CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek, Milieu Advies

Meningsvormende raad I 9 juni 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Tochtpad Noordeinde26.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK NIEUWBOUWLOCATIE 'TOCHTPAD NOORDEINDE' TE ZEVENHOVEN

Opdrachtgever: Gemeente Nieuwkoop Postbus 1

Rapportnummer:

AT20090

Datum:

juli 2020

2460 AA TER AAR

Opgesteld door: ing. N.D. van Wely

Protocol 2001

INHOUDSOPGAVE 0.

SAMENVATTING

1

1.

INLEIDING

3

1.1 1.2

Aanleiding van het onderzoek Doel van het onderzoek

3 3

2.

VOORONDERZOEK

4

2.1 2.2 2.3 2.4

Locatiegegevens Historische informatie Bodemopbouw en geohydrologie Hypothese

4 5 6 6

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE

7

3.1 3.2 3.3

Uitvoering bodemonderzoek Boorplan en analyses Kwaliteitsborging

7 8 8

4.

UITVOERING ONDERZOEK

10

4.1

Veldwerk 4.1.1 Resultaten visuele maaiveldinspectie Uitgevoerde werkzaamheden Veldwaarnemingen 4.3.1 Bodemopbouw 4.3.2 Zintuiglijke waarnemingen 4.3.3 Grondwater Afwijkingen Laboratoriumonderzoek 4.5.1 Uitgevoerde analyses Toetsingsnormen 4.6.1 Wet bodembescherming (Wbb) 4.6.2 Tijdelijk handelingskader PFAS en INEV’s Toetsing analyseresultaten 4.7.1 Grond getoetst aan Wet bodembescherming (Wbb) 4.7.2 Toetsing PFAS 4.7.3 Grondwater

10 10 10 11 11 11 11 12 12 12 14 14 16 17 17 18 19

5.

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN EN CONCLUSIE

20

5.1 5.2

Interpretatie onderzoeksresultaten Conclusie en advies

20 21

4.2 4.3

4.4 4.5 4.6

4.7

BIJLAGEN 1)

Regionale ligging van de locatie op de topografische overzichtskaart, anno 2018, • schaal 1 : 25.000 • schaal 1 : 10.000

2)

Situatietekening onderzoekslocatie met plaats van boringen en peilbuizen, schaal 1 : 1.000

3)

Boorprofielen

4)

Analyseresultaten en toegepaste analysemethoden

5)

Toetsingsnormen, • Achtergrond- en interventiewaarden voor grond en streef- en interventiewaarden voor grondwater • Samenvatting Tijdelijk handelingskader voor PFAS-houdende grond en baggerspecie

6)

Toetsing analyseresultaten, • Toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden grond • Toetsing aan streef- en interventiewaarden grondwater

7)

Historische informatie onderzoekslocatie

8)

Foto’s onderzoekslocatie

9)

Verklaring onafhankelijkheid veldwerk

0. SAMENVATTING Door gemeente Nieuwkoop is opdracht gegeven aan AT MilieuAdvies B.V. voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde’ te Zevenhoven. In tabel 1 is een samenvatting van het onderzoek opgenomen. Tabel 1.

Samenvatting onderzoek

Locatiegegevens

Aanleiding onderzoek Doel onderzoek

Opzet onderzoek

De onderzoekslocatie betreft de toekomstige bouwlocatie ‘Tochtpad Noordeinde’, die uit twee deellocaties bestaat gelegen aan weerszijde van het Tochtpad aan de westrand van het bebouwde gebied van de woonkern Noordeinde (gemeente Nieuwkoop). De noordelijke deellocatie, genaamd De Dobbe, heeft een oppervlakte van 4.195 m2 en bestaat uit grasland. De zuidelijke deellocatie omvat een leegstaand schoolgebouw met schoolplein en parkeerplaats. Het stukje geasfalteerd fietspad dat binnen de grenzen van de zuidelijke deellocatie valt, hoeft volgens opdrachtgever niet te worden onderzocht. De oppervlakte van de zuidelijke deellocatie bedraagt 8.643 m2. De adressering van het schoolgebouw betreft Sint Janstraat 21 te Zevenhoven. Op de noordelijke deellocatie is een dam aanwezig en is een gedeelte van een watergang gedempt. Op de zuidelijke deellocatie is eveneens een dam gesitueerd en zijn drie slootdempingen aanwezig. Bij de locatie-inspectie is gebleken dat zich op deze deellocatie, ter plaatse van de schapenweide van de basisschool, een ophoging aan het maaiveld bevindt. De aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de beoogde herontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouw. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.

De multifunctionaliteit van de bodem kan bij overschrijding van normen van verontreinigende stoffen worden aangetast. Hierdoor kunnen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de bodem worden gesteld. Het verkennend bodemonderzoek op de noordelijke deellocatie (grasland) is verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-NL). Extra aandacht is uitgegaan naar het gedempte slootdeel en de dam. Het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de zuidelijke deellocatie is verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-NL). Ook hier is extra aandacht besteed aan de gedempte sloten en de dam.

Resultaten onderzoek

Ten aanzien van het bodemonderzoek naar PFAS is voor elke deellocatie gebruik gemaakt van de onderzoeksopzet voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HO-NL), waarbij het voorgeschreven aantal boringen en peilbuizen in het reguliere bodemonderzoek maatgevend is. Het reguliere onderzoek en het bodemonderzoek naar PFAS zijn gecombineerd uitgevoerd. Verspreid over de noordelijke deellocatie Ter plaatse van de gedeeltelijke slootdemping is zintuiglijk geen bodemvreemd of afwijkend dempingsmateriaal aangetroffen. Op basis hiervan is geen extra grondanalyse verricht. Het bodemprofiel komt overeen met de bodemopbouw elders op de locatie. Waarschijnlijk is het deel voormalige sloot gedempt met gebiedseigen grond. Hierdoor zijn de verkregen grondmonsters aldaar gebruikt ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit. Het sporen puinhoudende tot zwak puinhoudende kleiige grondmengmonster (0,0-0,7 m -mv), verspreid over de noordelijke deellocatie, bevat een licht verhoogd gehalte aan PAK. In de overige grond(meng)monsters op de noordelijke deellocatie zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket.

De aangetoonde gehalten voor PFAS in het kleiige bovengrondmengmonster (0,0-0,5 m -mv) en het kleiige ondergrondmengmonster (0,3-1,2 m -mv) ter plaatse van de noordelijke deellocatie voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Landbouw/natuur, volgens het Tijdelijk handelingskader (landelijk beleid). In het grondwater centraal op de noordelijke deellocatie zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

1

Tabel 1.

Samenvatting onderzoek Verspreid over de zuidelijke deellocatie Ter plaatse van de slootdempingen is zintuiglijk geen bodemvreemd of afwijkend dempingsmateriaal aangetroffen. Op basis hiervan is geen extra grondanalyse verricht. Het bodemprofiel komt overeen met de bodemopbouw elders op de locatie. Waarschijnlijk zijn de voormalige sloten gedempt met gebiedseigen grond. Hierdoor zijn de verkregen grondmonsters aldaar gebruikt ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit. Het zwak grindhoudende en/of sporen puinhoudende zandige bovengrondmengmonster (0,0-0,3 m -mv), ter plaatse van het parkeerterrein op de zuidelijke deellocatie, bevat licht verhoogde gehalten aan PAK, PCB en minerale olie. In de overige grond(meng)monsters op de zuidelijke deellocatie zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket. De aangetoonde gehalten voor PFAS in het kleiige bovengrondmengmonster (0,0-0,5 m -mv) op de zuidelijke deellocatie voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Wonen/Industrie, volgens het Tijdelijk handelingskader. De gehalten aan PFAS in het kleiige ondergrondmengmonster (0,45-1,0 m mv) alhier voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Landbouw/natuur.

Op verzoek van opdrachtgever is het grondwater op de zuidelijke deellocatie niet bemonsterd. De peilbuizen zijn nog wel aanwezig en kunnen op een later moment alsnog bemonsterd worden. Conclusie onderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er conform de Wet bodembescherming (Wbb) geen en advies aanleiding voor de uitvoering van nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in de grond geven geen beperkingen ten aanzien van het huidige gebruik en de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de beoogde herontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. De aangetoonde gehalten voor PFAS in de kleiige bovengrond van de zuidelijke deellocatie voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Wonen/Industrie, volgens het Tijdelijk handelingskader. De aangetoonde gehalten aan PFAS in de overige boven- en ondergrondmengmonsters op de noordelijke en zuidelijke deellocatie voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Landbouw/natuur. Het grondwater op de zuidelijke deellocatie is nog niet onderzocht en dient ter aanvulling op onderhavig onderzoek nog te worden bemonsterd en geanalyseerd. Door het aantreffen van een bijmenging aan puin in de bodem dient formeel te worden geadviseerd asbestonderzoek in grond uit te voeren middels het graven van inspectiegaten en het verrichten van asbestanalyses.

Een bijmenging aan puin kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van asbest in de bodem.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

2

1. INLEIDING Door gemeente Nieuwkoop in Ter Aar is op 26 mei 2020 schriftelijk opdracht gegeven aan AT MilieuAdvies B.V. te Schoonhoven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde’ te Zevenhoven (conform offerte AT20/226, opdrachtbrief met kenmerk 20.09750). In het voorliggende rapport komt eerst het vooronderzoek aan de orde (hoofdstuk 2), waarbij de historische informatie is verzameld conform de richtlijn NEN 5725. Vervolgens worden in hoofdstukken 3 en 4 de opzet, uitvoering en de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek beschreven. Tenslotte komt, na de interpretatie van de resultaten in hoofdstuk 5, de conclusie van het onderzoek aan bod en het eventueel daaruit voortvloeiend advies.

1.1

Aanleiding van het onderzoek

De aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de beoogde herontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouw.

1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De multifunctionaliteit van de bodem kan bij overschrijding van normen van verontreinigende stoffen worden aangetast. Hierdoor kunnen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de bodem worden gesteld.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

3

2. VOORONDERZOEK 2.1

Locatiegegevens

Adres locatie Kadastraal bekend

: :

Eigenaar Gebruik van locatie Oppervlakte

: : :

nieuwbouwlocatie ‘Tochtpad Noordeinde’ te Zevenhoven gemeente Zevenhoven, sectie B, nrs. 1643 (ged.), 2119, 2349 (ged.), 2351 (ged.), 2374 (ged.), 2608, 2681 (ged.) en 2782 (ged.) Gemeente Nieuwkoop grasland, schoolgebouw, parkeerterrein, trapveld Noordelijke deellocatie: 4.195 m2, zuidelijke deellocatie: 8.643 m2

De onderzoekslocatie betreft de toekomstige bouwlocatie ‘Tochtpad Noordeinde’, die uit twee deellocaties bestaat gelegen aan weerszijde van het Tochtpad aan de westrand van het bebouwde gebied van de woonkern Noordeinde (gemeente Nieuwkoop). De noordelijke deellocatie, genaamd De Dobbe, heeft een oppervlakte van 4.195 m2 en bestaat uit grasland. De zuidelijke deellocatie omvat een leegstaand schoolgebouw met schoolplein en parkeerplaats. Het stukje geasfalteerd fietspad dat binnen de grenzen van de zuidelijke deellocatie valt, hoeft volgens opdrachtgever niet te worden onderzocht. De oppervlakte van de zuidelijke deellocatie bedraagt 8.643 m2. De adressering van het schoolgebouw betreft Sint Janstraat 21 te Zevenhoven. In bijlage 1 is de topografische overzichtskaart opgenomen met daarop aangegeven de regionale ligging van de onderzoekslocatie. In bijlage 2 is een situatietekening van de locatie opgenomen. In bijlage 8 zijn foto’s van de locatie opgenomen, waarbij de plaats en de opnamerichting van de foto’s zijn aangegeven op de situatietekening. Maaiveldverhardingen De noordelijke deellocatie (grasland) is onverhard. De vloeren van de bebouwing op de zuidelijk gelegen deellocatie bestaan uit beton. Het schoolplein is verhard met tegels. Op de parkeerplaats ligt een klinkerverharding. Locatie-inspectie Tijdens de locatie-inspectie d.d.

9 t/m 11 juni 2020 is naar voren gekomen dat zich, ter plaatse van de schapenweide van de basisschool op de zuidelijke deellocatie, een ophoging aan het maaiveld bevindt. Bij de locatie-inspectie zijn verder geen bijzonderheden naar voren gekomen zoals verkleuringen, kale plekken of brandplaatsen op of verzakkingen aan het maaiveld. Olievlekken op de aanwezige maaiveldverhardingen zijn evenmin geconstateerd. Asbest Voor zover bekend valt op de locatie geen asbesthoudend materiaal op of in de bodem te verwachten.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

4

2.2

Historische informatie

Informatie uit topografisch kaartmateriaal Bij de projectie van de historische kaart anno 1900 (www.topotijdreis.nl) op meer recent kaartmateriaal tot het jaar 2018 (zie bijlage 1) blijkt dat de noordelijke deellocatie voorheen deel uitmaakte van een gebied met weilanden afgewisseld met periodes van akkerbouwgebied. Op de kaart van 2015 betreft de noordelijke deellocatie weer grasland. Dan wordt ook de dam ter plaatse van de sloot op deze deellocatie zichtbaar. Ook het zuidelijke deel van de sloot op de zuidelijke deellocatie is dan gedempt, waarbij de sloot richting de watergang langs de noordkant van het Torenpad is verlegd. Sindsdien hebben er nauwelijks meer wijzigingen in de omgeving plaatsgevonden. Ook de zuidelijke deellocatie maakte in het verleden deel uit van een gebied met afwisselend weilanden en akkerland. Op de kaart van 1900 is de dam op de zuidelijke deellocatie al zichtbaar. Op de kaart van 1990 wordt de basisschool op de zuidelijke deellocatie zichtbaar. De aanwezige sloten op de locatie op deze deellocatie zijn dan gedempt en er is tevens (woon)bebouwing in de omgeving aanwezig. Het Tochtpad wordt dan eveneens voor het eerst zichtbaar. Sindsdien hebben er geen significante wijzigingen in de omgeving meer plaatsgevonden. Voor de situering van de gedempte sloten op de locatie wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2.

Uit de (historische) topografische kaarten komt voor de locatie verder geen informatie naar voren die kan duiden op de aanwezigheid van ophogingen, stortingen, opvullingen, (lozings)putten, veranderingen in de verkaveling en specifieke verdachte agrarische activiteiten zoals (glas)tuinbouw, bollenteelt en fruitteelt. In bijlage 7 zijn de historische topografische kaarten opgenomen. Informatie verkregen van Omgevingsdienst West-Holland Bij Omgevingsdienst West-Holland is een omgevingsrapportage opgevraagd. Hieruit blijkt dat ter plaatse van het weiland langs De Dobbe, betreffende de noordelijke deellocatie uit onderhavig bodemonderzoek, is in augustus 2000 verkennend bodemonderzoek verricht door Lexmond. In grond en grondwater zijn geen verhoogde gehalten gemeten voor de onderzochte stoffen. De baggerspecie uit de onderzochte watergang langs het weiland bevatte een licht verhoogd gehalte aan minerale olie (klasse 1 specie). De locatie is volgens het bevoegd gezag voldoende onderzocht. Op de locatie Sint Janstraat 21-23, ter plaatse van de zuidelijke deellocatie uit onderhavig onderzoek, zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit het meest recente onderzoek van april 2016 door Grondslag B.V. blijkt dat er toentertijd in grond geen verhoogde gehalten werden aangetoond en in grondwater een licht verhoogd gehalte aan barium.

Ook zijn toen twee slootdempingen onderzocht (“demping A” en “demping B”), waarbij in demping A geen verhoogde gehalten voor de onderzochte stoffen in grond en grondwater zijn aangetoond. In demping B echter is een laag afval aangetroffen die voornamelijk uit plastic bestond. De oorspronkelijke slootbodem onder deze afvallaag bleek sterk verontreinigd met zink en matig verontreinigd met koper en lood. De locatie is volgens het bevoegd gezag voldoende onderzocht. Aan de Schilkerweg, ten westen van onderhavige onderzoekslocatie, is in 2004 een sanering verricht, waarbij een verhardingslaag is aangebracht. Het betreft een voormalige slootbodem langs het Tochtpad. Onbekend is waarom de adressering ‘Schilkerweg’ wordt gehanteerd. Op het adres staat een restverontreiniging geregistreerd.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

5

Ter plaatse van De Schinkel 7 is in 2004 historisch bodemonderzoek verricht. Voor dit adres bestaan geen specifieke verdenkingen ten aanzien van bodemverontreiniging. De locatie is volgens het bevoegd gezag voldoende onderzocht. Op de bodemfunctieklassenkaart ligt de locatie in een gebied dat is geclassificeerd als klasse Wonen. De locatie maakt geen deel uit van een gebied met toemaakdek, waardoor de locatie op zowel de ‘Ontgravingskaart toemaakdek bovengrond’ als op de ‘Toepassingskaart toemaakdek bovengrond’ niet gezoneerd is weergegeven. Informatie uit digitaal Bodemloket Uit het digitale Bodemloket (www.bodemloket.nl) zijn geen aanvullende gegevens naar voren gekomen, anders dan in de omgevingsrapportage van Omgevingsdienst West-Holland vermeld.

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie

Het geohydrologische profiel van het gebied waarbinnen de locatie is gesitueerd, wordt in tabel 2 weergegeven. Tabel 2.

Geohydrologisch profiel (Bron: Grondwaterkaart van Nederland, inventarisatierapport Den Haag/Utrecht, Dienst Grondwaterverkenning TNO 1980, GWK 25) Pakket deklaag

Diepte [m] t.o.v. NAP -1,5 -10

1e watervoerend pakket

-10

-

-50

1e scheidende laag

-50

-

-60

Geohydrologische formatie

Samenstelling

Westland Twente, Kreftenheye, Eem, Drente, Urk, Sterksel

Klei, veen en fijne tot matig fijne zanden Fijne tot grove (slib- en grindhoudende) zanden Klei met inschakelingen van fijne tot matig grove slibhoudende zanden

Kedichem

De stromingsrichting van het grondwater uit het eerste watervoerend pakket is oostelijk. De locatie maakt, voor zover bekend, geen deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied.

2.4

Hypothese

De noordelijk gelegen deellocatie (grasland) wordt vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging in eerste instantie als onverdacht aangemerkt. Er zijn geen potentieel bodemverontreinigende activiteiten bekend die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem nadelig kunnen beïnvloeden. Vanwege het jarenlange gebruik (diffuse belasting) en/of de aanwezigheid van ‘open’ verhardingen wordt de zuidelijke deellocatie wel als verdacht aangemerkt. De bodem, met name de bovengrond, is mogelijk verontreinigd geraakt. Als potentieel bodemverontreinigende stoffen worden zware metalen, PAK en minerale olie aangemerkt. Voor beide deellocaties geldt dat de bodem ter plaatse van de voormalige sloten als verdacht wordt aangemerkt. Onduidelijk is waarmee de voormalige sloten zijn gedempt. Mogelijk is verontreinigd dempingsmateriaal toegepast. Verder wordt de bodem ter plaatse van de dammen op de beide deellocaties als verdacht aangemerkt. Mogelijk is de bodem, met name de bovengrond, ten gevolge van de aanwezigheid van verhardingen en/of stortingen verontreinigd geraakt. Als potentieel bodemverontreinigende stoffen worden zware metalen, PAK en minerale olie aangemerkt.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

6

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE Onderzoeksopzet Het verkennend bodemonderzoek op de noordelijke deellocatie (grasland) wordt verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-NL). Extra aandacht gaat uit naar het gedempte slootdeel en de dam. Het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de zuidelijke deellocatie wordt verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-NL). Ook hier wordt extra aandacht besteed aan de gedempte sloten en de dam. Ten aanzien van het bodemonderzoek naar PFAS wordt voor elke deellocatie gebruik gemaakt van de onderzoeksopzet voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HO-NL), waarbij het voorgeschreven aantal boringen en peilbuizen in het reguliere bodemonderzoek maatgevend is. Het reguliere onderzoek en het bodemonderzoek naar PFAS worden gecombineerd uitgevoerd.

3.1

Uitvoering bodemonderzoek

Voorafgaand aan de uitvoering van de boringen wordt op elke deellocatie een visuele maaiveldinspectie uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Indien asbestverdachte materialen worden gevonden, zal hiervan per type asbestverdacht materiaal een representatief monster worden genomen. Vervolgens worden met behulp van een Edelmanboor verspreid over de twee deellocaties boringen verricht tot een diepte van tenminste 0,5 m -mv. Een aantal boringen wordt doorgezet tot een diepte van circa 2,0 m -mv en minimaal 0,5 m onder de grondwaterstand. Van de diepere boringen worden er drie afgewerkt met een peilbuis. Inpandig wordt op voorhand niet geboord. Verondersteld wordt dat de bodemkwaliteit rondom de bebouwing op de zuidelijke deellocatie representatief is voor de bodemkwaliteit onder de bebouwing. Tijdens de uitvoering van de boringen wordt de opgeboorde grond beschreven en geclassificeerd, zintuiglijk beoordeeld op eventuele verontreinigingen en bemonsterd in trajecten van maximaal 0,5 m. Van de verrichte boringen worden boorbeschrijvingen gemaakt. Van de boven- en ondergrond worden per deellocatie grond(meng)monsters geanalyseerd op het NEN 5740-grondpakket (NEN-G; zie tabel 3) en/of PFAS. Bij het samenstellen van ‘verdachte’ mengmonsters worden maximaal 4 grondmonsters gemengd. Bij ‘onverdachte’ mengmonsters worden maximaal 10 grondmonsters gemengd.

Voor het berekenen van de gecorrigeerde concentraties van de geanalyseerde stoffen (bodemtypecorrectie) worden aanvullend de gehalten lutum en organische stof bepaald. Het grondwater uit de peilbuizen wordt een week na plaatsing bemonsterd. De aan de peilbuizen te onttrekken grondwatermonsters worden geanalyseerd op het NEN 5740-grondwaterpakket (NEN-W; zie

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

7

tabel 3). Bij de grondwaterbemonstering worden de grondwaterstand, de troebelheid (NTU), de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EC) van het grondwater gemeten. 3.2

Boorplan en analyses

In tabel 3 wordt het boor- en analyseprogramma weergegeven in de vorm van aantallen uit te voeren boringen en analyses. De exacte boorpunten worden tijdens het veldwerk bepaald. Tabel 3.

Boor- en analyseprogramma Aantal boringen

Diepte [m -mv]

Waarvan met peilbuis

Analyses grond

Analyses grondwater

Verspreid over de noordelijke deellocatie (oppervlakte 4.195 m2)

11 én

0,5

-

2 x NEN-G 2 x H+L 1 x PFAS

-

4

2,0*

1 (n)

1 x NEN-G 1 x H+L 1 x PFAS

1 x NEN-W

Verspreid over de zuidelijke deellocatie (oppervlakte 8.643 m2)

17

1,0

-

3 x NEN-G 3 x H+L 1 x PFAS

-

6

2,0*

2 (n)

1 x NEN-G 1 x H+L 1 x PFAS

2 x NEN-W

Plaats

* (n) H+L NEN-G NEN-W PFAS

Opmerkingen

- waarvan 1 boring tpv gedempt slootdeel - waarvan 1 boring tpv dam

- waarvan 2 boringen per slootdemping - waarvan 1 boring tpv dam

boring tot minimaal 2,0 m -mv en tenminste 0,5 m onder de grondwaterstand standaard NEN 5740 peilbuis, filterlengte 1,0 meter met de bovenzijde van het filterdeel op circa 0,5 m onder grondwaterstand organische stof en lutum droge stof, de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10), PCB (som-7) en minerale olie (C10-C40) de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromaten (BTEXN), gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie (C10-C40) poly- en perfluoralkylstofen (28 componenten uit Tijdelijk handelingskader)

De analyses worden uitgevoerd conform AS3000. 3.3

Kwaliteitsborging

AT MilieuAdvies B.V. heeft, als onafhankelijk adviesbureau, geen relatie met de opdrachtgever anders dan opdrachtgever/opdrachtnemer. AT MilieuAdvies B.V. “keurt geen eigen grond” waarmee de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Het kwaliteitssysteem van AT MilieuAdvies B.V. voldoet aan de eisen van de NEN-EN ISO 9001:2015 (certificaatnr.: EC-KWA-99019). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd naar de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 conform de daarbij behorende protocollen. AT MilieuAdvies B.V. is gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 (certificaatnr.: EC-SIK-20244). Het protocol 2001 is bestemd voor het correct verrichten van veldwerk, zoals het plaatsen van boringen en peilbuizen. Het protocol 2002 geeft voorschriften voor het bemonsteren van het grondwater uit peilbuizen. Het protocol 2003 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerkzaamheden ten behoeve van waterbodemonderzoek. De richtlijnen voor asbestonderzoek in bodem zijn omschreven in het protocol 2018.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

8

Bij afwijking van de kritieke proceseisen van de BRL en/of de protocollen wordt het onderzoek niet gerapporteerd onder certificaat. In de rapportage wordt dan melding gemaakt van de kritieke afwijkingen. De fysische en chemische analyses worden uitgevoerd door de door de Raad van Accreditatie conform criteria voor testlaboratoria geaccrediteerde milieulaboratoria Eurofins Analytico B.V. te Barneveld (nr. RvA L 010) en Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam-Duivendrecht (nr. RvA L 086). Bij ieder milieukundig bodemonderzoek wordt gestreefd naar een optimale representativiteit. Toch is een dergelijk onderzoek gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Hierdoor blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem aanwezig kunnen zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet naar voren zijn gekomen. Verder is een milieukundig onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van het onderzoek. AT MilieuAdvies B.V. acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade of gevolgen voortvloeiend uit het bodemonderzoek.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

9

4. UITVOERING ONDERZOEK 4.1

Veldwerk

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Mario van Kooten van AT MilieuAdvies B.V. conform de richtlijnen in de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen aan de externe functiescheiding in de BRL SIKB 2000. De verklaring van onafhankelijkheid is opgenomen in bijlage 9. 4.1.1

Resultaten visuele maaiveldinspectie

De visuele maaiveldinspectie is verricht met droog weer en goed zicht. De visuele maaiveldinspectie heeft plaatsgevonden op de vrij toegankelijke terreindelen. Ondanks de aanwezigheid van vegetatie (kort gras, bomen en struiken), wordt de inspectie-efficiëntie op het inspecteerbare deel van de locatie ingeschat op ongeveer 70%. Tijdens de visuele maaiveldinspectie zijn op de locatie geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De terreindelen waar geen visuele maaiveldinspectie heeft plaats kunnen vinden, zoals in (de kruipruimten van) niet toegankelijke gebouwen, blijven formeel als asbestverdacht aangemerkt.

4.2

Uitgevoerde werkzaamheden

Het veldwerk is verricht op 9, 10 en 11 juni 2020 conform de onderzoeksopzet in hoofdstuk 3. Daarbij zijn verspreid over de noordelijke deellocatie 15 handboringen verricht (nrs. 01 t/m 15). Eén boring is verricht ter plaatse van de dam op de deellocatie (boring 09) en één boring is verricht ter plaatse van het gedempte slootdeel op de deellocatie (boring 14). Verspreid over de zuidelijke deellocatie zijn 23 handboringen verricht (nrs. 16 t/m 38). Een deel van de boringen is uitgevoerd ter plaatse van slootdempingen op de zuidelijke deellocatie (nrs. 17, 18, 25, 28, 29 en 35). Boring nrs. 31 t/m 36 zijn direct rondom de bebouwing op deze deellocatie geplaatst. Eén boring is verricht ter plaatse van de dam op de deellocatie (boring 27) en één boring is verricht ter plaatse van de ophoging op de deellocatie (boring 38). De boringen zijn verricht met behulp van een Edelmanboor. De boorgaten van boring 05 (noordelijke deellocatie) en boringen 18 en 31 (zuidelijke deellocatie) zijn ten behoeve van de grondwatermonstername afgewerkt met een peilbuis (peilbuizen 05, 18 en 31). De plaatsen van de boorpunten zijn aangegeven op de tekening in bijlage 2.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

10

4.3

Veldwaarnemingen

4.3.1

Bodemopbouw

Bij het veldwerk is gebleken dat het bodemprofiel op de noordelijke deellocatie tot een diepte van 2,5 m -mv uit klei bestaat. De grondwaterstand is hier tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 0,8 tot 1,1 m -mv. Het bodemprofiel op de zuidelijke deellocatie bestaat tot een diepte van 2,5 m -mv eveneens uit klei met plaatselijk eerst zand of inschakelingen van zand. De grondwaterstand is hier tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 0,8 tot 1,5 m -mv. Voor een beschrijving van de aangetroffen bodemlagen en de trajecten van monstername wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. 4.3.2

Zintuiglijke waarnemingen

De zintuiglijke waarnemingen die kunnen duiden op een (mogelijke) verontreiniging van de bodem zijn opgenomen in tabel 4. Tabel 4.

Zintuiglijke waarnemingen

Diepte Traject Hoofdgrondboring Boring soort [m -mv] [m -mv] Verspreid over de noordelijke deellocatie

Bijmenging(en)

09

2,00

0,00 - 0,30

Klei

sporen puin

10

2,00

0,30 - 0,70

Klei

zwak puinhoudend

14

2,00

0,00 - 0,30

Klei

zwak puinhoudend

Verspreid over de zuidelijke deellocatie 16

1,01

0,00 - 0,30

Zand

zwak grindhoudend

17

1,00

0,00 - 0,30

Zand

zwak grindhoudend, sporen puin

18

3,00

0,10 - 0,60

--

volledig repac, op geodoek

1,70 - 2,00

Klei

matig slibhoudend

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen

28

1,00

35 2,00 1,50 - 1,85 Klei zwak slibhoudend Mate van bijmenging: 0-2% sporen, 2-5% resten, 5-15% zwak, 15-40% matig, 40-60% sterk, 60-100% volledig (>50%, geen grond)

Tijdens het zintuiglijk onderzoek zijn verder geen afwijkingen geconstateerd aan het opgeboorde bodemmateriaal; er is geen olie-water reactie waargenomen. Ter plaatse van de slootdempingen op de beide deellocaties is zintuiglijk geen bodemvreemd of afwijkend dempingsmateriaal1 aangetroffen. Ook ter plaatse van de ophoging op de zuidelijke deellocatie is geen bodemvreemd of afwijkend ophoogmateriaal aangetroffen. In de bodem ter plaatse van de monsternamepunten zijn ook geen asbestverdachte materialen aangetroffen. 4.3.3

Grondwater

Op verzoek van opdrachtgever is het grondwater van peilbuis 05 een dag na plaatsing, op 10 juni 2020, bemonsterd. Peilbuis 05 is na bemonstering verwijderd. Het grondwater van peilbuizen 18 en 31 is op verzoek van opdrachtgever niet bemonsterd vanwege onverwachte ontwikkelingen binnen de nieuwbouwplannen. Deze peilbuizen zijn nog wel aanwezig en kunnen op een later moment alsnog 1

De aangetroffen bijmengingen, zoals weergegeven in tabel 4, betreffen vrijwel alle bijmengingen in de bovengrond (geen slootdempingsmateriaal).

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

11

bemonsterd worden. In tabel 5 is een overzicht opgenomen van de verrichte metingen. Achtereenvolgens zijn opgenomen, de filterstelling, de grondwaterstand, de zuurgraad, de elektrische geleidbaarheid, de troebelheid en de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 5.

Veldwerkgegevens grondwatermonstername

Peilbuisnummer

Filterdiepte [m -mv]

Grondwaterstand [m -mv]

[pH]

Geleidbaarheid [μS/cm]

6,8

1.100

Zuurgraad

Troebelheid [NTU]

Zintuiglijke waarnemingen

Centraal op de noordelijke deellocatie peilbuis 05

1,50 - 2,50

1,48

32,3

Kleurloos en bijna helder

De gemeten waarden voor pH (zuurgraad), EC (geleidbaarheid) en NTU (troebelheid) in het grondwater zijn niet afwijkend voor het gebied waarbinnen de locatie ligt

4.4

Afwijkingen

De veldwerkzaamheden zijn, zoals eerder vermeld, uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Opgemerkt wordt dat het grondwater uit peilbuis 05 vanwege onrust onder omwonenden een dag na plaatsing is bemonsterd. Uit praktijkervaring is gebleken dat de kwaliteit van het grondwater hierdoor niet noemenswaardig wordt beïnvloed, behoudens op locaties met een potentieel mobiele verontreiniging (zoals minerale olie). In het onderhavig bodemonderzoek is echter geen sprake van een mobiele verontreinigingssituatie, waardoor de kwaliteit van het verkregen grondwatermonster als representatief wordt beschouwd. Verder is het grondwater van peilbuizen 18 en 31 (nog) niet bemonsterd (kritische afwijking).

4.5

Laboratoriumonderzoek

De fysische en chemische analyses zijn uitgevoerd door de door de Raad van Accreditatie conform criteria voor testlaboratoria geaccrediteerde milieulaboratoria Eurofins Analytico B.V. te Barneveld (nr. RvA L 010) en Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam-Duivendrecht (nr. RvA L 086). De analyses zijn verricht conform AS3000. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en de gehanteerde analysemethoden vermeld. 4.5.1

Uitgevoerde analyses

In tabel 6 is een overzicht van de grond(meng)monsters en het grondwatermonster opgenomen welke ter analyse zijn aangeboden. De aangetroffen (functionele) verhardingslaag, bestaande uit repac, is niet geanalyseerd. Op basis van de aangetroffen bijmengingen aan verschillende bodemvreemde materialen, zoals baksteen, grind en puin zoals onder andere ter plaatse van de aanwezige dammen, zijn in overleg met de opdrachtgever drie extra analyses op het standaard NEN 5740-grondpakket verricht. Ter plaatse van de voormalige sloten is zintuiglijk geen bodemvreemd dempingsmateriaal aangetroffen. Wel zijn in de ondergrond van twee slootdempingen bijmengingen aan slib waargenomen, waarvan een apart mengmonster is geanalyseerd. Het betreft hier waarschijnlijk de voormalige slootbodem.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

12

Tabel 6.

Overzicht van grond(meng)monsters, grondwatermonster en analyses

Hoofdbestanddeel/ bijmenging

Klei/--

#

#

Klei/sporen puin tot zwak puinhoudend

#

#

Klei/--

#

#

09 (0,30 - 0,75)

Zand/--

#

#

05 (1,30 - 2,30)

Grondwater

PFAS

Boring(en)

H+L

Traject/filterdiepte peilbuis [m -mv]

NEN-G

(Meng)monstercode

NEN-W

Analyses

Verspreid over de noordelijke deellocatie

MM-1

0,00 - 0,50

MM-2

0,00 - 0,70

MM-3

0,30 - 1,20

M-4

0,30 - 0,75

Peilbuis 05

1,30 - 2,30

01 (0,00 - 0,40) 03 (0,00 - 0,45) 04 (0,00 - 0,45) 06 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,40) 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,30 - 0,70) 14 (0,00 - 0,30) 05 (0,40 - 0,90) 10 (0,70 - 1,20) 14 (0,30 - 0,70)

#

#

#

Verspreid over de zuidelijke deellocatie MM-5

0,00 - 0,30

MM-6

0,00 - 0,55

M-7

0,00 - 0,50

MM-8

MM-9

MM-10 H+L NEN-G NEN-W PFAS

16 (0,00 - 0,30) 17 (0,00 - 0,30) 20 (0,05 - 0,55) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,50)

Zand/zwak grindhoudend en/of sporen puin houdend

#

#

Klei/--

#

#

28 (0,00 - 0,50)

Klei/sporen baksteen

#

#

#

19 (0,70 - 1,00) 20 (0,60 - 1,00) 21 (0,50 - 0,75) 22 (0,50 - 1,00) 0,45 - 1,00 Klei/-# # # 25 (0,45 - 0,95) 26 (0,50 - 1,00) 30 (0,50 - 1,00) 38 (0,50 - 1,00) 31 (0,95 - 1,45) 32 (0,80 - 1,00) 33 (0,60 - 1,00) 0,54 - 1,45 Klei/-# # 34 (0,70 - 1,00) 35 (0,70 - 1,20) 36 (0,54 - 1,00) 25 (1,70 - 2,00) 1,50 - 2,00 Klei/zwak tot matig slibhoudend # # 35 (1,50 - 1,85) organische stof en lutum droge stof, de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10), PCB (som-7) en minerale olie (C10-C40) de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromaten (BTEXN), gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie (C10-C40) poly- en perfluoralkylstofen (28 componenten uit Tijdelijk handelingskader)

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

13

4.6

Toetsingsnormen

4.6.1

Wet bodembescherming (Wbb)

Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en Besluit bodemkwaliteit De mate van verontreiniging wordt bepaald door toetsing van de resultaten van de chemische en fysische analyses van de grond- en grondwatermonsters aan de toetsingswaarden, zoals beschreven in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De achtergrondwaarden zijn overgenomen uit het Besluit bodemkwaliteit. Een overzicht van de interventiewaarden voor grond (Circulaire bodemsanering), de streef- en interventiewaarden voor grondwater (Circulaire bodemsanering) en de achtergrondwaarden voor grond (Besluit bodemkwaliteit) is als bijlage 5 aan dit rapport toegevoegd. In de Circulaire bodemsanering wordt voor metalen onderscheid gemaakt in ondiep en diep grondwater. Bij een regulier bodemonderzoek wordt alleen de kwaliteit van het freatisch (ofwel ondiepe) grondwater bepaald. Voor onderzoek naar de kwaliteit van diep grondwater (bijvoorbeeld uit het eerste watervoerend pakket) worden voor metalen andere toetsingswaarden gehanteerd. •

Streefwaarden grondwater en achtergrondwaarden grond De streefwaarden voor grondwater en de achtergrondwaarden voor grond worden beschouwd als de bovengrens van een, in Nederlandse bodems, goede bodemkwaliteit, waarbij nog sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de streef- of achtergrondwaarde is er sprake van een bodemverontreiniging. De bodemkwaliteit kan dan een nadelige invloed hebben op de diverse functies van de bodem. Streef- en achtergrondwaarden representeren het niveau dat bereikt dient te worden waarbij de bodem alle functionele eigenschappen voor mens, dier of plant volledig kan vervullen.

•

Interventiewaarden grond en grondwater De interventiewaarden zijn concentratieniveaus waarboven sprake kan zijn van ernstige risico’s voor de menselijke gezondheid of het bodemecosysteem. De interventiewaarden voor grond zijn humaanen ecotoxicologisch onderbouwd en zijn afhankelijk van het bodemtype. De interventiewaarden voor grondwater zijn afgeleid van de interventiewaarden voor grond. Bij overschrijding van de interventiewaarden is, onder voorwaarden, sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging2. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging bestaat een saneringsplicht, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Voorafgaand aan een bodemsanering wordt een BUS-melding verricht of een saneringsplan opgesteld. De BUS-melding of het saneringsplan dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Afhankelijk van de actuele humane, ecologische en verspreidingsrisico’s die het geval van ernstige bodemverontreiniging met zich meebrengt dient de sanering al dan niet met spoed te worden uitgevoerd. Voor het bepalen van de risico’s en de spoed van de sanering wordt verwezen naar de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.

•

Toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) Het toetsingscriterium ten behoeve van nader onderzoek voor grond is bepaald als: de helft van de som van de achtergrondwaarden en de interventiewaarden, ½ (AW+I). De tussenwaarde voor

2

Van een geval van ernstige verontreiniging is sprake wanneer in meer dan 25 m3 grond (of sediment) of 100 m3 grondwater de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof hoger is dan de interventiewaarde. Bovendien dient de verontreiniging te zijn ontstaan vóór 1987 (een zogenaamde historische verontreiniging).

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

14

grondwater blijft gehandhaafd op de helft van de som van de streefwaarden en de interventiewaarden, ½ (S+I). Bij een historische verontreiniging (ontstaan vóór 1987) is bij de overschrijding van deze tussenwaarde een gerede kans aanwezig dat de onderzochte locatie (plaatselijk) ernstig verontreinigd is. De tussenwaarde geeft daarom aan dat in dergelijke situaties een nader onderzoek gewenst is. Nader onderzoek wordt uitgevoerd teneinde de ernst (=concentraties en omvang) van de verontreiniging vast te stellen. Op basis van het nader onderzoek kan de saneringsnoodzaak worden vastgesteld. Mate van verontreiniging Bij de omschrijving van de mate van verontreiniging worden de volgende begrippen gebruikt: niet verontreinigd : concentraties kleiner/gelijk aan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater; licht verontreinigd

:

concentraties tussen de achtergrondwaarden en de halve som van de achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streefwaarden en de halve som van de streef- en interventiewaarden voor grondwater;

matig verontreinigd

:

concentraties tussen de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde en de interventiewaarde voor grond en de halve som van de streef- en interventiewaarde en de interventiewaarde voor grondwater;

sterk verontreinigd

:

concentraties groter dan de interventiewaarde.

BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de analyseresultaten per 1 juli 2013 middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De gemeten gehalten worden hierbij eerst gecorrigeerd met het lutum en organische stof gehalte en vervolgens vergeleken met de achtergrond- en interventiewaarden voor grond. Voorheen werden de achtergrond- en interventiewaarden gecorrigeerd voor het lutum en organische stof gehalte, waarna het aangetoonde gehalte werd vergeleken met deze gecorrigeerde toetswaarden. De in de bijlage 5 vermelde achtergrond- en interventiewaarden zijn van toepassing op een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof). RBK rapportagegrens-eisen De AS3000 is een richtlijn waarin de kwaliteitseisen voor laboratoria zijn vastgesteld voor al het milieuhygiënisch bodemonderzoek. Met de introductie van de AS3000 in laboratoria zijn onder andere de rapportagegrens-eisen van de te analyseren stoffen in grond en grondwater vastgelegd. Per 1 juli 2013 heeft de Regeling Bodemkwaliteit (RBK) eisen gesteld aan de rapportagegrenzen, zoals die door het laboratorium moeten worden gehanteerd en die in de plaats zijn gekomen voor de rapportage-eisen van de AS3000. Deze RBK rapportagegrens-eisen zijn veelal strenger dan of gelijk aan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater.

Het is mogelijk dat bijvoorbeeld door de samenstelling van een monster sprake is van verhoogde rapportagegrenzen die niet (meer) voldoen aan de RBK rapportagegrens-eis. In dit geval wordt factor 0,7 toegepast. De toetsing conform RBK is als volgt: • Gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde voor grond (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld) danwel de streefwaarde voor grondwater, maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens-eis. In dit geval mag worden verondersteld dat het gecorrigeerd gehalte lager is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

15

•

Gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld) danwel de streefwaarde voor grondwater, en groter dan de RBK rapportagegrens-eis. Dit kan voorkomen indien sprake is van verhoogde rapportagegrenzen, bijvoorbeeld veroorzaakt door de samenstelling van een monster of storende componenten. Een voorbeeld hiervan zijn sterk humushoudende grondmonsters met een laag droge stofgehalte. Humuszuren kunnen een storende werking geven op de analyseapparatuur, waardoor in het milieulaboratorium wordt verdund en er verhoogde rapportagegrenzen optreden. Het gecorrigeerde gehalte is nu maatgevend en kan de tussenwaarde of interventiewaarde overschrijden.

De normen voor barium in grond zijn vanaf 1 april 2009 tijdelijk buiten werking gesteld. Barium wordt vaak in hoge gehalten aangetroffen. Belangrijke oorzaak daarvoor is dat deze stof van nature voorkomt in de bodem. Het hoge gehalte van barium in de bodem leidt tot stagnatie in het hergebruik van vrijkomende grond en tot meer saneringsgevallen. Nader onderzoek inzake het van nature voorkomen van barium in de Nederlandse bodem, en met name in de toxische variant, is noodzakelijk. In afwachting van dit onderzoek wordt voor barium tijdelijk alleen de interventiewaarde gehanteerd voor die situaties waarin met zekerheid kan worden vastgesteld dat het om een antropogene bodemverontreiniging gaat. De achtergrond- en tussenwaarde voor barium in grond zijn per 1 april 2009 komen te vervallen. Besluit bodemkwaliteit Voor de nuttige toepassing van partijen grond buiten de onderzoekslocatie zijn beperkingen verbonden. Voor toepassing van grond buiten de locatiegrenzen in een hoeveelheid groter dan 50 m3 geldt het Besluit bodemkwaliteit. Indien grond vrijkomt is de gemeente waar de grond (nuttig) wordt toegepast bevoegd gezag ten aanzien van de bestemming van de grond. Geadviseerd wordt om eventueel vrijkomende grond binnen de grenzen van de locatie te herschikken. Voor hergebruik van grond binnen de locatie is het Besluit bodemkwaliteit namelijk niet van toepassing.

Voor meer informatie omtrent het nuttig toepassen van partijen grond wordt verwezen naar het digitale Meldpunt bodemkwaliteit. 4.6.2

Tijdelijk handelingskader PFAS en INEV’s

Per juli 2020 is het Tijdelijk handelingskader voor de tweede maal geactualiseerd (versie 2), waarbij een aantal toepassingswaarden is verruimd. De regelgeving sluit aan bij het Besluit bodemkwaliteit, waarbij voor het toetsen van de toe te passen grond en baggerspecie uitgegaan wordt van de toepassingslocatie. Dit heeft geresulteerd in 11 verschillende categorieën. Voor toepassing van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau (categorie 4.1) dient een dubbele toets te worden gehanteerd. Het betreft een toets van de bodemkwaliteitsklasse én een toets aan de bodemfunctieklasse van de toepassingslocatie, waarbij de strengste van de twee toepassingswaarden geldt. Voor gebieden met de bodemfunctieklasse of bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur is de toepassingswaarde voor PFOA vastgesteld op 1,9 µg/kg ds. Voor de overige PFAS bedraagt de toepassingswaarde 1,4 µg/kg ds. Voor gebieden met de bodemfunctieklasse of bodemkwaliteitsklasse Wonen of industrie is de toepassingswaarde voor PFOA vastgesteld op 7 µg/kg ds. Voor de overige PFAS bedraagt de toepassingswaarde 3 µg/kg ds. Tot deze toepassingswaarden is de grond of baggerspecie geschikt voor hergebruik. INEV’s Op 15 januari 2020 zijn voor enkele PFAS in grond en grondwater, te weten PFOS, PFOA en GenX, Indicatieve Niveaus voor ernstige bodemverontreiniging (INEV’s) vastgesteld, vooruitlopend op de

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

16

bepaling van de interventiewaarden. INEV’s hebben in de praktijk dezelfde functie als interventiewaarden ten behoeve van de vaststelling van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Omdat INEV’s een grotere mate van onzekerheid hebben dan de interventiewaarden heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om naast de INEV’s ook andere overwegingen te betrekken bij de beslissing of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor grond liggen de INEV’s (veel) hoger dan de Maximale Waarden in het Tijdelijk handelingskader. In tabel 7 zijn de INEV’s voor grond en grondwater aangegeven. Tabel 7.

Indicatieve Niveaus voor ernstige bodemverontreiniging Risicogrenzen grond en grondwater

Stof

Grond [µg/kg ds]

Grondwater, incl. drinkwater [µg/l]

Grondwater, excl. drinkwater [µg/l]

PFOS

110

0,20

56

PFOA

1.100

0,39

170

GenX

97

0,66

140

4.7

Toetsing analyseresultaten

4.7.1

Grond getoetst aan Wet bodembescherming (Wbb)

Van de geanalyseerde grond(meng)monsters is bekeken of de concentratie van de onderzochte parameters de berekende achtergrondwaarde (AW), de halve som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde ((AW+I)/2), of de interventiewaarde (I) overschrijdt. In bijlage 6 zijn de oorspronkelijke en gecorrigeerde concentraties opgenomen, waarbij de gecorrigeerde concentraties zijn getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In tabel 8 staan de chemische analyseresultaten van de grond(meng)monsters vermeld, indien een norm wordt overschreden. Tabel 8.

Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden grond

MengBoringen Hoofdbestanddeel/ monstercode (traject) bijmenging Verspreid over de noordelijke deellocatie MM-2

09 (0,00 - 0,30) 10 (0,30 - 0,70) 14 (0,00 - 0,30)

AW

T

I

PAK

-

-

PAK, PCB, minerale olie

-

-

Klei/sporen puin tot zwak puinhoudend

Verspreid over de zuidelijke deellocatie MM-5 AW T I

16 (0,00 - 0,30) Zand/zwak grindhoudend en/of 17 (0,00 - 0,30) sporen puin houdend achtergrondwaarde-overschrijding (grond) tussenwaarde-overschrijding (1/2 x (AW+I)) interventiewaarde-overschrijding

In grond(meng)monsters MM-1, MM-3, M-4, MM-6, M-7 en MM-8 t/m MM-10 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket. De hoofdzakelijk aangetroffen ketenlengten (fracties C21-C35) en het bijbehorende chromatogram in grondmengmonster MM-5 duiden niet op een specifieke oliesoort. Het licht verhoogde gehalte aan minerale olie is waarschijnlijk te relateren aan de bijmenging aan puin in de bodem.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

17

4.7.2

Toetsing PFAS

De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters op PFAS zijn opgenomen in bijlage 4. In tabel 9 zijn de resultaten van de PFAS-analyses weergegeven. Tabel 9.

Overzicht van gemeten gehalten PFAS (in µg/kg ds)

MengBoringen Hoofdbestanddeel/ monstercode (traject) bijmenging Verspreid over de noordelijke deellocatie

MM-1

MM-3

01 (0,00 - 0,40) 03 (0,00 - 0,45) 04 (0,00 - 0,45) 06 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,40) 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 05 (0,40 - 0,90) 10 (0,70 - 1,20) 14 (0,30 - 0,70)

PFOA (som)

PFOS (som)

Klei/--

0,9

0,3

PFBA=0,1

-

-

Klei/--

0,5

0,1

-

-

-

Klei/--

2,2

1,2

PFBA=0,3

PFHxA=0,2

-

Klei/--

0,7

0,2

-

-

-

Overige#

Verspreid over de zuidelijke deellocatie

MM-6

MM-8

#

:

20 (0,05 - 0,55) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,50) 19 (0,70 - 1,00) 20 (0,60 - 1,00) 21 (0,50 - 0,75) 22 (0,50 - 1,00) 25 (0,45 - 0,95) 26 (0,50 - 1,00) 30 (0,50 - 1,00) 38 (0,50 - 1,00)

In totaal zijn 28 verschillende PFAS-componenten onderzocht. De belangrijkste, PFOA en PFOS, staan in bovenstaande tabel vermeld. De overige componenten worden alleen vermeld indien deze boven de detectiegrens uitkomen.

Landelijk beleid De aangetoonde gehalten voor PFAS zijn getoetst aan het landelijk beleid afkomstig uit het Tijdelijk handelingskader. Aangezien de gehalten aan organische stof in de geanalyseerde grondmengmonsters lager zijn dan 10% heeft geen bodemtypecorrectie plaatsgevonden. De gemeten PFAS-gehalten in boven- en ondergrondmengmonsters MM-1, MM-3 (noordelijke deellocatie) en MM-8 (zuidelijke deellocatie) voldoen aan de toepassingswaarden (categorie 4.1) voor klasse Landbouw/natuur. Alle gemeten gehalten zijn lager dan 1,9 µg/kg ds (voor PFOA) of lager dan 1,4 µg/kg ds (voor PFOS en de overige PFAS). De aangetoonde gehalten voor PFAS in bovengrondmengmonster MM-6 (zuidelijke deellocatie) voldoen aan de toepassingswaarden (categorie 4.1) voor klasse Wonen/Industrie. Alle gestandaardiseerde gehalten zijn lager dan 7 µg/kg ds (voor PFOA) of lager dan 3 µg/kg ds (voor PFOS en de overige PFAS).

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

18

Toetsing aan INEV’s De gemeten gehalten aan PFOS en PFOA in grondmengmonsters MM-1, MM-3, MM-6 en MM-8 overschrijden de indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreiniging (INEV’s) niet. 4.7.3

Grondwater

Van het geanalyseerde grondwatermonster is bekeken of de concentratie van de onderzochte parameters de streefwaarde (S), de halve som van de streefwaarde en de interventiewaarde ((S+I)/2), of de interventiewaarde (I) overschrijdt. In bijlage 6 zijn de concentraties opgenomen, getoetst aan de streefen interventiewaarden. In het grondwater van peilbuis 05 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket. Het grondwater van peilbuizen 18 en 31 is niet bemonsterd en derhalve niet geanalyseerd.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

19

5. INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN EN CONCLUSIE 5.1

Interpretatie onderzoeksresultaten

Verspreid over de noordelijke deellocatie Ter plaatse van de gedeeltelijke slootdemping is zintuiglijk geen bodemvreemd of afwijkend dempingsmateriaal aangetroffen. Op basis hiervan is geen extra grondanalyse verricht. Het bodemprofiel komt overeen met de bodemopbouw elders op de locatie. Waarschijnlijk is het deel voormalige sloot gedempt met gebiedseigen grond. Hierdoor zijn de verkregen grondmonsters aldaar gebruikt ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit. Het sporen puinhoudende tot zwak puinhoudende kleiige grondmengmonster MM-2 (0,0-0,7 m -mv), verspreid over de noordelijke deellocatie, bevat een licht verhoogd gehalte aan PAK. In de overige grond(meng)monsters op de noordelijke deellocatie zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket. De aangetoonde gehalten voor PFAS in het kleiige bovengrondmengmonster (MM-1; 0,0-0,5 m -mv) en het kleiige ondergrondmengmonster (MM-3; 0,3-1,2 m -mv), ter plaatse van de noordelijke deellocatie, voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Landbouw/natuur, volgens het Tijdelijk handelingskader (landelijk beleid). In het grondwater van peilbuis 05, centraal op de noordelijke deellocatie, zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket.

Toetsing hypothese De hypothese verdacht vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging voor de noordelijke deellocatie wordt bevestigd. Verspreid over de zuidelijke deellocatie Ter plaatse van de slootdempingen is zintuiglijk geen bodemvreemd of afwijkend dempingsmateriaal aangetroffen. Op basis hiervan is geen extra grondanalyse verricht. Het bodemprofiel komt overeen met de bodemopbouw elders op de locatie. Waarschijnlijk zijn de voormalige sloten gedempt met gebiedseigen grond. Hierdoor zijn de verkregen grondmonsters aldaar gebruikt ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit. Het zwak grindhoudende en/of sporen puinhoudende zandige bovengrondmengmonster MM-5 (0,0-0,3 m -mv), ter plaatse van het parkeerterrein op de zuidelijke deellocatie, bevat licht verhoogde gehalten aan PAK, PCB en minerale olie. In de overige grond(meng)monsters op de zuidelijke deellocatie zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket. De aangetoonde gehalten voor PFAS in het kleiige bovengrondmengmonster (MM-6; 0,0-0,5 m -mv) , ter plaatse van de zuidelijke deellocatie,voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Wonen/Industrie, volgens het Tijdelijk handelingskader. De gehalten aan PFAS in het kleiige ondergrondmengmonster (MM-8; 0,45-1,0 m -mv) voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Landbouw/natuur.

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

20

Op verzoek van opdrachtgever is het grondwater van peilbuizen 18 en 31 niet bemonsterd. Deze peilbuizen zijn nog wel aanwezig en kunnen op een later moment alsnog bemonsterd worden. Toetsing hypothese De hypothese verdacht vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging voor de zuidelijke deellocatie wordt bevestigd.

5.2

Conclusie en advies

Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er conform de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanleiding voor de uitvoering van nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in de grond geven geen beperkingen ten aanzien van het huidige gebruik en de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de beoogde herontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. Het grondwater op de zuidelijke deellocatie is nog niet onderzocht en dient ter aanvulling op onderhavig onderzoek nog te worden bemonsterd en geanalyseerd. De aangetoonde gehalten voor PFAS in de kleiige bovengrond van de zuidelijke deellocatie voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Wonen/Industrie, volgens het Tijdelijk handelingskader. De aangetoonde gehalten aan PFAS in de overige boven- en ondergrondmengmonsters op de noordelijke en zuidelijke deellocatie voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse Landbouw/natuur. Door het aantreffen van een bijmenging aan puin in de bodem dient formeel te worden geadviseerd asbestonderzoek in grond uit te voeren middels het graven van inspectiegaten en het verrichten van asbestanalyses. Een bijmenging aan puin kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van asbest in de bodem.

AT MilieuAdvies B.V. Schoonhoven, juli 2020

ing. N.D. van Wely

Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouwlocatie 'Tochtpad Noordeinde' te Zevenhoven Rapportnr.: AT20090, juli 2020

21

BIJLAGE 1

REGIONALE LIGGING VAN DE LOCATIE OP DE TOPOGRAFISCHE OVERZICHTKAART ANNO 2018

schaal 1 : 25.000 schaal 1 : 10.000

BIJLAGE 2

SITUATIETEKENING ONDERZOEKSLOCATIE schaal 1 : 1.000

BIJLAGE 3

BOORPROFIELEN

Boormeester: Mario van Kooten

Boring:

01

Boring: 0

0

weiland

02 0

0

Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin

Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin

1

1 40

50

Boring:

2

40

50

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtbruin

0

weiland

03

0

50

Boring:

2

50

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, licht grijsbruin

0

weiland

04

0

Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin

Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin

1

50

2

weiland

1

45 50

Klei, matig siltig, sporen roest, licht grijsbruin

50

Locatie: Vbo nieuwbouwlocatie ‘De Dobbe’ nabij Tochtpad te Noordeinde

2

45 50

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtbruin

Project: AT20090

Boormeester: Mario van Kooten

Boring:

05

Boring: 0

0

weiland

06 0

0

Klei, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin

weiland Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin

1

1 40

40

Klei, sterk siltig, zwak roesthoudend, licht bruingrijs

50

50

2

50

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtbruin

0

weiland

2

90

Klei, matig zandig, matig roesthoudend, licht bruingrijs

100

3

150

150

Klei, matig siltig, blauwgrijs

4

200

5

250

250

Boring:

07

Boring: 0

0

weiland

08

0

Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin

Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin 1

1

40

50

2

45 50

Klei, matig siltig, sporen roest, lichtbruin

50

Locatie: Vbo nieuwbouwlocatie ‘De Dobbe’ nabij Tochtpad te Noordeinde

2

50

Klei, matig siltig, sporen roest, licht beigebruin

Project: AT20090

Boormeester: Mario van Kooten

Boring:

09

Boring: 0

0

gras Klei, sterk zandig, sporen puin, lichtbruin

1

10 0

0

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraalbruin

1

30

30

Zand, zeer fijn, sterk siltig, sporen roest, lichtbruin 50

gras

Klei, matig siltig, zwak puinhoudend, donkerbruin 50

2

2 70

75

100

100

Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, licht bruingrijs

Klei, matig zandig, sporen roest, lichtbruin

3

100

3

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtbruin 4 140

Klei, matig siltig, blauwgrijs

150

150

4

5 5

200

Boring:

6

200

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, blauwgrijs

Boring: 0

200

200

11

0

180

6

gras

12 0

0

Klei, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, neutraalbruin

Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin

1

50

gras

1

50

50

Locatie: Vbo nieuwbouwlocatie ‘De Dobbe’ nabij Tochtpad te Noordeinde

50

Project: AT20090

Boormeester: Mario van Kooten

Boring:

13

Boring: 0

0

gras

14 0

0

Klei, matig siltig, zwak humeus, donker grijsbruin

Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak puinhoudend, neutraalbruin

1

1

gras

30

Klei, sterk siltig, sporen roest, lichtbruin 50

50

50

2 70

Klei, matig siltig, matig roesthoudend, bruingrijs 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=7aa7fc6e-4487-440d-986b-87cdd0793773