Financiële verordening 2026 (was wordt tabel) V3
Tekst van het document
Was (Financiële verordening 2023)
Wordt (Financiële verordening 2026)
Opmerking
Artikel 2. Programma-indeling 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast. 3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing het overzicht van algemene dekkingsmiddelen opgenomen en in de paragraaf bedrijfsvoering wordt het overzicht van de overhead opgenomen. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten
Artikel 2. Programma-indeling 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakveldgroepen per programma vast. 3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. In de begroting en de jaarstukken wordt het overzicht van de baten, lasten, stortingen en onttrekkingen per programma weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 5. In de jaarrekening wordt ook verantwoording afgelegd
Vanwege de verdere BBV uitsplitsing van taakvelden is artikel 2.2 gewijzigd naar 'taakveldgroepen'. (dit betreft een cluster van taakvelden)
Artikel 3.1 gewijzigd, naar de feitelijke weergave in de P&C documenten
Was (Financiële verordening 2023)
Wordt (Financiële verordening 2026)
weergegeven. 5. In de jaarrekening wordt ook verantwoording afgelegd over de inhoudelijke voortgang van de investeringen voor zover dit afwijkt van de begroting.
over de inhoudelijke voortgang van de investeringen voor zover dit afwijkt van de begroting.
Artikel 4. Kaders begroting 1. Het college biedt de raad voor 1 juli ter vaststelling een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. 2. In de kadernota worden de beleidsmatige en financiële gevolgen van ontwikkelingen in het bestaand beleid (going concern) en nieuw beleid afzonderlijk toegelicht. De ramingen vinden plaats tegen constante prijzen. 3. In de begroting wordt een post voor onvoorziene uitgaven van € 3,-- per inwoner opgenomen.
Artikel 4. Kaders begroting 1. Het college biedt de raad voor 1 juli ter vaststelling een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. 2. In de kadernota worden de beleidsmatige en financiële gevolgen van ontwikkelingen in het bestaand beleid (going concern) en nieuw beleid afzonderlijk toegelicht. De ramingen vinden plaats tegen constante prijzen. 3. In de begroting wordt een post voor onvoorziene uitgaven van € 1,-- per inwoner opgenomen.
Opmerking
Bedrag in artikel 4.1 aangepast naar € 1,-- per inwoner, conform jaarlijkse afwijkingsbesluit bij de p&c producten vanwege gekozen bezuinigingsfiche in de kadernota 2025.
Was (Financiële verordening 2023)
Wordt (Financiële verordening 2026)
Opmerking
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
Verantwoordingsgrens wordt per 2025 bepaald 'exclusief' in plaats van 'inclusief' de dotaties aan reserves. BADO en BBV wijziging 2025 inzake rechtmatigheid ligt ten grondslag aan deze aanpassing, zie hiervoor ook de eerder gewijzigde artikel 213 (controle op het financieel beheer van gemeenten) vastgesteld op 18 december 2025.
Was (Financiële verordening 2023)
Wordt (Financiële verordening 2026)
Opmerking
Artikel 12 Begrotingscriterium 1. De begrotingsrechtmatigheid (begrotingscriterium) wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd zoals is opgenomen in artikel 4. 2. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 3. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 4. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 12 Begrotingscriterium 1. De begrotingsrechtmatigheid (begrotingscriterium) wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd zoals is opgenomen in artikel 4. 2. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 3. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 4. Voor de begrotingsrechtmatigheid wordt niet als onrechtmatig beschouwd: a. Onderschrijdingen van de lasten of investeringsbudgetten; b. lagere of hogere baten dan begroot, als deze afwijkingen door het college bij de jaarstukken worden gemeld en toegelicht aan de gemeenteraad. Afwijkingen van minder dan € 100.000 hoeven niet door het college bij de jaarstukken te worden gemeld en toegelicht aan de gemeenteraad. 5.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
BADO en BBV wijziging 2025 inzake rechtmatigheid ligt ten grondslag aan deze aanpassing, zie hiervoor ook de eerder gewijzigde artikel 213 (controle op het financieel beheer van gemeenten) vastgesteld op 18 december 2025.
Was (Financiële verordening 2023)
Wordt (Financiële verordening 2026)
Opmerking
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen en leges wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van individuele beoordeling. 3. Het vormen van een voorziening komt ten laste van de betreffende taakvelden waar ook de opbrengsten op zijn verantwoord.
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een statische beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen en leges wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van statische beoordeling. 3. Het vormen van een voorziening komt ten laste van de betreffende taakvelden waar ook de opbrengsten op zijn verantwoord.
Wijziging van 'individuele' beoordeling naar 'statische' beoordeling van openstaande verordeningen, ter bevordering van uniformiteit van onze eigen administratie met die van de verbonden partijen.
Was (Financiële verordening 2023)
Wordt (Financiële verordening 2026)
Opmerking
Artikel 16. Reserves en voorzieningen 1. In de begroting en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de planmatige voeding van de reserve; c. de planmatige onttrekking aan de reserve; d. de maximale hoogte van de reserve; e. de opheffing van de reserve en f. de maximale looptijd. 3. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar, bij voorkeur aan het begin van een nieuwe raadsperiode en collegeperiode een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandeld: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; c. de toerekening van verwerking van rente over de reserves. 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad periodiek een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandeld: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; c. de toerekening van verwerking van rente over de reserves.
Artikel 1, 2 en 4 zijn verwijderd. Deze zijn separaat uitgewerkt in de 'Nota Reserves en Voorzieningen'. Vaste periode van 4 jaar is verwijderd zodat er betere aansluiting kan worden gezocht op de landelijke wijzigingen van wet- en regelgeving.
Was (Financiële verordening 2023)
Wordt (Financiële verordening 2026)
Opmerking
Artikel 26. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Financiële verordening gemeente Nieuwkoop 2017 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2. Op investeringen in de openbare ruimte die voor 1 januari 2023 zijn gedaan, blijft de Financiele verordening gemeente Nieuwkoop 2017 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Nieuwkoop 2023.
Artikel 26. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Financiële verordening gemeente Nieuwkoop 2023 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2. Op investeringen in de openbare ruimte die voor 1 januari 2026 zijn gedaan, blijft de Financiele verordening gemeente Nieuwkoop 2023 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Nieuwkoop 2026.
Datums zijn aangepast.
Datums zijn aangepast.