Coalitieakkoord 2026-2030
Tekst van het document
28
Coalitieakkoord 2026 - 2030
en planning. Wij gaan vervolgens toetsen én begeleiden. Dat vraagt om een houding die minder procedureel is en meer gericht op oplossingen. Waar mogelijk verkorten we procedures en formulieren, we beoordelen regels en vergunningen kritisch op noodzaak en vervangen die waar mogelijk door eenvoudiger algemene regels of een meldingsplicht.
De kracht van participatie
Wij verwachten van het college dat zij participatietrajecten vooraf duidelijker afbakenen met heldere spelregels, een realistisch tijdpad en zichtbare terugkoppeling. De Omgevingswet stelt wettelijke verplichtingen aan participatie. Daarnaast vraagt niet ieder onderwerp om hetzelfde traject en niet elk proces kan eindeloos worden opgerekt. Juist die helderheid maakt participatie sterker. Tegelijk spreken wij ook duidelijk uit dat participatie geen doel op zich is. Meedenken moet zin hebben, maar processen moeten ook doorgaan. Daarom willen wij in deze bestuursperiode meer duidelijkheid over de rol van participatie, de ruimte voor invloed en het moment waarop het bestuur knopen doorhakt. De inzet blijft dat inwoners merken dat hun kennis en betrokkenheid ertoe doen. Het gemeentebestuur neemt verantwoordelijkheid voor besluitvorming en uitvoering. Bij grotere, ingrijpende en uitzonderlijke besluiten willen wij ruimte houden voor extra inwonersbetrokkenheid. Met name als het om keuzes gaat die het karakter van een dorp of van onze gemeente blijvend kunnen veranderen.
Wij willen een gemeente die koersvast bestuurt en wendbaar uitvoert. Dat betekent dat wij niet ieder nieuw idee of iedere extra wens automatisch vertalen in nieuw beleid of nieuwe projecten. Nieuwe ambities toetsen we op noodzaak, uitvoerbaarheid, samenhang en capaciteit. We willen af van de reflex om op ieder probleem een nieuwe laag beleid, overleg of administratie te zetten. We worden scherper in wat echt nodig is en wat daadwerkelijk bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven van onze gemeente. Wij geven het college de opdracht om werkprocessen te vereenvoudigen, onnodige interne schakels terug te dringen en beter te sturen op doorlooptijden en resultaten. Wanneer bestuur en organisatie focus houden en opgaven slim combineren, ontstaat meer effect. Dan kan één investering bijdragen aan meerdere doelen tegelijk.
Slimmer werken en gericht moderniseren
We gaan de komende jaren slimmer werken. Daarom werken we verder aan digitalisering, procesverbetering en beter gebruik van data. Hierdoor kunnen we inwoners sneller en beter helpen. Wij willen eerder zicht hebben op knelpunten, doorlooptijden, werkvoorraden en maatschappelijke ontwikkelingen. Zo kunnen we tijdig bijsturen. Nieuwe technologische mogelijkheden, waaronder kunstmatige intelligentie, zijn daarbij behulpzaam. Wij willen die ontwikkeling zorgvuldig toepassen. Technologie is daarbij ondersteunend aan vakmanschap en menselijke afwegingen. Daarbij investeren we naast systemen, ook in mensen, vaardigheden en goed leiderschap. Een moderne organisatie is digitaal vaardig, lerend en weerbaar.
Koersvast bestuur en focus in de uitvoering De komende jaren zijn bepalend voor de uitvoeringskracht van onze gemeente. De opgaven nemen toe, terwijl capaciteit, expertise en financiële ruimte onder druk staan. Daarom kiezen wij nadrukkelijk voor bestuurlijke focus en regie.
29
Een toekomstgerichte en minder kwetsbare organisatie
Wij zien dat de organisatie op onderdelen kwetsbaar is wanneer kennis of verantwoordelijkheid te veel bij enkele medewerkers ligt. In een tijd van krapte op de arbeidsmarkt en toenemende complexiteit is dat een reëel risico. Deze bestuursperiode willen we de kwetsbaarheid in onze organisatie verminderen. We brengen in beeld bij welke functies, processen en beleidsterreinen de afhankelijkheid van enkele medewerkers te groot is en maken per onderdeel een aanpak voor borging, vervanging en samenwerking. Daarbij maken wij bewustere keuzes in wat wij als gemeente zelf
blijven doen en wat wij slimmer organiseren met andere gemeenten, in de regio of via uitbesteding. Waar specialistische kennis, continuïteit of schaalvoordeel nodig zijn, kiezen wij actief voor samenwerking, regionalisering of uitbesteding van taken. Zo versterken wij de kwaliteit van de uitvoering en zetten wij schaarse capaciteit doelmatiger in. Tegelijk investeren wij in de onderdelen waar lokale kennis, korte lijnen en maatwerk het verschil maken. Dienstverlening aan inwoners, gebiedsgericht werken en de verbinding met dorpen, ondernemers en verenigingen blijven dichtbij en herkenbaar. Daarom houden wij lokaal wat lokaal moet en organiseren wij slimmer wat niet per se lokaal hoeft.
Regionale samenwerking die werkt voor onze gemeente
We werken regionaal samen bij opgaven waar we te klein zijn om alleen het verschil te maken, maar groot genoeg om een duidelijke positie in te nemen. Voor ons gaat het daarbij in het bijzonder om jeugdzorg, preventie, woningbouw, economie en duurzaamheid. Op deze thema’s willen wij regionaal en richting provincie en het Rijk krachtiger lobbyen voor wat onze gemeente nodig heeft. Dat betekent lobby voor voldoende plancapaciteit en ontwikkelruimte voor woningbouw, voor maatwerk bij bedrijventerreinen en economische ontwikkeling en voor realistische en uitvoerbare keuzes in de energietransitie en verduurzaming. Ook willen wij in regionale samenwerking actief kansen benutten voor subsidies, investeringen en gezamenlijke projecten die onze dorpen sterker maken. Bij gemeenschappelijke regelingen willen wij meer grip en transparantie. Wij kiezen voor een actieve en zelfbewuste opstelling in de regio. We werken constructief samen en zijn ook duidelijk waar onze belangen onder druk komen te staan. Acties of keuzes van andere gemeenten zijn voor ons niet vanzelfsprekend leidend. Soms mogen we daarin steviger optreden en nadrukkelijker voor de eigen positie staan met oog voor het bredere regionale belang. Door over de eigen grenzen heen te kijken, borgen we de toekomst binnen onze eigen grenzen. Wij kiezen voor een regio die verbindt, versterkt en vooruitgang boekt.
Uitgangspunt blijft voor ons: lokaal wat lokaal kan, samen waar samen echt meerwaarde geeft.
Veiligheid, toezicht en handhaving
Een veilige gemeente vraagt om een gemeente die betrouwbaar, benaderbaar en consequent is. Wij willen dat inwoners, ondernemers en recreanten zich veilig voelen in hun straat, wijk, op het water en in de openbare ruimte. Daarom blijven wij investeren in openbare orde en veiligheid, in een sterk team van toezicht en handhaving en in nauwe samenwerking met politie, boa’s, zorgpartners, jongerenwerk, Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) en de regio. De opgaven van de afgelopen jaren blijven leidend: onder-
30
Coalitieakkoord 2026 - 2030
mijning, jeugd en veiligheid, zorg en veiligheid, leefbaarheid en overlast en toezicht op de fysieke leefomgeving. Handhavend optreden is belangrijk, net als uitleggen, meedenken en verwachtingen helder maken. Zo zorgen we voor een gemeente die niet wegkijkt, maar optreedt waar het moet en nabij is waar het kan. Onze inzet blijft dat we handhaving zorgvuldig en met de menselijke maat toepassen. Dat betekent: eerst het gesprek, gemeentebrede consistente regels, goede uitleg en redelijke termijnen en daarna waar nodig bestuursrechtelijk optreden. Daarbij hoort een gemeente die toegankelijk is voor vragen, signalen en zorgen.
Weerbaarheid versterken
Een veilige gemeente vraagt ook om weerbaarheid. Wij willen dat onze gemeente voorbereid is op ontwrichtende situaties en crises. We zijn in staat om in een crisissituatie ten minste 72 uur
31
te blijven functioneren. Weerbaarheid gaat daarbij over fysieke veiligheid én mentale, sociale en maatschappelijke weerbaarheid. Dat vraagt niet alleen iets van ons, maar vooral ook van de samenleving. In een crisis kan de gemeente niet alles alleen oplossen. Daarom zetten wij in op samenredzaamheid: inwoners, verenigingen, ondernemers en maatschappelijke netwerken die weten wat zij kunnen doen als de druk toeneemt. Wij willen deze opgave zo praktisch mogelijk vormgeven. Dat betekent dat we in beeld brengen wat er al is aan crisisaanpak, calamiteitenplannen, scenario’s en samenwerking. Dit vertalen we in een concreet plan van aanpak voor de organi-
32
Coalitieakkoord 2026 - 2030
satie én de samenleving. Deze aanpak vraagt om een gerichte investering en een duidelijke koers. Daarbij benutten we alle expertise uit de samenleving. Dat doen we door een klankbordgroep weerbaarheid op te richten met mensen met kennis en ervaring, zoals veteranen, reservisten en andere deskundigen uit onze gemeenschap.
Financiën op orde
We zijn nu een financieel gezonde gemeente, maar de marges zijn smal. De begroting is tot en met 2028 structureel in evenwicht. Vanaf 2029 neemt de druk echter toe door lagere rijksbijdragen en het ravijn dat dan voelbaar wordt. Daarom
kiezen wij voor een solide en realistische begroting. Het uitgangspunt is structureel evenwicht met blijvende aandacht voor risicobeheersing en het behoud van een gezonde financiële positie. Nieuwe ambities en investeringen nemen we alleen op als ze goed zijn onderbouwd en financieel haalbaar en houdbaar zijn. Investeren is soms noodzakelijk, maar leidt altijd tot hogere lasten door rente, afschrijving en beheer. Daarom kiezen wij voor prioritering en fasering. We reserveren op tijd budget voor noodzakelijke investeringen die op de lange termijn maatschappelijke en financiële waarde toevoegen. Bij woningbouwprojecten sturen wij op een gezonde grondexploitatie over het totaal
van de projecten. Daarbij moet het gezamenlijke resultaat van de grondexploitaties positief zijn. Wij blijven alert op financiële risico’s en op de beperkte beïnvloedbaarheid van de begroting. Slechts een beperkt deel van onze uitgaven kunnen we echt vrij sturen. Daardoor hebben onze keuzes altijd gevolgen voor het voorzieningenniveau of de dienstverlening. Ons uitgangspunt is dat lasten voor inwoners en ondernemers niet harder stijgen dan inflatie. Leges, heffingen en tarieven blijven waar passend kostendekkend. Als de financiële situatie daarom vraagt, zoeken wij eerst naar versobering of herschikking van projecten en naar scherpere keuzes in planning en uitvoering.
33