CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 8 Ecologisch vervolgonderzoek

Meningsvormende raad I 4 november 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buytewech-Noord6.146 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

G&G‐rapport 2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop Ecologisch vervolgonderzoek naar beschermde soorten en gevolgen van stikstofemissie in het kader van de Wet natuurbescherming

R. de Beer

2017

Opdrachtgever Gemeente Nieuwkoop

G&G‐rapport 2017‐40

Versie Concept Eindrapport

Datum 28 september 2017 27 november 2017

Bovendijk 35‐G

Hazenkoog 35‐A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

3

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 4

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 5

1.3

Ligging van het onderzoeksgebied .......................................................................... 5

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................ 5

Methode 2.1

6

Soorten .................................................................................................................... 6 2.1.1 Algemeen................................................................................................................... 6 2.1.2 Platte Schijfhoren ...................................................................................................... 6 2.1.3 Stikstofuitstoot .......................................................................................................... 6

3

Platte Schijfhoren

7

4

Stikstofemissie

8

5

Conclusie en aanbevelingen

11

5.1

Beschermde soorten Wnb ..................................................................................... 11

5.2

Overige natuurwetgeving ...................................................................................... 11

6

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

12

7

Bijlagen

13

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

4

1

Inleiding 1.1

Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen nabij Nieuwkoop in de provincie Zuid‐Holland een nieuwe woningbouwlocatie in te richten. De woningbouw sluit aan bij eerder gerealiseerde woningen zuidelijk van de planlocatie. Het gehele plan is bekend onder de naam ‘Buytewech’. Dit plan valt juridisch onder ‘ruimtelijke inrichting en ontwikkeling’. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet Natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. Op grond van een uitgevoerde ecologische ‘quickscan’ (DE BEER, 2017) bleek dat in het plangebied potentie voor verblijvende vleermuizen en Platte schijfhoren aanwezig is. Tevens werd in het kader van gebiedsbescherming aanbevolen een berekening uit te voeren met betrekking tot toename van stikstofemissie. Middels een nadere inspectie van boomholtes (MEMO BOMENCHECK BUYTEWECH D.D. 17‐8‐2017) bleken deze niet geschikt voor vleermuizen.

Ligging van het onder‐ zoeksgebied Buytewech Noord.

In opdracht van Gemeente Nieuwkoop heeft Ecologisch Onderzoeks‐ en Adviesbureau Van der Goes en Groot vervolgonderzoek uit‐ gevoerd naar de Platte Schijfhoren en de gevolgen van toenemende stikstofuitstoot. Dit rapport doet verslag van dit onderzoek.

±

© Kadaster Nederland

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

1.2

5

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de verspreiding van de Platte schijfhoren binnen het onderzoeks‐ gebied en de precieze veranderingen in stikstofuitstoot door realisatie van de plannen.

1.3

Ligging van het onderzoeksgebied In Figuur 1 op de vorige pagina is de ligging van het onderzoeks‐ gebied aangegeven. De nieuwbouw is gepland aan de rand van Nieuwkoop in de open en uitgestrekte Polder Nieuwkoop. aan de oostkant ligt de drukke N231 Nieuwveense weg en zuidelijk ligt eerde gerealiseerde nieuwbouw en een door een breder water afgescheiden parkstrook met hogere bomen, gazons en graslanden.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode beschreven volgens welke de verschillende soortgroepen zijn geïnventariseerd en welke factoren de onderzoeksresultaten kunnen hebben beïnvloed. In de hoofd‐ stukken 3 en 4 worden de resultaten besproken van de verschillende onderzochte Platte schijfhoren en de stikstofberening. Tot slot worden in hoofdstuk 5 de belangrijkste conclusies uit de resultaten genoemd. Tevens worden op grond van het geldende beschermingskader aanbevelingen gedaan hoe om te gaan met de gevonden resultaten. Na de conclusies volgt een lijst met aanbevolen en geraadpleegde literatuur. In Bijlage 1 wordt het wettelijke kader beschreven waarbinnen flora en fauna in Nederland zijn beschermd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

6

2

Methode 2.1

Soorten

2.1.1

Algemeen Het onderzoek vindt plaats, tenzij hieronder anders aangegeven, volgens landelijk erkende soortprotocollen en soortenstandaards of landelijk geadviseerde inventarisatiemethoden. Deze protocollen schrijven het aantal bezoeken en de periodes van onderzoek voor.

2.1.2

Platte Schijfhoren De onderzoeksmethode om Platte schijfhoren te inventariseren is in lijn met BOESVELD (2009)1. Een precieze beschrijving van de gevolgde methode ter plekke en de bemonsterde wateren is te vinden in Bijlage 1.

2.1.3

Stikstofuitstoot De toename van uitstoot van stikstof is berekend met de rekentool ‘Aerius’ calculator. Een precieze beschrijving van de gevolgde methode en invoerwaarden is te vinden in hoofdstuk 4.

Eén van de bemonsterde sloten in het kader van de invantarisatie naar de Platte schijfhoren.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

3

7

Platte Schijfhoren Het onderzoek naar Platte schijfhoren is uitgevoerd door Waterproef, een specialistisch bureau op het gebied van aquatische macrofauna (zie Bijlage 1). Er werden in de genomen monsters 9 soorten waterslakken gevonden waaronder de Platte schijfhoren die in 5 van de 8 sloten kon worden aangetoond met in totaal 85 exemplaren (zie Bijlage 1). Alle sloten zijn geschikt voor de soort. Ook in een nieuw gegraven sloot naast de aangelegde groenzone van een eerdere woning‐ bouwfase van Plan Buytewech, kon de soort worden aangetoond.

Platte schijfhorens, gevonden in Buytewech Noord.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

8

4

Stikstofemissie Het plangebied ‘Buytewech Noord’ ligt op minimaal 750 meter afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000‐gebied, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (zie Figuur 2). Gezien de afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals door geluid of trillingen. Het is wel mogelijk dat door extra stikstofemissie depositie van stikstof op grotere afstand toeneemt. dit negatieve effect is nader onderzocht met behulp van het rekenprogramma ‘Aerius’ in de volgende paragraaf.

4.1.1

Vermesting en Verzuring door stikstofdepositie uit de lucht De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is het beleid waarmee Nederland het hoofd biedt aan de stikstofproblematiek. De PAS borgt dat doelstellingen van het Europese natuurbeleid worden gehaald en creëert tegelijk ruimte voor noodzakelijke economische ontwikkeling.

→

https://calculator.aerius. Het rekeninstrument Aerius← is één van de pijlers van de PAS en nl/calculator/?locale=nl# dient gebruikt te worden als rekenmodel voor de bepaling van de

depositie als gevolg van een activiteit. Aerius berekent de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000‐gebieden. Aerius ondersteunt de vergunningverlening voor economische activiteiten die gepaard gaan met uitstoot van stikstof en monitort of de totale stikstofbelasting blijft dalen. Ook faciliteert Aerius ruimtelijke planvorming in relatie tot stikstof. Bij beoordeling van een vergunningaanvraag in het kader van de Wnb wordt vastgesteld of er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is en of dat significante verslechtering uitgesloten kan worden.

Ligging van het plangebied (rood omrand) ten opzichte van Natura 2000‐gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ (gearceerd).

±

Natura 2000-gebied © Beeldmateriaal.nl

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

9

Ontwikkelingsruimte betreft de ruimte voor stikstofdepositie die binnen de PAS beschikbaar wordt gesteld voor het realiseren van nieuwe of uitbreiding van bestaande economische activiteiten die toestemmingsplichtig zijn. De vergunningverlening voor een project heeft betrekking op de stikstofdepositie die het project per kalender‐ jaar en per hectare zal veroorzaken op nabijgelegen Natura 2000‐ gebieden. Voor het woningbouwproject ‘Buytewech Noord te Nieuwkoop’ is geen aparte ontwikkelingsruimte in de PAS gereserveerd, zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt‐2015‐44851.html Aanleg en gebruik Veel projecten kennen naast emissies tijdens de gebruiksfase ook emissies bij de aanlegfase (bouw). Met name bij grotere infra‐ structurele projecten is ook aandacht nodig voor de effecten van deze aanlegfase. Door de initiatiefnemer dient bepaald te worden welke fase bepalend is voor de vraag naar de benodigde ontwik‐ kelingsruimte. De situatie met de hoogste benodigde ontwikkelings‐ ruimte is bepalend voor de aan te vragen ontwikkelingsruimte. Het opknippen van vergunningverlening voor aanlegfase en gebruiksfase van een project is niet toegestaan. In het geval van plangebied Buytewech Noord is sprake van een klein project en is het uitgangspunt dat de gebruiksfase van het project de hoogste ontwikkelingsruimte nodig heeft.

Hieronder is weergegeven welke gegevens zijn gebruikt als input voor het Aerius rekenmodel.

→

https://www.aerius.nl /nl/factsheets/ruimtelijk e‐plannen‐ emissiefactoren/17‐03‐ 2017g.

Berekening en uitgangspunten Er wordt bij de PAS‐berekening uitgegaan van 235 vrijstaande woningen op het terrein van Buytewech Noord (worst case). Volgens de Aerius‐opgave van 20 april 2016← betekent dit een NOx emissie van 712,05 kg/jaar. Er wordt geen verhoogde NH3 emissie voorzien door woningbouw omdat de te realiseren woningen nieuwbouw betreft. Bij de bepaling van het aantal verkeersbewegingen voor de woningen per dag is uitgegaan van de categorieën ‘koop, vrijstaand’ en ‘buitengebied, weinig stedelijk’ en een maximale verkeersgeneratie. Deze komt dan te liggen op 8,6 verkeersbewegingen per vrijstaande woning. Totaal 2021 verkeersbewegingen per dag (CROW, 2012). Het is duidelijk dat de berekening voor verkeersgeneratie een absolute ‘worst case’ benadering betreft. Het opgegeven bouwvlak is als uitgangspunt genomen voor de berekening, als emissiehoogte is voor de woningen zeven meter genomen en voor het wegverkeer 2,5 meter en als rekenjaar 2017. Een algemeen criterium voor wegverkeer is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan het nieuwbouwproject kunnen worden toegerekend wanneer geacht kan worden dat dit verkeer is

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

10

opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Bij dit nieuwbouw‐ project is dat het geval tot de aansluiting van het project middels twee aan te leggen ontsluitingswegen op de Provinciale weg N231 ten oosten van het plangebied. De uitkomst van de berekeningen is opgenomen in Bijlage 3. Uit de berekeningen blijkt dat in het worst‐case scenario de hoogste extra depositie toe te rekenen aan het project 0,18 mol/ha/jaar bedraagt op het meest dichtbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ‘Overgangs‐ en trilvenen’. Zie ook Figuur 3. Deze depositie overschrijdt niet de landelijk gestelde grenswaardes van 1 mol/ha/jaar (altijd vergunningplicht) maar ligt wel boven de ondergrens van 0,05 mol/ha/jaar zodat normaliter een melding noodzakelijk is. Aangezien de grenswaarde voor Nieuwkoopse Plassen echter is verlaagd, is hier mogelijk ook vergunningplicht aan de orde. Aanbevolen wordt hierover contact op te nemen met de provincie. Bestaand gebruik Het plangebied wordt momenteel als weideland gebruikt en bemest (met daarbij behorende uitstoot van stikstof. Vanwege deze uitstoot, is de netto toename van stikstofuitstoot lager dan hierboven berekend.

Conclusie vermesting/verzuring De woningbouw is op geringe afstand gepland van stikstofgevoelige habitattypen, er geen overschrijding mogelijk van grenswaardes met betrekking tot vergunningplicht maar het project is in het kader van de PAS wel meldingsplichtig. De maximale extra depositie bedraagt 0,18 mol/ha/jaar op het meest dichtstbijzijnde gevoelige habitattype in Natura 2000‐gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck‘. Uitkomst stikstofberekening met ‘Aerius’.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

5

11

Conclusie en aanbevelingen 5.1

Beschermde soorten Wnb Tijdens de inventarisatie zijn beschermde soorten aangetroffen (zie Tabel 1).

Aangetroffen bescherm‐ de en bedreigde soorten in plangebied Buytewech Noord in 2017. Wnb = Wet Natuurbescherming, (HRL = Habitatrichtlijn IV, AS = Andere Soorten, RL = Rode lijst, met vermelding van categorie (KW = kwets‐ baar).

5.2

Nederlandse naam

Wnb

RL

HRL

KW

Ongewervelden‐ Weekdieren Platte Schijfhoren

 In het onderzoeksgebied zijn beschermde ongewervelden aan‐ getroffen (zie Tabel 1). Het gaat om de Platte schijfhoren. Wanneer (negatieve) effecten van de ruimtelijke ingreep worden verwacht, bijvoorbeeld bij het vergraven of dempen van bestaande sloten, dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven (zie Bijlage 2.2.3).

Overige natuurwetgeving De woningbouw is op geringe afstand gepland van stikstofgevoelige habitattypen, er geen overschrijding mogelijk van ‘normale’ grens‐ waardes met betrekking tot vergunningplicht maar het project is mogelijk vergunningplichtig vanwege verlaging van de grenswaardes. Aanbevolen wordt hierover contact op te nemen met de provincie. De maximale extra depositie bedraagt 0,18 mol/ha/jaar op het meest dichtstbijzijnde gevoelige habitattype in Natura 2000‐gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck‘.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

12

6

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BEER, R. DE, 2017. Buytewech Noord te nieuwkoop. Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. G&G advies QS2017‐85, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BOESVELD A., A.W. GMELIG MEYLING & R.H. DE BRUYNE, 2009. Handleiding Slakken van de Habitatrichtlijn waarnemen. Stichting Anemoon. BOESVELD, A. & A.W. GMELIG MEYLING, 2010. Voorkomen van de Nauwe korflak (Vertigo angustior) in diverse vegetatietypen en biotopen op Voorne en Goeree alsmede advies voor beheer. Project ZH‐2009‐03b Metridium en Stichting Anemoon, Bennebroek. GITTENBERGER, E., W. BACKHUYS & TH. E. J. RIPKEN, 1984. De landslakken van Nederland. KNNV, Zeist.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

7

Bijlagen

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Inventarisatie Platte schijfhoren Huidige natuurwetgeving ‘Aerius’ berekening

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

13

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

Bijlage 1 Inventarisatie Platte schijfhoren

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

MEMO

Datum

Ons kenmerk

Doorkiesnummer

6 september 2017

201700287

0299 39 17 94

Onderwerp

Uw kenmerk

Behandeld door

Memo Inventarisatie

-

M.H.M. Groenewegen MSc

Platte Schijfhoren Buytewech

Inleiding De opdrachtgever wil de aanwezigheid van Platte schijfhoren in het plangebied ‘Buytewech’ in Nieuwkoop, provincie Zuid-Holland (afbeelding 1). De opdrachtgever heeft Stichting Waterproef gevraagd om het plangebied te inventariseren op Platte schijfhoren (Anisus vorticulus). Methode Op 1 september 2017 is het plangebied bemonsterd door dhr. W. Langbroek, ecologisch deskundige op het gebied van macrofauna. Bij de veldbezoek zijn de sloten in het plangebied gedurende vier uur bemonsterd. Hierbij zijn de meest optimale leefgebieden bemonsterd met een macrofaunanet: ondergedoken watervegetatie en natte delen van oevervegetatie. Bemonsterde vegetatie is in het plangebied uitgezocht in een witte bak. Exemplaren van Platte schijfhoren en hierop gelijkende soorten zijn geconserveerd op alcohol. Per sloot is één verzamelmonster genomen. Op het laboratorium van Stichting Waterproef zijn de monsters gedetermineerd. Van overige platte zoetwaterslakken is de aanwezigheid vastgesteld in het veld en op basis van de analyse op het laboratorium. De onderzoeksmethode om Platte schijfhoren te inventariseren is in lijn met Boesveld 1 (2009) .

Nieuwveenseweg

1

2

29a, Nieuwkoop

3

4

5 6

7

8

Afbeelding 1. Plangebied met bemonsterde trajecten (rode lijnen) en monsternummers.

1

Boesveld A., A.W. Gmelig Meyling & R.H. de Bruyne, 2009. Handleiding Slakken van de Habitatrichtlijn waarnemen.

Stichting Anemoon.

Waterproef, laboratorium voor onderzoek van water en bodem Dijkgraaf Poschlaan 6 - Postbus 43 – 1135 ZG Edam T 0299 39 17 00 - F 0299 39 17 17 - klantenservice@waterproef.nl

Memo Inventarisatie Platte schijfhoren Buytewech

pagina 2/2

201700287

Resultaten In totaal zijn 85 individuen van Platte schijfhoren aangetroffen in vijf monsters (tabel 1). In monster 3 zijn zelfs 60 individuen aangetroffen (afbeelding 2). Tabel 1. Resultaten aangetroffen platte waterslakken in monsternummers (afbeelding 1). Van Platte schijfhoren (Anisus vorticulus) zijn aantallen bepaald. Van overige slakken is de aanwezigheid bepaald (X).

Anisus vortex Anisus vorticulus Planorbis indet (juveniel) Planorbis planorbis Planorbis carinatus Gyraulus albus Gyraulus crista Hippeutis complanatus Bathyomphalus contortus Valvata cristata

1 X 2 X X X

2 X 5 X X X X X

3 X 60 X

4 X 10 X

X X X X X

X X X X X X

5 X

6 X

7 X

X X X X

X

X X

X

X X

X X

8 X 8 X

X X X X

Afbeelding 2. Impressie monsternamelocatie 3.

Conclusie Verspreid in het plangebied is Platte schijfhoren aanwezig en plaatselijk met hoge dichtheden. Alle watergangen in het plangebied vormen geschikt habitat voor de soort. Hierdoor kan Platte schijfhoren in alle watergangen in het plangebied verwacht worden.

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

Bijlage 2 Huidige natuurwetgeving Bijlage 2.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora‐ en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 2.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000‐gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijker‐ wijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voor‐ komen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 2.2 Soortbescherming Bijlage 2.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 2.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 2.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. Zoogdieren

DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZL

ZH

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Aardmuis

+

Bosmuis

+

+

+

+

+

+

Bunzing

+

+

+

+

+

+

Dwergmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Dwergspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Eekhoorn

+

Egel

+

+

Gewone bosspitsmuis

+

Haas

+

+

+

+

+

+

Hermelijn

+

+

+

+

+

+

Huisspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Konijn

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ondergrondse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ree

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Rosse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Steenmarter

+

Tweekleurige bosspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Veldmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Vos

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Wezel

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Wild zwijn Woelrat

+ +

Amfibieën en reptielen

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bastaardkikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bruine kikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Gewone pad

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Hazelworm Kleine watersalamander

+ +

+

+

+

+

Levendbarende hagedis Meerkikker

+ +

+

Van der Goes en Groot

+

+

+

+

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

Bijlage 2.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatricht‐ lijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied op‐ zettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 2.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings‐ en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaats‐ vindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 2.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 2.2.2) worden over‐ treden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goed‐ gekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden be‐ oordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de

¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 2.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn  Ontheffing is nodig in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid.  Ontheffing is in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer.  Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn  Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna.  Ontheffing is in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten  Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna.  Ontheffing is in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van (groot) openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.

 Ontheffing is nodig in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. Bijlage 2.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaats‐ vinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust‐ of verblijf‐ plaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘jaarrond beschermde broedvogels’, categorie A t/m D, zie kader volgende pagina. De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf wordt zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan, betrokken!

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Categorie Toelichting codes D Vogelsoorten waarvan de nesten in D principe jaarrond zijn beschermd met B beschermingscategorie: C A = soorten die ook buiten het D broedseizoen het nest gebruiken als vaste B rust‐ of verblijfplaats, C B = koloniebroeders die elk broedseizoen C op dezelfde plaats broeden en die daarin C zeer honkvast zijn of afhankelijk van D bebouwing of biotoop, B C = soorten die elk jaar op dezelfde plaats C broeden en die daarin zeer honkvast zijn of D afhankelijk van bebouwing, A D = soorten die niet of nauwelijks zelf in D staat zijn een nest te maken. D

Voor jaarrond beschermde soorten kan, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevings‐ check’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings‐ en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provin‐ cie. Als geen schade optreedt en de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, zal de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen. Categorie E‐soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie E) Deze soorten keren (zoals ook jaarrond beschermde soorten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’.

Bijlage 2.2.6 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goed‐ gekeurde gedragscode hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogel‐ soorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld en er moet een belang zijn voor het project vergelijkbaar met genoemde belangen uit de VRL, HRL of de ‘andere soorten’.

Bijlage 2.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000‐gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschap‐ pelijke‐ of natuurwaarden. Bijlage 2.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU‐landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000‐gebieden. Een overzicht van Natura 2000‐gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan een project in of rond een Natura 2000‐ gebied uit te voeren, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen.

Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend. Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings‐ en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Het bevoegd gezag geeft een

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

vergunning af als de verslechtering of verstoring in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen aanvaardbaar is. Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000‐ gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000‐ netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000‐gebieden en daar voor schade kan zorgen. Om de mate van stikstofvervuiling te volgen en te reguleren is op 1 juli 2015 de zogenaamde ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS) in werking getreden. Boven bepaalde ‘drempelwaardes’ kan een project vanwege neergeslagen stikstof meldings‐ of vergunning plichtig zijn.

Bijlage 2.4 Overige gebiedsbescherming Bijlage 2.4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Ingrepen in gebieden die horen bij het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) worden in principe niet toegestaan, tenzij bijvoorbeeld uitgesloten is dat de ingreep een negatief effect heeft op het netwerk of de ingreep een groot maatschappelijk belang dient. Getoetst wordt of een ingreep van invloed is op ‘wezenlijke kenmerken en waarden’, het NNN kent geen toetsing op ‘externe werking’. Als een ingreep wordt toegestaan, moeten eventuele nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen en de resterende schade moet worden gecompenseerd. Uitgangspunt bij het toestaan van ingrepen is dat netto sprake moet zijn van een versterking van het netwerk. Bijlage 2.4.2 Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘weidevogelleefgebieden’ van de Provincie Noord‐Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn.

Bijlage 2.5 Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 4 te worden gevolgd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

Zie Bijlage 2.2.1 Geen ontheffing nodig

Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing

Zie Bijlage 2.2.2 Geen ontheffing nodig

Zie Bijlage 2.2.3

Zie Bijlage 2.2.3 Geen ontheffing mogelijk

Ontheffing onder voorwaarden mogelijk

Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen. Bijlage 2.5.1 Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van:

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop  Een projectplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatieven‐ studie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven.  Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier‐ en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3‐5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevings‐ vergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een projectplan en inventarisatie bijgevoegd te worden. De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft als onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd. Ook het volgen van gedrags‐ codes wordt gehandhaafd door de provincie.

Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes of het stilleggen van werkzaamheden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Inventarisatie Buytewech Noord te Nieuwkoop

Bijlage 3 ‘Aerius’ berekening

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

2017‐40

Dit document bevat resultaten van een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U kan dit document gebruiken voor de onderbouwing van depositie onder de drempelwaarde (0.05 mol/ha/j) in het kader van de Wet natuurbescherming, afhankelijk van de door u gekozen rekeninstellingen. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Op basis van de gekozen rekeninstellingen zijn de resultaten op Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in de Calculator. Voor meer toelichting verwijzen we u naar de websites pas.bij12.nl, www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositiekaart Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.

RuX6EZXTbhZg (28 september 2017) pagina 1/8

Berekening voor eigen gebruik

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Van der Goes en Groot

N231, Nieuwkoop

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Buytewech Noord

RuX6EZXTbhZg

Datum berekening

Rekenjaar

Rekeninstellingen

28 september 2017, 09:26

2017

Berekend voor Wnb.

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

NOx

922,49 kg/j

NH3

16,35 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

0,18

woningbouw

Situatie 1

RuX6EZXTbhZg (28 september 2017) pagina 2/8

Berekening voor eigen gebruik Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

712,50 kg/j

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

6,19 kg/j

79,46 kg/j

Bron 3 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

10,17 kg/j

130,53 kg/j

Bron 1 Wonen en Werken | Woningen

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

RuX6EZXTbhZg (28 september 2017) pagina 3/8

Berekening voor eigen gebruik Depositie natuurgebieden

Hoogste projectbijdrage (Nieuwkoopse Plassen & De Haeck)

Hoogste projectbijdrage per natuurgebied

Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

RuX6EZXTbhZg (28 september 2017) pagina 4/8

Berekening voor eigen gebruik Resultaten PASgebieden

Natuurgebied

Hoogste bijdrage *

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

0,18

(mol/ha/j)

*

Berekening voor eigen gebruik

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.

Situatie 1

RuX6EZXTbhZg (28 september 2017) pagina 5/8

Berekening voor eigen gebruik Resultaten per habitattype

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

(mol/ha/j) Habitattype

Hoogste bijdrage *

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,18

H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,18 (0,15)

H91D0 Hoogveenbossen

0,12 (0,10)

H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,11

H3140lv Kranswierwateren, in laagveengebieden

0,10

Lg05 Grote-zeggenmoeras

0,09

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,08 (0,07)

H4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,08

*

Berekening voor eigen gebruik

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.

Situatie 1

RuX6EZXTbhZg (28 september 2017) pagina 6/8

Berekening voor eigen gebruik Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx

712,50 kg/j

Naam

Bron 2 113133, 463521 79,46 kg/j 6,19 kg/j

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Aantal voertuigen (/dag) Stof

Emissie

1.010,0 NOx NH3

79,46 kg/j 6,19 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Berekening voor eigen gebruik

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

Bron 1 112909, 463352 7,0 m 14,0 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie

Bron 3 112971, 463310 130,53 kg/j 10,17 kg/j

Aantal voertuigen (/dag) Stof

Emissie

1.011,0 NOx NH3

130,53 kg/j 10,17 kg/j

RuX6EZXTbhZg (28 september 2017) pagina 7/8

Berekening voor eigen gebruik Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden verleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20170907_447ff0b73d Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2015-handboek-0

Berekening voor eigen gebruik

Situatie 1

RuX6EZXTbhZg (28 september 2017) pagina 8/8

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

Hazenkoog 35A Bovendijk 35‐G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=6e906baf-ab66-4fae-a248-273c2bb6c531