CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie subsidiebeleid 2017

Meningsvormende raad II 4 november 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Evaluatie subsidiebeleid 20175.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie subsidiebeleid 2017

Gemeente Nieuwkoop

1

Inhoud Inleiding......................................................................................................................................3 1.

Subsidieverstrekking in Nieuwkoop ...................................................................................3 1.1 Achtergrond......................................................................................................................3 1.2 Soorten subsidie...............................................................................................................4

2. Kaders en doelen van het subsidiebeleid ..............................................................................6 3. Evaluatie van het subsidiebeleid............................................................................................8 3.1 Doelen ..............................................................................................................................8 3.2 Domeinen .......................................................................................................................10 3.3 Rekenkamer: discrepantie in Algemene Subsidieverordening 2017..............................10 3.4 Uitvoering van het beleid & het beoordelingsproces ......................................................11 4. Bevindingen, suggesties ter verbetering en vervolgstappen subsidiebeleid .......................12 4.1 Bevindingen....................................................................................................................12 4.2 Suggesties ter verbetering en voorgestelde vervolgstappen .........................................13 Nawoord ……………………………………………………………………………………………….14

2

Inleiding Deze evaluatie van het subsidiebeleid uit 2017 van de gemeente Nieuwkoop is gedaan door het Verenigingenloket en is tot stand gekomen door middel van interviews met beleidsmakers, uitvoerders en organisaties en deskresearch aan de hand van verschillende bronnen. Op basis van deze informatie wordt geprobeerd een goed beeld te vormen van het subsidiebeleid in de laatste jaren. Deze evaluatie gaat over op de budgetsubsidies, de activiteitensubsidies en de innovatiesubsidies. Ook exploitatiesubsidies worden meegenomen. Het rapport van Drijver & partners over Stibuni, hockey en tennis heeft geen plaats in dit verslag. Deze wordt apart behandeld in een addendum bij de sportvisie. De evaluatie heeft als doel om uit te leggen wat de gemeente voor ogen had met haar subsidiebeleid, kijkt of deze doelen zijn behaald, deelt ervaringen uit de praktijk en geeft uiteindelijk suggesties over hoe de gemeente nog dichterbij de te behalen doelen kan komen. Dit doen we door in het eerste hoofdstuk te vertellen over de achtergrond van subsidieverlening binnen de gemeente Nieuwkoop en welke soorten van subsidie er bestaan. Hoofdstuk 2 zet de verschillende kaders waarop het subsidiebeleid is gebaseerd uiteen.

In hoofdstuk 3 kijken we in hoeverre de doelen van het beleid worden behaald om in hoofdstuk 4 te eindigen met een samenvatting van de bevindingen, suggesties ter verbetering en voorgestelde vervolgstappen.

1. Subsidieverstrekking in Nieuwkoop 1.1 Achtergrond Omdat het aantal aanvragen om subsidie in de loop der jaren bleef groeien en de rol van de gemeente door de decentralisaties veranderde, werd in 2015 de vraag gesteld of het subsidiebeleid op een andere manier vormgegeven moest worden. Om dit vorm te geven werd het traject ‘heroriëntatie subsidiebeleid’ gestart. De gemeente ging in gesprek met inwoners, professionele organisaties, verenigingen en stichtingen over hun maatschappelijke meerwaarde. Met positieve gezondheid als uitgangspunt wilden we vrijwilligers- en professionele organisaties vragen om na te denken over hun rol in de samenleving en hen vragen te definiëren wat hun bijdrage is aan het scheppen van kansen voor participatie en ontwikkeling. Positieve gezondheid werd hierbij geïnterpreteerd in de breedste zin van het woord, niet alleen het “niet ziek zijn”, maar ook mentaal welbevinden, zingeving en kwaliteit van leven werd hieronder gerekend. De gemeente was van mening dat juist die bijdrage aan kansen op gezondheid en geluk de investering van publiek geld rechtvaardigde. Naast de gesprekken met organisaties, verenigingen en stichtingen werden de uitgangspunten van verschillende beleidsnotities meegenomen in het nieuwe subsidiebeleid, waaronder:    

Maatschappelijke structuurvisie Nieuwkoop WMO beleidsplan 2014- 2018 Lokale nota gezondheidsbeleid 2014- 2017 Integrale kadernota sportbeleid 2009- 2020 ‘Mee® bewegen’

Als gevolg van dit traject werden in 2016 een nieuwe Subsidieverordening gemeente Nieuwkoop 2017 en een Kadernotitie subsidiebeleid gemeente Nieuwkoop 2017 vastgesteld door de Raad. Een jaar later werd vervolgens nog de Subsidieregeling gemeente Nieuwkoop 2018 vastgesteld. De inhoud van deze stukken komt aan de orde in hoofdstuk 2.

3

1.2 Soorten subsidie De gemeente Nieuwkoop heeft verschillende soorten subsidies. Budgetsubsidie / Exploitatiesubsidie Activiteitensubsidie Innovatiesubsidie Buurtsportcoachsubsidie Samenlevingsinitiatieven (Goed idee voor uw dorp)

Budgetsubsidie / Exploitatiesubsidie Met een exploitatiesubsidie ondersteunt de gemeente verenigingen om hun exploitatie rond te krijgen. De kosten van bijvoorbeeld een voetbalvereniging voor het onderhoud van velden en opstal zijn hoog, dit kan niet gedekt worden uit de contributie. De gemeente springt bij door bijvoorbeeld de financiering van het groot onderhoud. Dit doen we om voorzieningen en het verenigingsaanbod in Nieuwkoop in stand te houden. Budgetsubsidies worden voor een aanzienlijk deel verstrekt aan (professionele) organisaties die de gemeente helpen bij haar wettelijke taken om zorg en ondersteuning te bieden. Ze worden met name gebruikt voor het financieren van algemeen toegankelijke diensten. Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen wordt dan ook gekeken of deze diensten bijdragen aan die doelstellingen in het algemeen en aan het beleid van de gemeente in het bijzonder. Voorbeelden exploitatiesubsidies Exploitatiesubsidie voor Stibuni en zwembad Aarweide. Voorbeelden budgetsubsidies  MEE MEE is een organisatie die onafhankelijke cliëntondersteuning in de Gemeente Nieuwkoop biedt en ook deel uitmaakt van het Jeugd- en Gezinsteam. Zij geven informatie, advies en algemene ondersteuning en dragen daarmee bij aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie.

Ook uitgebreide vraagverheldering en kortdurende en kortcyclische ondersteuning bij keuzes en problemen op diverse levensterreinen hoort bij de dienstverlening van MEE.  Stichting Lumen Lumen is een onafhankelijke regionale cliëntenorganisatie voor mensen die te maken krijgen met psychische klachten of verslavingsproblemen. De ervaringsdeskundigen van Lumen ondersteunen bij het herstel.

Activiteitensubsidie Voor de activiteitensubsidies geldt dat er geen wettelijke verplichting is. Hier wordt direct beoordeeld hoe goed de activiteiten bij het beleid van de gemeente passen.

4

Activiteitensubsidies zijn er in twee vormen binnen de gemeente: - Een structurele activiteitensubsidie is een tegemoetkoming in de kosten voor verenigingen, stichtingen en organisaties voor activiteiten die worden georganiseerd op basis van een jaarprogramma. - Een incidentele subsidie is een subsidie die eenmalig verstrekt wordt, zoals een subsidie voor een eenmalig evenement of ongeplande activiteit. Daarnaast kunnen nieuwe vrijwilligersorganisaties bij de gemeente een tegemoetkoming aanvragen voor de kosten van de oprichtingsakte bij de notaris en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Bij jubilea kunnen subsidies van € 250,-- aangevraagd worden. Voorbeelden activiteitensubsidies  Scouting Abbé Pierre De scouting ontvangt € 2.000,- subsidie voor de kernactiviteiten van de organisatie; het organiseren van kampen en bijeenkomsten voor de verschillende scoutinggroepen.  Muziekvereniging Eensgezind De muziekvereniging ontvangt € 4.000,- subsidie voor haar kernactiviteit; het geven van muziekles. Daarnaast ontvangt zij een bedrag voor hun deelname aan de herdenking op 4 mei.

Innovatiesubsidie De innovatiesubsidie is bedoeld voor inwoners of organisaties die een idee voor een nieuwe activiteit of een nieuw project hebben wat bijdraagt aan de leefbaarheid van de kernen. Met de innovatiesubsidie wil de gemeente verenigingen, organisaties en inwoners financieel ondersteunen bij vernieuwende initiatieven. Voorbeelden innovatiesubsidies  Maatjesproject kwetsbare inwoners Het maatjesproject brengt vrijwillige maatjes in contact met zelfstandig wonende mensen met een langdurig psychiatrische aandoening. Samen pakken zij activiteiten op die de hulpvrager lastig vindt om zelf op te pakken.  Pilot samenwerking hospice en Ipse Bruggen Deze pilot omvatte het ondersteunen en begeleiden van terminale patiënten zowel thuis als in het bijna-thuishuis en daarbij het opleiden van nieuwe en bestaande vrijwilligers voor het werk in de palliatieve zorg.

Buurtsportcoachsubsidie De buurtsportcoachsubsidie is bedoeld voor het aanstellen van een buurtsportcoach en heeft als doel om mensen enthousiast te maken voor sport en bewegen en om het sport- en beweegaanbod in de gemeente uit te breiden. Hij of zij legt verbindingen tussen sport, onderwijs, welzijn en gezondheidszorg. Voorbeelden buurtsportcoachsubsidie Kinderopvang Binnen verschillende kinderopvangorganisaties worden buurtsportcoaches ingezet om het bewegen van kinderen te stimuleren. Fysiotherapie Bakker en de Vos Zij ontvangen een buurtsportcoachsubsidie voor het stimuleren van bewegen voor ouderen en mensen met een chronische ziekte.

5

Samenlevingsinitiatief De gemeente stelt geld beschikbaar voor goede ideeën. Het gaat om ideeën die betrekking hebben op plezierig wonen in de dorpen of op onderlinge samenwerking van bijvoorbeeld ondernemers. Ideeën die ten goede komen aan de werkgelegenheid komen ook in aanmerking. Voorbeelden Samenlevingsinitiatief  Fietsmaatjes Fietsmaatjes biedt mensen met een beperking of mensen die eenzaam zijn de mogelijkheid om naar buiten te gaan en samen met een maatje -naast elkaar- te fietsen op een speciaal aangepaste duofiets.  Postcoderoos ’t Anker De subsidie is bedoeld voor de opstartkosten van een postcoderoosproject; projecten waarbij een corporatie zorgt voor hun eigen duurzame energie opwekking dmv zonnepanelen op het dak van bedrijven.

2. Kaders en doelen van het subsidiebeleid Als gezegd in het vorige hoofdstuk gebruiken we in Nieuwkoop verschillende regelingen om het verstrekken van subsidies aan te toetsen. In dit hoofdstuk laten we aan de hand van de verschillende kaders kort zien welke doelen we benoemd hadden bij het verstrekken van de subsidies. Kadernotitie subsidiebeleid gemeente Nieuwkoop 2017 en Algemene Subsidieverordening Gemeente Nieuwkoop 2017 Op 26 mei 2016 is de Algemene Subsidieverordening Gemeente Nieuwkoop 2017 (ASV 2017), samen met de Kadernotitie subsidiebeleid gemeente Nieuwkoop 2017 door de raad vastgesteld. De kadernotitie geeft (samen met de ASV) aan onder welke voorwaarden subsidies verstrekt worden. Samengevat worden de volgende doelen genoemd: 

 Zoveel mogelijk kansen voor mensen om gedurende hun hele levensloop mee te doen. In de kadernotitie stelt de gemeente Nieuwkoop het sociaal domein zo in te willen richten dat er zoveel mogelijk kansen zijn voor mensen om gedurende de hele levensloop mee te doen aan activiteiten, naar eigen vermogen, interesse en talent.  Activiteiten voor iedereen, ook aandacht voor de minder zelfredzame inwoner De gemeente wilde toe naar een manier van subsidiëren die bedoeld was voor “niet alleen de gezonde zelfredzame inwoners die overal op afstappen, maar ook diegene die iets meer aanmoediging of ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen doen.”  De activiteit is in lijn is met de maatschappelijke doelen die de gemeente nastreeft. De gemeente zegt in de kadernotitie dat bij het verstrekken van een subsidie getoetst moet worden of de beoogde actie in lijn is met de maatschappelijke doelen die de gemeente nastreeft.  Organisaties zijn zich bewust van hun maatschappelijke bijdrage De focus op positieve gezondheid en handelend vermogen betekende dat van vrijwilligers- en professionele organisaties gevraagd werd om na te denken over hun rol in de samenleving ten aanzien van de maatschappelijke opgave en te definiëren wat hun bijdrage is aan het scheppen van kansen voor participatie en ontwikkeling.

Omdat juist die bijdrage aan kansen op gezondheid en geluk de investering van publiek geld rechtvaardigde.

6

 De subsidies hebben bij voorkeur een langdurig effect en bevorderen de samenwerking tussen meerdere partijen. De voorkeur ging uit naar activiteiten en diensten die een goede onderbouwing hadden voor het realiseren van langdurige effecten. Daarnaast werd, met name bij innovatie, om vrije toegankelijkheid en samenwerking met meerdere partijen gevraagd. In de kadernotitie worden de volgende domeinen benoemd, waarop subsidies worden verstrekt:  sport en bewegen;  kunst, cultuur en toerisme;  talentontwikkeling en educatie;  de helpende hand;  sterke verenigingen door vrijwilligersondersteuning Om het verstrekken verder te kaderen wordt per domein aangegeven welke type activiteiten en voorzieningen er gesubsidieerd kunnen worden.

 Algemene subsidieverordening gemeente Nieuwkoop 2017 In de verordening liggen de kaders vast waaraan het verlenen van de subsidies moet voldoen: de manier van aanvragen, de aanvraag en beslistermijnen, de weigeringsgronden en manieren van verantwoording en vaststelling van de subsidies zijn hierin vastgelegd.  Subsidieregeling Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop 2018 In deze regeling staat een meer inhoudelijke uitwerking van ASV 2017. Er wordt in deze regeling aandacht besteed aan welke activiteiten in aanmerking komen voor een subsidie. Dit is in lijn met hetgeen is opgenomen in de kadernotitie. Er is tevens aandacht voor het melden van het ‘succes van de activiteit’ en de ‘leerervaringen van de organisatie’.

Naast de bovenstaande drie algemene regelingen zijn er nog twee meer specifieke regelingen.  Subsidieregeling Samenlevingsinitiatieven 2018 Deze regeling ordent het behandelen en afdoen van aanvragen c.q. vaststellingen van kleinere subsidies (tot maximaal € 10.000) die kunnen worden toegekend uit het ‘samenlevingsbudget’, het ‘duurzaamheidsbudget’ en het ‘ondernemersbudget’. Voor deze subsidies zijn de volgende doelen benoemd: Samenlevingsbudget Een aanvraag voor een subsidie uit het samenlevingsbudget levert een bijdrage aan de leefbaarheid en is gericht op het verbeteren van de cohesie binnen de samenleving of het oplossen van een probleem in de samenleving. Duurzaamheidsbudget De aanvraag voor een subsidie uit het duurzaamheidsbudget levert een bijdrage aan één of meerdere specifieke thema’s van de Duurzaamheidsagenda 2015 – 2018. Ondernemersbudget De aanvraag voor een subsidie uit het Ondernemersbudget levert een bijdrage aan de speerpunten in het economisch beleid zoals verwoord in de Economische agenda 2016 – 2018.  Subsidieregeling buurtsportcoaches Ten slotte is er deze specifieke regeling uit 2016. Hierin zijn de volgende doelen vastgelegd: 1.

Uitbreiden van het sport- en beweegaanbod in de gemeente Nieuwkoop. 7

2. 3. 4. 5. 6.

Mensen enthousiasmeren om te bewegen, met name binnen de aandachtsgroepen. Verbindingen leggen tussen beweegaanbieders en andere maatschappelijke partijen. Verbindingen leggen tussen de sector sport en andere sectoren. Voorkomen en tegengaan van bewegingsarmoede en daaruit volgende lichamelijke en mentale problemen, met name bij de aandachtsgroepen. Integratie van en verbinding tussen verschillende groepen en mensen, met name met betrekking tot de aandachtsgroepen.

3. Evaluatie van het subsidiebeleid Bij het evalueren van het beleid is gebruik gemaakt van de verschillende subsidieregelingen, de subsidieregisters, het Rapport subsidies van de Rekenkamer uit 2019, interviews met medewerkers van de gemeente en een aantal subsidieontvangers en ervaringen uit de dagelijkse praktijk van de subsidieverstrekking.

3.1 Doelen In het vorige hoofdstuk zijn de algemene doelen beschreven die de gemeente wil bereiken met het subsidiebeleid:     

Zoveel mogelijk kansen voor mensen om gedurende hun hele levensloop mee te doen. Activiteiten voor iedereen, ook aandacht voor de minder zelfredzame inwoner De activiteit is in lijn is met de maatschappelijke doelen die de gemeente nastreeft. Organisaties zijn zich bewust van hun maatschappelijke bijdrage De subsidies hebben bij voorkeur een langdurig effect en bevorderen de samenwerking tussen meerdere partijen.

Hieronder wordt besproken in hoeverre die doelen op dit moment worden behaald. Zoveel mogelijk kansen voor mensen om gedurende hun hele levensloop mee te doen. Budgetsubsidies worden toegekend over een breed gebied en van jong tot oud; van de jeugdhulpverlening tot persoonsalarmering voor ouderen. De activiteiten die worden gesubsidieerd passen ook voor een groot deel bij de gehele levensloop. Muziek en sportlessen voor de jeugd, maar ook voor ouderen. Dorpsfeesten gericht op de jeugdige inwoners van de gemeente, maar ook feesten juist gericht op de oudere inwoners. En ook sport is voor elke leeftijd te beoefenen binnen de gemeente. Een van de tennisverenigingen heeft bijvoorbeeld in 2021 een jeu de boules baan gerealiseerd om de oudere leden van de tennisvereniging die minder frequent tennissen, toch te laten participeren en bewegen binnen het verenigingsleven. Wat je wel zou kunnen concluderen is dat er voor de middengroep (de mensen in de leeftijd tussen 25 en 50) minder wordt georganiseerd. Ook beleidsmatig is minder aandacht voor deze groep. Dat is goed te verklaren, omdat dit de leeftijd is waarop veel mensen druk zijn met hun werk, gezin stichten en kinderen opvoeden. Ze kunnen over het algemeen zelf voorzien in hun activiteiten.

Activiteiten voor iedereen, ook aandacht voor de minder zelfredzame inwoner Door middel van de budgetsubsidies voor onder andere Kwadraat, MEE en OGGZ wordt geprobeerd de minder zelfredzame inwoners te betrekken bij activiteiten van de gemeente, een groot deel van de zorg en welzijnssubsidies gaat naar voorzieningen en activiteiten voor deze groep mensen. Voor kleinere verenigingen is het soms moeilijk om de minder zelfredzame doelgroep te betrekken. Het organiseren van een activiteit voor bijvoorbeeld een bijzondere doelgroep is erg afhankelijk van de daadkracht en tijd van vrijwilligers bij verenigingen. Een voorbeeld waar het goed lukt, is de leesbegeleiding bij anderstaligen. Daar zetten vrijwilligers zich in om deze moeilijk bereikbare doelgroep erbij te betrekken. Ook initiatieven tegen eenzaamheid worden met enige regelmaat georganiseerd door een actieve groep vrijwilligers. 8

De activiteit is in lijn met de maatschappelijke doelen die de gemeente nastreeft. Door middel van een beoordelingsformulier -dat door twee beoordelaars ingevuld moet worden- wordt getoetst of de activiteiten ook daadwerkelijk in lijn zijn met de doelen die de gemeente nastreeft. Of het invullen van een beoordelingsformulier de juiste vorm is voor het beoordelen van subsidies, daarover verschillen de geïnterviewden van mening. Wat de praktijk uitwijst is dat door het invullen van de formulieren vaak een gesprek tot stand komt tussen de beoordelaars waardoor er een meer afgewogen beslissing wordt genomen. Nadeel is dat het veel tijd kost. Subsidieontvangers die het aanvraagformulier van de gemeente invullen, geven aan het een goed formulier te vinden en zorg en aandacht te besteden aan het invullen van de maatschappelijke doelen die zij nastreven. Wel wordt aangegeven dat er vaak wordt teruggegrepen op wat er vorig jaar is ingevuld. Organisaties zijn zich bewust van hun maatschappelijke bijdrage Organisaties bewust maken van hun maatschappelijke meerwaarde is een proces wat in 2017 met het nieuwe beleid is ingezet. Op dit moment is zichtbaar dat bij de gemeente meer aandacht wordt besteed aan dit streven (o.a. door er expliciet naar te vragen in de formulieren) en bij de subsidie-ontvangende organisaties is sprake is van meer bewustwording op dit gebied.

Partijen geven desgevraagd ook aan zich te kunnen vinden in de doelen van de gemeente. Het kan echter nog wel beter. De Rekenkamer concludeert in haar rapport over het subsidiebeleid in 2019 dat er een gebrek aan een echt kritische blik op de maatschappelijke meerwaarde van de gesubsidieerde activiteiten is. Zij stellen de vraag: “of er wel herkenbaar met het gesubsidieerde veld wordt gepraat over de door hen geleverde maatschappelijke bijdrage, en of die waar mogelijk vertaald wordt in SMART meetbare doelstellingen, die mede door een te verstrekken subsidie kunnen worden gerealiseerd”. Om de organisaties bewust te maken van hun maatschappelijke meerwaarde heeft de gemeente in de afgelopen drie jaar onder andere bijeenkomsten gehouden om in gesprek te gaan met de organisaties. In 2018 zijn twee bijeenkomsten georganiseerd voor bestuurders van verenigingen, stichtingen en dorpsraden. De bestuurders werden onder andere geïnformeerd over het bestaan van het Verenigingsloket. Bestuurders van verenigingen gingen met elkaar in gesprek over hun successen en hun uitdagingen. Die uitdagingen bleken vooral te liggen op het gebied van het werven en vasthouden van leden, vrijwilligers en bestuurders. De gesprekken die met elkaar werden gevoerd leidden tot een groot aantal tips. Deze tips zijn met alle verenigingen gedeeld. In 2019 werden o.a.

drie themabijeenkomsten voor alle sport-, onderwijs- en zorgaanbieders in de gemeente Nieuwkoop georganiseerd. Ook werd de participatiebijeenkomst ‘Inkoop sociaal domein Nieuwkoop’ georganiseerd, een bijeenkomst van partijen rondom eenzaamheid en begin 2020 volgde een bijeenkomst met als thema het sport- en vitaliteitsakkoord. Bij het aanvragen van structurele en incidentele activiteitensubsidies is door de gemeente in het aanvraagformulier een kader opgenomen waar organisaties wordt gevraagd naar de maatschappelijke bijdrage van hun activiteit. Uit de ingevulde formulieren wordt duidelijk dat organisaties zich tot op een bepaald niveau bewust zijn van hun maatschappelijke bijdrage, maar dat de vraag op vele manieren wordt geïnterpreteerd. De omschrijving die organisaties invullen varieert ook van summier tot zeer uitgebreid. De vraag is of alleen een formulier voldoende is om de maatschappelijke meerwaarde naar voren te brengen. Bij het tot stand komen van het beleid was de intentie dat met organisaties in gesprek gegaan zou worden over dit onderwerp. Dit lijkt vooral bij het verlenen van activiteitensubsidies lastig vanwege de grote hoeveelheid aanvragen die in korte tijd beoordeeld moeten worden. Bij budgetsubsidies gaat een groot deel van het subsidiebudget naar organisaties die zich, door het werk dat ze doen, al zeer bewust zijn van hun maatschappelijke bijdrage.

Hierdoor wordt de dialoog makkelijker gevoerd. 9

Het vertalen naar SMART doelstellingen van de maatschappelijke meerwaarde gebeurt nog onvoldoende bij beide subsidievormen. Bij de grotere budgetsubsidies worden wel afspraken gemaakt over de activiteiten die plaats vinden, de frequentie ervan en het te behalen doel, maar het rapporteren over meetbare resultaten blijft vaak achterwege. We moeten daarbij wel de kanttekening maken dat het aantonen van een verband tussen het organiseren van een activiteit en bijvoorbeeld de afname van eenzaamheid moeilijk is. Die causaliteit is lastig aan te tonen, laat staan meetbaar te maken. Bij de activiteitensubsidies, veelal onder de € 5.000,- (subsidies tot en met €5.000,-- worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld), wordt slechts gevraagd dat de activiteit uitgevoerd wordt. Verder wordt geen verantwoording gevraagd en is geen sprake van op te leveren resultaten. De subsidies hebben bij voorkeur een langdurig effect en bevorderen de samenwerking tussen meerdere partijen. Binnen de budgetsubsidies gaat het vaak om diensten met een langdurig effect (GGD, MEE etc.). Er wordt geïnvesteerd in het welzijn en de zelfredzaamheid van mensen, in sociale cohesie binnen een gemeenschap of wijk. Ook de samenwerking zie je duidelijk vorm krijgen bij bijvoorbeeld “de Verbinding”, waar meerdere zorginstanties de samenwerking met elkaar hebben opgezocht.

Triggr is een ander voorbeeld van een initiatief waarbinnen door veel verschillende organisaties wordt samengewerkt en georganiseerd. Ook bij de verenigingen en de activiteitensubsidies zie je steeds meer dwarsverbanden ontstaan. Je ziet bijvoorbeeld bij de culturele verenigingen dat er steeds meer contact met elkaar wordt gezocht om voorstellingen te realiseren en daarbij gebruik te maken van hetzelfde podium. Deze gesprekken worden gefaciliteerd door de gemeente, maar door de verenigingen zelf ingevuld.

3.2 Domeinen Het aantal benoemde domeinen binnen het subsidiebeleid wordt als compleet ervaren en de middelen worden redelijk gelijk verdeeld over deze domeinen. Twee domeinen wijken af: er gaat nagenoeg geen subsidiegeld naar het domein Sterke verenigingen door vrijwilligersondersteuning. Verenigingen geven aan juist behoefte te hebben aan ondersteuning op het gebied van bestuurskennis en het behouden en opleiden van vrijwilligers, maar niet te weten hoe ze dit moeten aanpakken. Het domein Sport en bewegen is een domein waar juist veel subsidie wordt verleend. Met de budgetsubsidie voor Stibuni (buitensportaccommodaties) en de vele structurele activiteitensubsidies die de verenigingen voor hun kernactiviteiten ontvangen, is dit het domein waar een groot deel van de subsidiegelden van de gemeente terechtkomen. Voor een gemeente die nadrukkelijk inzet op gezond leven is dit wel verklaarbaar.

3.3 Rekenkamer: discrepantie in Algemene Subsidieverordening 2017 In 2019 deed de Rekenkamer een onderzoek naar het subsidiebeleid en uitvoering in Nieuwkoop. De Rekenkamer concludeerde dat ze de mogelijkheden die de ASV 2017 biedt om aanvragers van subsidie vooraf te laten aantonen dat hun activiteiten aansluiten bij de gemeentelijke doelen, positief is. Ze constateren echter ook enkele ‘wrakke’ bepalingen binnen de ASV 2017 en de subsidieregeling 2018. Hieronder uit het rapport:  De anti-discriminatie-bepaling is niet te toetsen en daarmee zinloos.  Bij subsidies van minder dan € 5.000 zou volgens de ASV 2017 elke subsidieontvanger binnen drie maanden een inhoudelijke verantwoording overleggen. Dit gebeurt in de praktijk niet.

10

 Bij subsidies van meer dan € 5.000, maar minder dan € 100.000 moet ‘een financieel verslag of jaarrekening’ worden opgeleverd, ‘die door de penningmeester of accountant is opgemaakt en ter goedkeuring en vaststelling is aangeboden aan bestuur of leden’. Dit wordt door de Rekenkamer als niet eenduidig bestempeld, vanwege het voor meerdere interpretaties vatbare ‘ financiële verslag of jaarrekening.’ De Rekenkamer stelt voor een door het bestuur (bij een stichting of een vennootschap) of door de leden (bij een vereniging) zichtbaar vastgestelde verantwoording, opgesteld volgens een door de gemeente bepaald format te gebruiken.  Ook bij subsidies van meer dan € 5.000, maar minder dan € 100.000 moet een ‘overzicht in hoeverre vermogen is gevormd’ worden ingediend. Een subsidieverkrijger kan volgen de Rekenkamer met deze bepaling alle kanten op en raden ze aan in samenhang met het vorige, met een vast format te gaan werken.  De Rekenkamer concludeert dat het tweede lid, onder d, dat aanvullend aan de orde is bij subsidies van meer dan €100.000, voor grote verwarring zorgt. Er wordt verwezen naar een protocol (dat ook in meerdere beschikkingen wordt genoemd), dat niet voorhanden is, waardoor een controlerend accountant geen handvat voor het voorbereiden van ‘een subsidieverklaring’ heeft.

 In datzelfde lid wordt om een ‘balans’ gevraagd, waar een jaarrekening zal zijn bedoeld, die pas bruikbaar is als daarin een specificatie van de baten en lasten van de door de gemeente Nieuwkoop gesubsidieerde activiteiten is opgenomen. De Rekenkamer concludeert ook dat ter borging van de rechtmatigheid van de uitvoering van het subsidiebeleid het belangrijk is om snel tot een herziene ASV te komen, waarbij ook meteen de bestaande subsidieregelingen worden herzien en (onderling en met de ASV) worden gesynchroniseerd. De Rekenkamer doelt hiermee voornamelijk op het ontbreken van inhoudelijke verantwoording van subsidies bij bedragen van minder dan € 5.000.

3.4 Uitvoering van het beleid & het beoordelingsproces In de uitvoering van het subsidiebeleid wordt tegen een aantal knelpunten aangelopen. Beoordelen op basis van maatschappelijke meerwaarde Het subsidiebeleid is onder andere opgesteld om een impuls te geven aan de dialoog tussen gemeente en subsidieaanvragers over de maatschappelijke bijdrage die organisaties kunnen leveren met hun activiteiten. In de praktijk blijkt vooral bij de structurele activiteitensubsidies dat door de hoeveelheid te beschikken aanvragen (150 aanvragen in de periode 1 oktober t/m 31 december) er zeer weinig tijd is om én het gesprek aan te gaan met aanvragers én tegelijkertijd te voldoen aan de kwaliteitseisen die worden gesteld aan het afhandelen van het beoordelingsproces. De aanvragen worden dan ook veelal beoordeeld op en van papier. Op basis van het aanvraagformulier en het daarbij ontwikkelde beoordelingsformulier -dat door twee ambtenaren wordt ingevuld in verband met het vier ogen principe- wordt een beslissing genomen over het toekennen en de hoogte van het te beschikken subsidiebedrag. Het beoordelen van de maatschappelijke meerwaarde alleen op basis van een schriftelijke aanvraag is lastig. Daarom wordt vaak teruggegrepen op de subsidiebedragen die de organisaties in de jaren daarvoor hebben gekregen.

De discussie over welk bedrag staat voor welke activiteiten, of de vraag ‘waarom heeft deze activiteit een hogere maatschappelijke meerwaarde en wordt hoger beschikt’, wordt weinig gevoerd, terwijl dit wel van belang is voor het uitvoeren van het beleid en de te behalen doelstelling.

11

Financiële positie van organisaties De Rekenkamer concludeert in haar rapport dat er geen beeld van de noodzaak van subsidie is. “Het valt op dat geen enkele (kritische) analyse herkenbaar is waar het gaat om de financiële positie van een subsidie-aanvrager. De vermogenspositie wordt niet beoordeeld en er wordt (zelfs) niet gevraagd naar cijfers als die niet spontaan worden aangeleverd.” De financiële positie van organisaties die subsidie ontvangen wordt niet stelselmatig meegewogen in de subsidieverlening. In de ASV 2017 staat in artikel 2.c dat de subsidie geweigerd kan worden: als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd. In de praktijk blijkt dit lastig te beoordelen, omdat financiële gegevens op veel verschillende manieren worden aangeleverd door organisaties aan de gemeente. Veel verenigingen hebben bestemmingsreserves, waar anderen dit als “gewone” reserve op de balans hebben staan. Een enkele keer wordt er een subsidieverzoek geweigerd vanwege het hoge eigen vermogen van een organisatie. Dit is echter meer uitzondering dan regel. De vraagt rijst of het eigen vermogen meegewogen moet worden in de subsidieverlening. Slechts subsidie verstrekken als het noodzakelijk is, lijkt een redelijk uitgangspunt.

De keerzijde is dat organisaties die hun best doen om gezond te blijven en een financiële buffer op te bouwen, in zekere zin “gestraft” worden door ze geen subsidie meer te verlenen voor hun activiteiten. Mocht er desalniettemin voor gekozen worden dan is het opstellen van een helder kader noodzakelijk. Het onderscheid tussen de verschillende vormen van subsidies Er zijn in Nieuwkoop diverse soorten subsidies, met soms hun eigen subcategorie. Van niet allemaal is helder, met welk doel een bepaalde subsidiesoort wordt verstrekt. Het verstrekken van activiteitensubsidies voor het uitvoeren van kernactiviteiten is daarvan een voorbeeld. Activiteitensubsidies zijn bedoeld voor extra bezigheden die bijdragen aan een maatschappelijk doel van de gemeente. Bijvoorbeeld het organiseren van een kamp voor autistische kinderen. Kernactiviteiten zijn functies waarvan je mag aannemen dat deze behoren tot de gebruikelijke activiteiten die een vereniging uitvoert. Bijvoorbeeld tennisles bij een tennisvereniging of het organiseren van een kamp voor jeugdleden door de scouting. Toch wordt nog regelmatig een activiteitensubsidie aangevraagd voor kernactiviteiten. Niet alle verenigingen doen ook zo’n aanvraag. Dit kan leiden tot een onevenwichtige verdeling van de beschikbare gelden.

4. Bevindingen, suggesties voor verbetering en voorgestelde vervolgstappen 4.1 Bevindingen  Uit de gesprekken blijkt dat de gemeente organisaties en verenigingen op verschillende manieren bij het beleid betrekt. Onder andere door het organiseren van bijeenkomsten, door het te bevragen in formulieren en door het voeren van subsidiegesprekken.  Uit de interviews blijkt dat de beleidsdoelstellingen van de gemeente breed gedragen en positief beoordeeld worden door respondenten, zowel in- als extern.  Bij een deel van de subsidieontvangers is echter ondanks de inspanningen van de gemeente kennis van het beleid wat weggezakt.  Er zijn steeds meer voorbeelden dat er door organisaties (intensief) wordt samengewerkt.  Het domein Vrijwilligersondersteuning wordt in vergelijking met de andere domeinen fors minder gesubsidieerd. Er is wel behoefte aan meer ondersteuning.

12

 ASV en subsidieregeling bevatten een aantal (financiële) artikelen die of niet op elkaar aansluiten, of niet worden uitgevoerd.  De activiteitensubsidies worden regelmatig ingezet voor de kernactiviteiten van de verschillende clubs en organisaties. Daar waar de activiteiten zouden moeten bijdrage aan de maatschappelijke doelen van de gemeente.  Er is een aantal knelpunten in de uitvoering van het beleid geconstateerd: - Het beoordelen van maatschappelijke meerwaarde (en daaraan koppelen van een bedrag) is lastig als het alleen op basis van een formulier moet gebeuren. -

Het aantal subsidieontvangers is groot. Er is niet genoeg ambtelijke capaciteit om met alle subsidieaanvragers in gesprek te gaan over de maatschappelijke meerwaarde.

-

Kleine verschillen tussen kadernotitie, subsidieregeling en ASV leiden er toe dat activiteitensubsidies voor zowel de ‘extra’ activiteiten, als voor ‘kernactiviteiten’ worden verleend.

-

Er ontbreekt een eenduidig kader voor het beoordelen van de financiële positie van organisaties en een richtlijn wat dat betekent voor de subsidie verstrekking.

4.2 Suggesties voor verbetering en voorgestelde vervolgstappen Over het algemeen is er tevredenheid over het subsidiebeleid van de gemeente Nieuwkoop. Er is echter wel een aantal suggesties waarmee we het beleid kunnen aanscherpen of verbeteren. Deze staan hieronder opgesomd met voorgestelde vervolgstappen: 1. Maak meer gebruik maken van meerjarige subsidieverlening. Dit beperkt de administratieve last, levert tijdswinst op en biedt meer ruimte voor een inhoudelijk gesprek met de aanvrager. Hierdoor is het beoordelen van een aanvraag en sturing op maatschappelijke meerwaarde beter mogelijk.  Voor- en nadelen van meerjarige subsidieverlening worden in kaart gebracht en er wordt uitgezocht voor welke subsidiesoorten dit geschikt is.  Als de uitkomst positief is, wordt deze mogelijkheid vastgelegd in een aangepaste ASV en onderliggende regeling. 2. Betrek subsidieontvangers nog meer bij het beleid en de rol die ze daarin kunnen vervullen Er blijkt behoefte aan de kant van subsidieaanvragers om (nog) meer te weten over het beleid van de gemeente. Vanuit de gemeente is het belangrijk om dit beleid goed te communiceren naar haar inwoners/aanvragers van subsidie. Het voeren van een subsidiegesprek is een goed middel. Daarnaast kan in bijeenkomsten de visie van de gemeente worden op de rol van verenigingen en organisaties worden toegelicht.

Subsidies worden verstrekt voor een goede vrijetijdsbesteding, het in stand houden van voorzieningen maar organisaties zijn ook belangrijke partners als het gaat om preventie en het welzijn van inwoners.  Als er capaciteit kan worden vrijgemaakt, worden voor de grotere activiteitensubsidies en alle budgetsubsidies subsidiegesprekken gevoerd.  Er worden vanaf 2022 weer een aantal bijeenkomsten georganiseerd waar in gesprek wordt gegaan met organisaties over de maatschappelijke doelen van de gemeente. 3. Maak een duidelijke keuze of de financiële positie van organisaties meegenomen moet worden in de subsidiebeoordeling en zo ja, op welke wijze. Uit de evaluatie blijkt dat de financiële positie van organisaties bij een subsidieaanvraag (bijna) niet wordt meegenomen in de beoordeling. Bekijk of je dit als gemeente belangrijk vindt om mee te nemen in de beoordeling of niet. Als besloten wordt dat dit wel belangrijk is, stel dan richtlijnen op welke manier dit meegenomen kan worden in de beoordeling.  Aan de hand van een aantal voorbeelden worden voor- en nadelen in kaart gebracht. 13

Als besloten wordt om het eigen vermogen mee te nemen, dan wordt daarover een bepaling opgenomen in een aangepaste ASV en onderliggende regeling, deze worden voorgelegd aan de Raad.

4. Pas onduidelijkheden in de ASV en Subsidieregeling aan Bepaal, na de constateringen van de Rekenkamer, welke bepalingen te toetsen zijn en welke niet. Weeg af of bepalingen geschrapt moeten worden (omdat ze niet uit te voeren zijn of ongewenst zijn) of dat er juist naar manieren gezocht moet worden om de bepalingen wel uit te voeren. Neem de bevindingen uit deze evaluatie mee in de aanpassingen.  Er wordt een aangepaste ASV en onderliggende regeling opgesteld en deze worden voorgelegd aan de Raad. 5. Onderzoek op welke manier het mogelijk is om meer aandacht te geven aan vrijwilligersondersteuning De behoefte van organisaties aan hulp en ondersteuning bij behoud, opleiding en het vinden van vrijwilligers is aanwezig. Onderzoek als gemeente of je in staat bent om hier een ondersteunde of faciliterende rol in aan te nemen en op welke manier.  Er wordt onderzoek gedaan naar verschillende manieren waarop we vrijwilligersorganisaties en -verenigingen kunnen ondersteunen. De bevindingen worden ter kennisname gedeeld met de Raad. 6. Kijk kritisch naar de verschillende soorten subsidies en geef duidelijk aan met welk doel ze worden verstrekt Er zijn in Nieuwkoop diverse soorten subsidies. Van niet allemaal is helder met welk doel ze worden verstrekt. Niet alle verenigingen doen ook zo’n aanvraag. Dit kan leiden tot een onevenwichtige verdeling van de beschikbare gelden.

Een scherper onderscheid / betere afbakening kan de gemeentelijke bijdrage aan het verenigingsleven transparanter en evenwichtiger maken.  Het maken van een nadrukkelijker onderscheid tussen de verschillende vormen van subsidie, waarbij we onderscheiden: - subsidies gericht op het waarderen en in stand houden van het aanbod van verenigingen en voorzieningen door middel van exploitatiesubsidies en waarderingssubsidies - subsidies gericht op algemeen toegankelijke diensten en op gemeentelijke doelen gerichte activiteiten door middel van budgetsubsidies en activiteitensubsidies. - subsidies gericht op samenlevingsinitiatieven.  Het nader uitwerken van dit idee in de aangepaste kadernotitie subsidiebeleid.

Nawoord Subsidies zijn voor de gemeente een belangrijk instrument om een goed aanbod aan vrijetijdsbesteding in stand te houden. Het is daarnaast een belangrijk middel om verenigingen, organisaties en partijen over te halen om bij te dragen aan maatschappelijke doelen. We zetten de subsidies in naar beste inzicht en gebaseerd op ervaringen (van onszelf en anderen). Het blijft echter moeilijk om de inzet van een specifieke subsidie direct te vertalen naar een meetbaar resultaat of maatschappelijk rendement. Uiteraard kijken we naar bijvoorbeeld een klanttevredenheidsonderzoek of -na verloop van tijd- naar GGD onderzoek om te zien of onze inspanningen en die van onze partners hebben geresulteerd in een ‘gelukkiger’ inwoner, maar een causaal verband is niet aan te tonen. Dat laat onverlet dat het belangrijk is om onze verenigingen en organisaties mee te nemen, mee te laten denken en werken aan onze beleidsdoelstellingen. Omdat we het met zijn allen moeten doen en de beste initiatieven vaak uit de samenleving zelf komen. Dit uitgangspunt stond centraal in het nieuwe subsidiebeleid van 2017 en is vandaag de dag nog steeds zeer bruikbaar en actueel. We gaan dus door op de ingeslagen weg, met wat aanpassingen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=59963510-3ad7-4b59-9c1b-e826c2bfee1c