CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Gebiedsgerichte quickscan gemeente Nieuwkoop

Besluitvormende raadsvergadering 19 september 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Opstellen Soortenmanagementplan (SMP) (2024-076)11.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gebiedsgerichte quickscan

Gemeente Nieuwkoop

Projectadviseur Nick Stam MSc

Kwaliteitscontrole Benjamin Brandt BSc & Jelle Lips MSc

nickstam@habitus.nl 0172-204060

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de

Rapportage

opdrachtgever) en onder vermelding van de bron.

Nick Stam MSc Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt

Documentcode

Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend

NKOO2023-2-QS1-V4

uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze

In opdracht van Gemeente Nieuwkoop

Contactpersoon opdrachtgever dhr. E. Meijer

privacyverklaring is hier te vinden. Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.

Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 78391385 / Btw-nummer: NL861372669B01

Opleverdatum 14 mei 2024

www.habitus.nl

INHOUDSOPGAVE Klik op de titel van een hoofdstuk om direct naar het betreffende hoofdstuk te gaan. 1. INLEIDING & ONDERZOEK

4

2. SMP-GEBIED

7

3. WERKWIJZE EN METHODE

9

4. LITERATUURSTUDIE

12

5. VERKENNEND VELDONDERZOEK EN POTENTIEBEPALING

14

6. VOORKOMEN EN BESCHERMDE FUNCTIES

18

7. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

21

BRONVERMELDING 

23

BIJLAGEN24

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

3

1. INLEIDING & ONDERZOEK Het basisonderzoek is een nulmeting voor

1.1 Aanleiding De gemeente Nieuwkoop wilt inzicht verkrijgen in de aanwezigheid van beschermde soorten in bebouwing binnen de gemeente. Met de toenemende verduurzaming van huizen wordt het essentieel om inzicht te krijgen in de aanwezige populaties van gebouwbewonende beschermde soorten binnen de gemeente. Door deze kennis kunnen de aanwezige populaties adequaat beschermd worden en waar mogelijk

de voorkomende (beschermde) soorten. De eerste stap is een gebiedsgerichte quickscan. Deze quickscan kan gebruikt worden om de vervolgstappen

en

uitvragen

voor

verdere

nadere onderzoeken beter voor te bereiden. De gemeente Nieuwkoop heeft als ambitie om in de nabije toekomst het gehele basisonderzoek uit te voeren en heeft Habitus gevraagd voor de uitvoering van de gebiedsgerichte quickscan.

ook versterkt. Dit is zeer relevant in een tijd waarin

1.2 Doelstelling

verduurzaming een belangrijke rol speelt.

De doelstelling van het basisonderzoek, waar de Om

bovenstaande

Nieuwkoop

reden

is

voornemens

de

gemeente

gebiedsgerichte quickscan een onderdeel van is,

een

is om te bepalen welke (beschermde) soorten

soortenmanagementplan (SMP) op te stellen. In

en functies in het SMP-gebied voorkomen.

een SMP wordt beschreven hoe er gedurende

Hierbij wordt het netwerk van de voorkomende

langere periode omgegaan dient te worden

soorten in kaart gebracht en de aanwezige

met

en

kolonies, leefgebieden, nest- en verblijfplaatsen

hun leefgebied met betrekking tot geplande

en andere (beschermde) functies vastgesteld.

activiteiten en ontwikkelingen. De te beschrijven

Van

onderdelen van een SMP zijn de ambitie en

indicatie gegeven van de omvang van de lokale

visie, een basisonderzoek, een mitigatie- en

populatie. Tevens worden de knelpunten voor

compensatieplan,

en

de voorkomende populaties in beeld gebracht

coördinatie.

en wordt bepaald wat de effecten (positief en

aanwezige

administratie,

om

(beschermde)

een

soorten

monitoringsplan

processen

en

Met een compleet SMP kan vervolgens een

de

voorkomende

soorten

wordt

een

negatief) zijn van de voorgenomen activiteiten.

omgevingsvergunning aangevraagd worden bij bevoegd gezag.

Toelichting op de afbeelding Bebouwing in de dorpskernen geschikt voor beschermde soorten

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

4

De gebiedsgerichte quickscan is een potentie-

verzameld.

Ook

inschatting en verkenning van het SMP-gebied.

ecologische

onderzoeken

De doelstelling hierbij is om de (potentieel)

geraadpleegd.

belangrijke structuren, leefgebieden, en potentiële

Het verkennende veldonderzoek wordt uitgevoerd

samenhang van leefgebieden van verschillende

om een inschatting te maken van de geschiktheid

(beschermde) soorten in kaart te brengen en

en potentie van structuren en leefgebieden. Dit

om te bepalen welke soorten aanwezig zijn. Op

wordt vooraf al voor zover mogelijk met behulp

basis van de resultaten wordt bepaald welke

van luchtfoto's en Google Streetview ingeschat.

soortgerichte

zijn

Het verkennende veldbezoek zal voornamelijk

om de in het basisonderzoek gestelde vragen,

dienen ter controle van de inschatting én om de

zie bovenstaande alinea, te beantwoorden. De

potentie van de onzekere locaties te bepalen.

onderzoeken

noodzakelijk

informatie verkregen uit de quickscan draagt bij aan het opstellen van de onderzoeksmethodiek,

worden

reeds

uitgevoerde

in

gemeente

de

1.4 Reikwijdte

onderzoeksinspanning en de verdeling van

De gebiedsgerichte quickscan is één van de

(eventuele) deelgebieden.

onderdelen van het basisonderzoek. De andere onderdelen van het basisonderzoek betreffen het

1.3 Werkwijze

soortgericht onderzoek en een effectenbepaling.

Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van

Deze

de

soortenmanagementplannen

voorliggend rapport. De gebiedsgerichte quickscan

Zuid-Holland' (oktober 2023, omgevingsdienst

vormt de basis voor deze onderdelen. Een SMP

Haaglanden).

quickscan

en gebiedsdekkende vergunning kan in beginsel

bestaat uit twee onderdelen: een literatuurstudie

voor alle soorten worden opgesteld en voor alle

en een verkennend veldonderzoek. Het doel

soorten worden opgesteld en aangevraagd. Niet

van deze onderdelen is om de potentie voor de

voor elke soort wordt echter een vergunning

relevante beschermde soorten en functies in te

verleend. Het beschadigen en/ of vernietigen van

schatten. Het literatuuronderzoek bestaat uit het

kraamverblijfplaatsen van de laatvlieger en/of

opvragen van waarnemingen van beschermde

meervleermuis wordt bijvoorbeeld niet vergund.

soorten in de gemeente. Hierbij worden online

In de gebiedsgerichte quickscan wordt specifiek

beschikbare bronnen geraadpleegd (o.a. de NDFF

gekeken naar de soorten welke in het kader van

en verspreidingskaarten) maar ook de lokale

verduurzaming kunnen worden verwond en/of

Toelichting op de afbeelding

natuurwerkgroepen en andere partijen welke

gedood en waarvan nest-, rust- en verblijfplaatsen

Industrieterrein, deze gebieden zijn beperkt geschikt voor beschermde soorten

relevante gegevens in de gemeente hebben

kunnen verdwijnen.

'Richtlijn De

gebiesgerichte

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

onderdelen

zijn

niet

opgenomen

in

5

Het gaat hierbij om de huismus, gierzwaluw, spreeuw, huiszwaluw en de gewone- en ruige dwergvleermuis. Ook worden de andere vleermuissoorten meegenomen als de laatvlieger en de meervleermuis. Voor deze soorten kan wel een vergunning worden gekregen voor het (tijdelijk) verstoren van individuen en kleine verblijfplaatsen.

1.4 Criteria Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:

• •

Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen met een hbo of wo opleiding op ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie, dierecologie of bos -en natuurbeheer. Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart hierbij geen

Soorten beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en de vogels met jaarrond beschermde rust- en/

enkel belang te hebben bij de uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere vaste medewerker de

of verblijfplaatsen anders dan de eerdere genoemde soorten lenen zich vooralsnog niet voor een SMP-

ethische gedragscode ondertekend en beloofd hiernaar te handelen.

omgevingsvergunning. Voor deze soorten zijn tot op heden geen bewezen effectieve maatregelen bekend.

•

Het onderzoek voldoet aan onze eigen proces- en kwaliteitseisen. Bekijk deze hier.

Daarnaast is het mogelijk dat wegens de zeldzaamheid van de soort, of wegens intensieve benodigde onderzoeksinspanning, deze soorten makkelijk worden gemist of de aanwezige aantallen worden onderschat binnen de gemeente. De ODH heeft specifiek benoemd dat voor de laatvlieger, meervleermuis, watervleermuis, baardvleermuis, kleine dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis en de gewone grootoorvleermuis complicerende factoren van toepassing zijn. Er zal maatwerk benodigd zijn om deze soorten mee te nemen in een gebiedsdekkende omgevingsvergunning middels een SMP. Het is echter wel van groot belang dat soorten die zich momenteel niet lenen voor een SMPomgevingsvergunning wél meegenomen worden tijdens het basisonderzoek. Hiermee kan worden bepaald welke (beschermde) soorten en functies in het SMP-gebied voorkomen en kunnen deze belangrijke en kwetsbare functies en verblijfplaatsen gericht worden beschermd. Vogels met een jaarrond beschermd nest zijn opgedeeld in verschillende categorieën, waarbij nesten van soorten van categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten van categorie 5-soorten zijn alleen jaarrond beschermd indien er geen direct geschikte alternatieven beschikbaar zijn gelijk in aard, omvang en kwaliteit. Om deze reden worden gebouwbewonende categorie 5-soorten als spreeuw en huiszwaluw meegenomen binnen dit basisonderzoek.

Voor zowel spreeuw als huiszwaluw geldt dat de landelijke staat is beoordeeld als 'Zeer ongunstig' (Foppen, R & Vogel, R., 2022)

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

6

2. SMP-GEBIED

Legenda Gemeente Nieuwkoop

2.1 SMP-gebied Het SMP-gebied betreft de gemeente Nieuwkoop en is gelegen in de provincie Zuid-Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. De begrenzing van het plangebied betreft de gemeentegrens. De gemeente telt in 2023 ongeveer 29.500 (bron: https://nieuwkoop.incijfers.nl/) inwoners en heeft een totale oppervlakte van 9.019 hectare, waarvan 7.414 hectare land en 1.605 hectare water. Dorpskernen De gemeente Nieuwkoop bestaat uit de volgende dorpskernen: Nieuwkoop, Nieuwveen, Ter Aar,

Korteraar, Langeraar, Noorden, Noordeinde, Noordse Dorp, Papenveer, Woerdense Verlaat,

Vrouwenakker, Zevenhoven en de Meije. Binnen de dorpskernen zijn meerdere lintbebouwingen aanwezig. De dorpskern de Meije bestaat volledig uit lintbebouwing. Bebouwing Binnen de gemeente zijn 14.076 gebouwen aanwezig. Hiervan bestaan 11.824 gebouwen uit woningen. De gemeente Nieuwkoop heeft de verscheidene dorpskernen onderverdeeld in 4 wijken. De wijken zijn Nieuwkoop (Nieuwkoop, Noorden, Woerdense Verlaat en de Meije), Nieuwveen (Nieuwveen en Vrouwenakker), Ter Aar (Ter Aar, Korteraar, Langeraar en Papenveer) en Zevenhoven (Zevenhoven,

Figuur 1: het SMP-gebied is rood omrand en omvat de gehele gemeente (PDOK, 2023).

Noordeinde en Noordse Dorp). In de wijk Nieuwkoop staan 4.938 woningen, in de wijken Nieuwveen, Ter Aar en zevenhoven staan respectievelijk 4.025, 1.702 en 1.159 woningen. Van de woningen bestaat

Van de aanwezige gebouwen met een geregistreerd energielabel heeft slechts 29,3% een energielabel

86,8% uit eengezinswoningen, de overige 13,2% bestaat uit meergezinswoningen.

van A tot A++++. Dit is lager dan het landelijk gemiddelde van 32,6%. De meeste woningen hebben een C-label. De overgrote meerderheid van de woningen is aangesloten op aardgas (90,5%).

De overige gebouwen hebben verscheidene functies. Het gaat om de functies bijeenkomst (5,6%),

Binnen de dorpskernen bestaat de bebouwing voornamelijk uit rijtjeshuizen met schuine daken

gezondheidszorg (3,2%), industrie (30,1%), kantoor (4,1%), logies (16,4%), onderwijs (0,3%), sport (0,8%),

(dakpannen). Binnen de kernen is hoogbouw slechts beperkt aanwezig. Buiten de dorpskernen

winkel (6,3%), meerdere functies (5,6%) en overig (27,5%). In de wijk Nieuwkoop staan 790 overige

bevinden zich gebieden met kassenbouw en industrie. Daarnaast zijn buiten de kernen veel vrijstaande

gebouwen, in de wijken Nieuwveen, Ter Aar en zevenhoven staan respectievelijk 290, 772 en 399 overige

boerderijen aanwezig.

gebouwen.

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

7

Bedrijventerreinen, winkelcentra en wegen Binnen de gemeente bevinden zich meerdere bedrijventerreinen. Dit kunnen bedrijventerreinen zijn waar meerdere bedrijven zijn bevestigd of het terrein van een enkel bedrijf. De grotere bedrijventerreinen bevinden zich bij de dorpskernen Nieuwkoop, Nieuwveen en Ter Aar. Binnen de dorpskernen bevinden zich meerdere winkelcentra of panden met een winkelfunctie. Het gaat hierbij om kleinschalige winkelcentrum zonder hoogbouw. Grotere gebouwen met een winkelfunctie bevinden zich buiten de dorpskernen zoals de Intratuin buiten Ter Aar. Binnen de gemeente bevinden zich geen snelwegen. De grotere wegen betreffen de N231, N460, N461, N462, N463 en de N446 welke onder andere de grotere kernen met elkaar verbinden. Natuurgebieden Binnen de gemeente bevinden zich meerdere natuurgebieden. Het grootste natuurgebied betreft het Natura 2000-gebied de Nieuwkoopse Plassen & de Haeck. Met een oppervlakte van 2.008 hectare beslaat het gebied een significant deel van de gemeente. Andere grotere natuurgebieden betreffen de Groene Jonker ten noorden van Noorden, het Ruygenborg ten oosten van Nieuwkoop en de Langeraarse Plassen. Agrarisch gebied en kassenbouw Het gebied gelegen tussen de kernen bestaat voornamelijk uit agrarisch gebied met veeteelt en akkerbouw. In het noorden en westen van de gemeente bevinden zich grotere gebieden met kassenbouw.

Landgoed Tegen Nieuwveen is het landgoed Ursula gelegen. Op het terrein (40 hectare) wonen circa 450 mensen met een verstandelijke beperking. Op het terrein zijn meerdere gebouwen aanwezig omsloten met groen en oppervlaktewater. Omgeving Ten noorden van de gemeente is de gemeente Uithoorn gelegen, ten noordoosten betreft het de gemeente De Ronde Venen. Ten zuidoosten, zuiden en zuidwesten liggen respectievelijk de gemeenten Woerden, Bodegraven-Reeuwijk en Alphen aan den Rijn. Ten westen is de gemeente Kaag en Braassem

Toelichting op de afbeelding Kassengebieden, deze gebieden zijn beperkt geschikt voor beschermde soorten

gelegen. De gemeente Nieuwkoop grenst voornamelijk aan het agrarische gebied in de genoemde gemeenten. Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

8

3. WERKWIJZE EN METHODE 3.1 Literatuurstudie De literatuurstudie bestaat uit drie onderdelen: 1.

Het raadplegen van databanken;

2.

Het raadplegen van eerder uitgevoerde onderzoeken;

3.

Het raadplegen van betrokken partijen.

In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de methode van deze onderdelen. Het doel van de literatuurstudie is om inzicht te krijgen in welke data reeds bekend is binnen de gemeente Nieuwkoop. Om de uiteindelijk verzamelde data inzichtelijk te maken wordt de verkregen data weergegeven op kaarten. De focus van de data zal liggen op de soorten die zich kwalificeren voor het SMP, namelijk de gebouwgebonden soorten. Het gaat dan om de huismus, gierzwaluw, vleermuizen, en voor de volledigheid worden de gebouwgebonden categorie 5-soorten met zeer slechte staat van instandhouding ook meegenomen (spreeuw en huiszwaluw). 3.1.1 Raadplegen van databanken Om inzicht te krijgen in het voorkomen van soorten binnen en rond het plangebied worden verspreidingskaarten van de zoogdiervereniging en SOVON geraadpleegd. Voor inzicht in waarnemingen van soorten wordt de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze databank combineert data van meer dan 100 andere databanken, valideert deze data en wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. De NDFF is daarom een zeer complete en betrouwbare databank. Hierbij wordt de data van de afgelopen 5 jaar geraadpleegd. Er wordt gekeken naar de waarnemingen binnen het plangebied en 1 kilometer buiten het plangebied. De volgende zoekopdrachten worden uitgevoerd: 1.

Waarnemingen van beschermde soorten van de Habitatrichtlijn (Artikel 11.46 Bal) en Andere soorten (Artikel 11.54 Bal);

2.

Waarnemingen van huismus, gierzwaluw, spreeuw en huiszwaluw onder de Vogelrichtlijn (Artikel 11.34 Bal);

3.

Alle waarnemingen van de volgende losse soort(groep)en: huismus, gierzwaluw, vleermuizen, huiszwaluw en spreeuw.

Deze zoekopdrachten kunnen informatie verstrekken over waar bepaalde soorten voorkomen. Relevante

Toelichting op de afbeelding

data zal op kaarten weergegeven worden om inzicht te krijgen in waar al bekend is dat soorten voorkomen.

Lintbebouwing geschikt voor beschermde soorten

Geen data betekent echter niet dat een soort daar niet voorkomt. Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

9

3.1.2 Raadplegen van eerder uitgevoerde onderzoeken

3.2 Potentie bepaling en verkennend veldonderzoek

Onderzoeksrapporten kunnen informatie verschaffen over de aanwezigheid van soorten in bepaalde wijken

In onderstaande paragrafen wordt de methode voor de potentiebepaling van gebouwgebonden soorten

of gebieden. Daarom worden eerder uitgevoerde onderzoeken bekeken en relevante data hieruit wordt

en verkennend veldonderzoek beschreven.

ook opgenomen in de kaarten. Er wordt kritisch gekeken of bijvoorbeeld soortgericht onderzoek voldoet aan de bestaande protocollen (Netwerk Groene Bureaus) en/of kennisdocumenten (BIJ12). Er is gekozen

3.2.1 Potentiebepaling (bureauonderzoek)

om alleen relevante waarnemingen over te nemen, namelijk nestwaarnemingen, verblijfswaarnemingen,

Het doel van het basisonderzoek is om de potentie voor gebouwgebonden soorten te bepalen binnen

gevonden essentiële vliegroutes en foerageergebieden en waarnemingen van zeldzame soorten. Indien

de gemeente Nieuwkoop. Hieropvolgend kan in de voorbereiding van het soortgericht onderzoek

er al een ontheffing verleend is of de gevonden nesten en/of verblijven al ongeschikt gemaakt zijn, is deze

bijvoorbeeld clustergrootte en onderzoeksinspanning bepaald worden. Omdat dit basisonderzoek op een

data niet meer meegenomen. De soorten zijn namelijk al verdwenen op die locatie en zullen al een ander

zeer grote schaal wordt uitgevoerd, kan redelijkerwijs niet elk gebouw bekeken worden in een veldbezoek

onderkomen hebben gevonden.

om de exacte potentie te bepalen, zoals bij een reguliere quickscan wel het geval is. Daarom worden de volgende aannames gedaan tijdens de potentiebepaling:

De opdrachtgever verstrekt bij hun bekende en relevante natuuronderzoeken. Daarnaast wordt er via het

1.

Gebouwen met dakpannen zijn altijd geschikt voor nesten van huismus en gierzwaluw

internet gezocht op gepubliceerde rapporten. Er worden alleen rapporten geraadpleegd die niet ouder

en verblijfplaatsen van vleermuizen. De onderbouwing hiervoor is dat huismusnesten en

zijn dan 5 jaar, omdat deze data niet meer accuraat is. De aangeleverde rapporten bestaan uit quickscans,

gierzwaluwnesten voornamelijk gevonden worden in gebouwen met dakpannen. Verder hebben

soortgericht onderzoek, activiteitenplannen en besluiten van het bevoegd gezag. Deze rapporten zijn

dakpannen veelal kieren, waar vleermuizen onder kunnen kruipen. Daarom is er besloten dat

geanalyseerd en bepaald of de data bruikbaar is voor dit basisonderzoek.

dakpanbebouwing altijd potentie heeft voor nesten van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen voor vleermuizen. De huismus en gierzwaluw kunnen ook tot broeden komen in gebouwen zonder

3.1.3 Raadplegen van betrokken partijen Lokale (werkgroepen) en natuurverenigingen bezitten vaak over veel informatie over het voorkomen van

dakpannen, deze gebouwen worden echter minder geschikt geacht. 2.

elke spouwmuur van elk gebouw gekeken kan worden.

daarom zeer waardevolle data opleveren, en zorgt er tevens voor dat ze zich betrokken voelen bij het gehele SMP-proces. Daarom wordt vroeg in het basisonderzoeksproces contact gezocht met relevante

3.

schaal.

Binnen de gemeente Nieuwkoop zijn de IVN afdelingen van Nieuwkoop en Alphen aan den Rijn (richten 4.

Hoogbouw (4+ verdiepingen) met geschikte openingen zijn geschikt als massawinterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis.

Zuid-Holland welke waarnemingen van vleermuizen verzamelt van onder andere gemeenten in ZuidHolland. Er zal gevraagd worden of deze partijen personen interesse hebben in het delen van hun data.

Er wordt geen onderscheid gemaakt in grootte van de openingen voor vleermuizen. De reden hiervoor is dat onderscheid maken in grote en kleine openingen niet realistisch is op zo een grote

partijen en/of personen, die mogelijk relevante natuurkennis hebben over de gemeente Nieuwkoop. zich op Ter Aar) werkzaam. Daarnaast wordt contact opgenomen met de Stichting Zoogdierenwerkgroep

Gebouwen met openingen (stootvoegen, boeiborden etc) zijn geschikt voor verblijven van vleermuizen. De onderbouwing hiervoor is dat er niet met bijvoorbeeld een endoscoopcamera in

bepaalde soorten in wijken of delen van gebieden. Het raadplegen van dit soort groepen of personen kan

5.

Industrieterreinen en gebieden met kassenbouw zijn beperkt geschikt voor beschermde soorten wegens het lage aanbod aan geschikte verblijfplaatsen en functioneel leefgebied. Gebieden met

Met leden van het IVN wordt indien benodigd een fysiek overleg gepland. Overige partijen en/of personen

kassenbouw zorgen daarnaast voor veel verstoring middels het aanwezige licht.

wordt gevraagd of ze via de mail data kunnen aanleveren. 6.

Boerderijen in het buitenterrein worden geschikt geacht voor vleermuizen, huismus, spreeuw, huiszwaluw en gierzwaluw.

7.

Trailerparken, campings en terreinen met woonboten worden uitgesloten van voorliggend onderzoek. Binnen deze terreinen zijn geschikte verblijfplaatsen beperkt beschikbaar. Daarnaast zijn de terreinen vaak niet vrij toegankelijk.

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

10

De eerste stap in de potentiebepaling is om de potentie in te schatten vanaf de luchtfoto en met behulp van Google Streetview. Gebouwen met dakpannen zullen worden aangekaart als geschikt voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Gebouwen met platte daken worden vervolgens met behulp van Google Streetview bekeken om te bepalen of open stootvoegen aanwezig zijn. Indien er openingen zichtbaar zijn, wordt aangenomen dat er een spouwmuur aanwezig is en deze gebouwen potentie hebben voor vleermuisverblijven. Deze gebouwen worden minder geschikt geacht voor de huismus en gierzwaluw. Bekend is dat deze soorten ook bij dit soort panden tot broeden kunnen komen waardoor ze ter plaatse niet kunnen worden uitgesloten. Andere type bebouwing wordt tevens met Google Streetview bekeken om te bepalen wat de potentie van het gebouw is. Er zullen locaties zijn waarvan de potentie niet met zekerheid kan worden bepaald, bijvoorbeeld omdat deze niet zichtbaar zijn met Google Streetview en/of vanaf de luchtfoto niet bepaald kan worden wat voor type bebouwing het is. In dat geval zal deze locatie gemarkeerd worden als "onzeker" en deze zijn bekeken tijdens het verkennend veldonderzoek. Het online bepalen van de potentie zal leiden tot een concept-potentiebepaling. Na het verkennend veldbezoek wordt indien nodig de potentiebepaling aangepast, en zal de definitieve potentiebepaling gemaakt worden.

3.2.2 Verkennend veldonderzoek Het verkennend veldonderzoek vindt plaats na het bepalen van de potentie op basis van de luchtfoto en Google Streetview. Tijdens het verkennend veldonderzoek wordt er grofweg door het gehele plangebied heen gereden, worden er foto's gemaakt van bebouwing en wordt er ook gekeken naar groene en blauwe structuren (watergangen, bosgebieden, hoe groen een wijk is etc). Ook worden alle locaties waar de potentie tijdens het bureauonderzoek niet van te bepalen was bezocht. In het veld wordt er vervolgens bepaald wat de potentie is met betrekking tot gebouwgebonden soorten. Indien de potentie onzeker is, wordt er vanuit gegaan dat het gebouw geschikt is. Tevens wordt er tijdens het verkennend veldonderzoek een controle uitgevoerd van de vooraf bepaalde potenties. In wijken met veel vergelijkbare bebouwingsstructuren (woonblokken, flats, etc.) wordt representatieve bebouwing bezocht ter verificatie van de bevindingen tijdens het bureauonderzoek. Toelichting op de afbeelding Vrijstaande boerderijen geschikt voor beschermde soorten

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

11

4. LITERATUURSTUDIE In dit hoofdstuk wordt de aangeleverde informatie van de geraadpleegde bronnen beschreven. De geraadpleegde bronnen zijn hieronder weergegeven.

• • • •

Er zijn hierbij waarnemingen gebruikt van: Natuurmonumenten, Waternet, de Vlinderstichting en losse waarnemingen vanuit waarneming.nl of uit protoculair onderzoek.

de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF);

4.1.2 Verspreidingskaarten

de verspreidingskaarten van de Zoogdiervereniging, SOVON en de Vogelbescherming;

De verspreidingskaarten van de zoogdiervereniging, SOVON en verspreidingsatlas.nl zijn geraadpleegd

de lokale natuurwerkgroepen;

om te bepalen of de soorten die zich kwalificeren voor een SMP voorkomen in de gemeente Nieuwkoop.

reeds uitgevoerde ecologische onderzoeken.

Hieruit is gebleken dat de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis en meervleermuis. Daarnaast overlapt

4.1 Verzamelde informatie

de verspreiding van de tweekleurige vleermuis en de baardvleermuis deels het zuidelijke deel van de

In onderstaande paragrafen is per bron de verzamelde informatie beschreven. Bij het verzamelen van

gemeente. De gemeente Nieuwkoop valt daarnaast binnen het verspreidingsgebied van de huismus,

de informatie is gelet op de actualiteit, relevantie, betrouwbaarheid en accuraatheid van de gegevens.

spreeuw, gierzwaluw en huiszwaluw.

Per bron is de beoordeling hiervan beschreven. 4.1.3 Lokale natuurwerkgroepen 4.1.1 Nationale Database Flora en Fauna

De Nieuwkoopse afdeling van de IVN heeft aangegeven de waarnemingen te delen met SOVON en/of

In de NDFF zijn recente waarnemingen bekend van verschillende soorten vleermuizen binnen de

deze te plaatsen op waarnemingen.nl. Deze data is via de NDFF opgevraagd. Via de IVN afdeling van

gemeente Nieuwkoop, namelijk: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse

Alphen aan den Rijn zijn geen gegevens ontvangen.

vleermuis en meervleermuis. De kaarten waar de spreiding van deze waarnemingen overzichtelijk wordt weergegeven is opgenomen in Bijlage 1A tot en met 1F. De waarnemingen uit de NDFF zijn afkomstig van

De zoogdiervereniging heeft aangegeven voornamelelijk te beschikken over verouderde data (15 à 20

de Jaarrond Tuintelling, losse waarnemingen vanuit waarneming.nl, waarnemingen van Waternet of uit

jaar oud). Wel hebben ze recente data betreffende twee verblijfplaatsen van de meervleermuis in de

protoculair onderzoek.

dorpskern van Nieuwkoop. Deze data is vertrouwelijk en gevraagd is deze niet te delen.

Van de soorten huismus, gierzwaluw, spreeuw en huiszwaluw zijn recente nestindicatieve waarnemingen

4.1.4 Ecologische onderzoeken

bekend in de gemeente Nieuwkoop. De spreiding van deze waarnemingen over het gebied worden

Binnen de gemeente Nieuwkoop is door Habitus meermaals in opdracht van de Woningstichting Nieuwkoop

in kaarten overzichtelijk weergegeven in Bijlage 1G (huismus), in Bijlage 1H (spreeuw), in Bijlage 1I

een nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Deze

(gierzwaluw) en in Bijlage 1J (huiszwaluw). De waarnemingen uit de NDFF zijn afkomstig van de Jaarrond

onderzoeken zijn uitgevoerd in het kader van onderhoud en isolatie. De aangetroffen verblijfplaatsen

Tuintelling, losse waarnemingen vanuit waarneming.nl,

zijn voor een groot deel reeds ongeschikt gemaakt in het kader van de uit te voeren werkzaamheden.

waarnemingen van Waternet, Sovon en

Natuurmonumenten of uit protoculair onderzoek.

Uitzondering hierop is het onderzoek uitgevoerd in 2023 (Habitus, WSNK2023-2, 14 december 2023). Binnen het onderzoek zijn meerdere nestplaatsen van de huismus, spreeuw en gierzwaluw aangetroffen.

Verder zijn binnen de gemeente Nieuwkoop recente waarnemingen bekend van overige soorten die

Daarnaast zijn meerdere verblijfplaatsen van de gewone- en ruige dwergvleermuis en de laatvlieger

beschermd zijn onder de Habitatrichtlijn (Artikel 11.463 Bal), namelijk: gestreepte waterroofkever,

aangetroffen. De data is opgenomen in de tekeningen in Bijlage 1.

gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, groenknolorchis, heikikker, noordse woelmuis, otter, platte schijfhoren en de rugstreeppad. Geen daarvan gebouwbewonende soorten. Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

12

Ondanks dat de nest- en verblijfplaatsen reeds ongeschikt zijn gemaakt maken de geraadpleegde onderzoeken wel duidelijk dat de gewone- en ruige dwergvleermuis en ook de laatvlieger veel voorkomen binnen de dorpskernen. Daarnaast is bekend dat binnen de dorpskernen veel nesten van huismus, gierzwaluw en spreeuw aanwezig zijn. In de bronnenlijst zijn de geraadpleegde onderzoeken aangegeven.

4.2 Conclusie literatuurstudie Op basis van de verzamelde gegevens door uitvoering van de literatuurstudie zijn kaarten gemaakt waarop recente waarnemingen (van de afgelopen 5 jaar) van gebouwbewonende soorten staan weergegeven. Deze verspreidingskaarten staan weergegeven op de tekeningen in Bijlage 1. Op basis van deze verspreidingskaarten kan worden bekeken waar waarnemingen van soorten die relevant zijn voor een SMP bekend zijn. Deze verspreidingskaarten bieden overigens geen volledig beeld van de daadwerkelijke verspreiding van de betreffende soorten binnen de gemeente. Uit de verspreidingskaarten van SOVON, de Zoogdiervereniging en verspreidingsatlas.nl blijkt dat aanwezigheid van soorten als tweekleurige vleermuis en baardvleermuis wel worden verwacht, ondanks dat deze soorten niet volgen uit de data van het NDFF, lokale natuurwerkgroepen en eerder uitgevoerde onderzoeken. Ook de kleine dwergvleermuis is te verwachten binnen de gemeente. Een verklaring voor het missen van deze soorten in de data is dat dit relatief zeldzame en/of niet makkelijk te inventariseren soorten zijn. Hierdoor worden ze snel gemist. De gemaakte verspreidingskaarten in de bijlage vormen handvatten om te bekijken waar in de gemeente in ieder geval beschermde functies van relevante soorten redelijkerwijs verwacht kunnen worden.

Op basis hiervan kan bijvoorbeeld clustergrootte of onderzoeksinspanning voor het SMP-onderzoek bepaald worden.

Toelichting op de afbeelding Bebouwing geschikt als massawinterverblijfplaats

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

13

5. VERKENNEND VELDONDERZOEK EN POTENTIEBEPALING In dit hoofdstuk worden de bevindingen uit het verkennend veldonderzoek beschreven. Op basis van de

5.1.2 Potentie leefgebieden

bevindingen wordt een potentiebepaling voor de beschermde soorten opgesteld.

Vooraf aan het verkennend veldbezoek is met behulp van luchtfoto's een inschatting gemaakt waar in de gemeente potentieel belangrijke structuren aanwezig zijn voor de relevante SMP-soorten. Er is hierbij

5.1 Bevindingen verkennend veldonderzoek

gelet op de aanwezigheid van foerageergebied en vliegroutes voor verschillende soorten vleermuizen.

In onderstaande paragrafen is een inschatting van geschiktheid en potentie van de in de gemeente

Aanvullend is gelet op de aanwezigheid van functioneel leefgebied in de wijken voor een soort als

aanwezige structuren en leefgebieden gegeven. Daarnaast is de bereikbaarheid en overzichtelijkheid

huismus. Het verkennend veldbezoek is gebruikt ter validatie van de uitgevoerde potentiebeoordeling

van het SMP-gebied beschreven. In Bijlage 2 zijn de relevante gegevens opgenomen.

op basis van luchtfoto's. Het zwaartepunt van deze potentiebeoordeling lag op de grotere aanwezige groenstructuren waar gefoerageerd kan worden en de grotere watergangen welke dienst kunnen doen

5.1.1 Potentie gebouwen

als vliegroute. Bij uitvoering van het SMP-onderzoek wordt zichtbaar op welke locaties het toevoegen of

Tijdens het verkennend veldonderzoek is grofweg door de gehele gemeente Nieuwkoop gereden om de

versterken van deze structuren gewenst is om de connectiviteit van verblijfplaatsen en geschikt foerageergebied

potentie voor gebouwgebonden beschermde soorten te bepalen of te controleren, afhankelijk van of dit

voor vleermuizen en huismus (verbinden van kolonies) te vergroten.

al via luchtfoto was bepaald. Van deze resultaten is een potentiekaart gemaakt en deze is weergegeven in Figuur 2 en 3. Van vergelijkbare eenheden is bepaald wat de potentie is voor vleermuizen, huismussen,

Binnen de dorpskernen is over het algemeen openbaar groen ruimschoots aanwezig. Daarnaast is in

gierzwaluwen en broedvogels (zonder jaarrond beschermd nest). De volgende type eenheden is veelal

de kernen oppervlaktewater aanwezig in de vorm van sloten en vijvers. Buiten de kernen bevinden

aangetroffen:

zich vier natuurgebieden welke zeer geschikt zijn voor vleermuizen om te foerageren. Het betreft de

• • • • • •

Rijtjeshuizen met dakpannen, de dorpskernen bestaan voornamelijk uit dit type bebouwing. Binnen

Nieuwkoopse Plassen & de Haeck, de Groene Jonker, Ruygeborg en de Langeraarse plassen. Binnen de

de dorpskernen zijn sporadisch ongeschikte gebouwen aanwezig voor de beschermde soorten.

gemeente bevinden zich tevens meerdere langgerekte wateren welke geschikt zijn als vliegroute voor

Gezien de beperkte mate waarin deze voorkomen zijn deze niet weergegeven in de potentiekaart;

vleermuizen. Hierbij kan worden gedacht aan de Meije, Kromme Mijdrecht, Aarkanaal en de Amstel.

Woningen in lintbebouwing, betreffen voornamelijk huizen met dakpannen. Lintbebouwing wordt gedefinieerd als bebouwing waar, naast het aanwezige lint van bebouwing, geen aansluitende

5.1.3 Bereikbaarheid en overzichtelijkheid

gebouwen aanwezig zijn. Lintbebouwing ligt dus per definitie buiten de dorpskernen;

Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat verschillende delen van het plangebied in principe

Vrijstaande boerderijen (voornamelijk met dakpannen) en eventueel schuren op het terrein. Niet

ontoegankelijk of beperkt toegankelijk zijn. Op de volgende locaties worden knelpunten verwacht op het

elke vrijstaande boerderij heeft momenteel nog een agrarische functie;

gebied van bereikbaarheid en overzichtelijkheid voor het SMP-onderzoek:

Gebieden met kassenbouw. Bij de kassen zijn vaak woningen aanwezig met dakpannen en eventueel schuren. Sporadisch is hoogbouw aanwezig welke geschikt is als massawinterverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis. Gebouwen opgebouwd uit voornamelijk staal en glas ter plaatse van de industrieterreinen.

• • • • •

bebouwing op industrieterreinen; lintbebouwing en bebouwing op woonerven bij vrijstaande boerderijen en kassengebieden; het landgoed is in de avond niet toegankelijk; bebouwing grenzend aan water; vakantie- en trailerparken.

Sporadisch zijn woonhuizen of andere gebouwen met dakpannen of stenen muren aanwezig. Ter plaatse van Ter Aar is ook een groot pand met een winkelfunctie aanwezig welke ongeschikt is voor beschermde soorten. Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

14

Een aantal gebouwen op industrieterreinen heeft grote, eigen terreinen en is omheind. Hierdoor kan vanaf de openbare weg niet altijd alle geschikte gevels worden overzien. Voor lintbebouwing en bebouwing op woonerven geldt ook dat deze bebouwing slechts deels te onderzoeken is vanaf de openbare weg, vanwege de aanwezigheid van (afgeschermd) privéterrein en/of lange opritten. Hierdoor is het moeilijk deze bebouwing op een efficiënte wijze te implementeren binnen het SMP-onderzoek. Indien deze meegenomen worden tijdens het SMP-onderzoek zal er extra onderzoeksinspanning en toestemming van eigenaren benodigd zijn, in combinatie met een goede coördinering van het onderzoek. Bij bebouwing of woningen waarbij het terrein of de (achter)tuinen grenzen aan een watergang, kunnen vaak ook niet alle gevels vanaf de openbare weg worden onderzocht. Dit is veelal het geval bij bebouwing aan de randen van woonwijken. Vakantie- en trailerparken zijn niet altijd vrij toegankelijk. Binnen de gemeente zijn hiervan meerdere locaties aanwezig. Een discussiepunt kan zijn of deze locaties wel of niet meegenomen moeten worden met een SMP, omdat de werkzaamheden waar een SMP geschikt voor is, veelal niet uitgevoerd zullen worden op bebouwing binnen deze locaties.

Toelichting op de afbeelding Bebouwing geschikt als massawinterverblijfplaats

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

15

Figuur 2: Potentiebepaling van de gemeente Nieuwkoop

(noord).

In

groen

zijn

de

dorpskernen aangegeven welke geschikt zijn voor de beschermde soorten. De huiszwaluw zal zich hierbij voornamelijk aan de randen bevinden.

Ook

de

lintbebouwing,

het

landgoed en woonhuizen/schuren ter plaatse van de vrijstaande boerderijen worden geschikt geacht voor de beschermde soorten. Binnen bovengenoemde eenheden is ook bebouwing aanwezig welke ongeschikt zijn voor de beschermde soorten. Gezien deze slechts sporadisch aanwezig zijn worden ze niet apart weergegeven op de tekening. Binnen en

de

gebieden

industriële

met

functies

kassenbouw

zijn

geschikte

gebouwen slechts sporadisch aanwezig. De voor

massawinterverblijfplaats

geschikte

bebouwing is gemarkeerd met een blauwe

Legenda

ster.

Gemeente Nieuwkoop

De van de SMP uitgesloten delen zijn

N2000 Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

aangegeven in het zwart. Het betreft niet

Bebouwing Uitgesloten van SMP

vrij toegankelijke delen als campings en

Bebouwing (V, HM. GZ, HZ, S)

trailerparken. Buiten de dorpskernen zijn

Industrieterrein (beperkt geschikt voor beschermde soorten) (V, HM. GZ, HZ, S)

ook andere locaties aanwezig welke niet

Kassenbouw met aanliggende woning (beperkt geschikt voor beschermde soorten) (V, HM. GZ, HZ, S)

vrij toegankelijk zijn. Het gaat hierbij om

Landgoed (V, HM. GZ, HZ, S)

terreinen

Lintbebouwing (V, HM. GZ, HZ, S)

hekwerk ter plaatse van de lintbebouwingen,

Winkelfunctie (ongeschikt voor beschermde soorten)

industrieterreinen en kassengebieden. Het

Boerderij buiten bebouwde kom (V, HM. GZ, HZ, S)

landgoed mag in de avond niet worden

Massawinterverblijfplaats

afgesloten

met

bijvoorbeeld

betreden.

Gebruikte afkortingen: VM = vleermuizen; HM = huismus; GZ = gierzwaluw; SP = spreeuw; HZ = huiszwaluw. Bron kaartmateriaal: PDOK, 2023. Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

16

Figuur 3: Potentiebepaling van de gemeente Nieuwkoop

(zuid).

In

groen

zijn

de

dorpskernen aangegeven welke geschikt zijn voor de beschermde soorten. De huiszwaluw zal zich hierbij voornamelijk aan de randen bevinden.

Ook

de

lintbebouwing,

het

landgoed en woonhuizen/schuren ter plaatse van de vrijstaande boerderijen worden geschikt geacht voor de beschermde soorten. Binnen bovengenoemde eenheden is ook bebouwing aanwezig welke ongeschikt zijn voor de beschermde soorten. Gezien deze slechts sporadisch aanwezig zijn worden ze niet apart weergegeven op de tekening. Binnen en

de

gebieden

industriële

met

functies

kassenbouw

zijn

geschikte

gebouwen slechts sporadisch aanwezig. De voor

massawinterverblijfplaats

geschikte

bebouwing is gemarkeerd met een blauwe ster.

Legenda Gemeente Nieuwkoop N2000 Nieuwkoopse Plassen & De Haeck Bebouwing

De van de SMP uitgesloten delen zijn aangegeven in het zwart. Het betreft niet vrij toegankelijke delen als campings en trailerparken. Buiten de dorpskernen zijn

Uitgesloten van SMP

ook andere locaties aanwezig welke niet

Bebouwing (V, HM. GZ, HZ, S)

vrij toegankelijk zijn. Het gaat hierbij om

Industrieterrein (beperkt geschikt voor beschermde soorten) (V, HM. GZ, HZ, S)

terreinen

Kassenbouw met aanliggende woning (beperkt geschikt voor beschermde soorten) (V, HM. GZ, HZ, S)

hekwerk ter plaatse van de lintbebouwingen,

Lintbebouwing (V, HM. GZ, HZ, S)

industrieterreinen en kassengebieden. Het

Boerderij buiten bebouwde kom (V, HM. GZ, HZ, S)

landgoed mag in de avond niet worden

Massawinterverblijfplaats

afgesloten

met

bijvoorbeeld

betreden.

Gebruikte afkortingen: VM = vleermuizen; HM = huismus; GZ = gierzwaluw; SP = spreeuw; HZ = huiszwaluw. Bron kaartmateriaal: PDOK, 2023. Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

17

6. VOORKOMEN EN BESCHERMDE FUNCTIES In dit hoofdstuk wordt voor de verschillende relevante SMP-soorten een koppeling gemaakt tussen de verschillende inzichten die volgen uit de onderhavige studie. In de onderstaande paragrafen is per soort een koppeling gemaakt tussen de soortspecifieke ecologie, de bekende waarnemingen en verspreiding van deze soorten en de aanwezige potenties binnen de gemeente Nieuwkoop. Per soort is in Bijlage 1 kaartmateriaal opgenomen waarop bekende waarnemingen van de afgelopen 5 jaar staan weergegeven. 6.1.1 Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuissoort binnen Nederland en komt ook voor binnen Nieuwkoop (Zoogdiervereniging, 2024). Verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis worden op vele verschillende locaties gevonden: spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, onder dakpannen, in vleermuiskasten en in boomholtes. Dit is een kleine vleermuissoort, die in kieren en gaten vanaf 1 centimeter breed kan kruipen. Beschermde verblijfsfuncties binnen Nederland zijn zomerverblijven, kraamverblijven, paarverblijven, winterverblijven en massawinterverblijven. Daarnaast bestaan er ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden, welke ook beschermd zijn. Zonder deze essentiële vliegroutes en foerageergebieden zullen de daarbijhorende verblijven namelijk niet meer functioneel zijn.

In Bijlage 1A is de verspreidingsdata van de gewone dwergvleermuis binnen de gemeente Nieuwkoop opgenomen. Deze data bestaat uit de data van het NDFF aangevuld met de gegevens van eerder uitgevoerde onderzoeken. Deze data zal vermoedelijk geen volledig beeld van de verspreiding zijn en bevat zowel verblijfsfuncties-data als bijvoorbeeld data van langsvliegende individuen. Omdat de gewone dwergvleermuis een zeer algemene soort is en in kleine ruimtes kan kruipen, kan deze op zeer veel locaties voorkomen. Verblijfsmogelijkheden zijn aanwezig zoals in geschikte bebouwing, maar ook vleermuiskasten, infrastucturele objecten als viaducten en bomen. Belangrijke foerageergebieden worden onder meer verwacht bij waterpartijen met beschutte oevers of langs bomenrijen die verspreid door de gemeente aanwezig zijn.

Toelichting op de afbeelding Bebouwing in de dorpskernen geschikt voor beschermde soorten

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

18

6.1.2 Ruige dwergvleermuis

Bij windstil weer wordt het open gebied belangrijker. Laatvliegers jagen hierbij voornamelijk op grotere

De ruige dwergvleermuis is de op één na meest voorkomende vleermuissoort binnen Nederland en komt

soorten nachtvlinders, kevers en muggen. Binnen de gemeente Nieuwkoop zijn waarnemingen van

ook voor binnen Nieuwkoop (Zoogdiervereniging, 2024). Verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis

de laatvlieger bekend (zie Bijlage 1C). Belangrijke foerageergebieden voor laatvlieger worden onder

worden op vele verschillende locaties gevonden: spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, onder

meer verwacht in de buitengebieden gezien de soort graag foerageerd in veenweidegebieden. Gezien

dakpannen, in vleermuiskasten en in boomholtes. Dit is een kleine vleermuissoort, die in kieren en gaten

groenstructuren, zoals parken en openbaar groen, binnen de bebouwde kom ook een belangrijke functie

vanaf 1 centimeter breed kan kruipen. Beschermde verblijfsfuncties binnen Nederland zijn zomerverblijven,

vervullen worden foeragerende laatvliegers niet uitgesloten binnen het plangebied.

paarverblijven en winterverblijven. Kraamverblijven van ruige dwergvleermuis worden slechts incidenteel gevonden, omdat de ruige dwergvleermuis een migrerende soort is. De vrouwtjes trekken in het voorjaar

6.1.4 Meervleermuis

naar Midden- en Oost-Europa, om daar kraamkolonies te vormen. Daarnaast bestaan er ook essentiële

De meervleermuis komt voor in een groot deel van Nederland en ook binnen de gemeente Nieuwkoop

vliegroutes en foerageergebieden, welke ook beschermd zijn. Zonder deze essentiële vliegroutes en

(Zoogdiervereniging, 2024). De verblijfplaatsen van de meervleermuis bevinden zich vrijwel altijd

foerageergebieden zullen de daarbij behorende verblijven namelijk niet meer functioneel zijn.

in gebouwen. Hierbij kan gedacht worden aan kerkzolders, spouwmuren en onder dakpannen.

In Bijlage 1B is de verspreidingsdata van de ruige dwergvleermuis binnen de gemeente Nieuwkoop

Kraamkolonies kunnen bestaan uit tientallen tot honderden dieren. De kraamkolonies in Nederland

opgenomen. Deze data bestaat uit de data van het NDFF aangevuld met de gegevens van eerder

bevinden zich voornamelijk in het westen en noorden van Nederland of in veenweidegebieden in het

uitgevoerde onderzoeken. Deze data zal vermoedelijk geen volledig beeld van de verspreiding zijn en

oostelijke deel van het land. Paarverblijven zijn aangetroffen in vleermuiskasten en woonhuizen, ook

bevat zowel verblijfsfuncties-data als bijvoorbeeld data van langsvliegende individuen. Omdat de ruige

paart de soort in zijn winterverblijfplaatsen. Een groot deel van de Nederlandse populatie verdwijnt in de

dwergvleermuis een zeer algemene soort is én in kleine ruimtes kan kruipen, kan deze op zeer veel locaties

winter. Winterverblijfplaatsen betreffen onder andere bunkers, forten, mergelgroeven en vestingwerken,

voorkomen. Belangrijke foerageergebieden worden onder meer verwacht bij waterpartijen met beschutte

oude steenfabrieken en kelders Beschermde verblijfsfuncties binnen Nederland zijn zomerverblijven,

oevers of langs bomenrijen die verspreid door de gemeente aanwezig zijn.

kraamverblijven, paarverblijven en winterverblijven. Daarnaast zijn er ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden, welke ook beschermd zijn. Zonder deze essentiële vliegroutes en foerageergebieden

6.1.3 Laatvlieger

zullen de daarbijhorende verblijven namelijk niet meer functioneel zijn. De meervleermuis jaagt vlak boven

De laatvlieger komt voor door heel Nederland en komt ook voor binnen Nieuwkoop (Zoogdiervereniging,

open groot water en langs oevers van plassen, meren, kanalen, rivieren en vaarten. Binnen de gemeente

2024). Laatvliegers worden aangetroffen in spouwmuren, achter de betimmering, onder daklijsten en

Nieuwkoop zijn waarnemingen van de meervleermuisbekend (zie Bijlage 1D). Binnen de gemeente

dakpannen of onder het lood rondom de schoorsteen. Soms worden ze ook op zolders aangetroffen.

zijn meerdere kraamkolonies bekend. De grootste kraamkolonie betreft cica 120 dieren. Belangrijke

In de paarperiode gebruikt de laatvlieger vergelijkbare verblijfslocaties als gedurende de kraamtijd. De

foerageergebieden voor laatvlieger worden onder meer verwacht in de buitengebieden.

laatvlieger is één van de grootste vleermuissoorten van Nederland en kan daarom alleen wegkruipen indien de opening minimaal twee centimeter breed is. Beschermde verblijfsfuncties binnen Nederland

6.1.5 Overige vleermuissoorten

zijn zomerverblijven, kraamverblijven, paarverblijven en winterverblijven. Daarnaast zijn er ook essentiële

Andere vleermuissoorten die volgens de verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging voorkomen

vliegroutes en foerageergebieden, welke ook beschermd zijn. Zonder deze essentiële vliegroutes en

binnen de gemeente Nieuwkoop zijn de rosse vleermuis, watervleermuis, tweekleurige vleermuis en de

foerageergebieden zullen de daarbijhorende verblijven namelijk niet meer functioneel zijn.

baardvleermuis. De kleine dwergvleermuis is nog slecht geïnventariseerd vanwege de sterke gelijkenis met de gewone dwergvleermuis en is daarom ook niet uit te sluiten binnen de gemeente Nieuwkoop. De

Laatvliegers jagen voornamelijk boven open tot halfopen landschap, vooral in de beschutting van opgaande

tweekleurige vleermuis wordt in de zomer zeer zelden in woningen aangetroffen maar kan gezien zijn

houtige elementen. Geschikte foerageerbiotopen voor laatvlieger betreffen onder meer (vochtige)

verspreiding niet in de gemeente worden uitgesloten.

graslanden en weilanden, kanalen, vaarten, tuinen en parken met vijvers. Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

19

Van bovenstaande soorten zijn rosse vleermuis en watervleermuis minder relevant voor het SMP, omdat

Binnen de gemeente Nieuwkoop komt de gierzwaluw algemeen voor. In Bijlage 1I is de verspreidingsdata

dit boombewonende soorten zijn. In Bijlage 1F is de recente verspreidingsdata zover bekend van alle

van de nestindicerende gedragingen van de gierzwaluw opgenomen. Deze data bestaat uit de data

vleermuizen binnen de gemeente opgenomen. Van de rosse vleermuis is bekend dat deze bij uitzondering

van het NDFF aangevuld met de gegevens van eerder uitgevoerde onderzoeken. Ter plaatse van het

in gebouwen verblijft. Dit komt echter dusdanig weinig voor dat binnen het onderzoek de focus niet op

natuurgebied de Groene Jonker zijn veel waarnemingen bekend. Gierzwaluwkolonies kunnen in potentie

deze soort wordt gelegd.

overal in de gemeente worden verwacht op locaties daar waar geschikte bebouwing aanwezig is

Van de gewone grootoorvleermuis zijn binnen de gemeente geen waarnemingen bekend en er is

6.1.8 Huiszwaluw

momenteel geen indicatie dat de soort voorkomt binnen de gemeente. Voor de soort zijn binnen de

De huiszwaluw is een broedvogel waarvan de populatie sinds eind jaren zestig met ten minste 75%

gemeente beperkte locaties aanwezig waar de soort kan voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het

is afgenomen. De huiszwaluw bouwt oorspronkelijk van klei en zand een komvormig nest tegen

landgoed Ursula en het natuurgebied de Haeck nabij Woerdense Verlaat.

rotswanden. Binnen Nederland gebruiken huiszwaluwen huizen van baksteen en beton voor nesten. Huiszwaluwen broeden in kolonieverband en ze hebben jaarlijks één of twee legsels. Huiszwaluwen

6.1.6 Huismus

nestelen zich onder overhangende dakranden, in schuren en tegen een ruwe of betonnen muur. De

De huismus is een algemene broedvogel met een sterke afname in populatie sinds begin jaren tachtig.

huiszwaluw eet verschillende vliegende insecten (vooral muggen). Voedsel en nestmateriaal worden

Omdat huismussen zeer standvastig zijn, blijven ze in de buurt van de geboorteplaats. De huismus broedt

gezocht op waterrijke plekken.

in kolonies en maakt het nest veelal onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in nestkasten.

Binnen de gemeente Nieuwkoop komt de huiszwaluw voornamelijk voor buiten de dorpskernen. In Bijlage

Een nest kan alleen functioneel zijn wanneer er voldoende leefomgeving in de nabije omgeving van het

1J is de verspreidingsdata van de nestindicerende gedragingen van de huiszwaluw opgenomen. Ter

nest aanwezig is. Dit zijn bijvoorbeeld dichte hagen, zand- en waterplekken, groenblijvende struiken en

plaatse van het natuurgebied de Groene Jonker zijn veel waarnemingen bekend. Voor het verkrijgen van

kruidenrijke terreinen. Beschermde functies van huismussen zijn de nesten en bijbehorende essentiële

verspreidingsgevens van huiszwaluw binnen de gemeente is data uit de NDFF gebruikt.

functionele leefomgeving. Het nest is jaarrond beschermd vanwege de standvastigheid van huismussen, waardoor ze slecht uitwijken naar andere locaties.

6.1.9 Spreeuw De spreeuw betreft een algemene broedvogels binnen Nederland. De broedvogelpopulatie is echter

Binnen de gemeente Nieuwkoop komt de huismus algemeen voor. In Bijlage 1G is de verspreidingsdata

sterk afgenomen sinds de jaren negentig. Spreeuwen nestelen in natuurlijke holtes in bomen en

van de nestindicerende gedragingen van de huismus opgenomen. Deze data bestaat uit de data van

in nestkasten, maar ook in gebouwen. In gebouwen nestelen spreeuwen onder het pannedak of in

het NDFF aangevuld met de gegevens van eerder uitgevoerde onderzoeken. Huismuskolonies kunnen in

gaten en kieren van het gebouw. De spreeuw broedt van half april tot in juni en heeft één, soms twee

potentie overal in de gemeente worden verwacht op locaties daar waar geschikte bebouwing aanwezig is

legsels per jaar. Spreeuwen foerageren voornamelijk in weilanden en grasvelden waar ze zoeken naar

in combinatie met geschikte elementen uit de leefomgeving van huismus.

insecten(larven).

6.1.7 Gierzwaluw

Binnen de gemeente Nieuwkoop komt de spreeuw vrij algemeen voor. In Bijlage 1H is de verspreidingsdata

De gierzwaluw is een broedvogel die elk jaar rond eind april vanuit het zuiden migreert naar Nederland

van de nestindicerende gedragingen van spreeuw opgenomen. Ter plaatse van het natuurgebied de

om hier te broeden. In augustus vertrekken ze weer naar het zuiden. Een gierzwaluw spendeert zijn hele

Groene Jonker zijn veel waarnemingen bekend. Voor het verkrijgen van verspreidingsgevens van spreeuw

leven in de lucht. Alleen om te broeden komen ze naar de grond. Net als de huismus is de gierzwaluw

binnen de gemeente is data uit de NDFF gebruikt.

een koloniebroeder. Deze kan ook op dezelfde locaties als huismussen broeden: onder dakpakken, gaten en kieren van gebouwen en in nestkasten. Beschermde functies van gierzwaluw zijn de nesten en de bijbehorende uitvliegruimte (ze laten zich naar beneden vallen om op te stijgen). Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

20

7. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk wordt een conclusie beschreven van de bevindingen van het onderzoek. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan voor de het gebiedsdekkend soortgericht onderzoek wat benodigd is bij de uitvoering van het SMP.

7.1 Te onderzoeken soorten Uit de resultaten van de gebiedsgerichte quickscan volgt dat aanwezigheid van beschermde functies van verschillende soorten die relevant zijn voor SMP-onderzoek worden verwacht binnen de gemeente. De bebouwing in de gemeente is veelal geschikt om te worden benut door de verschillende gebouwgebonden soorten. Daarnaast is in de gemeente en in de directe omgeving geschikt leefgebied voor de betreffende soorten aanwezig. De volgende stap in het basisonderzoek betreft gebiedsdekkend soortgericht onderzoek. Het wordt aangeraden om de volgende soorten te onderzoeken binnen de gemeente Nieuwkoop in het kader van het SMP. Voor de vogelsoorten dienen de nest- en verblijfplaatsen in kaart gebracht te worden. Voor de vleermuizen betreft dit de functies zomer-, paar-, kraam- en winterverblijfplaats. Tevens dienen voor de gewone dwergvleermuis de massawinterverblijfplaatsen in kaart gebracht te worden.

• • • • • • • • • • •

Huismus; Gierzwaluw; Huiszwaluw*; Spreeuw*; Gewone dwergvleermuis; Ruige dwergvleermuis; Kleine dwergvleermuis; Laatvlieger; Meervleermuis; Tweekleurige vleermuis; Baardvleermuis.

*Categorie 5 van vogels met een jaarrond beschermde nest: we adviseren om deze soorten in te bedden in het SMP-onderzoek. Voor zowel spreeuw als huiszwaluw geldt dat de landelijke staat van instandhouding is beoordeeld als 'Zeer ongunstig'. Afgaande op de resultaten uit de literatuurstudie blijkt dat ook op lokaal niveau de betreffende soorten onder druk staan.

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

Toelichting op de afbeelding Lintbebouwing geschikt voor beschermde soorten

21

7.2 Aanbevelingen soortgericht onderzoek

We adviseren om bij uitvoering van het vleermuisonderzoek naast verblijfplaatsonderzoek in voldoende

De potentiekaarten (Figuur 2 en 3) in combinatie met de verzamelde verspreidingsgegevens (Bijlage

mate aandacht te besteden aan de aanwezige groenblauwe structuren die geschikt zijn om voor

1A t/m 1J) van verschillende gebouwgebonden soorten binnen de gemeente Nieuwkoop vormen een

vleermuizen te fungeren als essentiële vliegroute of essentieel foerageergebied. Inzicht in de aanwezige

bruikbare basis voor de voortzetting van het basisonderzoek. Met behulp van deze handvatten kan

netwerken van vleermuisverblijfplaatsen in combinatie met de vliegroutes en foerageergebieden

gericht de benodigde onderzoeksinspanning en clustergrootte voor het gebiedsdekkend soortgericht

is cruciaal om gericht en effectief mitigerende en compenserende maatregelen te kunnen treffen.

onderzoek worden bepaald. Daarnaast worden complicerende factoren besproken die een gedegen

Daarnaast kan op basis van die onderzoeksresultaten gericht worden bekeken op welke locaties de

onderzoeksuitvoering in de praktijk kunnen belemmeren.

aanwezige groenblauwe structuren kunnen worden uitgebreid of versterkt.

We adviseren om voor de onderzoeksmethode voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger het grote gebieden vleermuisprotocol te gebruiken (NGB en Zoogdiervereniging, 2024). Voor andere soorten zal maatwerk benodigd zijn. Een mogelijkheid is vangonderzoek, waarbij individuen worden gevangen, gezenderd en de verblijfplaats wordt getraceerd. Verder is voor huismusonderzoek ook maatwerk benodigd, voor gierzwaluw wordt er in het eerste kwartaal van 2024 een grote gebiedenprotocol verwacht welke kan worden toegepast. De praktische uitvoering van gebiedsdekkend soortgericht onderzoek wordt op beperkt toegankelijke terreinen bemoeilijkt. Grote afgesloten terreinen van bedrijven en bebouwing op privé terreinen vormen moeilijk te onderzoeken objecten. Ook ter plaatse van de vrijstaande boerderijen, lintbebouwingen en beperkt geschikte bebouwing ter plaatse van industrieterreinen en kassengebieden wordt eventueel onderzoek bemoeilijkt. Dit komt door de lage dichtheid aan gebouwen en de grote ruimtelijke spreiding. Onderzoek naar deze gebieden zal zeer arbeidsintensief zijn voor slechts een beperkte aanvulling voor het SMP. Er dient te worden afgewogen in hoeverre dergelijke objecten en locaties zich lenen voor een gebiedsgerichte onderzoeksaanpak. Met name voor vleermuisonderzoek worden complicerende factoren verwacht.

Indien deze objecten meegenomen worden tijdens het SMP-onderzoek zal er extra onderzoeksinspanning en toestemming van eigenaren benodigd zijn. Verder geldt dat hoge gebouwen vanaf vier verdiepingen lastiger te onderzoeken zijn, zeker op de aanwezigheid van vleermuizen. Een warmtebeeldcamera zou kunnen helpen tijdens het onderzoek naar hoge gebouwen, om vleermuizen op grote hoogte ook waar te kunnen nemen. In de dorpskernen is onderzoek benodigd gericht op verschillende soorten vleermuizen en broedvogels (met jaarrond beschermd nest) benodigd. Binnen de kernen zijn geen delen die uitgesloten kunnen worden. Ongeschikte bebouwing is hiervoor in onvoldoende mate beschikbaar.

Rapportage gebiedsgerichte quickscan. Wij maken ecologische potenties inzichtelijk en adviseren over het benodigde vervolgonderzoek.

22

BRONVERMELDING Internetpagina’s, programma's en online documenten

Geraadpleegde onderzoeken

•

BIJ12 (2017). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming.

•

Habitus (2019), WSNK2019-1 (onderzochte pand reeds gesloopt)

•

Foppen, R. & Vogel, R. (2022). Staat van instandhouding van soorten van de Vogelrichtlijn zonder instandhoudingsdoelen

•

Habitus (2019), WSNK2019-3 (onderzochte panden reeds ongeschikt gemaakt)

in Natura 2000-gebieden.

•

Habitus (2019), WSNK2020-1 (onderzochte panden reeds ongeschikt gemaakt)

•

Google Streetview (2023).

•

Habitus (2020), WSNK2020-4 (onderzochte panden reeds ongeschikt gemaakt)

•

Haarsma, A-J. (2011). De meervleermuis in Nederland. Rapport nr. 2011.40. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

•

Habitus (2023), WSNK2023-2 (data toegepast in voorliggend rapport)

•

NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.

•

Omgevingsdienst Haaglanden (2023). Richtlijn soortenmanagementplannen Zuid-Holland. Versie 2 - Oktober 2023

•

PDOK (2023). Viewer.

•

Provincie Zuid-Holland (2023). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=5d0dab45-acff-4e74-a9e9-7effa3a2a035