CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage e1 Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten 2026

Besluitvormende raadsvergadering 18 december 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen belastingverordeningen en -tarieven 2026 (2025-097)1.028 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de heffing en de invordering van

begraafplaatsrechten 2026 Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder: 1.

begraafplaats:

a. de gemeentelijke begraafplaats aan het Reghthuysplein te Nieuwkoop; b. de gemeentelijke begraafplaats aan de Westkanaalweg, Ter Aar;

c. de gemeentelijke begraafplaats aan de Dorpsstraat te Zevenhoven; 2.

d. de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkstraat te Nieuwveen;

particulier graf: een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

a. het begraven en begraven houden van overledenen; 3.

b. het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn;

particulier kindergraf: een particulier graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

a. het begraven en begraven houden van overleden kinderen tot 12 jaar en van dood geboren kinderen;

b. het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn van overleden 4.

5.

6. 7.

kinderen,tot 12 jaar en dood geboren kinderen;

particuliere urnennis: een particuliere nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of

rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het daarin doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn, met de as van overledenen;

particulier urnengraf: een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of

rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het daarin bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn, met de as van overledenen;

algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin overledenen begraven kunnen worden;

grafzerk / liggend gedenkteken: een liggend gedenkteken op een fundering.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de

gemeentelijke begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarieven 1.

De rechten worden geheven naar de heffingsmaatstaven en tarieven, opgenomen in

2.

Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel

de bij deze verordening behorende Tarieventabel.

genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing 1.

De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 1.4.1 en 1.5.1 van de tarieventabel

2.

Verlenging van grafrechten met 10 jaar, bedoeld in artikel 1.1.1.3, 1.1.2.2 en

3.

worden geheven bij wege van aanslag.

1.1.3.4 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag.

De overige rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.

2.

De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 1.4.1, 1.5.1, 1.1.1.3, 1.1.2.3 en 1.1.3.4 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van het

belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 1.4.1, 1.5.1, 1.1.1.3, 1.1.2.3 en 1.1.3.4 van de

tarieventabel verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar

verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog 3.

volle kalendermaanden overblijven.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat

aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 1.4.1, 1.5.1, 1.1.1.3, 1.1.2.3 en 1.1.3.4 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor

dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 1.4.1, 1.5.1, 1.1.1.3, 1.1.2.3 en 1.1.3.4 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.

2.

De rechten, bedoeld in hoofdstuk 1.4.1, 1.5.1, 1.1.1.3, 1.1.2.3 en 1.1.3.4 van de

tarieventabel moeten, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet

1990, worden voldaan uiterlijk drie maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één

maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen 3.

telkens een maand later.

Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 1.4.1, 1.5.1, 1.1.1.3, 1.1.2.3 en 1.1.3.4 van de tarieventabel moeten, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de

Invorderingswet 1990, worden voldaan uiterlijk drie maanden na dagtekening van 4.

het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste, tweede en derde lid gestelde termijnen.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

De "Verordening begraafplaatsrechten 2025" wordt ingetrokken met ingang van de

in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben

2. 3. 4.

voorgedaan.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening begraafplaatsrechten 2026".

Aldus besloten door de raad van de gemeente Nieuwkoop in zijn openbare vergadering van 18 december 2025, nummer 2025-xxxe

Edzard van Holthe Griffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=c11f0dbe-d5ba-42f1-9a88-8b09bc3a1848