Bijlage D Juridische implicaties warmtenet Langeraar
Tekst van het document
Bijlage D: Juridische implicaties opzetten gemeentelijk warmtebedrijf Bij de keuze voor de ontwikkeling van het warmtenet Langeraar in publiek eigendom krijgt de gemeente Nieuwkoop te maken met een aantal juridische en organisatorische implicaties. In de Herijking van de Transitievisie warmte is uitgebreid ingegaan op de rolneming van de gemeente binnen warmtebedrijven en het borgen van maatschappelijke waarden. Deze bijlage gaat in op de juridische aandachtspunten en wat het inhoudt om een warmtebedrijf op te richten.
1. Wat is een warmtebedrijf? Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor het realiseren en exploiteren van het warmtenet gedurende een periode van 20 tot 30 jaar. De Wet Collectieve Warmte (Wcw) schets de volgende stappen: 1. TVW/warmteprogramma: de gemeente geeft aan waar individuele warmteoplossingen de voorkeur hebben en waar warmtenetten moeten worden ingezet. 2. Gebieden waar een warmtenet geschikt is: warmtekavel wordt vastgesteld en er wordt een warmtebedrijf aangewezen. 3. Op basis van een gedetailleerd kavelplan van het warmtebedrijf wordt een uitvoeringsplan opgesteld. De plaatsing van de warmtenetten wordt bepaald via het omgevingsplan, waarbij het warmtebedrijf verplicht is om deze plannen uit te voeren. Het belangrijkste punt in het wetsvoorstel van de Wcw is dat een warmtebedrijf dat wordt aangewezen, volledig verantwoordelijk moet zijn voor de continuïteit en kwaliteit van de warmtelevering in een bepaald gebied. Alleen als een partij deze verantwoordelijkheid kan dragen voor alle aspecten van de warmtevoorziening (productie, transport en levering) kan deze door de burgemeester en wethouders worden aangewezen als warmtebedrijf. Om dit goed te kunnen doen, en ervoor te zorgen dat warmte betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam blijft, wordt het economisch eigendom van het warmtenet gezien als een noodzakelijke voorwaarde.
De onderdelen van een warmtebedrijf Het warmtebedrijf bestaat grofweg uit drie onderdelen: - Warmteproducent; produceert warmte (de bron), maar hoeft deze niet in eigendom te hebben; - Warmteinfrabedrijf; beheert de infrastructuur; - Warmteleverancier; zorgt voor de distributie van warmte in het warmtenet.
2. Inrichting van een warmtebedrijf voor Langeraar Inrichting van het warmtebedrijf De verdeling van de assets binnen het warmtebedrijf en de samenhang kan verschillen. Zo sorteert de gemeente voor op het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf, Hierbij wil ze zoveel mogelijk zelf verantwoordelijkheid dragen voor het warmtebedrijf. Als partner kan een publieke partij, of een bewonerscoöperatie toetreden tot 49% aandeelhouderschap in het warmtebedrijf en private partijen kunnen hooguit een rol in concessie vervullen. Dat maakt dat er de volgende smaken zijn. Er kan gekozen worden om een volledig publiek warmtebedrijf op te richten waarbij de gemeente Nieuwkoop alle assets bezit (1). Er kan ook gekozen worden om 49% of minder eigenaarschap te geven aan een andere publieke partij of bewonerscoöperatie (2). Hierbij kan ook gekeken worden naar een Joint Venture met een publieke partij of bewonerscoöperatie verdeeld over de twee bedrijfsonderdelen. (3/4) Hierbij is het goed om te benoemen dat een bewonerscoöperatie onder de Wcw wordt gezien als een private partij. Daarom moeten, in de laatste twee varianten (bij een warmtenet van <1500 weq), de publieke partijen meer dan 50% van de aandelen van het warmte-infrastructuurbedrijf bezitten en moet het warmte-infrastructuurbedrijf meer dan 50% zeggenschap hebben in de joint venture.
De verschillende soorten samenstellingen zijn hieronder schematisch weergegeven.
Rollen in de keten Voordat er wordt ingaan op de taken en het beheer van het warmtebedrijf, is het belangrijk om te begrijpen welke rollen er zijn in de warmteketen. Dit helpt bij het begrijpen van de taken van een warmtebedrijf ten opzichte van de verdeling van verantwoordelijkheden en taken binnen de gehele warmteketen.
De warmteketen kan ingedeeld worden in vijf rollen: - Warmteproducent: produceert warmte vanuit een bron; - Netwerkeigenaar: eigenaar van de infrastructuur (transport en distributie infra); - Netwerkbeheerder: verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van de infrastructuur; - Leverancier: levert de warmte aan eindgebruikers; - Eindgebruikers: gebruiken de geleverde warmte (woningen/ bedrijven). De rollen kunnen door verschillende partijen worden vervuld en/ of verder worden uitbesteed (concessie). Een voorbeeld van wie welke rol kan invullen wordt gegeven in onderstaande fictieve afbeelding. Bij het verder invullen van de partijen die deelnemen aan het warmtebedrijf voor Langeraar in de toekomst kan onderstaande plaat definitief worden ingevuld. Warmteketen
Producent
Netwerkeigenaar
Netbeheerder
Leverancie r
Gemeente
Gemeente
Gemeente
Gemeente
of bewonersc oöperatie
of consessie
of consessie
of bewonersc oöperatie
of consessie
of consessie
Eindgebruikers Woondiens ten Aarwoude IKC De Poel Bedrijven / private eigenaren
Bovenstaande figuur is niet uitgewerkt maar geeft een illustratie van de mogelijkheden tot het vervullen van specifieke rollen in de warmteketen.
Taken in een warmtebedrijf De betrokken partijen hebben verschillende taken te verdelen in een warmtebedrijf. Hieronder een opsomming van de taken: 1. Integraal verantwoordelijk 2. Balans en programma: zorgt voor de juiste hoeveelheid warmte op de juiste plaats op de juiste tijd (balans tussen vraag en aanbod) door combinatie van bronnen aan te sturen op basis van schattingen en de buitentemperatuur. 3. Warmteproductie: zorgt voor en beheert warmte uitkoppeling, maakt warmte naar opgegeven vraag en verkoopt aan warmtebedrijf. 4. Piek en back-up Warmte: zorgt voor en beheert piek- en back-up bron. Deze bron produceert warmte wanneer nodig. 5. Warmtenet realisatie: ontwerpt de warmtenetten en warmteoverdrachtstations tot aan de voordeur en legt deze aan. 6. Beheer van warmtenet: beheert de warmtenetten, controleert de temperatuur in het warmtenet, repareert het warmtenet als het nodig is en zorgt voor een slim net. 7. Inpandig net en aansluitingen: ontwerpt, legt aan, zorgt voor en onderhoudt het warmtenet vanaf de voordeur tot en met de afleverset. Installeert en onderhoudt de afleverset. 8. Verbruik meten: meet het verbruik van afnemers. 9. Warmtelevering: Levert de warmte af, verstuurt de facturen, verzorgt de backoffice, zorgt voor een leveringsvergunning en houdt zich aan de regels uit de leveringsvergunning.
Figuur 1 De taken in een warmtebedrijf
Taken in een warmtebedrijf afgezet tegen betrokken partijen In onderstaande fictieve tabel zijn de taken in een warmtebedrijf afgezet tegen de rollen in de warmteketen. Afhankelijk van de partijen die de rollen zullen vervullen kan in dialoog worden bepaald wie welke taken oppakt. Tot ‘’waar’’ gaat het beheer van het warmtebedrijf (Demarcatie)? Het warmtebedrijf is (over het algemeen) verantwoordelijk voor het beheer tot en met de afleverset. De gebouweigenaar is verantwoordelijk voor de binneninstallatie. In Langeraar zal dit ook het geval zijn. Er bestaan drie modellen voor de beheerverantwoordelijkheid tussen warmtebedrijf en gebouweigenaar. Dit wordt ook wel de demarcatie van het warmtenet genoemd. Bij het aansluiten van een warmtenet wordt binnen een gebouw een leiding aangelegd vanaf de gevel tot en met de afleverset in de woning. Dit vraagt om zowel installatietechnisch werk - leidingen en afleverset - en bouwkundig werk - sparingen, mantelbuizen en afwerking. etc. Daarnaast wordt de CV-ketel en de binneninstallatie aangesloten op de afleverset. De verantwoordelijkheden voor de werkzaamheden kunnen op verschillende manieren verdeeld worden tussen de gebouweigenaar en het warmtebedrijf. Hier bestaan drie modellen voor: 1. Tot en met de afleverset. Het warmtebedrijf verzorgt de installatietechnische werkzaamheden tot en met de afleverset.
De gebouweigenaar zorgt voor de bouwkundige ingrepen en de aansluiting van de binneninstallatie op de afleverset. 2. Tot aan de gevel. Het warmtebedrijf legt het warmtenet aan tot aan de gevel. De gebouweigenaar zorgt voor het volledige inpandige werk vanaf de gevel inclusief de plaatsing van de afleverset. Na realisatie wordt het deel vanaf de gevel tot de afleverset overgedragen aan het warmtebedrijf. 3. Alles leveren. Het warmtebedrijf verzorgt alles, inclusief de aansluiting van de binneninstallatie op de afleverset. Dit gebeurt in opdracht van de gebouweigenaar. Het beheer van het warmtebedrijf; overzicht van taken en verantwoordelijkheden Naast de bovengenoemde taken en demarcatie kan het beheer van het warmtenet worden gedefinieerd door BDFMO-onderdelen (Build, Design, Finance, Maintain en Operate). Dit komt af van contractvormen die in concessies worden uitgegeven en geven weer welke onderdelen van het warmtebedrijf in beheer worden genomen. In dit geval (en in de onderstaande tabellen) wordt ervanuit gegaan dat deze onderdelen zo veel mogelijk door de gemeente zelf wordt opgepakt.
Build Bron
Infrastructuur
-Aanleggen en instaleren van warmtepomp en WKO
Aanleggen van pijpleidingen en leidingwerk voor het transport van warmte van de warmtebron naar het warmtenetwerk en naar andere aangesloten gebouwen: Grondwerk en graafwerkzaamheden Leiding aanleg WOS Isolatie en bescherming leidingen Testen en inbedrijfstelling Veiligheidsmaatregelen
-Voorbereiding van de bouwplaats, inclusief het egaliseren van terreinen, graafwerk voor funderingen, en eventueel het aanleggen van toegangswegen
Afleverset (model 1)
Klant
- Plaatsbepaling in woning - Aansluiting regelsystemen - Drinkwater boiler plaatsen
Binneninstallatie (model 3) - Afstemmen binnen installatie voor optimale warmtelevering.
X
- Testen en inbedrijfstelling
Design Bron
Infrastructuur
Afleverset (model 1)
- Bepalen warmtevraag
- Opstellen technisch ontwerp (tracé)
- Keuze van afleverset
- Opstellen technisch ontwerp met benodigde apparatuur zoals warmtepompen. WKO’s, piek en back up
- Ruimtelijke plannen en vergunningen
- Ontwerp aansluiting op leiding
Klant
Binneninstallatie (model 3)
X
X
- Opstellen van plan voor locatie warmtebron - Balans en programma
Bron
Infrastructuur
- Bekostiging aanleg.
- Bekostiging aanleg.
- Aannemer selecteren.
- Aannemer selecteren.
Finance Afleverset (model 1) - Bekostiging aanleg.
Klant - Finance en control.
Binneninstallatie (model 3) - Afstemmen binnen installatie voor optimale warmtelevering.
- Belastingen. - Fiscaal advies.
Maintenance Infra structuur - Regelmatig onderhoud.
Bron - Regelmatig onderhoud. - Inspectie van apparatuur Reparaties en vervangingen Veiligheidscontroles.
Afleverset (model 1) - Kalibratie en instrumenten om nauwkeurige metingen te blijven leveren.
- Inspectie van leidingen.
Klant - Communicatie en klantenservice.
Binneninstallatie (model 3) - Afstemmen binnen installatie voor optimale warmtelevering.
- Verbruiksmonitoring. - Klachtenafhandeling.
- Documentatie en rapportage o.a. duurzaamheid.
- Onderhoudt leidingen en WOS.
- Inspecties. - Onderhoud. - Leveringsvergunning aanvragen.
Bron - Reactie op storingen. Veiligheidsprocedures.
Infra structuur - Reactie op storingen.
Operate Afleverset (model 1) - Meten van verbruik.
- Veiligheidsprocedures. - Operationele planning dagelijkse activiteiten. - Storing en noodherstel.
Klant - Facturering. - Educatie en voorlichting.
- Storing en noodherstel. - Communicatie gebruikers.
- Warmtelevering. - Kwaliteitscontrole en klanttevredenheidsonderzoeken .
Binneninstallatie (model 3) - Ontluchten leidingen. - Controle thermostaten en regelingssystemen.
3. Welke juridische aandachtspunten zijn er bij de oprichting van een warmtebedrijf? Een warmtebedrijf is een onderneming bestaande uit drie onderdelen productie (bron), distributie (infra) en verkoop (levering). Net als andere bedrijven is een warmtebedrijf onderworpen aan juridische rechten en plichten. Het oprichten van een warmtebedrijf brengt daarom een aantal juridische implicaties met zich mee. In de basis zijn er drie relevante juridische onderdelen: aanbestedingswet, staatsteun en vennootschapsbelasting. Een zo volledig overzicht wordt onderstaand weergegeven. Aanbestedingswet De aanbestedingswet regelt hoe overheidsinstanties op een eerlijke en transparante wijze opdrachten moeten vergeven. Het doel hiervan is om corruptie te voorkomen en op een zo eerlijk mogelijke wijze een opdracht te vergeven aan een partij. Afhankelijk van de vorm en eigendomsstructuur van het warmtebedrijf en de waarde van de contracten kan het bedrijf onderworpen zijn aan de regels van de aanbestedingswet. Dit houdt in dat als het warmtebedrijf publieke middelen gebruikt en als publieke opdrachtgever wordt beschouwd, het transparante en competitieve procedures moet volgen bij het toekennen van contracten voor de bouw van de infrastructuur of de levering van diensten aan private partijen.
Binnen de aanbestedingswet zijn specifieke richtlijnen opgenomen voor de exploitatie van werken en diensten. Deze worden de concessierichtlijnen genoemd. Een concessie onderscheidt zich van andere onderdelen van de aanbestedingswet omdat het niet alleen de uitvoering, maar ook de exploitatie van de dienst of het werk omvat. Binnen het aanbestedingsrecht zijn Europese drempelbedragen vastgesteld. Als de geraamde waarde van een opdracht gelijk is aan of meer is dan het drempelbedrag moet deze aanbesteed worden. Voor de jaren 2024 en 2025 zijn deze drempelbedragen vastgesteld op: •
• •
€ 221.000 exclusief BTW voor leveringen en diensten gegund door decentrale overheidsinstanties (hier vallen gemeenten onder). Deze waarde is opgenomen onder artikel 4 Richtlijn 2014/24 van de aanbestedingswet. € 5.538.000 exclusief BTW voor werken (bouwopdrachten). Deze waarde is opgenomen onder artikel 4 Richtlijn 2014/24 van de aanbestedingswet. € 5.538.000 exclusief BTW voor concessies. Deze waarde is opgenomen onder artikel 8 Richtlijn 2014/23 van de aanbestedingswet.
Aangezien het opzetten van een joint venture met een publieke partner vrijwel altijd ‘’exploitatie van werken en diensten’’ behelst, oftewel het exploiteren van het warmtebedrijf, dient rekening te worden gehouden met de drempelbedragen voor concessies. Voor gemeente Nieuwkoop – en andere gemeenten – houdt dit in dat op het moment dat de waarde van de concessie de toepasselijke drempel van ≥ € 5.538.000 exclusief BTW overschrijdt deze Europees aanbesteed dient te worden. Voor de aanbesteding van concessies geldt overigens een enigszins verlicht aanbestedingsregime. Inbesteding Een inbesteding wordt omschreven als het besluit van de overheid (of een publieke organisatie) om een opdracht te vergeven aan een andere publieke organisatie of onderneming. In dit geval kan er een aanbesteding gedaan worden zonder het Europese aanbestedingstraject te hoeven doorlopen. Voor de gemeente Nieuwkoop houdt dit in dat zij opdrachten aanbestedingsvrij (dus zonder concurrentie) aan mag bieden aan publieke partijen. Een belangrijk punt om hierbij op te merken voor gemeente Nieuwkoop is dat bewonerscoöperaties, volgens de Nederlandse wetgeving, geen publieke organisaties zijn. Dit houdt in dat inbesteding niet kan met bewonerscoöperatie in het warmtebedrijf. Momenteel wordt in opdracht van het Gelders WarmteInfraBedrijf (GWIB) een onderzoek uitgevoerd naar welke aanvullende mogelijkheden er zijn.
Staatssteun Staatssteun verwijst naar elke vorm van publieke steun die bepaalde bedrijven of sectoren een financieel voordeel geven en die de concurrentie en handel tussen Europese lidstaten kan verstoren. De EU wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt en heeft daarom staatssteunregels opgesteld om eventuele steun door overheden in goede banen te leiden. Wanneer een warmtebedrijf financiële steun krijgt van de overheid, moet dit in overeenstemming zijn met de regels omtrent staatsteun van de Europese Unie. De steun mag de concurrentie niet vervalsen en de interne markt niet verstoren. Indien een overheid een warmtebedrijf opricht of ondersteunt, moet er gekeken worden of deze steun aanmeldverplichting heeft bij de Europese Commissie (EC). Het is belangrijk om op te merken dat de stappen om te beoordelen of er sprake is van geoorloofde staatssteun voor publieke warmtenetten relevant zijn voor alle decentrale overheden, waaronder gemeenten én provincies. Allereerst moet er gekeken worden of er aan de vijf criteria voor het staatssteunverbod wordt voldaan. De criteria zijn als volgt: De vijf criteria voor staatsteun 1. De financiële ondersteuning wordt toegekend aan entiteiten die betrokken zijn bij commerciële activiteiten.
Het Europese Hof van Justitie definieert een 'onderneming' als elke entiteit die economische activiteiten uitvoert, ongeacht de juridische status of de financieringswijze. Het is de aard van de activiteit waarvoor de steun wordt verleend die bepaalt of deze economisch van aard is, en niet de structuur van de organisatie. 2. De ondersteuning wordt gefinancierd door overheidsgelden. Dit omvat ook de financiën van de gemeente Nieuwkoop. De steun kan vele vormen aannemen, zoals subsidies, kredieten en/of garantstellingen. 3. De overheidsfinanciering biedt een commercieel voordeel dat niet bereikt zou kunnen worden onder normale marktvoorwaarden. De steun resulteert in een financieel voordeel voor de begunstigde onderneming dat niet zou bestaan zonder interventie van de overheid. Er is bijvoorbeeld geen sprake van een adequaat tegenoffer voor het verkregen voordeel. 4. De steunmaatregel is discriminerend. De steun is exclusief voor bepaalde ondernemingen, specifieke industrieën of regio's, zoals in dit geval de gemeente Nieuwkoop. 5. De maatregel heeft een verstorend effect op de concurrentie (of heeft het potentieel dit te doen) en leidt (of dreigt te leiden) tot nadelige effecten op de handel binnen de Europese Unie. Wanneer de positie van een onderneming die steun ontvangt ten opzichte van concurrenten verbetert, verstoort de steun de concurrentie.
In de praktijk wordt getoond dat dit criterium vaak van toepassing is. Wanneer een bedrijf aan alle vijf van deze criteria voldoet spreekt men van (ongeoorloofde) staatssteun. Als er aan een van de criteria niet wordt voldaan mag de steun verleend worden zonder deze voor te leggen aan de EC. Er zijn ook regels voor vrijstellingen mogelijk op de grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). De focus hiervoor ligt op onderwerpen waaraan de EC veel waarde hecht, zoals innovatie, duurzaamheid en onderzoek en ontwikkeling.
AGVV De AGVV geeft gemeenten en andere decentrale overheden een praktisch instrument om op een geoorloofde manier staatssteun te verlenen aan de ontwikkeling van warmtenetten. Binnen de AGVV zijn allerlei steuncategorieën vrijgesteld. Een voorbeeld van een vrijgestelde steuncategorie is de investeringssteun voor energie-efficiënte stadsverwarming en -koeling. De AGVV kent een aantal algemene criteria en per steuncategorie ook specifieke voorwaarden. Voor het opzetten van een warmtebedrijf zijn de volgende algemene- en specifieke criteria van belang: Relevante criteria voor een warmtebedrijf om te voldoen aan de AGVV •
De financiële steun die door gemeente Nieuwkoop wordt aangeboden, is uitgesloten voor de volgende doeleinden: - Activiteiten die gericht zijn op export. - Steun die gekoppeld is aan het prefereren van binnenlandse producten boven geïmporteerde goederen. - Steun aan bedrijven die nog moeten voldoen aan terugvorderingsbevelen. - Steun aan ondernemingen die financieel in moeilijkheden zijn.
•
De maximale investeringsondersteuning van gemeente Nieuwkoop voor de aanleg van een netwerk voor stadsverwarming is begrensd tot twintig miljoen euro per bedrijf of investeringsinitiatief. In gevallen waarbij meerdere steunbronnen worden aangewend voor dezelfde subsidiabele uitgaven, zal de totale financiële bijdrage de vastgestelde limiet voor de investering niet overschrijden.
•
De door de gemeente Nieuwkoop verleende steun is op een transparante wijze beschikbaar. Het kan gaan om directe subsidies, leningen, garanties, belastingvoordelen en/of terugbetaalbare voorschotten. Informatie over de steunregeling is vrij toegankelijk en online in te zien.
•
De steun dient een aanzettende werking te hebben. Dit houdt in dat, in het geval van gemeente Nieuwkoop, de projecten waarvoor steun wordt aangevraagd, niet van start gaan voordat de steunaanvraag is ingediend en verwerkt.
Vennootschapsbelasting Een warmtebedrijf is – net als andere bedrijven – in principe onderworpen aan de vennootschapsbelasting over haar winsten. Er zijn echter specifieke regels en vrijstellingen van toepassing, afhankelijk van de rechtsvorm van het bedrijf en de aard van de activiteiten. In sommige gevallen kunnen er speciale fiscale voordelen van toepassing zijn op energiebedrijven of kan het bedrijf gebruik maken van subsidies of fiscale voordelen voor duurzame energieprojecten. Overige belastingen en BTW Conform het Klimaatakkoord en de uitwerking van regionale energiestrategieën moeten alle gemeenten in Nederland aan de slag met deze energietransitie. Hieronder beschrijven wij de belangrijkste aandachtspunten in relatie tot fiscale vragen in de exploitatie van warmtenetten. Veel gemeenten doen onderzoek en maken beleidskosten voor de energietransitie. Zolang dit beleidskosten zijn, is de BTW hiervan compensabel voor de gemeente. Complexer wordt het als de gemeente daadwerkelijk energie gaat opwekken. Bij het opwekken van energie treedt de gemeente op als ondernemer voor de BTW als de energie aan het net wordt geleverd. De BTW op de investeringen kan dan in aftrek worden gebracht. Als de gemeente aan de slag gaat met een warmtenet, dan kan de gemeente de realisatie van een warmtenet op verschillende manieren fiscaal en juridisch vormgeven.
De gemeente kan allereerst zelf een warmtenet aanleggen. Zij kan er bijvoorbeeld ook voor kiezen om voor de realisatie en exploitatie van het warmtenet samen te werken met een marktpartij en inwoners. Ook heeft de gemeente de keuze om een exploitatie via concessieverlening aan een derde of via een door de gemeente op te richten besloten vennootschap te laten plaatsvinden. Hierbij kan ook nog een keuze worden gemaakt wie eigenaar wordt van het warmtenet en of de gemeente een juridisch eigendom wil behouden. Deze opties hebben fiscaal zeer verschillende uitwerkingen. Aandachtspunten voor de gemeente voor de BTW, overdrachtsbelasting, energiebelasting en de vennootschapsbelasting bij de aanleg van een warmtenet zijn: •
In het kader van onder andere aansprakelijkheid en fiscale gevolgen is van belang wie juridisch eigenaar en exploitant van het warmtenet wordt.
•
Beoordeeld dient te worden in hoeverre sprake is van BTW-belaste prestaties en of t.a.v. deze belaste prestaties recht op compensatie van btw bestaat bij het BTWcompensatiefonds. Ook dient hierbij rekening gehouden te worden met eventuele overdrachtsbelasting aspecten.
•
Afhankelijk van de rechtsvorm of wijze waarop de exploitatie van het warmtenet wordt vormgegeven kunnen zich verschillende vennootschapsbelasting voordoen.
•
Partijen dienen rekening te houden wie belast is met de inhouding en betaling van energiebelasting bij het leveren van warmte.
•
Een aandachtspunt is verder of de concessiehouder gebruik kan maken van fiscaal gunstige (aftrek- of afschrijvings-) regelingen. Dergelijke regelingen bieden voordeel aan ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen, duurzame energie of het milieu.
•
Indien het warmtenet wordt gefaciliteerd vanuit een BV dan wordt de BV inhoudingsplichtig voor de loonheffingen en sociale premies. De BV dient zich te registreren als werkgever. Het is aan te raden om te onderzoeken welke gevolgen deze indiensttredingen hebben voor de loonheffingen, cao-bepalingen en dergelijke.
•
Indien gekozen wordt voor verlening van een concessie dient ook aandacht uit te gaan naar wat er gebeurt wanneer de concessieovereenkomst met de marktpartij eindigt en wat voor fiscale gevolgen dit kan hebben.
4. Verkrijgen warmtevergunning Op dit moment geldt de Warmtewet in Nederland. De Wcw gaat deze in de toekomst vervangen. Voor het leveren van warmte binnen de huidige wet is soms een warmtevergunning nodig. Dit is sterk vergelijkbaar met een aanwijzing en wordt ook beoordeeld door de ACM. In het geval van Nieuwkoop is een ontheffing mogelijk, omdat het om een kleinschalig warmtenet betreft. Mogelijk wordt de ontheffing sneller afgegeven dan een vergunning. Mede door de wens voor groei en door de publieke opinie rondom betrouwbaarheid van het gemeentelijk warmtebedrijf is het aanvragen van een leveringsvergunning een verstandige zet. Als leverancier met een warmtevergunning moet je voldoen aan de volgende eisen: -
Organisatorische kwaliteit U moet uw bedrijfsprocessen onder controle hebben, zoals verkoop, administratie en klachtafhandeling. Dit bewijst u met: o informatie over uw organisatie, zoals uw ondernemingsplan; o informatie over uw administratieve organisatie en interne controle (AO/IC); o registratie geschillencommissie; o offertes, algemene voorwaarden en overeenkomsten;
-
Financiële kwaliteit Uw bedrijf moet financieel gezond zijn. Dit bewijst u met informatie over uw: o ondernemingsplan en prognoses; o financiële positie; o financiering van uw bedrijf; o jaarrekening of openingsbalans; o non-faillissementsverklaring.
-
Technische kwaliteit U moet het warmtenet goed beheren. Uw bedrijfsvoering moet op orde zijn. En u moet genoeg warmte kunnen leveren aan al uw verbruikers. Dit bewijst u met informatie over: o uw onderhoudssysteem, zoals uw onderhoudsplan en storingsregistratie; o het juridisch eigendom van uw warmtenet; o uw prognose (schatting) van de warmtevraag door uw kleinverbruikers in de komende tien jaar; o de manier waarop u de warmte uit uw prognose gaat leveren.
Vergelijking met de Wet Collectieve Warmte Binnen de Wcw wordt gecontroleerd op dezelfde informatie (technische, organisatorische en financiële zaken). Dit is in de WCW als volgt geformuleerd: a) De organisatorische en technische bekwaamheid van het warmtebedrijf; b) De financiële situatie van het warmtebedrijf; c) De status van de leveringszekerheid middels een leveringszekerheid rapportage. De eisen die hier aan verbonden zijn, wijken hoogstwaarschijnlijk wel af. Dit is nog niet bekend. Om een aanvraag voor een warmtevergunning in te dienen wordt een potentiële leverancier van warmte verzocht om een aantal documenten te versturen naar de ACM. Voordat de potentiële leverancier deze documenten aanlevert moet het bedrijf een oriëntatiegesprek aanvragen. Tijdens dit gesprek worden de plannen van het warmtebedrijf gezamenlijk met de ACM doorgenomen. Ook wordt de aanvraagprocedure van een vergunning toegelicht. Afsluitend aan dit gesprek heeft het potentiële warmtebedrijf de mogelijkheid om de documenten op te sturen ter beoordeling door de ACM. Onder deze documenten vallen: -
Een Assurance-rapport van een onafhankelijk accountant; Bewijs van registratie bij een onafhankelijke geschillencommissie; Non-faillissementsverklaring van de rechtbank van maximaal twee weken oud; Voorbeelden van offertes en overeenkomsten die u gaat gebruiken; Informatie over de technische kwaliteiten van uw warmtenet; Informatie over de financiële positie en financiering van uw bedrijf; Uittreksel Kamer van Koophandel.
Al deze informatie wordt vervolgens getoetst volgens een toetsingskader. Het is aannemelijk dat bij de aanvraag tot een aanwijzing binnen de Wcw een soortgelijke toetsing en toetsingsproces plaats zal vinden.
5. Wat is de impact van gemeentelijke rolneming op uitvoeringsorganisatie? De impact van de gemeentelijke rolneming op de uitvoeringsorganisatie van de gemeente is afhankelijk van de eigendomsstructuur van het warmtebedrijf en de taken die de gemeente daarin op zich neemt. De exacte eigendomsstructuur voor Langeraar is nog niet definitief. Wel wordt voorgesorteerd op een publiek integraal warmtebedrijf met 51% aandeelhouderschap bij de gemeente. Ook is bekend dat de gemeente een groot aantal taken zelf wil uitvoeren. Uitgaande van een actieve sturende gemeente, brengen we in dit hoofdstuk de impact van de rolneming op de uitvoeringsorganisatie op hoofdlijnen in kaart: op basis van de interne organisatie en financiën. Impact op de interne organisatie In het onderzoeksrapport van onderzoeksbureau AEF staat wat de uitvoeringskosten van het klimaatakkoord voor gemeenten zijn. Ook staat per taak van de gemeente binnen de warmtetransitie hoeveel FTE dat vraagt1. Allereerst is uitgezocht in hoeveel wijken een gemiddelde gemeente start met een wijkuitvoeringsplan. De gemeente Nieuwkoop valt onder de categorie ‘’klein’’.
Ook is weergegeven hoeveel wijken een gemeente gemiddeld tegelijk in uitvoering heeft.
1 AEF-onderzoeksrapport Uitvoeringskosten Klimaatakkoord | Rapport | Raad voor het Openbaar
Bestuur (raadopenbaarbestuur.nl)
Vervolgens is weergegeven hoeveel FTE’s de volgende activiteiten vragen: -
Het opstellen van wijkuitvoeringsplannen: 0,8 – 1,1 FTE per gemeente per wijkuitvoeringsplan per jaar. Het uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen: 1,7 – 2,1 FTE per gemeente per wijkuitvoeringsplan per jaar. Het samenwerken met woningcorporaties en VvE’s: 0,3 – 0,4 FTE per gemeente per jaar. Het verzorgen van gemeente brede communicatie: 0,9 – 1,1 FTE per gemeente per jaar. Het verduurzamen van eigen vastgoed: 0,1 – 0,2 FTE per gemeente per jaar. Het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed: 0,3 – 0,5 FTE per gemeente per jaar. Het verduurzamen van utiliteit: 0,3 FTE per gemeente per jaar. Het herijken van de TVW: 0,25 FTE per gemeente per jaar.
Kortom, de warmtetransitie (in de breedte) vereist veel capaciteit bij gemeenten. Gebrek aan budget, middelen en mensen bij gemeenten is daarom een belangrijke belemmering. De gemeente Nieuwkoop heeft voor de warmtetransitie (in de breedte) 5 FTE (extra) aangevraagd bij de raad. In het AEF-rapport staat niet hoeveel FTE het opzetten en/of draaiende houden van een warmtebedrijf vraagt. De gemeente wil in ieder geval 51% aandeelhouderschap in het publieke warmtebedrijf. Er wordt hiervoor een aparte BV opgericht. In de eerste ‘’fase’’ verrichten ambtenaren van de gemeente, vanuit verschillende afdelingen en teams, werkzaamheden voor het warmtebedrijf. Denk bijvoorbeeld aan ontwerpteams die aan het Design werken, en rioleringsteams die aan het Maintenance aspect werken. Op termijn, wanneer meer zicht is op het volledige takenpakket en de capaciteit die dit vraagt, kunnen aparte vacatures worden uitgezet voor specifiek het warmtebedrijf. Vraag naar specifieke expertise Om invulling te geven aan de warmtetransitie zijn diverse expertises nodig: -
Ontwikkeling/uitwerking van inhoudelijk, juridisch en financieel beleid en uitvoeringsplannen Technische kennis en kunde Ruimtelijke procedures, vergunningverlening en handhaving Omgevings- en stakeholdermanagement (stimuleren, samenwerken, participatie) Proces- en programmamanagement
BDMFO: Om invulling te geven naar de diverse expertises die nodig zijn voor het oprichten van een warmtebedrijf wordt verwezen naar het overzicht met BDMFO-taken. Impact op financiën Uitgaven Het oprichten van of het deelnemen in een warmtebedrijf vraagt om structurele publieke investeringen op het gebied van financiën en personeel. Hieronder is per fase weergegeven wat de bandbreedtes aan verwachte kosten zijn (de gegevens zijn afkomstig uit een onderzoek door Berenschot 2023 voor de gemeente Nijmegen): -
-
Voor de verkennings- en initiatiefase (die twee tot zeven jaar kan duren). Indicatieve investering gemeente: proceskosten (eigen inzet) + eenmalig € 20.000 – € 50.000 voor onderzoeken (afhankelijk van verdeling kosten tussen partijen). Afhankelijk van de doorlooptijd zijn de kosten hiermee tussen de € 60.000 en € 120.000. Voor de ontwikkelingsfase (die één tot twee jaar kan duren). Indicatieve investering gemeente: € 100.000 – € 300.000. Wanneer het bijvoorbeeld een samenwerking tussen de gemeente en een partner betreft, worden afspraken gemaakt over het delen van deze kosten.
-
Voor de realisatie- en beheersfase (die twee tot vijf kan duren). Indicatieve investering gemeente: op basis van kengetallen worden de kosten geraamd op € 14.000 – € 19.000 per woning voor het warmtenet. De onrendabele top in de vorm van de BAK ligt hierbij rond de € 3.000 tot € 7.000 per woning. De verwachte investering van de gemeente hangt af van de verhoudingen binnen de entiteit en/of warmtebedrijf en de daarbij gekozen financieringsstructuur.
In de financiering van warmtenetten wordt rekening gehouden met 30% risicodragend vermogen. 70% kan onder andere financieringsconstructies worden verkregen. Voor gemeenten zijn er diverse financieringsmogelijkheden. Zo kan een gemeente geld lenen van een bank en vervolgens uitlenen aan een warmtebedrijf. Het warmtebedrijf betaalt rente aan de gemeente voor het lenen van het geld.
Bedrijfsfinanciering of projectfinanciering? Er zijn twee mogelijke manieren van financieren, namelijk bedrijfsfinanciering (een warmtebedrijf financiert haar assets) of projectfinanciering (per project wordt er financiering gezocht). Het ligt in de rede om de eerste warmtenetten op basis van projectfinanciering te financieren. Hiervoor wordt een (project)entiteit opgericht. Naar mate er meer warmtenetten gerealiseerd worden, kan gekozen worden de verschillende entiteiten onder te brengen in een warmtebedrijf en over te gaan op bedrijfsfinanciering op de assets. Er kan gekozen worden om vrij snel een warmtebedrijf in te richten om onder andere aandeelhoudersverhoudingen scherp te krijgen. Dit betreft dan aanvankelijk een lege ‘huls’ zonder assets en financiën. Gemeentelijke begroting Nieuwkoop Dat de gemeente mogelijk gaat deelnemen in een warmtebedrijf is nog niet in de gemeentelijk begroting opgenomen. Er zijn geen structurele investeringsmiddelen voor de komende jaren om te investeren in deelname. Voor Langeraar wordt ingezet op projectfinanciering, waarbij de investeringsbeslissing uitkomt op € 3.087.410. Meer dan de helft hiervan wordt naar verwachting in de eerste jaren terugverdiend met de WIS subsidie (€ 818.440) en de aansluitbijdragen (€ 1.522.000).
Van het resterende bedrag (€ 746.971) is de verwachting dat deze deels terugverdiend wordt over een periode van 30 jaar. Daarna resteert een onrendabele top van € 421.111. Uitgaande van een risicodragend vermogen van 30% dient de gemeente ongeveer € 926.223 vrij te maken en €2.161.187 te lenen.
Inkomsten Het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) heeft een overzicht gemaakt van financieringsinstrumenten voor de warmtetransitie2. Voor Nieuwkoop zijn de volgende instrumenten interessant om te monitoren en mogelijk aanspraak op te doen voor de ontwikkeling van warmtenetten: -
PAW-subsidie: aan te vragen door de gemeente; WIS subsidie: aan te vragen door het warmtebedrijf; SDE++ regeling: aan te vragen door bedrijven en instellingen; DEI+ subsidie: aan te vragen door onder andere de gemeente; EIA: investeringsaftrek voor de gemeente; ISDE++ subsidie: aan te vragen door onder andere de gemeente.
Daarnaast zijn er verschillende middelen in te zetten om capaciteit te versterken: -
Inzet ROB middelen – aan te vragen door de gemeente (zie kader hieronder). CDOKE-middelen – aan te vragen door de gemeente (is al gedaan). Inzet ROB middelen In het Coalitieakkoord van het kabinet is voor de jaren 2023 tot en met 2030 in totaal 5,38 miljard geoormerkt voor de uitvoeringskosten klimaat- en energiebeleid van gemeenten en provincies. Deze middelen zijn bestemd voor personele, en bijbehorende materiele, kosten van gemeenten en provincies en regionale samenwerkingsorganisaties van decentrale overheden zoals de RES.
De middelen worden besteed aan loonkosten voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Waarvan minimaal 90% voor apparaatskosten voor de uitvoering van klimaat- en energiedoelen. Dit zijn: •
salarissen en sociale lasten voor ambtelijk personeel (inclusief ondersteunende taken zoals HR, financiën en ICT);
•
kosten voor ingeleend personeel;
•
overige goederen en diensten, zoals het afnemen van technisch- of beleidsonderzoek, een onderzoeksopdracht, het inhuren van bijvoorbeeld een omgevingsdienst, het afnemen van juridische dienstverlening.
En maximaal 10% voor overige kosten die te maken hebben met de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Denk hierbij aan materiële middelen en goederen en alle andere mogelijke uitgaven. Er mogen voorschotten worden gereserveerd voor twee kalenderjaren volgend op het jaar van uitbetaling. Uiterste bestedingsdatum van een voorschot 2023 is dus 31 december 2025. Voor voorschot 2025 is dat dus 31 december 2027.
2 Https://www.aardgasvrijewijken.nl/documenten/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2211227
Conclusie De impact van de warmtetransitie op de gemeentelijke organisatie is aanzienlijk. In het AEF rapport is helder weergegeven hoeveel FTE het verduurzamen van vastgoed per jaar vraagt voor een kleine gemeente. Voor specifiek het oprichten en draaiende houden van een warmtebedrijf zijn geen exacte getallen of schattingen bekend. De strategie van de gemeente Nieuwkoop is daarom om van een soort overgangsperiode gebruik te maken: ambtenaren verrichten in de beginperiode deeltijds (ook) werkzaamheden voor het warmtebedrijf. In de vorm van ‘’detacheringen’’. Na verloop van tijd kunnen, indien nodig, aparte vacatures worden uitgezet voor specifiek het warmtebedrijf. De impact van de gemeentelijke rolneming op de financiën is aanzienlijk. Er komt druk op de gemeentelijke begroting, zowel door het benutten van eigen vermogen als de inzet van vreemd vermogen (en rente die daarmee moet worden betaald). Het is aan de gemeente om hiervoor tijdig middelen te reserveren. Toch hebben we goede ervaringen met Schoterhoek II waarbij de gemeentelijke ontwikkeling en exploitatie van een warmtenet een succes is. Hierdoor is er een duidelijk beeld van hoeveel capaciteit en kosten gemoeid zijn met het beheer en de exploitatie van een warmtenet. Deze ervaring sterkt de gemeente Nieuwkoop in de visie om dit zelf op te pakken en te exploiteren.