CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 ODWH RO milieuadvies Ontvangen 31 januari 2022

Meningsvormende raad I 21 april 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel VVGB aanvraag omgevingsvergunning Meijegraslanden3.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies Ruimtelijke Plannen Omgevingsdienst West-Holland Aan: gemeente Nieuwkoop Datum advies: 31 januari 2022 Gegevens project Locatie Gemeente Datum adviesverzoek Kenmerk advies Omgevingsdienst Zaaknummer Omgevingsdienst Soort procedure Strijdigheid met bestemmingsplan OLO nummer

Meijegraslanden te Nieuwkoop Nieuwkoop 27 december 2021 D2022-006001 2021-022547 Omgevingsvergunning, afwijking BP BP Landelijk gebied Nieuwkoop, vastgesteld 3 november 2016, omzetting bestemming ‘Agrarisch met Waarden’ naar ‘Natuur’ 6542205

Algemeen De gemeente Nieuwkoop heeft de Omgevingsdienst West-Holland (hierna Omgevingsdienst) om advies gevraagd over de Meijegraslanden te Nieuwkoop. Het plan betreft het treffen van natuurherstelmaatregelen in en rondom de Nieuwkoopse plassen ter hoogte van De Meije 42, 124 en 177A in drie deelgebieden A, B en C (figuur 1 t/m 4). Voor de ontwikkeling is de aanvraag van een omgevingsvergunning ontvangen (OLO-nummer 6542205). Omdat de ontwikkeling niet past binnen de huidige bestemming is ook een ruimtelijke onderbouwing aangeleverd. In de enkelbestemming ‘Agrarisch met Waarden’ wordt rietmoeras en nat schraalgrasland aangelegd, hiervoor moet de bestemming worden omgezet naar de enkelbestemming 'Natuur'. De werkzaamheden bestaan uit het graven van watergangen, aanbrengen peilscheiding, aanbrengen kleine kunstwerken zoals duikers, stuwen, gemaaltjes en inlaten en het verrichten van plagwerk. Gevraagd is of de aanvraag compleet is en zo ja, of de locatie geschikt is voor natuurontwikkeling. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de volgende documenten: ▪ Bureaustudie bodem (Greenhouse Advies, kenmerk EEL01118, d.d. 15 maart 2019). ▪ Ecologisch werkprotocol Natuurontwikkeling Meijegraslanden te Nieuwkoop (Eelerwoude, kenmerk 9020, d.d. 25 mei 2021). ▪ Notitie bodemkwaliteit (Nop Otten, kenmerk P9020, d.d. 28 januari 2020).

▪ Ruimtelijke onderbouwing (Eelerwoude, kenmerk 9020, d.d. 22 december 2021). ▪ Toetsing Wet natuurbescherming Natuurontwikkeling Meijegraslanden te Nieuwkoop (Eelerwoude, kenmerk 9020 Definitief versie 1, d.d. 12 november 2019). ▪ Verkennend bodemonderzoek (Greenhouse Advies, kenmerk EEL00119, d.d. 19 december 2019). ▪ Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie Meijegraslanden (Eelerwoude, kenmerk 9020, d.d. 22 december 2021).

Figuur 1 Ligging deelgebieden A, B en C ter hoogte van respectievelijk De Meije 42, 124 en 177A.

Figuur 2 Uitsnede bestemmingsplan 'Landelijk gebied Nieuwkoop' ter plaatse van deelgebied A (witte omlijning).

Figuur 3 Uitsnede bestemmingsplan 'Landelijk gebied Nieuwkoop' ter plaatse van deelgebied B (witte omlijning).

Figuur 4 Uitsnede bestemmingsplan 'Landelijk gebied Nieuwkoop' ter plaatse van deelgebied C (witte omlijning).

Beoordeling milieuaspecten Beknopte conclusie vooraf De Omgevingsdienst concludeert dat het besluit milieueffectrapportage en het milieuaspect ecologie nog nader beschouwd moeten worden. Voor het aspect bodem kan de vergunning verleend worden met een aantal opmerkingen. Voor de overige milieuaspecten verwacht de Omgevingsdienst geen belemmeringen voor het plan. Besluit milieueffectrapportage Beoordeling Aanmeldingsnotitie Het plan wordt met behulp van een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt. Het is daarom verplicht om een specifieke aanmeldingsnotitie op te stellen. Hier is aan voldaan. Uit de aanmeldnotitie blijkt duidelijk dat gebruik is gemaakt van de in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), artikel 4, lid 3, bedoelde selectiecriteria. In voorliggend advies zijn op enkele van de afzonderlijke milieuaspecten in de ruimtelijke onderbouwing opmerkingen geplaatst. Wijzigingen in de verschillende door de Omgevingsdienst beoordeelde paragrafen, als gevolg van dit advies, kunnen echter leiden tot relevante wijzigingen in de aanmeldingsnotitie. Hiermee moet bij het verwerken van de opmerkingen uit het advies rekening mee worden gehouden.

Aanvullend op het voorgaande merkt de Omgevingsdienst het volgende op: ▪ In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het wettelijk kader, waarbij onder ‘Relatie met de ontwikkeling op pagina 5, is aangegeven dat hier sprake is van een activiteit D16.1 uit onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De Omgevingsdienst vraagt zich af of er inderdaad sprake is van een activiteit D16.1 ‘De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D 16.2.’. Maar nu er een vergunning in het kader van de Ontgrondingenwet is aangevraagd bij de provincie Zuid-Holland (Omgevingsdienst Haaglanden) en de provincie informatie heeft opgevraagd bij de gemeente Nieuwkoop voor wat betreft het bestemmingsplan, is het aan de provincie om dit te beoordelen. ▪ De Omgevingsdienst is van mening dat er (eventueel naast de activiteit D16.1) ook sprake is van een activiteit D9 ‘een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan.’. Immers is er sprake van een functiewijziging van water, natuur, recreatie of landbouw. Hoofdstuk 2 moet hierop worden aangevuld. Het hele plangebied omvat 115,7 hectare, waarbij voor ca. 22 hectare de gronden met de bestemming Agrarisch met Waarden, worden omgezet naar rietmoeras.

Voor het overige deel wordt binnen de geldende bestemming en passend binnen de geldende bestemming maatregelen uitgevoerd ter behoud, herstel en verbetering van de natuuren landschapswaarden. Het plan blijft hiermee ruim onder de drempelwaarde van 125 hectare zoals te vinden in kolom 2 activiteit D9. ▪ Op pagina 6 is aangegeven dat de aanmeldingsnotitie moet worden ingediend bij het bevoegd gezag, provincie Zuid-Holland. De reden is dat de provincie het plan beschouwd als zijnde een ontgronding in de zin van de Ontgrondingenwet. De provincie zal daarom een m.e.r.beoordelingsbesluit moeten nemen ten behoeve van de ontgrondingsvergunning, wanneer sprake is van een activiteit D16.1. Op 31 januari 2022 is telefonisch contact geweest met de heer Haselhoff van de gemeente Nieuwkoop. Aangegeven is dat er 2 aparte procedures worden voorbereid: een ontgrondingsvergunning door de provincie Zuid-Holland en een omgevingsvergunning door de gemeente Nieuwkoop. Omdat hier ook sprake is van een activiteit

▪

▪

D9 waarvoor een ruimtelijke procedure is opgestart, moet ook het bevoegd gezag Wabo een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit houdt in dat de aanmeldnotitie ook onderdeel moet zijn van de aanvraag omgevingsvergunning. De tekst moet hierop worden aangevuld. Dit geldt ook voor de tekst onder procedure in hoofdstuk 5. Paragraaf 4.2 en 4.6 van de aanmeldnotitie hebben beiden de opzet en inhoud van een milieuparagraaf in een plantoelichting/ruimtelijke onderbouwing. Er wordt in beide paragrafen gekeken of het milieuaspect een belemmering vormt voor het plan (bij bodem wordt gekeken of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik, bij geluid is het plan getoetst aan de Wet geluidhinder), terwijl de systematiek voor wat betreft m.e.r.-regelgeving is dat moet worden beoordeeld of een plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Met andere woorden heeft een plan gevolgen voor het milieu in de omgeving. Geadviseerd wordt beide paragrafen nog eens goed tegen het licht te houden en na te gaan of het gestelde voldoende inzicht geeft in de milieueffecten ten gevolge van het plan naar de omgeving. De centrale vraag die moet worden beantwoord bij het nemen van een expliciet (vormvrij) m.e.r.beoordelingsbesluit is of kan worden uitgesloten dat een plan/activiteit zal leiden tot belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu. In paragraaf 4.4 wordt ingegaan op natuur en emissie.

Voor wat betreft soortenbescherming op pagina 15 is de verwachting dat deze tekst nog moet worden aangepast aangezien deze tekst is gebaseerd op de ecologische quickscan. Op deze quickscan zijn opmerkingen gemaakt verderop in dit advies.

Ondanks dat de aanmeldnotitie op diverse punten moet worden aangepast, is het de verwachting van de Omgevingsdienst dat de conclusie dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een m.e.r.procedure en het opstellen van een milieueffectrapport voor de voorgenomen ontwikkeling in het kader van de omgevingsvergunning, overeind kan blijven. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit kan worden genomen op basis van de laatste versie van de aanmeldingsnotitie en de ruimtelijke onderbouwing. Ruimtelijke onderbouwing In paragraaf 5.7 van de ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op het besluit milieueffectrapportage. Na het doornemen van paragraaf 5.7 is het volgende op te merken: ▪ De paragraaf begint met een stukje wettelijk kader, gevolgd door een korte verwijzing naar de aanmeldingsnotitie. Wat ontbreekt is een korte passage over om welke activiteiten het gaat op grond van onderdeel D van de bijlage behorende bij het besluit m.e.r. ▪ In de paragraaf wordt voorbij gegaan aan het gestelde dat, ondanks er geen noodzaak bestaat voor het opstellen van een formele m.e.r. beoordeling of een MER, het bevoegd gezag (op grond van artikel 7.19 Wet milieubeheer) een expliciet besluit dient te nemen. Dit besluit dient te zijn genomen, uiterlijk op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning.

▪ In de paragraaf wordt niet ingegaan op wie het bevoegd gezag is om het m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen. In dit geval moet zowel Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (gemandateerd aan Omgevingsdienst Haaglanden) een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen (in het kader van de ontgrondingsvergunning), als het bevoegd gezag Wabo in het kader van de omgevingsvergunning. Er zullen dan 2 m.e.r.-beoordelingsbesluiten genomen moeten worden. ▪ Het nemen van het m.e.r.-beoordelingsbesluit voor de omgevingsvergunning is gemandateerd aan de Omgevingsdienst West-Holland. Dit besluit moet zijn genomen uiterlijk op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning. Wanneer de aanmeldingsnotitie is aangepast en akkoord is bevonden, zal de Omgevingsdienst dit m.e.r.-beoordelingsbesluit opstellen.

Conclusie ▪ Paragraaf 5.7 van de ruimtelijke onderbouwing is niet volledig en moet worden aangevuld. ▪ De aanmeldnotitie is nog niet akkoord en moet op onderdelen worden aangepast. Wel is de verwachting dat de aanpassingen niet leiden tot een andere conclusie zoals gesteld in hoofdstuk 5 van de aanmeldingsnotitie. Wanneer de aanmeldingsnotitie en de aanmeldingsnotitie is aangepast en akkoord bevonden, kan het m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen voor de omgevingsvergunning. Bodem Beoordeling Bodemonderzoeken De bureaustudie bodem betreft een historisch vooronderzoek en voldoet aan de NEN5725. Met het verkennend bodemonderzoek is de gehele ontwikkelingslocatie onderzocht. Het onderzoek voldoet aan de NEN5740. In de notitie bodemkwaliteit is een samenvatting van de onderzoeksresultaten gegeven. Uit de aangeleverde onderzoeken blijkt het volgende: ▪ De puinhoudende grond is zintuiglijk en analytisch niet asbesthoudend. ▪ De matig puinhoudende bovengrond ter plaatse van boring A49 is matig verontreinigd met PAK en niet tot licht verontreinigd met de overige onderzochte stoffen. Deze boring is gelegen buiten de ontwikkelingslocatie. ▪ De baksteenhoudende bovengrond uit mengmonster BMM07 (boringen B10, B11, B14, B16, B17, B18 en B31) is matig verontreinigd met lood en niet tot licht verontreinigd met de overige onderzochte stoffen.

De individuele monsters zijn niet onderzocht op lood. ▪ De baksteen- en glashoudende bovengrond uit mengmonster AMM13 (boringen A101, A103 en A104; deelgebied A2 slootdemping) is matig verontreinigd met nikkel en niet tot licht verontreinigd met de overige onderzochte stoffen. De individuele monsters zijn niet onderzocht op nikkel. ▪ De uiterst puinhoudende bovengrond (traject 0-1,0 m-mv) uit mengmonster AMM10 (boringen A19 en A23, ter plaatse van 2 dammen) is niet tot licht verontreinigd met de onderzochte monsters. De grond is indicatief niet toepasbaar. ▪ De bovengrond op het overige deel van de ontwikkelingslocatie, de ondergrond en het grondwater zijn niet tot licht verontreinigd met de onderzochte stoffen. Ruimtelijke onderbouwing In paragraaf 5.2 van de ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op het aspect bodem. De paragraaf is akkoord. Opgemerkt wordt dat tijdens het bodemonderzoek in twee mengmonsters uit de deelgebieden A en B matig verhoogde gehalten lood of nikkel zijn aangetroffen. Mogelijk zijn in de individuele monsters sterk verhoogde gehalten aanwezig. In de ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven dat op deze locaties geen graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Aanvullend onderzoek is daarom vooralsnog niet nodig. Conclusie De aanvraag is compleet. Voor de geplande ontwikkelingen zijn geen belemmeringen te verwachten.

De vergunning kan worden verleend zonder voorwaarden maar met de volgende opmerkingen: ▪ Indien graafwerkzaamheden rondom de boringen B10, B11, B14, B16, B17, B18 en B31 plaatsvinden is voorafgaande aan deze graafwerkzaamheden een aanvullend bodemonderzoek nodig naar de aanwezigheid van lood in de bovengrond.

▪

▪

▪ ▪

▪

▪

Indien graafwerkzaamheden rondom de boringen A101, A103 en A104 plaatsvinden is voorafgaande aan deze graafwerkzaamheden een aanvullend bodemonderzoek nodig naar de aanwezigheid van nikkel in de bovengrond. Werkzaamheden met (mogelijk) verontreinigde grond moeten plaatsvinden volgens wettelijke regels. Deze zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen) en het Besluit bodemkwaliteit. Richtlijnen voor veiligheid zijn vastgelegd in CROW-publicatie 400: Werken in en met verontreinigde bodem. Het voornemen om meer dan 50 m3 grond af te graven en/of meer dan 1.000 m³ grondwater te onttrekken moet de initiatiefnemer melden bij de Omgevingsdienst West-Holland via het meldingsformulier Bodemverontreiniging. Het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand valt onder de Waterwet en moet gemeld worden bij het Waterschap. Het lozen van bemalingswater valt onder het Besluit lozen buiten inrichtingen. Meer informatie over de wijze van lozing en de meldingsplicht is te vinden op www.odwh.nl/bedrijven/thema_s/water. Voor het toepassen van niet schone grond en/of schone grond (meer dan 50 m³) dient een melding te worden gedaan via www.meldpuntbodemkwaliteit.nl/.

Externe veiligheid Beoordeling In paragraaf 5.5 van de plantoelichting wordt ingegaan op het aspect externe veiligheid. Aan de hand van een onderbouwing wordt geconcludeerd dat een aanvullend onderzoek naar externe veiligheid niet noodzakelijk is. De onderbouwing in paragraaf 5.5 is in lijn met de gegevens van de risicokaart: op een propaantank na zijn er geen risicobronnen aanwezig in de omgeving van het plangebied. De aanwezigheid van de propaantank leidt niet tot belemmeringen voor de realisatie van het plan. Over paragraaf 5.5 zijn geen opmerkingen aan de orde: er kan ingestemd worden met de conclusie. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Paragraaf 5.5 van de plantoelichting is voor wat betreft externe veiligheid akkoord. Ecologie Beoordeling ecologische quickscan Gebiedsbescherming Natura 2000 (hoofdstuk 3) Het plangebied is gelegen in het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. In de quickscan is opgenomen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van het beheerplan en daarom geen toetsing op grond van de Wet natuurbescherming nodig is (pagina 8).

In de quickscan ontbreekt echter de motivatie waarom de werkzaamheden voldoen aan de doelstellingen in het beheerplan, aangezien elke verwijzing naar de habitattypen en doelsoorten waarvoor het gebied is aangewezen of naar de in de bijlagen van het beheerplan opgenomen projecten en ambities ontbreekt (zie bijvoorbeeld figuur B2-1.8 op pagina 89 van het beheerplan). Daarnaast staan op pagina 45 van het beheerplan voorwaarden waar aan moet worden voldaan om de werkzaamheden vergunningvrij uit te kunnen voeren. Deze voorwaarden moeten concreet (als bijlage) worden toegevoegd aan de quickscan en aan het ecologisch werkprotocol. De maatregelen moeten tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden in acht worden genomen.

Soortenbescherming (hoofdstuk 5) Het hoofdstuk ‘beschermde soorten’ gaat in op de bescherming van soorten op grond van hoofdstuk 3 van de Wnb (vogelrichtlijnsoorten en habitatrichtlijnsoorten). Voor het gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck zijn ook doelsoorten aangewezen waarvoor bescherming geldt op grond van hoofdstuk 2 van de Wnb, zoals bijvoorbeeld bittervoorn en zegge-korfslak. Omdat de werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van het beheerplan is voor deze soorten geen ontheffing nodig, maar blijft de zorgplicht wel gelden. Het rapport moet op dit punt worden aangevuld. In paragraaf 5.2 is met betrekking tot Noordse woelmuis opgenomen dat deze voorkomt in de directe omgeving van met name deelgebied 4 en dat geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de kwetsbare voortplantingsperiode. In het rapport is niet opgenomen of geschikt habitat voor de Noordse woelmuis aanwezig is op de plekken waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Ook is niet duidelijk of er sprake is van zomerhabitat of winterhabitat. In het Kennisdocument Noordse woelmuis van BIJ12 is opgenomen dat indien de quickscan tot uitkomst heeft dat de Noordse woelmuis redelijkerwijs aanwezig kan zijn, nader onderzoek dient plaats te vinden (paragraaf 2.2).

In het rapport wordt niet gemotiveerd dat met het werken buiten de voortplantingsperiode wordt voorkomen dat mogelijk voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van Noordse woelmuis worden vernield en/of dat Noorse woelmuizen worden gedood. Werken buiten de kwetsbare periode moet dan ook met ontheffing, zie figuur 14 op pagina 23 van het Kennisdocument. Alleen in oktober kunnen de werkzaamheden zonder ontheffing worden uitgevoerd. Het rapport moet op dit punt worden aangepast. In paragraaf 5.2 wordt niet ingegaan op de geschiktheid van het plangebied voor waterspitsmuis. Het rapport moet op dit punt worden aangevuld. Gebiedsbescherming NNN (hoofdstuk 6) De Omgevingsdienst onderschrijft de conclusie dat met de plannen de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. De ligging van het plangebied in het NNN vormt geen planologische belemmering. Algemeen ▪ In figuur 1 ontbreekt deelgebied 4a. Daarnaast heeft het de voorkeur de indeling van de ruimtelijke onderbouwing te gebruiken en in tabel 1 aan te geven dat deelgebied A bestaat uit 1 en 1A, deelgebied B uit 2, 2A, 2B en 5 en deelgebied C uit 4, 4A en 4B. ▪ Ook in figuur 3 ontbreekt deelgebied 4a, overigens heeft dit deelgebied ook het beheertype N12.02 kruiden- en faunarijk grasland.

▪ In figuur 3 wordt vermeld dat voor deelgebied 1 de ambitie ‘nog naar natuur om te vormen’ geldt (Natuurbeheerplan provincie Zuid-Holland 2019). De ambitiekaart 2022 uit het provinciale Natuurbeheerplan 2022 geeft voor deelgebied 1 het beheertype N05.03 Veenmoeras aan. Dit moet worden geactualiseerd. ▪ In bijlage 2 ontbreken de deelgebieden 4, 4a en 4b. Beoordeling ecologisch werkprotocol In het ecologisch werkprotocol zijn maatregelen opgenomen die moeten worden getroffen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. De opmerkingen op de quickscan met betrekking tot Noordse woelmuis zijn ook van toepassing op het ecologisch werkprotocol. In tabel 2 is opgenomen dat de werkzaamheden in en aan de

watergangen zonder voorwaarden kunnen worden uitgevoerd van oktober tot en met maart. In tabel 3 is opgenomen dat de werkzaamheden op het land onder voorwaarden kunnen worden uitgevoerd van november tot en met september. Welke voorwaarden dat zijn is niet duidelijk. De Omgevingsdienst is van mening dat de werkzaamheden alleen in oktober kunnen worden uitgevoerd zonder ontheffing. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de rest van het jaar moet een ontheffing Wnb zijn verkregen tenzij uit nader onderzoek blijkt dat Noordse woelmuis niet aanwezig is. Dit geldt zowel voor de werkzaamheden in en aan de watergangen als op het land. Het ecologisch werkprotocol moet worden uitgebreid met de maatregelen die in acht moeten worden genomen op grond van het beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Met betrekking tot de maatregelen voor de overige beschreven soorten heeft de Omgevingsdienst geen opmerkingen. Beoordeling ruimtelijke onderbouwing In paragraaf 3.2.2 staat dat het plangebied valt onder het Nederlands Natuurnetwerk (NNN) en door de bestemmingswijziging de natuurbestemming meer zal worden geborgd. Er vindt verder geen afname aan areaal plaats. Hier zou verwezen kunnen worden naar paragraaf 3.3.2 waar de gevolgen van de ligging van het plangebied in het NNN nader wordt beschreven.

Overigens staat in deze paragraaf (3.3.2) dat een deel van het plangebied is gelegen in een kroonjuweel met beschermingscategorie 1, maar niet wordt vermeld dat het gehele plangebied is gelegen in beschermingscategorie 1 vanwege de ligging in het NNN. Daarnaast is in deze paragraaf opgenomen dat de ruimtelijke ontwikkeling onder de uitzondering gesteld in artikel 6.9 lid 2 onder a valt: een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, bedoeld voor de ontwikkeling van natuur. Dat is niet correct. Eerder in deze paragraaf is geconstateerd dat er sprake is van inpassen. Daarmee valt de ontwikkeling onder artikel 6.9, lid 1 onder a van de Omgevingsverordening ZuidHolland “een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de bestaande gebiedsidentiteit (inpassen)”. Aangezien er geen sprake is van aanpassen of transformeren (wat volgens artikel 6.9, lid 2 in beschermingscategorie 1 alleen bij uitzondering mogelijk is), is het ook niet nodig om gebruik te maken van de uitzonderingsregel in artikel 6.9 lid 2 onder a. In paragraaf 3.3.1 van de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen dat de voorgenomen ontwikkeling een uitwerking van de maatregelen in het beheerplan vormt en daarmee in lijn is met het Natura 2000-beheerplan.

Hier moet worden toegevoegd dat er om die reden geen sprake is van een vergunningplicht Wet natuurbescherming in verband met het uitvoeren van werkzaamheden in het Natura 2000-gebied. In paragraaf 4.2 zijn de effecten van de plannen op de natuurwaarden beschreven. De opmerkingen op de quickscan en het ecologisch werkprotocol moeten ook worden verwerkt in deze paragraaf. De werkzaamheden die van invloed zijn op (het habitat van) Noordse woelmuis mogen (zonder nader onderzoek en ontheffing) alleen in oktober worden uitgevoerd. In deze paragraaf ontbreken de maatregelen die genomen moeten worden ten aanzien van vissen en ongewervelden. Tevens ontbreken de maatregelen die genomen moeten worden ten aanzien van het voorkomen van kolonisatie door rugstreeppad. Aanvraag omgevingsvergunning Na aanpassing van de stukken kan de omgevingsvergunning worden verleend. De Omgevingsdienst adviseert in de te zijner tijd te verlenen omgevingsvergunning op te nemen dat de werkzaamheden

moeten worden uitgevoerd conform het (aangepaste) ecologisch werkprotocol en dat altijd rekening gehouden moet worden met de zorgplicht. Conclusie ▪ De ecologische quickscan moet worden aangevuld met betrekking tot gebiedsbescherming (vergunningplicht Wnb) en soortenbescherming (doelsoorten Natura 2000-gebied, Noordse woelmuis en waterspitsmuis) ▪ Het ecologisch werkprotocol moet worden aangepast met betrekking tot Noordse woelmuis en maatregelen opgenomen in het beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck ▪ De ruimtelijke onderbouwing moet op bovenstaande punten worden aangepast ▪ De Omgevingsdienst adviseert in de te zijner tijd te verlenen omgevingsvergunning op te nemen dat de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform het (aangepaste) ecologisch werkprotocol en dat altijd rekening gehouden moet worden met de zorgplicht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=667beec1-9956-4187-92d8-752cc2f052fe