CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Raadsbesluit 3 maart 2011 - vaststelling medebeslissingsrecht

Meningsvormende raad I 8 juni 2023, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Herziening medebeslissingsrecht raad bij omgevingsvergunningen5.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente nieuwkoop gemeenteraad

AAAAAA G11.0143

nieuwkoop VS raadsbesluit onderwerp

Voorstel inzake categorieën, waarbij de verklaring van geen bedenkingen niet vereist is. Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 januarì 2011 en het gelet op artikel 6.5 derde lid van het Besluit omgevingsrecht. Besluit:

Delijst vast te stellen, waarin zijn opgenomen categorieën, waarvan de raad verklaart dat een verklaring van geen bedenkingen niet vereistis:

a) Projecten zoals genoemd in de limitatieve lijst van de provincie Zuid-Holland van 9 oktober 2007 (verzonden14 november 2007),met kenmerk PZH-2007-456952 waarvoortot 1 juli 2008 een procedure ex artikel 19, lid 2 WRO werd gevolgd en het college bevoegd gezag was;

b) Het vervangen en vernieuwen van woonschepen; ©) Kleine projecten waarvan de bouwsom niet meer bedraagt dan € 50.000 ,-

exclusief BTW, die niet passen in het bestemmingsplan en waarvoor geen ontheffing ingevolge artikel 2.12 eerste lid onder 2 Wabo (Kruimelgevallen) kan worden verleend;

d) In bovenstaande gevallen wordt ook de bevoegdheid om een exploitatieplan vast te stellen, zoals bedoeld in artikel 6.12 Wro, gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders;

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 3 maart 2011, nummer 2011-013

4,

L U

E.R. van Holthe

Griffier

/

i

U

F. Buijserd

Voorzitter

gemeente nieuwkoop gemeenteraad

nieuwkoop vr raadsbesluit Onderwerp

Voorstel inzake categorieén, waarbij de verklaring van geen bedenkingenniet vereistis. Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 januari 2011 en het gelet op artikel 6.5 derde lid van het Besluit omgevingsrecht. Besluit:

verleend; f

d) In bovenstaande gevallen wordt ook de bevoegdheid om een exploitatieplan vast te stellen, zoals bedoeld in artikel 6.12 Wro, gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders;

e) De toepassing van de provinciale regeling voor “Ruimte voor ruimte”, als deze nog niet als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan is opgenomen;

f) De toepassing van de provinciale regeling voor “Landgoederen”, als deze nog niet als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan is opgenomen;

g) De toepassing van de provinciale regeling voor “Vrijkomende agrarische bebouwing”, als deze nog niet in een bestemmingsplan is opgenomen.

/Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 3 maart 2011, nummer 2011-013

E.R. van Holthe,

F. Buijserd

Griffier

Voorzitter

Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders

nieuwkoop vS

on raadsvoorstel

portefeuillehouder

G. Veninga

opgesteld door Fysieke en Maatschappelijke Ontwikkeling / Lucius Wytema

Registratienummer

collegebesluit 11.00354 vergaderdatum raad 3 maart 2011 jaar/nummer

2011-013

onderwerp Voorstel inzake categorieën, waarvoor het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is.

Het college van burgemeester & wethouders stelt de raad voor het volgende te besluiten: Delijst vast te stellen, waarin zijn opgenomen categorieën, waarvan de raad verklaart dat een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is.

burgemeester en wethouders van Nieuwkoop

y, F. Buijserd burgemeester

Toelichting

Probleemstelling

Met de inwerkingtreding van de Wet algemenebepalingen omgevingrecht (Wabo)is het Projectbesluit uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) vervallen. Voortaan zal in die gevallen wanneerde raad bevoegd gezag is, aan de raad gevraagd worden eenverklaring van geen bedenkingen af te geven om ten behoeve van een bouwplan afte wijken van een bestemmingsplan.

De uitgebreide procedure van het behandelen van een aanvraag om een

omgevingsvergunningis aan wettelijke termijnen gebonden. In een uitgebreide procedure wordt de raad gevraagd eenmaal een conceptverklaring en naderhandde definitieve

Pagina 2 van 4

verklaring af te geven. Vanwege de vergaderdata van de raad, zoals bijvoorbeeld het zomerreces, kan de raad niet voldoen aan de wettelijke termijnen. Het afgeven van een verklaring kan niet gedelegeerd of gemandateerd worden.

Inleiding Met het vervallen van het projectbesluit heeft het eerder verleende delegatiebesluit geen

functie meer. Dit besluit diende er toe om de raad niet te belasten onnodige procedures: Voorgesteld wordt om de huidige gang van zaken ten aanzien van de vrijstellingsprocedures te continueren. Dit betekent dat getracht wordt de beleidsmatig interessante ontwikkelingen bij de raad te laten en de uitvoering van beleid binnen de gestelde kaders bij het college te leggen. Feitelijk was dit ook de afgelopen jaren zo, waarbij het onderscheid met name werd gemaakt door de circulaire artikel 19 lid 2 van de provincie Zuid-Holland. De raad wordt voorgesteld om de projectbesluiten voor de huidige artikel 19, lid 2 procedures en een deel van de huidige artikel 19, lid 3 procedures (die niet onder de

nieuwe kruimelgevallenlijst vallen) te delegeren aan het college. Hiermee verandert er in

feite niets aan de bevoegdheden van de raad. De raad houdt zeggenschap over de vrijstellingen die op dit moment vallen onder artikel 19, lid 1 WRO. En de aanvrager van de vrijstellingen die nu nog vallen onder artikel 19, lid 2 en 3 hebben niet te maken met langere proceduretermijnen omdat het college bevoegd blijft om daarover besluiten te nemen.(citaat raadsvoorstel Delegatie projectbesluiten nWro)

Nu delegatie of zelfs mandatering niet mogelijk is, wordt voorgesteld een lijst te hanteren

die aangeeft in welke gevallen de raad op voorhand een verklaring heeft afgegeven. Volgens artikel 6.5 derde lid van het Besluit omgevingrecht kan de raad categorieën aanwijzen, waarbij geen verklaring vereist is. Daarmee wordt de lijst grotendeels identiek aan de lijst zoals weergegeven in de artikel 19 lid 2 circulaire van de provincie, zoals

deze gold in de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Kader | Eerdere besluiten

Raadsbesluit 17 juli 2008: Delegatie projectbesluiten nWro.

Beoogd effect -Continuering van de huidige werkwijze met een snelle zorgvuldige besluitvorming, waarbij de termijnen van de Wet dwangsom niet worden overschreden. -Het binnen de termijnen van de uitgebreide procedure behandelen van aanvragen om een omgevingsvergunning, die voldoen aan vastgestelde kaders. Voorgestelde besluiten: Het college stelt de raad voor om voor onderstaande gevallen, die voorheen gedelegeerd waren aan het college, op te nemen in een lijst waar de raad op voorhand te kennen geeft een verklaring van geen bedenkingen te willen afgeven:

De voorheen gedelegeerde categorieën:

Pagina 3 van 4

- a) Projecten zoals genoemd in de limitatieve lijst van de provincie Zuid-Holland van 9 oktober 2007 (verzonden14 november 2007),met kenmerk PZH-2007-456952 waarvoor tot 1 juli 2008 een procedure ex artikel 19, lid 2 WRO werd gevolgd en het college bevoegd gezag was.

- b) Het vervangen en vernieuwen van woonschepen. - ©) Kleine projecten waarvan de bouwsom niet meer bedraagt dan € 50.000,-

exclusief BTW, die niet passen in het bestemmingsplan en waarvoor geen ontheffing ingevolge artikel 2.12 eerste lid onder 2 Wabo (Kruimelgevallen) kan worden verleend.

=d) In bovenstaande gevallen wordt ook de bevoegdheid om een exploitatieplan vast te stellen, zoals bedoeld in artikel 6.12 Wro, gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders.

Toe te voegen categorieën: -e) De toepassing van de provinciale regeling voor “Ruimte voor ruimte”, als deze nog niet als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan is opgenomen. -f) De toepassing van de provinciale regeling voor “Landgoederen”, als deze nog niet als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan is opgenomen.

-g) De toepassing van de provinciale regeling voor “Vrijkomende agrarische bebouwing”, als deze nog niet in een bestemmingsplan is opgenomen.

Argumenten -1 ) De huidige werkwijze wordt voortgezet. -2 ) Het gaat doorgaans om afwijkingen binnen de contouren, die te groot zijn voor de

kruimelgevallenregeling en meestal gelegenzijn in niet geactualiseerde bestemmingsplannen. Afwijkingen, die zich niet verhouden met het vastgestelde beleid, zoals de structuurvisie worden door het college geweigerd en afgehandeld.

-3 ) De verklaring (vvgb) dient tweemaal te worden afgegeven eenmaal als ontwerp-vvgb

tegelijk met de ontwerpbeschikking en als definitieve vvgb na de zienswijzen en adviezen voorafgaande aan het definitieve besluit over de aanvraag.

-4 ) De uitgebreide voorbereidingsprocedure is gebonden aan een beslistermijn van 26

weken plus eenmaal zes weken verlenging. Deze termijn is gelet op het aantal stappen dat gezet moet worden en de coördinatie, die achter het loket moet plaatsvinden kort. Bij overschrijding geldt de Wet dwangsom. De raadscyclus is niet ingericht om tijdig een

Pagina 4 van 4

verklaring af te geven, wanneer in de zomervakantie een aanvraag gedaan wordt. De administratieve last van de raad wordt met de “afgifte op voorhand” verkleind.

~ 5 ) De dienstverlening aan de burger/aanvrager wordt hiermee vergroot. Kanttekeningen: De reikwijdte van de bevoegdheid om een verklaring af te geven wordt begrensd door wat de provincie toestaat in de provinciale verordening. Wijkt een aanvraag om omgevingsvergunning af van de provinciale verordening, dan is niet de raad maar de provincie bevoegd een verklaring af te geven. De provincie is dan “vvgb”-orgaan. Een

definitieve lijst wat de provincie toestaat is nog niet vastgesteld, mede vanwege de

discussie wat provinciaal belang is en wat niet." Voorlopig wordt uit gegaan van de oude 19 lid 2 circulaire van 9 oktober 2007.

Risico's / Beheersmaatregelen Met deze lijst wordt de kans op het niet voldoen aan de termijnen en daarmee hetrisico

van de Wet Dwangsom verkleind. Aan aanvragen in strijd met staand beleid van de gemeente of in strijd met de provinciale verordening wordt niet meegewerkt en wordt de aanvraag om omgevingsvergunning gemotiveerd geweigerd.

Financiële / Personele / Juridische consequenties n.v.t.

Achterliggende stukken die ter inzage liggen

-Lijst van categorieën, waar de raad op voorhand een verklaring van geen bedenkingen afgeeft.

-Circulaire provincie Zuid-Holland van 9 oktober 2007 (verzonden14 november 2007), met kenmerk PZH-2007-456952

-Raadsbesluit delegatie projectbesluiten nWro Advies meningsvormende raad | 10 februarì 2011

Er is voldoende informatie om een besluit te kunnen nemen. Het stuk kan door naar de besluitvormende raadsvergadering van 3 maart 2011 als discussiestuk.

; Overigens heeft de gemeente in regionaal verband bedenkingen geuit tegen het detailniveau waarop de provincie zich bemoeit en volgens de gemeenteniet strookt met het provinciale belang. De provincie eigent zich daarmee ten onrechte het gemeentelijk primaat van de ruimtelijke ordening toe. Een definitieve lijst van de provincie is nog niet vastgesteld.

Aanwijzing van categorieën van gevallen als bedoeld In artikel 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 9 oktober 2007, kenmerk PZH-2007-456952

A. Ontwikkelingen die passen in een (voor)ontwerp ruimtelijk plan dat de Instemming van de provincle en de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening heeft Het is van belang dat gemeentelijk beleid actueel wordt gehouden en dat daarover in een vroeg stadium overleg gepleegd wordt. Wij willen dat stimuleren en honoreren. Burgemeester en Wethouders kunnen daarom vrijstelling verlenen in de volgende situaties: Situaties waarin sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen (bouwen, uitvoeren van werken en werkzaamheden, gebruiken et cetera ) die in overeenstemming zijn met die onderdelen van een bestemmingsplan, waarover de provincie (de directeur van de directie Ruimte en Mobiliteit namens alle betrokken directies van de provincie) en de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening in het kader van het artikel 10 Bro-overleg een positieve reactie hebben gegeven.

In zowel de reactie van de provincie als de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening zal worden aangegeven voor welke planonderdelen het college een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, lid 2, kan verlenen. Volledigheidshalve geldt dat, indien de inspecteur geen positieve reactie heeft gegeven, het college van b en w van de vrijstellingsbevoegdheid geen gebruik kan maken. De bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling eindigt twee jaar na de provinciale reactie ex artikel! 10 Bro. Indien binnen die termijn het ontwerp-bestemmingsplan ter visie wordt gelegd en vervolgens binnen de wettelijke termijn het plan ongewijzigd wordt vastgesteld, blijft de bevoegdheid van kracht tot het moment dat wij een besluit omtrent de goedkeuring van het besternmingsplan nemen. Situaties waarin sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen die passen ìn een ander gemeentelijk ruimtelijk document waarover de provincie en de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening een positieve reactie hebben gegeven. Daarbij kan worden gedacht aan een gemeentelijk structuurplan, visie of een sectorale nota met ruimtelijke aspecten, bijvoorbeeld een nota omtrent erfbebouwing,

GSM-masten, en andere. Voor de vraag of op basis van een dergelijk document vrijstelling kan worden verleend is de mate van concreetheid van het document een belangrijk aandachtspunt, omdat op basis van dat document bouwaanvragen c.q. aanvragen tot vrijstelling moeten kunnen worden beoordeeld. Wij gaan ervan uit dat Burgemeester en Wethouders, indien zij op basis van een dergelijk document vrijstelling willen verlenen, daartoe expliciet verzoeken bij het om advies voorleggen van het betreffende ruimtelijke document. Daarbij verwachten wij dat gemotiveerd wordt aangegeven op welke onderdelen het ruimtelijk document voldoende concreet is om als toetsingskader voor (bouw)vergunningaanvragen te kunnen dienen. In de provinciale reactie zal expliciet worden aangegeven voor welke onderdelen van het ruimtelijk document vrijstelling kan worden verleend. Daarbij zal tevens per geval worden aangegeven tot hoelang de vrijstellingsmogelijkheid geldig is, waarbij onder andere aandacht zal worden besteed aan de gemeentelijke prioriteitsstelling en voortgang bij het actualiseren van bestemmingsplannen. Ook voor de hier bedoelde documenten geldt dat vrijstelling niet mogelijk is voor die onderdelen, waarmee de Inspecteur van de Ruimtelijke Ordening niet instemt.

Met het oog op een zo efficiënt mogelijke advisering verzoeken wij Burgemeester en Wethouders het ruimtelijke document gelijktijdig met toezending aan de provincie tevens toe te sturen aan de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening.

ADDER G11.0141

Behoort bij besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 9 oktober 2007, kenmerk PZH-2007-456952

B. Ontwikkelingen die voorkomen op de hierna genoemde algemene Ijst Algemeen Hierna staan een aantal situaties limitatief opgesomd waarin b en w vrijstelling van het bestemmingsplan kunnen verlenen. De lijst is opgesteld op basis van het huidige provinciale ruimtelijk beleid, zoals neergelegd in de streekplannen en de nota Regels voor Ruimte. Bij de onderbouwing van de plannen dient dan ook tevens aandacht te worden besteed aan de ín Regels voor Ruimte onder het aspect “proces” genoemde onderwerpen. Tevens zijn de begripsomschrijvingen uit Regels voor Ruimte van toepassing, voor zover in de lijst geen eigen omschrijvingen zijn opgenomen.

Gebieden en situaties waarin specifiek provinciale betrokkenheid gewenst is zijn uitgezonderd ofaan randvoorwaarden gebonden.

Het gebruik kunnen maken van de algemene lijst betekent dat vanuit provinciaal ruimtelijke optiek tegen de

voorgenomen vrijstelling geen bezwaar bestaat. Daamaast zal uiteraard altijd gemotiveerd moeten worden aangegeven hoe en waarom een specifieke ingreep past binnen het gemeentelijk ruimtelijk beleid (ruimtelijke onderbouwing). Ook zal geen strijdigheid mogen bestaan met wet- en regelgeving en vaste

jurisprudentie.

De bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling op basis van de algemene lijst eindigt - tenzij wij tussentijds anders bepalen - op het moment dat de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening in werking treedt. inhoud aigemene iijst Stedelijk gebled 1. Het bouwen ten behoeve van de woonfunctie (woningen, woonzorgcentra, woonwagens et cetera) - inclusief bij die functie behorende bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen (garages, carports, parkeerkelders, zwembaden, et cetera) - en het omzetten van bestaande functies naar een woonfunctie. 2. Het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en het omzetten van bestaande functies in functies ten behoeve van voorzieningen van educatieve, medische, recreatieve, sociaalmaatschappelijke en levensbeschouwelijke aard (bijvoorbeeld scholen, sportvoorzieningen, horeca, gezondheidscentra, kerken, en dergelijke). 3. Het oprichten van winkels, bedrijvigheid en kantoren en de daarbij behorende voorzieningen en het omzetten van bestaande functies naar winkel-, bedrijfs- en kantoorfuncties. 4. __Het bouwen van kiosken en paviljoens en (bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer. 5. Het veranderen van bestaande en het realiseren van nieuwe lokale weg-, water-, parkeer- en groenvoorzieningen. 6.

Het bouwrijp maken, ophogen en het verrichten van andere noodzakelijke werken en werkzaamheden ten behoeve van de bovengenoemde functies en bestemmingen. Bedrijfsterreinen Het bouwrijp maken, ophogen, verharden en verrichten van andere noodzakelijke werken en werkzaamheden ten behoeve van de bedrijfsfunctie. Het aanleggen/aanpassen/wijzigen van de interne wegen-, water- en groenstructuur ten behoeve van de

bedrijfsuitoefening.

Het bouwen van bedrijfsgebouwen (geen dienstwoningen), bedrijfskantoren en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bedrijfsuitoefening. Buitengebied 1. _Het herbouwen, verbouwen en vergroten van bestaande en als zodanig bestemde burgerwoningen, waarbij in gebieden aangeduid als agrarisch gebied met bijzondere cultuurhistorische, natuur- en/of dandschapswaarden (A+/ANL) de maximale inhoudsmaat (inclusief erfbebouwing en exclusief

ondergrondse bebouwing) niet meer dan 650 m” mag bedragen.

2.

3. 4. 5. 6.

7.

Het oprichten van glas binnen de in de streekplannen aangegeven glastuinbouwconcentratiegebieden.

__Het oprichten van maximaal 3.000 n° glas per bedrijfbinnen de in de streekplannen aangegeven

boomteeltconcentratie- en bollenteeltgebieden. __Het oprichten van maximaal 300 n° glas bij bestaande boomteeltbedrijven buiten het op de kaart van het streekplan Zuid-Holland Oost aangegeven boomteeltconcentratiegebied. Het herbouwen, verbouwen en vergroten van bestaande en als zodanig bestemde solitaire recreatiewoningen. Het herbouwen, verbouwen en vergroten van bestaande agrarische bedrijfswoningen en het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen een bestaand (zo nodig tot maximaal 1,5 ha) te vergroten agrarisch bouwperceel, mits uit positief agrarisch advies blijkt dat de bouw noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en in Aplus en ANL-gebied tevens sprake is van een positief advies van een natuur- en landschapsdeskundige. Het realiseren van projecten die passen ìn een vastgesteld natuurgebiedsplan.

Vrijstelling kan nlet worden verleend voor de hierna genoemde gebleden en/of situaties:

Algemeen -__ontwikkelingen met een omvang van meer dan 10 ha bedrijventerrein, meer dan 5.000 m° kantoren, meer dan 500 woningen en meer dan 10.000 m° detailhandel:

-

toeristisch-recreatieve ontwikkelingen met meer dan 100.000 bezoekers perjaar; het oprichten van scholen met meer dan 1.000 leerlingen en ziekenhuizen met meer dan 250 bedden; de locaties en zoekgebieden voor de opstelling van windturbines zoals aangegeven op de Locatiekaart opstellingen windenergie, gecombineerd met zoekruimtekaart windenergie Zuid-Holland

behorende bij de Nota Wervel, zoals gewijzigd vastgesteld op 26 april 2006.

Voor gebieden met de op die kaart toegekende aanduiding ‘opstelling ongewenst” c.q. gebieden met de streekplanaanduiding *stads- en dorpsgebied”, voor zover gelegen binnen de in de streekplannen aangegeven bebouwingscontouren, kan de vrijstelling wel worden verleend; =_in geval van strijd met een goedgekeurd regionaal structuurplan of met ander goedgekeurd regionaal

-__de gebieden gelegen binnen een op de streekplankaart, het Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan of

-

ander provinciaal beleidsdocument aangegeven toekomstig tracé van een regionale hoogwaardige openbaarvervoerverbinding of nieuw aan te leggen wegverbinding; _gebieden gelegen binnen 800 meter rondom de in de streekplannen en de nota “Knopen Leggen” aangegeven (inter)nationale, bovenregionale en regionale knopen, tenzij sprake is van het veranderen, herbouwen, uitbreiden of verbouwen van bestaande bebouwing en/of het realiseren van een nieuw project van minder dan 25 woningen met de bijbehorende erfbebouwing, garages, parkeerplaatsen, tuinen, et cetera;

gebieden gelegen binnen 800 meter rondom de RandstadRailstations Rotterdam CS en Den Haag CS, alsmede de daartussen gelegen stations en de stations van de RijnGouwelijn, de MerwedeLingelijn en Stedenbaan, zoals aangegeven op kaart 2 behorend bij de nota Regels voor Ruimte. Indien sprake is van het veranderen, herbouwen, uitbreiden of verbouwen van bestaande bebouwing en/of het realiseren van een nieuw project van minder dan 25 woningen met bijbehorende erfbebouwing, garages, parkeerplaatsen, tuinen, et cetera kan de vrijstelling wel worden verleend; gebieden met vastgestelde hoge of zeer hoge archeologische waarden zoals beschermde

archeologische monumenten en terreinen met archeologische waarden volgens de archeologische monumentenkaart van Zuid-Hotland/Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland. Indien sprake is van ingrepen die geen relatie hebben met de grond (bijvoorbeeld het plaatsen van een extra verdieping op een bestaand gebouw) kan de vrijstelling wel worden verleend; de gebieden gelegen binnen een straal van 400 meter van een traditionele windmolen (niet zijnde molenstompen en molenrestanten). In situaties waarin de vrije windvang en het zicht op de molen reeds beperkt zijn en als gevolg van de ingreep beide aspecten niet verder verslechteren mag de vrijstelling wel worden verleend:

de gebieden genoemd in de beleidslijn Grote Rivieren; de stranden van de Noordzeekust; de keurzone van primaire en regionale waterkeringen, tenzij de waterbeheerder ter zake een positief

advies heeft uitgebracht; de gebieden gelegen binnen de 20 Ke-contour rond Schiphol, tenzij sprake is van intensivering en

herstructurering binnen het bestaand bebouwd gebied 2000 zoals bedoeld in de Nota Ruimte;

de gebieden gelegen binnen de 20 Ke-contour rond Rotterdam Airport. Streekplangebied Zuid het gebied met de aanduiding “streekplanuitwerking bovenregionaal bedrijfsterrein”; het gebied met de aanduiding “reservering glastuinbouw”; het gebied Zeehavens te Dordrecht (herinrichtingsopgave); het gebied Oosteind/Ketelhaven te Papendrecht (herinrichtingsopgave); de spoorzone Zwijndrecht-Dordrecht (problematiek exteme veiligheid).

Streekplangebied Oost

de binnen de maximale bebouwingscontouren gelegen “te ontwikkelen gebieden”, tenzij sprake is van een door ons college akkoord bevonden structuurvisie ofschefs; het Bentwoud:

de bedrijfsterreinen gelegen binnen de Oude Rijnzone zoals aangegeven in de op 30 mei 2007

vastgestelde partiële herziening streekplan Zuid-Holland Oost Oude Rijnzon;.

de spoorzone Gouda (o.a. problematiek externe veiligheid);

het gebied Zuidplaspolder, zoals aangegeven in de 2* partiële herziening van het streekplan

Zuid-Holland Oost. Streekplangebied West de Duivenvoordecorridor; de bedrijventerreinen Schieoevers en Binckhorst (herstructurering). Streekplangebied Rijnmond de bedrijventerreinen aan de Rechter Maasoever, Spaansepolder en Schiedam Nieuw-Mathenesse (herstructureringsopgaven).

Verder zijn de volgende randvoorwaarden van toepassing ee Economie, Mobiliteit en Infrastructuur Woningbouw dient qua omvang en eventuele fasering te passen binnen de in het streekplan aangegeven kaders. _Op de op kaart 1 en 2 van de nota Regels voor Ruimte aangegeven knopen met hoogwaardig openbaar vervoer en overige HOV-locaties dient woningbouw primair gestapeld en parkeren primair

inpandig plaats te vinden.

-

Detailhandelsvoorzieningen - met uitzondering van buurt- en gemakswinkels - dienen te worden gerealiseerd in de centra van steden, dorpen en wijken. Bij nieuwe voorzieningen is regionale afstemming nodig en mag geen structurele aantasting van het voorzieningenniveau elders optreden.

Detailhandels- of vrijetijdsvoorzieningen van meer dan 1.000 m* mogen slechts worden gerealiseerd indien sprake is van een positief advies van het Regionaal Economisch Overleg.

=__Voor zelfstandige kantoren bulten knopen geldt een maximum van 750 mr” bvo per vestiging. =__Bij het realiseren van bedrijvigheid in de nabijheid van gevoelige functies dient geen onevenredige hinder te ontstaan. Daarbij geldt de VNG-brochure milieuzonering en bedrijvigheid als uitgangspunt. = _Op bedrijfsterreinen die in het streekplan zijn aangegeven voor specifieke milieucategorieën (bijvoorbeeld zware milieuhinderlijke bedrijven), specifieke functies (bijvoorbeeld natte bedrijventerreinen) of bepaalde doelgroepen (bijvoorbeeld bedrijven alleen ten behoeve van verplaatsers van elders) mag slechts ontwikkeling ten behoeve van die functies plaatsvinden. __Voor alle bedrijfsterreinen geldt dat het vestigen van zelfstandige kantoren en detailhandel is uitgesloten. Bedrijfskantoren zijn toegestaan, mits per bedrijf sprake is van ten hoogste 50 procent van

het totale bvo met een maximum van 3.000 nf.

+

Langs rijkswegen dienen bebouwingsvrije zones in acht te worden genomen. Langs autosnelwegen bedraagt de zone in landelijk gebied 150 meter en in stedelijk gebied 50 meter; langs autowegen respectievelijk 50 meter en 10 meter.

Milleu, Water, Groen en Cultureel Erfgoed

-

Uit akoestisch onderzoek moetblijken dat aan de voorkeursgrenswaarden voor industrie-,

railverkeers- en wegverkeerslawaai ingevolge de Wet geluidhinder en voor luchtvaartlawaai ingevolge de Luchtvaartwet wordt voldaan. Indien dat niet het geval is, kan de vrijstelling worden verleend nadat een hogere grenswaarde is vastgesteld en de bouwplannen aan die grenswaarde voldoen. -__Plannen mogen niet strijdig zijn met de ìn het Besluit luchtkwaliteit 2005 genoemde grenswaarden. Indien sprake is van overschrijding van de daggrenswaarde voor fijn stof mag de vrijstelling wel gebruikt worden, mits de concentratie van de buitenlucht per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft. Voor een aantal gebieden gelden specifieke toetsingskaders voor externe veiligheid: gedifferentieerde veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas, Toetsingskader Drechtsteden (Spoorzone), Tijdelijk toetsingskader externe veiligheid Luchthaven Rotterdam Airport. Voor stankhinder geldt de provinciale handreiking Luchtkwaliteit en Ruimtelijke Ordening, Module Stank, als uitgangspunt. + Voor bodemkwaliteit dient te worden uitgegaan van de Nota “Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid”. Vrijstelling mag pas worden verleend nadat de verplichte watertoets als bedoeld in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening is uitgevoerd en een positief advies van de waterbeheerder(s) is ontvangen.

=___Bij nieuwe ontwikkelingen of stedelijke herstructurering moet worden voorzien in minimaal 10 procent van het bruto oppervlak aan open water. Afwijking is toegestaan indien daarover met de waterbeheerder overeenstemming bestaat.

+

Voor gebieden die deel uitmaken van een beschermd stads- en dorpsgezicht (bestaand of in voorbereiding) als bedoeld in de Monumentenwet kan de vrijstelling slechts worden verleend na positief advies van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten.

=_

Ontwikkelingen in de op kaart 4 van de Nota Regels voor Ruimte aangegeven gebieden moeten in overeenstemming zijn met de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden, zoals aangegeven in

het beleidskader behorende bij de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. =

_Bij ingrepen in gebieden met verwachte archeologische waarden (zeer grote tot redelijke kans op archeologische sporen volgens de CHS) mag de vrijstelling pas worden verleend nadat verkennend archeologisch onderzoek is uitgevoerd en de daaruit voortvloeiende aanbevelingen zijn opgevolgd. Onderzoek kan achterwege blijven bij ingrepen die geen relatie met de grond hebben, bij projecten

met een oppervlakte van minder dan 100 m° of bij werkzaamheden die niet dieper dan 30 cm onder

Begripsbepalingen Voor de toepassing van het bovenstaande hanteren wij de volgende begrippen: Buitengebied: Wat betreft de onder “buitengebied” in bovenstaande lijst genoemde ingrepen 1, 5, 6 en 7 moet onder buitengebied worden verstaan het in de streekplannen aangegeven agrarisch gebied (met en zonder waarden), gelegen buiten de stedelijke bebouwingscontouren. De overige ingrepen in de categorie buitengebied zijn alleen toegelaten in de gebieden met de streekplanaanduiding waamaar wordt verwezen. Stedelijk gebied: Onder stedelijk gebied moet worden verstaan het gebied dat in de streekplannen de aanduiding “stads- en dorpsgebied” heeft gekregen en gesitueerd is binnen de maximale bebouwingscontouren. Gebieden voorzien van de aanduiding ‘te ontwikkelen” of “ontwikkelingsrichting” vallen niet onder de begripsbepaling.

Bedrijfsterrein: Het begrip “bedrijfsterrein” ziet op die gebieden die in de streekplannen de aanduiding (bestaand) bedrijfsterrein hebben alsmede het gebied dat in het streekplan RR2020 de aanduiding “haven- en industriegebied" heeft gekregen. Tevens most sprake zijn van een door ons goedgekeurde dan wel in het artikel 10 Bro-overleg geaccordeerde bedrijfsbestemming. Bedrijfsterreinen met de streekplanaanduiding “nieuw te ontwikkelen bedrijfsterrein” of ‘ontwikkelingsrichting bedrijfsterrein" en het gebied met de aanduiding “haven- en industriegebied, te ontwikkelen” in het streekplan RR2020 vallen niet onder de

begripsbepaling. Onder "bouwen" verstaan wij tevens het herbouwen, verbouwen, vernieuwen en uitbreiden. Het na het bouwen conform de toegelaten functie gebruiken van hetgeen gebouwd is valt eveneens onder het bereik van de vrijstelling. Onder "bestaande bebouwing’, "bestaand gebruik" en “bestaande functie” rekenen wij niet alleen de feitelijke situatie, maar tevens de bebouwing, het gebruik en/of de functie die mogelijk is ingevolge een geldend bestemmingsplan of afgegeven bouwvergunning of vrijstelling.

Onder “tracé” rekenen wij zowel de gronden die nodig zijn voor de aanleg van de infrastructuur of openbaarvervoerverbinding zelf alsook de aanliggende gronden die nodig zijn voor de direct daarmee samen-hangende voorzieningen (parkeerplaatsen, carpoolterreinen, haltes, et cetera).

C. Ontwikkelingen die voorkomen op de hierna genoemde gebiedsgerichte lijst voor het gebied Zuidplas (alleen van toepassing voor de Zuidplasgemeenten Gouda, Moordrecht, Waddinxveen, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhulzen-Moerkapelle)

Inhoud gebiedsgerichte lijst De gebiedsgerichte lijst heeft alleen betrekking op de gebieden die op de bij deze lijst behorende kaart van de hierna genoemde aanduidingen zijn voorzien:

Stads- en dorpsgebied 1.

2.

3. 4.

_Het bouwen ten behoeve van de woonfunctie (woningen, woonzorgcentra, woonwagens, et cetera) - inclusief bij die functie behorende bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen (garages, carports, parkeerkelders, zwembaden, et cetera) - en het omzetten van bestaande functies naar een woonfunctie. Het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en het omzetten van bestaande functies in functies ten behoeve van voorzieningen van educatieve, medische, recreatieve, sociaalmaatschappelijke en levensbeschouwelijke aard (scholen, sportvoorzieningen, horeca, gezondheidscentra, kerken, en dergelijke). Het oprichten van winkels, bedrijvigheid en kantoren en de daarbij behorende voorzieningen en het omzetten van bestaande functies naar winkel-, bedrijfs- en kantoorfuncties. Het bouwen van kiosken en paviljoens en (bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer.

5. 6.

Het veranderen van bestaande en het realiseren van nieuwe lokale weg-, water-, parkeer- en groenvoorzieningen. Het bouwrijp maken, ophogen en het verrichten van andere noodzakelijke werken en werkzaamheden ten behoeve van de bovengenoemde functies en bestemmingen.

Bedrijventerrein Het bouwrijp maken, ophogen, verharden en verrichten van andere noodzakelijke werken en werkzaamheden ten behoeve van de bedrijfsfunctie. Het aanleggen/aanpassen/wijzigen van de interne wegen-, water- he mtr uated

bedrijfsuitoefening.

Het bouwen van bedrijfsgebouwen (geen dienstwoningen), bedrijfskantoren en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Agrarisch gebied 1. Het herbouwen, verbouwen en vergroten van bestaande en als zodanig bestemde burgerwoningen. 2. Het herbouwen, verbouwen en vergroten van bestaande agrarische bedrijfswoningen en het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen een bestaand (zonodig tot maximaal 1,5 ha) te vergroten agrarisch bouwperceel, mits uit positief agrarisch advies blijkt dat de bouw noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering.

Glastuinbouwgebied Het oprichten van glas bij bestaande bedrijven. Nieuwvestiging en bedrijfssplitsing zijn niet toegestaan.

Lintzone

Het herbouwen, verbouwen en vergroten van bestaande en als zodanig bestemde burgerwoningen waarbij de maximale inhoudsmaat (inclusief erfbebouwing) niet meer dan 650 m’ mag bedragen.

De gebledsgerichte lijst geldt nlet voor de hlerna genoemde gebleden en/of situaties: Algemeen

Ontwikkelingen met een omvang van meer dan 10 ha bedrijventerrein, meer dan 5.000 n°kantoren,

meer dan 500 woningen en meer dan 10.000 nr” detailhandel: toeristisch-recreatieve ontwikkelingen met meer dan 100.000 bezoekers perjaar; het oprichten van scholen met meer dan 1.000 leerlingen en ziekenhuizen met meer dan 250 bedden. De op kaart 9 van de streekplanherziening opgenomen gewenste lijnopstellingen en studielocaties lijnopstelling voor windturbines. Bij strijdigheid met een goedgekeurd regionaal structuurplan of met ander goedgekeurd regionaal ruimtelijk beleid. De gebieden gelegen binnen een in de streekplanherziening aangegeven toekomstig tracé van een regionale hoogwaardige openbaa vervoerverbinding, nieuw aan te leggen wegverbinding of spoorlijnverdubbeling. Kempunten VV1, VV2, VV4, VV6, VV7, VV8 en VV9 uit de streekplanherziening vormen daarbij het uitgangspunt. Gebieden gelegen binnen 800 meter rondom de stations van de RijnGouwelijn en Stedenbaan, zoals aangegeven op kaart 2 behorend bij de nota Regels voor Ruimte en in de kempunten VV3 en VVS van de streekplanherziening. Indien sprake is van het veranderen, herbouwen, uitbreiden of verbouwen van bestaande bebouwing en/of het realiseren van een nieuw project van minder dan 25 woningen met bijbehorende erfbebouwing, garages, parkeerplaatsen, tuinen, et cetera kan de vrijstelling wel worden verleend.

Gebieden met vastgestelde hoge of zeer hoge archeologische waarden zoals beschermde archeologische monumenten en terreinen met archeologische waarden volgens de archeologische monumentenkaart van Zuid-Holland/Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland. Indien sprake is van ingrepen die geen relatie hebben met de grond (bijvoorbeeld het plaatsen van een axtra verdieping op een bestaand gebouw) kan de vrijstelling wel worden verleend. De gebieden gelegen binnen een straal van 400 meter van een traditionele windmolen (niet zijnde molenstompen en molenrestanten). In situaties waarin de vrije windvang en het zicht op de molen reeds beperkt zijn en als gevolg van de ingreep beide aspecten niet verder verslechteren, mag de vrijstelling wel worden verleend. De gebieden genoemd in de beleidslijn Grote Rivieren. De keurzone van primaire en regionale waterkeringen, tenzij de waterbeheerder met de ingreep kan instemmen. Aan de gebiedsgerichte lijst zijn verder de volgende randvoorwaarden verbonden.

Woningbouw, Economie, Mobiliteit en Infrastructuur Woningbouw dient qua woonmilieu, programmering en fasering te passen binnen de in de streekplanherziening en het ISP aangegeven kaders. Kernpunten WO1 en WO4 uit de streekplanherziening zijn daarbij uitgangspunt. Bij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer dient wonìngbouw primair gestapeld en parkeren primair inpandig plaats te vinden. Detailhandelsvoorzieningen - metuitzondering van buuri- en gemakswinkels - dienen te worden gerealiseerd in de centra van steden, dorpen en wijken. Bij nieuwe voorzieningen is regionale

afstemming nodig en mag geen structurele aantasting van het voorzieningenniveau elders optreden.

Detailhandels- ofvrijetijdsvoorzieningen van meer dan 1.000 m* mogen slechts worden gerealiseerd

indien sprake Ís van een positiefadvies van het Regionaal Economisch Overleg. Voor zelfstandige kantoren buiten knopen geldt een maximum van 750 mi” bvo per vestiging.

Bij het realiseren van bedrijvigheid in de nabijheid van gevoelige functies dient geen onevenredige hinder te ontstaan. Daarbij geldt de VNG-brochure milieuzonering en bedrijvigheid als uitgangspunt. Op bedrijfsterreinen is het vestigen van zelfstandige kantoren en detailhandel uitgesloten. Bedrijfskantoren zijn toegestaan, mits per bedrijf sprake is van ten hoogste 50 procent van het totale

bvo met een maximum van 3.000 nf.

Langs rijkswegen dienen bebouwingsvrije zones in acht te worden genomen. Langs autosnelwegen bedraagt de zone in landelijk gebied 150 meter en in stedelijk gebied 50 meter, langs autowegen respectievelijk 50 meter en 10 meter. Milieu, Water, Groen en Cultureel Erfgoed

Uit akoestisch onderzoek moet blijken dat aan de voorkeursgrenswaarden voor industrie-, raitverkeers-

en wegverkeerslawaai ingevolge de Wet geluidhinder en voor luchtvaartiawaai ingevolge de Luchtvaartwet wordt voldaan. Indien dat niet het geval is, kan de vrijstelling worden verleend nadat een hogere grenswaarde is vastgesteld en de bouwplannen aan die grenswaarde voldoen. Plannen mogen niet strijdig zijn met de in het Besluit luchtkwaliteit 2005 genoemde grenswaarden. Indien sprake is van overschrijding van de daggrenswaarde voor fijn stof kan de vrijstelling wel verleend worden, mits de concentratie van de buitenlucht per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft. Voor stankhinder geldt de provinciale handreiking Luchtkwaliteit en Ruimtelijke Ordening, Module Stank, als uitgangspunt. Voor bodemkwaliteit dient te worden uitgegaan van de nota “Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid”. Vrijstelling mag pas worden verleend nadat de verplichte watertoets als bedoeld in het Besluit op de ruimtelijke ordening is uitgevoerd en een positief advies van de waterbeheerder(s) is ontvangen. Speciale aandacht dient daarbij te worden besteed aan de in kernpunt WA1 en WA6 van de streekplanherziening genoemde uitgangspunten.

Bij functiewijziging naar wonen, werken of glas dient te worden voorzien ín voldoende waterbergingsoppervlak. Kempunt WAS uit de streekplanherziening is daarbij uitgangspunt. Afwijking is mogelijk na instemming van de waterbeheerder. Voor gebieden die deel uitmaken van een beschermd stads- en dorpsgezicht (bestaand of in voorbereiding) als bedoeld in de Monumentenwet kan de vrijstelling slechts worden verleend na positief advies van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten. Ontwikkelingen in de op kaart 4 van de nota Regels voor Ruimte aangegeven gebieden moeten in overeenstemming zijn met de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden, zoals aangegeven in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Bij ingrepen in gebieden met verwachte archeologische waarden (zeer grote tot redelijke kans op archeologische sporen volgens de CHS) mag de vrijstelling pas worden verleend nadat verkennend archeologisch onderzoek is uitgevoerd en de daaruit voortvloeiende aanbevelingen zijn opgevolgd. Onderzoek kan achterwege blijven bij ingrepen die geen relatie met de grond hebben, bij projecten met een oppervlakte van minder dan 100 nt” of bij werkzaamheden die niet dieper dan 30 cm onder maaiveld worden uitgevoerd.

Begripsbepelingen Voor de toepassing van deze verklaring hanteren wij verder nog de volgende begrippen: Onder “bouwen” verstaan wij tevens het herbouwen, verbouwen, vernieuwen en uitbreiden. Het na het bouwen conform de toegelaten functie gebruiken van hetgeen gebouwd is valt eveneens onder het bereik van de vrijstelling.

Onder “bestaande bebouwing”, ‘bestaand gebruik” en “bestaande functie”rekenen wij niet alleen de feitelijke situatie, maar tevens de bebouwing, het gebruik en/ofde functie die mogelijk ls ingevolge een geldend bestemmingsplan of afgegeven bouwvergunning of vrijstelling. Onder “tracé” rekenen wij zowel de gronden die nodig zijn voor de aanleg van de infrastructuur of openbaarvervoerverbinding zelf alsook de aanliggende gronden die nodig zijn voor de direct daarmee samenhangende voorzieningen (parkeerplaatsen, carpoolterreinen, haltes, et cetera).

a

Raac 3d. Cesas aast Zoisaee nr. LollO13 eesenaonsenaeee eeesenceass

for

10

Voor Urdel

Angenove Ze

pr sm

AE AR42 OEG1A1. 01

eo

AmendementVoorstel inzake categorieén, waarvoor het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen niet vereistis.

De raad van de Gemeente Nieuwkoopin vergadering bijeen op 3 maart 2011 ter behandeling van raadsbesluit nummer 2011-013 inzake Voorstel inzake categorieén, waarvoor het afgeven van een verklaring van geen bedenkingennietvereistis.

constaterende: e Dat de toepassingen van provinciale regelingen voor; “Ruimte voor ruimte”’, “Landgoederen”, “Vrijkomende agrarische bebouwing”niet als wijzigingsbevoegdheid in bestemmingsplannen zijn opgenomen. overwegende: e

e e

dat deze bevoegdheid een recht van de Raad is:

dat de Raad zelf in de hand wil houden waar en hoe deze regeling zal worden toegepast; dat de deze zaken een vaak langere ontwikkeltijd hebben dan een doorsnee bouwplan;

concluderende: e dat de noodzaak niet aanwezig is om deze 3 puntente delegeren; besluit: De puntene, f,en g uit het besluit te schrappen en gaat over tot de orde van de dag. Ondertekend,

de VVD-fractie

de MPN-fractie

J. Hardenber

J. Aartman

L. Mur a F. Paymans _~

;

D. Kooman — Hoogervorst

Ok

.

fe

SO

P. Schrama-van Kessel J. Tersteeg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=f3737daf-3473-475e-948c-bba8795f063b