Bijlage 1. Oplegger Regionale Omgevingsagenda
Tekst van het document
Oplegger bij de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland voor wensen en bedenkingen vanuit de raden van de gemeenten Holland Rijnland
Inleiding Voor u ligt de Regionale Omgevingsagenda voor Holland Rijnland. Dit document komt voort uit de opdracht van het Algemeen Bestuur d.d. nov. 2019 om de Regionale Agenda voor Holland te gaan uitwerken. Op dat moment is ook de behoefte uitgesproken een Integraal Ruimtelijk Afwegingskader voor Holland Rijnland te gaan opstellen, omdat gesteld werd dat alle ambities ruimtelijke consequenties kennen en dat de hypothese leeft dat die wensen en ambities niet allemaal mogelijk zouden zijn binnen de regio: Nadere keuzes zijn nodig bij de uitwerking ervan. Redeneren vanuit eigen kracht Ook is duidelijk gesteld dat vanuit eigen kracht en identiteit redenerend deze ruimtelijke vertaalslag nuttig zou zijn om te komen tot realisatie van de doelstellingen uit de Regionale Agenda Holland Rijnland. Zowel de stedelijkheid, hoogwaardige bedrijvigheid en verbindingen met andere economieën en de wereld, als het uitstekende vestigingsklimaat in een zeer gewaardeerd divers cultuur- en natuurlandschap zijn hiervoor van belang. En dat maakt ook de troefkaart van deze regio zichtbaar, want deze regio is uniek en veelzijdig in de drukke Randstad. Balans in regio Reuring en rust zijn nu in goede balans in de regio. Tegelijkertijd is deze balans kwetsbaar. Er is enorme druk op de ruimte vanuit de stedelijke gebieden in en om de regio.
Transitieopgaven zullen invloed hebben op zowel de stad (zoals klimaatadaptatie) als op het landschap. De bereikbaarheid, het waterbeheer en energievoorziening lopen nu al tegen de grenzen van het systeem aan. Dat vraagt om een integrale benadering. Momentum Er is op dit moment ook momentum vanwege de activiteiten en plannen vanuit de hogere en andere overheden. Zo worden voor het opstellen van de NOVI agenda voor het Groene Hart de eerste stappen gezet, worden nadere afspraken gemaakt naar aanleiding van het verschijnen van de Landsdelige Omgevingsagenda Zuid West (voor Zuid Holland en Zeeland), en worden middelen vrijgemaakt vanuit het nationale Groeifonds voor o.a. infrastructuur. Ook de Groeiagenda voor Zuid Holland gaat haar (economische) uitwerkingen kennen. Dan is het goed dat de regio haar eigen verhaal opgesteld heeft. Opdracht vanuit Algemeen Bestuur Op verzoek van het Algemeen Bestuur is daarom deze Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland opgesteld. In dit document is beoogd een antwoord te geven op de vraag hoe de druk op de regio kan worden benut om de aantrekkelijkheid van de regio te behouden en versterken. Ruimteclaims en transities brengen uiteraard uitdagingen met zich mee, maar ook nieuwe kansen. Op dit moment bevindt de regio zich op het kruispunt om keuzes te maken die richtinggevend zijn voor de toekomst. Deze keuze zal per onderwerp verschillen.
Omdat de diversiteit aan opgaven groot is, evenals de urgentie voor veel van deze opgaven en de beschik bare middelen niet oneindig zijn, zullen er keuzes gemaakt moeten worden hoe de ruimte in Holland Rijnland wordt ingezet. Wat voor soort regio wil Holland Rijnland zijn en welke stappen zetten we daarbij naar de toekomst? Een Regionale Omgevingsagenda is immers alleen van waarde als hij ook op regionaal draagvlak kan rekenen. 1
Daarbij zal de agenda ook helder moeten maken welke vragen voor samenwerking of ondersteuning er zijn naar andere overheden, zoals de naastgelegen (metropool)regio’s, provincies en het Rijk. Integrale benadering In de kern bespreekt de Regionale Omgevingsagenda hoe op een integrale wijze alle ruimte-vragende functies een plek kunnen krijgen of waar keuzes gemaakt moeten worden. Daarbij gaat het niet alleen om toekomstige woningbouw of locaties voor bedrijvigheid, maar er is daarbij nadrukkelijk integraal gekeken naar de samenhang met, afhankelijkheden en gevolgen op andere thema’s zoals naast wonen en werken, bereikbaarheid, natuur en landschap, energie, klimaat en gezondheid. Want we willen niet alleen wonen in onze mooie regio, maar ook werk vinden, alle gebieden kunnen bereiken, genieten van de diverse landschappen, de stroomvoorzieningen met duurzame bronnen op peil houden, rekening houden met klimaatverandering en dat alles met zo gezond mogelijke inwoners en een prettig leefklimaat voor mens, plant en dier.
Input subregio’s en sectorale strategieën Deze omgevingsagenda staat daarmee niet op zichzelf, maar hangt zeer nauw samen met de andere regionaal strategische documenten die momenteel in ontwikkeling zijn, zoals de Regionale Energie Strategie (RES), de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) en de mogelijk toekomstige Regionale Landschapsstrategie (voor welke we in deze Regionale Omgevingsagenda een lans willen breken). De reeds verschenen subregionale agenda’s (Omgevingsagenda Hart van Holland, Strategische Agenda Rijn en Veenstreek, en Strategische Agenda Ruimte Duin en Bollenstreek) vormen belangrijke bouwstenen voor dit regionale perspectief. Daarbij vragen we ons steeds af, wat er echt regionaal opgepakt zou moeten worden, en wat ook beter op subregionaal of lokaal niveau de beste uitwerking kan krijgen. Deze subregionale agenda’s zijn allen zoveel mogelijk gebruikt en verwerkt in deze Regionale Omgevingsagenda. Ruimtelijke verkenning met Dashboard Verstedelijking en Landschap Daarnaast is er ook gebruik gemaakt van een ruimtelijke verkenning met behulp van het Dashboard Verstedelijking en Landschap; een instrument dat door het College van Rijksadviseurs in samenspraak met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontwikkeld. Dit instrument is in meerdere regio’s met een verstedelijkingsopgave in Nederland toegepast.
In Holland Rijnland verband hebben we ook dankbaar van dit instrument gebruik gemaakt. Deze ruimtelijke verkenning is gebaseerd op de hypothese dat als er nog eens 30.000 extra woningen benodigd zijn binnen deze regio na 2030, volgens welke scenario’s zou dat kunnen, wat levert dat voor dwarsverbanden en onderliggende afhankelijkheden op, en zijn er mate van maatschappelijke meerwaarden of consequenties te benoemen, zoals effecten op modal split of effecten op de energie-infrastructuur of landschap? Op basis van vier extreme scenario’s uitgaande van geconcentreerde als ook verspreide extra woningbouw, zijn argumenten verzameld voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, met samenhangende consequenties, kansen en uitdagingen. Dit heeft geleid tot het benoemen van de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn als een duurzaam concept voor toekomstige ruimtelijk-economische ontwikkeling op de langere termijn in onze regio.
2
Status Regionale Omgevingsagenda Er is gekozen voor de status van een Regionale Omgevingsagenda. Een zelfbindend document ressorterend onder de Omgevingswet, opgebouwd door de 13 gemeenten samen (Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk, Katwijk, Oegstgeest, Leiden, Leiderdorp, Kaag en Braassem, Zoeterwoude, Voorschoten, Nieuwkoop en Alphen aan den Rijn). Waarin de regionale opgaven en keuzes uiteen worden gezet. Dat wil zeggen die opgaves waar de regio aan zet is en waar de regio het optimale schaalniveau is. Locaties of thema’s waar meerdere opgaven, belangen en schaalniveaus bij elkaar komen. Vanuit deze omgevingsagenda kunnen noodzakelijke en urgente activiteiten in regionale omgevingsprogramma’s worden geborgd in de Landsdelige omgevingsagenda als ook provinciaal kader. De inzet is om de Regionale Omgevingsagenda te laten vaststellen op 30 juni 2021 door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. Daarbij is het document voor het moment vastgesteld, maar is door voortschrijdend inzicht bedoeld als een adaptief document dat de komende jaren steeds bijgesteld kan worden. Verstedelijking tot 2030 In deze agenda gaan we uit van een aantal zaken, zoals fasering in de tijd: We willen duidelijk de volgtijdelijkheid naar voren brengen in onze plannen en opgaven.
We respecteren bestaande verstedelijkingsafspraken en zoeken voor de middellange en lange termijn naar aanvullende oplossingen in de regio. Allereerst sluiten we qua ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio aan op landelijk en provinciaal beleid zoals NOVI Groene Hart, bijdragen leveren aan de Groeiagenda Zuid Holland, en uitvoeren van afspraken die zijn gemaakt op het gebied van woningbouw, mobiliteit en economie. Ook de Verstedelijkingsstrategie als leidraad voor toekomstige ontwikkeling omarmen we. En dat betekent ook dat we alle vastgestelde en harde plannen voor nieuwbouw of andersoortige afspraken meenemen als gegeven en dat die niet ter discussie staan. Maar bestaande afspraken (op het gebied van verstedelijking en mobiliteit) zijn niet altijd voldoende om deze verstedelijking op de kortere termijn te kunnen realiseren. As Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn Op langere termijn na 2030 zetten we in op verdere ruimte bieden voor grote verstedelijkingsvraagstukken op de gehele as Katwijk Leiden Alphen aan den Rijn, om aan de ene kant ruimte voor deze vragen te bieden, complementariteit tussen deze kernen te bieden en ondersteunend aan elkaar te laten zijn. Daarmee ontstaat een sterk cluster, een motorblok welke is “opgehangen” aan de nationale noord-zuid en oost-west structuren in de Randstad. Met letterlijk knooppunt Leiden Centraal als draaischijf in de regio.
Daarbij kan intern worden getemporiseerd, om bijvoorbeeld de doorontwikkeling van het daily urban system Katwijk-Leiden-Zoeterwoude eerst vorm te geven, en alvast intern in Alphen aan den Rijn aan de slag te gaan. Vitale en veelkleurige kernen De nadruk voor de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn is een bewuste keuze om de gebieden buiten deze zone zoveel mogelijk te ontzien, en daar geen grootschalige woningbouw te realiseren en daarmee de landelijke kwaliteit van delen van de regio te behouden. Dat betekent niet dat er in de vitale en veelkleurige kernen niks meer kan, maar wel met respect voor het omringende landschap: Landschappelijke verstedelijking, kleinschalig, en passend binnen het karakter van het woon- werk en het landschappelijke klimaat. Zo blijven alle kernen vitaal in Holland Rijnland. Overigens worden alle afspraken die er tot 2030 zijn gemaakt rondom woningbouw in alle gemeenten gerespecteerd.
3
Groen en blauw dichtbij huis Dat betekent vervolgens ook dat natuur, groen en water een plek dichtbij huis dienen te krijgen, ook gezien de klimaatopgaven waarvoor de regio gesteld wil staan. Een gezonde leefomgeving staat in de regio Holland Rijnland hoog in het vaandel. Bereikbaarheid van groene en waterrijke gebieden, zowel klein als groot, in en om de stad, is daarvoor randvoorwaardelijk en is bevorderend voor de gezondheid van onze inwoners. Dit zijn opgaven voor het stedelijk gebied maar ook voor het groenblauwe landschap. Landschapsstrategie En voor het landschap willen we maatwerk bieden, door te willen gaan werken aan een landschapsstrategie. Delen van het landschap zijn beschermd, functioneren prima, en zijn uniek in zijn soort. We denken daarbij aan de kust en de Hollandse Duinen, de Hollandse plassen en de Nieuwkoopse plassen. Het landschap kent echter ook vele transitie opgaven. Voor een deel zal het landschap op dezelfde wijze doorontwikkeld kunnen worden en kan blijven bestaan zoals het is: De boer, hij akkert voort. Maar voor een deel zijn de transitie opgaven zo groot dat wijziging en doorontwikkeling van landschappen onvermijdelijk zijn.
Dit doen we met een strategie voor het landschap, uiteraard samen met de beheerders van het betreffende landschap; Een strategie waarbij de opgaven per landschap duidelijk worden, probleemeigenaarschap wordt onderkend, urgentie en termijn duidelijk worden met de bijbehorende financiële consequenties en strategieën. Nieuwe opgaven Of het landschap nou stedelijk, groen of blauw is, de komende periode zal het landschap verrijkt in worden met (nieuwe) opgaven die op ons afkomen. Een daarvan is de energie opgave die gaat leiden tot ruimteclaims voor de elektriciteits-infrastructuur en de opwek voor duurzame energie met zon en wind. De RES 1.0 biedt daartoe voor de kortere termijn voldoende aanknopingspunten, voor de langere termijn na 2030 is een volgende slag nodig. Richting een uitvoeringsprogramma Daartoe willen we uiteindelijk een integraal uitvoeringsprogramma gaan opstellen na vaststelling van deze Regionale Omgevingsagenda om daarmee uitvoeringslijnen geïntegreerd met ingrediënten uit de RES 1.0 en de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) op te gaan stellen. Daartoe zien we uitvoeringslijnen ontstaan. Uitvoeringslijnen die nodig zijn nadat we de lopende afspraken en plannen hebben uitgevoerd.
Dat zijn lijnen voor het uitwerken van de ontwikkelmogelijkheden van de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn met interne faseringsstrategieën, een Landschapsstrategie als vehikel voor het versterken van de diverse landschappen, het gefaseerd kunnen ontwikkelen van Alphen aan den Rijn als complete stad en als knooppunt met intercitystation, van huidige en toekomstige infrastructuur, in het oostelijk deel van de regio waar de omliggende kernen ook vervolgens weer van gaan profiteren. Speciale aandacht geven we ook aan de Duin- en Bollenstreek gezien de vele ruimteclaims, het karakter van het veelkleurige en kleinschalige landschap, en de ligging nabij grote ontwikkelingen net aan de andere kant van de Ringvaart in de Haarlemmermeer (zoals woningbouw, infrastructuur en Schiphol). Uitvoeren en lobby In dit integrale uitvoeringsprogramma wordt samen met de subregio’s met agenda’s die uit de subregio’s naar voren zijn gekomen, en met gebruikmaking van de lijnen uit o.a. de RES 1.0 en RSM gewerkt aan het concreet maken van de plannen in ingreep, termijn, inzet, en benodigde
4
governance. Daarbij gaan we de uitkomsten van de Bestuursopdracht Wonen later ook toepassen, met nieuwe gegevens over aantallen, typen woningen en woonmilieus. Ook vormt deze een opmaat voor een lobbystrategie voor zowel beleidslijnen, plannen en benodigde investeringen. Deze subregionale agenda’s hebben we zoveel mogelijk verwerkt maar heeft op onderdelen tot discussiepunten geleid die we zoveel mogelijk hebben willen verwerken in de voorliggende Regionale Omgevingsagenda, en die we zeker een plek willen geven in het Integrale Uitvoeringsprogramma. Daarbij is een flinke basis in het document voor Hart van Holland gelegd. Hart van Holland In Hart van Holland is veel aandacht gevraagd voor de onderscheiden potentiegebieden, de economische component van toekomstige ontwikkelingen als ook de waarde van het landschap. Deze punten hebben we zoveel mogelijk meegenomen. We willen de prioritering in potentiegebieden samen met de subregio en individuele gemeenten bepalen. Rijn- en Veenstreek In de Rijn- en Veenstreek is de dubbele doelstelling voor verstedelijking en doorontwikkeling van het landschap integraal overgenomen. De vrees kan bestaan in hoeverre de vitale en veelkleurige kernen kunnen bestaan zonder op slot te gaan, ook in relatie tot de ontwikkeling van Alphen aan den Rijn als complete stad. In de Regionale Omgevingsagenda gaan de kernen geenszins op slot.
Kernen liggen dichtbij de metropoolregio Amsterdam en zeker in de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop is de druk op de woningmarkt ook groot. Een combinatie van woningen bijbouwen voor eigen behoefte, voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling, inbreiden en beperkt landschappelijk verstedelijken langs de randen van de kernen blijft mogelijk. Altijd met inachtneming van het prachtige en veelzijdige landschap dat onze regio rijk is. Met een Noord-zuid verbinding tussen Zoetermeer via Alphen aan den Rijn naar de Metropoolregio Amsterdam en Schiphol hebben we een stip op de horizon gezet, die op termijn gefaseerd ontwikkeld kan gaan worden. Duin- en Bollenstreek In de Duin- en Bollenstreek is met een Strategische agenda ingezet op zoveel mogelijk aansluiten wat reeds goed is en wat verbeterd kan worden. We zien veel beleidsuitgangspunten in deze subregio, maar ook veel kansen en uitdagingen. De balans in oog blijven houden in deze subregio is er een waar we als regio graag in willen bijdragen, met inachtneming van afspraken die zijn gemaakt voor de Hollandse Duinen, de Greenport, en de ambities van bijvoorbeeld de kuuroord status Noordwijk. De ruimte is beperkt, dus ook hier geldt, het komt uit de lengte of uit de breedte, en op zoek naar slimme combinaties. Dat betreft o.a.
ook de benodigde aandacht voor de mobiliteit in de Duin- en Bollenstreek, zowel in het noordelijke deel richting Haarlemmermeer als in het gehele gebied richting A44. Daarbij speelt HOV en infrastructuur voor alle modaliteiten een rol. Uitnodiging tot indienen wensen en bedenkingen Aangezien het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland deze Regionale Omgevingsagenda gaat vaststellen, vragen we uw raden om wensen en bedenkingen vanuit uw gemeenten in te dienen op het voorliggende document. De behandeling van deze Regionale Omgevingsagenda is voorzien op 20 mei 2021 en 3 juni 2021 in uw raad. Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland neemt uw wensen en bedenkingen mee in de besluitvorming die is voorzien op 30 juni 2021. 5