CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Deel 1 van Set bijlagen bij beschikking-geanonimiseerd (GROOT DOCUMENT)

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvraag verklaring van geen bedenkingen voor aanleg natuurgebied Ruygeborg II fase I (2024-045)43.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Hoogheemraadschap van Rijnland De leggerkaart is geraadpleegd. Een uitsnede hiervan is weergegeven in figuur 12. Er zijn enkele primaire watergangen in het plangebied aanwezig, daarnaast zijn er ‘overige watergangen’ aanwezig. Voor de primaire watergangen, welke in onderhoud zijn van het Hoogheemraadschap geldt dat er een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden is vastgelegd. Voor de overige watergangen betreft dit 2 meter. De afmetingen van de beschermingszone zijn gebaseerd op de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van onderhoud en/of inspectie aan de watergang. In voorliggend plan blijven de beschermingszones van de primaire watergangen, welke in beheer zijn van het Hoogheemraadschap, bereikbaar voor het Hoogheemraadschap. Het beheer van de overige watergangen ligt bij de aangelande grondeigenaren, voor een groot deel is dat Natuurmonumenten. Ruygeborg II | Eelerwoude | 30

Figuur 13: Uitsnede legger (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland)

Digitale watertoets Op donderdag 2 juni 2022 is de digitale watertoets uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling (zie ook bijlage 8). De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen, waaruit blijkt dat de zogenaamde normale procedure wordt doorlopen bij Hoogheemraadschap van Rijnland. Dit houdt in dat op basis van locatie en gegeven antwoorden blijkt dat waterschapsbelangen worden geraakt. De initiatiefnemer staat in nauw contact met de het Hoogheemraadschap van Rijnland ten behoeve van de watervergunning. Daarnaast wordt met de landschappelijke inrichting rekening gehouden met de aanwezigheid van de watergangen. Zie hiervoor paragraaf 2.3 en de separate technische inrichtingstekeningen. Er is intensief contact met Hoogheemraadschap van Rijnland voor de benodigde watervergunningen. Middels de watertoets worden/is hoogheemraadschap nogmaals op de hoogte gebracht. Voorgenomen inrichtingsplan is opgesteld met behulp van het hoogheemraadschap en haar belangen zijn daar goed in geborgd.

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht De leggerkaart is geraadpleegd, hiervan is een uitsnede hiervan is weergegeven in figuur 13. Met de paarse lijn wordt de begrenzing van het waterschap aangegeven. Enkel de twee ‘driehoeken’ zijn gelegen in het gebied van AGV. Te zien is dat de droge driehoek wordt begrensd door primaire watergangen. Er zijn in de twee driehoeken geen watergangen aanwezig. Ook bij Amstel, Gooi en Vecht geldt een beschermingszone van 5 meter voor primaire watergangen.

Ruygeborg II | Eelerwoude | 31

Figuur 14: Uitsnede legger (bron: Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

Digitale watertoets Bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is de digitale watertoets niet mogelijk via dewatertoets.nl. Via de gemeente of rechtstreeks kan contact worden opgenomen met het waterschap. Gezien het feit dat AGV reeds goed op de hoogte is en betrokken bij de planvorming van de voorgenomen ontwikkeling zijn de waterschapsbelangen al goed geborgd.

Conclusie In dit hoofdstuk zijn alle relevante waarden beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen met zich meebrengt.

Ruygeborg II | Eelerwoude | 32

5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: • Bodem • Geluid • Luchtkwaliteit • Externe veiligheid • Bedrijven en milieuzonering • Verkeer en parkeren • Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het beleid, de waardentoets en de milieuaspecten zijn getoetst voor de percelen waarvoor een afwijkend gebruik wordt gevraagd.

5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek door Antea group gedaan in april 2022. In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN 5897. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 9. Tijdens het verkennend bodemonderzoek is ter plaatse van een aantal dammen en één brug verontreinigingen met zware metalen of PAK aangetoond. Gezien omvang van de verontreinigingen niet bekend is wordt is een nader onderzoek conform de strategie ‘Onderzoeksstrategie voor het bepalen van de omvang van een bodemverontreiniging’ uit de NTA5755 uitgevoerd. Doel van dit nader onderzoek is om de omvang van de aanwezige bodemverontreinigingen te bepalen en te bepalen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3 sterk verontreinigde grond).

Het aanvullend nader bodemonderzoek is bijgevoegd in bijlage 10. Uit het Nader onderzoek zijn de volgende conclusies gekomen: Verkennend bodemonderzoek Grond Toetsing Wet bodembescherming In de geanalyseerde monsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie aangetoond. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de monsters aan de klasse Industrie of beter voldoen. Ruygeborg II | Eelerwoude | 33

Funderingslaag De funderingslaag ter plaatse van Pad-B-3-1 voldoet niet aan de samenstellingswaarden voor een nietvormgegeven bouwstof. Het monster voldoet wel aan de emissiewaarde. Asbest In de geanalyseerde puinlagen is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' wordt aanvaard, vanwege de aangetoonde lichte verontreinigingen.

Conclusie De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende tussenwaarde. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van het onderzoek.

5.3 Geluid Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone ter zake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van natuur is in het kader van de Wet geluidhinder niet aan te merken als geluidsgevoelige bestemming of object. Een nader onderzoek naar akoestiek is daarom niet noodzakelijk.

5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor ontwikkelingen die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op grond van de NIBM-tool is een ontwikkeling ‘in betekenende mate’ bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 800 per dag (met 5% aandeel vrachtverkeer). De voorgenomen ontwikkeling

Ruygeborg II | Eelerwoude | 34

betreft het omzetten van agrarische grond kruiden- en faunarijk grasland, vochtig weidevogelgrasland, moeras en bloemrijk grasland. De verkeersbewegingen die de ontwikkeling met zich mee brengt, zijn deels tijdens de bouwfase merkbaar. In deze fase zal er tijdelijk sprake zijn van een toename van verkeersbewegingen. Tijdens de bouwperiode zal het aantal verkeersbewegingen met circa 20 verkeersbewegingen per dag, ruimschoots onder de 800 per dag blijven. Daarnaast is er sprake van een kleine recreatieve aantrekkingskracht, met de realisatie van 14 parkeerplaatsen is er sprake van een kleinschalige stijging en blijven ook in de gebruiksfase het aantal verkeersbewegingen ruimschoots on der de 800 per dag. Daardoor leidt de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit én kan de ontwikkeling als ‘niet in betekenende mate’ worden gezien. Daarnaast is in de Regeling NIBM is een lijst met categorieën opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. De functiewijziging van agrarische naar natuur is een ontwikkeling die niet leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit tijdens de beheerfase. Het plan kan daarmee zonder verdere toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit worden uitgevoerd.

5.5 Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid richt zich op het beheersen van risico's bij onder meer productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door maatregelen kunnen de afstanden worden verkleind. Er wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde, voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De grenswaarde mag niet worden overschreden. Voor de oriënterende waarde en richtwaarde geldt dat afwijken alleen met een dergelijke motivering is toegestaan. Het aspect Externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek en lpg-tankstation) en de mobiele (tankwagen en gasleidingen) bronnen. Er wordt getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: • Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het besluit Externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende regeling. • Voor transportroutes over weg, water en spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT). • Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB).

Ruygeborg II | Eelerwoude | 35

Figuur 15: Uitsnede risicokaart

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op basis van toetsing wordt gesteld dat in het plangebied geen risicobronnen zijn gelegen. Wel grenst direct aan het plangebied een buisleiding. Dit betreft een aardgasleiding van de Gasunie (aardgasleiding NEN 3650leiding). De hogedrukaardgasleiding loopt aan de zuidzijde parallel aan het fietspad van de Molenweg, dit fietspad loopt door het plangebied zoals aangegeven op het inrichtingsplan (figuur 5) én het gebied waarvoor vergunning wordt aangevraagd voor het afwijken op het bestemmingsplan (figuur 6). Desondanks vormt dit geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. Er worden geen gevoelige functies cq. (beperkt) kwetsbare functies mogelijk gemaakt en de werkzaamheden zijn dusdanig van aard dat de buisleiding niet wordt belemmerd. Met het opstellen van het inrichtingsplan is rekening gehouden met de ligging van de buisleidingen en waar nodig worden maatregelen genomen om de leiding te beschermen. Bij een ondergrondse leiding is het van belang dat binnen een strook van 5 meter aan weerszijden van de leiding vrijgehouden wordt voor de leidingbeheerder, binnen deze strook mag en is geen bebouwing of diepwortelende beplanting aanwezig (anders dan ten behoeve voor de leiding). Een aanvullend onderzoek naar externe veiligheid niet noodzakelijk.

5.6 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

Ruygeborg II | Eelerwoude | 36

-

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van natuur en een klein gedeelte agrarisch heeft niet tot gevolg dat er milieubelastende of milieugevoelige functies gerealiseerd worden. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.

5.7 Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Er worden circa 14 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd op de reeds aanwezige parkeerplaats aan de Noordenseweg ten zuidwesten van het plangebied. Hierdoor ontstaan er een totaal van 28 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de behoefte vanuit de gemeente voor nieuwe parkeerplaatsen. Ook fietsparkeren heeft met voorgenomen ontwikkeling een betere inpassing gekregen. Door de realisatie van meer parkeerplaatsen zal naar verwachting een toenemend aantal verkeersbewegingen ontstaan. De extra rijbewegingen voortkomend uit de nieuwe parkeerplaatsen gaan op in het heersend verkeersbeeld van de Noordenseweg.

5.8 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijzigingen hebben met name betrekking op aanvragen waarbij een vormvrije-m.e.r. beoordeling aan de orde is. Het bevoegd gezag moet zich er nog steeds van vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben , dit wordt ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat elk besluit of plan gecheckt moet worden met de activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Deze lijst geeft aan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. Ruygeborg II | Eelerwoude | 37

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op basis van de beschikbare informatie wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige milieueffecten met zich meebrengt. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in grondverzet over een oppervlakte van 24,65 hectare. Het totale plangebied voor Ruygeborg beslaat een oppervlakte van 163 hectare. De vrijkomende grond wordt grotendeels gebruikt om nieuwe kades en verhoogde paden en een aantal watergangen te dempen. Ontgrondingen zijn op grond van onderdeel D, onder 16.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. formeel m.e.r.beoordelingsplichtig indien de ontgronding de bij dit onderdeel aangegeven drempelwaarde van 12,5 hectare overschrijdt. Zoals aangeven is de ontgronding met een oppervlak van circa 24,65 hectare boven de genoemde drempelwaarde maar blijft onder de drempelwaarde van de m.e.r.-plichte grens van 25 ha uit de C-lijst. In dit geval wordt volstaan met het opstellen van een formele m.e.r.-beoordeling. Daarnaast is er sprake van een activiteit op grond van onderdeel D, onder 9, ‘een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan’ daar er sprake is van een functiewijziging van gronden. Het gehele plangebied bevat 163 hectare waarbij voor ca. 82 hectare gronden in afwijking op het bestemmingsplan worden gebruikt.

Daarmee wordt ruim onder de drempelwaarde gebleven van 125 hectare die te vinden is in kolom 2. Omdat ook onder de drempelwaarde belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De aanmeldingsnotitie m.e.r.beoordeling van de ontgrondingsactiviteit is toegevoegd als bijlage van deze onderbouwing (bijlage 11). De wijzigingen van het Besluit m.e.r. 2017 hebben geen gevolgen voor de ontwikkeling. Voor de activiteit D16.1 (ontgronden) is de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling ingediend bij het bevoegd gezag (provincie Zuid-Holland), gemandateerd aan Omgevingsdienst Haaglanden, omdat het een ontgronding betreft in de zin van de Ontgrondingenwet. De provincie zal daarom een m.e.r.-beoordelingsbesluit moeten nemen ten behoeve van de ontgrondingsvergunning, uiterlijk voor het verlenen van de vergunning. Daarnaast is er ook sprake van activiteit D9 (landinrichtingsproject) die planologisch mogelijk wordt gemaakt met een omgevingsvergunning, in afwijking van het bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo), hiervoor is gemeente Nieuwkoop (gemandateerd aan Omgevingsdienst West-Holland) bevoegd gezag. Ook hier dient een m.e.r.-beoordelingsbesluit voor te worden genomen, uiterlijk voor het verlenen van de vergunning.

Op basis van de analyse en beoordelingen in de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling kan gesteld worden dat de functiewijziging en ontgraving ten behoeve van de natuurontwikkeling Ruygeborg II niet leidt tot belangrijk nadelige milieueffecten. Dit omdat geen wezenlijke negatieve effecten optreden, dan wel voorkomen/beperkt kunnen worden met mitigerende maatregelen. Het plan Ruygeborg II heeft positieve effecten op de natuur, het watersysteem en de recreatieve mogelijkheden in het gebied en de omgeving. De conclusie luidt dan ook dat er geen noodzaak is om een m.e.r.- procedure te doorlopen. Het is aan het bevoegd gezag (gemeente Nieuwkoop voor de omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan en provincie Zuid-Holland voor de ontgrondingsvergunning) hier een formeel m.e.r.-beoordelingsbesluit over te nemen voorafgaand aan het vaststellen van het ruimtelijk besluit (omgevingsvergunning en ontgrondingsvergunning)

Ruygeborg II | Eelerwoude | 38

5.9 Conclusie In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen milieubelemmeringen met zich meebrengt.

Ruygeborg II | Eelerwoude | 39

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid wordt beschreven.

6.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Geconstateerd is dat er geen omgeving- en milieukundige belemmeringen zijn. Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Communicatie en participatie met de omgeving Om tot een gedragen ontwerp te komen is er veel afstemming geweest met de omgeving en belanghebbenden. Er zijn vanaf 2016 diverse inloopavonden georganiseerd waarbij de stand van zaken omtrent het project en het ontwerp werden gepresenteerd en betrokken partijen hun input konden geven. In 2017 heeft een aantal grondeigenaren zelf het schetsontwerp voor Ruygeborg II gemaakt. Wat na een presentatie tijdens een inloopavond is goedgekeurd door de Stuurgroep. Het schetsontwerp is vervolgens door het projectteam verder uitgewerkt met concrete inrichtingsmaatregelen waarbij, waar mogelijk, rekening is gehouden met de reacties hierop. Dit alles heeft geleid tot het inrichtingsplan. Ook is er een adviesgroep samengesteld met afvaardiging uit de directe omgeving, die op reguliere basis worden geïnformeerd over de actualisaties en aanpassingen van het ontwerp en worden bevraagd over eventuele afwegingen. Daarnaast wordt vanuit het project regelmatig een nieuwsbrief rondgestuurd waarmee geïnteresseerden worden geïnformeerd over de ontwikkelingen, stand van zaken en de planning.

Vooroverleg Provincie Zuid-Holland is nauw betrokken bij de planvorming en voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt voorgelegd voor vooroverleg. Een overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft plaatsgevonden.

Zienswijzen Het ontwerp van de omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Na die termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.

6.4 Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling betreft een overheidsinitiatief dat door de initiatiefnemer wordt gefinancierd. De kosten die zijn gemoeid met de ruimtelijke procedure worden op grond van de legesverordening bij de initiatiefnemer in rekening gebracht. Er wordt een planschadeovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Gezien het voorgaande wordt geen aanleiding gezien om een exploitatieplan vast te stellen.

Ruygeborg II | Eelerwoude | 40

6.5 Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaarheid is. De voorgenomen ontwikkeling kan dus worden gerealiseerd.

Ruygeborg II | Eelerwoude | 41

Bijlagen/literatuurlijst Bijlage 1 - Inrichtingsplan Bijlage 2 - Toets wet natuurbescherming 24 juli 2023 Bijlage 3 – Nader onderzoek ‘Onderzoek naar voorkomen van diverse doelsoorten’ Bijlage 4 – Nader onderzoek ‘Onderzoek naar beschermde amfibieën (heikikker en de rugstreeppad)’ Bijlage 5 - Stikstofdepositie-onderzoek d.d. 18 juli 2023 Bijlage 6 – Archeologisch onderzoek Bijlage 7 - Inventarisatie opbarstrisico aanleg watergangen Ruygeborg II d.d. 26 mei 2023 Bijlage 8 - Watertoets Bijlage 9 - Verkennend bodemonderzoek Bijlage 10 - Nader bodemonderzoek Bijlage 11 – Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling d.d. 26 mei 2023 Bijlage 12 – Technische inrichtingstekeningen

Ruygeborg II | Eelerwoude | 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=c153a83b-c31f-41ec-a26d-33252a0bd816