Bijlage 09.J-Advies ODWH Ruimtelijke plannen ingediend d.d. 22-12-2021 opgesteld d.d. 31-08-2020
Tekst van het document
Advies Ruimtelijke Plannen Omgevingsdienst West-Holland Aan: gemeente Nieuwkoop Datum advies: 22 april 2021 Gegevens project Locatie Gemeente Datum adviesverzoek Kenmerk Omgevingsdienst Zaaknummer Omgevingsdienst Strijdigheid met bestemmingsplan
Meijegraslanden te Nieuwkoop Nieuwkoop 31 augustus 2020 D2021-090345 2021-010486 BP Landelijk Gebied Nieuwkoop (3 november 2016), vrijstellingsgrenzen worden overschreden
Algemeen De gemeente Nieuwkoop heeft de Omgevingsdienst West-Holland (hierna Omgevingsdienst) om advies gevraagd over de locatie Meijegraslanden te Nieuwkoop. Hier zullen enkele watergangen worden vergraven. Vanwege de ligging in een gebied met dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ (volgens vigerend bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Nieuwkoop’), en een overschrijding van de vrijstellingsgrenzen (oppervlakte groter dan 10.000 m2 en dieper dan 50 cm -mv), is een archeologisch bureauonderzoek en een veldonderzoek uitgevoerd. In antwoord op eerder advies van de Omgevingsdienst (kenmerk 2019244265, d.d. 11 december 2019) is het rapport van het bureauonderzoek aangepast en is er een archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. Gevraagd is om de volgende documenten te beoordelen: ▪ Archeologisch onderzoek Meijegraslanden te Nieuwkoop. Bureauonderzoek (BO) (Greenhouse Advies, kenmerk GRA-rapport 2019.15, d.d. 26 juni 2020) (hierna bureauonderzoeksrapport). ▪ Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop. Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) (Greenhouse Advies, kenmerk GRA-rapport 2020.19, d.d. 28 augustus 2020) (hierna veldonderzoeksrapport).
Figuur 1 Overzicht van het onderzoeksgebied van het archeologisch bureauonderzoek.
Figuur 2 Overzicht van het onderzoeksgebied van het archeologisch veldonderzoek. Het plangebied valt binnen deelgebied 1 van het bureauonderzoek.
Eerder advies Omgevingsdienst In het eerdere advies van de Omgevingsdienst zijn een aantal opmerkingen gemaakt op het bureauonderzoeksrapport: ▪ Pagina 2: onder bevoegd gezag, staat wie de adviseur is van het bevoegd gezag. Aangezien de genoemde contactpersoon niet meer werkzaam is bij de Omgevingsdienst, is het advies om de gehele tekst onder ‘adviseur bevoegd gezag’ te verwijderen. ▪ Pagina 8: in paragraaf 2.3 ontbreekt informatie over de diepte van de ingrepen en hoe zich die verhouden tot de verwachte diepteligging van eventueel aanwezige archeologische resten. De paragraaf moet hierop worden aangevuld. ▪ Pagina 15, paragraaf 4.1.1: hier wordt verwezen naar de regels die gelden bij de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De Omgevingsdienst merkt op dat de omvang van de ingrepen niet exact bekend is, maar dat het oppervlak van de diverse deelgebieden bij elkaar de 10.000 m2 wel zullen overschrijden. Echter, wanneer het plan alleen maar betrekking heeft op het graven van watergangen, dan is het oppervlak misschien kleiner. Is hier een inschatting voor te maken? ▪ Pagina 20, paragraaf 4.4: hier wordt gesteld dat archeologische resten direct vanaf maaiveldniveau verwacht kunnen worden. Zijn in alle deelgebieden geen ophooglagen te verwachten? ▪ Pagina 21, paragraaf 5.1: aangegeven is dat binnen het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting geldt inzake archeologie.
Geldt dit voor het gehele plangebied (dus alle deelgebieden)? ▪ Pagina 21, paragraaf 5.2, 6e aandachtspunt: hier is aangegeven dat de archeologische verwachting voor de overige veen‐ en komgebieden laag is maar dat toevalsvondsten hier niet uitgesloten kunnen worden. Zijn kleine oeverwalletjes en veraard veen uitgesloten? ▪ Pagina 22, paragraaf 5.3: In deze paragraaf is het advies per deelgebied uitgeschreven. Voor de leesbaarheid adviseert de Omgevingsdienst om de adviezen op een kaart per deelgebied weer te geven. Beoordeling Bureauonderzoeksrapport Bovenstaande opmerkingen zijn op een correcte wijze verwerkt in het aangeleverde bureauonderzoeksrapport. Het rapport kan worden geaccordeerd en het advies om voor het zuidwesten van deelgebied 1 een archeologisch veldonderzoek uit te voeren kan worden overgenomen. Veldonderzoeksrapport Naar aanleiding van het bureauonderzoek is een archeologisch veldonderzoek uitgevoerd ter hoogte van het zuidwesten van deelgebied 1 (figuur 2). Geconcludeerd wordt dat het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw bestaat uit Holocene afzettingen, voornamelijk bestaande uit pakketten rivierklei, welke worden afgewisseld met laagjes (kleiig) veen. Zowel de klei als het veen worden geïnterpreteerd als ongunstig voor oude bewoning waardoor hier een lage archeologische verwachting aan wordt toegekend.
Op basis hiervan wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. De kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten is klein. Conclusie De Omgevingsdienst heeft geen opmerkingen op het bureauonderzoeksrapport en het veldonderzoeksrapport en adviseert om akkoord te gaan met de conclusie dat de voorgenomen ingrepen zonder archeologisch voorbehoud kunnen worden uitgevoerd.