Bijlage 11 Adviesrapport VRHM.pdf
Tekst van het document
Gemeentehuis Nieuwkoop t.a.v. mevrouw E.C. Tessensohn Teylersplein 1 2441 LE NIEUWVEEN
Postadres Postbus 1123 2302 BC Leiden Telefoon (088) 246 5000 info@vrhm.nl www.vrhm.nl www.brandweer.nl/hollandsmidden
Verzenddatum Zaakkenmerk Ons kenmerk Uw kenmerk Uw brief van
26 januari 2022 2021-012934 D2022-01-000552 23 december 2021
Contactpersoon Telefoon E-mail Onderwerp Locatie
Bijlage(n) Niels Wallet / Ruud Cové 1 : 088-2465441 / 088-2465752 info@vrhm.nl Concept ontwerp bestemmingsplan Noordeinde Nieuwkoop De Dobbe - Tochtpad Noordeinde, Nieuwkoop Graag bij correspondentie zaakkenmerk, ons kenmerk en onderwerp vermelden.
Geachte mevrouw Tessensohn, Op 23 december 2021 heeft u de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) verzocht advies uit de brengen over de fysieke veiligheid omtrent het bestemmingsplan op de locatie De Dobbe Tochtpad Noordeinde in de gemeente Nieuwkoop. Het advies is opgesteld op basis van het adviesrecht zoals beschreven in artikel 10 en 25 vanuit de Wet Veiligheidsregio's en artikel 2.14 van de WABO. Beschrijving plangebied Met het bestemmingsplan wordt beoogd om de verouderde schoollocatie te transformeren naar woningbouwlocatie. In aanvulling daarop bestaat het voornemen het huidige buitenspeelterrein en een brede strook grond langs De Dobbe in de ontwikkeling te betrekken. Het woonprogramma bestaat uit 42 woningen, waarvan 16 studio’s, 18 startersappartementen en 8 levensloopbestendige woningen. Advies Om de kans op incidenten te verkleinen, de effecten te beperken en / of de zelfredzaamheid van de aanwezigen en het optreden van de hulpdiensten te verbeteren, adviseren wij u het volgende: • Bij levensloopbestendige woningen kunnen de bewoners verminderd zelfredzaamheid zijn. Deze bewoners kunnen zich minder goed in veiligheid brengen bij de diverse relevante scenario’s. Daarmee ontstaat de vraag of het gemeentelijke EV-beleid strookt met de bescherming van verminderd zelfredzame personen.
Geadviseerd wordt te (her)overwegen of een dergelijke doelgroep past binnen het plangebied. • Vanuit de ingediende aanvraag blijkt niet of voldaan wordt aan de afmetingen die gesteld worden aan calamiteitsroutes, zie bijlage 1 voor een toelichting.
•
•
•
•
De wettelijke zorgnormtijd bedraagt zes minuten voor woonfuncties met een verminderde zelfredzaamheid (levensloopbestendige woningen). Indien deze doelgroep in het plangebied wordt opgenomen wordt geadviseerd om de overschrijding niet te accepteren maar aanvullende maatregelen te laten treffen. Gedacht kan worden aan een watermistinstallatie (beperken brandomvang) en rookmelders in alle verblijfsruimten (versnellen alarmeringstijd en daarmee de vluchttijd te vergroten). Met het plaatsen van zonnepanelen wordt echter extra kans op brand geïntroduceerd. Het treffen van (extra) veiligheidsmaatregelen kan escalatie van de brand verkleinen. Er wordt dan ook verwezen naar Handreiking advies veilige PV systemen van Brandweer Nederland. Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een brand in de omgeving (neerslaande rookpluim/rookoverlast/toxische wolk) nog niet geborgd. Onduidelijk is of de mechanische ventilatie eenvoudig afschakelbaar is. Voor dit scenario adviseer ik u het mechanische ventilatiesysteem eenvoudig door de bewoners in de eigen woning centraal uit te kunnen laten zetten. Dit kan bijvoorbeeld door de stekker van het ventilatiesysteem eenvoudig bereikbaar te maken. De zelfredzaamheid van de aanwezigen in de woningen kan worden vergroot door risicocommunicatie in te zetten.
Hiermee kan de bewustwording van de aanwezigheid van de hogedrukaardgasleiding, en eventueel ook voor een incident met gevaarlijke stoffen op de provinciale weg, worden vergroot. Ook kan hierin uitleg worden gegeven over het handelingsperspectief.
In ons advies richten wij ons op het optimaliseren van de veiligheidssituatie. In bijlage 1 wordt nadere uitleg gegeven aan de bovenstaande adviezen. Niet alle geadviseerde maatregelen kunnen worden opgenomen in dit bestemmingsplan, maar zijn bedoeld voor andere afdelingen binnen de gemeente. Deze maatregelen kunnen mogelijk binnen andere ruimtelijke plannen of door andere disciplines van de gemeente worden geborgd. De VRHM gaat ervan uit dat na de bestuurlijke afweging de overgenomen maatregelen bij de juiste afdeling(en) van uw gemeente bekend worden gemaakt. Opvolging of afwijking van het advies De informatie in dit dossier is door de gezamenlijke hulpdiensten (politie, GHOR en brandweer) besproken en vertaald naar dit advies. Bij afwijking van dit advies kan dit effecten hebben op de (multidisicplinaire) hulpverlening. Graag ontvangen wij van u een afschrift van het door u genomen besluit.
2
Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben, of wilt u graag meer informatie, dan kunt u contact opnemen met de casemanager zoals benoemd in het briefhoofd, via info@vrhm.nl of via 088 2465000. Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur,
Ing. P.P. Kunnen, afdelingsmanager Brandveiligheid Brandweer Hollands Midden
Digitaal verzonden aan: • e.tessensohn@nieuwkoop.nl • info@nieuwkoop.nl Bijlage(n): • Adviesrapport
3
Bijlage 1: Adviesrapport 1. Inleiding Dit is het adviesrapport dat hoort bij de brief met kenmerk D2022-01-000552. Aanleiding U heeft ons gevraagd om een advies te geven over het bestemmingsplan. Met het bestemmingsplan wordt beoogd om de verouderde schoollocatie te transformeren naar woningbouwlocatie. In aanvulling daarop bestaat het voornemen het huidige buitenspeelterrein en een brede strook grond langs De Dobbe in de ontwikkeling te betrekken. Het woonprogramma bestaat uit 42 woningen, waarvan 16 studio’s, 18 startersappartementen en 8 levensloopbestendige woningen. Bij het opstellen van het advies zijn de volgende documenten gebruikt: • Conceptbestemmingsplan Tochtpad Nooreinde incl. toelichting en verbeelding. 2. Relevante scenario's Er bevinden zich diverse risicobronnen binnen of in de zeer directe omgeving van het bestemmingsplan. Het betreft hierbij de volgende risicobronnen, met de daarbij behorende scenario’s: • Gebouwbrand • Hogedrukaardgasleiding W-529-17 - Fakkelbrand • Bres in de polderdijk – Overstroming • Luchtvaartongeval Er bevinden zich geen andere relevante risicobronnen binnen of in de directe omgeving van het bestemmingsplan. 3. Beschrijving situatie Onderstaande analyse op basis van het Kenmerkenschema van het Instituut Fysieke Veiligheid schetst een beeld van de toekomstige ontwikkeling.
De verschillende kenmerken kennen onderling ook een bepaalde mate van samenhang waardoor de kenmerken niet onafhankelijk van elkaar bekeken moeten worden maar juist in gezamenlijkheid. Menskenmerken Woningen (zelfredzaam) De aanwezige personen in woningen zijn over het algemeen zelfredzaam. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Mensen kunnen zowel wakend als slapend in het gebouw aanwezig zijn. Het risico niet tijdig te kunnen vluchten is groter wanneer mensen slapend aanwezig zijn vanwege de lagere mate van opmerkzaamheid (alertheid). De reactietijd voor ontvluchting is hierbij dan ook groter. Er wordt wel vanuit gegaan dat de aanwezigen over het algemeen bekend zijn met de inrichting van het gebouw en daarmee ook met de vluchtroutes.
4
Woningen (levensloopbestendig) Voor de acht levensloopbestendige woningen geldt een verminderde zelfredzaamheid. Op basis van literatuur en casuïstiek blijkt dat dit leidt tot een (potentieel) hoger brandrisico. Er is dan ook extra aandacht voor de brandveiligheid van senioren vereist. Ouderen zijn niet altijd zelf in staat om adequate maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door achteruitgang van het waarnemend vermogen. Hoewel zelfstandig wonende ouderen geacht wordende in zekere mate zelfredzaam te zijn bij brand, zijn ze dit in de praktijk vaak niet. Het is evident dat de brandveiligheid bij ouderen vaak problematischer is dan bij andere volwassenen. Wanneer deze ouderen ook nog eens bij elkaar wonen levert dit de situatie op dat ook de buren niet in staat zijn te helpen. In principe is een zelfstandig wonende oudere zelf verantwoordelijk voor zijn brand- en vluchtveiligheid. Zorgverleners (thuiszorg) en betrokkenen kunnen ondersteunen bij het preventief veiliger maken van de woning. De verminderde zelfredzaamheid is daarnaast ook in relatie tot de overige scenario’s, waaronder het scenario ‘Fakkelbrand’ van belang. Ook bij dergelijke scenario’s zijn de ouderen minder goed in staat zichzelf in veiligheid te brengen. Daarmee ontstaat de vraag of het gemeentelijke EV-beleid strookt met de bescherming van verminderd zelfredzame personen.
Gebouw- en Plangebiedkenmerken Het plangebied is in de huidige situatie niet in gebruik als woongebied. In de toekomstige situatie zullen er 42 woningen gerealiseerd worden. Uit de toelichting / verbeelding blijkt dat de bouwwerken uit maximaal drie bouwlagen zullen gaan bestaan. Ontsluiting naar het plangebied zal plaatsvinden op De Dobbe / Tochtpad. Incidentkenmerken Gebouwbrand Voor dit plangebied is een gebouwbrand een relevant scenario. Gezien de nieuwbouw zal een brand zich op basis van de bouweisen niet snel naar andere woningen uitbreiden. De woningen zullen voorzien moeten worden van rookmelders waarmee een snelle alarmering van aanwezige personen wordt versneld. Voor bestaande woningen geldt dat vanuit de wetgeving vanaf 1 juli 2022 ook rookmelders vereist zijn. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de bewoners om te voorzien in rookmelders ten behoeve van een snelle alarmering. Zonnepanelen Op de daken worden tegenwoordig in het kader van de duurzaamheid zonnepanelen vaak geplaatst. Met het plaatsen van zonnepanelen wordt echter extra kans op brand geïntroduceerd. Het treffen van (extra) veiligheidsmaatregelen kan escalatie van de brand verkleinen. Er wordt dan ook verwezen naar Handreiking advies veilige PV systemen van Brandweer Nederland, met daarin aandachtspunten, de toe te passen regelgeving en (brand)veiligheidsadviezen betreffende zonnepanelen op daken.
Fakkelbrand Een dergelijk scenario ontstaat veelal vanwege (graaf)werkzaamheden waarbij een breuk in een hogedruk aardgasleiding ontstaat. Het aardgas stroomt onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt. De effecten van een fakkelbrand zijn hittestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. De
5
warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. Voor aardgastransportleidingen is een directe bronbestrijding van een incident door de brandweer niet wenselijk vanwege de aanhoudende toevoer van aardgas uit het kapotte leidingdeel. Een brand zal zich manifesteren in de vorm van een fakkelbrand. De brandweer zal zich richten op de secundaire branden die kunnen ontstaan. Eigenschappen hogedrukaardgasleiding In onderstaande tabel zijn de eigenschappen van de hogedrukaardgasleiding opgenomen: Naam
Druk (bar)
Diameter (inch)
Afstand tot plangebied (meter)
W-529-17
40 bar
13 inch
30 meter
Verbeelding fakkelbrandscenario
Kleur Rood Oranje Geel
W-529-17(afstand tot het plangebied circa 30 meter) Afstand Brandweeroptreden mogelijk? Tot 70 meter Nee Tot 140 meter Nee > 140 meter Beperkt (enkel op de 4 kW grens)
Straling > 36 kW 35 / 10 kW 10 - 4 kW
6
Uitleg bovenstaande afbeelding (schade beeld) • Rood: onherstelbare schade, alle brandbare materialen gaan branden. • Oranje: gemiddelde schade brandhaarden en vervorming van kunststof. • Geel: lichte schade geen branden afbladderende verf en ernstige verkleuring. Uit de toelichting van het bestemmingsplan volgt dat: • Er geen sprake is van een plaatsgebonden risico PR=10-6 ; • het groepsrisico na realisatie van het plan 3,05*10-4 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt, ofwel het groepsrisico is kleiner dan 0,01*OW; • het maximaal berekende aantal dodelijke slachtoffers ter hoogte van het plangebied 15 personen bedraagt. De berekende resultaten voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico voldoen hiermee aan de criteria uit de Beleidsvisie Externe Veiligheid van de gemeente Nieuwkoop: de grenswaarde (PR=10-6 ) en de oriëntatiewaarde (GR) worden niet overschreden. Bres in de polderdijk – Overstroming Voor een overstroming uit een regionale kering is de maximale waterdiepte maximaal 2,5 meter in de huidige atlas. Bij het ophogen/bouwrijp maken zal de maximale overstromingsdiepte (iets) kleiner zijn. De grote omvang van de polder zorgt er voor dat het waterpeil niet heel snel zal stijgen. Daarbij kan zowel naar een droge verdieping (zolder / bovenburen) worden gevlucht als ook naar de dijk (oostelijke richting / dijk van de Ringsloot).
Voor dergelijke scenario's is in (generieke zin) ook aandacht bij de gemeentelijke klimaatstresstest. Aanvullende maatregelen in de ruimtelijke ordening worden voor dit plandeel niet nodig geacht. Wel is risicobewustzijn door middel van risicocommunicatie van meerwaarde. Voor het plangebied geldt een overstromingsbeeld vanuit een primaire kering tot meer dan 1,0 meter waterdiepte. Gezien de zeer geringe kans van een overstroming vanuit een primaire kering is en de beperktere waterdiepte zijn er geen aanvullende adviezen voor dit scenario. Luchtvaartongeval In 2019 is door de VRHM een analyse gemaakt voor luchtvaartongevallen. Aangezien de betreffende locatie in de aanvliegroute van vliegveld Schiphol Airport ligt, wordt in dit advies aandacht besteed aan dit scenariotype. In een straal van tien kilometer van de start- en landingsbaan vinden ongeveer 10 procent van de luchtvaartongevallen plaatsvindt, het plangebied ligt net buiten deze straal maar wel in de directe aanvliegroute van de Aalsmeerderbaan. De bereikbaarheid van een mogelijke vliegtuigcrash is in hoofdlijn onder te verdelen in drie varianten. Het agrarisch gebied/akkerland, het bebouwde gebieden/dorpskernen en groot open water. Ten behoeve van de het voorliggende bestemmingsplan is het bebouwd gebied relevant.
De bereikbaarheid in het bebouwd gebied is met de hoofdwegen, gebiedsontsluitingswegen en de erftoegangswegen fijnmazig. Hierdoor kunnen hulpdiensten dichtbij een vliegtuigcrash komen. Er is geen overbrugging van langere afstanden nodig alvorens gewondenvervoer naar de ziekenhuizen kan plaats vinden. Voor de secundaire branden zijn in de kernen brandkranen en open bluswaterbronnen aanwezig. Uit de eerder genoemde regionale analyse is gebleken dat het treffen van aanvullende maatregelen niet in verhouding staat tot het aanwezige risico. Voor deze adviesaanvraag trekken wij opnieuw deze conclusie. De gehele analyse is op te vragen bij de VRHM of bij uw Medewerker Openbare orde en veiligheid.
7
Omgevingskenmerken Bereikbaarheid Voor hulpdiensten is het goed kunnen bereiken en verlaten van een incident met eigen materieel en eigen personeel van cruciaal belang. Hiervoor is het van belang dat wegen zo veel mogelijk een onbelemmerde doorgang bieden. Vanuit de ingediende aanvraag blijkt niet of voldaan wordt aan de afmetingen die gesteld worden aan calamiteitsroutes. Onduidelijk is of: • De erftoegangswegen binnen het plangebied minimaal 4,5 meter breed zijn (minimale verharding breed 3,25) en een vrije hoogte van 4,2 meter hebben. • De eenrichtingswegen binnen het plangebied minimaal 5,5 meter breed zijn • De tweerichtingsweg binnen het plangebied minimaal 8,0 meter breed zijn • De wegen (inclusief eventuele bruggen) een asbelasting van 100 kN aan kunnen (NEN 1008, klasse 30). • De bochtstralen van de wegen binnen het plangebied voldoen aan een minimale afmeting van 10 meter voor de buitenbochtstraal in combinatie met een minimale binnenbochtstraal van 5,5 meter (of gelijk aan de buitenbochtstraal verminderd met 4,5 meter). In verband met de afmetingen van de voertuigen is voor de te maken bochtstraal voor voertuigen van de brandweer overal een vrije doorrijdbreedte van 3,5 meter noodzakelijk. Specifiek voor het plangebied (zuidzijde) is onduidelijk of er paaltjes op het woonerf worden aangebracht, en zo ja of deze eenvoudig wegneembaar zijn bij een calamiteit.
Alarmering bevolking Voor alarmering van de bevolking, bij calamiteiten buiten het bouwwerk, wordt gebruik gemaakt van de waarschuwings-alarmeringssirene. De meest nabijgelegen WAS-paal ligt op ruim één kilometer. Regulier wordt voor de sirene een dekkingscirkel van 800 meter aangehouden. Gezien de ontwikkelingen van het NL-alertsysteem en daarmee op termijn de afschaffing van de WAS-palen wordt niet geadviseerd alsnog een WAS-paal voor dit gebied te voorzien. Interventiekenmerken Een adequate bluswatervoorziening, bestaande uit offensief en defensief bluswater, en een goede bereikbaarheid van zowel de bluswatervoorzieningen als de incidentlocatie, zijn randvoorwaarden voor een effectieve en efficiënte incidentbestrijding door de brandweer. Offensieve bluswatervoorziening In de bestaande situatie is nabij het plangebied een brandkraan aanwezig die dienst kan doen als offensieve bluswatervoorziening ten behoeve van de brandweer. Defensieve bluswatervoorziening De benodigde defensieve bluswatervoorziening is toereikend, de waterwinplaats voldoet de minimaal benodigde waterlevering. Het open water ligt binnen een afstand van 160 meter vanaf de opstelplaats.
8
Opkomsttijd De opkomsttijd van de brandweer naar het plangebied wordt overschreden. De wettelijke norm bedraagt acht minuten voor gebouwen met een woonfunctie. Er is een gemiddelde overschrijding van de opkomsttijd van circa drie minuten. Geadviseerd wordt om deze geringe overschrijding te accepteren, mede gezien de realisatie van bouwkundige en installatietechnische voorzieningen welke (behoren te) voldoen aan het nieuwbouwniveau van het Bouwbesluit. Voor de levensloopbestendige woningen is het reëel om uit te gaan van verminderd zelfredzame personen. De wettelijke norm bedraagt zes minuten voor woonfuncties met een verminderde zelfredzaamheid. Geadviseerd wordt om de overschrijding niet te accepteren maar aanvullende maatregelen te laten treffen. Gedacht kan worden aan een watermistinstallatie (beperken brandomvang) en rookmelders in alle verblijfsruimten (versnellen alarmeringstijd en daarmee de vluchttijd te vergroten).
4. Analyse en advies Op basis van de vijf kenmerken, zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk, is er een analyse uitgevoerd. Deze analyse gaat in op de volgende aspecten: incident- en vluchtscenario en het bestrijdbaarheidsscenario. Incident- en vluchtscenario Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een gebouwbrand voor alle type woningen vanuit ruimtelijke ordeningsoogpunt voldoende. De ontvluchting vanuit het plangebied naar de openbare weg is voldoende mogelijk. Voor het bestemmingsplanadvies zijn geen bezwaren. Het veilig ontvluchten vanuit de woningen als ook de overige brandveiligheidsonderdelen binnen de percelen komen in de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen naar voren. Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een brand in de omgeving (neerslaande rookpluim/rookoverlast/toxische wolk) nog niet geborgd. Onduidelijk is of de mechanische ventilatie eenvoudig afschakelbaar is. Voor dit scenario adviseer ik u het mechanische ventilatiesysteem eenvoudig door de bewoners in de eigen woning centraal uit te kunnen laten zetten. Dit kan bijvoorbeeld door de stekker van het ventilatiesysteem eenvoudig bereikbaar te maken. Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een fakkelbrand vanuit ruimtelijke ordeningsoogpunt is voor de reguliere woningen voldoende. Er kan direct van het leidingtracé afgevlucht worden.
Voor de bewoners van de levensloopbestendige woningen is dit minder vanzelfsprekend omdat deze personen niet als vanzelfsprekend zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Hierbij ontstaat opnieuw de eerder benoemde vraag of deze doelgroep past binnen het gemeentelijk EV-beleid. Ondanks dat het groepsrisico niet boven de oriëntatiewaarde komt, en het daarmee geen knelpunt vormt voor het bestemmingsplan (behoudens de vraag over de verminderd zelfredzamen binnen het plangebied), is het van belang rekening te houden met de effectafstanden van een mogelijk incident. Het treffen van maatregelen is dan ook niet gericht om te kunnen voldoen aan de eisen die gesteld worden aan het plaatsgebonden- en het groepsrisico (die zijn immers voldoende). Aanvullende maatregelen kunnen echter wel bijdragen
9
aan het vergroten van de zelfredzaamheid van de aanwezigen in geval van een calamiteit. De zelfredzaamheid van de aanwezigen in de woningen kan worden vergroot door risicocommunicatie in te zetten. Hiermee kan de bewustwording van de aanwezigheid van de hogedrukaardgasleiding, en eventueel ook voor een incident met gevaarlijke stoffen op de provinciale weg, worden vergroot. Ook kan hierin uitleg worden gegeven over het handelingsperspectief. Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een overstroming vanuit de regionale kering vanuit ruimtelijke ordeningsoogpunt voldoende. De ontvluchting vanuit het plangebied naar de openbare weg is voor zelfredzame personen voldoende mogelijk en voor verminderd zelfredzame is verticale evacuatie (droge verdieping) mogelijk. Voor het bestemmingsplanadvies zijn geen bezwaren. Bestrijdbaarheidsscenario Er heeft geen goede beoordeling van de bestrijdbaarheid van een gebouwbrand kunnen plaatsvinden. Dit komt vanwege de onduidelijkheid over de maatvoering/bochtstralen binnen het plangebied als ook de verwachtte wijzigingen in de ligging van de drinkwaterleidingen. Om die reden adviseer ik u de ontbrekende gegevens aan te vullen en ons voor deze onderdelen om advies te vragen. Voor de overige scenario’s zijn ten aanzien van de bestrijdbaarheid geen bijzonderheden.
Wel zal er een extra taak liggen bij de evacuatie/redding van verminderd zelfredzame personen uit het plangebied. De hulpverlening kan een brand of een ongeval met gevaarlijke stoffen niet voorkomen. Voor de relevante scenario's in/nabij het plangebied geldt dat het ongevalsscenario al heeft plaatsgevonden of nog in volle gang is wanneer hulpdiensten arriveren. De hulpverlening bereidt zich dan ook voor op de mogelijke gevolgen van de genoemde scenario's.
10