Brief 9 oktober 2007 PZH inzake verklaring van geen bezwaar
Tekst van het document
Gedeputeerde Staten
HOLLAND Burgemeester en Wethouders van de in Zuid-Holland gelegen gemeenten
Directie Ruimte en Mobiliteit Afdeling Ruimte en Wonen Contact mw I.T.F. Vermeulen T 070-441 6917 F 070 - 441 78 63 itf.vermeulen@pzh.nl Postadres Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070-441 6611 www.zuid-holland.nl Datum
- 9 OKI. 2007
Ons kenmerk PZH-2007-456952 Uw kenmerk
Onderwerp
Herformulering beleid ten aanzien van de toepassing van artikel 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Geacht college, Artikel 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt de mogelijkheid dat wij, in overeenstemming met de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening, een aantal categories van gevallen aangeven waarvoor u zelfstandig vrijstelling kunt verlenen van het bestemmingsplan. In die situaties is een afzonderlijke verklaring van geen bezwaar van ons college als bedoeld in artikel 19, lid 1, van de WRO niet meer vereist. Op 19 december2006, kenmerk DRM/ARW/06/12581, verleenden wij u daarom op basis van artikel 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een - door ons zo genoemde - bijzondere verklaring van geen bezwaar en maakten wij kenbaar onder welke voorwaarden wij bereid zouden zijn op basis van dat wetsartikel een zogenaamde specifieke verklaring van geen bezwaar te verlenen.
Bezoekadres Zuid-Holiandplein 1 2596 AW Den Haag Tram 9 en bus 65 stoppen bij het provinciehuis. Vanaf station Den Haag CS is het tien minuten (open. De parkeerruimte voor auto's is beperkt.
Inmiddels heeft echter de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 27 juni 2007, zaaknummer 20060692/1, het standpunt ingenomen dat de specifieke verklaring van geen bezwaar niet gezien kan worden als een aanwijzing van een categorie van gevallen als bedoeld in artikel 19, lid 2, van de WRO, zodat geen bevoegdheid zou bestaan om op basis van die verklaring vrijstelling te verienen. De Afdeling heeft daarbij met name het oog gehad op de bewoordingen van de door ons afgegeven specifieke verklaringen van geen bezwaar. De opvatting van de Afdeling dat geen sprake is van een categorieaanwijzing als bedoeld in artikel 19, lid 2, van de WRO onderschrijven wij niet. De categorieaanwijzing heeft plaatsgevonden bij ons bovenbedoelde besluit van 19 december 2006 en staat daarin omschreven. Het betreft de categorieen genoemd onder A en B in de bij de brief van 19 december 2006 behorende notitie. Wei kunnen wij ons bij nader inzien voorstellen dat het gebruik van de termen "specifieke verklaring van geen bezwaar" en "bijzondere verklaring van geen bezwaar" tot verwarring kan
Ons kenmerk PZH-2007-456952
HOLLAND
leiden omdat daardoor onbedoeld een associatie kan ontstaan met de verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 19, lid 2, van de WRO. Om verdere misverstanden op dat punt te voorkomen, hebben wij dan ook, in overeenstemming met de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening, besloten ons beleid opnieuw te fornnuleren op een wijze en met een terminologie die beter aansluit bij de huidige wettekst. Wij hebben dan ook heden op basis van artikel 19, lid 2, van de WRO een aantal categorieen van gevallen aangewezen. Deze categorieen staan benoemd in het bij deze brief gevoegde document "Aanwijzing van categorieen van gevallen als bedoeld in artikel 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening". De reikwijdte van ons beleid is overigens niet gewijzigd: de situaties waarvoor op grond van de "nieuwe" categorieaanwijzing vrijstelling kan worden verieend zijn dezelfde als waarvoor op basis van de voormalige bijzondere en specifieke verklaring van geen bezwaar vrijstelling kon worden verieend. Wei zijn enkele gebleken onduidelijkheden in de begripsbepalingen bij de voormalige bijzondere verklaring van geen bezwaar verhelderd. Wij maken u er verder op attent dat het nieuwe beleid op onderdelen ook gevolgen heeft voor onze werkwijze.
Tot dusverre ontving u van ons na het artikel 10 Bro-overteg een afzonderiijke brief waarin wij aangaven voor welke onderdelen van een voorontwerpbestemmingsplan u op basis van artikel 19, lid 2, van de WRO vrijstelling kon verlenen (de zogenaamde specifieke verklaring van geen bezwaar). In het vervolg zullen wij bij de provinciale reactie ex artikel 10 Bro aangeven voor welke planonderdelen vrijstelling mogelijk is. Voor een nadere uiteenzetting verwijzen wij u naar het bijgevoegde document. Ons nieuwe beleid zal in werking treden na publicatie in het Provinciaal blad. Wij zullen u zo spoedig mogelijk publicatiedatum en nummer van het blad laten weten. Tevens zullen wij zorg dragen voor publicatie in Staatscourant en regionale bladen. Met ingang van de inwerkingtreding van ons nieuwe beleid vervalt het beleid ten aanzien van artikel 19, lid 2, van de WRO zoals vastgesteld op 19 december 2006. Wei besluiten wij - om onnodige extra procedures te voorkomen - dat reeds verieende specifieke verklaringen van geen bezwaar waarvan de geldingsduur nog niet is verstreken met ingang van de inwerkingtreding van het nieuwe beleid geacht worden te vallen onder categorie A van ons nieuwe beleid (ontwikkelingen die passen in een (voor)ontwerp ruimtelijk plan dat de instemming van de provincie en de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening heeft).
De uiterste datum voor het verlenen van vrijstelling blijft voor die gevallen de datum waarop de oorspronkelijke specifieke verklaring van geen bezwaar zou zijn vervallen. Voorts verlenen wij u hierbij opnieuw een algemene verklaring van geen bezwaar ex artikel 51, lid 3, van de Woningwet voor die projecten waarvoor op basis van categorie B en C van het nieuwe beleid vrijstelling kan worden verieend. Die verklaring treedt gelijktijdig in werking met het nieuwe beleid en vervangt vanaf dat moment de eerder afgegeven algemene verklaring ex artikel 51, lid 3, van de Woningwet.
2/3
Ons kenmerk PZH-2007-456952 provincieT| OT j A!STD
ZUID
Ten slotte herinneren wij u - voor zover nodig - wederom aan ons eerdere verzoek om ons jaariijks overzichten van de door u verieende vrijstellingen ex artikel 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toe te zenden. Wij vertrouwen erop u met het bovenstaande voldoende te hebben ingelicht.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, secretaris,
voorzitter,
p— M.H.J. van Wieringen-Wagenaar
J. Fransse
"VERZONDEN 3 1OKI. 2007
Afschrift aan: - de VROM-lnspectie regio Zuid-West, Postbus 29036, 3001 GA Rotterdam. 3/3