Bijlage 08a.E-Archeologisch onderzoek kleirug ingediend d.d. 22-12-2021 opgesteld d.d. 28-08-2020
Tekst van het document
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop
Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
GRA-rapport 2020.19
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Colofon Titel
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Projectcode Versie Datum Auteur
EEL01118 Concept, 0.1 28-08-2020 M. Osinga (Senior KNA Prospector), M. Reinders (KNA Archeoloog BSc) & P. Fijma (Senior KNA Prospector)
Opdrachtgever
Ingenieursburo Eelerwoude Postbus 53 7470 AB Goor
Uitvoerder
Telefoon Email Website Projectgegevens ISSN Zaak-ID Bevoegd gezag
Rapport beoordeeld door BG Beheer en plaats documentatie (gedurende onderzoek) Transito-depot Onderzoekslocatie Toponiem Plaats Gemeente Kadastrale aanduiding Centrumcoördinaten Oppervlakte Controle Paraaf goedkeuring
Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 archeologie@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl 2468-8258 4878789100 Gemeente Nieuwkoop dhr. E.J. Haselhoff M: e.haselhoff@nieuwkoop.nl nog niet Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen Wanraaij 31B 6673 DM Andelst
Adviseur bevoegd gezag Omgevingsdienst West-Holland dhr. B. van der Burg T: 071 4083439 M: B.vanderBurg@odwh.nl
Meijegraslanden Nieuwkoopse Plassen Nieuwkoop NKP01.E.00967, NKP01.E.00964 en NKP01.E.00955 X = 111.980 / Y = 458.390 Ca. 5.500 m² P. Fijma (Senior KNA Prospector)
BRL-protocol ☐ 4003 Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) ☐ 4003 Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) - variant archeologische begeleiding ☒ 4003 Verkennend en Karterend booronderzoek (IVO-O) ☐ 4004 Opgraven landbodems ☐ 4004 Opgraven landbodems - variant archeologische begeleiding
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 2 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 4
1.1
Aanleiding .......................................................................................................................................... 4
1.2
Doelstelling en onderzoeksvragen .................................................................................................... 5
1.3
Werkwijze en leeswijzer ..................................................................................................................... 5
2
Beschrijving plangebied ..................................................................................................................... 6
2.1
Plangebied en onderzoeksgebied ..................................................................................................... 6
2.2
Huidige situatie .................................................................................................................................. 6
2.3
Toekomstig gebruik ........................................................................................................................... 7
3
Samenvatting bureauonderzoek ........................................................................................................ 8
3.1
Landschap ......................................................................................................................................... 8
3.2
Archeologie en historie ...................................................................................................................... 8
3.3
Archeologische verwachting .............................................................................................................. 8
4
Inventariserend veldonderzoek.......................................................................................................... 9
4.1
Werkwijze........................................................................................................................................... 9
4.2
Bodemopbouw ................................................................................................................................... 9
4.3
Reliëf ................................................................................................................................................ 10
4.4
Archeologie ...................................................................................................................................... 10
5
Evaluatie en advies .......................................................................................................................... 11
5.1
Conclusie en samenvatting.............................................................................................................. 11
5.2
Beantwoording onderzoeksvragen .................................................................................................. 11
5.3
Advies .............................................................................................................................................. 12
Literatuur .......................................................................................................................................................... 13
Bijlagen Bijlage 1: Overzicht archeologische perioden Bijlage 2: Locatie boringen Bijlage 3: Boorstaten
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 3 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
In opdracht van Ingenieursburo Eelerwoude is door Greenhouse Advies B.V. voorliggend archeologisch onderzoek opgesteld voor het plangebied kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop. Het onderzoek heeft bestaan uit een inventariserend veldonderzoek. Aanleiding voor het onderzoek is de geplande natuurontwikkeling, waarbij ter plaatse van het plangebied een kleirug wordt afgegraven. Deze ligt deels binnen een zone met een (middel)hoge archeologische verwachting en gedeeltelijk overschrijdt de diepte van de graafwerkzaamheden de vrijstellingsgrens van 50 cm. Bij de voorgenomen bodemingrepen kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord of vernietigd. Conform het reeds uitgevoerde bureauonderzoek1 dient een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd te worden om de gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Het plangebied is weergegeven op Afbeelding 1.1. Het onderzoek is uitgevoerd conform het opgestelde Plan van Aanpak (PvA) d.d. 3 augustus 2020.2
Afbeelding 1.1: Luchtfoto van het plangebied kleirug Meijegraslanden (bron: PDOK).
1 2
Hogervorst & Osinga 2020. Osinga 2020. Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 4 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
1.2
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het onderzoek is het toetsten van de archeologisch verwachting zoals die gebleken is uit het reeds uitgevoerde bureauonderzoek. Het resultaat is een standaardrapport op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van (eventueel) vervolgonderzoek en de vorm daarvan. Om deze doelstelling te kunnen realiseren, dienen conform het PvA2 de volgende vragen te worden beantwoord: 1 Wat is de (natuurlijke) bodemopbouw van het plangebied? 2 In hoeverre is er sprake van antropogene lagen in het plangebied? 3 Is binnen het plangebied sprake van verstoringen? Zo ja, wat is de aard en omvang hiervan? 4 Wat is de aard en omvang van archeologische resten die tijdens het veldonderzoek zijn aangetroffen?
1.3
Werkwijze en leeswijzer
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Op basis van de archeologisch verwachting, die is voortgekomen uit het reeds uitgevoerde bureauonderzoek, heeft toetsing in het veld plaatsgevonden. Het rapport is opgebouwd uit de hieronder genoemde hoofdstukken: Hoofdstuk 2: Beschrijving plangebied Hoofdstuk 3: Samenvatting bureauonderzoek Hoofdstuk 4: Inventariserend veldonderzoek Hoofdstuk 5: Evaluatie en advies Voor de in dit rapport gebruikte archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 1. Alle kaarten in de rapportage zijn noordgericht tenzij anders aangegeven.
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 5 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
2 Beschrijving plangebied 2.1
Plangebied en onderzoeksgebied
De begrenzing van het onderzoeksgebied komt overeen met de begrenzing van het plangebied zoals weergegeven op Afbeelding 1.1 en Afbeelding 2.1. Het plangebied maakt deel uit van een omvangrijkere ontwikkeling, waarbij vooralsnog verder geen nader archeologisch onderzoek dient plaats te vinden, omdat er geen (nog) geen werkzaamheden zijn gepland of de verwachtingswaarde laag is op basis van het bureauonderzoek. Onderhavig onderzoek richt zicht derhalve uitsluitend op het deel van de te ontgraven kleirug waarbij graafwerkzaamheden dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld.
Afbeelding 2.1: Topografische kaart van het plangebied (bron: opentopo).
2.2
Huidige situatie
Het plangebied ligt in het zuidelijke deel van de zone die in het bureauonderzoek als deelgebied A is aangemerkt. Het betreft enkele (zeer vochtige) graslanden op enige afstand ten westen van de Meije.
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 6 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Afbeelding 2.2: Huidige situatie gezien richting het noorden. (Foto: Greenhouse Advies)
2.3
Toekomstig gebruik
Het plangebied wordt omgevormd van landbouwgebied tot natuurterrein. De kleirug ter plaatse van het plangebied wordt afgegraven ten behoeve van grondwinning voor de aan te leggen peilscheidingen elders in de ontwikkeling. Het maaiveld in het plangebied zal op het niveau van 2,10 m -NAP worden aangelegd.
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 7 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
3 Samenvatting bureauonderzoek Voor het plangebied is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.1 De resultaten hiervan worden in de navolgende paragrafen beknopt weergegeven.
3.1
Landschap
Pleistocene afzettingen bevinden zich vermoedelijk op een diepte van meer dan 10 m, of zijn geërodeerd door fluviatiele processen. Vanaf het begin van het Holoceen ontstonden in eerste instantie gunstige condities voor veenvorming in een relatief warm en vochtig klimaat. Door de snelle zeespiegelstijging in het begin van het Holoceen ontstonden nabij de monding van de toenmalige grote rivieren getijdebekkens, waarbij vermoedelijk een deel van de Pleistocene afzettingen in het achterland geërodeerd werd. Naarmate de zeespiegelstijging afnam, werden deze bekkens opgevuld met sediment. Ter plaatse van het plangebied bestaat dit uit een kleipakket. Vanaf het Midden Neolithicum ontwikkelde zich een meanderend veenstroompje, die behoort tot de siltige en zandige stroomgordel van de Meije. Deze perimariene getijdekreek is door stuwing vanuit de Oude Rijn ontstaan, waarbij de oevers met klei opgeslibd werden tijdens periodieke overstromingen. Hierdoor werden deze oevers goed geschikt voor bewoning, in tegenstelling tot het omringende drassige veengebied. De sedimentaire activiteit kwam in de Romeinse Tijd ten einde.
3.2
Archeologie en historie
Binnen het plan- en onderzoeksgebied zijn voor zover bekend geen terreinen van archeologische waarde aanwezig. Er liggen geen vondstlocaties binnen het plangebied zelf. In de directe omgeving van het plangebied, is evenmin sprake van vondstlocaties. Elders zijn op de oevers van de Meije bewoningsresten vanaf de Vroege Middeleeuwen gevonden, maar op de hooggelegen oeverwallen van dit riviertje, en die van de inmiddels verlande zijtakken die tot de stroomgordel behoorden, kan al eerder sprake zijn geweest van bewoning.
3.3
Archeologische verwachting
Het bureauonderzoek geeft de volgende gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied: "Op basis van de geomorfologische en bodemkundige gegevens en onderzoek in vergelijkbare geologische condities in de omgeving, kan worden gesteld dat […] boven de Meije stroomgordel een middelhoge tot hoge verwachting geldt vanaf het Midden Neolithicum. In de vroegste perioden zou het gaan om eventuele resten van verspreide begraving, bewoning en landgebruik op of nabij de oude stroomruggen, aangezien de rest van het landschap te nat zal zijn geweest voor permanente vestiging. Hiervoor geldt een middelhoge archeologische verwachting, maar voor de periode vanaf de Romeinse Tijd geldt een hoge verwachting, gezien de nabijheid van de Limes langs de Oude Rijn. Archeologische resten vanaf deze periode kunnen bestaan uit nederzettingsresten en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals aardewerk, bouwkeramiek en glas. Ook voor de periode van dorpsvorming vanaf de Late Middeleeuwen geldt gezien de nabijheid van historische bebouwing, waaronder de oude ridder-hofstad de Meijehoeve, een hoge archeologische verwachting. Resten vanaf de Middeleeuwen kunnen onder meer bestaan uit funderingsresten, beerputten en ophogingspakketten op en grenzend aan de oeverafzettingen van de Meije. Binnen het plangebied zullen zich ook resten uit de Nieuwe Tijd bevinden […]."
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 8 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
4 Inventariserend veldonderzoek Het inventariserend veldonderzoek heeft bestaan uit een verkennend en karterend booronderzoek. De toegepaste onderzoeksmethode voor het veldwerk is gebaseerd op de resultaten van het reeds uitgevoerde bureauonderzoek3, KNA protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems) 4 en de KNA-Leidraad IVO Karterend Booronderzoek versie 2.05. Greenhouse Advies beschikt over een certificaat voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld waarin onderzoeksopzet en veiligheidsaspecten aan de orde komen.2
4.1
Werkwijze
Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een boorplan opgesteld. De boringen zijn daarbij regelmatig verdeeld over het terrein. Er is geboord met een dichtheid van twintig boringen per hectare. In totaal zijn elf boringen uitgevoerd. Het booronderzoek is uitgevoerd op 14 augustus 2020 door een senior KNA prospector, geassisteerd door een bodemkundig karteerder. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 8 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot een maximale diepte van 3 m beneden maaiveld. De locaties van de uitgevoerde boringen zijn ingemeten met behulp van GPS. Van alle boorlocaties is de hoogte van het maaiveld bepaald aan de hand van het AHN3.6,7 De opgeboorde grond is beoordeeld op bodemopbouw en mate van eventuele bodemverstoring om daarmee de archeologische potentie van de ondergrond van het plangebied in kaart te brengen. Verder is het opgeboorde materiaal onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren en is gekeken naar bodemverkleuringen die zouden kunnen wijzen op mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen. Relevante lagen zijn gezeefd op een 4 mm zeef of afgesneden. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) versie 5.2.8 Een kaart met de locaties van de uitgevoerde boringen is opgenomen in Bijlage 2: Locatie boringen. De bijbehorende boorstaten zijn weergegeven in Bijlage 3: Boorstaten.
4.2
Bodemopbouw
De bodemopbouw in het plangebied is overwegend gelijk en bestaat uitsluitend uit Holocene afzettingen. Aangetroffen zijn voornamelijk pakketten klei. Deze bestaat afwisselend uit zwak zandig tot sterk siltige klei. In de bovenlagen van alle boringen (vanaf 0 tot 40 – 120 cm-mv) komen sporen en resten van aardewerk en glas voor (besproken in § 4.3). Deze lagen zijn zandig. Inmenging van zand in de klei komt overwegend voor tot 60 – 70 cm beneden maaiveld, met uitzonderingen tot 115, 120 en 220 cm beneden maaiveld. De onderliggende klei wordt afgewisseld met veenlaagjes (hierna besproken), waarna weer klei voorkomt. De pakketten klei onder het veen zijn uitsluitend sterk siltig, humeus en bevatten geen zand. Hier zijn geen archeologische indicatoren in aangetroffen. De combinatie van het veen en de humeuze klei doen vermoeden dat het gebied lange tijd nat en dus ongeschikt voor bewoning is geweest. De dunne veenlagen zijn zowel in horizontale als verticale zin onregelmatig verspreid. Het veen is (zwak tot sterk) kleiig, donkerbruin van kleur en bevat resten hout. Deze laagjes zijn circa 25 – 55 cm dik. Een uitzondering vormt boring 3 waar de veenlaag vanaf 80 cm tot minstens 200 cm beneden maaiveld reikt. Mogelijk wijzen de zandige bovenlagen op oeverwalafzettingen die in de regel gunstig zijn geweest voor bewoning.
Zowel de klei als het veen hieronder wijzen op een ‘natte omgeving’ en dus als ongunstig voor oude bewoning waardoor hier een lage archeologische verwachting aan wordt toegekend.
3
Hogervorst & Osinga 2020. SIKB 2018. 5 Tol et al. 2012. 6 Gezien het open karakter van het terrein (geringe kans op afwijkingen op het AHN3) wordt nmeting in het veld niet noodzakelijk geacht. 7 Het AHN geeft de gemiddelde hoogte van het maaiveld weer met een nauwkeurigheid van 50 bij 50 cm per gridcel in horizontale zin en een afwijking van maximaal 10 cm in verticale zin (+/- 5 cm standaardafwijking en +/- 5 cm systematische afwijking). 8 Bosch 2008. 4
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 9 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Het kleiige veen en de (niet-zandige) klei eronder worden geïnterpreteerd als (restanten van) Holocene rivierafzettingen van de Oude Rijn en de Meije. De bovenlaag van zandige klei met resten aardewerk en glas worden geïnterpreteerd als opgebrachte grond (zie § 4.4).
4.3
Reliëf
Het plangebied ligt langs de noordelijke oeverwal van de Meije. Dit zijn relatief hogere delen in het landschap. De oeverwal ligt ter plaatse van het plangebied op circa 1,3 meter –NAP, terwijl het omringende poldergebied op 1,9 meter –NAP ligt. De hoogste delen van de rug lijken in het zuidoostelijk deel van het plangebied te liggen, het dichtst langs de Meije.
4.4
Archeologie
Er zijn tijdens het veldonderzoek in alle boringen archeologische indicatoren waargenomen in de vorm van spikkels/fragmenten aardewerk, houtskool en glas. Deze kunnen niet nader worden gedateerd dan de Nieuwe Tijd, soms specifiek de 18de en/of 19de eeuw of recenter. Deze sporen komen uitsluitend voor in de bovenste zandige kleilagen, boven het veen, tot een maximale diepte van 120 cm beneden maaiveld. Geen van de vondsten zijn verzameld. De inmenging van zand en de vondsten doen vermoeden dat het hier gaat om ophoging c.q. aanvulling van elders. De (sub)recente datering van het materiaal wijst niet op oeverwalafzettingen. Mogelijk is hier een link met de ten zuiden van het plangebied gelegen ridder-hofstad de Meije-hoeve. Dit zou dan, gezien de datering van het vondstmateriaal, van de recentere opvolger van de oorspronkelijk Middeleeuwse burcht moeten zijn.
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 10 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
5 Evaluatie en advies 5.1
Conclusie en samenvatting
In opdracht van Ingenieursburo Eelerwoude is door Greenhouse Advies B.V. voorliggend archeologisch onderzoek opgesteld voor het plangebied kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop. Het onderzoek heeft bestaan uit een inventariserend veldonderzoek. Aanleiding voor het onderzoek is de geplande natuurontwikkeling, waarbij ter plaatse van het plangebied een kleirug wordt afgegraven. Deze ligt deels binnen een zone met een (middel)hoge archeologische verwachting en gedeeltelijk overschrijdt de diepte van de graafwerkzaamheden de vrijstellingsgrens van 50 cm. Het plangebied en de directe omgeving bestaan uit afzettingen die behoren tot de stroomgordel van de Meije. Op basis van het reeds uitgevoerde bureauonderzoek geldt voor het plangebied een (middel)hoge verwachting vanaf het Midden Neolithicum. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw bestaat uit Holocene afzettingen, voornamelijk bestaande uit pakketten rivierklei. Deze worden afgewisseld met laagjes (kleiig) veen. Mogelijk wijzen de zandige bovenlagen op oeverwalafzettingen die in de regel gunstig zijn geweest voor bewoning. Zowel de klei als het veen worden geïnterpreteerd als ongunstig voor oude bewoning waardoor hier een lage archeologische verwachting aan wordt toegekend.
In alle boringen komen archeologische indicatoren voor in de vorm van (sub)recente resten aardewerk en glas, uitsluitend voor in de bovenste zandige kleilagen tot een maximale diepte van 120 cm beneden maaiveld. De (sub)recente datering van het materiaal wijst niet op oeverwalafzettingen.
5.2
Beantwoording onderzoeksvragen
Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: 1
Wat is de natuurlijke bodemopbouw van het plangebied?
De bodemopbouw bestaat uit Holocene afzettingen, voornamelijk bestaande uit pakketten rivierklei. Deze worden afgewisseld met laagjes (kleiig) veen. Mogelijk wijzen de zandige bovenlagen op oeverwalafzettingen die in de regel gunstig zijn geweest voor bewoning. De (sub)recente datering van het materiaal wijst niet op oeverwalafzettingen. Zowel de klei als het veen hieronder wijzen op een ‘natte omgeving’ en dus als ongunstig voor oude bewoning waardoor hier een lage archeologische verwachting aan wordt toegekend. 2
In hoeverre is er sprake van antropogene lagen in het plangebied?
In alle boringen zijn (sub)moderne archeologische indicatoren waargenomen in de bovenste zandige kleilagen, boven het veen, tot een maximale diepte van 120 cm beneden maaiveld. Deze laag wordt geïnterpreteerd als ophoging en dus niet als oeverwalafzettingen. 3
Is binnen het plangebied sprake van verstoringen? Zo ja, wat is de aard en omvang hiervan?
Het plangebied lijkt nagenoeg onverstoord. 4
Wat is de aard en omvang van archeologische resten die tijdens het veldonderzoek zijn aangetroffen?
In alle boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen in de vorm van fragmenten aardewerk en glas. Deze worden gedateerd in de 18de en/of 19de eeuw tot heden. Deze sporen komen uitsluitend voor in de bovenste zandige kleilagen tot een maximale diepte van 120 cm beneden maaiveld. Dit wordt geïnterpreteerd als een ophogingslaag.
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 11 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
5.3
Advies
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten wordt klein geacht. De voorgenomen ingrepen kunnen ons inziens zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. Procedure Bovenstaand advies dient ter beoordeling voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag, de gemeente Nieuwkoop. Het bevoegd gezag beslist over de aard en invulling van eventueel vervolgonderzoek. In afwachting van dat selectiebesluit kan men nog niet starten met de bodemverstorende activiteiten.
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 12 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Literatuur Bosch, J..H.A., 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1; Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Deltares, Utrecht. Centraal College van Deskundigen, 2018. BRL SIKB 4000 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda. Hogervorst, M., M. Osinga, 2020. Archeologisch onderzoek Meijegraslanden te Nieuwkoop; Bureauonderzoek (BO); GRA-rapport 2019.15. Greenhouse Advies bv, Huissen. Osinga, M., 2020. Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop; Plan van Aanpak ten behoeve van Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Greenhouse Advies bv, Huissen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek, versie 2.0. SIKB, Gouda.
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Pagina 13 van 13
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Bijlage 1: Overzicht archeologische perioden (deel-/sub)Periode Nieuwe Tijd
Afkorting
Alternatieve naam
Begin
Eind
Nieuwe Tijd C Nieuwe Tijd B
NTC NTB
Late Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd
1850 n.Chr. 1650 n.Chr.
heden 1850 n.Chr.
Nieuwe Tijd A Middeleeuwen
NTA
Vroege Nieuwe Tijd
1500 n.Chr.
1650 n.Chr.
Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A
LMEB LMEA
Late Middeleeuwen Volle Middeleeuwen
1250 n.Chr. 1050 n.Chr.
1500 n.Chr. 1250 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen D VMED Vroege Middeleeuwen C VMEC
Ottoonse Tijd Karolingische Tijd
900 n.Chr. 725 n.Chr.
1050 n.Chr. 900 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen B VMEB Vroege Middeleeuwen A VMEA Romeinse Tijd
Merovingische Tijd Merovingische Tijd
525 n.Chr. 450 n.Chr.
725 n.Chr. 525 n.Chr.
Laat-Romeinse Tijd B
ROMLB
350 n.Chr.
450 n.Chr.
Laat-Romeinse Tijd A ROMLA Midden-Romeinse Tijd B ROMMB
270 n.Chr. 150 n.Chr.
350 n.Chr. 270 n.Chr.
Midden-Romeinse Tijd A ROMMA Vroeg-Romeinse Tijd B ROMVB
70 n.Chr. 25 n.Chr.
150 n.Chr. 70 n.Chr.
Vroeg-Romeinse Tijd A IJzertijd
ROMVA
12 v.Chr.
25 n.Chr.
Late IJzertijd Midden-IJzertijd
IJZL IJZM
250 v.Chr. 500 v.Chr.
12 v.Chr. 250 v.Chr.
Vroege IJzertijd Bronstijd
IJZV
800 v.Chr.
500 v.Chr.
Late Bronstijd Midden-Bronstijd B
BRONSL BRONSMB
1100 v.Chr. 1500 v.Chr.
800 v.Chr. 1100 v.Chr.
Midden-Bronstijd A Vroege Bronstijd Neolithicum
BRONSMA BRONSV
1800 v.Chr. 2000 v.Chr.
1500 v.Chr. 1800 v.Chr.
Laat-Neolithicum B
NEOLB
2450 v.Chr.
2000 v.Chr.
Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B
NEOLA NEOMB
2850 v.Chr. 3400 v.Chr.
2450 v.Chr. 2850 v.Chr.
Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B
NEOMA NEOVB
4200 v.Chr. 4900 v.Chr.
3400 v.Chr. 4200 v.Chr.
Vroeg-Neolithicum A Mesolithicum
NEOVA
5300 v.Chr.
4900 v.Chr.
Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum
MESOL MESOM
6450 v.Chr. 7100 v.Chr.
4900 v.Chr. 6450 v.Chr.
Vroeg-Mesolithicum Paleolithicum
MESOV
8800 v.Chr.
7100 v.Chr.
Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A
PALEOLB PALEOLA
18.000 BP 35.000 BP
8.800 v.Chr. 18.000 BP
Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
PALEOM PALEOV
300.000 BP -
35.000 BP 300.000 BP
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Bijlage 2: Locatie boringen
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)
Bijlage 3: Boorstaten
Projectcode: EEL01118 Versie: Concept, 0.1
Projectnaam: Meijegraslanden Nieuwkoop Projectcode: EEL01118
Boring
1
Boring 0
0
2
Boring 0
0 Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, zwak roesthoudend, neutraalbruin
50
3 0
0 Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, sporen gravel, neutraalbruin
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, sporen houtskool, neutraalbruin 50
-70
-65
-70
Klei, sterk siltig, matig humeus, resten hout, donker grijsbruin 100
Veen, sterk kleiïg, donkerbruin -100
100 Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalcreme, Ongeroerd 150
Klei, sterk siltig, matig humeus, neutraal bruingrijs Veen, sterk kleiïg, resten hout, donkerbruin
100 Klei, sterk siltig, matig humeus, resten hout, neutraal grijsbruin
-110
150
-80
-115
Veen, zwak kleiïg, zwak houthoudend, donkerbruin 150
-160
Klei, sterk siltig, zwak humeus, resten hout, neutraalgrijs 200
-200
200
-200
200
-220
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin -245
250
Klei, sterk siltig, matig humeus, laagjes planten
-300
300
Boring
4
Boring 0
0
5
Boring 0
0 Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, neutraal grijsbruin
50
-50
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, resten aardewerk, neutraalbruin
50 Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, neutraal bruingrijs
Klei, sterk siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, donker grijsbruin Veen, donkerbruin
100
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, resten aardewerk, neutraal grijsbruin
-70 -85
6
0
-80
Veen, zwak kleiïg 100
100
-110
Klei, sterk siltig, sterk humeus, zwak houthoudend -150
150
-120
-150
150 Klei, sterk siltig, zwak humeus, neutraalgrijs, Ongeroerd
-200
200
Boring 0
Boring 0
Klei, sterk siltig, zwak humeus, neutraalgrijs 150
Klei, sterk siltig, zwak humeus, neutraalgrijs
-200
200
7
-120
Klei, sterk siltig, matig humeus, neutraal grijsbruin
0
8
Boring 0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, neutraalbruin
-200
200
0
9 0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, neutraalbruin
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, neutraal grijsbruin -40
50
50 -70
-70
Veen, sterk kleiïg, donkerbruin 100
-100
-125
Klei, sterk siltig, sterk humeus, matig roesthoudend, donkerbruin 100
Klei, sterk siltig, resten roest, neutraal bruingrijs, Ongeroerd
-80
Klei, zwak zandig, zwak humeus, resten aardewerk, sporen houtskool, neutraal bruingrijs
100 -115
-120
Klei, matig siltig, matig humeus, donkerbruin
Klei, matig siltig, sterk humeus, donkerbruin
Klei, sterk siltig, resten hout, neutraalgrijs 150
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraal bruingrijs
50
150
-145
150
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
-160
Klei, matig siltig, matig humeus, neutraal bruingrijs 200
-200
200
-200
200
-200
Schaal1: 40 Pagina1 van 2
Projectnaam: Meijegraslanden Nieuwkoop Projectcode: EEL01118
Boring 0
10
Boring
0
0
11 0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen glas, resten aardewerk, neutraalbruin
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, neutraalbruin
-40
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, neutraalbruin
50
50
-50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin
-70
Klei, sterk siltig, zwak humeus, neutraalgrijs 100
-80
Veen, sterk kleiïg, brokken hout, donkerbruin
100
-130
150
Klei, sterk siltig, zwak humeus, neutraalgrijs
150 -160
Klei, sterk siltig, zwak humeus, neutraalgrijs 200
-200
200
-200
Schaal1: 40 Pagina2 van 2