CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage d Toelichting afstemming Apv op Vaarwegenverordening (003).pdf

Meningsvormende raad II 21 januari 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen 10e verordening tot wijziging van de Apv 20126.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage d Toelichting wijziging van de Apv in verband met de vastgestelde Vaarwegenverordening gemeente Nieuwkoop (afstemmingstoelichting). In februari 2020 is door de raad de Vaarwegenverordening gemeente Nieuwkoop vastgesteld. Nieuwkoop is in de Provinciale Vaarwegenverordening aangewezen als vaarwegbeheerder van de BRTN-route door het Nieuwkoops Plassengebied. Daarnaast is het voor tal van andere wateren van belang deze vaarwegen ten behoeve van de recreatievaart in stand gehouden. Omdat voor deze vaarwegen waarvoor de provincie geen vaarwegbeheerder heeft aangewezen, het van belang is dat het vaarwegbeheer en het nautisch beheer goed wordt geregeld, heeft de gemeente Nieuwkoop er voor gekozen de verantwoordelijkheid van het vaarwegbeheer op zich te nemen. Om het nautisch- en vaarwegbeheer goed te regelen, is er voor gekozen een Vaarwegenverordening op te stellen. De Vaarwegenverordening bevat regelgeving voor het vaarwegbeheer en het nautisch beheer. Doel hiervan is het in stand houden van het vastgestelde vaarwegprofiel, het in goede staat houden van de oevers en sluizen, het schoonhouden van de vaarweg en het vrijhouden van obstakels, en een veilige, vlotte en doelmatige afwikkeling van het scheepvaartverkeer. De Vaarwegenverordening vindt de basis in de Scheepvaartverkeerswet de Provinciale Vaarwegenverordening.

In de Algemene plaatselijke verordening (Apv) zijn in afdeling 10 voorschriften en regels opgenomen die verband houden met scheepvaartverkeer. Een groot deel van die artikelen uit de Apv zijn nu opgenomen in de nieuwe Vaarwegenverordening, voor zover het beoogde doel van die artikelen past binnen de reikwijdte van de Vaarwegenverordening. Artikelen die nu zijn opgenomen in de Vaarwegenverordening kunnen voor het merendeel in de Apv vervallen.

Artikelen afdeling 10 paragrafen 1 t/m 4 Apv

toelichting

In de Apv

Artikel 5:38 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. schipper: degene die een pleziervaartuig of een bedrijfsvaartuig voert dan wel degene die daarover de leiding heeft; b. landelijk deel: het deel van het grondgebied van de gemeente, gelegen buiten de bebouwde kommen; c. watergebieden: de gebieden die op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart als zodanig zijn aangegeven; d. rietkraag: een van een water of over deel uitmakende oppervlakte van tenminste 1 vierkante meter, welke is begroeid met riet, biezen, lisdodden en/of andere helofyten en is gelegen

De noodzakelijke begripsbepalingen zijn in de Vaarwegenverordening opgenomen in art. 1.1. De begripsbepalingen zijn in de Apv verder niet meer noodzakelijk, ook niet voor die artikelen uit hoofdstuk 10 die wel gehandhaafd moeten blijven in de Apv.

Vervalt

e.

f.

g.

in het landelijk deel buiten gecultiveerde siertuinen van woningen of bedrijfsgebouwen; woonschip: 1. elk vaartuig of drijvend voorwerp, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning of recreatieverblijf dan wel door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om te worden gebruikt als woning of recreatieverblijf; 2. een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1. in aanbouw; 3. een casco, dat tot een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1 kan worden afgebouwd of ingericht; 4. Een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1, 2 en 3, dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren dan wel de overblijfselen daarvan. bedrijfsvaartuig: 1. elk vaartuig of drijvend voorwerp, waarin of waarop uitsluitend of hoofdzakelijk een beroep, bedrijf of dienst wordt uitgeoefend dan wel dat door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om daarin of daarop een beroep, bedrijf of dienst uit te oefenen; 2. een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1 in aanbouw; 3. een casco, dat tot een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1 kan worden afgebouwd of ingericht; 4. een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1, 2 en 3, dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren dan wel de overblijfselen daarvan.

pleziervaartuig: 1. elk vaartuig, luchtkussenvoertuig of drijvend voorwerp, dat onder eigen verantwoordelijkheid en alleen voor het eigen genoegen van de gebruiker uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor enige vorm van pleziervaart, waterrecreatie of watersport dan wel door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om onder eigen verantwoordelijkheid en alleen voor het eigen genoegen van de gebruiker te worden gebruikt voor

enige vorm van pleziervaart, waterrecreatie of watersport, met uitzondering van een zeilplank; 2. een vaartuig, luchtkussenvoertuig of een drijvend voorwerp als bedoeld onder 1 in aanbouw; 3. een casco, dat tot een vaartuig, luchtkussenvoertuig of drijvend voorwerp als onder 1 kan worden gebouwd of ingericht; 4. een vaartuig, luchtkussenvoertuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1, 2 en 3 dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren dan wel de overblijfselen daarvan. h. open boot: een pleziervaartuig zonder stuurhut, zonder slaaphut, zonder kajuit en zonder enige andere overdekte verblijfsruimte; i. motorvaartuig: een vaartuig dat gebruik kan maken van zijn mechanische middelen tot voortbeweging met uitzondering van een vaartuig waarvan de motor slechts wordt gebruikt voor het zich verplaatsen over een kleine afstand of ter verbetering van zijn bestuurbaarheid wanneer het wordt gesleept of geduwd; j. kajuitboot: elk vaartuig, niet zijnde een woonschip, dat voorzien is van een opbouw en/of inbouw, welke een hoogte heeft, respectievelijk hebben, van meer dan 1.50 meter, gemeten vanaf de buikdenning van de boot; k. zeilvaartuig: een vaartuig dat uitsluitend door middel van zijn zeilen wordt voortbewogen; l. zeilplank: een plank die wordt voortbewogen uitsluitend door middel van zijn zeil(en); m.

van overheidswege aangewezen, openbare aanlegplaats: een door het rijk, de provincie, de gemeente aangelegde plaats, welke door aanlegvoorzieningen is ingericht en bestemd voor het tijdelijk aanleggen van vaartuigen door passanten; n. plassengebied: 1. Nieuwkoopse Plassen, de gebieden begrensd door: de Ziendeweg, Zuideinde, Dorpsstraat, Noordenseweg, Simon van Capelweg, Prolkade, Noordsedorpsweg, Voorweg, Uitweg, gedeelte Milandweg, Bosweg en Meije; 2. Langeraarse Plassen, de gebieden begrensd door de Langeraarseweg, Vriezenweg, Generaal van Merleweg, Nieuwveens Jaagpad, Geerweg, Paradijsweg en het Landlustpad.

o.

p.

q.

jachthaven: een planologisch geregeld onderkomen voor boten, speciaal voor dit gebruiksdoel gecreëerd, ingericht of beschikbaar gesteld, waarvan de eigenaar c.q. gebruiker zijn boot kan achterlaten onder toezicht van de havenexploitant; woonschepenhaven: een planologisch geregeld onderkomen voor woonschepen, speciaal voor dit gebruiksdoel gecreëerd, ingericht of beschikbaar gesteld, waar de eigenaar c.q. gebruiker zijn woonschip kan achterlaten, onder toezicht van de havenexploitant; werf: een aan water gelegen terrein, voorzien van een botenhelling of een andere inrichting om vaartuigen uit het water te halen en daarin te brengen, alsmede een loods of een werkplaats, waar bedrijfsmatig vaartuigen worden gebouwd, verbouwd, uitgerust, onderhouden, gerepareerd of opgeslagen.

Artikel 5:39 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een water is verplicht toe te laten dat op of in dat water vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het college geeft tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht van toepassing is.

Dit artikel is nodig om de gemeente in de gelegenheid te stellen het vaarweg- en nautisch beheer uit te voeren en is opgenomen in art 2.2 van de Vaarwegenverordening.

Vervalt

Artikel 5:40 Verontreiniging bij werkzaamheden op het water 1. Het is verboden, zonder vergunning van het college, binnen de afstand van 25 meter van bewoonde gebouwen, vaartuigen met vuilnis of andere stankverwekkende stoffen te laden, te verwerken, af te meren of te lossen. Dit verbod is niet van toepassing voor personeel van de van gemeentewege aangewezen reinigingsdienst in de uitoefening van de hem opgedragen werkzaamheden en voor de eigenaren, beheerders of andere rechthebbenden van landbouw-, veeteelt- of tuinbouwbedrijven en het bij deze in dienstzijnde personeel, bij de uitoefening van werkzaamheden ten behoeve van en op het terrein van die bedrijven.

Dit artikel beoogt het voorkomen van milieuverontreiniging en valt daarmee buiten de reikwijdte van de Vaarwegenverordening. Is dan ook niet opgenomen in de Vaarwegenverordening.

Blijft

2.

3. 4.

De inhoud van de in het eerste lid bedoelde vaartuigen moet, behalve wanneer het laden en lossen dit niet toelaten, steeds door luiken gedekt gehouden worden. Het is verboden vuilnis of andere stankverwekkende stoffen in bebouwde kommen over te scheppen. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Artikel 5:41 Beschadiging van waterstaatswerken en oevers 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

In het belang van het instandhouden van vaarwegen en voorzieningen is dit artikel in algemenere zin opgenomen in art. 4.1.1 van de Vaarwegenverordening. Het artikel moet wel in de huidige vorm wel in de Apv blijven, omdat de werking breder is dan alleen vaarwegen als bedoeld in de Vaarwegenverordening (ook andere watergangen).

Blijft

Dit soort uitsluitingsregels zijn opgenomen in de slotbepaling art. 9.1 van de Vaarwegenverordening.

Vervalt

Artikel 5:42 Varen over visnetten 1. Het is verboden over te water staande visnetten te varen met vaartuigen, van welke enig deel onder het vlak van het vaartuig uitsteekt. 2. Het is verboden om netten en fuiken zodanig te plaatsen dat het vaarverkeer wordt gehinderd.

Het beschermen van fuiken valt niet binnen de reikwijdte van de Vaarwegenverordening.

Blijft

Dit artikel is wel van belang voor de scheepvaart en is opgenomen in art 4.1.1.

Vervalt

Artikel 5:43 Bescherming rietkragen Het is verboden met een woonschip, een bedrijfsvaartuig of een pleziervaartuig te varen, te ankeren, aan te leggen of ligplaats in te nemen door, in of aan een rietkraag, alsmede binnen een strook van 2 meter vanaf een rietkraag.

Het beschermen van rietkragen is uit oogpunt van het instandhouden van de vaarweg én van landschappelijke waarden wenselijk. Is opgenomen in art. 4.1.1 van de Vaarwegenverordening.

Vervalt

Artikel 5:44 Zeilplank nabij rietkraag Het is verboden met een zeilplank te varen dan wel een zeilplank te laten liggen, door, in of aan een rietkraag.

Een zeilplank valt onder de definitie van een schip/zeilvaartuig. In de Vaarwegenverordening is hiermee voorzien. Een aparte regeling hiervoor is overbodig.

Vervalt

Artikel 5:45 Verbod beschadigen riet 1. Het is verboden op enigerlei wijze schade toe te brengen aan een rietkraag.

Zie 5.42. Is opgenomen in de Vaarwegenverordening in art. 4.1.1. Moet vanwege de bredere strekking (ook andere watergangen dan vaarwegen) wel in de Apv blijven.

Blijft

2.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.

2.

Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op het verrichten van het noodzakelijk onderhoud aan watergangen ter uitvoering van een wettelijke verplichting.

De Vaarwegenverordening voorziet met art. 4.1.2 lid 2 ook in een vrijstelling voor beheer- en onderhoudswerkzaamheden

Artikel 5:46 Oevers 1. Het is verboden: a. een oever te verontreinigen of te beschadigen; b. het voortstuwingswerktuig van een afgemeerd woonschip, bedrijfsvaartuig of pleziervaartuig te laten werken anders dan bij onmiddellijk afvaren of aanleggen. 2. De in het eerste lid vervatte verboden zijn niet van toepassing op het verrichten van het noodzakelijke onderhoud aan watergangen of oevers ter uitvoering van een wettelijke verplichting.

Zowel lid a als b zijn opgenomen in de art. 4.1.1 en 5.1 van de Vaarwegenverordening, vanwege de bescherming van de vaarweg en voorzieningen.

Vervalt

Artikel 5:47 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik opgeschikt te maken.

Blijft in de Apv. Betreft voorzieningen op het land en dit onderwerp valt niet binnen de reikwijdte van de vaarwegenverordening.

Blijft

Artikel 5:48 Baden en zwemmen Het is verboden te zwemmen of te baden in de door het college bij een ter openbare kennis te brengen besluit aan te wijzen wateren. Slechts die wateren kunnen worden aangewezen waar, naar het oordeel van het college, het baden het zwemmen hinder en overlast veroorzaakt aan het scheepvaartverkeer dan wel de openbare orde verstoort of de zedelijkheid aantast.

In relatie met de belemmering van het scheepvaartverkeer is dit afdoende geregeld in art. 8.0. lid 2 van de BPR. In de Vaarwegenverordening biedt een algemenere bepaling in art 4.1.1 voldoende mogelijkheden om gevaarlijk gedrag aan te pakken. Voor het overige openbaar water blijft dit artikel behouden in de Apv, i.v.m. openbare orde.

Blijft in aangepaste vorm in de Apv, waarbij het veroorzaken van overlast voor scheepvaartverke er niet meer als criterium is opgenomen.

Artikel 5:49 Ondiepten ontstaan door vee Rechthebbenden van langs openbare wateren gelegen gronden zijn, indien ten gevolge van het lopen van vee op deze gronden in die wateren nabij de oevers ondiepten zijn ontstaan, verplicht die ondiepten, zo dikwijls het college dit in het belang van de bruikbaarheid van de wateren nodig achten, binnen de door deze bekend gemaakte tijd en overeenkomstig door of namens hen gegeven aanwijzingen te verwijderen.

In de praktijk wordt dit artikel niet gehandhaafd. Voor het vaarwegbeheer is een algemenere bepaling in de Vaarwegenverordening opgenomen, die voldoende handvatten biedt om op te treden. Gelet op de onderhoudsplicht die grondeigenaren al hebben, o.a. op grond van de waterschapskeur is het niet noodzakelijk dit artikel in de Apv te handhaven.

Vervalt

De Vaarwegenverordening voorziet ook in een vrijstelling voor beheer- en onderhoudswerkzaamheden

Artikel 5:50 Verbranden riet 1. Het verbranden van het bij de rietoogst vrijkomend rietsluik is toegestaan gedurende de periode van 1 oktober tot 20 april. 2. Het college is bevoegd, gehoord de afdeling plaatselijke afdeling van de Vereniging voor de Rietcultuur en Vereniging Natuurmonumenten, de in het eerste lid genoemde periode te wijzigen. 3. Het verbranden van rietsluik is niet toegestaan op zon- en feestdagen en na zonsondergang.

Het verbranden van riet is een bepaling met als doel flora en fauna te beschermen en overlast te voorkomen. Het valt om die reden buiten de strekking van de Vaarwegenverordening.

Blijft

Artikel 5:51 Gebruik land/water Het is verboden zonder daartoe gerechtigd te zijn: a. zich te bevinden in/op eens anders land; b. in eens anders water te komen tot het zoeken, snijden, plukken dan wel op een andere manier verwijderen van vegetaties of het zoek of rapen van eieren.

Dit artikel heeft geen relatie met het vaarweg- en nautisch beheer en is niet overgenomen in de Vaarwegenverordening.

Blijft

Artikel 5:52 Afsluitmogelijkheid In verband met de aantasting van het oorspronkelijk karakter van het plassengebied kunnen gebieden worden aangewezen waarin het verboden is zich met vaartuigen te bevinden. Het hiervoor gestelde gebied geldt niet voor hen die beroepshalve in het betreffende gebied moeten zijn.

Het aanwijzen categorieën vaarwegen en gesloten gebieden is in de Vaarwegenverordening geregeld in artikel 2.1 als op de kaartbijlagen.

Vervalt

Artikel 5:53 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in, of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 3. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

In de Vaarwegenverordening is in artikel 4.1.1 het aanbrengen en hebben van voorwerpen op, boven en in het water verboden als dit het vaarverkeer belemmert en een nadelige invloed heeft op de bereikbaarheid en bruikbaarheid van de vaarweg. Omdat artikel 5.53 van de Apv ook geldt voor andere niet vaarwateren moet het artikel in de Apv gehandhaafd blijven.

Blijft

Het is de vraag of het nog wenselijk is een uitzondering te maken voor voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.

4.

De verboden in het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken de Waterwet, de Provinciale Verordening Ruimte, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Het soort regels als lid 4 is in de Vaarwegenverordening opgenomen in slotbepaling artikel 9.1.

Artikel 5:54 Overlast bij bruggen en sluizen 1. Het is, behalve aan de daartoe bevoegde personen, verboden de opsluiting van afgesloten bruggen te openen, of zich op beweegbare delen van ophaal-, bascule- of draaibruggen te bevinden zolang deze niet zijn gesloten, alsmede zich op sluisdeuren te bevinden of daarvan de rinket- of slakgaten te openen of af te sluiten. 2. Het is verboden een brug te openen of geopend te hebben gedurende de tijd, dat die brug ingevolge een kenbaar gemaakt besluit van het college gesloten moeten blijven.

De inhoud van art. 5.54 is van belang in relatie met hinder van het scheepvaartverkeer. Het is in aangepaste vorm opgenomen in artikel 2.3 van de Vaarwegenverordening. De bepaling verhoudt zich in deze vorm niet meer met het feit dat gemeentelijke bruggen door de schipper worden bediend. Moet wel in de Apv blijven omdat bruggen onderdeel uitmaken van de weg.

Blijft

Artikel 5:56 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is, verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Artikel 5:57 Orde op het openbare water 1. Hij aan wie bij ordeverstoring of dreigende ordeverstoring op het openbare water door de politie het bevel gegeven wordt zich te verwijderen, is verplicht aan dit bevel onmiddellijk te voldoen en wel langs de weg of in de richting door de politie aangewezen. 2. De schipper of andere gebruiker van een vaartuig aan wie bij de ordeverstoring of dreigende ordeverstoring op het openbare water door de politie het bevel gegeven wordt zich te verwijderen, is verplicht aan dit bevel te voldoen en wel langs de weg of in de richting door de politie aangewezen.

Betreft een bepaling met als oogmerk het handhaven van de openbare orde en niet zo zeer het belemmeren van het vaarverkeer en beperken van vaarwegen. Om die reden is de inhoud niet overgenomen in de vaarwegenverordening.

Blijft

Betreft een bepaling met als oogmerk het handhaven van de openbare orde en valt daarmee buiten de strekking van de Vaarwegenverordening.

Blijft

Artikel 5:58 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbare water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen

M.b.t. het hinderen van het scheepvaartverkeer gaat het niet alleen om zwemmers of baders, maar in het algemeen om gedrag van iedereen die zich in of nabij vaarwegen ophoudt.

Vervalt

2.

dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.

Is in de Vaarwegenverordening in algemenere zin opgenomen in artikel 4.1.1 lid b.

Artikel 5:59 Gebruik van openbaar water 1. Het is onverminderd het bepaalde in de artikelen 162 en 163 van het Wetboek van Strafrecht, verboden zonder vergunning van het college: a. In openbare wateren palen, afsluitbomen of andere voorwerpen, welke de kennelijke bedoeling hebbende in- en uitvaart te voorkomen dan wel te verhinderen, aan te brengen, te maken of te hebben; b. Op, in of boven de walkanten van de onder a. bedoelde wateren, aanduidingen of kennisgevingen aan te brengen, te maken of te hebben, waarbij ter kennis gebracht wordt dat verboden is bedoelde wateren te bevaren.

Voor zover het betreft het vaarverkeer betreft en het in stand houden van vaarwegen is dit algemener geregeld artikel 4.1.2 van de Vaarwegenverordening. Om te voorkomen dat afsluitingen worden aangebracht in openbaar water dat niet is aangemerkt als vaarweg, moet dit artikel in stand blijven in de Apv.

Blijft

Artikel 5:60 Gezonken schip of voorwerp De rechthebbende op een in een bij de gemeente in beheer of onderhoud zijnd water gezonken of aan de grond geraakt vaartuig, te water geraakt voertuig of ander vervoermiddel dan wel voorwerp, waarvan de aanwezigheid aldaar de veiligheid of het verkeer in dat water in gevaar kan brengen, is verplicht van het zinken, aan de grond raken, of te water rake onmiddellijk kennis te geven aan de politie, en bij dat vaartuig, voertuig, vervoermiddel of voorwerp, indien het is gezonken, de bakens of veiligheidstekens te plaatsen als hem door of namens de politie worden voorgeschreven, alsmede te zorgen, dat het vaartuig, voertuig of voorwerp binnen de door of namens de politie gestelde termijn uit dat water wordt verwijderd.

Dit artikel is relevant om gevaar en hinder in vaarwegen te voorkomen. De bepaling is opgenomen in artikel 7.1 van de Vaarwegenverordening. Omdat de bepaling m.b.t. bijvoorbeeld een te water geraakt voertuig of ander vervoermiddel dan wel een voorwerp, in ander water dan vaarwater ook relevant is, is het wenselijk de bepaling in aangepaste vorm in de Apv te handhaven.

Blijft in aangepaste vorm.

Artikel 5:61 Aanpassen woonschepen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college, in openbare wateren woonschepen en andere vaartuigen, welke bestemd zijn tot tijdelijke of voortdurende bewoning of daaraan dienstbaar kunnen worden gemaakt, of onderdelen daarvan, te bouwen, verbouwen of te herstellen.

Een woonschip in een bouwwerk in de zin van de Wabo. Om die reden kan dit artikel vervallen

Vervalt

2.

3.

4.

Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd indien het door bouw, verbouw of herstel te realiseren woonschip hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, niet als passend binnen de omgeving wordt aangemerkt. De verbodsbepaling, gesteld in het eerste lid, geldt niet voor de door of vanwege de bewoner uit te voeren kleine reparaties of herstelwerkzaamheden aan woonschepen, welke krachtens een geldige vergunning ter plaatse ligplaats hebben. Het college is bevoegd woonschepen en andere vaartuigen, als bedoeld in het eerste lid, welke zich in strijd met het daar gesteld, in enig openbaar water te bevinden, af te voeren of te doen afvoeren naar een door hen aan te wijzen openbaar water binnen de gemeente.

Artikel 5:62 Hinder door vaartuigen 1. Het is verboden vaartuigen in open wateren waarover de gemeente het beheer voert, te laten en zo, dat daardoor hinder voor het verkeer kan ontstaan. 2. Het college is bevoegd nadere regels te stellen over het gebruik en de doorvaart, breedte van dit water. 3. De verbodsbepaling van het eerste lid geldt niet: a. voor zover een der artikelen 162,163 en 427, ten zesde van het Wetboek van Strafrecht toepasselijk is; b. voor rijks en provinciale wateren, noch voor andere dan provinciale wateren, waarop de Verordening scheepvaartbelangen Zuid Holland van toepassing is. 4. Het is verboden zonder toestemming van de bewoner of de bewoners van het betrokken pand een vaartuig stil te doen liggen in de hoofddeling, voor welk doel ook, waardoor het verkeer over draaiplank of brug belemmerd zou worden.

Dit is in algemenere zin geregeld in artikel 4.1.1 van de Vaarwegenverordening. Han vervallen in de Apv.

Artikel 5:63 Aanleggen door vaartuigen, gebruik laad- en loswallen 1. Het is verboden vaartuigen stil te leggen of stilliggende te hebben voor of te meren of gemeerd te hebben aan gemeentelijke wallen: a. welke niet tot openbare laad- en losplaats zijn bestemd; b. om een andere reden dan om te laden en/of te lossen, hetgeen onverwijld en zonder oponthoud moet geschieden;

In de Vaarwegenverordening is in artikel 4.2.3 het aanmeren en stilliggen t.b.v. laden en lossen beperkt tot de door gemeente aangewezen laad- en loswallen.

Vervalt

In de Vaarwegenverordening heeft het college bevoegdheid het gebruik van vaarwegen en de dimensies van vaarwegen vast te stellen.

Dit artikel betreft het stilliggen en afmeren bij particuliere bruggen. Is in de Vaarwegenverordening geregeld in artikel 4.2.5.

Vervalt

c.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

8.

indien de nader door het college met betrekking tot het aanleggen, laden en lossen aan gemeentelijke wallen te stellen regels niet worden nageleefd In afwijking van het hiervoor gesteld, is het verboden om vaartuigen stil te leggen of stilliggend te hebben binnen een afstand van vijf meter voor of terzijde van de gemeentelijke openbare laad- en loswallen. De verbodsbepaling van het eerste lid geldt niet: a. voor kano’s; b. voor roeiboten, welke niet langer zijn dan 4.50 meter. Het is verboden gemeentelijk openbare laad- en losplaatsen als opslagplaats van goederen te gebruiken. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder “gemeentelijke wallen” niet verstaan de wegen, bedoeld in artikel 5:55 voor zover een vergunning, als in dat artikel bedoeld, van kracht is. Het is verboden vaartuigen stil te leggen of stilliggend te hebben voor of te meren of gemeerd te hebben aan particuliere wallen, tenzij met toestemming van de op die wallen rechthebbende of tijdens het lossen of laden van goederen aan een naastgelegen erf. De gemeentelijke laad- en loswallen zijn die laad- en loswallen die daartoe zijn aangewezen van gemeentewege, te weten: a. aan het Zuideinde nabij het Meijepad; b. aan het Zuideinde tegenover nr. 231; c. aan de Simon van Capelweg nabij de Rooms-katholieke kerk aan de Vlietsloot; d. aan de Oostkanaalweg, ter hoogte van nummer 42; e. ter hoogte van de Kattenbrug.

Het college kan ontheffing verlenen van het in de leden 1 en 4 gestelde.

Artikel 5:64 Verbod ligplaats pleziervaartuigen 1. Het is de eigenaar, bezitter, de houder, de gebruiker of de schipper van een pleziervaartuig verboden daarmee ligplaats in te nemen of aan te leggen. 2. Het is de eigenaar, de andere zakelijk gerechtigde, de bezitter, de houder of de gebruiker van een oever verboden toe te laten of te gedogen dat aan die oever ligplaats wordt ingenomen of aangelegd met een pleziervaartuig.

De bevoegdheid om loswallen aan te wijzen is opgenomen in artikel 5.1 van de Vaarwegenverordening. De feitelijke aanwijzing gebeurt via een uitvoeringsbesluit en niet in de verordening zelf. De in d en e genoemde locaties zijn loswallen die door de Provincie zijn aangewezen en liggen in wateren waar de gemeente geen bevoegdheid heeft.

Beide leden van dit artikel zijn opgenomen in artikel 4.2.2 van de Vaarwegenverordening.

Vervalt

Artikel 5:65 Uitzonderingen verbod artikel 5:64 De in artikel 5:64 vervatte verboden zijn niet van toepassing op het innemen van ligplaats en het aanleggen met: a. open boten met een lengte van minder dan 7 meter aan een aanleggelegenheid of steiger; b. pleziervaartuigen in jachthavens; c. pleziervaartuigen aan werven, voor zover dat noodzakelijk is voor op korte termijn uit te voeren werkzaamheden betreffende bouw, verbouw, uitrusting, onderhoud of reparatie en voor zolang deze werkzaamheden duren; d. pleziervaartuigen aan een van overheidswege aangewezen, openbare aanlegplaats; e. de aan botenverkoopbedrijven of botenverhuurbedrijven toebehorende pleziervaartuigen aan de aanleggelegenheden van die bedrijven; f. één pleziervaartuig aan het erf dat behoort bij een woning, een zomerwoning voor zover die woning of zomer woning aanwezig is in overeenstemming met de daarvoor geldende wettelijke voorschriften.

Dit artikel is opgenomen in artikel 4.2.2 de Vaarwegenverordening. De bevoegdheid voor het aanwijzen van ligplaatsen wordt geregeld in artikel 5.1. Het daadwerkelijk aanwijzen van ligplaatsen gebeurt via een uitvoeringsbesluit.

Artikel 5:66 Voorschiften ligplaats 1. Ongeacht het bepaalde in de artikelen 5:64 en 5:65 kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig voorschriften stellen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale Vaarwegverordening van toepassing is. 4. Het is verboden vaartuigen, houtvlotten of andere te water liggende voorwerpen vast te maken of vastgemaakt te hebben aan bomen, struiken, lantaarnpalen of verkeerstekens.

De bevoegdheid van het college om nadere regels te stellen m.b.t. ligplaatsen is in de Vaarwegenverordening opgenomen in artikel 5.1. Nadere regels worden gesteld in een uitvoeringsbesluit in samenhang met de aanwijzing van ligplaatsen.

Vervalt

In de praktijk zijn bij woonpercelen meer dan één pleziervaartuigen aanwezig. Er is in de Vaarwegenverordening voor gekozen het aantal pleziervaartuigen dat zonder ontheffing aanwezig mag zijn te verruimen naar twee.

Deze regel is opgenomen in een slotbepaling artikel 9.1 van de Vaarwegenverordening.

Deze bepaling geldt niet alleen voor ligplaatsen. Het is als algemeen verbod opgenomen in artikel 4.1.1 van de Vaarwegenverordening.

Vervalt

Artikel 5:67 Gebruik voortstuwingsinstallatie 1. Het is verboden een voortstuwingsinstallatie van motorvaartuigen, die aan de wal vastliggen te laten werken. 2. Het is verboden de voortstuwingsinstallatie van motorvaartuigen anders dan bij het aanleggen aan en bij het wegvaren van gemeentelijke of particuliere wallen in werking te hebben binnen de afstand van 2 meter uit een niet beschoeide oever.

Dit artikel beoogt de oever te beschermen. Het gebruik van de voortstuwingsinstallatie nabij onbeschermde oevers én op ligplaatsen is geregeld in de artikelen 4.1.1 en 5.1 lid 2 van de Vaarwegenverordening.

Vervalt

Artikel 5:68 Ligplaatsen woonschepen 1. Het is uitsluitend toegestaan met een woonschip ligplaats in te nemen op gronden die daarvoor uitdrukkelijk zijn bestemd in een onherroepelijk goedgekeurd bestemmingsplan met vergunning van het college. 2. Een vergunning, bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend indien het (te realiseren) woonschip aan de volgende eisen voldoet: a. Het woonschip dient op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving als passend binnen de omgeving te worden aangemerkt en; b. Het woonschip heeft een lengte van maximaal 18.00 meter, een hoogte van maximaal 3.50 meter, gemeten vanaf de waterlijn en een breedte van maximaal 4.25 meter. 3. Dit artikel is niet van toepassing op woonschepen, welke zich bevinden op het terrein van een scheepswerf voor het ondergaan van enige behandeling; 4. Lid 2 onder b is niet van toepassing indien de gestelde maatvoering in m2 van het vigerende bestemmingsplan afwijkt.

Het innemen van een ligplaats met woonschepen is primair geregeld in het bestemmingsplan (incl. de voorschriften). Vergunningen worden niet meer verleend op grond van de Apv (wel Omgevingsvergunning). Alleen artikel 1 is overgenomen in de Vaarwegenverordening onder artikel 4.2.2.

Vervalt

Artikel 5:70 Vaarregels 1. De schippers van elkander tegenkomende vaartuigen moeten, voor zoveel de plaatselijke gesteldheid en de soort der vaartuigen dit toelaten, van bakboord naar stuurboord, dat is van de linker- naar de rechterzijde verhalen. Waar wisselen niet mogelijk is, moet de schipper van het onbeladen vaartuig of indien beide vaartuigen beladen of onbeladen zijn, de schipper wiens vaartuig het dichtst is bij een plaats, waar gewisseld kan worden, daar heen varen om het tweede schip te laten passeren. Wil een schipper een ander voortvarend schipper

Artikel 5.70 omvat verkeersregels voor schepen. Verkeersregels voor op het binnenwater zijn geregeld in het Binnenvaartpolitiereglement en hoeven niet te worden opgenomen in de Vaarwegenverordening.

Vervalt

2.

voorbijvaren dan is deze verplicht, daartoe aangezocht, zo mogelijk gelegenheid te geven. Wanneer een vaartuig stil ligt, of gelost wordt of geladen op een plaats, waar een ander vaartuig niet ongehinderd kan voorbijvaren, is de schipper van eerstgenoemd vaartuig, daartoe aangezocht, verplicht te verhalen, teneinde tot doorvaren de gelegenheid te geven.

Artikel 5:71 Maximum snelheid plassengebied 1. Het is de schipper van een door een motor aangedreven pleziervaartuig of beroepsvaartuig verboden met een grotere snelheid dan 6 km per uur te varen in de wateren aangegeven op de aan deze verordening toegevoegde kaart. 2. In afwijking van het gestelde in lid 1 geldt voor de Ziendevaart, de Sloot van de Graaf, het Jaagpad, het Brampjesgat, de Vetweisloot, een gedeelte van de Meesloot en de Machinesloot een maximale vaarsnelheid van 4,5 km per uur.

Dit artikel is overgenomen in artikel 4.2.1 van de Vaarwegenverordening. Lid 2 wordt op basis van een collegebevoegdheid geregeld in een uitvoeringsbesluit.

Vervalt

Artikel 5:72 Motorvaartverbod 1. Het is de schipper van een door een motor aangedreven pleziervaartuig of beroepsvaartuig verboden daarmee te varen of zich daarmee te bevinden in de wateren aangegeven op de aan deze verordening toegevoegde kaart. 2. Degene die - al dan niet permanent – woont aan een in het eerste lid vermeld water, wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot het met een door een motor aangedreven vaartuig te varen met in achtneming van het gestelde in deze verordening. Ten bewijze daarvan dient hij/zij een identiteitsbewijs bij zich te dragen waaruit de aanwoning blijkt. 3. Degene die een aantoonbaar vis- en/of jachtrecht heeft op een in het eerste lid vermeld water, wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot en met een door een motor aangedreven vaartuig te varen met in achtneming van het gestelde in deze verordening. Ten bewijze daarvan dient hij de bescheiden bij zich te dragen waaruit het vis- en/of jachtrecht blijkt. 4. Degene die aantoonbaar riet- of mosrechten heeft of werkzaamheden namens de Vereniging Natuurmonumenten uitvoert wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in

Lid 1 van artikel 5.72 is in de Vaarwegenverordening opgenomen in artikel 4.1.2 in relatie met de categorisering van vaarwegen naar het type vaartuigen dat wordt toegestaan.

Vervalt

Sinds 2018 worden de expliciete ontheffingen volgens lid 2, 3 en 4 niet meer gehanteerd voor alle hier genoemde categorieën. Er worden op naam ontheffingen verleend. Dit gebeurt mede omdat tegelijkertijd ontheffing noodzakelijk is van het Binnenvaartpolitiereglement.

het eerste lid tot het met een door een motor aangedreven vaartuig. Artikel 5:73 Vaarverbod 1. Het is de schipper van een pleziervaartuig of bedrijfsvaartuig verboden daarmee te varen of zich daarmee te bevinden in de wateren aangegeven op de aan deze verordening toegevoegde kaart. 2. Degene die al dan niet permanent woont aan een in het eerste lid vermeld water, wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot het met een pleziervaartuig te varen met in achtneming van het gestelde in deze verordening. Ten bewijze daarvan dient hij/zij een identiteitsbewijs bij zich te dragen waaruit de aanwoning blijkt. 3. Degene die een aantoonbaar vis- en/of jachtrecht heeft op een in het eerste lid vermeld water, wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot het met een pleziervaartuig varen met in achtneming van het gestelde in deze verordening. Ten bewijze daarvan dient hij/zij de bescheiden bij zich te dragen waaruit het vis- en/of jachtrecht blijkt. 4. Degene die aantoonbaar riet- of mosrechten heeft of werkzaamheden namens Vereniging Natuurmonumenten uitvoert wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid.

Idem als artikel 5.72

Vervalt

Artikel 5:74 Plankzeilverbod Het is de gebruiker van een zeilplank verboden daarmee de plankzeilsport te beoefenen, zich te bevinden of te varen in de wateren aangegeven op de aan deze verordening toegevoegde kaart.

Een zeilplank moet wettelijk worden beschouwd als een zeilvaartuig. Het is niet noodzakelijk een aparte regeling op te nemen voor zeilplanken.

Vervalt

Artikel 5:75 Scheepvaartverkeerswet Een in de artikelen 5:71, 5:72, 5:73 en 5:74 vervat verbod is niet van toepassing op een in die artikelen vermeld water of gedeelte daarvan, ten aanzien waarvan het bevoegd gezag artikel 4 van de Scheepvaartverkeerswet mede heeft toegepast in het belang van het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van een gebied waarin scheepvaartwegen zijn gelegen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, aanhef en sub b van die wet.

Dit artikel betekent dat de genoemde verboden op de wateren die op de kaart zijn aangegeven niet gelden wanneer de gemeente regels m.b.t. het vaarverkeer stelt met als doel natuur- en landschappelijke waarden te beschermen. Dit artikel is feitelijk strijdig met het beoogde doel van de artikelen 5.71 t/m 5.74. (Artikel 4 van de Scheepvaartverkeerswet gaat over het stellen van regels aan het scheepvaartverkeer en artikel 3 lid 2b betreft het toepassen van artikel 4 vanwege natuuren landschappelijke waarden).

Vervalt

Artikel 5:76 Binnenvaartpolitiereglement Het in deze afdeling gestelde is niet van toepassing voor zover het Binnenvaartpolitiereglement en de Vaarwegenverordening Zuid Holland daarin voorzien. Artikel 5:78 Vier uren regeling 1. Ongeacht het bepaalde in de artikelen 5:64 en 5:65 is het, behoudens ontheffing van het college, verboden om een kajuitboot aan de oevers van de in het plassengebied gelegen gronden gedurende langer dan vier uur achtereen gemeerd te hebben. 2. Voorts is het verboden een kajuitboot aan de oevers, bedoeld in het eerste lid, binnen een tijdsbestek van zes uren driemaal op dezelfde plaats af te meren. 3. Verplaatsing binnen een afstand van maximaal vijftig meter vanuit de plaats waar de boot aanvankelijk werd aangetroffen, onderbreken de in lid 1 genoemde tijdsduur niet. 4. Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het stilliggen of afmeren met kajuitboten: a. op geen grotere afstand dan 100 meter uit de as van de voorliggende weg, aan particuliere wallen, deel uitmakend van de aan de zuid-oostzijde van de Voorwetering, grenzende gronden -water daaronder niet begrepen- mits met toestemming van de rechthebbende op die wallen; b. op geen grotere afstand dan 100 meter uit de as van de voorliggende weg, aan andere behorende tuinen of erven, mits met toestemming van de rechthebbende op die wallen; c.

op wallen, deel uitmakend van daartoe bestemde jachten woonschepenhavens; d. voor zover het stilliggen of afmeren met kajuitboten betreft in verband met het beroepsmatig verrichten van werkzaamheden; e. aan de daartoe bestemde vrije aanlegplaatsen, mits het stilliggen of afmeren voor niet langer dan 18 uren achtereen geschiedt en met onderbreking van tenminste 12 uren.

Dit artikel is dan ook niet opgenomen in de Vaarwegenverordening. Dit soort uitsluitingsregels is opgenomen in slotbepaling artikel 9.1 van de Vaarwegenverordening.

Deze regeling, een nadere uitwerking van de afmeerregels van de artikelen 5.64 en 5.65, is oorspronkelijk bedacht voor het Nieuwkoops Plassengebied. Hiermee wordt voorkomen dat gedurende langere tijd langs oevers wordt afgemeerd. Lid 4 a en b betreft een vrijstelling voor particuliere percelen in het bebouwingslint langs de Voorwetering (Voorweg, S. van Capelweg, Noordenseweg, Dorpsstraat en Zuideinde). Lid e is een specifieke bepaling voor de vrije aanlegplaatsen, hoewel in de Apv geen definitie hiervan is opgenomen. Buiten de regels voor het afmeren en ligplaats innemen die in artikel 4.2.2 van de Vaarwegenverordening zijn opgenomen, worden dit soort nadere regels voor het gebruik van aangewezen ligplaatsen opgenomen in uitvoeringsbesluiten.

Vervalt

Vervalt

Artikel 5:79 Varen met motorvaartuigen 1. Het is verboden, zonder vergunning van het college, met een motorvaartuig te varen in de plassen zoals bedoeld in artikel 5:38, O onder 1. 2. De motorvergunning als bedoeld in het eerste lid geldt voor de volgende wateren: a. De Meijewetering lopende van de Vliet tot aan de voormalige Meijemolen, de Ringsloot in de kern Nieuwkoop van de voormalige molen bij de Zuideindenseweg tot de Teuntjesbrug, de Vliet, de Kadewetering, het Mallegat, de Ziendevaart, de Elleboogsvaart, de Oudevaart, de Gemeentevaart, het Schepengat, de vaargeul van het Maarten Freeke Wije, de Noordeinderplas en de Zuideinderplas. b. De Kerksloot, Machinesloot, Vetweisloot en het gedeelte van de Meesloot tussen de genoemde slotenen de Sloot van de Graaf. c. De Jaagpadsloot, Brampjesgat, de Kleinepolder en het Maarten Freeke Wije voor zover gelegen buiten de hoofdvaarroute en eigendom is van de Vereniging Natuurmonumenten of de heer S. Bodegraven. d. Alle overige wateren in de voormalige polder Nieuwkoop en Noorden als de houder van de motorvergunning eigenaar is van het water of als de houder van de motorvergunning in het bezit is van een door de eigenaar ondertekende verklaring waaruit blijkt dat deze daarvoor toestemming geeft. Deze verklaring moet de tijdsduur van de toestemming vermelden en de naam aan wie de toestemming is verleend. 3.

Het college is bevoegd nadere regels te stellen. 4. In verband met de handhaving van het eigen karakter van en de veiligheid in het Nieuwkoopse plassengebied is het verboden sneller te varen dan 6 km per uur met in achtneming van het gestelde in artikel 5:71 lid 2. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

Dit artikel betreft het vereiste van de vaarvergunning voor de Nieuwkoopse Plassen. In de Vaarwegenverordening is de eis van de vaarvergunning opgenomen in artikel 4.1.2. In lid 2 van artikel 5.79 wordt een opsomming gegeven van alle vaarwegen waar het is toegestaan met de motor te varen. In de Vaarwegenverordening is dat geregeld in artikel 2.1, in samenhang met de kaarten waarop de vaarwegen zijn aangegeven.

Lid 4 was feitelijk al overbodig want is al geregeld in artikel 5.71. De maximum vaarsnelheid is in de Vaarwegenverordening opgenomen in artikel 4.2.1, inclusief een collegebevoegdheid om afwijkende snelheden vast te stellen.

Vervalt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=2e25a681-8e06-48b5-b820-42cc08ee261c