CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Ecologisch onderzoek Project Noordeinde gem Nieuwkoop

Meningsvormende raad I 9 juni 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Tochtpad Noordeinde7.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Colofon Titel

Ecologisch Onderzoek

Subtitel

Project Noordeinde gemeente Nieuwkoop

Status rapport

Definitief

Projectnummer

21A063

Datum uitgave

Juli 2021

Samengesteld door

Andrea Grim, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies

Foto’s

Watersnip Advies

Naam en adres opdrachtgever

Gemeente Nieuwkoop Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Grondbedrijf Teylersplein 1 2441 LE Nieuwveen

Contactpersoon opdrachtgever

Peter van Dijk Teamleider Projecten, grondbedrijf en vastgoed

Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

21A063 EO Project Noordeinde

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................. 3

2

LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 6 2.1 2.2

3

Huidige situatie.............................................................................................6 Plannen .......................................................................................................8

TOETSINGSKADER ................................................................................... 10 3.1 3.2

Europese richtlijnen ..................................................................................... 10 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving .............................................................. 10

3.2.1 3.2.2

3.3

Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .................................................................. 10 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................. 12

Provinciaal beleid ........................................................................................ 13

3.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) ..................................................................... 13

4

RESULTATEN ONDERZOEK EN TOETSING .................................................. 14 4.1 4.2 4.3

Te toetsen initiatief ..................................................................................... 14 Methode .................................................................................................... 14 Gebiedsbescherming ................................................................................... 14

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4

4.4 4.5

Flora ......................................................................................................... 17 Fauna ....................................................................................................... 18

4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.5.4 4.5.5 4.5.6 4.5.7

5

Vogels ............................................................................................................ 18 Vissen ............................................................................................................ 19 Amfibieën ....................................................................................................... 19 Reptielen......................................................................................................... 20 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................ 20 Vleermuizen .................................................................................................... 21 Overige soorten ............................................................................................... 23

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 24 5.1

Conclusies ................................................................................................. 24

5.1.1 5.1.2 5.1.3

5.2

6

Gebiedsbescherming Natura2000-gebieden (Wnb 2017) ........................................ 14 Natuurnetwerk Nederland (NNN)......................................................................... 16 Belangrijke leefgebieden Provincie Zuid-Holland (Provinciaal beleid) .......................... 17 Bescherming houtopstanden (Wnb 2017) ............................................................ 17

Gebiedsbescherming ......................................................................................... 24 Soortbescherming ............................................................................................ 24 Algemene Zorgplicht ......................................................................................... 25

Aanbevelingen ............................................................................................ 25

BRONNEN................................................................................................ 27

Watersnip Advies

21A063 EO Project Noordeinde

Watersnip Advies

21A063 EO Project Noordeinde

1 Inleiding Gemeente Nieuwkoop is voornemens nieuwbouw te realiseren aan de westkant van de kern Noordeinde. Het plangebied bestaat uit de schoollocatie De Diamant, het aangrenzende trapveld, de Kiss & Ride-zone en een stuk grond langs De Dobbe. In 2020 heeft een bouwkundige inspectie plaatsgevonden van de schoollocatie. Onderliggende rapportage betreft het resterende deel van het plangebied. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming -Wnb). • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.

Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. Op 11 juni 2021 heeft een gekwalificeerde medewerker van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied.

Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde gebieden en beschermde planten- en diersoorten. Tevens worden enige aanbevelingen gedaan die de biodiversiteit bevorderen.

Watersnip Advies

3

21A063 EO Project Noordeinde

Conclusies Gemeente Nieuwkoop is voornemens nieuwbouw te realiseren aan de westkant van de kern Noordeinde. Het plangebied bestaat uit de schoollocatie De Diamant, het aangrenzende trapveld met plantsoenvegetatie, de Kiss & Ride-zone en een stuk grond langs De Dobbe. Het ontwerp van de nieuwe situatie is nog in ontwikkeling. De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van de 5e stedenbouwkundige variant van project Noordeinde d.d. vrijdag 18 juni. Een enkele boom in het plangebied zal worden gerooid. De lijnverbinding van de bomen blijft in stand. De ondiepe sloot langs de straat ‘De Dobbe’ wordt gedempt en meer naar het westen opnieuw gegraven. Langs de sloot komt een natuurvriendelijke oever. Verder worden er nieuwe bomen geplant. De ingreep is ecologisch getoetst. In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Indien aan de orde wordt aangegeven of er bij het realiseren van het initiatief negatieve gevolgen worden verwacht en/of verbodsbepalingen worden overtreden. In het laatste schema staan de soortgroepen die aanvullende maatregelen vereisen. Gebiedsbescherming Natuurgebieden H.4.3 Natura2000 §4.3.1 - Habitattypen

Gevolgen

- Soorten NNN-gebieden §4.3.2 Omgevingsvisie/verordening§4.3.3 Houtopstanden §4.3.4

Het plangebied ligt op 4 km ten noorden van het Natura2000gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Dit Natura2000gebied heeft habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Gezien de omvang van het initiatief met bijbehorende toekomstige vervoersbewegingen én de nabije ligging op het Natura 2000-gebied is een AERIUS berekening nodig om uit te sluiten dat tijdens de gebruiksfase de depositie 0 mol/ha/jr is . Bij het uitbrengen van dit ecologisch onderzoek kan er geen uitspraak worden gedaan met betrekking tot de stikstofdepositie. Geen Geen Geen Geen

Soortbescherming Soortgroep H.4.4 en H4.5 Algemeen §4.5.3 en 4.5.5

Flora §4.4 Vogels §4.5.1 Jaarrond beschermde nesten Vissen §4.5.2

Watersnip Advies

Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Groene kikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Veldmuis en Wezel, Dwergspitsmuis, Konijn, Vos en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee. Nee

4

21A063 EO Project Noordeinde

Amfibieën §4.5.3 Reptielen §4.4.4 Grondgebonden zoogdieren §4.5.5 Vleermuizen §4.5.6 Overige soorten §4.5.7

Nee Nee Nee Nee

Aanvullende maatregelen vereist om overtreding verbodsbepalingen te voorkomen Soortgroep H.4 Vogels §4.5.1

Amfibieën §4.5.3

Vleermuizen §4.5.6

Voorkomen overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

Tijdens de werkzaamheden dient verstoring van de vliegroute door bouwlicht te worden voorkomen.

Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.

Watersnip Advies

5

21A063 EO Project Noordeinde

2 Locatiebeschrijving 2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 112-467

Figuur 1: Ligging plangebied, gele cirkel (Top25NL, 2021) Het plangebied bestaat uit een stuk agrarisch grasland, parallel aan De Dobbe, de ingerichte Kiss & Ride-zone en het trapveld met de omliggende vegetatie. Aan de westzijde van de De Dobbe liggen agrarische grasland percelen. Aan de westzijde van het trapveld ligt het fietspad, het Vijfbruggenpad. Nog meer naar het westen ligt een groenstrook met enkele bomen. De groenstrook wordt met een sloot gescheiden van agrarische graslanden.

Watersnip Advies

6

21A063 EO Project Noordeinde

Figuur 2: Plangebied schoollocatie, trapveld, Kiss & Ride-zone en De Dobbe

Figuur 3: Agrarisch grasland ten westen van De Dobbe

Figuur 4: Kiss & Ride-zone met omliggende plantsoenvegetatie Watersnip Advies

7

21A063 EO Project Noordeinde

Figuur 5: Trapveldje met omliggende plantsoenvegetatie

Figuur 6: Fietspad (l) richting het zuiden en Tochtpad (r) richting het westen 2.2

Plannen

Gemeente Nieuwkoop is voornemens nieuwbouw te realiseren aan de westkant van de kern Noordeinde. Het plangebied bestaat uit de schoollocatie De Diamant, het aangrenzende trapveld met plantsoenvegetatie, de Kiss & Ride-zone en een stuk grond langs De Dobbe. Het ontwerp van de nieuwe situatie is nog in ontwikkeling. De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van de 5e stedenbouwkundige variant van project Noordeinde d.d. vrijdag 18 juni. Een enkele boom in het plangebied zal worden gerooid. De lijnverbinding van de bomen blijft in stand. De ondiepe sloot langs de straat ‘De Dobbe’ wordt gedempt en meer naar het westen opnieuw gegraven. Langs de sloot komt een natuurvriendelijke oever. Verder worden er nieuwe bomen geplant. In 2020 heeft een bouwkundige inspectie plaatsgevonden van de schoollocatie. Onderliggende rapportage betreft het resterende deel van het plangebied.

Watersnip Advies

8

21A063 EO Project Noordeinde

Figuur 7: 5e stedenbouwkundige variant van project Noordeinde

Watersnip Advies

9

21A063 EO Project Noordeinde

3 Toetsingskader 3.1

Europese richtlijnen

Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. (Ministerie van Landbouw, 2021) 3.2

Landelijk natuurbeleid- en wetgeving

3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. (Wet natuurbescherming, 2015) Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunning plichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden.

In Provincie Zuid-Holland is afhankelijk van de omvang van het initiatief een stikstofdepositieberekening nodig. Aan de hand van ‘Woningbouw en Natura 2000 Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie’ opgesteld door Cardinaals (J.T.B. Cardinaals, 2019) kan bepaald worden of de berekening voor het betreffende initiatief noodzakelijk is. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten).

Watersnip Advies

10

21A063 EO Project Noordeinde

Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen.

Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie Figuur 8). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.

Figuur 8: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Stroomschema soortbescherming, 2021)

Watersnip Advies

11

21A063 EO Project Noordeinde

Vogels In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht.

Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Indien aan de orde wordt door het invullen van de ‘Checklist houtopstanden’ van de omgevingsdienst bepaald of een kapmelding noodzakelijk is. (checklist houtopstanden, 2021) 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken.

Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN.

Watersnip Advies

12

21A063 EO Project Noordeinde

De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. (Omgevingsbeleid, 2021) In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM, 2021) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.

GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld (ProvincieZuidHolland, 2013). Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig. (Rode lijsten, 2021),

Watersnip Advies

13

21A063 EO Project Noordeinde

4 Resultaten onderzoek en toetsing 4.1

Te toetsen initiatief

Gemeente Nieuwkoop is voornemens nieuwbouw te realiseren aan de westkant van de kern Noordeinde. Het plangebied van onderliggende rapportage bestaat uit het trapveld met plantsoenvegetatie, de Kiss & Ride-zone, een stuk grond langs De Dobbe en de sloot tussen het grasland en De Dobbe (zie Figuur 7). Deze deelgebieden worden voor woningbouw bouwrijp gemaakt, waarna woningbouw en wijkinrichting zal plaatsvinden. 4.2

Methode

Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen, worden in dit rapport behandeld. NDFF (© NDFF- guickscanhulp.nl 09 juni 2021, 2021) De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op vrijdag 11 juni heeft een gekwalificeerde medewerker van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. De bevindingen en waarnemingen zijn getoetst aan het vigerend beleid. Achtereenvolgens komen gebiedsbescherming, belangrijke leefgebieden en soorten flora en fauna aan bod. 4.3

Gebiedsbescherming

4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000-gebieden (Wnb 2017) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en ligt op 4 km ten zuiden van het plangebied. Tot een afstand van 10km zijn er geen andere Natura 2000-gebieden.

Watersnip Advies

14

21A063 EO Project Noordeinde

Figuur 9: Ligging plangebied rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (gebieden/zuid-holland, 2021) Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ zijn: Noordse woelmuis*, Bittervoorn*, Gestreepte waterroofkever*, Groenknolorchis*, Kleine modderkruiper*, Meervleermuis, Platte schijfhoren*, Rivierdonderpad*, Zeggekorfslak*, Grote zilverreiger, Kolgans, Krakeend, Purperreiger, Rietzanger, Roerdomp, Smient, Snor, Zwarte stern en Zwartkopmeeuw. Een deel van de doelsoorten (*) komt uitsluitend voor binnen de Natura2000-gebieden. Andere soorten, zoals Meervleermuis, Grote zilverreiger, Kolgans, Krakeend, Purperreiger, Rietzanger, Roerdomp, Smient, Snor, Zwarte stern en Zwartkopmeeuw foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura2000-gebied. Het plangebied, gelegen in de bebouwingsstrook van de dorpskern is echter niet geschikt voor deze soorten als foerageergebied. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.

Watersnip Advies

15

21A063 EO Project Noordeinde

Stikstofdepositie Het plangebied is beoogd voor woningbouw. Het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck heeft aanwijzingen voor een stikstofgevoelige habitattypen. De afstand tot dit Natura-2000 gebied is 4km. Aanlegfase De Eerste Kamer is akkoord gegaan (nieuws, 2021) met het wetsvoorstel van coördinerend minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om de stikstofuitstoot te verlagen en de natuur te verbeteren. De stikstofuitstoot en -neerslag moet in 2030 zo laag zijn dat dan de helft van de Natura 2000-natuurgebieden onder de kritische depositiewaarde (KDW) zit. Het streven is dat de wet op 1 juli 2021 in werking treedt. De wet bevat een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor de bouwsector. De vrijstelling geldt voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Dit betekent dat er voor de aanlegfase geen AERIUS-berekening nodig is. Gebruiksfase Gezien de omvang van het initiatief met bijbehorende vervoersbewegingen én de nabije ligging op het Natura 2000-gebied is een AERIUS berekening nodig om uit te sluiten dat de depositie 0 mol/ha/jr is . Bij het uitbrengen van dit ecologisch onderzoek kan er geen uitspraak worden gedaan met betrekking tot de stikstofdepositie.

4.3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) De planlocatie ligt aan de rand van de kern Noordeinde in gemeente Nieuwkoop. Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied. Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met het initiatief zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.

Figuur 10: Ligging NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (Omgevingsbeleid Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland, 2021)

Watersnip Advies

16

21A063 EO Project Noordeinde

4.3.3 Belangrijke leefgebieden Provincie Zuid-Holland (Provinciaal beleid) De planlocatie ligt aan de rand van de kern Noordeinde in gemeente Nieuwkoop. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een bijzonder provinciaal natuurgebied of leefgebied. Vanwege de ligging buiten de beschermde gebieden zal het initiatief geen negatieve gevolgen hebben voor beschermde belangrijke leefgebieden. Bovenstaande elementen (zie 3.3.1) zijn in en rond het plangebied niet aanwezig. Er zal daardoor geen schade ontstaan door het geplande initiatief.

Figuur 11: Ligging belangrijk weidevogelgebied t.o.v. het plangebied (Omgevingsbeleid Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit, 2021) 4.3.4 Bescherming houtopstanden (Wnb 2017) De planlocatie ligt binnen de bebouwde kom aan de rand van de kern Noordeinde in gemeente Nieuwkoop Er staan bomen binnen het plangebied. Intentie is zoveel mogelijk bomen te behouden. Vanwege de ligging binnen de bebouwde kom is de herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming niet aan de orde. 4.4

Flora

In de rapportage van het NDFF zijn op 0-1km van de planlocatie geen waarnemingen gedaan van beschermde planten soorten. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen waarnemingen gedaan van beschermde plantensoorten. Het agrarisch land parallel aan De Dobbe bestaat voornamelijk uit raaigras. Op de overgang van land naar water en in het water stond Liesgras en Riet. Ter hoogte van de Kiss & Ridezone staan in de berm algemene soorten als Akkerdistel, Rode klaver, Pijlkruidkers en Duizendblad. In de omliggende plantsoenstrook staan enkele esdoorn-cultivars en Spaanse aak, met struiken als Vlier en Hazelaar. Langs het Tochtpad staan enkele eiken. Het trapveld is gemaaid gazon. In de rand eromheen staan eveneens esdoorn-cultivars, Vlier en Hazelaar. Over het algemeen was het beeld dat de vegetatie intensief werd onderhouden en beheerd. Ook de bomen zijn regelmatig gesnoeid waardoor er geen dood hout in de bomen aanwezig is.

Watersnip Advies

17

21A063 EO Project Noordeinde

Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Conclusie flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde plantensoorten. 4.5

Fauna

4.5.1 Vogels De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie de volgende vogelsoorten zijn waargenomen: Buizerd, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Huismus, Ooievaar, Ransuil en Sperwer. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Nesten van de in de NDFF rapportage genoemde vogelsoorten zijn jaarrond beschermd en genieten dus aanvullende bescherming buiten het broedseizoen. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Veldbezoek Tijdens de inventarisatie zijn in het plangebied alleen kauwtjes waargenomen. Ter hoogte van de woningen aan de Sint Jansstraat en in de wijk ter hoogte van De Dobbe 22 e.v. zitten huismussen. Deze locaties liggen buiten het plangebied. De in de NDFF rapportage waargenomen soorten komen om verschillende redenen niet in het plangebied voor: • Gierzwaluw, Huismus en Ooievaar maken gebruik van gebouwen voor hun nest. Het plangebied betreft geen gebouwen; • In de bomen zijn geen (grote) nesten aangetroffen: Buizerd, Ransuil en Sperwer broeden hier niet. • Grote gele kwikstaart heeft een leefgebied nabij stromend water. Nesten worden vaak gemaakt op e/o nabij dit water. Dergelijke omgeving is in het plangebied niet aanwezig.

De bomen en plantsoenvegetatie rond het trapveld en ter hoogte van de Kiss & Ride-zone kunnen locaties bieden voor nesten van andere, niet jaarrond beschermde nesten. Conclusie vogels Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

Watersnip Advies

18

21A063 EO Project Noordeinde

Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vogels.

4.5.2 Vissen De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen beschermde vissensoort(en) voorkomen. Parallel aan De Dobbe ligt een ondiepe sloot (15-20cm waterkolom) die flink is begroeid met Lisdodde en Riet. Deze sloot wordt gedempt. Een dergelijke verbaggerde sloot, is geen geschikte leefomgeving voor beschermde vissoorten. Er worden binnen het plangebied geen beschermde vissoorten verwacht. Conclusie vissen Door het ontbreken van geschikt biotoop en het niet voorkomen van beschermde vissoorten, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vissen.

4.5.3 Amfibieën De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen waarnemingen zijn gedaan van beschermde amfibieën. Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen of gehoord. Parallel aan De Dobbe ligt een ondiepe sloot (15-20cm waterkolom). Deze sloot is flink begroeid met Liesgras en Riet. De overgang van land naar water wordt vormgegeven door een steil talud, waarbij over korte afstand meer dan 1 meter wordt overbrugd. Dergelijke omgeving is niet interessant voor amfibieën. Er worden binnen het plangebied geen beschermde amfibieën verwacht. Voor soorten als Bastaardkikker, Groene kikker, Bruine kikker, Bastaardkikker, Meerkikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen Wnb-andere soorten) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. De Rugstreeppad is waargenomen op 1-5km van de planlocatie. Rugstreeppad is een pioniersoort die flinke afstanden kan afleggen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van ondiepe plassen. Overwinteren doet deze soort in droog, grof rul zand. N.b.: Tijdens de bouwwerkzaamheden dient te worden voorkomen dat voortplantingsplaatsen e/o overwinteringsplaatsen worden gecreëerd. Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere (streng) beschermde amfibieën verwacht.

Conclusie amfibieën Er zijn geen waarnemingen van de beschermde amfibieën. Het plangebied bevat geen habitat voor amfibieën. Het ontstaan van voortplantings- en overwinteringsplaatsen voor Rugstreeppad dient te worden voorkomen.

Watersnip Advies

19

21A063 EO Project Noordeinde

Voor eventuele verbodsovertredingen met betrekking tot de algemene soorten Bastaardkikker, Groene kikker, Bruine kikker, Bastaardkikker, Meerkikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen Wnb-andere soorten) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Door het ontbreken van geschikt habitat voor amfibieën zullen verbodsovertredingen in het kader van de Wet natuurbescherming niet voorkomen.

4.5.4 Reptielen De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen waarnemingen zijn gedaan van beschermde reptielensoorten Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Ook is geen leefgebied aangetroffen. Conclusie reptielen Er zijn binnen het plangebied geen beschermde reptielensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde reptielensoorten. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde reptielensoorten.

4.5.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er enkele beschermde zoogdieren voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km), namelijk Bunzing, Egel en Haas (allen Wnb-andere soorten). Voor Wnb-andere soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. Tijdens het veldbezoek zijn geen grondgebonden beschermde zoogdieren waargenomen. De locatie betreft het trapveld met plantsoenvegetatie, de Kiss & Ride-zone, een stuk grond langs De Dobbe en de sloot tussen het grasland en De Dobbe (zie Figuur 7). Deze locaties in of dicht tegen de bebouwde omgeving zijn geen geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Beschermde grondgebonden zoogdieren worden binnen het plangebied niet verwacht vanwege het ontbreken van geschikte milieus. Conclusie grondgebonden zoogdieren Voor eventuele verbodsovertredingen met betrekking tot de algemene soorten Bunzing, Egel en Haas (allen Wnb-andere soorten) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Door het ontbreken van geschikt habitat en het niet voorkomen van andere beschermde grondgebonden zoogdieren, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot grondgebonden zoogdieren.

Watersnip Advies

20

21A063 EO Project Noordeinde

4.5.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl). De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie de beschermde dwergvleermuissoorten (Gewone/Kleine/Ruige) zijn waargenomen. Op 1-5km van de planlocatie zijn de beschermde vleermuissoorten zoals Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis en Ruige dwergvleermuis waargenomen. Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Dit betreft de functies verblijfplaats, vliegroute, migratieroute en foerageergebied (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2020). De bomen zijn nauwkeurig onderzocht op gaten en scheuren die mogelijk geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn.

Veldbezoek De Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Meervleermuis zijn soorten die verblijfplaatsen in gebouwen hebben. Binnen de planlocatie is voor deze soorten de verblijfsfunctie dus niet aan de orde. Rosse vleermuis en Ruige dwergvleermuis zijn soorten die in een boom- of bosrijke omgeving voorkomen en daar hun verblijfplaats hebben. De bomen in het plangebied zijn solitair in een rij geplaatst. De bomen hebben op 120cm een diameter van 25cm en meer. De bomen hebben een gelijkmatige kruinopbouw. De bast van de bomen hebben geen scheuren, diepe inkepingen, groeven en dergelijke. Ook zitten er geen gaten in de bomen die als verblijfplaats kunnen dienen. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats met betrekking tot verblijfplaatsen. In de kern Noordeinde staan langs diverse straten bomen in lijnverbindingen. Langs het Tochtpad en het fietspad Vijfbruggenpad wordt deze lijnverbinding van bomen doorgetrokken naar het buitengebied. Het is mogelijk dat bomen binnen het plangebied deel uitmaken van deze lijn- en vliegverbinding voor vleermuizen. De lijnverbinding van bomen wordt gehandhaafd. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats met betrekking tot vliegroutes. Het foerageergebied ter hoogte van de sloot en het agrarisch grasland zal door het initiatief verdwijnen.

In de gehele omgeving blijft voldoende alternatief foerageer gebied aanwezig langs andere sloten en de rest van het agrarisch land. In de nieuwe situatie worden in de wijken extra bomen geplant waardoor rond de bomen en particuliere tuinen nieuwe foerageerlocaties ontstaan. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats met betrekking tot het foerageergebied.

Watersnip Advies

21

21A063 EO Project Noordeinde

Figuur 12: Bomen in lijnverbinding (gele stippen)

Figuur 13: Bomen langs Tochtpad (l) en Vijfbruggenpad (r)

Conclusie vleermuizen De bomen hebben geen scheuren, kieren of gaten die als verblijfslocatie voor vleermuizen kunnen dienen. De lijnverbinding van de bomen blijft gehandhaafd. Een enkele boom wordt gekapt en meerdere bomen worden terug geplant. Het foerageergebied blijft in stand. Het initiatief leidt niet tot verbodsovertredingen in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Tijdens de werkzaamheden dient verstoring van de vliegroute door bouwlicht te worden voorkomen.

Watersnip Advies

22

21A063 EO Project Noordeinde

4.5.7 Overige soorten De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen waarnemingen zijn gedaan van andere beschermde soorten. Op basis van de habitatkenmerken worden binnen het plangebied geen beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht. Conclusie overige beschermde soorten Door het ontbreken van overige beschermde soorten en geschikt habitat, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot overige beschermde soorten.

Watersnip Advies

23

21A063 EO Project Noordeinde

5 Conclusies en aanbevelingen Gemeente Nieuwkoop is voornemens nieuwbouw te realiseren aan de westkant van de kern Noordeinde. Het plangebied bestaat uit de schoollocatie De Diamant, het aangrenzende trapveld met plantsoenvegetatie, de Kiss & Ride-zone en een stuk grond langs De Dobbe. Het ontwerp van de nieuwe situatie is nog in ontwikkeling. De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van de 5e stedenbouwkundige variant van project Noordeinde d.d. vrijdag 18 juni. Een enkele boom in het plangebied zal worden gerooid. De lijnverbinding van de bomen blijft in stand. De ondiepe sloot langs de straat ‘De Dobbe’ wordt gedempt en meer naar het westen opnieuw gegraven. Langs de sloot komt een natuurvriendelijke oever. Verder worden er nieuwe bomen geplant. De ingreep is ecologisch getoetst. In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Indien aan de orde wordt aangegeven of er bij het realiseren van het initiatief negatieve gevolgen worden verwacht en/of verbodsbepalingen worden overtreden. In het laatste schema staan de soortgroepen die aanvullende maatregelen vereisen. 5.1

Conclusies

5.1.1 Gebiedsbescherming Natuurgebieden H.4.3 Natura2000 §4.3.1 - Habitattypen

Gevolgen

- Soorten NNN-gebieden §4.3.2 Omgevingsvisie/verordening§4.3.3 Houtopstanden §4.3.4

Het plangebied ligt op 4 km ten noorden van het Natura2000gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Dit Natura2000gebied heeft habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Gezien de omvang van het initiatief met bijbehorende toekomstige vervoersbewegingen én de nabije ligging op het Natura 2000-gebied is een AERIUS berekening nodig om uit te sluiten dat tijdens de gebruiksfase de depositie 0 mol/ha/jr is . Bij het uitbrengen van dit ecologisch onderzoek kan er geen uitspraak worden gedaan met betrekking tot de stikstofdepositie. Geen Geen Geen Geen

5.1.2 Soortbescherming Soortgroep H.4.4 en H4.5 Algemeen §4.5.3 en 4.5.5

Flora §4.4 Vogels §4.5.1

Watersnip Advies

Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Groene kikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Veldmuis en Wezel, Dwergspitsmuis, Konijn, Vos en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee.

24

21A063 EO Project Noordeinde

Jaarrond beschermde nesten Vissen §4.5.2 Amfibieën §4.5.3 Reptielen §4.4.4 Grondgebonden zoogdieren §4.5.5 Vleermuizen §4.5.6 Overige soorten §4.5.7

Nee Nee Nee Nee Nee

Aanvullende maatregelen vereist Soortgroep H.4 Vogels §4.5.1

Amfibieën §4.5.3

Vleermuizen

Voorkomen overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

Tijdens de werkzaamheden dient verstoring van de vliegroute door bouwlicht te worden voorkomen.

5.1.3 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. 5.2 Aanbevelingen Uit de bureaustudie is gebleken dat binnen een afstand van 1km vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Gierzwaluw en Huismus) zijn waargenomen. Het wordt aanbevolen in het ‘Programma van eisen’ van het initiatief een biodiversiteitsparagraaf onder het kopje ‘duurzaamheid’ op te nemen. Bij kleinschalige ontwikkelingen past sturen op kleinschalige oplossingen in de vorm van soortgerichte maatregelen. Bij grote ontwikkelingen ontstaat er ruimte voor het sturen op een groter Watersnip Advies

25

21A063 EO Project Noordeinde

effect, zoals toename biodiversiteit en verbetering van ecosysteemdiensten en ecologische verbindingen met de omgeving. Dit bijvoorbeeld in combinatie met beheer van schoonwaterstromen en oeveraanleg. Maar ook gebouwbewonende soorten komen in beeld bij natuurinclusief bouwen. In de nieuwe bebouwing kan rekening worden gehouden met de aanwezigheid van Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen door het inbouwen van nestkasten en vleermuiskasten. Er zijn tegenwoordig vele interessante mogelijkheden voor het creëren van ruimtes voor vogels en vleermuizen op de markt. Enkele aanbieders zijn: Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl. De website ‘Checklist Groen Bouwen’ geeft een mooi overzicht van mogelijkheden voor diverse soorten (soorten, 2021). In de buitenruimte wordt aanbevolen een gevarieerde vegetatie aan te planten die gedurende het gehele groeiseizoen aantrekkelijk is voor insecten. Wat betreft straatverlichting wordt geadviseerd om amberkleurige* Led-verlichting te plaatsen die voornamelijk naar beneden gericht is. (*=bijvoorbeeld: 590nm (toegestane spreiding: +/- 7 nm), kleurtemperatuur ca. 1700K of PhilipsClearField lamp (Limpens, 2017)).

Figuur 14: Mogelijkheden voor inbouwkasten vleermuizen (l) en voor huismussen: een vogelvide (r). rode

Figuur 15: Mogelijkheden voor gierzwaluwen: nestgelegenheid onder overstek of inbouwsteen in gevel (gierzwaluw, 2021) Watersnip Advies

26

21A063 EO Project Noordeinde

6 Bronnen © NDFF- guickscanhulp.nl 09 juni 2021. (2021, 06 09). Opgehaald van gegevens locatie: https://www.ndff.nl/ checklist houtopstanden. (2021, 06 09). Opgehaald van odh.nl: https://eloket.odh.nl/checklisthoutopstanden gebieden/zuid-holland. (2021, 06 09). Opgehaald van natura2000: https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland gierzwaluw. (2021, 06 09). Opgehaald van checklist groen bouwen: https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/maatr-details/aanpassingbouwwijze-voor-gierzwaluw J.T.B. Cardinaals, J. D. (2019). Woningbouw en Natura 2000 Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie Rapportnummer: 19-246. Culemborg: Bureau Waardenburg. Limpens, H. (2017). De puzzel van vleermuizen en licht. Nijmegen: Zoogdiervereniging. Ministerie van Landbouw, N. e. (2021, 06 09). wetten. Opgehaald van minlnv: https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/wetten nieuws. (2021, 03 09). Opgehaald van bij12: https://www.bij12.nl/nieuws/stikstofaanpaksterkere-natuur-perspectief-voor-ondernemers/ Omgevingsbeleid. (2021, 06 09). Opgehaald van www.zuid-holland.nl/actueel: https://www.zuid-holland.nl/actueel/omgevingsbeleid/ Omgevingsbeleid Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit. (2021, 06 09). Opgehaald van Ruimtelijke plannen Zuid-Holland: https://www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ Omgevingsbeleid Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland. (2021, 06 09).

Opgehaald van ruimtelijke plannen Zuid-Holland: https://www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ ProvincieZuidHolland. (2013). Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013. Den Haag: Provincie Zuid Holland. Rijksoverheid. (2020). Handreiking woningbouw en AERIUS. Den Haag: Rijksoverheid. Rode lijsten. (2021, 06 09). Opgehaald van minez.nederlandsesoorten.nl: https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/rode-lijsten soorten. (2021, 06 09). Opgehaald van checklist groen bouwen: www.checklistgroenbouwen.nl/soorten/ Stroomschema soortbescherming. (2021, 06 09). Opgehaald van regelink.nl: https://regelink.nl/wordpress/wp-content/uploads/2017/02/Stroomschemasoortbescherming.pdf Top25NL. (2021, 06 09). Opgehaald van verspreidingsatlas: https://www.verspreidingsatlas.nl/biodiversiteit/veldkaart.aspx typen vleermuiskasten. (2021, 06 09). Opgehaald van vleermuiskasten: https://vleermuiskasten.nl/node/45 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Z. (2020). Vleermuisprotocol 2021. Nijmegen: Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging. VRM. (2021, 06 09). Opgehaald van ruimtelijkeplannen.zuid-holland: https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/VRM Wet natuurbescherming. (2015, 12 16). Opgehaald van wetten.overheid: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 Zuid, O. Z.-H. (2020, 12 01).

Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie, versie 5.0. Dordrecht, Zuid-Holland: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.

Watersnip Advies

27

Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=084a3ae5-a83e-47c1-abd6-9d9d63e2e89c