CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Financiele verordening MR-II 10-2-22_.pdf

Meningsvormende raad II 10 februari 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Actualisatie Financiële Verordening (voorbereidend)7.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Financiële Verordening ▪ Voorgestelde wijzigingen op hoofdpunten ▪ Meningvormende raad 10 februari 2022

De auditcommissie heeft zich recentelijk gebogen over de Financiële Verordening. De aanleiding hiervoor is de aanpassingen die in de verordening doorgevoerd moeten worden om te voldoen aan gewijzigde regelgeving en de vaststelling dat de huidige verordening niet volledig aansluit op de informatiebehoefte en stuurmogelijkheden van de raad. De huidige Financiële Verordening dateert van 22 februari 2017. De auditcommissie heeft aan de hand van een door Marco Steen, concern controller, opgesteld overzicht van aandachtspunten en te maken keuze’s in twee bijeenkomsten de verordening doorlopen en aanpassingen voorgesteld.

In deze notitie zijn de artikelen waarover uitgebreid is gediscussieerd opgenomen. Hierbij is aangegeven waarvoor is gekozen cq welke aanpassingen worden voorgesteld. De notitie is opgesteld om de afstemming met de fracties en de discussie in de meningsvormende raad te vereenvoudigen. VOORAF

De auditcommissie heeft de volgende uitgangspunten vastgesteld:

1. De Financiële Verordening moet zelfstandig leesbaar moet zijn. Dat betekent onder andere dat definities die in hogere regelgeving of andere documenten zijn opgenomen worden overgenomen in de verordening.

2. De aanpassingen aan de Financiële Verordening moeten de uitvoering vereenvoudigen en de informatievoorziening aan en de sturende en controlerende rol van de gemeenteraad in stand houden dan wel verbeteren.

UITGANGSPUNTEN

schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa. Huidige

verordening

Begroting en verantwoording

Artikel 2. Programma-indeling I Lid 1 programma-indeling

Artikel 2. Programma-indeling 1. De raad stelt de bij aanvang van iedere raadsperiode de programma-indeling vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode de thema’s per programma vast. 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode per programma de beleidsindicatoren vast. Hierin zijn tenminste opgenomen de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 4. De raad kan bij aanvang van iedere raadsperiode vaststellen over welke onderwerpen zij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

De auditcommissie stelt voor om dit artikel Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s; het informatiebehoefteoverzicht van algemene dekkingsmiddelen; ongewijzigd te laten. Het werken met programma’s sluit aana.de en controletaak b. het overzicht van overhead; c. de baten en lasten per thema weergegeven. van de raad. De raad autoriseert middelen op programma 2. Bijniveau. de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt rekening gehouden

Lid 2 thema’s per programma

met de nieuwe investeringen en lopende investeringen. Van de nieuwe investeringen wordt in de bijlagen van de begroting, per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

Het benoemen van de thema’s is vanwege de koppeling met de beleidsmatige kant gewenst. Het college behoudt de vrijheid om geld en middelen binnen de uitvoering van het programma te verschuiven tussen thema’s zonder dat dit aan de raad moet worden voorgelegd.

BESPROKEN ARTIKELEN

ARTIKEL 2 PROGRAMMA-INDELING

3

schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa. Huidige

verordening

Artikel 2. Programma-indeling II Lid 3 beleidsindicatoren

Begroting en verantwoording Artikel 2. Programma-indeling 1. De raad stelt de bij aanvang van iedere raadsperiode de programma-indeling vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode de thema’s per programma vast. 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode per programma de beleidsindicatoren vast. Hierin zijn tenminste opgenomen de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 4. De raad kan bij aanvang van iedere raadsperiode vaststellen over welke onderwerpen zij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

De auditcommissie heeft besproken of dit artikel Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken kan komen te vervallen. Een aantal indicatoren zijn al via1. hogere regelgeving geregeld. Omdat het Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s; a. het overzicht van algemene dekkingsmiddelen; b. het overzicht van overhead; is het advies om dit artikel de raad vrij laat in het opstellen van vaststellen van beleidsindicatoren c. de baten en lasten per thema weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt rekening gehouden artikel te handhaven. Het werken met indicatoren vergemakkelijkt de controlerende taak past in met de nieuwe investeringen en lopende investeringen. Van en de nieuwe investeringen wordt in de bijlagen van de begroting, per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. de wens om te komen tot een vorm van stoplichten rapportage. 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het Lid 4 onderwerpen benoemen voor extra rapportage

bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

De auditcommissie stelt voor om dit artikel te handhaven. 3

BESPROKEN ARTIKELEN

ARTIKEL 2 PROGRAMMA-INDELING

vast. Hierin zijn tenminste opgenomen de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 4. De raad kan bij aanvang van iedere raadsperiode vaststellen over welke onderwerpen zij Huidige in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken verordening kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken I Lid 1, 2 en 3 geen inhoudelijke aanpassingen; louter redactioneel.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s; a. het overzicht van algemene dekkingsmiddelen; b. het overzicht van overhead; c. de baten en lasten per thema weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt rekening gehouden met de nieuwe investeringen en lopende investeringen. Van de nieuwe investeringen wordt in de bijlagen van de begroting, per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

3

BESPROKEN ARTIKELEN

ARTIKEL 3 INRICHTING BEGROTING EN JAARSTUKKEN

Huidige erordening

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken II Nieuw: ▪ De auditcommissie is voorstander van het benoemen van een ondergrens voor te vermelden incidentele baten en lasten en stelt voor daarbij aan te sluiten bij het bedrag dat het college niet tussentijds aan de raad hoeft voor te leggen (art.5 lid 2). Voorstel: € 25.000. ▪ De auditcommissie is voorstander van het benoemen van een ondergrens voor het opnemen van niet uit de balans blijkende verplichtingen. Dit betreft ook een advies van de accountant. Voorstel is aansluiten bij het drempelbedrag van ‘Europees aanbesteden, levering van diensten’ (nu > €215.000) – Uitgezocht wordt nog wat de relatie is met eisen aan de verantwoording van subsdieontvangers. BESPROKEN ARTIKELEN

ARTIKEL 3 INRICHTING BEGROTING EN JAARSTUKKEN

Huidige verordening

Artikel 4. Kaders begroting en Artikel 6 Tussentijdse rapportages • Er is uitgebreid gesproken over de verschillende p&c documenten. Deels aan de hand van de huidige verordening maar ook naar aanleiding van een gevoeld gebrek in de huidige cyclus. Om de structuur voor de raadsleden die niet aanwezig waren worden de betreffende onderdelen hier in de volgorde van de p&c cyclus behandeld en niet aan de hand van de artikelen.

P&C CYCLUS

4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde Huidige investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. verordening Artikel 4. Kaders begroting Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen.

Uitgangspuntennota

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves. 2. Het college biedt de raad als een separaat voorstel tot wijziging van de begroting aan, voordat deze is gerealiseerd; a. een overschrijding van de geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten op programmaniveau, indien de totale lasten van het productbudget kleiner zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding of onderschrijding groter is dan € 25.000; b. indien de totale lasten van het productbudget groter zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten groter is dan € 50.000; c. iedere overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten, hoe klein ook, die is terug te voeren op nieuw beleid; d. iedere overschrijding van een investeringskrediet; e. iedere afwijking van een begrote mutatie in de reserves. 3. Voor overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van baten op programmaniveau groter dan € 15.000 die niet vallen binnen lid 2 worden, nadat ze zijn gerealiseerd, door het college als onderdeel van een tussentijdse rapportage aangeboden aan de raad. 4.

Overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van de baten die niet vallen onder lid 2 of 3 van dit artikel worden verwerkt in de jaarrekening. Toegelicht worden over- of onderschrijdingen van productbudgetten die groter zijn dan 5%, tenzij ze kleiner zijn dan € 15.000. 5. Van een voorstel tot wijziging van de begroting maakt altijd een voorstel tot dekking van de lasten deel uit. 6. Bij voorstellen voor nieuw beleid opgenomen in de begroting of in de bestemming van het jaarrekeningresultaat groter dan > € 100.000 gaat het college pas over tot de besteding van het vastgestelde budget na indiening van een gedetailleerd voorstel. 7. Regels omtrent de autorisatie van investeringskredieten zijn afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd in een nota activa en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast.

De auditcommissie is van mening dat dit artikel niet hoeft te worden aangepast.

Het vergt wel dat nadrukkelijker dan nu is afgesproken dat in de UPN voorstellen voor nieuw beleid en ontwikkelingen opgenomen moeten worden.

P&C CYCLUS

Artikel 6 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting, te weten de voorjaarsnota, de najaarsnota en de decemberwijziging. 2. De voorjaarsnota richt zich op de periode januari t/m maart van het boekjaar, de

Begroting ▪

Wettelijk verplicht; behandelen voor 15 november vooraf aan het begrotingsjaar Doel: autorisatie van de door het college uit te voeren begroting. Aandachtspunt: huidige begroting is gebaseerd op gedateerde informatie over het gemeentefonds

▪

Varianten:

1. Huidige inhoud en procedure Algemene uitkering op basis van de meicirculaire Verzenden naar de raad medio september (planning begroting 2022 was 16 september 2021) BR eerste helft november 2. Inclusief septembercirculaire Algemene uitkering op basis van de septembercirculaire Verzenden naar de raad niet eerder dan de 1e week van oktober Tijd voor technische vragen en MR wordt daarmee minimaal 3 weken korter. BR eerste helft november De auditcommissie is van mening dat de variant inclusief septembercirculaire de voorkeur verdient

P&C CYCLUS

Voorjaarsnota ▪

Geen wettelijke verplichting

▪

Doel:

-

Informeren en/of verantwoorden en/of bijsturen en wijzigen van de begrotingsramingen (rechtmatigheid).

▪

Behandelen in de raad eind juni/begin juli geeft de mogelijkheid om bij te sturen

▪

Varianten in focus doel en inhoud:

1. Informeren en verantwoorden van wat is geweest (terugkijken) Huidig model; relatief omvangrijk document 2. Informeren, prognose en bijstelling voor het totale begrotingsjaar (vooruitkijken, mogelijkheid om bij te sturen) Focus op nieuwe inzichten en ontwikkelingen; het document kan beknopter blijven (eventueel stoplichtmodel of ‘geen nieuws is goed nieuws’) Bij dit model passen geen technische vragen over de realisatie van projecten in de afgelopen periode.

De auditcommissie is van mening dat de variant gericht op vooruitkijken en bijsturen de voorkeur verdient

P&C CYCLUS

Najaarsnota/ decembernota I ▪

Geen wettelijke verplichting

▪

Doel:

▪

Informeren en/of verantwoorden en wijzigen van de begrotingsramingen (rechtmatigheid) en autoriseren van overheveling naar het volgend jaar waar de uitvoering niet afgerond kan worden. Bij behandelen in de raad in de tweede helft van het jaar is er niet of nauwelijks mogelijkheid om bij te sturen op de lopende begroting. Naar aanleiding van een decembernota 2 of 3 weken, inclusief kerst, bij een najaarsnota maximaal 7 weken.

▪

Autorisatie van de overheveling is voor de raad wel een moment om eventueel de besluiten uit de voorgaande begroting te heroverwegen. Daarnaast kan zonder autorisatie van de overheveling de organisatie in het nieuwe jaar niet rechtmatig verder met de werkzaamheden waar in het voorgaande jaar budget voor was.

P&C CYCLUS

Najaarsnota/ decembernota II ▪

Varianten in focus doel en inhoud:

1. Informeren en verantwoorden van wat is geweest (terugkijken) Huidig model; relatief omvangrijk document 2. Informeren, prognose naar het totale begrotingsjaar (vooruitkijken) Focus op nieuwe inzichten en ontwikkelingen; het document kan beknopter blijven (eventueel stoplichtmodel of ‘geen nieuws is goed nieuws’)

P&C CYCLUS

Najaarsnota/ decembernota III ▪

Varianten in planning

1. Eén document in november (najaarsnota; aanbieden en behandelen gelijk met de begroting van het komende jaar) Bij deze variant kan de septembercirculaire van het gemeentefonds niet verwerkt worden in de lopende begroting. Zie ook de varianten bij de begroting. Ook over de overhevelingen kan geen goede inschatting gegeven worden. Deze rapportage wordt in augustus/september samengesteld en is feitelijk gebaseerd op gegevens over een half jaar. Vanuit de organisatie is een knelpunt dat najaarsnota en begroting tegelijkertijd samengesteld moeten worden, deels in de zomerperiode als de capaciteit laag is.. 2. Eén document in december (decembernota; behandelen in de laatste vergadering van het jaar)

3. Twee documenten waarbij tijdens de begrotingsraad een beleidsinhoudelijke rapportage over het lopende jaar wordt behandeld en in december een rapportage met uitsluitend rechtmatigheid en overheveling als onderwerp.

▪ De auditcommissie heeft geen eenduidig standpunt P&C CYCLUS

Jaarstukken ▪

Wettelijk verplicht; behandelen voor 15 juli volgend op het begrotingsjaar Behandelen eerder dan eind juni is praktisch niet haalbaar, met name door afhankelijkheid van informatie van gemeente Alphen aan den Rijn (participatie) en Holland Rijnland (jeugd)

▪

Vorm en inhoud zijn grotendeels voorgeschreven.

▪

Uitsluitend opgenomen om dit onderdeel volledig te maken, geen aanleiding om de verordening aan te passen

P&C CYCLUS

weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting Huidige Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad verordening richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen.

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten I Lid 1 Geeft de rol van de raad aan en wordt ongewijzigd opgenomen in de nieuwe verordening. Lid 2 De vraag die voor ligt is hoe gedetailleerd de raad de uitvoering van het college wil volgen. In de praktijk wordt niet altijd conform dit artikel gehandeld. Strikte toepassing kan leiden tot vertraging in de uitvoering.

BESPROKEN ARTIKELEN

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves. 2. Het college biedt de raad als een separaat voorstel tot wijziging van de begroting aan, voordat deze is gerealiseerd; a. een overschrijding van de geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten op programmaniveau, indien de totale lasten van het productbudget kleiner zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding of onderschrijding groter is dan € 25.000; b. indien de totale lasten van het productbudget groter zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten groter is dan € 50.000; c. iedere overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten, hoe klein ook, die is terug te voeren op nieuw beleid; d. iedere overschrijding van een investeringskrediet; e. iedere afwijking van een begrote mutatie in de reserves. 3. Voor overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van baten op programmaniveau groter dan € 15.000 die niet vallen binnen lid 2 worden, nadat ze zijn gerealiseerd, door het college als onderdeel van een tussentijdse rapportage aangeboden aan de raad. 4.

Overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van de baten die niet vallen onder lid 2 of 3 van dit artikel worden verwerkt in de jaarrekening. Toegelicht worden over- of onderschrijdingen van productbudgetten die groter zijn dan 5%, tenzij ze kleiner zijn dan € 15.000. 5. Van een voorstel tot wijziging van de begroting maakt altijd een voorstel tot dekking van de lasten deel uit. 6. Bij voorstellen voor nieuw beleid opgenomen in de begroting of in de bestemming van het jaarrekeningresultaat groter dan > € 100.000 gaat het college pas over tot de besteding van het vastgestelde budget na indiening van een gedetailleerd voorstel. 7. Regels omtrent de autorisatie van investeringskredieten zijn afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd in een nota activa en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast. Artikel 6 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting, te weten de voorjaarsnota, de najaarsnota en de decemberwijziging. 2. De voorjaarsnota richt zich op de periode januari t/m maart van het boekjaar, de najaarsnota op de periode april t/m augustus van het boekjaar en de decemberwijziging op de periode na de najaarsnota. 3. De voor- en najaarsnota geven een uiteenzetting van de uitvoering en de bijstelling van de programmabegroting.

Zij bevatten een beleidsrapportage en een financiële rapportage.

ARTIKEL 5 AUTORISATIE BEGROTING, BEGROTINGSWIJZIGINGEN EN INVESTERINGSKREDIETEN

weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting Huidige Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad verordening richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen.

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten II De auditcommissie stelt voor om de losse criteria en bedragen te vervangen door een percentage van de programma-begroting. Het percentage kan per programma verschillend zijn. Uitwerking ambtelijk.

BESPROKEN ARTIKELEN

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves. 2. Het college biedt de raad als een separaat voorstel tot wijziging van de begroting aan, voordat deze is gerealiseerd; a. een overschrijding van de geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten op programmaniveau, indien de totale lasten van het productbudget kleiner zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding of onderschrijding groter is dan € 25.000; b. indien de totale lasten van het productbudget groter zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten groter is dan € 50.000; c. iedere overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten, hoe klein ook, die is terug te voeren op nieuw beleid; d. iedere overschrijding van een investeringskrediet; e. iedere afwijking van een begrote mutatie in de reserves. 3. Voor overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van baten op programmaniveau groter dan € 15.000 die niet vallen binnen lid 2 worden, nadat ze zijn gerealiseerd, door het college als onderdeel van een tussentijdse rapportage aangeboden aan de raad. 4.

Overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van de baten die niet vallen onder lid 2 of 3 van dit artikel worden verwerkt in de jaarrekening. Toegelicht worden over- of onderschrijdingen van productbudgetten die groter zijn dan 5%, tenzij ze kleiner zijn dan € 15.000. 5. Van een voorstel tot wijziging van de begroting maakt altijd een voorstel tot dekking van de lasten deel uit. 6. Bij voorstellen voor nieuw beleid opgenomen in de begroting of in de bestemming van het jaarrekeningresultaat groter dan > € 100.000 gaat het college pas over tot de besteding van het vastgestelde budget na indiening van een gedetailleerd voorstel. 7. Regels omtrent de autorisatie van investeringskredieten zijn afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd in een nota activa en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast. Artikel 6 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting, te weten de voorjaarsnota, de najaarsnota en de decemberwijziging. 2. De voorjaarsnota richt zich op de periode januari t/m maart van het boekjaar, de najaarsnota op de periode april t/m augustus van het boekjaar en de decemberwijziging op de periode na de najaarsnota. 3. De voor- en najaarsnota geven een uiteenzetting van de uitvoering en de bijstelling van de programmabegroting.

Zij bevatten een beleidsrapportage en een financiële rapportage.

ARTIKEL 5 AUTORISATIE BEGROTING, BEGROTINGSWIJZIGINGEN EN INVESTERINGSKREDIETEN

weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting Huidige Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad verordening richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen.

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten III De rapportage over overschrijding of onderschrijding als gevolg van nieuw beleid (lid 2.c) kan komen te vervallen. Uitgangspunt is dat zolang het past binnen de door raad geautoriseerde programmabegroting het college zelf de keus kan maken voor nieuw beleid.

BESPROKEN ARTIKELEN

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves. 2. Het college biedt de raad als een separaat voorstel tot wijziging van de begroting aan, voordat deze is gerealiseerd; a. een overschrijding van de geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten op programmaniveau, indien de totale lasten van het productbudget kleiner zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding of onderschrijding groter is dan € 25.000; b. indien de totale lasten van het productbudget groter zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten groter is dan € 50.000; c. iedere overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten, hoe klein ook, die is terug te voeren op nieuw beleid; d. iedere overschrijding van een investeringskrediet; e. iedere afwijking van een begrote mutatie in de reserves. 3. Voor overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van baten op programmaniveau groter dan € 15.000 die niet vallen binnen lid 2 worden, nadat ze zijn gerealiseerd, door het college als onderdeel van een tussentijdse rapportage aangeboden aan de raad. 4.

Overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van de baten die niet vallen onder lid 2 of 3 van dit artikel worden verwerkt in de jaarrekening. Toegelicht worden over- of onderschrijdingen van productbudgetten die groter zijn dan 5%, tenzij ze kleiner zijn dan € 15.000. 5. Van een voorstel tot wijziging van de begroting maakt altijd een voorstel tot dekking van de lasten deel uit. 6. Bij voorstellen voor nieuw beleid opgenomen in de begroting of in de bestemming van het jaarrekeningresultaat groter dan > € 100.000 gaat het college pas over tot de besteding van het vastgestelde budget na indiening van een gedetailleerd voorstel. 7. Regels omtrent de autorisatie van investeringskredieten zijn afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd in een nota activa en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast. Artikel 6 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting, te weten de voorjaarsnota, de najaarsnota en de decemberwijziging. 2. De voorjaarsnota richt zich op de periode januari t/m maart van het boekjaar, de najaarsnota op de periode april t/m augustus van het boekjaar en de decemberwijziging op de periode na de najaarsnota. 3. De voor- en najaarsnota geven een uiteenzetting van de uitvoering en de bijstelling van de programmabegroting.

Zij bevatten een beleidsrapportage en een financiële rapportage.

ARTIKEL 5 AUTORISATIE BEGROTING, BEGROTINGSWIJZIGINGEN EN INVESTERINGSKREDIETEN

weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting Huidige Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad verordening richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen.

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten IV Lid 3 Aanpassen aan de uitwerking van het per programma vast te stellen percentage. Lid 4 De huidige formulering is onduidelijk en raakt zowel de rapportage als de jaarstukken. Het voorstel is om de formulering te splitsen en in artikel 3 over de jaarstukken een afzonderlijk onderdeel op te nemen. BESPROKEN ARTIKELEN

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves. 2. Het college biedt de raad als een separaat voorstel tot wijziging van de begroting aan, voordat deze is gerealiseerd; a. een overschrijding van de geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten op programmaniveau, indien de totale lasten van het productbudget kleiner zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding of onderschrijding groter is dan € 25.000; b. indien de totale lasten van het productbudget groter zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten groter is dan € 50.000; c. iedere overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten, hoe klein ook, die is terug te voeren op nieuw beleid; d. iedere overschrijding van een investeringskrediet; e. iedere afwijking van een begrote mutatie in de reserves. 3. Voor overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van baten op programmaniveau groter dan € 15.000 die niet vallen binnen lid 2 worden, nadat ze zijn gerealiseerd, door het college als onderdeel van een tussentijdse rapportage aangeboden aan de raad. 4.

Overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van de baten die niet vallen onder lid 2 of 3 van dit artikel worden verwerkt in de jaarrekening. Toegelicht worden over- of onderschrijdingen van productbudgetten die groter zijn dan 5%, tenzij ze kleiner zijn dan € 15.000. 5. Van een voorstel tot wijziging van de begroting maakt altijd een voorstel tot dekking van de lasten deel uit. 6. Bij voorstellen voor nieuw beleid opgenomen in de begroting of in de bestemming van het jaarrekeningresultaat groter dan > € 100.000 gaat het college pas over tot de besteding van het vastgestelde budget na indiening van een gedetailleerd voorstel. 7. Regels omtrent de autorisatie van investeringskredieten zijn afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd in een nota activa en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast. Artikel 6 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting, te weten de voorjaarsnota, de najaarsnota en de decemberwijziging. 2. De voorjaarsnota richt zich op de periode januari t/m maart van het boekjaar, de najaarsnota op de periode april t/m augustus van het boekjaar en de decemberwijziging op de periode na de najaarsnota. 3. De voor- en najaarsnota geven een uiteenzetting van de uitvoering en de bijstelling van de programmabegroting.

Zij bevatten een beleidsrapportage en een financiële rapportage.

ARTIKEL 5 AUTORISATIE BEGROTING, BEGROTINGSWIJZIGINGEN EN INVESTERINGSKREDIETEN

weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting Huidige Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad verordening richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen.

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten V Lid 5 De huidige tekst gaat uit van de veronderstelling dat iedere begrotingsaanpassing hogere lasten met zich meebrengt. Tekst wordt ambtelijk aangepast.

BESPROKEN ARTIKELEN

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves. 2. Het college biedt de raad als een separaat voorstel tot wijziging van de begroting aan, voordat deze is gerealiseerd; a. een overschrijding van de geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten op programmaniveau, indien de totale lasten van het productbudget kleiner zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding of onderschrijding groter is dan € 25.000; b. indien de totale lasten van het productbudget groter zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten groter is dan € 50.000; c. iedere overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten, hoe klein ook, die is terug te voeren op nieuw beleid; d. iedere overschrijding van een investeringskrediet; e. iedere afwijking van een begrote mutatie in de reserves. 3. Voor overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van baten op programmaniveau groter dan € 15.000 die niet vallen binnen lid 2 worden, nadat ze zijn gerealiseerd, door het college als onderdeel van een tussentijdse rapportage aangeboden aan de raad. 4.

Overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van de baten die niet vallen onder lid 2 of 3 van dit artikel worden verwerkt in de jaarrekening. Toegelicht worden over- of onderschrijdingen van productbudgetten die groter zijn dan 5%, tenzij ze kleiner zijn dan € 15.000. 5. Van een voorstel tot wijziging van de begroting maakt altijd een voorstel tot dekking van de lasten deel uit. 6. Bij voorstellen voor nieuw beleid opgenomen in de begroting of in de bestemming van het jaarrekeningresultaat groter dan > € 100.000 gaat het college pas over tot de besteding van het vastgestelde budget na indiening van een gedetailleerd voorstel. 7. Regels omtrent de autorisatie van investeringskredieten zijn afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd in een nota activa en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast. Artikel 6 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting, te weten de voorjaarsnota, de najaarsnota en de decemberwijziging. 2. De voorjaarsnota richt zich op de periode januari t/m maart van het boekjaar, de najaarsnota op de periode april t/m augustus van het boekjaar en de decemberwijziging op de periode na de najaarsnota. 3. De voor- en najaarsnota geven een uiteenzetting van de uitvoering en de bijstelling van de programmabegroting.

Zij bevatten een beleidsrapportage en een financiële rapportage.

ARTIKEL 5 AUTORISATIE BEGROTING, BEGROTINGSWIJZIGINGEN EN INVESTERINGSKREDIETEN

weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting Huidige Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad verordening richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen.

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten VI Lid 6 Het in alle gevallen op moeten stellen van een gedetailleerd voorstel levert overlap op met hetgeen op onderdelen al in de begroting is toegelicht.

▪ De auditcommissie adviseert om de tekst aan te passen in “De raad kan bij het vaststellen van de begroting/jaarstukken/etc. aangeven voor welke onderwerpen een gedetailleerd voorstel noodzakelijk is.” BESPROKEN ARTIKELEN

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves. 2. Het college biedt de raad als een separaat voorstel tot wijziging van de begroting aan, voordat deze is gerealiseerd; a. een overschrijding van de geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten op programmaniveau, indien de totale lasten van het productbudget kleiner zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding of onderschrijding groter is dan € 25.000; b. indien de totale lasten van het productbudget groter zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten groter is dan € 50.000; c. iedere overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten, hoe klein ook, die is terug te voeren op nieuw beleid; d. iedere overschrijding van een investeringskrediet; e. iedere afwijking van een begrote mutatie in de reserves. 3. Voor overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van baten op programmaniveau groter dan € 15.000 die niet vallen binnen lid 2 worden, nadat ze zijn gerealiseerd, door het college als onderdeel van een tussentijdse rapportage aangeboden aan de raad. 4.

Overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van de baten die niet vallen onder lid 2 of 3 van dit artikel worden verwerkt in de jaarrekening. Toegelicht worden over- of onderschrijdingen van productbudgetten die groter zijn dan 5%, tenzij ze kleiner zijn dan € 15.000. 5. Van een voorstel tot wijziging van de begroting maakt altijd een voorstel tot dekking van de lasten deel uit. 6. Bij voorstellen voor nieuw beleid opgenomen in de begroting of in de bestemming van het jaarrekeningresultaat groter dan > € 100.000 gaat het college pas over tot de besteding van het vastgestelde budget na indiening van een gedetailleerd voorstel. 7. Regels omtrent de autorisatie van investeringskredieten zijn afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd in een nota activa en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast. Artikel 6 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting, te weten de voorjaarsnota, de najaarsnota en de decemberwijziging. 2. De voorjaarsnota richt zich op de periode januari t/m maart van het boekjaar, de najaarsnota op de periode april t/m augustus van het boekjaar en de decemberwijziging op de periode na de najaarsnota. 3. De voor- en najaarsnota geven een uiteenzetting van de uitvoering en de bijstelling van de programmabegroting.

Zij bevatten een beleidsrapportage en een financiële rapportage.

ARTIKEL 5 AUTORISATIE BEGROTING, BEGROTINGSWIJZIGINGEN EN INVESTERINGSKREDIETEN

weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting Huidige Het college biedt voor 1 juni van het begrotingsjaar de kaders aan voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De raad stelt de kaders vast. Tevens geeft de raad verordening richting aan voor de in de begroting op te nemen beleid en ontwikkelingen.

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten VII Vanaf het verslagjaar 2022 is het college verantwoordelijk voor de rechtmatigheidsverantwoording in het kader van de jaarrekening. Op dit moment moet de wettelijke grondslag daarvoor nog door de Staten-Generaal worden vastgesteld. Daarna zal dat leiden tot een aanpassing van deze Financiële verordening, waarbij de taak van de gemeenteraad op dit onderwerp in deze verordening concreet wordt gemaakt.

BESPROKEN ARTIKELEN

Artikel 5. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de reserves. 2. Het college biedt de raad als een separaat voorstel tot wijziging van de begroting aan, voordat deze is gerealiseerd; a. een overschrijding van de geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten op programmaniveau, indien de totale lasten van het productbudget kleiner zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding of onderschrijding groter is dan € 25.000; b. indien de totale lasten van het productbudget groter zijn dan € 500.000 en indien de overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten groter is dan € 50.000; c. iedere overschrijding van geautoriseerde lasten of onderschrijding van baten, hoe klein ook, die is terug te voeren op nieuw beleid; d. iedere overschrijding van een investeringskrediet; e. iedere afwijking van een begrote mutatie in de reserves. 3. Voor overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van baten op programmaniveau groter dan € 15.000 die niet vallen binnen lid 2 worden, nadat ze zijn gerealiseerd, door het college als onderdeel van een tussentijdse rapportage aangeboden aan de raad. 4.

Overschrijdingen van de lasten of onderschrijdingen van de baten die niet vallen onder lid 2 of 3 van dit artikel worden verwerkt in de jaarrekening. Toegelicht worden over- of onderschrijdingen van productbudgetten die groter zijn dan 5%, tenzij ze kleiner zijn dan € 15.000. 5. Van een voorstel tot wijziging van de begroting maakt altijd een voorstel tot dekking van de lasten deel uit. 6. Bij voorstellen voor nieuw beleid opgenomen in de begroting of in de bestemming van het jaarrekeningresultaat groter dan > € 100.000 gaat het college pas over tot de besteding van het vastgestelde budget na indiening van een gedetailleerd voorstel. 7. Regels omtrent de autorisatie van investeringskredieten zijn afzonderlijk en gedetailleerd vastgelegd in een nota activa en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast. Artikel 6 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting, te weten de voorjaarsnota, de najaarsnota en de decemberwijziging. 2. De voorjaarsnota richt zich op de periode januari t/m maart van het boekjaar, de najaarsnota op de periode april t/m augustus van het boekjaar en de decemberwijziging op de periode na de najaarsnota. 3. De voor- en najaarsnota geven een uiteenzetting van de uitvoering en de bijstelling van de programmabegroting.

Zij bevatten een beleidsrapportage en een financiële rapportage.

ARTIKEL 5 AUTORISATIE BEGROTING, BEGROTINGSWIJZIGINGEN EN INVESTERINGSKREDIETEN

6. Een tussentijdse rapportage bevat een bijgesteld begrotingssaldo. In dit saldo zijn alle door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen, inclusief de ter vaststelling aangeboden begrotingswijziging zoals bedoeld onder art 6.5, verwerkt. 7. Begrotingswijzigingen die in voorbereiding zijn en derhalve nog niet door de raad zijn Huidige vastgesteld, worden niet opgenomen in een tussentijdse rapportage en worden niet verwerkt in het onder 6.6 bedoelde tussentijdse begrotingssaldo. verordening

Artikel 7. Informatieplicht Dit gaat over besluiten die binnen de financiële kaders passen. Waar dit niet het geval is wordt al bij artikel 5 geregeld.

Artikel 7. Informatieplicht Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen van: a. aankoop van goederen, onroerende zaken en diensten groter dan € 1.000.000; b. verkoop van goederen, onroerende zaken en diensten groter dan € 500.000; c. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 500.000; d. het aangaan van leningen met een looptijd van meer dan 1 jaar groter dan € 1.000.000; e. het toekennen van subsidies groter dan € 500.000; f. de aanvraag van subsidies groter dan € 100.000; g. nieuwe meerjarige verplichtingen waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 250.000. Artikel 8. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Dit artikel is relatief uitgebreid en vraagt van alle betrokkenen (ambt. apparaat, college, griffie, raad) actie. Verder heeft het gevolgen voor de doorlooptijd van projecten. Financieel beleid

Alternatief: De raad geeft bij het vaststellen van de begroting/jaarstukken/etc. aan voor welke Artikel 9. Waardering & afschrijving vaste activa waardering en afschrijving vaste activa zijn afzonderlijk en gedetailleerd onderwerpen een gedetailleerd voorstel noodzakelijk is.Regels Zieomtrent ook 5.6en afschrijvingen. De raad stelt deze nota vast. vastgelegd in eenart. nota activa Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen en leges wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. 2. Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.

De auditcommissie is van mening dat dit artikel gehandhaafd moet blijven.

Ambtelijk adviesLid b: toevoegen “met uitzondering van verkoop van grond conform actualisatie van de Artikel 11. Reserves en voorzieningen grondexploitatie” BESPROKEN ARTIKELEN

ARTIKEL 7 INFORMATIEPLICHT

Het college is verantwoordelijk voor een actuele nota reserves en voorzieningen. De nota wordt door de raad vastgesteld. De nota behandelt: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; c. de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen.

Huidige verordening

Artikel 13. Kostprijsberekening Artikel 14. Prijzen economische activiteiten Artikel 15. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Deze artikelen hangen sterk samen en zijn deels technisch van aard en lastig leesbaar. Hiervoor wordt een ambtelijk voorstel gedaan om een aparte nota op te stellen. In de Financiële Verordening kan naar deze nota worden verwezen. Herijking van deze nota eens in de vier jaar. Artikel 15.2 blijft in de verordening, dit betreft de grondprijzenbrief. BESPROKEN ARTIKELEN

ARTIKEL 13, 14 EN 15

Artikel 13. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente Nieuwkoop die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele BTW en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, extracomptabel geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4.

Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, extracomptabel geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelasting-plichtige activiteiten toegerekend. 5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van het aandeel taakgerichte FTE maal de prijs per FTE (deze wordt bepaald door het totaal van het taakveld overhead gedeeld door het totaal aantal directe FTE). 6. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld en toegelicht. 7. Bij een verstrekte lening wordt voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. 8.

In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen. 9. De kostprijs van de ambtelijke inzet van een product exclusief overhead wordt berekend op basis van de begrote uren, met uitzondering van grondexploitaties. Artikel 14. Prijzen economische activiteiten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=2253d2ae-30c1-4873-8f64-0f216e402eea