Nieuwkoop - Advies inzake RES Begeleidingsgroep en sectortafels RES-duurzame ontwikkeling
Tekst van het document
Aan: College van B&W Nieuwkoop Gemeenteraad Nieuwkoop Van: Begeleidingsgroep en sectortafels RES-duurzame ontwikkeling Onderwerp: Advies inzake RES en duurzame ontwikkeling Datum: 10 februari 2021 Geachte leden van het college van B&W en van de gemeenteraad van Nieuwkoop, Om te werken aan de transitieopgaven naar duurzame ontwikkeling – waaronder energie – zijn in november 2020 sectortafels opgericht, waarin bedrijven, maatschappelijke organisaties zoals VON, LTO-t, LTO-l, GCN, en de gemeente samenwerken. Zes tafels zijn voorspoedig van start gegaan: industrie, glastuinbouw, landbouw, water-boden-natuurklimaat, mobiliteit, gebouwde omgeving. Er wordt aan gewerkt om ook een tafel vanuit het mkb van de grond te brengen. Ter onderlinge afstemming en inspiratie is een begeleidingsgroep (BG) gevormd, bestaande uit de tafelvoorzitters en genoemde organisaties. De tafels richten zich op verdere verduurzaming van bedrijven en sectoren, waaronder op emissiereductie van broeikasgassen, op klimaatadaptatie, op hernieuwbare opwek en concept RES 1.0 en op draagvlakverweving. In het kader van stakeholder participatie bij de totstandkoming van RES 1.0 in Holland Rijnland hebben de tafels hard gewerkt aan eerste verkenningen, om u hierover in het RESproces tijdig te kunnen adviseren. De bijgevoegde zes bijlagen zijn daarvan het resultaat.
Namens de tafels en de BG bied ik u deze adviezen hierbij graag aan. Gezien het tijdsbestek waarin nog specifiek over hernieuwbare opwek en concept RES 1.0 kan worden geadviseerd, zijn die punten uit de bijgevoegde adviezen van de tafels gelicht en hieronder samengebracht. Daaraan voorafgaand wil de BG graag ook enkele algemeen gedeelde observaties met u delen. Observaties
De focus van bedrijven en sectoren ligt op verduurzaming, waar energie integraal onderdeel van is. Energiebesparing, verminderen en vastleggen van broeikasgassen, klimaatadaptatie en lokale opwek van hernieuwbare energie staan daarin centraal. Komende jaren, op weg naar RES 2.0, kan op grond van nader onderzoek naar slimme efficiënte energie deelsystemen – o.a. zoals door alle sectortafels voorgestaan en door sectortafel glastuinbouw reeds concreet geformuleerd – met meer inzicht in de materie, beter ingeschat worden in hoeverre Nieuwkoop komende decennia energie en klimaat neutraal kan worden en in hoeverre grootschalige opwek door zonnevelden en windturbines in dit gebied voorts nodig en gewenst is;
De sector tafels willen graag verder werken aan het toepassen van bestaande en nieuwe technieken en technologieën, in samenhang ontworpen in de vorm van slimme energieefficiënte deelsystemen, aan ontwikkeling van duurzame circulaire economie, aan het beter omgaan met en gebruik maken van de natuur. De sectortafels wijzen op een aantal belangrijke voorwaardenscheppende aspecten die deze ontwikkelingen in belangrijke mate kunnen bevorderen en versnellen: i Permanente communicatie, goede en voldoende informatievoorziening, participatie en draagvlakontwikkeling. Deze aspecten zijn van groot belang, er is grote behoefte aan, zij
kunnen relatief snel verder opgepakt en uitgebouwd worden en de resultaten laten zich snel merken; ii Onderwijs, onderzoek, experimenten, kennisontwikkeling en -uitwisseling, goede voorbeelden. Deze aspecten hangen samen met leerkansen die gecreëerd kunnen worden bij relevante instellingen en waarop z.s.m. ingespeeld zou moeten worden; iii Het wegnemen van infrastructurele, organisatorische en institutionele belemmeringen. Deze aspecten kunnen ontwikkelingen langdurig blokkeren, vragen niet alleen de nodige aandacht, ook een lange adem.
De sectortafels zien hun adviezen als het resultaat van eerste korte verkenningen, die verder verbreed en verdiept moeten worden om beter te kunnen relateren aan gewenste toekomstige grootschalige hernieuwbare opwek en de ruimtelijke impact daarvan. De sectortafels willen daar komende tijd, op weg naar RES 2.0, graag verder aan werken. Dat past ook bij het gevoelen dat er meer tijd nodig is om tot een meer doordachte en gedragen advisering en besluitvorming te kunnen komen. Expliciet en impliciet wijzen de sectortafels daarbij op de behoefte tot het ontwikkelen van een langer termijnperspectief in de vorm van een gedragen visie op de kwaliteit van de leefomgeving. Dit, als een zich voortschrijdend ontwikkelende visie, waarin ruimtelijke, ecologische, sociale en economische waarden zo goed mogelijk met elkaar in balans worden gebracht en gehouden.
Hernieuwbare opwek en concept RES 1.0 per sectortafel uitgelicht Sectortafel Industrie Maximeren van gebruik van het potentieel aan bedrijfsdaken voor zonnepanelen Incentives voor grootverbruikers verbeteren Kleine bedrijven helpen om toch mee te doen met panelen via huur/ lease of coöperatieve aanpak Parkeerterreinen overkappen met zonnepanelen of folies Uitdaging om een bedrijfsterrein energie neutraal te krijgen door zowel besparingen als slimme inzet van alle mogelijke elektriciteits- en warmtebronnen. Daarbij ook geowarmte, groen gas, combinatie kleine molens met zon, e.d. bezien. Koppeling met b.v. zwembad of woonwijk kan daarbij helpen. Opwek kan het beste dicht bij de gebruikers Vergunning voor warmteopslag in de bodem verruimen Het gevoel is dat er te eenzijdig de focus op zon en wind opwekking ligt; meer aandacht voor alternatieve bronnen, zelfs moderne kernenergie (Thorium) Hoe past de RES bij de omgevingsvisie? Bedrijven hebben nog 6 a 9 ha nodig, eventueel tijdelijk benutten voor een zonnepanelen park Sectortafel Glastuinbouw Hoge windturbines en grote zonnevelden in het Groene Hart ligt gevoelig. Dat roept makkelijk veel weerstand op, terwijl draagvlak, samenwerking en meedoen nodig zijn.
Goede participatie, informatievoorziening en communicatie zijn daarbij belangrijk; Daarom eerst de mogelijkheden van zo efficiënt mogelijke slimme lokale grids onderzoeken, waardoor minder grootschalige opwek nodig zal zijn. Daar is vanuit de tafel een onderzoeksvoorstel voor geformuleerd. Er is veel mogelijk, het hangt af van hoe alles bij elkaar aansluit, timing, behoefte en beschikbaarheid. Lokale windmolens passend bij (clusters van) bedrijven, waar de opwek aansluit bij het gebruik, kunnen daar onderdeel van uitmaken. Afstanden en transport spelen ook een rol, uitgangspunt is een slimme, efficiënte lokale oplossing. Uit die analyses en gegevens zal blijken in hoeverre dat onvoldoende is en kunnen gezamenlijk nadere oplossingen worden ontwikkeld; Technisch en ruimtelijk liggen er kansen, maar in het draagvlak, de organisatie en de risico’s zitten de beperkingen. Naast deze maatschappelijke, zijn er ook infrastructurele
en financiële belemmeringen. Financiële risico’s en terugverdientijden moeten inzichtelijk en aanvaardbaar gemaakt worden om investeren in duurzame energie te stimuleren; Dat vergt b.v. aandacht voor de averechtse werking van de ODE regeling voor diegenen die in verduurzaming hebben geïnvesteerd; Hogere windmolens op zee wekken exponentieel meer energie op dan lagere op land. Daar zijn geen (of minder) hoogte beperkingen, is meer wind en minder overlast voor de mens. Daarom lijkt plaatsing op zee een logischere keuze dan plaatsing in het Groene Hart.
Sectortafel Landbouw: Agrarische bedrijven kunnen door middel van zon op dak en kleine windmolen(s) energieneutraal worden. Combinatie zorgt voor vlakke productiecurve; Ruim 8000 MWh/jaar aan zonnepanelen reeds functioneel op agrarische bedrijfsgebouwen; Potentiële capaciteit energieproductie van 207 agrarische bedrijven met zon op dak en kleine windmolens bedraagt 38000 MWh – daarmee is nog 30000 MWh/jaar onbenut; Met deze capaciteit kan netto stroom aan het elektriciteitsnet geleverd worden; Geen zonnepanelen op vruchtbare landbouwgronden. Voor de ontwikkeling van een duurzame landbouw met meer biodiversiteit is het huidige potentieel aan agrarische gronden vereist. Agrarische sector is een belangrijke factor voor de Nederlandse en Europese economie (exportwaarde 2020 € 94miljard); Het plaatsen van kleine windmolens, ook buiten bouwblok, dient vergund te worden zonder legeskosten. Uit oogpunt van energieneutraliteit, energie-efficiency en rendement, zijn voor grotere bedrijven kleine molens met een as hoogte van 35 m aan te bevelen; Stimuleren van innovaties duurzame landbouw. In de toekomst ontstaat een grote vraag naar elektriciteit vanwege elektrificatie van verkeer en machines en de warmtepompen om de aardgas loze huizen te verwarmen en van warm water te voorzien. Wind- en zonne-energie hebben hiervoor onvoldoende (piek)capaciteit.
Moderne kernenergie (Thorium) dient niet uitgesloten te worden, integendeel. Sectortafel water-bodem-natuur-klimaat Uitstoot van broeikasgassen verminderen; CO2 vastleggen en vasthouden in biomassa; Heroverwegen van de noodzaak voor grootschalige wind- en zonne-energie opwek, gezien de vele andere potenties voor CO2-reductie in het gebied; Bij agrarische bedrijven kan wind- en zonne-energie efficiënt gecombineerd worden voor zelfvoorziening en ontlasting van het net; Energie daar opwekken waar het wordt verbruikt; Kleinschalige energieprojecten in en rond de gebouwde omgeving combineren met nieuwe natuur; Aquathermie heeft potentie voor Nieuwkoop; Eerst het potentieel aan zon-op-dak en kleinschalige ‘verloren’ stukken grond benutten, daarna grootschaliger op land bezien; Geen grootschalige windturbines of zonneweiden in natuurgebieden; De energietransitie mag niet ten koste gaan van natuur, biodiversiteit en landschap, maar moet die waarden versterken; In het gezichtsveld van hoge infrastructuur, zoals bedrijfsgebouwen is de landschappelijke aantasting minder dan in het open veld. Sectortafel Mobiliteit Elektrisch rijden vergt meer – zoveel mogelijk groene - elektriciteit en meer oplaadpunten. Deels kan lokaal worden opgewekt, een ander deel zal uit het netwerk moeten komen;
Per bedrijf zoveel mogelijk zonnepanelen op daken toepassen, maar ook parkeerterreinen overkappen en uitrusten met panelen, eventueel met licht doorlatende; Verhogen van energie-efficiency door combinatie van zonnepanelen, kleine windmolens en opslag voor eigen opwek door bedrijven die overstappen op elektrisch vervoer; zo mogelijk tevens combineren met een tankfaciliteit voor groen gas; Tankstations kunnen worden gekoppeld aan hybride energieparken; Mensen verleiden de brandstofauto voor woon-werk en recreatief verkeer te laten staan, door gebruik van (elektrische) fietsen, elektrische (deel)auto’s en elektrisch OV te stimuleren, mede door de aanleg van goede fietspaden en rijstroken.
Sectortafel Gebouwde Omgeving: Voorzie gemeentelijke plannen van vereisten voor duurzaam bouwen en inrichten en voor gebruik van circulaire bouwmaterialen en -processen; Voorzie bouwvergunningen van vereisten tot energetisch passieve of energieleverende woningen/gebouwen; Schrijf maximaal gebruik van zonnepanelen, zonnecollectoren en warmteopslag voor; Wat betreft aardgasvrije wijken: analyseer welke wijken om individuele oplossingen vragen en waar efficiënte integrale collectieve oplossingen mogelijk zijn. Begin met isoleren en start voor die laatste categorie pilots met een wijkgerichte aanpak voor het ontwikkelen van de meest ideale smart grid; Verduurzaming van de bouw en gebouwde omgeving kan, mede door slimme kleinschalige lokale energiesystemen, het energie gebruik aanzienlijk reduceren. Daardoor is minder behoefte aan grootschalige opwek. Het rapport ‘Regionale energiestrategieën in het Groene Hart’ van de Provinciale Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit (nov 2020) biedt een goed perspectief om daar verder invulling aan te geven. Samengevat op gemeenschappelijke hooflijnen
Maak grootschalige opwek met huidige technieken onderdeel van beleid gericht op reductie en vastlegging van broeikas gassen, niet omgekeerd; Water, bodem, natuur – waar Nieuwkoop rijk aan is – spelen daarbij een belangrijke rol; Dat geldt ook voor duurzaam circulair grondstoffen en materialen gebruik; Geen animo voor grote windturbines, wel voor kleine molens; Maximeren van zonnepanelen op daken en overkappingen, bij woningen, bedrijven en kassen; niet in natuurgebieden of op landbouw gronden; mogelijk ook tijdelijk op uitbreidingskavels bijvoorbeeld voor bedrijfsterreinen; Ook aandacht voor andere energie bronnen en technieken: waaronder aqua en geo thermie, groen gas, wko, opslag, smart grids; Vergroot de energie efficiency door combinatie van verschillende technieken voor warmte en elektriciteit, met opwek zo dicht mogelijk bij gebruik, in de vorm van integrale, decentrale energie deelsystemen (smart grids): op en om bedrijventerreinen, glastuinbouwgebieden, boerderijen, woonwijken; Er zijn inmiddels twee projecten in voorbereiding, te weten een onderzoek voor bedrijven op de Olm (initiatief VON) en een studie naar een integrale benadering van de energievoorziening in en rond het glastuinbouw maatwerkgebied in Ter Aar ( LTO, GCN initiatief); Versterken van de communicatie en informatievoorziening is essentieel voor het draagvlak en synergie; Voor goede participatie,
informatievoorziening en communicatie is meer tijd nodig, mede vanwege corona beperkingen zou de planning herzien moeten worden. Op weg naar RES 2.0 voor HR en voor het Groene Hart kan een gedragen energiestrategie beter vorm worden gegeven.
Wij hopen dat deze inbreng u helpt bij uw oordeelsvorming over de concept RES 1.0 van Holland Rijnland en zijn, indien gewenst, graag bereid tot nadere toelichting. Met vriendelijke groet, namens de Begeleidingsgroep, Jan Dirven, vz. P.S: de deelnemende organisaties brengen het resultaat van de besprekingen ook graag onder de aandacht van hun branche- of koepelorganisaties.