Bijlage 1 Transitievisie Warmte Nieuwkoop PDF
Tekst van het document
Op 6 juli j.l. vond de aftrap voor de Transitievisie Warmte plaats. Via de webinar kregen geïnteresseerden meer te horen over welke warmtebronnen er beschikbaar zijn en welke mogelijke warmtesystemen er zijn. Door een panel werd er een doorkijk naar de toekomst gegeven. Rond de zestig inwoners woonden de bijeenkomst bij. Belangrijke punten die naar boven kwamen waren de noodzaak om van het aardgas af te gaan, de betaalbaarheid van de warmtetransitie en de haalbaarheid van technische oplossingen. In het onderstaande plaatje zijn de stappen binnen het participatietraject richting een TVW samengevat.
Ons participatieplatform Denkmee.Nieuwkoop.nl is als tool gebruikt om inwoners de enquête te laten invullen en aan te melden voor de klankbordgroep. Parallel aan de klankbordgroep sessies hebben er stakeholderbijeenkomsten plaatsgevonden. Klankbordgroep TVW De klankbordgroep heeft haar inbreng geleverd op de conceptstukken van de TVW en meegedacht over de strategie hoe je stappen richting aardgasvrij zou kunnen zetten met het oog op geschiktheid van woningen, collectiviteit en koppelkansen. Als aandachtspunten zijn genoemd: -
Je kan ook collectiviteit organiseren voor individuele maatregelen in een wijk, buurt, straat. Collectiviteit is dus niet alleen voorbehouden aan warmtenetten. Begin op kleine schaal in een wijk met vergelijkbare woningen, dit kan dienen als pilot. Begin klein en maak het tastbaar (voorbeeldwoning, duurzame huizenroute). Zet lokale netwerken zoals dorpsraden, wijkverenigingen en energiecoaches in. Communiceer niet alleen het 'grote plaatje' van de warmtetransitie maar juist ook over wat men zelf concreet kan doen. Houdt rekening met diversiteit in bereidheid mee te doen met de warmtetransitie. Dit kan uiteenlopende redenen hebben van financiële slagkracht tot interne motivatie. Zet inwoners aan tot actie door ludieke acties en campagnes zoals een wedstrijd voor 'de meest duurzame straat van ...' of een klimaatstraatfeest
Stakeholdersessies Tijdens het vormgeven van de Transitievisie Warmte zijn er sessies geweest met de 29
woningcorporaties (WSN, WDA & Vestia) die in de gemeente actief zijn. In de meerjarenonderhoudsprogramma's van WSN en WDA maakt het na-isoleren van sociale huurwoningen (tot label A) deel uit van het groot onderhoud. Denk daarbij aan het vervangen van het glas voor HR++, vloer-, dak- en spouwmuurisolatie en vraaggestuurde ventilatie. WDA gaat daar nog een stap in verder door woningen te renoveren naar nul op de meter. Vestia heeft geen ruimte voor investeringen. Zij heeft als beleid om haar woningvoorraad in Nieuwveen en Zevenhoven af te bouwen en over te laten nemen door andere corporaties. De gemeente en de woningcorporaties kennen elkaars plannen en ambities en zullen de komende jaren de samenwerking verder intensiveren. In de terugkerende prestatieafspraken worden de voorgenomen maatregelen van de corporaties - in het verduurzamen van hun vastgoed - vastgelegd.
4.5 Vervolgstappen voor participatie Onze visie gebruiken we als leidraad voor de participatie die zich steeds meer gaat richten op het voor elkaar krijgen van energiemaatregelen in woningen met behulp van gemeente brede en wijkgerichte aanpakken. Om dit vorm te geven gaan we verder met de Klankbordgroep. Ook blijven we de samenwerking zoeken met de gebiedscoöperatie, wijkraden, geïnteresseerde bewoners en lokale ondernemers. We zullen sleutelpartijen, waaronder met name woningcorporaties en netbeheerders, betrekken in de vervolgstappen. In het hoofdstuk Visie wordt hierop dieper ingegaan.
5. Visie 5.1 Uitgangspunten visie Voor de Transitievisie Warmte hebben we uitgangspunten bepaald die ons helpen stappen te zetten naar een aardgasvrije woonomgeving. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de landelijke leidraad Transitievisie Warmte en zijn verrijkt met de bijdrage van lokale partijen, inwoners uit de klankbordgroep en reacties op de enquête. Samenwerken op basis van gelijkwaardigheid We verduurzamen onze warmtevoorziening samen met onze inwoners en ondernemers (van onderop). De warmtetransitie heeft invloed op alle inwoners en bedrijven die actief zijn in Nieuwkoop. Hoewel de gemeente een regierol in het proces heeft, is de warmtetransitie niet alleen een zaak van de gemeente, maar een zaak van ons allen. Onze transitie is lokaal en gebiedsgericht Elk gebied is anders. Zo verschillen de woningdichtheid, het isolatieniveau, de kansen en de behoeften in de warmtetransitie van buurt tot buurt. We werken daarom lokaal en gebiedsgericht, zodat we beter kunnen inspelen op ontwikkelingen en initiatieven binnen elk gebied. Vanzelfsprekend willen we lokale kansen, zoals beschikbare warmtebronnen, zo goed mogelijk benutten. Een betaalbare en betrouwbare warmtevoorziening Er wordt gestreefd naar een betaalbare en betrouwbare warmtevoorziening voor iedereen. Nu en in de toekomst.
We kiezen voor oplossingsrichtingen waarvan we verwachten dat ze werken en toekomstbestendig zijn. Onze keuzes hierin baseren wij zoveel mogelijk op de laagst maatschappelijke kosten. Vooruitlopend op eindoplossingen kijken we naar ‘geen spijt’ maatregelen; 30
investeringen in de woning die in alle scenario’s nodig en nuttig zijn en bijdragen aan het aardgasvrijgereed maken van gebouwen. Een realistisch en planbare transitie We streven naar een realistische en planbare transitie, die rekening houdt met de uitvoerbaarheid en inzet van mensen en middelen. Daarbij wordt ook gekeken naar de (regionale) beschikbaarheid van warmtebronnen en warmtedragers. De route naar aardgasvrij in 2050 heeft zowel ambitie als realistische doelen. Onze aanpak is flexibel en lerend Er zijn nog veel onzekerheden in de transitie van aardgas naar duurzame alternatieven. De technologische ontwikkelingen staan niet stil en er zullen nieuwe regels, beleid en financieringsmogelijkheden komen. We zijn daarom flexibel in onze aanpak en proberen zoveel mogelijk van elkaar te leren.
5.2 Sturing geven aan de warmtetransitie De transitie naar aardgasvrij is een omslag die we met z’n allen moeten maken. Inwoners, bedrijven, overheden, (maatschappelijke) organisaties. Allemaal hebben ze hun eigen taken en verantwoordelijkheden. Voor zichzelf ziet de gemeente de volgende taken binnen de warmtetransitie: 1. Informeren over proces en maatregelen De gemeente verstrekt informatie over het proces en de maatregelen binnen de warmtetransitie. Dit doen we via verschillende communicatiekanalen waaronder de eigen website duurzaamnieuwkoop.nl, bewonersbrieven, sociale media, het Duurzaam Bouwloket en duurzaamheidscampagnes. Het doel hiervan is om alle betrokken inwoners, organisaties en ondernemers op de hoogte te brengen van de laatste ontwikkelingen, bewustwording te creëren en te stimuleren maatregelen te nemen. 2. Borgen van participatie en creëren van draagvlak Als regisseur zorgt de gemeente ervoor dat betrokken partijen kunnen participeren bij het opstellen van plannen op wijk-, buurt- of straatniveau. Het doel hiervan is om samen op een gelijkwaardig niveau met betrokken inwoners en lokale partijen stappen te zetten en draagvlak te creëren voor plannen richting aardgasvrij-gereed. Zie voor meer informatie het hoofdstuk Participatie. 3. Faciliteren van sleutelpartijen De gemeente faciliteert de samenwerking en co-creatie tussen sleutelpartijen in de gemeente.
Dit doen wij door netbeheerders, woningcorporaties en andere georganiseerde belanghebbenden met elkaar in contact te brengen rondom specifieke vraagstukken of gebieden. Daarbij bieden wij, waar nodig, ondersteuning aan deze sleutelpartijen. Het doel hiervan is om het proces van de warmtetransitie te versnellen. 4. Onderzoeken en aanjagen initiatieven De gemeente heeft een regisserende rol bij de aanleg van collectieve voorzieningen als warmtenetten. Deze rol komt tot uiting in het onderzoeken van de mogelijkheden voor collectieve warmtesystemen met oog voor publieke belangen. Ook ziet de gemeente voor haarzelf een aanjagende rol als het gaat om het stimuleren van woningisolatie en energiebesparing. 5. Zorgen voor passende regulering/instrumenten De gemeente draagt zorg voor een effectieve en verantwoorde inzet van bodemenergiesystemen om 31
onderlinge interferentie tussen de systemen zo veel mogelijk te voorkomen. Als er sprake is van een warmtenet kan de gemeente, onder de voorziene Wet Collectieve Warmtevoorziening, warmtekavels instellen om zo een verantwoord gebruik van de ondergrond te borgen. 6. Ontsluiten en benutten van koppelkansen De gemeente onderzoekt samen met betrokkenen of er kansen liggen om de warmte opgave te koppelen aan lokale activiteiten. Deze koppelkansen kunnen liggen bij de bouw van nieuwbouwlocaties, renovatie of vernieuwing van het maatschappelijk vastgoed, onderhoud van riolering of het verbeteren van de sociale, ruimtelijke, milieu- en ecologische kwaliteit van een buurt. Het doel hiervan is om de efficiëntie van de warmtetransitie te vergroten. 7. Afstemming en aansluiting bij landelijke en regionale processen Om te blijven varen op actuele kennis, beleid en inzichten én om zorgvuldig met publieke middelen om te gaan, zorgt de gemeente voor afstemming en aansluiting bij het landelijke klimaatakkoord en de regionale energiestrategieën. Daarnaast behoudt de gemeente een actueel beeld van de kansen en mogelijkheden door de voortgang te monitoren. Dit zal tenminste elke 5 jaar de basis zijn van de herijking van de Transitievisie Warmte.
5.3 Focus op aardgasvrij-gereed Richting 2030 leggen wij de focus op aardgasvrij-gereed, waarbij woningisolatie en energiebesparing de hoogste prioriteit heeft. Het volledig aardgasvrij worden van buurten en dorpen komt in een later stadium. In 2020 heeft de gemeente een traject doorlopen rond een aanvraag voor een proeftuinsubsidie aardgasvrije wijken. Op basis van onze ervaringen hiermee, de in Nieuwkoop aanwezige warmtebronnen en de onderzochte kansen voor warmtenetten verwachten wij niet dat een aardgasvrije wijk in Nieuwkoop op korte termijn (niet voor 2030) te realiseren is zonder een grote financiële impuls. Er is nog veel onderzoek nodig naar de mogelijkheden van het benutten van aanwezige warmtebronnen en de technische uitwerking naar lage of hoge temperatuurnetten. Als een warmtenet reëler gaat worden dan zullen ook de woningen daarop moeten worden aangepast. Ten slotte zal een warmtenet goed georganiseerd moeten worden, wat zorgvuldigheid vereist en waar tijd voor nodig is. Wij achten het dan ook niet realistisch om vóór 2030 hele wijken van het aardgas af te halen. Daarom richten wij ons vooral op de voorbereidingen om buurten, wijken, dorpen gereed te maken van het aardgas af te gaan. We gaan dus niet stil zitten. De gemeente neemt de opgave van aardgasvrije gebouwen en woningen in 2050 serieus.
Daarom beginnen we op korte termijn met een aantal activiteiten gericht op met name woningisolatie en energiebesparing. Daarnaast gaan we verder onderzoek doen naar warmtenetten. Over vijf jaar kijken we waar we staan en actualiseren we onze visie. Transitievisie Warmte is een eerste start We zien de Transitievisie Warmte dus uitdrukkelijk als een eerste start; een fundament waar we verder op bouwen. Het vormt de basis voor nader onderzoek naar technieken en systemen en het geeft een prioritering van gebieden waar we ons extra voor gaan inspannen. We wijzen niet aan welke buurt, wijk of dorp eerst van het aardgas af gaat. Wel kunnen we stappen zetten om buurten, wijken, dorpen gereed te maken om van het aardgas af te gaan. Dit komt tot uiting in diverse wijkaanpakken en uitvoeringsplannen.
32
Streven naar een balans tussen individuele en collectieve warmtesystemen Bij het aardgasvrij gereed maken van buurten, wijken en dorpen is het van belang rekening te houden met de keuze voor individuele of collectieve warmtesystemen. Uit de PBL-analyse komt voor een groot deel van de gemeente individuele warmtesystemen als meest haalbare/gunstige naar voren, zie WAT-kaart. Dit komt doordat in het buitengebied en de kleinere dorpen het aantal aansluitingen voor een collectieve voorziening te beperkt is of dat er bijvoorbeeld geen warmtebron aanwezig is. Er zijn bepaalde clusters waar een collectieve mogelijkheid (warmtenet, open WKO) wel het onderzoeken waard is. Kanttekening hierbij is dat de technische en economische haalbaarheid nog erg lastig is door de potentie en positie van de warmtebronnen, de financiële mogelijkheden die woningeigenaren en woningcorporaties hebben, de hoeveelheid (en afstand tussen) aansluitingen op woningen en andere factoren. Dit bemoeilijkt het proces om warmtenetten (en andere collectieve vormen) van de grond te krijgen en versterken de noodzaak om intensiever met elkaar samen te werken. Aangezien collectieve warmtesystemen (zoals een warmtenet) over het algemeen minder elektriciteit nodig hebben dan de individuele systemen, is het belangrijk om de mogelijkheden van warmtenetten te blijven onderzoeken.
Een goede mix van lokale warmtebenutting en all electic maakt dat het elektriciteitsnet gelijkmatiger belast wordt en maakt het systeem minder kwetsbaar.
5.4 Speerpunten TVW tot 2030 Onze visie voor het maken van stappen in de warmtevisie richt zich voor 2030 op het aardgasvrijgereed maken van de gebouwde omgeving via: 1. Wijkgerichte inzet energiebesparing 2. Onderzoek naar warmtenetten en innovatieve projecten Zowel bij 1 als 2 worden zoveel mogelijk koppelkansen (technisch, sociaal-economisch) benut.
5.4.1 Wijkgerichte inzet energiebesparing Onze visie is dat we allereerst moeten beginnen met het stimuleren van energiebesparing. Alles wat je bespaart, hoef je immers niet op te wekken. De komende 5 jaar zal hier de nadruk op liggen. Voor het binnenhouden van warmte in de woning richten we ons vooral op woningisolatie. Indicatoren voor de mate van woningisolatie zijn het bouwjaar van woningen, de schillabel, resultaten van diverse campagnes en de eindmonitoring aan de hand van de Klimaatmonitor. Maatwerk De mate van isoleren hangt af van de uiteindelijke warmtevoorziening. Bij een midden temperatuurvoorziening (70 graden aanvoertemperatuur) is schillabel D voldoende. Voor een lage temperatuurvoorziening (tot ca. 45 á 50 graden, maar kan ook minder zijn) is meer isolatie (een hogere Rc waarde) nodig (minstens schillabel B). De grootste en moeilijkste isolatieopgave ligt bij de oudere gebouwen en monumenten. Het isoleren van woningen is grotendeels maatwerk. Woningen kunnen meerdere malen verbouwd zijn, waardoor er bij woningen verschillend met woningisolatie is omgesprongen. Het uitvoeren van enkel grootschalige groepsaankopen, als bij zonnepanelenacties, is niet genoeg. Voor het stimuleren van woningisolatie en energiebesparing is meer nodig. Het uitgangspunt is dat vanuit een wijkgerichte aanpak bekeken wordt welke stimulering daar het beste bij past.
Daarom is per dorpskern nagegaan wat de energiebesparing zal zijn als er geen-spijt maatregelen genomen worden. Zodoende tasten we per wijk/dorp af waar het effect van een wijkgerichte aanpak het grootst is. 33
Juiste timing De verzevenvoudiging van de gasprijs in het najaar laat zien dat schommelingen in de gasprijs mensen direct in hun portemonnee raakt. Dit soort ontwikkelingen maakt ook dat we nog bewuster worden van onze afhankelijkheid van de gasmarkt en het hele geopolitieke spel eromheen. Het zorgt er ook voor dat de actiebereidheid van inwoners toeneemt om geen-spijt energiebesparingsmaatregelen te nemen om de energiekosten naar beneden te krijgen. De resultaten van de 'Regeling Reductie Energieverbruik' (RRE) onderschrijven dat de interesse en het bespaarpotentieel in de gemeente groot is. Ruim 1.200 woningeigenaren hebben via deze regeling zich thuis laten adviseren door adviseurs van Klimaatroute. Al deze huishoudens zouden gezamenlijk bijna 2.300 ton CO2 kunnen besparen. De energieadviezen hebben geleid tot 484 offertes en 162 maatregelen. Geconcludeerd kan worden dat er 1.200 woningeigenaren aan het oriënteren zijn om energiemaatregelen te nemen. Handelingsperspectief bieden Via de wijkgerichte aanpak in combinatie met de beschikbare instrumenten kan de gemeente inwoners handelingsperspectief bieden. Dit kan inwoners over de streep trekken om tot maatregelen over te gaan.
Mogelijke instrumenten zijn daarbij de inzet van energiecoaches via de gebiedscoöperatie, inzet van energieadviseurs vanuit het Duurzaam Bouwloket, duurzaamheidssubsidies of leningen, gezamenlijke inkoopacties, activatiecampagnes en wijkaanpakken. Deze mix aan activiteiten is de eerste stap naar het aardgasvrij-gereed maken van buurten, wijken en dorpen.
5.4.2 Onderzoek naar warmtenetten en innovatieve projecten Onze visie is dat we zoveel mogelijk lokale warmte (en koude) uit onze bodem, oppervlaktewater en productieprocessen willen benutten voor warmtelevering aan hele woonwijken. Daarvoor is nader onderzoek naar warmtenetten nodig en kunnen innovatieve projecten helpen om koppelingen te leggen met warmtelevering naar woningen. Onderzoek naar warmtenetten Er is uitgebreider onderzoek nodig naar de benuttingsmogelijkheden van warmtebronnen (water, bodem, restwarmte) voor woningen. Zo zijn de mogelijkheden om warmte te onttrekken uit bijvoorbeeld het Aarkanaal of de vele plassen in de gemeente nog niet onderzocht. Ook houden we tussentijdse ontwikkelingen rondom bijvoorbeeld waterstof in de gaten. Zo denkt Woningstichting Nieuwkoop (WSN) na over een pilot voor waterstof. De gemeente is zelf ook al bezig. Er is onderzoek uitgevoerd naar de uitbreiding van het warmtenet vanuit het bedrijventerrein Schoterhoek II naar de wijk Schoterveld (cluster 1). Voor de korte termijn zijn de risico’s te groot om vol in te zetten op een warmtenet. Wel zullen we in de tussentijd nader onderzoek doen om in te kunnen spelen op stimulerend beleid vanuit de rijksoverheid. Innovatieve projecten Naast woningen zijn er binnen de gemeente ook bedrijven actief die grootverbruikers zijn van gas.
Bij een aantal ervan komt restwarmte vrij die uitgewisseld kan worden met bedrijven en/of woningen die de warmte weer kunnen gebruiken. Op initiatief van de Gebiedscoöperatie Nieuwkoop worden, in samenwerking met ondernemersvereniging VON en gemeente, twee gebieden nader bekeken of er mogelijkheden zijn om warmte uit te wisselen. Daarbij wordt breder gekeken dan alleen warmte. Er wordt ook nagegaan of een smart grid (een slim energienet) ontwikkeld kan worden. Samen met lokale ondernemers worden de komende jaren hier stappen in gezet. Het gaat in eerste instantie om twee gebieden: het gebied rondom Papenveer (Bovenland) en het bedrijventerrein De Olm en omgeving. Voor deze gebieden zijn of worden subsidies aangevraagd om haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren. Deze innovatieve projecten plaatsen het warmtevraagstuk in een breder perspectief. 34
De onderzoeksresultaten kunnen aanleiding geven om een warmtekoppeling met woningen nader te onderzoeken. Organisatievormen Afhankelijk van de resultaten van bovengenoemde onderzoeken en projecten zal de gemeente stil staan hoe een warmtenet georganiseerd kan worden. Dat betreft de rol van de gemeente zelf, alsmede de middelen die zij daarvoor in kan zetten, zoals lokale verordeningen, subsidies, vergunningen en de beschikking van warmtekavels. Dat betreft ook de rol van een energiecoöperatie of die van commerciële partijen en de rol van potentiële afnemers van warmte (bedrijven en bewoners). De juiste organisatievorm brengt de belangen van alle betrokken partijen op een evenwichtige manier bij elkaar. Denk aan: belangen op het gebied van leveringszekerheid, een redelijke prijs en onroerend goed waarde (van belang voor afnemers van warmte) en belangen van commerciële partijen (aanleg/exploitatie van het net). Naast deze belangen moet rekening worden gehouden met de ruimtelijke inpassing, bredere verduurzaming (bijvoorbeeld circulair bouwen) en ander lopend beleid van de gemeente (bijvoorbeeld klimaatadaptie en gezondheid). Een belangrijke gedachtegang is de mogelijkheid gedeeld eigendom in te zetten als beheervorm. Doordat de belanghebbende partijen een deel van het eigendom hebben, geeft ze dat inzage, invloed, en financieel belang.
Als deze organisatievorm goed wordt neergezet, zou dat de belangen van alle betrokkenen kunnen borgen.
5.5 Projecten en initiatieven TVW richting 2030 De projecten en initiatieven, die vanaf 2022 gaan lopen of doorlopen, worden per spoor beschreven. Per spoor worden verschillende acties uitgevoerd. De meeste acties richten zich op de periode tussen nu en 2030. De drie sporen zijn: 1. Gemeente brede inzet energietransitie 2. Wijkgerichte inzet energiebesparing 3. Onderzoek naar warmtenetten en innovatieve projecten De projecten en initiatieven (acties) kunnen via verschillende sporen lopen en elkaar versterken.
5.5.1 Gemeente brede inzet energietransitie De gemeente zet zich al geruime tijd in om inwoners en lokale ondernemers via allerlei instrumenten te ondersteunen. Deze acties lopen na 2021 door, worden verder geïntensiveerd en uitgebreid. Voor vragen over de verduurzaming van de woning kunnen inwoners terecht bij het Duurzaam Bouwloket. Verder stimuleert de gemeente zelf ook allerlei activiteiten om inwoners te helpen de eerste stappen te zetten. Voorbeelden zijn: vouchers voor energiebesparende maatregelen, groepsaankopen woningisolatie/zonnepanelen, duurzame huizenroute, prestatieafspraken woningcorporaties etc. De gemeente ondersteunt ook bedrijven en maatschappelijke organisaties met de verduurzaming bijvoorbeeld door middel van energiescans en maatwerkadviezen voor monumenteneigenaren. Deze activiteiten staan verder beschreven in het Beleidskader Duurzaamheid en het Duurzaamheidsprogramma 2021-2024. Ook communicatief zal de gemeente inwoners informeren over en activeren voor energiebesparing en isolatie van de woning. Naast deze gemeente brede activiteiten gaat de gemeente aan de slag met wijkgerichte inzet.
35
5.5.2 Wijkgerichte inzet energiebesparing In de wijken waar veel energie te besparen valt, en de kansen voor woningisolatie groot zijn of andere kansen liggen, zal tussen nu en 2030 gestart worden met wijkaanpakken. Interessante dorpen/buurten hiervoor zijn Nieuwkoop, Noorden, Nieuwveen, Ter Aar centrum, maar ook Ter Aar Vogelenbuurt en Woerdense Verlaat. Wijkgerichte inzet energiebesparing dorpskern Nieuwkoop De komende 5 jaar gaat WSN in de dorpskern Nieuwkoop ruim 400 woningen verduurzamen naar label A. De werkzaamheden betreffen het isoleren van dak, muur, vloer en het aanbrengen van HR++ glas en vraaggestuurde ventilatie. Ons voornemen is om het groot onderhoud van WSN te koppelen aan een aanpak om koopwoningen in de wijk te verduurzamen. Ons streven is om samen met partijen als WSN, GCN en Liander – in samenspraak met bewoners en lokale ondernemers – een plan te maken voor het stimuleren van woningisolatie en een campagne te starten. We sluiten aan bij bestaande subsidies vanuit het Rijk. We zien voor onszelf hierin een aanjagende rol. Dorpsgerichte aanpak energiebesparing Woerdense Verlaat In de klankbordgroep werd het principe “Begin klein, daar waar energie zit, met een straat of een paar woningen” breed gedeeld.
Het kleinschalige, overzichtelijke karakter en de betrokkenheid van bewoners rondom energievraagstukken maakt dat we hierin graag met de dorpsraad Woerdense Verlaat en betrokken inwoners willen samenwerken. Het bestuur van de dorpsraad staat hier niet afwijzend tegenover, maar gaat wel eerst haar leden daarover raadplegen. De insteek is dat we als gelijkwaardige partner samen met de dorpelingen bekijken hoe we de warmtetransitie in Woerdense Verlaat kunnen versnellen en wat daarvoor nodig is. We zien voor onszelf hierin een proactieve, faciliterende, dienstverlenende rol. Collectieve aanpak voor individuele energiemaatregelen, Vogelenbuurt Ter Aar In de klankbordgroep werd geopperd om op kleine schaal te beginnen in een wijk met vergelijkbare woningen; dit kan dienen als pilot. In de Vogelenbuurt ziet de klankbordgroep kansen om, onder regie van een energiecoach en met GCN, een dergelijke pilot te starten. WDA heeft aangeboden mee te willen denken om de energiecoach verder op weg te helpen. We zien dit als een initiatief vanuit de energiecoach en willen - net als WDA - vanuit onze faciliterende rol onze bijdrage leveren. Ons voornemen is om met de bovengenoemde projecten en initiatieven te beginnen of te ondersteunen. Afhankelijk van de voortgang van de afzonderlijke projecten en initiatieven willen we aansluitend of parallel eraan aan de slag met andere buurten/wijken/dorpen.
5.5.3 Onderzoek naar warmtenetten en innovatieve projecten Uit de analyses die zijn uitgevoerd naar de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte, blijkt dat er voor een aantal kernen in de gemeente Nieuwkoop een collectieve warmtevoorziening in de vorm van een warmtenet een reële optie is voor aardgasvrije verwarming van woningen. Om duidelijkheid én handelingsperspectief te bieden, is nader onderzoek naar de warmteclusters op de WAT-kaart raadzaam. Voor de twee grote clusters, op de WAT-kaart, gaan we onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor een warmtenet en zo ja hoe deze gerealiseerd kunnen worden. Cluster Nieuwveen (cluster 1) Het warmtenet op het bedrijventerrein Schoterhoek II zou doorgetrokken kunnen worden naar de wijk Schoterveld. Tegelijkertijd liggen ten noorden van deze wijk kansen voor het benutten van restwarmte 36
vanuit de glastuinbouw. We willen nader onderzoeken in hoeverre de restwarmte vanuit de glastuinbouw benut kan worden voor levering van warmte richting de wijk Schoterveld. Hoewel er mogelijkheden zijn om in de toekomst één systeem voor het hele gebied te maken, lijkt het op basis van de verkregen informatie en inzichten voor de hand liggend om meerdere netten te ontwikkelen. Vanuit het zuiden is een warmtenet aangelegd op het bedrijventerrein Schoterhoek II dat gevoed wordt door warmte uit de AWZI in combinatie met een WKO. Dit net kan worden doorgetrokken naar de nieuwbouw Teylerspark en zou via het gemeentehuis uiteindelijk aangesloten kunnen worden op de wijk Schoterveld. Ten noorden van de wijk Schoterveld liggen er kansen voor het benutten van restwarmte vanuit de glastuinbouw. Alhoewel de glastuinbouwers in dat gebied voornamelijk WKK-installaties in bedrijf hebben, zijn er toekomstmogelijkheden voor aansluiting op een hoofdnet, gevoed met warmte vanuit de diepere ondergrond (geothermie). De huidige installaties bij de tuinders draaien op aardgas via een WKK (Warmtekrachtkoppeling die met aardgas zowel elektriciteit, warmte als CO 2 maken). Vooral bij het kweken van rozen komt veel restwarmte vrij die mogelijk benut kan worden voor het verwarmen van woningen.
Vanuit het noorden bekeken zou een warmtenet vanuit de tuinbouwkassen eerst langs Huize Ursula, het verzorgingsgebied van Ipse de Bruggen, gaan. Op dit terrein staan woningen die (grotendeels) vervangen gaan worden door nieuwbouw. De plannen zijn om de warmtevoorziening voornamelijk op elektriciteit te laten draaien. Interessant is te onderzoeken of het zwembad en gemeenschappelijke ruimten wel aangesloten kan worden op een warmtenet. Vanuit het bezit – één organisatie – bezien en de ligging tussen de deelgebieden, zou dit een belangrijke schakel kunnen zijn naar een robuuster en groter warmtesysteem dan wanneer er alleen wordt aangesloten op het warmtenet van Schoterhoek II. In het verleden is er al eerder gekeken naar de mogelijkheden om de glastuinbouw te koppelen aan een warmtenet. Dat was in die tijd financieel onaantrekkelijk vanwege de kosten van de aanleg van een systeem in combinatie met een te klein afnamegebied. De tijden zijn nu veranderd, waardoor het zinvol is om een dergelijk warmtesysteem nog eens nader te analyseren. De gemeente doet ook ervaring op met gedeeld eigendom in de beheervorm van warmtenetten. Dit doet zij bij een coöperatie-in-wording van ondernemers die het beheer en exploitatie van het warmtenet op Schoterhoek II over 5 jaar gaan overnemen van de gemeente.
We willen nu kijken of een dergelijke constructie, maar dan gericht op mandelig eigenaarschap, toegepast kan worden voor het oprichten van een buurtcoöperatie van inwoners en andere betrokkenen. Cluster Papenveer (cluster 2) We willen nader onderzoeken of er warmte-uitwisseling in het gebied mogelijk is door aansluiting te zoeken met het project van de gebiedscoöperatie om een haalbaarheidsstudie uit te voeren naar een duurzaam energiegebiedssysteem (smart grid) in het gebied rond Papenveer (Bovenland). De onderzoeksresultaten kunnen aanleiding geven om een warmtekoppeling met woningen nader te onderzoeken. De bedrijvigheid in Papenveer, zeker in combinatie met de waterrijke omgeving, maakt dit een interessant warmtecluster. Er zit veel glastuinbouw op relatieve korte afstand van elkaar en aan de zuidzijde is een bedrijventerrein gevestigd. Kanttekening hierbij is wel dat al veel glastuinbouw – via de Ruimte voor Ruimte regeling – plaats heeft gemaakt voor woningen en dat er in het gebied een verscheidenheid is aan schaalgrootte en teelt. Afhankelijk van de gebiedsontwikkelingen, de teelt en technische en sociale behoeftes, is het waardevol om te kijken naar slimme koppelingen tussen bedrijven en opschalingsmogelijkheden tot een warmtenet. Een warmtenet dat ook uitgebreid kan 37
worden met nieuwe bronnen, waaronder thermische energie uit oppervlaktewater (aquathermie). Denk bijvoorbeeld aan het Aarkanaal of de Langeraarse plassen. Maar ook meerdere WKO-bronnen, lage temperatuur aardwarmte of zelfs diepe aardwarmte behoren tot toekomstige en duurzame warmtealternatieven. Waar voor het cluster Nieuwveen de verhouding tussen het leidingnetwerk en de warmtebehoefte een aandachtspunt is, is hier de schaalgrootte (de totale beschikbare warmtevraag) een aandachtspunt. In Papenveer lijkt de maximale warmtevraag vanuit de glastuinbouw tussen de 7 en 13 MWth, wat min of meer overeenkomt met het vermogen van één aardwarmtedoublet. In combinatie met het bedrijventerrein zou er wel voldoende warmtevraag moeten zijn, maar dan zou het merendeel van de bedrijven mee moeten doen en is er weinig ruimte voor andere warmtebronnen. Omdat het in een vroeg stadium belangrijk is om dit te verkennen, zal dit meegenomen worden in het innovatieve project (cluster 2) wat de gebiedscoöperatie heeft gestart om de haalbaarheid van een smart grid in het gebied te onderzoeken. De gemeente ondersteunt dat project.
De Olm (geen cluster op de WAT-kaart maar wel restwarmte aanwezig) In 2022 willen we – samen met de gebiedscoöperatie - met de ondernemers op en rond het bedrijventerrein De Olm in gesprek over de mogelijkheden om gebiedsgericht naar het energievraagstuk te kijken en na te gaan waar koppelkansen liggen. Op het bedrijventerrein De Olm bij de dorpskern Nieuwkoop zijn bedrijven actief die restwarmte over hebben. Deze restwarmte wordt onvoldoende benut. Tegelijkertijd zijn er veel bedrijven die hun daken vol hebben gelegd met zonnepanelen en hun bedrijfsvoering energiezuiniger hebben gemaakt. Ook hebben een aantal bedrijven energiescans uitgevoerd om na te gaan welke energiemaatregelen voor hun bedrijf werkbaar zijn. Een ander interessant gegeven is dat op het bedrijventerrein een onderstation van Liander in bedrijf is waar een koppeling gemaakt kan worden voor het innemen van duurzaam geproduceerde stroom. Dit gegeven is interessant met het oog op het oriëntatiegebied voor zonnevelden (RES kaart regio Holland Rijnland) naast het bedrijventerrein. Met het oog op warmte-uitwisseling en gebruik van groene stroom is aansluiting op de aangrenzende sportvelden, de nieuwe woonwijk Buytewech noord en het zwembad te onderzoeken waard. Samen met de ondernemers willen we bekijken waar synergie te halen valt en wat verder interessant is op te pakken.
Het doel, wat wij voor ogen hebben, is te komen tot het slim uitwisselen van warmte en het benutten van groene stroom via een smart grid. Aangezien de gebiedscoöperatie haar idee over een smart grid voor De Olm (vergelijkbaar met het innovatieve project cluster Papenveer) met ons heeft gedeeld, hebben we de gebiedscoöperatie laten weten dat we dit graag met hun in 2022 willen opstarten. Overige mogelijke clusters Zoals eerder benoemd, worden er bescheiden mogelijkheden voor een collectief warmtenet gezien voor Ter Aar, Langeraar, Noorden en Nieuwkoop. Nader onderzoek kan in de toekomst duidelijkheid bieden over de mogelijkheden die in bovengenoemde kernen liggen.
38