Concept Verordening Jeugdhulp gemeente Nieuwkoop 2026 leidse versie
Tekst van het document
Een besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen drie maanden na het afgeven van het besluit is gestart met de zorg of als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het college houdt rekening met persoonlijke omstandigheden bij het bepalen van een betalingsregeling.
Artikel 9.3 Melding misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude 1. Het college heeft een meldpunt waar professionals, ouders en derden signalen kunnen melden. 2. Het college onderzoekt meldingen onafhankelijk. 3. Indien fraude is vastgesteld, kan het college: a. aangifte doen; b. samenwerking beëindigen; c. bedragen terugvorderen. Artikel 9.4 Overige maatregelen ter voorkoming van oneigenlijk gebruik, misbruik 1. Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties.
2. Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over het monitoren van de gemiddelde trajectduur tijdens de looptijd van een contract. 3. Het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over mogelijk misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld. Meldingen worden verwerkt en opgevolgd met inachtneming van geldende wet- en regelgeving, waaronder de AVG. Artikel 9.5 Toezicht op recht- en doelmatigheid bij individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s 1. Het college wijst één of meer toezichthouders aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening, de toekenningsbeschikking, beleidsregels en – voor zover van toepassing – contractuele afspraken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de beoordeling van de rechtmatige en doelmatige inzet en besteding van individuele voorzieningen en pgb’s, waaronder de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. 2. Het college onderzoekt met inachtneming van de Jeugdwet en de daarop gebaseerde regelgeving, de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen en de naleving van de door de gemeente gestelde kwaliteitseisen.
Onder ‘kwaliteitseisen’ wordt in dit artikel verstaan: eisen die door of namens de gemeente zijn gesteld in of krachtens deze verordening, beleidsregels, de toekenningsbeschikking en/of contractuele afspraken, voor zover deze zien op rechtmatigheid, doelmatigheid en controleerbaarheid (zoals administratie- en verantwoordingsverplichtingen, VOG-eisen, meldplichten en planmatige vastlegging/evaluatie), en niet op de professionele standaard of zorginhoudelijke kwaliteit. 3. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. 4. De aangewezen toezichthouder beschikt over de bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (AwB) en maakt daarvan uitsluitend gebruik voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitoefening van het toezicht (evenredigheid). Daaronder vallen in ieder geval: a. het vorderen van inlichtingen; b. het vorderen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden (waaronder – indien relevant – administratie- en verantwoordingsgegevens, declaratie- en betaalgegevens, zorgovereenkomsten en pgb-administratie); c. het vorderen dat betrokkene zich identificeert (d.m.v. inzage van een identiteitsbewijs) en het betreden van plaatsen voor zover de Awb dat toestaat. 5.
Eenieder is verplicht aan de toezichthouder de medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. 6. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van het toezicht, waaronder werkwijze, informatie-uitwisseling, proportionaliteit, verslaglegging en gegevensbescherming. 7. Het toezicht door het college en de toezichthouder ziet uitsluitend op de naleving van deze verordening, de toekenningsbeschikking, beleidsregels, contractuele afspraken en de rechtmatige en doelmatige inzet van voorzieningen en persoonsgebonden budgetten en omvat geen toezicht op de professionele of zorginhoudelijke kwaliteit (professionele standaard).
Hoofdstuk 10 – Kwaliteit en meldplichten jeugdhulpaanbieders Artikel 10.1 Voorwaarden aan jeugdhulpaanbieders 1. Er wordt geen individuele voorziening ingezet bij jeugdhulpaanbieders indien: a. de jeugdhulp hoofdzakelijk buiten Nederland wordt verleend, tenzij het college hiervoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend. Toestemming kan slechts worden verleend indien is voldaan aan voorwaarden inzake: i. aantoonbare noodzaak in het individuele geval, ii. borging van kwaliteit, toezicht en controleerbaarheid, iii. een begrensde duur en afspraken over evaluatie en beëindiging. b. misbruik of oneigenlijk gebruik is vastgesteld; c. er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de integriteit van de jeugdhulpaanbieder. Hiervan is in ieder geval sprake indien de jeugdhulpaanbieder in de vier jaar voorafgaand aan het moment van beoordeling door het college: i. onherroepelijk is veroordeeld wegens, of een strafbeschikking is opgelegd voor, strafbare feiten die de veiligheid of kwaliteit van jeugdhulp in gevaar kunnen brengen; ii. een bestuurlijke boete opgelegd heeft gekregen of een handhavingsmaatregel opgelegd heeft gekregen (zoals een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom), voor zover deze maatregel(en) verband houden met kwaliteit, veiligheid of rechtmatigheid van jeugdhulp; iii.
aantoonbaar niet voldoet aan wettelijke kwaliteitseisen of toezichtvereisten die voor de verleende jeugdhulp gelden. iv. de jeugdhulpaanbieder zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de jeugdhulpaanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of er meerdere incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn/haar functie. Een jeugdhulpaanbieder dient financieel gezond te zijn en er dient aan de financiële verplichtingen voldaan te worden, zodat de continuïteit van de zorg voor de jeugdige voldoende gewaarborgd is. De jeugdhulpaanbieder kan worden gevraagd de meest recente jaarrekening te overleggen. In het geval van een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid kan om een balans of resultatenrekening gevraagd worden, waaruit in ieder geval de gerealiseerde omzet en kosten gesplitst naar personele kosten en materiële kosten zijn opgenomen. 2. Het college kan afzien van inzet van een individuele voorziening bij een jeugdhulpaanbieder indien ten aanzien van die aanbieder, een actieve aanwijzing of herstelopdracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd loopt, voor zover dit relevant is voor de veiligheid, kwaliteit of continuïteit van de in te zetten jeugdhulp. 3.
Er wordt geen pgb verstrekt ten behoeve van inzet van een jeugdhulpaanbieder van wie in de vijf jaar voorafgaand aan het moment van beoordeling het contract met de jeugdhulpregio is ontbonden wegens het niet voldoen aan contractuele voorwaarden, voor zover dit relevant is voor kwaliteit, veiligheid of rechtmatigheid.
4. Voordat het college toepassing geeft aan dit artikel, baseert het college zich op verifieerbare feiten en omstandigheden, stelt het de jeugdhulpaanbieder in de gelegenheid te reageren (hoor en wederhoor) en motiveert het college waarom inzet van jeugdhulp via deze aanbieder niet verantwoord is gelet op de belangen van de jeugdige en de vereiste proportionaliteit. 5. Een jeugdhulpaanbieder neemt, voor zover van toepassing, de regels in acht van de Wet normering topinkomens en de regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp. Artikel 10.2 Kwaliteitseisen aan jeugdhulpaanbieders 1. Jeugdhulpaanbieders leveren jeugdhulp volgens: a. wettelijke kwaliteitseisen Jeugdwet; b. contractuele afspraken; c. professionele standaarden; d. veiligheidseisen; e. verplichtingen voor dossiervorming; f. verplichtingen voor rapportage aan het college. 2. Jeugdhulpaanbieders handelen volgens het principe: "eerst algemeen, dan individueel; eerst licht, dan zwaar; eerst kort, dan langdurig." 3. Jeugdhulpaanbieders werken samen met andere professionals en domeinen waar nodig. 4. Het college stelt nadere regels over kwaliteitscriteria, rapportage-eisen en toezicht. Artikel 10.3 Afbakening toezicht kwaliteit 1. Het toezicht op de professionele en inhoudelijke kwaliteit en veiligheid van de jeugdhulp berust bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). 2.
Het toezicht door het college is beperkt tot de naleving van deze verordening, de toekenningsbeschikking, beleidsregels, contractuele afspraken en de rechtmatige en doelmatige besteding van gemeentelijke middelen. Artikel 10.4 Klachten en medezeggenschap 1. Jeugdhulpaanbieders hebben een toegankelijke klachtenregeling volgens de Jeugdwet. 2. Jeugdhulpaanbieders zorgen voor medezeggenschap van jeugdigen en ouders. 3. Het college kan jeugdhulpaanbieders aanspreken indien klachtenstelsels onvoldoende functioneren. Artikel 10.5 Kwaliteitsregistraties 1. Jeugdhulpaanbieders registreren de geleverde hulp in een daartoe bestemd kwaliteitsregistratiesysteem. 2. Het college stelt nadere regels over de inhoud en wijze van registratie.
3. Jeugdhulpaanbieders werken mee aan landelijke kwaliteitsmetingen en leveren daartoe de gevraagde gegevens aan. Artikel 10.6 Deskundigheidseisen 1. Jeugdhulpaanbieders zorgen voor voldoende deskundig personeel dat beschikt over de voor de functie vereiste opleiding, ervaring en competenties. 2. Jeugdhulpverleners beschikken over een voor de functie passend opleidingsniveau en onderhouden hun deskundigheid door bij- en nascholing. 3. Het college kan nadere regels stellen over specifieke deskundigheidseisen per type jeugdhulp. 4. Jeugdhulpaanbieders tonen desgevraagd aan dat zij voldoen aan de gestelde deskundigheidseisen. Artikel 10.7 Meldplicht calamiteiten en geweld 1. Jeugdhulpaanbieders melden calamiteiten conform artikel 4.1.8 Jeugdwet direct aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). 2. Jeugdhulpaanbieders melden geweld in afhankelijkheidsrelaties aan IGJ én het college. 3. Jeugdhulpaanbieders informeren het college over maatregelen die worden getroffen naar aanleiding van calamiteiten of geweld. Artikel 10.8 Meldplicht onveiligheid bij jeugdigen 1. Jeugdhulpaanbieders en professionals melden signalen van duurzame onveiligheid bij Veilig Thuis. 2. Een melding laat – indien noodzakelijk – hulpverlening of ondersteuning niet wachten. 3. Het college kan nadere regels stellen voor samenwerking bij veiligheidsproblematiek.
Artikel 10.9 Verplichte rapportage aan het college 1. Jeugdhulpaanbieders rapporteren tijdig over: a. voortgang; b. effectmeting; c. veiligheidsrisico's; d. niet behaalde resultaten; e. stagnatie; f. beëindiging hulp. 2. Jeugdhulpaanbieders gebruiken rapportagemiddelen die door het college worden vastgesteld. Artikel 10.10 Administratie en dossiervorming
1. Jeugdhulpaanbieders houden een dossier bij dat voldoet aan wettelijke en contractuele eisen. 2. Dossiers moeten inzicht geven in: a. doelen en resultaten; b. uitgevoerde handelingen c. evaluaties; d. veiligheidssignalen; e. voortgangsrapportages. 3. Het college mag inzage vragen voor zover wettelijk toegestaan. Hoofdstuk 11 – Cliëntondersteuning, vertrouwenspersoon, klachten, privacy, inspraak en medezeggenschap Artikel 11.1 Onafhankelijke cliëntondersteuning 1. Het college zorgt voor toegankelijke, laagdrempelige en kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning voor jeugdigen en ouders. 2. De onafhankelijke cliëntondersteuner ondersteunt bij: a. het formuleren van de hulpvraag en ondersteuningsbehoefte; b. het navigeren in het jeugdhulpstelsel; c. het voeren van regie over de ondersteuning; d. het indienen van een aanvraag voor jeugdhulp; e. het beoordelen en begrijpen van beschikkingen; f. het voorbereiden van gesprekken met het college of jeugdhulpaanbieders. 3. De ondersteuning is kosteloos, onafhankelijk van het college en vrij toegankelijk voor alle jeugdigen en ouders. 4. Het college wijst jeugdigen en ouders bij het eerste contact op het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning. Artikel 11.2 Vertrouwenspersoon 1. Jeugdigen en ouders hebben recht op ondersteuning door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. De vertrouwenspersoon biedt ondersteuning bij: a.
het indienen van klachten over jeugdhulp; b. het voeren van gesprekken met het college of jeugdhulpaanbieders; c. het begeleiden in formele procedures; d. het zoeken naar oplossingen voor problemen in de zorgrelatie; e. het ondersteunen bij geschillen. 3. Het college zorgt voor een deugdelijke bekendmaking van de beschikbaarheid van de vertrouwenspersoon. Artikel 11.3 Klachtregeling 1. Het college behandelt klachten van jeugdigen en/of ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling door of namens het college van jeugdhulpvragen en
aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de bepalingen van de vastgestelde regeling van klachtenbehandeling. 2. Jeugdhulpaanbieders beschikken over een toegankelijke klachtenregeling die voldoet aan de eisen van de Jeugdwet. 3. Het college ziet toe op de kwaliteit en toegankelijkheid van de klachtenregelingen van jeugdhulpaanbieders. Artikel 11.4. Informatie-uitwisseling en privacy 1. Het college verwerkt persoonsgegevens volgens AVG en Jeugdwet. 2. Informatie-uitwisseling tussen onder meer college, jeugdhulpaanbieders, onderwijs, medisch domein en een Gecertificeerde Instelling vindt alleen plaats indien: a. noodzakelijk; b. proportioneel; c. rechtmatig; d. met toestemming, tenzij de wetgeving anders bepaalt. 3. Samenwerking in casuïstiek moet altijd privacy-proof en veiligheid-secuur zijn. Artikel 11.5 Inspraak en medezeggenschap 1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2.
Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aandragen, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 4. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid. Hoofdstuk 12 – Slot- en overgangsbepalingen Artikel 12.1 Evaluatie 1. Het college evalueert deze verordening binnen drie jaar na inwerkingtreding. 2. De evaluatie richt zich in ieder geval op de doeltreffendheid en uitvoerbaarheid van de verordening. 3. Het college betrekt jeugdigen, ouders, jeugdhulpaanbieders en andere betrokkenen bij de evaluatie. Artikel 12.2 Hardheidsclausule
1. Het college kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van deze verordening als strikte toepassing leidt tot onbillijke of onbedoelde gevolgen. 2. Afwijking geschiedt slechts na zorgvuldige afweging en wordt schriftelijk gemotiveerd. Artikel 12.3 Nadere regels 1. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van deze verordening. 2. Nadere regels mogen niet in strijd zijn met: a. de Jeugdwet; b. het Besluit Jeugdwet; c. de Regeling Jeugdwet; d. de bedoeling van deze verordening. 3. Nadere regels worden bekendgemaakt op een daartoe geschikte wijze. Artikel 12.4 Overgangsrecht 1. Het recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening sociaal domein Nieuwkoop 2015 blijft bestaan totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 2. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het eerste lid indien dit noodzakelijk is voor een goede continuïteit van zorg. 3. Deze verordening is van toepassing op beslissingen op bezwaarschriften die na de inwerkingtreding hiervan worden genomen. Artikel 12.5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 september 2026 Artikel 12.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening Jeugdhulp gemeente Nieuwkoop 2026."
Vastgesteld door de raad van de gemeente Nieuwkoop op xxx
E.R Holthe
R.J van Duijn
Griffier
voorzitter
Bijlage 1
Opgroeien en Opvoeden NJI