CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10a .E-Bodemonderzoeksrapport ingediend d.d. 22-12-2021 opgesteld d.d .15-03-2019

Meningsvormende raad I 21 april 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel VVGB aanvraag omgevingsvergunning Meijegraslanden30.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

Bureaustudie bodem Meijersgraslanden te Nieuwkoop

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 1 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

Administratieve gegevens en verantwoording Onderzoekslocatie Adres Meijersgraslanden Plaats Nieuwkoop Projectgegevens Opdrachtgever Ingenieursburo Eelerwoude Postbus 53 7470 AB Goor Projectcode EEL01118 Kenmerk 190226_095323 Status Definitef Versie 0.1 Datum 15-03-2019 Uitvoerder Greenhouse Advies B.V. Huismanstraat 6 6851 GT Huissen hub.pieters@greenhouse-advies.nl Opsteller Hub Pieters Paraaf

Vrijgave Paraaf

Willem Post

Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek Bureaustudie historisch onderzoek ☒ Indicatief ☐ NEN 5740 ☐ NEN 5707 ☐ NTA 5755 BRL-protocol ☐ 2001 (boorwerkzaamheden handmatig) ☐ 2002 (bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (waterbodem) ☐ 2018 (asbest in grond)

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 2 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

Inhoudsopgave 1

Inleiding 4 1.1 Aanleiding en doel ....................................................................................................................4 1.2 Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid ....................................................................................4 1.3 Onderzoeksopzet......................................................................................................................5 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................5 2 Onderzoeksopzet bureaustudie 6 2.1 Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken .....................................................6 2.2 Regionale bodemopbouw .........................................................................................................6 3 Bureauonderzoek mogelijke verontreinigingen 7 3.1 Besluit bodekwaliteit (Bbk) .......................................................................................................7 3.2 Bodemloket ...............................................................................................................................7 3.3 Deelgebied 1.............................................................................................................................8 3.4 Deelgebied

2.............................................................................................................................8 3.5 Deelgebied 4.............................................................................................................................9 3.6 Deelgebied 5.............................................................................................................................9 4 Waterbodem 10 5 Toepasbaarheid vrijkomende grond 11 5.1 Geschiktheid voor dijken en dammen ................................................................................... 11 5.2 Toepasbaarheid voor ophoging ............................................................................................. 11 6 Conclusies 12 Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Boringen DINOloket Bijlage 3: Bodemfunctieklassenkaart Bijlage 4: Kaarten Bodemloket Bijlage 5: Rapport waterbodemonderzoek en e-mail d.d. 7 maart 2019

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 3 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

1 Inleiding In opdracht van Eelerwoude is door Greenhouse Advies B.V. een bureaustudie bodem uitgevoerd ter plaatse van Meijegraslanden in Nieuwkoop. Eelerwoude heeft een kaart (d.d. 26-11-2018,) van het plangebied verstrekt.

1.1 Aanleiding en doel De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen omvorming en inrichting van het gebied. Doel van de bureaustudie is meerledig te weten:  nagaan of er mogelijk bodemverontreinigingen en/of bodembedreigende activiteiten bekend zijn;  verwerven van informatie over de verwachte geschiktheid van de vrijkomende grond voor de aanleg van dijken en dammen of voor ophoging van naastgelegen agrarisch perceel. 1.2 Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Greenhouse Advies B.V. of andere gelieerde bedrijfsonderdelen van DAGnl zijn geen eigenaar van de locatie en hebben geen binding met de eigenaar. Greenhouse Advies B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het onderzoek.

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 4 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

1.3

GREENHOUSE ADVIES BV

Onderzoeksopzet

Het historisch onderzoek bestaat uit de volgende werkzaamheden: 1. Digitaal onderzoek a. Landelijk Bodemloket; b. Bodematlas provincie Overijssel / Atlas Overijssel; c. Topotijdreis; d. Kadaster; e. DINOloket. 2. Digitaal archiefonderzoek a. Provinciaal bodemarchief; b. Gemeentelijk bodemarchief, Wm archief, bouwarchief. De onderzoeksopzet sluit zoveel mogelijk aan bij, het in de NEN5725 beschreven historisch onderzoek, maar betreft geen onderzoek conform de NEN 5725 aangezien nadrukkelijk is gevraagd naar een bureaustudie. 1.4 Leeswijzer In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde bureaustudie bodem. De rapportage is als volgt opgebouwd: • • • • •

Onderzoeksresultaten bureaustudie (hoofdstuk 2); Onderzoeksopzet (hoofdstuk 3); Waterbodem (hoofdstuk 4); Toepbaarheid vrijkomende grond (hoofdstuk 5); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 5 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

2 Onderzoeksopzet bureaustudie In dit hoofdstuk worden de resultaten van de bureaustudie weergegeven. Het bureauonderzoek is geen onderzoek overeenkomstig de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, januari 2009), maar sluit hier zoveel mogelijk op aan. Ten opzichten van de NEN 5725 heeft er geen terreininspectie plaatsgevonden. 2.1 Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • het landelijk Bodemloket (www.bodemloket.nl); • DINOloket; • het Hoogheemraadschap; • de Bodematlas van de Provincie Zuid Holland; • de gemeente/provincie/omgevingsdienst West-Holland. 2.2 Regionale bodemopbouw In de onderstaande tabel is de regionale bodemopbouw van de omgeving van de onderzoekslocatie en deelgebieden weergegeven. Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie zijn onderstaande boringen van het DINOloket gekozen. Deze boringen zijn in of in de nabijheid van het betreffende deelgebied uitgevoerd. Deelgebied

Boring

Lithologie

1 / 1A

B31D1166

1 /1A

B31D1080

2 / 2A / 2B 5

B31D0213 B31D1176

4 / 4A

B31D1259

Klei Veen Klei veen Klei veen veen Klei Veen klei Veen Klei Veen Klei

Traject (m-mv) 0,0 - 0,25 0,35 – 0,70 0,70 – 0,80 0,80 – 1,40 0,0 – 0,40 0,40 – 4,70 0,0 – 2,0 0,0 – 0,55 0,55 – 2,0 2,0 – 4,0 0,0 – 0,20 0,20 – 1,20 1,20 – 1,40 1,40 – 2,50

In bijlage 1 zijn de boorprofielen weergegeven De regionale bodemopbouw bestaat ten opzichte van het maaiveld uit klei bovenlaag met afwisselend veen en klei lagen eronder.

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 6 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

3 Bureauonderzoek mogelijke verontreinigingen 3.1 Besluit bodekwaliteit (Bbk) Op de bodemfunctieklassenkaart zijn alle deelgebieden als Achtergrondwaarde aangemerkt. In bijlage 2 is de bodemfunctieklassenkaart weergegeven. 3.2

Bodemloket

Op basis van het bodemloket is navraag gedaan bij de Omgevingsdienst West-Holland. Hier is onderstaande informatie bekend. Datum Type Deelgebied 1 31-12-1996 Historisch onderzoek

Naam Demping / 31dn02083 Demping / 31dn02084 Demping / 31dn02085 Demping / 31dn02086 Demping / 31dn02087 Demping / 31dn02088 Achter Meije 74

Auteur

opmerking

stort

Grabowski en Poort

stort

Grabowski en Poort

stort

Grabowski en Poort

stort

Grabowski en Poort

stort

Grabowski en Poort

stort

Grabowski en Poort

Binnen onderzoeksgebied Binnen onderzoeksgebied Binnen onderzoeksgebied Binnen onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied

31-12-1996

Historisch onderzoek

31-12-1996

Historisch onderzoek

31-12-1996

Historisch onderzoek

31-12-1996

Historisch onderzoek

31-12-1996

Historisch onderzoek

20-03-2003

Historisch onderzoek

03-04-2007

Oriënterend onderzoek Historisch onderzoek

Ziendeweg 11

CSO

Meije 42

Van Gog

Verkennend onderzoek Nader onderzoek

Meije 42

Van Gog

Meije 42

Van Gog

06-04-2005 27-04-2005 04-11-2005

Deelgebied 2 31-12-1996 Historisch onderzoek

Tauw

31-12-1996

Historisch onderzoek

13-06-2005

Historisch onderzoek

Demping 31dn02090 Demping 31dn02092 Meije 130

20-03-2003

Historisch onderzoek

Achter Meije 74

Tauw

05-09-2001

Oriënterend zoek Verkennend zoek Verkennend zoek HBB

onder-

Meye 124

Verhoeve Milieu

onder-

Meije 130

Geologic

onder-

Meije 130

Almad Eco

01-06-1995 24-02-2003

Deelgebied 4 onbekend onbekend Deelgebied 5 onbekend demping

EEL01118 Definitief, versie 0.1

/

stort

Grabowski en Poort

/

stort

Grabowski en Poort CSO

Duyl, van L.J., Meije0A

Binnen onderzoeksgebied Binnen onderzoeksgebied Binnen onderzoeksgebied Binnen onderzoeksgebied Binnen onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied Buiten onderzoeksgebied

HBB his_code: A31dn034146

onbekend

Binnen onderzoeksgebied

HBB a31dn034179

onbekend

Buiten onderzoeksgebied

his_code:

Pagina 7 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

3.3

GREENHOUSE ADVIES BV

Deelgebied 1 

3.4

De locatie Achter Meije 74 (locatiecode: AA056900760, identificatiecode: ZH056909680) wordt beoordeeld als potentieel verontreinigd, echter is volgens de omgevingsdienst voldoende onderzocht. Er is in maart 2003 historisch onderzoek verricht door Tauw. De verontreinigende activiteiten betreffen een niet gespecificeerde demping en ophooglaag met puin en/of bouw- en sloopafval. In het perceel, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummer 1341, bevindt zich, op basis van historisch onderzoek (Grabowski en Poort, 31-12-1996), een demping/stort (locatiecode: AA056900260, identificatiecode: ZH056909178, locatienaam: demping/stort 31dn02086). De verontreinigende activiteit is een demping met baggerspecie en wordt beoordeeld als potentieel ernstig en is niet voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag. In het perceel, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummer 900, bevindt zich, op basis van historisch onderzoek (Grabowski en Poort, 31-12-1996), een demping/stort (locatiecode: AA056900259, identificatiecode: ZH056909177, locatienaam: demping/stort 31dn02085). De verontreinigende activiteiten betreft een niet gespecificeerde demping met puin en/of bouw- en sloopafval en wordt beoordeeld als potentieel ernstig en is niet voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag.

In het perceel, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummer 898, bevindt zich, op basis van historisch onderzoek (Grabowski en Poort, 31-12-1996), een demping/stort (locatiecode: AA056900258, identificatiecode: ZH056909176, locatienaam: demping/stort 31dn02084). De verontreinigende activiteit is een demping met grond en wordt beoordeeld als onverdacht / niet verontreinigd en is voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag. In de percelen, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummers 1685 en 1720, bevindt zich, op basis van historisch onderzoek (Grabowski en Poort, 31-12-1996), een demping/stort (locatiecode: AA056900257, identificatiecode: ZH056909175, locatienaam: demping/stort 31dn02083 ). De verontreinigende activiteiten betreft een niet gespecificeerde demping en een demping met baggerspecie en wordt beoordeeld als potentieel ernstig en is niet voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag. Deelgebied 2

In de percelen, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummers 382 en 282, bevindt zich, op basis van historisch onderzoek (Grabowski en Poort, 31-12-1996), een demping/stort (locatiecode: AA056900264, identificatiecode: ZH056909182, locatienaam: demping/stort 31dn02090). De verontreinigende activiteit is een demping met lompen en wordt beoordeeld als potentieel verontreinigd en is voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag. In de percelen, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummers 280 en 281 bevindt zich, op basis van historisch onderzoek (Grabowski en Poort, 31-12-1996), een demping/stort (locatiecode: AA056900265, identificatiecode: ZH056909183, locatienaam: demping/stort 31dn02091). De verontreinigende activiteit betreft een niet nader gespecificeerde demping en wordt beoordeeld als potentieel ernstig en is niet voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag. In de percelen, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummer 277, 278 en 280 bevindt zich, op basis van historisch onderzoek (Grabowski en Poort, 31-12-1996), een demping/stort (locatiecode: AA056900266, identificatiecode: ZH056909184, locatienaam: demping/stort 31dn02092). De verontreinigende activiteit betreft een niet nader gespecificeerde demping en wordt beoordeeld als potentieel ernstig en is niet voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag.

In de percelen, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummers 217, 218, 243, 244, 245, 1204, 1205 en 1996, bevindt zicht op basis van historisch onderzoek (CSO, 13-06-2005), een demping, erfverharding en een ophooglaag (locatiecode: AA056900754, identificatiecode: ZH05690974, locatienaam: Meije 130). De verontreinigende activiteiten betreffen een demping met grond, een niet nader gespecificeerde erfverharding en een ophooglaag met puin en/of bouw- sloopafval en wordt beoordeeld als potentieel verontreinigd en is voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag.

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 8 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

3.5

GREENHOUSE ADVIES BV

In de percelen, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummers 276, 277, 278, 279, 280, 382, 383, 384, 385, 386, 387, 388 en 390, bevinden zich, op basis van oriënterend onderzoek (Verhoeve Milieu, 05-09-2001), dempingen (locatiecode: AA056900763, identificatiecode: ZH056909683, locatienaam: Meye 124). De verontreinigende activiteiten betreffen een demping met grond, demping met lompen en een bovengrondse brandstoftank en worden beoordeeld als potentieel ernstig en is niet voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag. Het perceel, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie E, nummer 280 is aangemerkt als HBBlocatie (historisch bodembestand) en betreft een smederij en timmerwerkplaats. De locatie L.J. van Duyl, Meije 0A (locatiecode: AA056902553) is potentieel verontreinigd en is voldoende onderzocht volgens bevoegd gezag. Deelgebied 4

In het perceel, kadastrale gemeente Nieuwkoop, sectie C, nummer 2209, bevindt zich een HBBlocatie en betreft een demping met puin en/of bouw- en sloopafval. De locatiecode is AA056903523 en wordt beoordeeld als potentieel ernstig en is onvoldoende onderzoek volgens bevoegd gezag.

3.6 Deelgebied 5 Voor deelgebied 5 zijn geen gegevens bekend bij het bodemloket en de omgevingsdienst.

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 9 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

4 Waterbodem Er is geen informatie bekend van de waterbodem binnen de onderzoeksgebieden. In de nabijheid van de deelgebieden heeft wel onderzoek plaatst gevonden en hieruit komt onderstaande naar voren: Op basis van het rapport “Waterbodemonderzoek watergangen deelproject 3 Cluster 5”, versie 1.0, d.d. 23 oktober 2013 opgesteld door Niebeek Milieumanagement BV, brengt naar voren dat het slib van de Meije, ter hoogte van deelgebied 5 mogelijk niet toepasbaar is. Het hoogheemraadschap geeft aan per e-mail d.d. 7 maart 2019, dat de bemonstering behoorlijk gedateerd is en de waterbodems reeds zijn verwijderd. In bijlage 5 zijn het rapport en de e-mail opgenomen.

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 10 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

5 Toepasbaarheid vrijkomende grond 5.1

Geschiktheid voor dijken en dammen

Dijkenklei is klei dat gebruikt wordt voor de bouw van dijken. In zijn algemeenheid dient het zandgehalte < 40 % te zijn, het lutumgehalte tussen de 17,5% en 40 % en het organisch stof gehalte dient minder dan 3 % te bedragen. Het CROW (RAW) geeft aangepaste eisen voor de dijkenklei. Deze dijkenklei wordt aangeduid in de erosieklassen 1, 2 en 3, waarbij erosieklasse 1 sterk erosie bestendig is en klasse 3 weinig erosie bestendig is. De erosieklassen (volgens CROW) worden bepaald door de het bepalen van de plasticiteit van de grond (de vloeigrens en de plasticiteitsindex) en het gehalte aan minerale delen. De dijkenklei dient verder homogeen en schoon (geen puin, plantenresten e.d.) te zijn en zijn er eisen aan het organische stof gehalte en het zoutgehalte. Daarnaast dient het te voldoen aan de milieu hygiënische kwaliteit. Vanwege de afwezigheid van booronderzoek (enkel historische bureaustudies zijn beschikbaar), binnen de deelgebieden is er geen inzicht te verkrijgen in de samenstelling en dikte van de aanwezige kleilagen. Op basis van ervaringen en regionale kennis wordt vette klei met erosieklasse I verwacht. Echter vanwege de dunne lagen, zoals ook te zien is in de boringen uit het DINOloket, moet zeer zorgvuldig worden ontgraven om te voorkomen dat door bijmenging met veen het organische stof gehalte te hoog wordt.

De eventuele toepasbaarheid van vrijkomende klei is geheel afhankelijk van de samensteling. Aangeraden wordt om de vrijkomende klei milieukundig te onderzoeken alsmede te analyseren ter bepaling van de erosieklasse. Op basis van de uitkomsten kan dan een definitieve uitspraak worden gedaan over de toepasbaarheid. 5.2 Toepasbaarheid voor ophoging De toepasbaarheid van de vrijkomende grond voor ophoging van naastgelegen percelen is vanzelf sprekend afhankelijk van grondsoort welke vrijkomt en de functie van het ontvangende perceel. Milieukundig gezien dient de grond te worden hergebruikt conform de eisen van het Besluit bodemkwaliteit en/of bodembeheer nota van de omgevingsdienst West-Holland, deel B, Gebiedsspecifiek beleid gemeente Nieuwkoop. Om hieraan te voldoen dient eventueel de milieukundige kwaliteit te worden onderzocht middels verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat de verdachte locatie(s) (dempingen e.d.) niet buiten het geval herschikt mogen worden.

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 11 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

6 Conclusies In opdracht van Eelerwoude is door Greenhouse Advies B.V. een bureaustudie uitgevoerd. ter plaatse van de, in paragraaf 1.1 genoemde, deelgebieden. Doel van de bureaustudie is meerledig te weten:  nagaan of er mogelijk bodemverontreinigingen en/of bodembedreigende activiteiten bekend zijn;  verwerven van informatie over de verwachte geschiktheid van de vrijkomende grond voor de aanleg van dijken en dammen of voor ophoging van naastgelegen agrarisch perceel. Uit de bureaustudie kan geconcludeerd worden dat: • In de deelgebieden 1, 2 en 4 zijn mogelijke bodemverontreinigingen en/of bodembedreigende activiteiten bekend. Deze locaties dienen eventueel te worden onderzocht conform de NEN 5740 en eventueel NEN 5707; • Er zijn geen verontreinigen en/of bodembedreigende activiteiten bekend voor deelgebied 5; • Op basis van de bodemkwaliteitsklassenkaart voldoet, dan wel dient de bodem te voldoen aan Achtergrondwaarde; • Op basis van ervaring en omgevingskennis is bekend dat klei uit de omgeving erosieklasse I kan zijn. Echter om hier zeker van te zijn wordt geadviseerd om erosieklasse analyses uit te laten voeren en dient zeer zorgvuldig afgegraven te worden om bijmenging te voorkomen. Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk).

De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde bronnen.

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 12 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie

Het onderzoeksgebied is globaal aangeduid middels rode omcirkeling.

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 13 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

Bijlage 2: Boringen DINOloket

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 14 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

EEL01118 Definitief, versie 0.1

GREENHOUSE ADVIES BV

Pagina 15 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

EEL01118 Definitief, versie 0.1

GREENHOUSE ADVIES BV

Pagina 16 van 19

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

Bijlage 3: Bodemfunctieklassenkaart

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 17 van 19

Legenda Bodemfunctieklassen (Nieuwkoop) industrie wonen achtergrondwaarde * Toemaakdek * voor bouwpercelen in het buitengebied: zie notitie bodemfunctieklassenkaart voor weg- en spoorbermen: zie notitie bodemfunctieklassenkaart

0125 250 500 meter

±

Datum: 01-09-2011, definitief

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

Bijlage 4: Kaarten Bodemloket

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 18 van 19

112000

112500

+

500 mete

Legenda

D

deelgebied met nummer

Project: Bureaustudie bodem Meijegraslanden Onderdeel: WBB locaties

WBB_locaties

(]Gegevens aanwezig, status onbekend []Saneringsact1vi teit []Voldoende onclerzochtfgesaneerd []Onder!oek uitvoeren []Histone bekend Greenhouse Advies is onderdeel van www.dagnl.nl

dRg...,...:�,

Projectcode: EEL01118 Datum: 14-03-2019 Schaal: 1 :7.500 MO Getekend: Goedgekeurd: HP Bron: Top10Topografische OienstlKadasteJ. POOK

®

A. GREENHOUS�DVIES

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen The Netherlands

Tel +31 (0)26 202 06 06 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl

113000

113500

114000

+

/

Legenda

D

deelgebied met nummer

WBB_locaties

[]Gegevens aanwezig, status onbekend []Saneringsact1viteit []Voldoende onclerzochtfgesaneerd []Onde-r!oek uitvoeren []Histone bekend Greenhouse Advies is onderdeel van www.dagnl.nl

dRg...,....�,

Project: Bureaustudie bodem Meijegraslanden Onderdeel: WBB locaties Projectcode: EEL01118 Datum: 14-03-2019 Schaal: 1 :7.500 MO Getekend: Goedgekeurd: HP Bron: Top10Topografische OienstlKadasteJ. POOK

®

A. GREENHOUS�DVIES

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen The Netherlands

Tel +31 (0)26 202 06 06 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl

114500

Legenda

D

deelgebied met nummer

115000

115500

Project: Bureaustudie bodem Meijegraslanden Onderdeel: WBB locaties

WBB_locaties

(]Gegevens aanwezig, status onbekend []saneringsactiviteit []Voldoende onclerzochtfgesaneerd []Onder!oek uitvoeren []Historie bekend Greenhouse Advies is onderdeel van www.dagnl.nl

dRg...,....•�,

Projectcode: EEL01118 Datum: 14-03-2019 Schaal: 1 :7.500 MO Getekend: Goedgekeurd: HP Bron: Top10Topografisdle Dienst/Kadaster: POOK

®

A. GREENHOUS�DVIES

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen The Netherlands

Tel +31 (0)26 202 06 06 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl

Bureaustudie bodem

Meijegraslanden te Nieuwkoop

GREENHOUSE ADVIES BV

Bijlage 5: Rapport waterbodemonderzoek en e-mail d.d. 7 maart 2019

EEL01118 Definitief, versie 0.1

Pagina 19 van 19

Hub Pieters Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Marieke Teusink maandag 11 maart 2019 7:59 Hub Pieters [Opgeslagen] FW: informatie wabo-onderzoek ten noorden van de Meije

Opvolgingsmarkering: Markeringsstatus:

Opvolgen Voltooid

Van: Scholten, Tejo [mailto:Tejo.Scholten@rijnland.net] Verzonden: donderdag 7 maart 2019 15:20 Aan: Marieke Teusink <marieke.teusink@greenhouse-advies.nl> Onderwerp: informatie wabo-onderzoek ten noorden van de Meije Geachte mevrouw Teusink, Ik stuur u met “Wetransfer” de benodigde stukken. De rapportage is van een groter gebied dan u gegevens heeft gevraagd. Daarom heb ik ook de watergangen erbij gedaan. Zodat u de watergangcode kunt matchen met de rapportage. Er zit een shape bij met waterbodemkwaliteits. Bemonsteringsdatum is behoorlijk gedateerd en de waterbodem is natuurlijk al weg. Of er calamiteiten zijn dat weet ik nog niet. Deze vraag staat uit bij onze calamiteiten man. Wanneer ik daar antwoord op heb zal ik dat naar u mailen. Asbest toepassing hebben we niet zo in beeld. Misschien dat u in het rapport daar nog iets van vinden kan. Puntbronnen: overstorten zijn niet aanwezig. Geen rioolgemalen. Geen effluentlozingen of IBA’s. Heeft u naar aanleiding van het geleverde nog vragen dan hoor ik dat graag. Met vriendelijke groet, Tejo Scholten Team Monitoring & Kerngegevensbeheer 071-306 33 96 Vragen over kerngegevens? Zie https://intra.rijnland.net/kennisdelen/kennisgroepen “Gegevensbank

Monitoring” Het melden van onjuistheden of afwijkingen van kerngegevens (in GIS/GEOWEB) draagt bij aan de kwaliteit van deze gegevens van Rijnland. Meld ze via monitoring@rijnland.net Staat uw naam achter cc., dan wordt deze e-mail u ter info gestuurd en wordt er geen actie van u verwacht. Wanneer ik een e-mail ontvang waarin mijn naam staat achter cc., ga ik er vanuit dat deze mail mij ter info wordt gestuurd. Ik zal dan ook hierop (in principe) niet reageren en de mail ook niet bewaren.

1

WATERBODEMONDERZOEK WATERGANGEN DEELPROJECT 3 CLUSTER 5 2285-03

Opdrachtgever: Hoogheemraadschap van Rijnland Postbus 156 2300 AD Leiden

Opgesteld door: Niebeek Milieumanagement BV Fokkerstraat 5, 3833 LD Leusden T: 033 - 46 20 141 F: 033 - 46 34 682 E: secretariaat@niebeek.nl W: www.niebeek.nl

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

Colofon Projectnummer

2285-03

Titel

Waterbodemonderzoek watergangen deelproject 3 Cluster 5

Rapportcode

Versie

Status

Datum

2285-03-01

1.0

Definitief

23 oktober 2013

Bestandsnaam

2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

Auteur

Iwan van Veen

Collegiale toetsing

Annette Bouwman

Paraaf:

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met in achtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Niebeek Milieumanagement bv. Niebeek Milieumanagement bv is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2008, BRLSIKB 2000-2003 en BRLSIKB 6000-6003 (processturing en verificatie) en voert de voorbereiding tot certificatie BRLSIKB 7500-7511.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

Niebeek in het kort Niebeek Milieumanagement bv bestaat ruim 20 jaar en is een gecertificeerd adviesbureau in waterbodems, waterkwaliteit, aquatische ecologie en gespecialiseerd natuurontwikkeling. Niebeek ontzorgt opdrachtgevers in diverse stadia van beleidsontwikkeling, voorbereiding en realisatie: vanaf het initiatief tot directievoering en begeleiding van de uitvoering. Onze opdrachtgevers zijn waterschappen, gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat. Ons werkpakket spitst zich toe op de volgende gebieden: • Waterbodemonderzoek en baggerwerkzaamheden; • Afzet, hergebruik van baggerspecie en depotontwikkeling; • Ontwerp en aanleg van natte natuur, meanders, natuurvriendelijke oevers en vispassages; • Flora- en faunaonderzoek (t.b.v. natuurtoets en ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet); • Implementatie KRW-maatregelen en Waterwet; • Waterkwaliteit en aquatische ecologie (o.a. aanpak algenbloei); • Stedelijk waterbeheer; • Ontwikkeling van waterbodemkwaliteitskaarten; • Contractvorming en -beheersing (o.a. UAV-GC / Design en Construct-contracten) Niebeek heeft goede samenwerkingsverbanden met partners voor vakgebieden buiten het werkpakket, om opdrachtgevers te voorzien van een totaaloplossing van hun vraagstelling.

Hierbij valt te denken aan flora- en fauna-inventarisaties, archeologisch onderzoek, hydrologische vraagstukken en civieltechnische en waterbouwkundige constructies. Voor meer informatie bezoek onze website www.niebeek.nl of neem telefonisch contact op met één van onze adviseurs; 033-4620141.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ................................................................................................................... 1

2

KWALITEIT .................................................................................................................. 2

3

LOCATIEGEGEVENS EN VOORONDERZOEK .................................................................... 3

4

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ................................................................................. 6 4.1 4.2 4.3

5

Onderzoeksstrategie ...................................................................................... 6 Uitgevoerde veldwerkzaamheden ................................................................... 6 Laboratoriumonderzoek ................................................................................. 7

RESULTATEN EN CONCLUSIE ........................................................................................ 9 5.1 5.2

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13 BIJLAGE 14

Waterbodemopbouw ..................................................................................... 9 Milieuhygiënische en fysische kwaliteit............................................................ 9

ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING VELDWERKERS OVERZICHTSTEKENINGEN OVERZICHTSTABEL RESULTATEN VOORONDERZOEK TEXTUURGEGEVENS BORINGEN COÖRDINATEN BORINGEN ZINTUIGELIJKE WAARNEMINGEN EN OPMERKINGEN ANALYSECERTIFICATEN TOETSINGSKADERS BBK TOETSINGSTABELLEN BBK BEREKENING ZANDFRACTIE SAMENVATTENDE TABEL WATERGANG- EN KWALITEITSGEGEVENS OVERZICHTSTEKENINGEN ASBESTVERDACHTE LOCATIES ANALYSECERTIFICATEN ASBESTANALYSES OVERZICHTSTABEL RESULTATEN ASBESTONDERZOEK

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

1

INLEIDING In opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland is Niebeek bezig met de voorbereiding van het project ‘Cluster 5 Baggeren Nieuwkoop en omgeving’. Het te baggeren gebied is gelegen ten noordoosten van de gemeente Alphen aan de Rijn en omvat ca. 151 km aan primair polderwater en ca. 11 km aan boezemwater. Na het baggeren moeten de watergangen weer voldoen aan de minimaal vereiste afmetingen zoals deze in de Legger oppervlaktewateren van het hoogheemraadschap zijn opgenomen. Cluster 5 is opgedeeld in drie deelprojecten. Het eerste deelproject 2285-01 betreft ca. 12 km aan watergangen die met spoed gebaggerd moeten worden, omdat door de aanwezigheid van veel slib de waterafvoer te beperkt is. Dit project is in september 2012 in uitvoering gegaan en zal in 2013 zijn afgerond. Het baggeren van de watergangen binnen de twee andere deelprojecten (2285-02 en 2285-03) is minder spoedeisend en zal in 2013 t/m 2015 plaatsvinden. Het contract voor deelproject 2 is in juni 2013 op de markt gezet. Voorafgaand aan de baggerwerkzaamheden dient de milieuhygiënische kwaliteit en kwantiteit van het te baggeren materiaal bekend te zijn. Hiertoe worden per deelproject waterbodemonderzoeken uitgevoerd om de kwaliteit van het slib te bepalen en worden de watergangen ingemeten om de hoeveelheid slib te bepalen.

In onderhavig rapport wordt het waterbodemonderzoek beschreven voor het derde deelproject (2285-03) gelegen binnen de Noordeind- en Geerpolder, Uiteindsche- en Middenpolder, Verenigde Bloklandse- en Korteraarsepolder, Polder Oudshoorn Noord, Polder Oudshoorn Zuid, Coupépolder en Polder Nieuwkoop en Noorden. Doel van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van het te baggeren slib om daarmee de afzetmogelijkheden in kaart brengen1. Het rapport is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 1. Inleiding; hoofdstuk 2. Kwaliteit; hoofdstuk 3. Locatiegegevens en vooronderzoek; hoofdstuk 4. Uitgevoerde werkzaamheden; hoofdstuk 5. Resultaten en conclusies. In bijlage 1 is de onafhankelijkheidsverklaring van de veldwerkers opgenomen. In bijlage 2 zijn overzichtstekeningen van de onderzochte watergangen opgenomen en bijlage 3 betreft een overzichtstabel met de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek. In bijlagen 4 t/m 6 zijn respectievelijk de textuurgegevens en coördinaten van de boringen opgenomen en een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen en opmerkingen die tijdens het veldwerk zijn gemaakt. Daarachter zijn, in de bijlagen 7 t/m 11, respectievelijk de analysecertificaten, de toetsingskaders, de toetsingsresultaten, de zandfractieberekening en een samenvattende tabel met de gegevens van de watergangen en kwaliteitsgegevens bijgevoegd.

In bijlagen 12 t/m 14 tenslotte zijn de overzichtstekeningen van de asbestverdachte locaties, de analysecertificaten van de asbestanalyses en een overzichtstabel met de resultaten opgenomen. 1

Voorafgaand aan/tijdens de kwaliteitsbemonstering is middels het inmeten van dwarsprofielen de ligging van de bovenkant van het slib en de vaste bodem ingemeten (uitgevoerd door Niebeek). De hoeveelheidsbepaling is niet opgenomen in dit rapport, maar zal in de besteksfase worden uitgewerkt.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

1

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

2

KWALITEIT Certificering Het veldwerk ten behoeve van het waterbodemonderzoek is, in opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland, uitgevoerd door Aquon en Niebeek Milieumanagement BV in de periode augustus t/m oktober 2012, januari en juni 2013. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder VKB protocol 2003 “Veldwerk bij Milieuhygiënisch waterbodemonderzoek”. De gecertificeerde medewerker(s) die de werkzaamheden heeft/hebben uitgevoerd is/zijn voor Aquon F. Karemaker, F. van der Toorn en M. Poel en voor Niebeek Milieumanagement BV W. Pflug en R. van Alst. Het verkennend asbestonderzoek is door Niebeek Milieumanagement BV uitgevoerd in de maanden september 2012, januari en februari 2013. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder VKB protocol 2003 “Veldwerk bij Milieuhygiënisch waterbodemonderzoek”. De gecertificeerde medewerker(s) die de werkzaamheden hebben uitgevoerd zijn W. Pflug en R. van Alst. Partijdigheid/Onafhankelijkheid Ten behoeve van de uit te voeren werkzaamheden is er geen sprake van partijdigheid. Aquon en Niebeek Milieumanagement BV zijn geen eigenaar van de onderzoekslocatie, zijn onafhankelijk van de opdrachtgever en hebben geen belang bij de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek of rapportages; er wordt geen 'eigen grond onderzocht'. Zie ook bijlage 1 voor de ondertekende onafhankelijkheidsverklaringen.

Uitvoeren veldwerk Bij de uitvoering van het veldwerk (kwaliteitsbepaling) zijn door Aquon en Niebeek de volgende protocollen gehanteerd: •

VKB-protocol 2003 “Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek”, versie 1.0, 13 februari 2008;

•

NPR 5741 Bodem. Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment, en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigings-onderzoek;

•

NEN 5742 Bodem. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken.

Onderhavig waterbodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de geldende normen. Omdat met een voorgeschreven en gelimiteerd aantal boringen en monsters wordt gewerkt blijft het altijd mogelijk dat er lokale afwijkingen in waterbodem aanwezig zijn die niet tijdens dit onderzoek naar voren komen. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek een momentopname betreft waarin een eventuele beïnvloeding van de waterbodem na die tijd niet wordt meegenomen. Niebeek Milieumanagement BV acht zich niet verantwoordelijk voor eventuele schade of gevolgen voortvloeiend uit dit waterbodemonderzoek. Laboratoriumonderzoek De uit te voeren analyses t.b.v. het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit zijn verricht door Aquon te Leiden en Omegam Laboratoria B.V. te Amsterdam. Deze laboratoria zijn NENEN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd door de RvA respectievelijk onder nummer L553 en L086. De asbestanalyses zijn verricht door Omegam Laboratoria B.V. te Amsterdam. Dit laboratorium is NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd door de RvA onder nummer L086.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

2

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

3

LOCATIEGEGEVENS EN VOORONDERZOEK De te onderzoeken watergangen betreffen primair en overig polderwater en primair en overig boezemwater en liggen in de Noordeind- en Geerpolder, Uiteindsche- en Middenpolder, Verenigde Bloklandse- en Korteraarsepolder, Polder Oudshoorn Noord, Polder Oudshoorn Zuid, Coupépolder en Polder Nieuwkoop en Noorden. De totale te onderzoeken lengte bedraagt ca. 61 km. De gemiddelde waterbreedte varieert van ca. 2 m tot ruim 43 m. In figuur 3.1 is de globale ligging van de watergangen weergegeven, in bijlage 2 zijn meer gedetailleerde tekeningen opgenomen2. Het vooronderzoek is door Niebeek uitgevoerd conform de NEN5717 ‘Bodem-WaterbodemStrategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek’ (NEN, november 2009). Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik en het type water. Daarnaast is conform de NTA5727 ‘Bodem-Monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie’ (NEN, augustus 2004) specifiek gekeken naar asbesthoudende bronnen en menselijke activiteiten die een potentiële asbestverontreiniging veroorzaakt kunnen hebben. Uit het vooronderzoek blijkt dat van de 61 km te onderzoeken watergang ca. 30,2 km in een stedelijke omgeving ligt en ca. 30,8 km in een landelijke omgeving.

Voor de watergangen in stedelijk gebied is op basis van de gebruiksfunctie (bebouwing, menselijke activiteiten) voor alle watergangen als onderzoeksstrategie ‘overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning’ (OLN) aangehouden. In een aantal van deze watergangen is een riooloverstort aanwezig, waardoor de ligging van de bemonsteringsvakken is aangepast (riooloverstort in midden van het vak) en de parameters arseen, chroom, niet-vluchtige chloorbenzenen en OCB’s (conform C2-pakket NEN5720) zijn toegevoegd aan het standaard analysepakket A uit de NEN5720. Ook is er in een aantal watergangen een jachthaven of een vuilstort aanwezig. In deze vakken is aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen, chroom en OCB’s. Voor een deel van de watergangen in landelijk gebied is de onderzoeksstrategie ‘overig water, lintvormig, lichte onderzoeksinspanning’ (OLL) aangehouden. Voor deze watergangen geldt dat uit het vooronderzoek blijkt dat in het verleden en heden geen activiteiten hebben plaatsgevonden die van negatieve invloed kunnen zijn geweest op de kwaliteit van de waterbodem.

Voor het overige deel van de watergangen in landelijk gebied is de onderzoeksstrategie ‘overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning’ (OLN) aangehouden in verband met de aanwezigheid van slootdempingen, de ligging langs kassen, kwekerijen, boerderijen of doorgaande wegen (met redelijke verkeersdruk). Uit het vooronderzoek zijn verder twee calamiteiten naar voren gekomen. De eerste calamiteit betrof een gezonken schip ter hoogte van de Noordenseweg nr. 50 waar mogelijk dieselolie uit gelekt was. Deze verontreiniging wordt ondervangen door het standaard analysepakket waar PAK’s en minerale olie al in wordt meegenomen. De tweede calamiteit betrof het lekken van rioolwater. Volgens de gebiedsbeheerder is de lekkage ingedamd en opgeruimd, waardoor ook deze geen aanvullende actie behoeft.

2

Om het veldwerk en de verwerking van de gegevens te stroomlijnen zijn de watergangen op basis van geografische ligging en lengte ingedeeld in 8 werkpakketten.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

3

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

Opmerking: Uit de gegevens blijkt dat een groot deel van de watergangen van cluster 5 in agrarisch gebied ligt. Mogelijk hebben de agrarische activiteiten verontreinigingen veroorzaakt door het gebruik van bestrijdings- en/of gewasbeschermingsmiddelen. In het eerste deelproject 2285-01 (spoedwatergangen) is daarom voor de watergangen in agrarisch gebied het standaard analysepakket aangevuld met de parameters arseen en OCB’s. Aan de hand van de analyse- en toetsingsresultaten van deze spoedwatergangen is, in overleg met het hoogheemraadschap, besloten deze parameters voor het merendeel van onderhavig deelproject niet meer automatisch aanvullend mee te nemen voor watergangen in agrarisch gebied. De parameters arseen en OCB’s bleken namelijk voor de watergangen in agrarisch gebied uit deelproject 2285-01 nergens in verhoogde concentraties aanwezig, waardoor geen relatie tussen de agrarische activiteiten en deze parameters is aangetoond. Omdat de watergangen van onderhavig deelproject deels in hetzelfde, deels in vergelijkbaar gebied liggen, wordt ervan uitgegaan dat ook nu geen sprake is van een relatie en dat het analyseren op arseen en OCB’s daarom niet doelmatig is. In bijlage 3 is een samenvattende overzichtstabel met de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek opgenomen.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

4

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

Figuur 3.1: globale ligging te baggeren watergangen binnen deelproject 2285-03 (weergegeven als blauwe lijnen, de zwarte lijnen betreffen de poldergrenzen)

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

5

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

4

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

4.1

Onderzoeksstrategie Op basis van de gegevens uit het vooronderzoek is als onderzoeksinspanning de strategie ‘overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning’ (OLN) of de strategie ‘overig water, lintvormig, lichte onderzoeksinspanning’ (OLL) uit de NEN5720 aangehouden. De strategie OLN betekent dat de maximale lengte van een monstervak 500 meter bedraagt, er tenminste 10 boringen per monstervak moeten worden verricht, de steekmonsters in het laboratorium moeten worden samengesteld tot een mengmonster en er minimaal 1 mengmonster per monstervak geanalyseerd moet worden. De strategie OLL houdt in dat de maximale lengte van een monstervak 2.500 meter bedraagt, er tenminste 10 boringen per monstervak moeten worden verricht, en er minimaal 1 mengmonster per monstervak geanalyseerd moet worden. In bijlage 3 is opgenomen welke strategie per watergang is aangehouden.

4.2

Uitgevoerde veldwerkzaamheden Op basis van de lengte van de watergangen en de te volgen strategie (OLN of OLL) zijn in totaal 148 bemonsteringsvakken gedefinieerd (zie bijlage 2). Per bemonsteringsvak zijn met behulp van een zuigerboor of multisampler 10 boringen gezet tot in de originele ondergrond, waarbij de sliblaag tot de benodigde onderhoudsdiepte3 is bemonsterd. Per vak is uit de 10 boringen in het laboratorium één mengmonster van het slib samengesteld. Van de boringen zijn boorbeschrijvingen gemaakt voor een weergave van de bodemopbouw. Verder zijn eventuele zintuiglijke waarnemingen gerapporteerd (zie bijlagen 4 en 6). Van elke boring is in het veld de x- en y-coördinaat bepaald. In bijlage 5 is een lijst met deze gegevens opgenomen. De boorpunten zijn niet op kaart weergegeven, omdat dit een groot detailniveau vereist en resulteert in een groot aantal kaarten van groot formaat. Dit wordt niet doelmatig geacht voor dit onderzoek. Tijdens het veldwerk bleek dat 2 monstervakken (12122, 12123) ter hoogte van de golfbaan te Alphen aan den Rijn vol met riet zaten. In overleg met Rijnland en de golfbaaneigenaar is besloten dat de watergang eerst gemaaid zou worden. Deze vakken zijn daarom in een later stadium gepeild. Om minder overlast te veroorzaken voor de golfbaan heeft de bemonstering gelijktijdig met het peilen plaatsgevonden (en is uitgevoerd door Niebeek).

Aanvullend op deze werkzaamheden is door de watersysteembeheerder van Rijnland gevraagd om specifiek de locatie naast een inlaat ter hoogte van de golfbaan te bemonsteren (bij monstervak 12119). Rondom de inlaat zijn 10 aanvullende boringen gezet waarvan 1 slibmengmonster gemaakt is. Deze bemonstering is ook door Niebeek uitgevoerd. In totaal zijn 1.480 boringen gezet en 148 mengmonsters van het slib samengesteld. De monsters zijn overgebracht naar het laboratorium van Aquon te Leiden. De 3 monsters van de golfbaan zijn overgebracht naar het laboratorium van Omegam te Amsterdam. Afperkend onderzoek i.v.m. interventiewaarde-overschrijding Na toetsing van de analyseresultaten blijkt dat de kwaliteit van 5 slibmonsters de interventiewaarde voor waterbodems voor de parameters som PAK, koper, lood, cadmium en/of kwik overschrijdt. Het betreft de vakken 12078, 12130, 12131, 12132 en 12161. Conform het beleid van Rijnland dient slib boven de interventiewaarde waterbodems geheel te worden 3

De onderhoudsdiepte door het Hoogheemraadschap van Rijnland is gedefinieerd als de leggerdiepte + 20 cm voor primair water en +10 cm voor overig water.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

6

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

verwijderd, ongeacht of dit onder of boven de legger is gelegen. Tevens dient de kwaliteit van de ondergrond bekend te zijn ten behoeve van de verticale afperking van de verontreiniging. Om aan dit beleid te voldoen is tijdens een afperkend onderzoek de kwaliteit van de gehele sliblaag bepaald (tijdens de eerste bemonsteringsronde is de te baggeren sliblaag, de sliblaag tot aan de onderhoudsdiepte, bemonsterd) en is de ondergrond bemonsterd. Omdat de aangrenzende vakken 12077, 12129, 12133, 12160 en 12162 zijn beoordeeld als klasse A of B is de verontreiniging in horizontale richting voldoende afgeperkt. Voor monstervak 12079 geldt dat deze na het inpeilen niet is bemonsterd, omdat er minder dan 10 cm slib in het monstervak aanwezig was, waardoor het vak niet gebaggerd hoeft te worden. In totaal zijn door Aquon in alle 5 vakken 10 boringen verricht waarbij naast de gehele sliblaag de bovenste 50 cm van de ondergrond is bemonsterd. Per vak is uit de 10 boringen in het

laboratorium één mengmonster van het slib en één mengmonster van de ondergrond samengesteld. Asbest Tijdens de veldwerkzaamheden t.b.v. het inpeilen en bemonsteren is in 53 bemonsteringsvakken asbestverdacht materiaal aangetroffen. In veruit de meeste gevallen ging het om asbestverdachte beschoeiing langs de watergang, maar een aantal keren ging het om asbestverdacht plaatmateriaal op de waterkant dan wel een asbestverdachte dakbedekking. Deze gegevens zijn tijdens het vooronderzoek niet naar voren gekomen. In bijlage 12 zijn overzichtstekeningen opgenomen waarop de locaties zijn aangegeven. Tijdens een aparte veldwerkronde is door Niebeek conform de NTA5727 een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd om te kunnen bepalen of asbesthoudend materiaal in het slib aanwezig is. Hiertoe is voor de betreffende bemonsteringsvakken de verdachte zone bepaald (met een maximale lengte van 500 m) en uitgebreid met 25 m aan weerszijden van de verdachte locatie. Het slib in deze zone is bemonsterd m.b.v. een Van Veenhapper. Per verdachte locatie zijn drie 10-liter emmers met slib gevuld om zodoende aan het laboratorium een minimale monstergrootte van 10 kg droge stof te kunnen aanbieden.

Omdat in enkele bemonsteringsvakken op meer dan 1 locatie asbestverdachte beschoeiing is aangetroffen of omdat meerdere asbestverdachte locaties dicht bij elkaar lagen (binnen 500 m), zijn in die watergangen meerdere verdachte locaties samengevoegd tot 1 bemonsteringslocatie. Het samenvoegen heeft alleen plaatsgevonden als sprake was van dezelfde verdenking. Indien dit niet het geval was, zijn 2 bemonsteringslocaties aangehouden. In totaal zijn er 40 slibmonsters samengesteld. In 8 gevallen was het mogelijk een stukje van het asbestverdachte materiaal te bemonsteren. Van dit materiaal is in het laboratorium bepaald of het asbest betrof of niet. De verdachte asbestplaatjes zijn door Omegam zelf geanalyseerd (analyse conform NEN5896), en de asbestverdachte slibmonsters zijn door Omegam uitbesteed aan Fibrecount en conform de NEN5707 geanalyseerd (zie analysecertificaten in bijlage 13). 4.3

Laboratoriumonderzoek Van de 148 mengmonsters van het slib zijn er 145 door Aquon te Leiden geanalyseerd conform AS3000, op het standaard pakket A uit de NEN5720. Dit pakket bevat de volgende parameters: droge stof, gloeirest, fracties <2μm, 9 metalen (Cd, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn, Ba, Co, Mo), PAK10 VROM, minerale olie GC en som PCB’s. Van 4 slibmengmonsters zijn aanvullend de parameters arseen, chroom, OCB’s (conform C2-pakket NEN5720) en niet-vluchtige chloorbenzenen bepaald in verband met de aanwezigheid van een riooloverstort in het monstervak.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

7

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

Voor 14 slibmengmonsters is aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen, chroom, en OCB’s in verband met de aanwezigheid van een jachthaven of een gesaneerde vuilstort (zie ook bijlage 3 en hoofdstuk 3). In onderstaande tabel zijn deze monstervakken weergegeven. Tabel 4.3: monstervakken met een riooloverstort, Jachthaven of gesaneerde vuilstort Riooloverstort Jachthaven Gesaneerde vuilstort 12026 12144 12119 12027 12145 12120 12034 12149 12121 12035 12190 12122 12193 12123 12195 12124 12125 12128

In overleg met de opdrachtgever is besloten op alle slibmonsters ook een SCG-zeefkromme te laten uitvoeren om het zandgehalte en daarmee de reinigbaarheid t.b.v. de afzet te kunnen bepalen. De 3 slibmonsters, die ter hoogte van de golfbaan zijn genomen, zijn geanalyseerd door Omegam te Amsterdam. Conform AS3000 zijn de mengmonsters geanalyseerd op het standaard pakket A uit de NEN5720. De mengmonsters van de monstervakken langs de golfbaan (12122, 12123) zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen, chroom en OCB’s (conform C2-pakket NEN5720). Het mengmonster van de inlaat (bij monstervak 12119) is daarnaast nog geanalyseerd op niet-vluchtige chloorbenzenen. Ook op deze 3 monsters is een SCG-zeefkromme uitgevoerd. Afperkend onderzoek i.v.m. interventiewaarde-overschrijding waterbodems De 5 mengmonsters van het slib en de 5 mengmonsters van de ondergrond, die tijdens het afperkend onderzoek zijn bemonsterd, zijn overgebracht naar het laboratorium van Aquon te Leiden en geanalyseerd conform de AS3000 op het standaard pakket A uit de NEN5720. Tevens is van de slibmengmonsters een SCG-zeekromme bepaald. De slibmengmonsters uit het afperkend onderzoek hebben achter de monstervakcode de code HS gekregen (12078HS), de ondergrondmonsters OG (12078OG).

Met de uitgevoerde analyses wordt een voldoende beeld verkregen van de fysische en chemische kwaliteit, wordt voldaan aan het Besluit bodemkwaliteit en is geanticipeerd op de eisen die mogelijke verwerkers/stortlocaties stellen. Na het analyseren heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland de analyseresultaten met behulp van het Schreurspakket (versie 5.34) getoetst aan de huidige normen van het Besluit bodemkwaliteit (waarin de aanpassingen in de Regeling Bodemkwaliteit tot en met april 2013 zijn verwerkt4), waarbij een uitspraak is gedaan over de mogelijkheid tot het toepassen op/in oppervlaktewater, op/in de landbodem, verspreiding over aangrenzend perceel en de mogelijkheid tot grootschalige toepassing op landbodem en waterbodem. Tevens is de veiligheidsklasse conform de CROW 132 bepaald. Zie hiervoor hoofdstuk 5, ‘resultaten en conclusies’ en bijlage 11.

4

De wijzigingen die op 1 juli 2013 zijn doorgevoerd in de Regeling bodemkwaliteit hebben geen gevolg voor de toetsingsresultaten behorende bij dit rapport. Het toetsen met versie 5.34 van het Schreurspakket wordt daarmee afdoende geacht.

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

8

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

5

RESULTATEN EN CONCLUSIE In dit hoofdstuk worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde waterbodemonderzoek samengevat weergegeven en behandeld. De veldwerkgegevens, analyserapporten, toetsingskaders, toetsingstabellen en zandfractieberekeningen zijn opgenomen in de bijlagen 4 tot en met 10. Een samenvattende tabel met watergang- en kwaliteitsgegevens is opgenomen in bijlage 11. In de bijlagen 12 t/m 14 zijn de tekeningen met de asbestverdachte locaties, de analysecertificaten van het asbestonderzoek en een overzichtstabel met de resultaten van het asbestonderzoek opgenomen.

5.1

Waterbodemopbouw In onderstaande tabel is de globale waterbodemopbouw per werkpakket weergegeven. In bijlage 4 is van elke boring een beknopte beschrijving opgenomen. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de zintuiglijke waarnemingen en/of opmerkingen per bemonsteringsvak die tijdens het veldwerk zijn gedaan (veldwerk t.b.v. de peilingen door Niebeek en veldwerk t.b.v. kwaliteitsbemonstering door Aquon). Tabel 5.1: algemene waterbodemopbouw onderzoekslocaties 2285-03 WerkMonsterpuntcode Polder Textuur slib pakket 1 12006 t/m 12027 Noordeind- en Waterig/ Geerpolder, steekvast Uiteindsche- en middelpolder, Polder Vierambacht 2 12029, t/m 12031, Uiteindsche- en Waterig/ 12033 t/m 12053 middelpolder, Polder steekvast Vierambacht, Polder Oudshoorn-Noord 3 12055 t/m 12078 Polder Vierambacht Waterig/ steekvast 4 12089 t/m 12112 Verenigde Waterig/ Bloklandse- en steekvast Korteraarsepolder 5 12114, 12115, 12118 Polder OudshoornWaterig/ t/m 12121, 12124, Zuid, Polder steekvast 12125, 12128 Nieuwkoop en Noorden 6 12129 t/m12135, Polder Nieuwkoop en Waterig/ 12137 t/m 12142, Noorden steekvast 12145, 12147 t/m 12153 7 12154 t/m 12163, Polder Nieuwkoop en Waterig/ 12167, 12170 t/m Noorden steekvast 12174 8 12116, 12117, Polder Nieuwkoop en Steekvast 12183, 12185, 12190 Noorden

5.2

Bijmenging slib Kleiig/venig

Textuur ondergrond Klei/veen

-

Klei

-

Zand/klei

Venig

Veen/klei

Kleiig

Klei

Kleiig/venig

Klei/veen

Venig

Veen

Venig

Veen

Milieuhygiënische en fysische kwaliteit De analyseresultaten van de 148 slibmengmonsters uit het verkennend waterbodemonderzoek, de 5 slibmengmonsters van de totale sliblaag en 5 mengmonsters van de ondergrond uit het afperkend waterbodemonderzoek zijn getoetst aan de huidige normen

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

9

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

van het Besluit bodemkwaliteit. Onderstaand worden de resultaten kort beschreven, in bijlage 11 zijn de resultaten per bemonsteringsvak weergegeven. Verspreiden op aangrenzend perceel (‘vrij verspreidbaar’, ‘verspreidbaar’, ‘niet verspreidbaar’, ‘nooit verspreidbaar’) Het merendeel van de slibmonsters is beoordeeld als ‘vrij verspreidbaar’ of ‘verspreidbaar’ over aangrenzend perceel 5 . Van de 148 slibmonsters zijn er 22 beoordeeld als ‘niet verspreidbaar’ en 6 als ‘nooit verspreidbaar’. Voor de monsters die als ‘nooit verspreidbaar’ zijn geclassificeerd, geldt tevens dat de interventiewaarde voor toepassen op landbodems wordt overschreden. Dit is het geval voor de vakken 12019, 12078, 12129, 12130, 12131 en 12132. Monstervak 12019 is boezemwater en is gelegen nabij Langeraar. De overige 4 monstervakken betreft polderwater waarvan de vakken 12129 t/m 12132 liggen in de polder Nieuwkoop en Noorden nabij Nieuwkoop. Monstervak 12078 ligt in de polder Vierambacht in Alphen aan den Rijn. De klassebepalende parameters in deze vakken zijn weergegeven in tabel 5.3 in dit hoofdstuk. Toepassen in/op oppervlaktewater (klasse ‘vrij toepasbaar’, klasse A, klasse B, ‘niet toepasbaar’, ‘nooit toepasbaar’) De kwaliteit van de slibmonsters ten aanzien van het toepassen in/op oppervlaktewater varieert in het algemeen van ‘vrij toepasbaar’ tot en met klasse B.

In 5 vakken (12078, 12130, 12131, 12132 en 12161) in polder Vierambacht en polder Nieuwkoop en Noorden is het slib echter beoordeeld als ‘nooit toepasbaar’, omdat de interventiewaarde voor waterbodems wordt overschreden (in 4 van deze vakken overschrijdt het slib ook de interventiewaarde voor landbodems). De klassebepalende parameters in deze vakken zijn weergegeven in tabel 5.3 in dit hoofdstuk. Toepassen in/op landbodem (klassen ‘vrij toepasbaar’, ‘wonen’, ‘industrie’, ‘niet toepasbaar’, ‘nooit toepasbaar') De kwaliteit van de slibmonsters ten aanzien van het toepassen in/op landbodem varieert in het algemeen van ‘vrij toepasbaar’ tot en met ‘industrie’. In de vakken (12019, 12078, 12129, 12130, 12131 en 12132)) is het slib echter beoordeeld als ‘nooit toepasbaar’, omdat de interventiewaarde voor landbodems wordt overschreden. In de vakken 12058, 12057, 12063, 12064, 12066, 12067, 12069, 12070 en 12161 is het slib als niet toepasbaar op landbodems beoordeeld. In deze vakken wordt de interventiewaarde echter niet overschreden. Alle klassebepalende parameters van vakken waar de interventiewaarde wordt overschreden zijn opgenomen in tabel 5.3 in dit hoofdstuk. Opgemerkt wordt dat in de toetsingstabellen in bijlage 9 geen onderscheid wordt gemaakt tussen ‘niet’ en ‘nooit’ toepasbaar in/op oppervlaktewater en landbodems.

In tabel 5.3 is dit wel gedaan, omdat dan beter zichtbaar is wanneer sprake is van een interventiewaardeoverschrijding. De klassebepalende parameters voor alle monstervakken zijn opgenomen in bijlage 11. Afperkend onderzoek i.v.m. interventiewaarde-overschrijding Na uitvoering van het afperkend onderzoek in de vakken 12078, 12130 t/m 12132 en 12161 (waar de interventiewaarde voor waterbodems overschreed, zie ook H4) blijkt dat alleen het slib in vak 12132 nog de interventiewaarde voor toepassen op waterbodem overschrijdt op

5

Een monster wordt beoordeeld als ‘vrij verspreidbaar’ als de beoordeling voor het toepassen op landbodem en waterbodem beide ‘vrij toepasbaar’ is (en aan de achtergrondwaarden voldoet).

Niebeek Milieumanagement BV Document: 2285-03 Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5_def

10

Waterbodemonderzoek deelproject 3 Cluster 5

basis van de parameters cadmium en lood. De slibmonster uit de vakken 12078, 12130 en 12131 zijn beoordeeld als Klasse B, en het slibmonster uit vak 12161 is beoordeeld als klasse A. Het slibmonster uit vak 12132, dat de interventiewaarde voor waterbodems overschrijdt, overschrijdt ook de interventiewaarde voor landbodem en is daardoor beoordeeld als nooit verspreidbaar over aangrenzend perceel. Ook het slibmonster uit de vak 12131 is nooit toepasbaar op landbodems en daarmee ook nooit verspreidbaar. Het slibmonster uit 12130 is niet toepasbaar op landbodem en niet verspreidbaar. De slibmonsters uit de monstervakken 12078 en 12161 zijn respectievelijk beoordeeld als klasse industrie en klasse wonen met betrekking tot toepassen op landbodem. Beide vakken zijn beoordeeld als verspreidbaar. Het Hoogheemraadschap geeft echter aan dat haar beleid voor de vakken 12078, 12130, 12131 en 12161 is dat dit materiaal als klasse B (12078, 12130 en 12131) of als klasse A (12161) mag worden gebaggerd en afgezet, maar dat dit materiaal niet mag worden verspreid over aangrenzend perceel. In de mengmonsters van de ondergrond zijn geen interventiewaarde-overschrijdingen aangetroffen. De ondergrond hoeft daarmee niet verwijderd te worden en de ernstige verontreiniging is in verticale zin voldoende afgeperkt.

In tabel 5.3 is samengevat weergegeven in welke vakken sprake is van een interventiewaardeoverschrijding voor landbodems en/of waterbodems. In de eerste analyseronde werd in 4 van de 5 vakken met een interventiewaarde-overschrijding voor waterbodems tevens de interventiewaarde voor landbodems overschreden. In 2 andere vakken wordt alleen de interventiewaarde voor landbodems overschreden. Dit kan optreden, omdat de interventiewaarden voor waterbodems niet gelijk zijn aan de interventiewaarden voor landbodems. De interventiewaarde-overschrijdingen voor landbodems veroorzaken ook dat slib ‘nooit verspreidbaar’ is over aangrenzende percelen. Indien uit de inpeilingen blijkt dat de hoeveelheid slib met een interventiewaardeoverschrijding waterbodems de 1.000 m3 overschrijdt, dient de aannemer te beschikken over het BRL-SIKB certificaat 7000-7003 en dient er milieukundige begeleiding tijdens de baggerwerkzaamheden plaats te vinden conform BRL-SIKB certificaat 6000-6003. Voorafgaand aan de baggerwerkzaamheden dient de aannemer bij het bevoegd gezag (het Hoogheemraadschap van Rijnland) een werkplan of projectplan (afhankelijk van de ligging t.o.v. de legger en e.e.a. in overleg met het hoogheemraadschap) in te dienen waarin vermeld wordt hoe wordt omgegaan met de ernstige verontreiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=e7182ef5-4e62-4ff2-a43b-465bf139f69c