemmingsplan) gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen.

4i. Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), cumulatie geluid en EV BSD Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan. Cumulatie geluid Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Externe veiligheid Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Cumulatie geluid en EV Daar komt bij dat het de gemeente bijzonder goed uitkomt dat het hier om binnenstedelijk gebied zou gaan. Hierdoor is het namelijk eenvoudiger om het Luchthavenbesluit (LIB) en de 20 KE norm te omzeilen. Van een motivering zoals bedoeld in artikel 2.2.1d, tweede lid, LIB is omwonende 4 niet gebleken. In zoverre wordt er geen recht gedaan aan de belangen van bewoners. De genoemde zone is juist bedoeld om mensen te beschermen tegen geluid en andere overlast en te voorkomen dat er geen sprake meer is van een goede

26

ruimtelijke ordening. Daarnaast zijn de betreffende zones vastgesteld om de spanning tussen verschillende gebruiksfuncties (in dit geval luchtverkeer en woningbouw) op te heffen door hier bewuste keuzes in te maken. Deze keuzes zijn vervolgens duidelijk neergelegd in het LIB. In de optelsom is er echter sprake van overschrijding van verschillende zones, waaronder de zone verkeerslawaai vanwege de Schilkerweg en de 20 KE zone. Omwonende 5 (68612)

5a. Uitzicht en privacy Omwonende heeft momenteel een fraai vrij uitzicht richting het zuiden. Ten tijde van de bouw van zijn woning werd vanuit de gemeente Nieuwveen de indruk gewekt dat deze gronden bebouwingvrij te laten, om zodoende geen geurproblemen te laten ontstaan vanwege de nabijgelegen waterzuiveringsinstallatie. Nu worden toch woningen gerealiseerd, waardoor het vrije uitzicht van omwonende vrijwel volledig wordt ontnomen, vooral met het oog op de voorgenomen bouwhoogtes. Ondanks dat vrij uitzicht op zichzelf geen beschermde status geniet, dient de gemeente rekening te houden met het woongenot van aanliggende percelen bij het vaststellen van dit bestemmingsplan. Omwonende is teleurgesteld dat dit geen overweging lijkt te zijn geweest. De nieuwe bouwplannen zullen leiden tot de realisatie van woningen en appartementen die direct zicht hebben op het perceel van omwonende 5. Hierdoor wordt zijn privacy op ernstige wijze aangetast. De gemeente lijkt geen rekening gehouden te hebben met deze onevenredige beperking van zijn privacy.

5a. Uitzicht en privacy Voor de beantwoording van dit zienswijzepunt wordt, voor zover dit het onderwerp ‘vrij uitzicht’ betreft, verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 2 onder het kopje ‘Uitzicht en privacy’ (2c.).

5a. Uitzicht en privacy Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

27

5b. Bouwhoogte Onder het bestemmingsplan dat reeds geldt voor aanliggende gebieden alsmede het plangebied, “Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde”, geldt onder de relevante woonbestemmingen een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. Ontwerpbestemmingsplan “Teylerspark fase 2” staat echter een maximale gooten bouwhoogte toe van respectievelijk 8 en 11,5 meter. Deze bouwhoogtes creëren een beeld dat breekt met de rest van de omgeving. Ook wordt hierdoor het uitzicht van omwonende 5 alsmede andere huidige bewoners onnodig zwaarder benadeeld. Om een lijn te houden met de reeds aanwezige bebouwing zouden de bouwhoogtes in ieder geval beperkt moeten blijven tot dezelfde maximale bouwhoogte die reeds geldt van 10 meter.

5b. Bouwhoogte Voor de beantwoording van dit zienswijzepunt wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 2 onder het kopje ‘Hoogte bebouwing’ (2d.).

5c. Regels tiny houses Ten zuiden van de woning van omwonende, aan de noordzijde van het plangebied, worden drie ‘tiny houses’ toegestaan. Het bestemmingsplan duidt deze percelen ook nadrukkelijk aan als ‘tiny houses’. Hoewel definities niet absoluut eenduidig zijn, worden tiny houses veelal als zodanig aangeduid wanneer zij maximaal 50 m2 groot zijn. In artikel 6.2.1 onder d van het bestemmingsplan wordt dan ook de bepaling opgenomen dat deze tiny houses maximaal 45m2 aan oppervlakte mogen bedragen. Deze bepalingen, in combinatie met andere bepalingen uit het bestemmingsplan, bieden echter onvoldoende zekerheid. Artikel 6.2.2 van het bestemmingsplan maakt duidelijk dat aanvullende bijgebouwen zijn toegestaan, ook buiten het bouwvlak. Artikel 1.18 van

5c. Regels tiny houses Voor de beantwoording van dit zienswijzepunt wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 3 onder het kopje ‘Te veel bebouwing toegestaan locaties tiny houses’ (3d.).

5b. Bouwhoogte Dit zienswijzepunt zal niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.

5c. Regels tiny houses Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

28

het bestemmingsplan schaart een uitbreiding van het hoofdgebouw hier ook onder. De percelen van de tiny houses lijken een oppervlakte te krijgen van ongeveer 150 m2. Artikel 6.2.2 onder b maakt duidelijk dat 50% bebouwd mag worden, mits buiten het bouwvlak voor niet meer dan 50% is dan wel wordt bebouwd. Met de voorgenoemde maximale bouwoppervlakte van het hoofdgebouw meegewogen, zou door het aanbouwen van bijgebouwen een tiny house van 75m2 zijn toegestaan, hetgeen tegenstrijdig is met de bedoeling en algemene definitie van een tiny house. Naast het bovenstaande dient ook nog rekening gehouden te worden met de vergunningsvrije bouwmogelijkheden zoals beschreven in Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Indien de gemeente nadrukkelijk de bedoeling heeft om restrictief om te gaan met de definitie van een tiny house, dienen de regels ten aanzien daarvan scherper opgesteld te worden. Dit zou bijvoorbeeld mogelijk zijn door te kiezen voor een aangepast bouwvlak, een andere bestemming (zoals “tuin”) of door aanvullende regels op te nemen voor bijgebouwen nabij de specifieke bouwaanduiding ‘tiny houses’. 5d. Regels tuin Opmerking verdient dat bij het bestemmen van gronden met de bestemming “tuin” het noodzakelijk is om aanvullende bepalingen op te nemen om vergunningsvrije bouwwerken uit te sluiten, zoals een bepaling die “tuin” nadrukkelijk niet als erf aanmerkt.

5d. Regels tuin Voor de beantwoording van dit zienswijzepunt wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van omwonende 3 onder het kopje ‘De bestemming “tuin” laat vergunningvrij bouwen toe’ (3e.).

5d. Regels tuin Dit zienswijzepunt leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

29

3. Ambtshalve wijzigingen # 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Aanleiding Ter voorkoming van bewoning van andere vormen dan één huishouden in de woningen binnen dit bestemmingsplan, wordt in de regels een definitie opgenomen voor ‘wonen’. De Doelgroepenverordening is na aanvang van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan door de gemeenteraad op enkele onderdelen aangepast. Dit heeft ook effect op de doelgroepen in dit bestemmingsplan; de starters en jongeren. Gelet hierop is een wijziging van de toelichting en enkele regels van het bestemmingsplan gewenst. In artikel 6.2.1, onder e, van de Regels is opgenomen dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangeduid met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met dien verstanden dat het aantal goedkope koopwoningen ten minste 70% bedraagt. Dit wekt ten onrechte de indruk dat per aanduiding 70% goedkope koop moet zijn. Daarom wordt in dit artikellid toegevoegd dat de 70%-norm gaat om het totaal aantal wooneenheden in het plangebied. Eenzelfde geldt voor artikel 6.2.1, onder d, van de Regels. Daarin zal worden toegevoegd dat het maximale bebouwde oppervlak van 45 m2 geldt per aanduidingsvlak. De bouw van woningen en de aanleg van wegen zorgen voor een toename van de verharding in het plangebied. Het gebied ligt in een kwelgevoelige polder.

Daarom zal een berekening van de toename van verharding (inclusief het in het verleden al afgegraven water) worden gemaakt en een uitleg worden gegeven over hoe deze wordt gecompenseerd. Het advies van de VRHM was niet goed verwerkt in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Na afstemming met de VRHM wordt dit advies beter geïncorporeerd in het bestemmingsplan. Ambtshalve is geconstateerd dat de Verbeelding te klein is weergegeven. Het is de bedoeling dat de Verbeelding aansluit op de verbeelding van het bestemmingsplan De Verwondering. In de ontwerpfase is daarom onterecht een strook tussen het plangebied en de weg de Verwondering buiten de Verbeelding gelaten. Dit gebied zal worden bestemd als Groen en als Verkeer – Verblijfsgebied. Tijdens de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan is geconstateerd dat het ontwerpbestemmingsplan relatief kleine omissies bevat. Hierbij kan worden gedacht aan taalfouten, grammaticale fouten, kennelijke verschrijvingen, ondergeschikte aanpassingen etc. Daarnaast leiden relevante (wets)wijzigingen en jurisprudentie tot noodzakelijke aanpassingen.

Pagina of document Artikel 1 van de Regels bij het bestemmingsplan.

Ambtshalve wijziging Het begrip ‘wonen’ wordt gedefinieerd in artikel 1 van de Regels.

Paragraaf 3.2.3. van de Toelichting, en artikel 1.32 van de Regels.

De Toelichting en de Regels worden geactualiseerd conform de Doelgroepenverordening.

Artikel 6.2.1, onder d en e, van de Regels.

Artikel 6.2.1, onder d en e, van de Regels wordt aangepast.

Hoofdstuk 4.9 van de Toelichting bij het bestemmingsplan.

De Waterparagraaf in de Toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangepast.

Hoofdstuk 4.6 van de Toelichting bij het bestemmingsplan. De Verbeelding van het bestemmingsplan.

De Veiligheidsparagraaf in de bestemmingsplan wordt aangepast.

Het gehele ontwerpbestemmingsplan.

De relatief kleine omissies en noodzakelijke wijzigingen worden hersteld bij het gereedmaken van het definitieve bestemmingsplan.

Toelichting

bij

het

De Verbeelding van het bestemmingsplan zal worden vergroot, zodat het aansluit op de grenzen van het bestemmingsplan De Verwondering.

30

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=9a9d344f-0000-4719-b0e8-373d72dfe071