Bijlage 2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Noordeinde, Tochtpad
Gemeente Nieuwkoop
Datum: 22 juni 2021 Plannummer: 200341.01
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer
3 4 6
2
Kenmerken van het plan
7
2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding Beschrijving plan Omvang van het plan Overige kenmerken van het plan
7 7 7 7
3
Plaats van het plan
9
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
9 9 10
4
Kenmerken van het potentiële effect
16
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit
16 17 18 19 20
5
Conclusie
22
Gebruikte onderzoeken/bronnen
24
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan het Tochtpad te Noordeinde ligt de Christelijke Daltonschool (CDBS) De Diamant. In 2021 zal de school de locatie verlaten. Vanwege de grote behoefte aan betaalbare (huur)woningen bestaat de wens om de verouderde schoollocatie te transformeren naar woningbouwlocatie, waarbij de wens bestaat het huidige buitenspeelterrein en een brede strook grond langs De Dobbe in de ontwikkeling te betrekken. Het woonprogramma bestaat uit 42 woningen, waarvan 16 studio’s, 18 startersappartementen en 8 levensloopbestendige woningen.
PlanGebied
Plangebied
Globale ligging en begrenzing plangebied (gele arcering) (Bron: Google Maps)
Om de doelstellingen te kunnen realiseren wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijnde wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsplan met inbegrip van de bouw van winkelcentra of
parkeerterreinen’. Het onderhavige plan blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag (college) voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit plan.
1.2
De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het plan mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl).
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-
beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig plan (de realisatie van maximaal 42 wooneenheden) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsplan met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’.
De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 2 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer.” 2
De oppervlakte van het totale plangebied bedraagt circa 13.000 m (1,3 hectare) en het plan voorziet in de realisatie van maximaal 42 woningen in de vorm van studio’s, appartementen en levensloopbestendige woningen. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ruim onder de drempelwaarde en zou een vormvrije m.e.r.-beoordeling benodigd zijn. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde plan ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: kenmerken van de activiteit;
plaats waar de activiteit wordt verricht; kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige plan en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het plan in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het plan beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
2 2.1
Kenmerken van het plan Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het plan besproken. De aard en de omvang van het plan worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en het risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving plan
2.2.1
Planbeschrijving De wens bestaat om het verouderde schoolgebouw van de Christelijke Dalton Basisschool (CDBS) De Diamant te slopen en de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Bij de ontwikkeling zal tevens het huidige buitenspeelterrein van de school en een brede strook grond langs De Dobbe worden betrokken. Het woonprogramma bestaat uit in totaal 42 woningen, waarvan 16 studio’s (huursegment), 18 startersappartementen (koopsegment) en 8 levensloopbestendige woningen (huursegment). In het plangebied is veel aandacht voor groen waardoor sprake is van een aantrekkelijke afronding van de dorpsrandzone van Noordeinde. Daarnaast vormt de woonfunctie een passende functie in Noordeinde. Met de realisatie van een gedifferentieerd aanbod aan betaalbare woningen wordt bijgedragen aan de toekomstige versterking van de leefbaarheid van Noordeinde en aan de realisatie van de gestelde woondoelen.
2.3
Omvang van het plan Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 42 wooneenheden. De oppervlakte 2 van het totale plangebied bedraagt circa 13.000 m (1,3 hectare).
2.4
Overige kenmerken van het plan
2.4.1
Cumulatie met andere planen Cumulatie met andere plannen is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen.
Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functie maakt geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. Het beoogde plan heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
3 3.1
Plaats van het plan Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het plangebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het plangebied is ingevuld met het schoolgebouw van de Christelijke Dalton Basisschool (CDBS) De Diamant. Het bestaande gebouw is een typisch jaren ‘70 gebouw met een eenvoudige en herkenbare hoofdopzet. De bebouwing in het plangebied is verouderd en voldoet, onder andere door de bouwkwaliteit, niet meer aan de duurzaamheidswensen. Het plangebied is overwegend verhard, met uitzondering van het groenspeelveld direct ten noorden van de school en het dierenparkje nabij de Jacob van Den Damstraat. Onderstaand is een afbeelding te zien van de huidige situatie in het plangebied.
Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Jacob van Den Damstraat (Bron: Google Maps)
Naast de locatie van het schoolgebouw behoort een strook langs De Dobbe tot het plangebied. Dit stuk grond is op dit moment ingericht als agrarisch grasland, zoals navolgend is weergegeven.
Huidige situatie plangebied, gezien vanaf het Tochtpad (Bron: Google Maps)
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn.
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
Kustgebieden
Het plangebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het plangebied is niet gelegen
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het plangebied ligt in het Natio-
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
naal Landschap het Groene
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
Hart (zie verder onder 1).
in een berg- en bosgebied.
van de EHS. 3.3.2.1
Speciale beschermingszones,
Wet natuurbescherming
In de omgeving van het plange-
door de lidstaten aangewezen
bied liggen enkele Natura 2000-
krachtens Richtlijn 79/409/EEG
gebieden (zie verder onder 2).
(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het plangebied ligt niet in ge-
munautaire wetgeving vastge-
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
bieden waar op basis van
stelde normen inzake milieu-
derrichtlijn water)
communautaire wetgeving
kwaliteit reeds worden
reeds normen worden over-
overschreden
schreden.
Gebieden met hoge bevol-
Het plangebied is niet gelegen
kingsdichtheid
in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van
Verdrag van Valletta
In het plangebied zijn geen his-
historisch belang
Monumentenwet
torische bouwwerken of monu-
cultureel belang
Gemeentelijk landschaps-
mentale panden gelegen. Ook
ontwikkelingsplan
bevinden zich geen structuren
o
beschermd stads- en dorpsgezicht
met een cultuurhistorische of
archeologisch belang
beeldbepalende waarde in/nabij het plangebied. Het plangebied heeft daarnaast geen archeologische verwachtingswaarde.
1. Nationaal Landschap In het verleden heeft het Rijk een aantal Nationale Landschappen aangewezen. Deze landschappen weerspiegelen samen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het rijk laat het beleid ten aanzien van landschap op land over aan provincies en wil provincies meer ruimte geven bij de afweging tussen verstedelijking en landschap om zodoende meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid voor de Nationale Landschappen. Zij nemen een gedetailleerde begrenzing op in hun structuurvisies en werken daarin per Nationaal Landschap benoemde kwaliteiten uit. Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap het Groene Hart. Voor dit landschap is sprake van de volgende kernkwaliteiten: openheid, (veen)weidekarakter (inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.), landschappelijke diversiteit en rust en stilte.
Onderhavig plangebied bevindt zich op de overgang van het landelijk gebied van het Groene Hart naar de bebouwde kom van Noordeinde en geeft als zodanig vorm aan de wijze waarop dorp en land op elkaar aansluiten. De nieuwbouw op de strook langs De Dobbe moet een toegevoegde waarde leveren aan de beeldkwaliteit van de dorpsrand richting het weidegebied. Uitgangspunt is om te voorzien in een groene afronding van de dorpsrandzone, en tegelijkertijd de weidsheid van het landschap te ervaren door de realisatie van zichtlijnen vanaf De Dobbe. Gezien voorgaande kunnen negatieve milieueffecten op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap het Groene Hart op voorhand worden uitgesloten. Ook voor het plandeel ter plaatse van de huidige school geldt dat negatieve milieueffecten op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap op voorhand kunnen worden uitgesloten. Doordat dit deel van het plangebied en haar directe omgeving reeds tot ontwikkeling zijn gebracht, zijn de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap reeds blijvend verstoord. Bij de ontwikkeling van het plangebied hoeft daarom geen rekening te worden gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Ook is een verdere aantasting niet te verwachten, waardoor het niet te verwachten is dat er een negatief milieueffect ontstaat op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.
Dit aspect wordt daarom ook niet nader onderzocht in hoofdstuk 4. 2. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel ligt het plangebied op circa 4,1 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ (waar zich stikstofgevoelige habitattypen bevinden), zoals op navolgende afbeelding weergegeven. Daarnaast bevindt het plangebied zich op circa 11,8 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Botsholt’, waar zich eveneens stikstofgevoelige habitattypen bevinden.
Globale ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (groen en geel) (Bron: Aerius)
Gelet op de afstand van het plangebied tot aan het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied en gelet op de omvang van het plan kan op voorhand niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op het Natura 2000-gebied. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect gebiedsbescherming. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verordening
Het plangebied maakt geen deel
heen: Ecologische Hoofdstruc-
uit van het Natuurnetwerk Ne-
tuur)
derland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onder 3).
Gebied geschikt voor beschermde soorten
Wet natuurbescherming
Het plangebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 4).
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Weidevogelgebied en ganzen-
Provinciale verordening
Het plangebied ligt niet in een
foerageergebied
beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.
Stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Wet milieubeheer
Het plangebied is niet gelegen in
Provinciale verordening
een stiltegebied.
Provinciale verordening
Het plangebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
3. NNN (voormalige EHS) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuwe aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het plangebied ligt niet binnen NNN (zie navolgende afbeelding). Het dichtstbijzijnde gedeelte van het natuurnetwerk bevindt zich op circa 2.300 meter ten oosten van het plangebied.
Globale ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (groen) en natuurverbindingen (paars) (Bron: Provincie Zuid-Holland)
De bescherming van het natuurnetwerk kent in de provincie Zuid-Holland niet het begrip externe werking. Aangezien het plangebied niet in het natuurnetwerk of de groene contour ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van het natuurnetwerk hebben. De
bescherming van het natuurnetwerk staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 niet nader onderzocht. 4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het plan en de plaats van het plan zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de beoogde woningbouw. Hoofdstuk 2 laat zien dat het plan de realisatie van maximaal 42 wooneenheden betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van enig verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het plangebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de omgeving bevinden zich enkele Natura 2000-gebieden. Verder kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het plangebied aanwezig zijn. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: natuur: het plan kan voor wat betreft gebiedsbescherming leiden tot gevolgen voor de omliggende Natura 2000-gebieden.
Het plan kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. verkeer: de nieuwe ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. geluidshinder: het plan heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete plan en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: water: in het plangebied bevindt zich een waterloop. Mocht hier een wijziging in worden aangebracht, dan zal de waterloop worden verlegd zodat de functie van waterloop niet wordt aangetast. In de nieuwe situatie neemt het verhard oppervlak op de strook langs De Dobbe toe. Er zijn echter voldoende mogelijkheden voor compenserende waterberging. Daarnaast kan water worden afgevoerd op de waterloop.
De nieuwe functies zijn verder niet van dien aard dat deze mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de waterhuishouding of de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. De gevolgen op de waterhuishouding zijn dus op voorhand beperkt tot niet bestaand.
externe veiligheid: de functies in onderhavig plan leiden niet tot externe veiligheidseffecten. landschap en cultuurhistorie: het plangebied heeft geen specifieke landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk nabij cultuurhistorische waarden. Wel ligt het plangebied in Nationaal Landschap het Groene Hart. Zoals voorgaand beschreven draagt dit plan bij aan een goede afronding van de dorpsrandzone. Hierdoor kunnen negatieve milieueffecten op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap het Groene Hart op voorhand worden uitgesloten. bodem: onderhavig plan bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. geurhinder: de functies in onderhavig plan leiden niet tot geurhinder. archeologie: het plangebied kent geen archeologische verwachtingswaarde, waardoor geen sprake is van negatieve effecten voor archeologische waarden. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich in de in de dorpsrandzone van Noordeinde (provincie Zuid-Holland). Het plangebied ligt aan de rand van de kern nabij het buitengebied. Het buitengebied bestaat uit open agrarische gronden. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich verder voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen.
4.2.2
Effecten ontwikkeling 1
Met een quick scan natuur is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. 2 Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scans uiteengezet. Gebiedsbescherming In de directe nabijheid van het plangebied is Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck gelegen. Door de kleinschaligheid van de ontwikkeling zijn verstorin-
1
Watersnip advies (2020). Ecologisch onderzoek 4-BS De Diamant Noordeinde. Rapport: 20A022-4. April 2020.
2
Tauw (2021). Woningbouw Noordeinde. Kenmerk: R001-1280200BRA-V01-los-NL. 9 maart 2021.
gen door bijvoorbeeld licht, geluid en trillingen op voorhand uitgesloten. Uit de uitgevoerde stikstofberekeningen blijkt daarnaast dat voor zowel de aanleg- als gebruiksfase de gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Daarmee kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In het plangebied zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Wel komen er in algemene zin vogels voor in het plangebied. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
Uit het onderzoek blijkt dat de beschermde Rugstreeppad voorkomt in de wijdere omgeving van het plangebied, deze is echter niet aangetroffen in het plangebied. Derhalve moet voorkomen wordt dat - na de sloop van het schoolgebouw - er gedurende de voortplantingsperiode van de rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Om ingraven voor overwintering te voorkomen zal daarom worden voorkomen dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart).. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er op zijn hoogst sprake zal zijn van een zeer beperkt negatief milieueffect. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.
4.3
Verkeer
4.3.1
Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich in het plangebied een basisschool. Er is hierdoor reeds sprake van een verkeersaantrekkende werking van en naar het plangebied.
4.3.2
Effecten ontwikkeling Om de verkeersgeneratie van het plan inzichtelijk te maken is gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid
autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het 3 CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Gelet op het feit dat het plangebied in de dorpsrandzone van Noordeinde ligt, wordt gesteld dat de kencijfers voor ‘rest bebouwde kom’ aangehouden kunnen worden. De gemeente Nieuwkoop wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘niet stedelijk gebied’. Voor de ontwikkeling van de 42 wooneenheden, waarvan 16 studio’s in het huursegment, 18 startersappartementen in het koopsegment en 8 sociale levensloopbestendige huurwoningen, volgt uit de kerncijfers de volgende verkeersgeneratie: Huur, appartement, midden/goedkoop (16)
Koop, appartement, goedkoop (18)
Huur, huis, sociale huur (8)
Totaal (42)
Minimaal
3,7 x 16 = 59,2
5,2 x 18 = 93,6
5,2 x 8 = 41,6
194,4
Maximaal
4,5 x 16 = 72,0
6,0 x 18 = 108,0
6,0 x 8 = 48,0
228,0
Gemiddeld gezien zullen bij de realisatie van het plan maximaal circa 228 verkeersbewegingen per etmaal ontstaan. De verwachting is dat dit verkeer afgewikkeld kan worden op het Tochtpad, de N231 en verder. Negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid zijn daarmee niet te verwachten.
4.4
Geluid
4.4.1
Huidige situatie De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waar verwacht kan worden dat in de bestaande situatie reeds sprake is van een enig geluidsniveau als gevolg van omliggende wegen (waaronder het Tochtpad en de Noordeinde).
4.4.2
Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zal het plangebied ingericht zijn met een toevoeging van woningen. De verkeersafwikkeling van het plangebied zal plaatsvinden via het Tochtpad, hier komt het verkeer dat met beide plandelen mogelijk wordt gemaakt uiteindelijk samen. Hier bevinden zich reeds bestaande woningen. Bij deze bestaande woningen zal de geluidsbelasting dus kunnen toenemen als gevolg van de realisatie 4 van het plan. Op basis van het akoestisch onderzoek is op het Tochtpad sprake van een etmaalintensiteit van circa 1.154 motorvoertuigen per etmaal voor het maatgevende jaar 2030.
3
CROW, publicatie 381, van parkeerkencijfers naar parkeernomen.
4
SAB (2020). Memo akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Bestemmingsplannen ‘Lindelaan Nieuwkoop’. Projectnummer: 200341. 22 februari 2021.
Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de verkeersaantrekking van onderhavige ontwikkeling geschat op maximaal 228 motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Uit de Wet geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Bij dit plan is evenwel te verwachten dat de verkeerstoename lager zal zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten op zijn hoogst ca. 20% voor het Tochtpad (huidige intensiteit: 1.154 mvt/etmaal). Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename, rekening houdend met de toekomstige verkeersstructuur. Daarnaast geldt dat het plangebied op dit moment reeds over een functie beschikt met een verkeersaantrekkende werking (een basisschool). Voor de bestaande ommliggende 30 kilometer per uur wegen (waaronder Lindelaan) geldt dat de verwachting is, gelet op het relatief lage aantal verkeersbewegingen, dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor een goed woon- en leefklimaat kan blijven worden gewaarborgd. Gezien vorogaande is geen sprake van een negatief milieueffect op het gebied van geluid.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) bestudeerd. De onderstaande tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde immissieconcentraties. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Zeer fijnstof (PM2,5)
Achtergrondconcentratie (2019) 3 14-16 µg/m 3 15-17 µg/m 3 8-10 µg/m
Grenswaarde 3 40 µg/m 3 40 µg/m 3 25 µg/m
Stikstofdioxide en fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving).
Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en (zeer) fijnstof in de huidige situatie ruim beneden de gestelde grenswaarden. 4.5.2
Effecten ontwikkeling Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 42 wooneenheden. Gezien deze omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) ), zoals ook navolgend weergegeven.
Berekening NIBM-tool, op basis van 228 extra voertuigbewegingen, waarvan 1,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu).
Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de beoogde woningen nabij het Tochtpad te Noordeinde belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Lucht
Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat negatieve effecten op het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat op zijn hoogst sprake is van een beperkt negatief milieueffect dat niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd. De nieuwe ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. In de huidige situatie is een basisschool in het plangebied gesitueerd en daarmee is reeds sprake van verkeer van en naar het plangebied. Verondersteld wordt dat de (effectieve) verkeerstoename niet voor een belemmering zal zorgen op de aspecten doorstroming en veiligheid. Hiermee zal geen sprake zijn van een negatief (milieu-)effect. Als gevolg van de nieuwe ontwikeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De verkeersafwikkeling van het plangebied zal plaatsvinden via het Tochtpad, hier komt het verkeer dat met beide plandelen mogelijk wordt gemaakt uiteindelijk samen. De toename van het verkeer op het Tochtpad is minder dan 40% (licht verkeer) ten opzichte van de huidige verkeersintensiteiten.
Hiermee zal geen sprake zijn van een merkbare toename van geluidshinder en is dus geen sprake van een negatief milieueffect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Ook in de toekomstige situatie, na realisatie, blijven de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen (stikstofdioxide en fijnstof) beneden de wettelijke grenswaarden.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie
van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen significant effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet benodigd.
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken Quick scan natuur Onderzoek stikstofdepositie Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bronnen Risicokaart www.risicokaart.nl Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken Interactieve kaarten provincie Zuid-Holland https://www.zuidholland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx