CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGDE uitgangspuntennotitie 2023-2026 - Wijzigingen zichtbaar (2022-073)

Besluitvormende raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie 2023-2026 (2022-073)5.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspuntennotitie 2023-2026

Gemeente Nieuwkoop 30 juni 2022

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 2. Financiële samenvatting ...................................................................................................................... 4 3. Autonome ontwikkelingen.................................................................................................................... 5 4. Lokale heffingen .................................................................................................................................. 8 5. Begroting zonder nieuwe ontwikkelingen .......................................................................................... 10 6. Nieuwe ontwikkelingen ...................................................................................................................... 11 6.1. Ruimtelijke ontwikkeling ........................................................................................................... 11 6.2. Ruimtelijk beheer ..................................................................................................................... 13 6.3.

Sociaal domein......................................................................................................................... 14 6.4. Bestuur en dienstverlening ...................................................................................................... 15 6.5. Bedrijfsvoering ......................................................................................................................... 17 6.6. Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................... 18

1. Inleiding In de Financiële verordening staat in artikel 4 aangegeven: Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen. De kaders voor de begroting vind u normaal gesproken in de Uitgangspuntennotitie. In een verkiezingsjaar blijft dit beperkt tot de macro-economische ontwikkelingen en enkele andere onafwendbare externe ontwikkelingen. Aan het in de begroting op te nemen beleid wordt vormgegeven in het coalitieakkoord. Het nieuwe college werkt het coalitieakkoord vervolgens uit in een collegeprogramma en stelt aan de hand daarvan de concept-meerjarenbegroting 2023-2026 op. Onzekerheid Voor het derde jaar op rij is onzekerheid het centrale woord in de inleiding van de UPN. Waar twee jaar geleden Covid-19, de herverdeling van het gemeentefonds en de kostenontwikkeling in het sociaal domein (en de compensatie van dat laatste door het Rijk) de belangrijkste onzekerheden waren werd dit afgelopen jaar aangevuld met de uitkomsten van de formatie op landelijk niveau.

Voor 2023 hebben we met de gevolgen van de hoge inflatie en de oorlog in Oekraïne met als concrete gevolgen een grote vluchtelingenstroom, een mondiale disruptie van de markt voor voedingsmiddelen en nog verder stijgende inflatie nieuwe onzekerheden om rekening mee te houden. Dit terwijl een deel van de ‘oude’ onzekerheden nog niet weg is. Door de lange formatie zijn de gevolgen van het nieuwe kabinet ook nu nog niet volledig bekend. De startnota van het kabinet geeft wel richting maar ook veel onduidelijkheid. Het Sociaal domein en dan met name het onderdeel jeugd blijft een punt van zorg. De gevolgen van Covid-19 en de herverdeling van het gemeentefonds zijn inmiddels wel een stuk duidelijker. Covid-19 is niet weg maar kan inmiddels beschouwd worden als een ‘fact of life’. De gevolgen zijn te overzien. Van de herverdeling van het gemeentefonds is de omvang voor de korte termijn duidelijk en in omvang overkomelijk. Nader onderzoek zal op middellange termijn nog wel tot aanpassingen leiden maar er is nog geen reden om daar nu extra aandacht aan te besteden. Onzekerheden zijn altijd al onderdeel van de uitgangspunten voor de begroting maar de laatste jaren is dit dus wel aanzienlijk groter geworden, in omvang en in aantal. Wat het extra complex maakt is dat een deel van de ontwikkelingen niet op zichzelf staan maar op elkaar inwerken.

Als gevolg hiervan wordt het ook steeds lastiger om bij de verschillende ontwikkelingen te ‘kiezen’ voor de variant waarvan we nu inschatten dat die de grootste kans heeft om uit te komen. De spreiding tussen het meest optimistische en het meest pessimistische scenario bij de afzonderlijke ontwikkelingen is daarvoor al te groot. Daar komt dan nog bij dat voor een totaalbeeld de samenloop van verschillende scenario’s van alle ontwikkelingen beoordeeld moeten worden. Met de wetenschap van bovenstaande ontwikkelingen in gedachten is een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de financiële positie van de gemeente voor 2023 en verder. Het resultaat daarvan vindt u in dit document waarmee de basis is gelegd voor het samenstellen van de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026. Daarbij is het dus van belang om voor ogen te houden dat verschillende scenario’s mogelijk zijn en het van belang is om flexibiliteit in beleid en uitvoering in te bouwen waardoor erop geanticipeerd kan worden dat de werkelijkheid zich anders ontwikkelt dan voorzien.

3

2. Financiële samenvatting 2.1 Meerjarenbegroting bij de start van de UPN In de uitgangspuntennotitie kijken we vooruit naar de begrotingsperiode 2023-2026. Financieel startpunt van onze vooruitblik is de stand van de actuele begroting in meerjarenperspectief. Dat betekent dat de stand van de primitieve begroting, aangevuld met tussentijds vastgestelde begrotingswijzigingen tot en met de wijzigingen uit de Voorjaarsnota. Bedragen x € 1.000 (een ‘min’-teken voor het bedrag is een voordeel)

2023

2024

2025

2026

Begroting 2023-2026 primitief

-205

591

564

564

Begrotingswijzigingen t/m april 2022

-492

-489

-554

647

Voorstellen VJN Structureel

198

124

124

124

Voorstellen VJN Incidenteel

-183

-105

-106

-106

Startpunt UPN 2023-2026

-682

121

28

1.229

Begroting

2023

2024

2025

2026

Startpunt UPN 2023-2026

-682

121

28

1.229

Totaal autonome ontwikkelingen

-672

-1.293

-1.713

-882

Totaal lokale heffingen 2023

-259

-259

-259

-259

-1.613

-1.431

-1.944

88

2.2 Saldo meerjarenbegroting 2023-2026 volgens UPN Bedragen x € 1.000 (een ‘min’-teken voor het bedrag is een voordeel)

Begroting inclusief Autonoom en Lokale Heffingen

Naast de bovengenoemde stand van de UPN, zien wij nog extra kosten op ons afkomen in de komende periode welke effect kunnen hebben op de begroting 2023-2026. Deze hebben wij in onderstaande tabel inzichtelijk gemaakt. Bedragen x € 1.000 (een ‘min’-teken voor het bedrag is een voordeel)

Verwachte kosten na UPN

2023

2024

2025

2026

Programma 1

60

100

100

100

Programma 2

172

142

142

142

Programma 3

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Programma 4

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Programma 5

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Programma 6

0

0

0

0

Verwachte kosten na UPN (structureel)

202

242

242

242

Verwachte kosten na UPN (incidenteel)

30

0

0

0

4

3. Autonome ontwikkelingen 3.1 Algemene uitkering (AU) In de Uitgangspuntennota nemen wij autonome ontwikkelingen mee die wij de komende jaren op ons af zien komen. Veel van deze ontwikkelingen zijn op dit moment nog onzeker en vandaar dat er een bandbreedte is waarbinnen gekozen kan worden voor verschillende scenario’s. De gemeente Nieuwkoop streeft naar een structureel materieel sluitende begroting 2023-2026. Bedragen x € 1.000 (een ‘min’-teken voor het bedrag is een voordeel)

Algemene uitkering

2023

2024

2025

2026

Inflatie correctie 2023

-779

-779

-779

-779

Opvoeren jaar 2026

-588

Inschatting herverdeeleffect

219

379

379

379

Opschalingskorting

-537

-719

-907

0

-913

-1.731

-1.980

-1.500

-2.010

-2.850

-3.287

-2.488

Regeerakkoord Totaal

3.1.1 inflatiecorrectie AU 2023 In Nieuwkoop werken we in de begroting met constante prijzen. Voor de begroting 2023 betekent dit dat we in het eerste jaar (2023) rekening houden met de stijgende lasten als gevolg van inflatie en in de daarop volgende jaren (2024 t/m 2026) niet. Deze methodiek hanteren we ook bij de berekening van de algemene uitkering. Voor 2023 voeren we een correctie door voor inflatie, voor de jaren 2024 t/m 2026 houden we de prijzen constant. De inflatiecorrectie (loon- en prijscompensatie) in de Algemene Uitkering voor 2023 is € 779.000. Dit bedrag is gebaseerd op de berekening van het ministerie van BZK in de septembercirculaire 2021. 3.1.2 Jaarschijf 2026 In deze begroting komt het jaar 2026 er voor het eerst bij, deze wordt gelijk gehouden aan jaarschijf 2025. Voor de algemene uitkering zijn de jaren echter niet gelijk. Jaarschijf 2026 wordt aangepast aan de berekening van de algemene uitkering van de decembercirculaire 2021. Voor het jaar 2026 krijgen wij € 588.000 extra. 3.1.3 Nieuw verdeelstelsel gemeentefonds Naar verwachting besluit het nieuwe kabinet tot invoering van de herijking van het gemeentefonds per 1 januari 2023. Het ingroeipad is beperkt tot 3 jaar, waarbij voor het eerste jaar een maximum voor- of nadeel geldt van € 7,50 per inwoner.

Voor Nieuwkoop betekent dit in het eerste jaar van invoering een nadeel van € 219.000 en in het tweede jaar het volledige nadeel van € 379.000 (€ 13 per inwoner). In de meicirculaire 2022 volgt nadere informatie over het nieuwe verdeelstelsel. 3.1.4 Opschalingskorting In het coalitieakkoord van het kabinet is opgenomen dat de opschalingskorting voor de duur van de kabinetsperiode is bevroren. De opschalingskorting op het gemeentefonds blijft hierdoor op hetzelfde niveau als de afgelopen drie jaar. Hierna (in 2026) is de opschalingskorting weer volledig opgenomen. Vanuit het advies van de 100.000+ gemeenten wordt geschetst dat de opschalingskorting ook in 2026 structureel van de baan kan zijn omdat er geen inhoudelijke onderbouwing voor deze korting is. Vooralsnog zijn wij ervan uitgegaan dat de korting in 2026 weer volledig van kracht is. Mogelijk volgt hier in de meicirculaire 2022 nieuwe informatie over. 3.1.5 Regeerakkoord Op 10 januari jl. heeft het kabinet de Startnota aan de Tweede Kamer aangeboden met daarin de financiële vertaling van de afspraken uit het coalitieakkoord. In de maartbrief van 6 april jl. schetst het

5

Rijk een eerste beeld van de gevolgen voor de individuele gemeenten. Bij de voorjaarsbesluitvorming zal een actualisatie van het accres plaatsvinden en zal meer inzicht worden gegeven in andere posten uit het coalitieakkoord die voor gemeenten relevant zijn. De gevolgen hiervan voor individuele gemeenten worden duidelijk in de meicirculaire 2022. Voor onze financiële uitgangspunten is het belangrijk om nu al inzicht te krijgen in de financiële gevolgen van het regeerakkoord voor Nieuwkoop, ondanks alle onzekerheden. De belangrijkste onzekerheden en de gekozen lijn voor Nieuwkoop zijn; • Accressen 2023-2025 De startnota presenteert relatief hoge accressen voor de periode 2023-2025, met een daling in de jaarschijf 2026. De vraag is, kan het Rijk de hoge accressen in de periode 2023-2025 waar maken. Het verleden leert dat er vaak sprake is van minder hoge uitgaven van het Rijk (onderuitputting), wat leidt tot minder hoge accressen. Wij zijn in onze berekening daarom uitgegaan van een jaarlijkse onderuitputting van 20% in 2023 en 15% in 2024 en 2025. Zonder onderuitputting zou het accres voor Nieuwkoop € 200.000 tot € 300.000 hoger uit kunnen vallen. • Accres 2026 Het accres van 2026 daalt sterk, met iets meer dan de helft ten opzichte van 2025.

Het argument van het kabinet is dat zij in 2026 uitgaan van een andere bekostigingssystematiek voor gemeenten en een verruiming van het lokale belastinggebied. Verruiming van het lokale belastinggebied leidt tot meer inkomsten voor gemeenten via de lokale belastingen, de structurele financiële ruimte kan hoger liggen dan de kale accrescijfers voor 2026 nu laten zien. Uitgaande van alleen het accres dan betekent dit voor Nieuwkoop in 2026 een plus van circa € 750.000. In het meest gunstige scenario, het doortrekken van het accres uit 2025 met een onderuitputting van 0% is dit circa € 2,3 miljoen. Wij hebben het accres 2026 gesteld op € 1,5 miljoen. Waarbij we ervan uitgaan dat bovenop het accres van € 750.000 nogmaals € 750.000 via de verruiming van het lokale belastinggebied kan worden behaald. • Jeugdhulp Vanaf 2024 verlaagt het Rijk de bijdrage in de tekorten voor de jeugdzorg met 100 mln en met 500 mln voor 2025 en verder. Het Rijk verwacht dat de gemeenten deze extra besparing kunnen realiseren. Wij hebben deze bezuiniging niet meegenomen aangezien er volop wordt gewerkt aan de hervormingsagenda Jeugd, het valt te bezien of de besparingen te realiseren zijn. Helemaal vreemd is dat het Rijk daar bovenop met een extra korting komt. Een resolutie van de VNG om de hervormingsagenda op te schorten is met 100% van de stemmen aangenomen.

Een andere onzekerheid bij de middelen voor jeugd is het aandeel in het gemeentefonds. Na de herijking kan dit aandeel (fors) afwijken van het huidige aandeel. Wellicht komt het kabinet nog met extra middelen over de brug omdat de uitspraak van de arbitragecommissie van wijzen nu met voeten getreden wordt. En de Eerste Kamer heeft op 22 februari een motie aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen het gesprek met gemeenten weer aan te gaan. In het meest negatieve scenario kan dit een min post opleveren vanaf 2025 van circa € 650.000. • Maatschappelijke ontwikkeling/huishoudelijke hulp Er wordt gewerkt aan een eerlijkere eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp. Omdat er nog geen duidelijkheid is over de eerlijkere eigen bijdrage en de bijbehorende taakstelling vanaf 2025 hebben wij deze post op een neutrale wijze begroot. 3.1.6 Provinciaal toezicht De onzekerheden in het regeerakkoord en de adviezen die zijn afgegeven door 100.000+ gemeenten richting andere gemeenten zijn besproken met het VNG en de provinciale toezichthouders. De laatste heeft hier nog geen stelling ingenomen. Zolang het Rijk hierover nog geen duidelijkheid heeft gegeven

6

is dat voor de toezichthouder ook niet mogelijk. Er is eerst besluitvorming nodig door het Kabinet, na overleg tussen Rijk, provincies en gemeenten. Eén en ander zal worden verwerkt in de meicirculaire 2022. 3.1.7 Meicirculaire Tijdens het voorbereidingsproces van de begroting 2023 komt de meicirculaire 2022 uit. Daarin krijgen we een actueel meerjarenbeeld van de omvang van de Algemene Uitkering en hopelijk meer duidelijkheid over allerlei onzekerheden. Gelet op het tijdstip van behandeling van de UPN in uw raad, wordt de meicirculaire in de begroting 2023-2026 verwerkt. 3.2 Areaal openbare ruimte Het areaal aan openbare ruimte dat de gemeente beheert neemt jaarlijks toe. Het gaat daarbij om de hoeveelheid openbaar groen, riolering, oppervlakten verhardingen, openbaar water en aantallen civiele kunstwerken, lichtmasten, speelvoorzieningen etc. De beheerkosten nemen hierdoor uiteraard ook toe. De uitbreiding van het areaal wordt voornamelijk veroorzaakt door ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties. Tegenover deze kosten staan ook hogere baten zoals hogere algemene uitkering, hogere belasting inkomsten enz. 3.3 Loonontwikkeling De Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2023, zoals deze is verschenen op 5 november 2021, geeft voor 2023 voor de loonkosten een indexering aan van 3,7%.

3.4 Prijsontwikkeling/inflatie Voor de prijsindexatie voor materiële kosten sluiten we ook aan bij de aanbeveling van de werkgroep Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2023. Zowel voor de uitgaven en inkomsten hanteren we 2,5%. 3.5 Verbonden partijen Voor de Verbonden Partijen baseren we ons op de concept Programma begrotingen van deze Verbonden Partijen. Daarbij houden we vast aan de indexaties zoals die door de werkgroep financiële kaderstelling zijn vastgesteld. Deze worden doorgaans in juli vastgesteld door het Algemeen Bestuur van deze verbonden partijen. In de Programmabegroting worden de definitief vastgesteld bedragen voor Nieuwkoop opgenomen. 3.6 Tabellen autonome ontwikkelingen In de volgende tabellen zijn de gevolgen van bovenvermelde autonome ontwikkelingen indien van toepassing verwerkt. Bedragen x € 1.000 (een ‘min’-teken voor het bedrag is een voordeel)

Autonome ontwikkelingen

2023

2024

2025

2026

Algemene Uitkering

-2.010

-2.850

-3.287

-2.488

Loonontwikkeling

726

726

726

726

0

200

200

200

Inflatie lasten

360

360

360

360

Inflatie baten

-106

-106

-106

-106

Verbonden Partijen

358

377

394

426

Totaal autonome ontwikkelingen

-672

-1.293

-1.713

-882

Rentelasten langlopende financieringen

7

4. Lokale heffingen Algemeen De algemene uitgangspunten voor de gemeentelijke lasten zijn: 1. de belastingtarieven worden in het algemeen met niet meer dan het inflatiepercentage verhoogd; 2. belastingtarieven waar individuele producten en diensten tegenover staan zijn niet hoger dan kostendekkend. Extra inkomsten door areaaluitbreiding (een toenemend aantal woningen, inwoners en/of bedrijven) worden primair gebruikt om de extra lasten die dit met zich mee brengt (meer wegen- en rioleringsonderhoud, afvalinzameling, enz.) te dekken. De belastinginkomsten laten hierdoor een stabiel beeld zien. Onroerende zaakbelasting (OZB) De OZB-opbrengst in de begroting 2023 wordt als volgt berekend: OZB opbrengst 2023 = (A) OZB opbrengst 2022 + (B) inflatie + (C) areaalstijging (A) = de OZB-opbrengst uit de (bijgestelde) begroting 2022 (B) = een verhoging van (A) met de inflatie (2,5%) (C) = een verhoging van de totale OZB-opbrengst evenredig aan de totale toename van het WOZareaal (de voorraad WOZ-objecten). Onderdeel B (inflatie) is meegenomen in de tabel met financiële consequenties van het belastingplan. Onderdeel C (areaaluitbreiding) volgt in de begroting uit recente informatie van SVHW. Rioolheffing De tarieven voor de rioolheffing zijn 100% kostendekkend.

Op dit moment geldt het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2025 (Raadsbesluit 5 november 2020); hierin is voor 2023 een tariefstijging voorzien ter hoogte van de inflatie (2,5%). Voor het begrotingssaldo heeft dit geen gevolgen. Bij 100% kostendekkendheid vallen hogere baten weg tegen hogere lasten en andersom. Afvalstoffenheffing In 2020 is een nieuwe methode van afvalinzameling ingevoerd, gebaseerd op gedifferentieerd tarieven voor restafval. Doelstelling is de jaarlijkse hoeveelheid restafval per inwoner terug te brengen tot maximaal 100 kilo. Los van de nieuwe inzamelmethode nemen de kosten voor met name de verwerking van afval landelijk toe. De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn 100% kostendekkend. Voor het begrotingssaldo heeft dit geen gevolgen. Bij 100% kostendekkendheid vallen hogere baten weg tegen hogere lasten en andersom. Overige belastingen Onder overige gemeentelijke belastingen vallen in 2023; roerende zaakbelasting, forensenbelasting, begraafplaatsrechten, marktgelden en leges (bouwleges, leges burgerzaken en alle andere leges). Voor zover bij deze belastingen het kostendekkendheidsbeginsel geldt, wordt het in Nieuwkoop (nog) niet maximaal toegepast. De leges zijn in Nieuwkoop in de meeste gevallen lager dan kostendekkend. Algemeen uitgangspunt is een jaarlijkse indexering van de opbrengst met het inflatiepercentage (2,5%).

Uitzonderingen hierop zijn begraafplaatsrechten en heffingen die verbonden zijn aan wettelijke tarieven die van rechtswege niet mogen worden verhoogd.

8

Bedragen x € 1.000 (een ‘min’-teken voor het bedrag is een voordeel)

Lokale Heffingen 2023

2023

2024

2025

2026

Onroerende zaakbelasting (OZB)

-209

-209

-209

-209

Rioolheffing *)

0

0

0

0

Afvalstoffenheffing *)

0

0

0

0

Overige belastingen

-50

-50

-50

-50

Totaal Lokale Heffingen 2023

-259

-259

-259

-259

9

5. Begroting zonder nieuwe ontwikkelingen Zetten we de gevolgen van de autonome ontwikkelingen en belastingplan onder elkaar en verrekenen we deze gevolgen met de beginstand van de UPN, dan ontstaat het volgende beeld: Bedragen x € 1.000 (een ‘min’-teken voor het bedrag is een voordeel)

Begroting

2023

2024

2025

2026

Startpunt UPN 2023-2026

-682

121

28

1.229

Totaal autonome ontwikkelingen

-672

-1.293

-1.713

-882

Totaal lokale heffingen 2023

-259

-259

-259

-259

-1.613

-1.431

-1.944

88

Begroting inclusief Autonoom en Lokale Heffingen

10

6. Nieuwe ontwikkelingen 6.1. Ruimtelijke ontwikkeling Ontwikkelingen Energiekosten gemeentelijke panden/verduurzaming gemeentehuis en -kantoor De afgelopen maanden zijn de energiekosten (gas en elektriciteit) sterk gestegen. Dit gaat de komende jaren ook gevolgen hebben voor de energierekening van ons gemeentelijk vastgoed, zeker gezien de gunstige tarieven die wij tot nu toe hadden bedongen. Vooral de sporthallen en het zwembad zijn grootverbruikers van gas. Door een contract met deels een vastgezet tarief voor 2023 schatten wij de lastenverhoging voor 2023 in op vijftien procent. Voor de jaren na 2023 gaan we voorlopig uit van vijfentwintig procent hogere energiekosten, als de huidige marktschommelingen wat tot rust zijn gekomen. De stijgende energieprijzen maken het nog urgenter om volgende stappen te zetten met betrekking tot de verduurzaming van ons gemeentelijk vastgoed. Op korte termijn zal, vanwege haperende installaties, gekeken moeten worden naar het binnenklimaat en de eventueel daaraan gekoppelde verduurzaming van het gemeentekantoor in Ter Aar. Dit om een gezond en verantwoord binnenklimaat in dit pand te kunnen blijven garanderen. Dit zal leiden tot een incidentele budgetvraag. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De voorbereidingen op de invoering (inmiddels naar verwachting per 01-01-2023) van de Omgevingswet lopen op schema.

In de aanloop naar het opstellen van de begroting 2023-2026 worden de financiële consequenties van de nieuwe werkprocessen nader in beeld gebracht. Ook zal meer zicht komen op de (financiële) gevolgen van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De financiële gevolgen van de invoering van de Omgevingswet op de middellange en lange termijn hangen ook erg af van keuzes die nog door de raad gemaakt moeten worden. Geven we via het nog nader door de raad vorm te geven omgevingsplan veel vrijheid en worden meer activiteiten vergunningsvrij of volstaat een melding? Of willen we strakker (blijven) sturen en houden we vast aan vergunningplicht? Dergelijke keuzes hebben directe consequenties voor bijvoorbeeld de inzet bij vergunningverlening en handhaving, maar ook voor de legesinkomsten. Daarnaast is nog niet duidelijk wat de gemeentelijke (beheer)kosten zullen bedragen van het Digitale Stelsel Omgevingswet na oplevering door het Rijk en zijn er nog de nodige andere onzekerheden. En verder Het komende jaar moet over een aantal zaken nog besluitvorming plaatsvinden en zullen raadsvoorstellen aan de raad worden voorgelegd. Zo is 1. de centrumvisie Nieuwkoop uitgewerkt in een concreet uitvoeringsplan en loopt voor het Dorpshart Ter Aar een tender.

Naast externe geldstromen zal ook de gemeente een bijdrage moeten leveren om de plannen ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. 2. De laatste jaren is in Nieuwkoop een centrummanager actief voor de dorpscentra, dit heeft de nodige resultaten opgeleverd. Het budget voor centrummanagement loopt tot en met 2022. In de loop van 2022 zullen de resultaten van het centrummanagement geëvalueerd worden en de raad een voorstel worden voorgelegd of voortzetting wenselijk is. Bij een keuze tot voortzetting zal opnieuw budget vrijgemaakt moeten worden. 3. Ook het budget voor de subsidie voor Nieuwkoop Marketing loopt tot en met 2022, dit jaar vragen we de raad een afgewogen besluit of het op deze wijze wordt voortgezet. 4. De oorlog in Oekraïne heeft in korte tijd tot een enorme vluchtelingenstroom geleid. Een deel van de vluchtelingen is in Nederland terecht gekomen en naar alle waarschijnlijkheid zal dat aantal nog

11

flink toenemen. Gemeenten zorgen samen voor noodopvang, maar voor een meer structurele (huisvestings)oplossing zal de komende jaren flink wat werk verzet moeten worden. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe dit eruit zal gaan zien, hoeveel mensen langere tijd in ons land blijven en welke compensatie gemeenten zullen ontvangen. Wanneer hier meer zicht op is komen we naar de raad met een voorstel.

12

6.2. Ruimtelijk beheer Ontwikkelingen Overdracht bodemtaken Door een wetswijziging wordt de gemeente in plaats van de Provincie bevoegd gezag voor het uitvoeren van de bodemtaken. Dit betekent dat de gemeente nieuwe taken krijgt op het gebied van vergunningverlening en handhaving. De gemeente besteedt deze taken uit aan de Omgevingsdienst West Holland. De verwachting is dat de bodemtaken op 1 januari 2023 worden overgedragen. Momenteel vinden de gesprekken met het Rijk en de VNG nog plaats om de bijbehorende middelen bij de overdracht mee te krijgen. Verwacht wordt dat de kosten voor het uitvoeren van de basistaken de gemeente structureel toenemen met € 76.000. Hogere energiekosten De afgelopen maanden zijn de energiekosten (gas en elektriciteit) sterk gestegen. Dit gaat de komende jaren ook gevolgen hebben voor de energierekening van de openbare verlichting en rioolgemalen. Voor 2023 schatten wij de lastenverhoging in op vijftien procent. Voor de jaren na 2023 gaan we voorlopig uit van vijfentwintig procent hogere energiekosten. Hogere kosten materieel, materiaal en personeel Door de ontwikkelingen op energiekosten en brandstof nemen ook de aanneemsommen toe. Ook de krapte op de arbeidsmarkt, de hogere inflatie compensatie in lonen zal hier negatief aan bijdragen.

Dit maakt dat de raming voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte zoals vast is gelegd in de beheerplannen niet meer accuraat is. Wij verwachten dat hierin een correctie te moeten aanbrengen van 7 procent in plaats van de reguliere 1,5 procent. Samenhangende ObjectRegistratie (SOR) Het ministerie van BZK is gestart met Doorontwikkeling in Samenhang van de Geo-basisregistraties (DiS Geo). Doelstelling daarvan is meer samenhang te creëren in de geo-informatie infrastructuur. Onderdeel is de doorontwikkeling van enkele bestaande geo-basisregistraties tot een samenhangende objectenregistratie (SOR). Op dit moment heeft de gemeente al de wettelijke plicht om de volgende registraties bij te houden; Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Ondergrond (BRO), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Deze registratie zullen vanaf 2023 en verder samengebracht moeten worden tot de SOR. Welke consequenties deze nieuwe wetgeving tot gevolg heeft is momenteel nog onduidelijk. Wel zal in 2022 gestart worden met het opzetten van een plan van aanpak om de effecten en consequenties voor de gemeente inzichtelijk te maken. In loop van 2022 zullen we de raad hierover informeren.

13

6.3. Sociaal domein Ontwikkelingen IKC ontwikkelingen Ook in 2023 en verder gaan we door met de ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC) in Langeraar, Nieuwveen en Woerdense Verlaat. Volgens planning start de bouw van de IKC in Langeraar en Woerdense Verlaat in 2023, met opening van de nieuwe gebouwen in 2025. Nieuwveen volgt een jaar later met start van de bouw in 2024 en opening in 2026. Bouw- en materiaalkosten De bouw- en energiekosten lopen snel op door schaarste, verstoorde productie- en transportketens en hogere energieprijzen. Deels zal deze prijsstijging een tijdelijk karakter hebben, maar de gevolgen zullen zich nog zeker een aantal jaren laten voelen. Ook als gemeente zullen wij dit gaan merken, bijvoorbeeld bij de bouw van de geplande IKC’s. We moeten in de begroting rekening houden met hogere bouwkosten, of besluiten de bouw uit te stellen totdat prijzen weer normaliseren. Wanneer dit laatste aan de orde zal zijn is lastig te voorspellen. Voorlopig stellen wij daarom voor in de begroting 2023-2026 rekening te houden met de stijgende kosten. Jeugdhulp In 2023 werken we samen met Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem aan de gezamenlijke organisatie van een deel van de jeugdhulp per 2024. In de meerjarenraming was voorzien dat dit al per 2023 gerealiseerd kon worden.

De extra kosten die in 2023 waren voorzien als gevolg van het overgangsjaar schuiven door naar 2024. Werk en inkomen Afgelopen jaren konden de kosten van uitkeringen worden gedekt uit het Buigbudget (bundeling uitkering gemeenten). Als gevolg van Corona is het bestand in 2021 gestegen. Het is onzeker of die stijging de komende jaren kan worden omgebogen naar een daling. De kloof tussen vraag en aanbod blijft groot. Daarnaast is het onzeker wat de op termijn de gevolgen zijn van de komst van vluchtelingen uit Oekraïne op het bestand en op de arbeidsmarkt.

14

6.4. Bestuur en dienstverlening Ontwikkelingen Participatie In 2022 zal de participatieverordening worden aangeboden aan de raad, als een ontwikkelmodel. In de verordening is nl. het uitdaagrecht (voorheen bekend als Right to challenge) nog niet opgenomen. Dit betreft een facultatief onderdeel waar we met de raad over in gesprek zullen gaan. Uitdaagrecht behoeft een heldere procesgang, vraagt een andere manier van werken (het loslaten), capaciteit omdat deze vorm van participatie niet vrijblijvend is en financiële middelen zijn nodig voor de ondersteuning van ideeën of plannen van inwoners. Digitale toegankelijkheid Belangrijk uitgangspunt is dat informatie en dienstverlening voor iedereen begrijpelijk, toegankelijk en inclusief zijn ingericht, zodat iedereen zoveel mogelijk zelfstandig mee kan doen. Om onze (digitale) dienstverlening toegankelijk te houden en te verbeteren is recent onze website vernieuwd en werken wij steeds meer met visueel beeldmateriaal zoals bijvoorbeeld infographics en maken wij filmpjes. Op dit moment weten we nog niet of de huidige website voldoet aan toegankelijkheidseisen, dit onderzoek loopt nog. Binnen de huidige middelen lukt het vooralsnog om dit te realiseren, echter zien wij een toename en vraag naar toegankelijke en begrijpelijke informatie. Wij faciliteren dit graag.

Dienstverlening rondom Omgevingswet Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (verwachting januari 2023), moet elke gemeente zijn aangesloten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Één digitaal loket voor het aanvragen van vergunningen. Het goede nieuws is dat het ons gelukt om als 2e gemeente van Nederland de ontsluiting van het digitale stelsel Omgevingswet (het DSO-platform) te realiseren. Onduidelijk is of aansluiting met de landelijke voorziening (DSO-LV) op tijd mogelijk is om de komende maanden in de praktijk nog voldoende te kunnen oefenen. De aansluiting moet zorgvuldig worden doorgevoerd om te voorkomen dat de dat de dienstverlening aan de inwoners en bedrijven niet in het geding komt en gebiedsontwikkeling ongehinderd doorgang kan vinden. Wanneer er onvoldoende ruimte komt om te oefenen met de systemen zou dit voor vertraging kunnen zorgen in bijvoorbeeld het afhandelen van de vergunningen en eventuele andere onzekerheden zoals beheerskosten. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Met de komst van de wet elektronisch bestuurlijk verkeer krijgen de inwoners en bedrijven het recht om elektronisch zaken te doen met de overheid. Planning is dat deze wet op 1 januari 2023 in werking zal treden. Op dit moment wordt een analyse gemaakt van de (financiële) impact voor onze organisatie.

Kwaliteitseisen BRP (Basisregistratie) De doorontwikkeling van onze dienstverlening gaat gepaard met het steeds meer digitaal aanbieden van onze producten en diensten. Er is meer oog nodig voor kwaliteit en de betrouwbaarheid van de inhoud, maar ook de beveiliging van de opslag en het dataverkeer. De toetsing op kwaliteit wordt steeds complexer en is van invloed op het werk van burgerzaken. Het vraagt specialisme en capaciteit. Verkiezingen In 2023 zullen verkiezingen voor het Waterschap en Provincie plaatsvinden. Met de daaraan verbonden kosten wordt uiteraard rekening gehouden in de begroting 2023. Op dit moment weten we nog niet of we ook te maken zullen hebben met Covid-19 maatregelen.

15

Openbare orde en veiligheid Ten aanzien van het onderwerp veiligheid en ondermijning gaan steeds meer taken en verantwoordelijkheden naar de gemeente en in het bijzonder de burgemeester als bestuursorgaan toe. Dit vraagt om meer en betere ondersteuning van de bestuurder vanuit de gemeentelijke organisatie. Bij het opstellen van de begroting 2023 is de inzet financiële ruimte te scheppen om aan de staf van de gemeentesecretaris, naast de concerncontroller en de regiocoördinator, een strategisch adviseur bestuur en veiligheid toe te voegen.

16

6.5. Bedrijfsvoering Ontwikkelingen Arbeidsmarkt Er is sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Vacatures zijn moeilijk in te vullen en staan lang open. Dit leidt tot vertraging van werkzaamheden en projecten en oplopende kosten voor werving en externe inhuur. En ook externe inhuur wordt steeds lastiger. Dit kan ertoe leiden dat afdelingen onderbezet raken en dat uitvoering van (wettelijke) taken onder druk komt te staan. Verandering werkzaamheden Het werk van de gemeente verandert. Taken zijn omvangrijk en wij hebben te maken met grote uitdagingen: in het sociaal domein, in het fysieke domein; klimaatadaptie en energietransitie. Daarnaast verandert veel werk door toenemende digitalisering en automatisering. Werkprocessen veranderen, werkzaamheden verdwijnen en tegelijkertijd ontstaan nieuwe taken en banen. Er wordt meer gevraagd van de talenten en vaardigheden van onze medewerkers. Dit vraagt een investering in tijd en geld in een wendbare organisatie. Informatiebeveiliging en privacy Het belang van informatiebeveiliging en privacy neemt toe. Verdere investeringen zullen nodig zijn. Een goed slot op onze digitale deur leidt tot veiligheid en een bijbehorend gevoel van vertrouwen van onze inwoners. Software en ict infrastructuur Verwacht wordt dat de kosten van software en ICT infrastructuur de komende jaren blijven stijgen.

Een voorbeeld is nieuwe wet- en regelgeving waarvan de uitvoering wordt vormgegeven in nieuwe software. Concrete voorbeelden zijn de Omgevingswet wat ondersteund wordt door het digitale stelsel omgevingswet en de Wet Open Overheid waarin wij als overheid veel informatie openbaar gaan maken via de nog te ontwikkelen tool Plooi. Aanvullend is hiervoor ook anonimiseringssoftware nodig. Daarnaast dient diverse software de komende jaren vervangen en opnieuw aanbesteed te worden. De kosten hiervoor zijn hoger dan in het verleden door de toegenomen eisen vanuit de Rijksoverheid. Hybride werken De organisatie werkt op dit moment hybride. Dit betekent gedeeltelijk thuis en gedeeltelijk op kantoor. Vanwege de aard van de werkzaamheden is dit niet mogelijk voor de publieksbalies, de buitendienst en het zwembad. Met elkaar zijn uitgangspunten geformuleerd en de komende periode gaan wij met elkaar inventariseren wat de plussen en minnen in de praktijk zijn. De voor- en nadelen moeten goed worden afgewogen. Ook dienen de gevolgen hiervan voor onze huisvesting in de toekomst in beeld gebracht te worden.

17

6.6. Algemene dekkingsmiddelen Ontwikkelingen Deze ontwikkelingen worden beschreven onder 3 Autonome ontwikkelingen.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=12a11b2a-8014-4f43-ade1-fa9c0ff75bdb