Bijlage 07 Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie Meijegraslanden
Opdrachtgever:
Natuurmonumenten Stationsplein 1 3818 LE Amersfoort Vul postcode en plaats in
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:
9020 17-2-2022 CP BP MvA Definitief 1
© 2021 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave 1
Inleiding....................................................................................................................................................... 4
1.1
Aanleiding ............................................................................................................................................... 4
2
Wettelijk kader............................................................................................................................................ 5
3
Locatie en kenmerken van het project ....................................................................................................... 7
3.1
Locatie van het project ........................................................................................................................... 7
3.2
Kenmerken van het project .................................................................................................................... 8
4
Beoordeling kenmerken van het potentiële effect ................................................................................... 10
4.1
Archeologie ........................................................................................................................................... 10
4.2
Bodem .................................................................................................................................................. 13
4.3
Cultuurhistorie ...................................................................................................................................... 15
4.4
Natuur en emissie ................................................................................................................................. 16
4.5
Water .................................................................................................................................................... 19
4.6
Geluid ................................................................................................................................................... 22
4.7
Lucht ..................................................................................................................................................... 22
4.8
Cumulatie ............................................................................................................................................. 22
5
Conclusie ................................................................................................................................................... 24
Bijlagen/literatuurlijst ............................................................................................................................................ 26 Kadastraal eigendom ............................................................................................................................................. 27
Meijegraslanden | Eelerwoude | 3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding In en rondom de Nieuwkoopse plassen worden natuurherstelmaatregelen getroffen om de natuurpotentie van het natuurgebied te optimaliseren en invulling te geven aan de Natura 2000 doelen. In het gebied wordt meer ruimte gegeven aan veenweidenatuur waardoor het ook robuuster wordt. Zeldzame soorten zoals de roerdomp en brede orchis krijgen meer kans. In de afgelopen jaren is er intensief met direct betrokkenen uit de omgeving gesproken. Wensen van bewoners en agrarische ondernemers zijn waar mogelijk verwerkt in het ontwerp. Er zijn drie gebiedsstichtingen actief in de Meije, te weten Stichting Werkgroep Meijebelangen, Stichting Buurtcomité Stichtse Meije en Stichting Behoud Meijegraslanden. Het intensieve proces heeft ertoe geleid dat het voorgestelde inrichtingsplan in maart 2021 door de stuurgroep Veenweiden Gouwe Wiericke unaniem is vastgesteld. Dit besluit is een uitwerking van onder andere het Natura 2000 beheerplan (2015). Ten grondslag aan het inrichtingsplan ligt een breed gedragen akkoord tussen belanghebbenden (provincie Zuid-Holland, gebruikers van de gronden, drie belangenstichtingen uit het gebied en Natuurmonumenten). In het akkoord zijn de afspraken vastgelegd over de veenweidennatuur in de Meijegraslanden. Dit akkoord is onderdeel van het programma Veenweiden Gouwe Wiericke, het gebied rond de Nieuwkoopse en Reeuwijkse Plassen.
Om de kwaliteiten van het gebied te behouden en te verbeteren wordt er intensief samengewerkt tussen gemeente Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Nieuwkoop en eerder ook Waddinxveen, hoogheemraadschappen van Rijnland en de Stichtse Rijnlanden en de provincie Zuid-Holland en waterschappen. In een Stuurgroep zorgen zij voor het versterken van landbouw, natuur en recreatie. In opdracht van de Stuurgroep heeft Natuurmonumenten het akkoord uit 2015 uitgewerkt tot een inrichtingsplan. De voorgenomen ontwikkeling wordt deels planologisch mogelijk gemaakt met een omgevingsvergunning, in afwijking van het bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo). Ten behoeve van de activiteiten die plaats vinden in het kader van de natuurontwikkeling Meijegraslanden is onderhavige m.e.r. beoordelingsnotitie opgesteld. Daarmee kan bevoegd gezag besluiten of de activiteiten m.e.r.-plichtig zijn.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 4
2 Wettelijk kader Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling), van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat voor de ontgrondingswerkzaamheden een vormvrije m.e.r.beoordeling opgesteld dient te worden. En als de conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat er geen uitgebreide MER nodig is, dan dient Gedeputeerde Staten hierop een besluit nemen. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst beoordeeld moet worden of er een m.e.r. gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. 2.
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • • •
de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.
Relatie met de ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling in het kader van de Natura 2000 beheerplan voorziet in circa 21.470 m3 grondverzet over een oppervlakte van 10,1 hectare ten behoeve van soorten zoals roerdomp en brede orchis. Het gehele plangebied voor de Meijegraslanden beslaat een oppervlakte van 115,7 hectare. Alle grond wordt ter plaatse verwerkt, er vindt daardoor geen afvoer van grond plaats. Ontgrondingen zijn op grond van onderdeel D, onder 16.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. formeel m.e.r.beoordelingsplichtig indien de ontgronding de bij dit onderdeel aangegeven drempelwaarde van 12,5 hectare overschrijdt. Zoals aangeven blijft de ontgronding met een oppervlak van circa 10,1 ha hectare onder de genoemde drempelwaarde en is daarom formeel niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Daarnaast is er sprake van een activiteit op grond van onderdeel D, onder 9, ‘een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan’ daar er sprake is van een functiewijziging van gronden. Het gehele plangebied bevat 115,7 hectare waarbij voor ca. 22 hectare gronden in afwijking op het bestemmingsplan
Meijegraslanden | Eelerwoude | 5
worden gebruikt. Daarmee wordt ruim onder de drempelwaarde gebleven van 125 hectare die te vinden is in kolom 2. Omdat ook onder de drempelwaarde belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Aanmeldnotitie Voor de activiteit D16.1 (ontgronden) moet de notitie worden ingediend bij het bevoegd gezag (provincie ZuidHolland), gemandateerd aan Omgevingsdienst Haaglanden omdat het een ontgronding betreft in de zin van de Ontgrondingenwet. De provincie zal daarom een m.e.r.-beoordelingsbesluit moeten nemen ten behoeve van de ontgrondingsvergunning. Daarnaast is er ook sprake van activiteit D9 (landinrichtingsproject) die planologisch mogelijk wordt gemaakt met een omgevingsvergunning, in afwijking van het bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo), hiervoor is gemeente Nieuwkoop (gemandateerd aan Omgevingsdienst West-Holland) bevoegd gezag. Voorliggende aanmeldnotitie is als bijlage bijgevoegd bij de ruimtelijke onderbouwing in dit traject. Ook hier dient een m.e.r.-beoordelingsbesluit voor te worden genomen. Deze aanmeldingsnotitie is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voorwaarden.
De aanmeldingsnotitie moet in ieder geval informatie bevatten over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit, conform bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn[1]. Binnen zes weken nadat de initiatiefnemer deze informatie heeft verstrekt, moet het bevoegd gezag beslissen of een MER moet worden opgesteld. Deze notitie kan worden gezien als een aanmeldnotitie op grond waarvan het bevoegd gezag kan besluiten.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 6
3 Locatie en kenmerken van het project 3.1 Locatie van het project 3.1.1 Ligging en begrenzing plangebied Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de gevoelige gebieden. In de noordoostelijke kop van Zuid-Holland liggen de Nieuwkoopse plassen. Tussen de steden Mijdrecht, Woerden, Bodegraven en Alphen aan de Rijn. Direct onder de Nieuwkoopse plassen, tot aan het veenriviertje de Meije, liggen de Meijegraslanden. Het plangebied waar de werkzaamheden plaatsvinden is volledig gelegen in gemeente Nieuwkoop, de Meije is de grens met de gemeente Bodegraven. Hiernavolgend figuur geeft de ligging van de Meijegraslanden weer ten opzichte van de omgeving.
Figuur 1: Overzichtskaart werkzaamheden
De deelgebieden zijn gelegen in verschillende kadastrale percelen. In bijlage 1 is de volledige lijst met kadastrale percelen inclusief eigendomsverhouding opgenomen. De technische inrichtingstekeningen in bijlage 2 zijn ook voorzien van kadastrale perceelnummers.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 7
3.2 Kenmerken van het project Conform bijlage III van de EU-richtlijn dient in het bijzonder in overweging te worden genomen: de omvang van het project; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
3.2.1 Omvang van het project Bijna het gehele plangebied Meijegraslanden is in eigendom van Natuurmonumenten en is gelegen in het Natura-2000 gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Het inrichtingsplan voor de Meijegraslanden is een uitwerking van de maatregelen die zijn benoemd in het Natura 2000-beheerplan. In totaal is het gehele plangebied circa 115,7 hectare, de ontgrondingen vinden plaats over een oppervlakte van circa 10.1 hectare. De beoogde locaties voor de geplande maatregelen zijn opgedeeld in drie deelgebieden. In ieder deelgebied vindt er grondverzet plaats, te weten: • • •
Deelgebied A: 5.740m3 over 2,84 hectare Deelgebied B: 7.280m3 over 0,59 hectare Deelgebied C: 8.450m3 over 6,61 hectare
Met een totaal grondverzet van 21.470 m3 in de zoals eerder aangegeven 10,1 hectare.
3.2.2 Overige aspecten De overige aspecten genoemd bij de kenmerken van het project zijn minder relevant in het kader van deze beoordeling in relatie tot de ingreep. Deze aspecten worden hieronder, voor zover relevant, kort omschreven: -
-
-
-
-
Tijdens de ontgronding kan er sprake zijn van hinder als gevolg van de werkzaamheden. De hinder waarvan sprake kan zijn op de omgeving betreft geluid. Graafmachines en een (geringe toename van) (vracht)verkeer naar het plangebied kunnen voor geluidhinder zorgen. Echter de werkzaamheden zijn van tijdelijke aard en de dichtstbijzijnde bebouwing (enkele woningen) ligt op geruime afstand van de werkterreinen. Gezien de tijdelijkheid en de aard en omvang van de ingreep wordt de eventuele geluidhinder voor de omgeving niet als onevenredig beschouwd. Het project is gericht op de ontwikkeling / instandhouding van natuur, waarbij het niet aannemelijk is dat er in het project afvalstoffen ontstaan.. Een structurele toename is niet aan de orde. Dit zal geen grootschalig nadelig effect sorteren op het aanwezige bodemleven. Er zijn geen risico’s op het gebied van ongevallen. Er worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt of verwerkt. De percelen zijn niet gelegen in het invloedsgebied van een transportroute gevaarlijke stoffen over het spoor, het water, of een hoge druk aardgasleiding.
Een BEVI-inrichting met een kleine 10-6 contour bevindt zich naast het plangebied, aangezien de natuur geen directe toename van het aantal mensen ter plaatse veroorzaakt doordat er geen mogelijkheden zijn tot recreatie in het plangebied, én het feit dat er geen risicobronnen aanwezig zijn is een aanvullend onderzoek naar externe veiligheid niet noodzakelijk. Het plangebied ligt niet dicht bij de grens met een ander land. Er is dan ook geen sprake van grensoverschrijdend karakter van de werkzaamheden. Het afgraven heeft geen uitstralende effecten. De graafwerkzaamheden in het plangebied hebben geen gevolgen voor het vervoer van gevaarlijke
Meijegraslanden | Eelerwoude | 8
stoffen over de weg. De werkzaamheden vormen geen bijzonder risico voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 9
4 Beoordeling kenmerken van het potentiële effect In dit hoofdstuk worden de aanwezige en potentiële milieueffecten behandeld. Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: het bereik van het effect; de orde van grootte en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de autonome ontwikkelingen. De punten komen voor zover relevant aan de orde bij de verschillende thema's. Op dit moment zijn er geen autonome ontwikkelingen bekend of aan de orde die van invloed zijn op de effecten van de ontgronding.
4.1 Archeologie Aardkundige, archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het Verdrag van Malta en de Wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Relatie met voorgenomen ontwikkeling In opdracht van Eelerwoude is door Greenhouse Advies B.V. archeologisch bureauonderzoek opgesteld (zie bijlage 5). Uit dit bureauonderzoek is een vervolg veldonderzoek geadviseerd voor deelgebied A.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 10
Figuur 22: Overzicht van het onderzoeksgebied van het archeologisch bureauonderzoek
Figuur 33: Overzicht onderzoeksgebied van het archeologisch veldonderzoek
Het vervolgonderzoek heeft bestaan uit een inventariserend veldonderzoek (zie bijlage 6). Aanleiding voor het onderzoek is de geplande natuurontwikkeling, waarbij ter plaatse van het plangebied een kleirug wordt afgegraven. Deze ligt deels binnen een zone met een (middel)hoge archeologische verwachting en gedeeltelijk
Meijegraslanden | Eelerwoude | 11
overschrijdt de diepte van de graafwerkzaamheden de vrijstellingsgrens van 50 cm. Het plangebied en de directe omgeving bestaan uit afzettingen die behoren tot de stroomgordel van de Meije. Op basis van het reeds uitgevoerde bureauonderzoek geldt voor het plangebied een (middel)hoge verwachting vanaf het MiddenNeolithicum. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw bestaat uit Holocene afzettingen, voornamelijk bestaande uit pakketten rivierklei. Deze worden afgewisseld met laagjes (kleiig) veen. Mogelijk wijzen de zandige bovenlagen op oeverwalafzettingen die in de regel gunstig zijn geweest voor bewoning. Zowel de klei als het veen worden geïnterpreteerd als ongunstig voor oude bewoning waardoor hier een lage archeologische verwachting aan wordt toegekend. In alle boringen komen archeologische indicatoren voor in de vorm van (sub)recente resten aardewerk en glas, dit is uitsluitend in de bovenste zandige kleilagen tot een maximale diepte van 120 cm beneden maaiveld. De (sub)recente datering van het materiaal wijst niet op oeverwalafzettingen. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten wordt klein geacht. De voorgenomen ingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd.
Deze conclusie is afgestemd en goedgekeurd door Omgevingsdienst West-Holland op 22 april 2021 (bijlage 8). Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. Er worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect archeologie verwacht.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 12
4.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij het besluit in het kader van het Besluit m.e.r. dient te worden aangetoond dat er geen nadelige effecten zijn voor het milieu. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is een historische bureaustudie gedaan en verkennend bodemonderzoek door Greenhouse Advies BV. Uit de historische bureaustudie zijn mogelijke bodemverontreinigingen en/of bodembedreigende activiteiten bekend geworden (zie bijlage 7). Uit het eerder op de locatie uitgevoerde historisch bureauonderzoek (Bureaustudie bodem Meijegraslanden te Nieuwkoop, Greenhouse advies, met kenmerk EEL01118 dd. 15 maart 2019) zijn enkele verdachte locaties naar voren gekomen. Daarnaast heeft op 7 november 2019 een locatie-inspectie plaatsgevonden, waarbij alle deellocaties nauwkeurig zijn beoordeeld en in kaart zijn gebracht. Op basis hiervan is het noodzakelijke verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Naast het noodzakelijke is op verzoek van Eelerwoude, in aanvulling op de onderzoeksopzet conform NEN 5740, aanvullend onderzoek uitgevoerd middels extra boringen en graafgaten (zie bijlage 8). De te onderzoeken locaties betreffen de paarse en bruine deelgebieden binnen de rode lijnen in figuur 4.
Figuur 4: De onderzochte locaties (bruin en paars gearceerd) binnen de rode lijnen en deelgebied C met een lichte demping
Ter verduidelijking heeft Eelerwoude een beknopte notitie bodemkwaliteit opgesteld over de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. Volledigheidshalve is deze bijgevoegd in bijlage 12 van deze onderbouwing. Samengevat kan gesteld worden dat wanneer de beoogde werkzaamheden voor project Meijegraslanden worden gerelateerd aan de bodemonderzoeksresultaten er geen nader onderzoek noodzakelijk is. In deelgebied C werd verwacht dat daar een demping heeft plaatsgevonden, na nader onderzoek blijkt uit de analyseresultaten dat hier een lichte verontreiniging aanwezig is met de kwaliteitsklasse Wonen. Hiermee wordt de ontwikkeling uitvoerbaar geacht. Het onderzoeksrapport geeft aan dat in meerdere gronddammen (in deelgebied 1) en ter plaatse van gedempte sloten (deelgebied 1 en 2) puin is aangetroffen. Er wordt geadviseerd bij ontgraving af te stemmen met bevoegd gezag over de locatie waar dit in het gebied kan worden toegepast.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 13
In het kader van de no-regret maatregelen zijn reeds enkele gronddammen verwijderd. Hier is in de praktijk geen puin aangetroffen, de grond is ter plekke verwerkt ter plaatse van de te realiseren peilscheiding (kade). Behalve deze reeds verwijderde gronddammen worden er geen gronddammen verwijderd. De locaties waar ontgraven wordt ter plaatse van gedempte sloten beperkt zich tot enkele locaties waar deze doorsneden worden met nieuwe watergangen. De verwachting is dat hier geen tot een geringe hoeveelheid puin aangetroffen wordt. In het bestek wordt een post opgenomen voor het uitvoeren van een AP04 keuring voor het geval toch puin wordt aangetroffen. Dit wordt dan separaat ontgraven en opzij gelegd. Mocht dit het geval zijn dan zal hierover op dat moment afstemming plaatsvinden waar dit materiaal verwerkt kan worden. De realisatie van meer natuur brengt geen extra bodem belastende activiteiten met zich mee. Er wordt zorgvuldig omgegaan met verdachte bodem verontreinigde locaties. Daarmee worden er geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect bodem verwacht.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 14
4.3 Cultuurhistorie Een deel van het plangebied van Meijegraslanden is gelegen in een kroonjuweel met beschermingscategorie 1 (figuur 15). Provincie Zuid-Holland wil de waarden van de kroonjuwelen cultureel erfgoed in Zuid-Holland behouden en/of verbeteren en versterken. De provincie regelt dit door kroonjuwelen aan te wijzen, via de Omgevingsverordening Zuid-Holland, als beschermingscategorie voor ruimtelijke kwaliteit. De zeer karakteristieke en waardevolle cultuurlandschappen bepalen de kwaliteit en identiteit van de bebouwde en groene ruimte in de provincie en vertellen de geschiedenis van Zuid-Holland.
Figuur 54: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart
Relatie met voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen het versterken van de natuurwaarden van de Meijegraslanden. Het karakteristieke en waardevolle cultuurlandschap wordt met de gewenste ontwikkeling extra benadrukt en versterkt. Er worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het thema cultuurhistorie verwacht.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 15
4.4 Natuur en emissie Vanaf 1 januari 2017 is in de Nederland de Wet natuurbescherming in werking getreden. De wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Met het van kracht worden van de nieuwe wet worden de provincies het bevoegd gezag. Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: bescherming van soorten, bescherming van Natura 2000-gebieden en de bescherming van bosopstanden. De volledige toetsing Wet Natuurbescherming is toegevoegd in bijlage 3. Voor de werkzaamheden is een ecologisch werkprotocol opgesteld die is toegevoegd als bijlage 4 van deze ruimtelijke onderbouwing.
Soortenbescherming Betreffende flora en fauna richt de Wet natuurbescherming zich op de bescherming van soorten. De wet gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe, bepaalde handelingen waaronder ruimtelijke ingrepen waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Centraal hierbij staat de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Overige soorten waarvoor vrijstellingen zijn opgesteld De ingreep zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk beperkt verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. Hiervoor zijn door de provincie Zuid-Holland vrijstellingen opgesteld. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er geen leefgebied verloren gaat en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling indien het een ruimtelijke ontwikkeling betreft. Nader onderzoek naar beschermde soorten of een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Inventariseren op geschikt habitat van de Noordse woelmuis Voortplantingslocaties van Noordse woelmuis moet worden voorkomen. Dit kan door: 1.
Werken buiten de kwetsbare voortplantings- en nestperiode en/of winterperiode Op plekken waar geschikt zomer- en/of winterhabitat aanwezig is, kunnen werkzaamheden alleen ontheffingsvrij worden uitgevoerd als buiten de periode wordt gewerkt dat dergelijk habitat in gebruik is. Voor voortplantingslocaties is de periode april tot en met september het meest kwetsbaar voor winterhabitat de periode november tot en met maart. De maand oktober is de enige maand waarin ontheffingsvrij werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Doordat ook buiten de aangeven kwetsbare maanden per zomeren winterhabitat rekening moet worden gehouden met Noordse woelmuis, is werken in deze maanden in geschikt biotoop ontheffingsplichtig. 2. Maatwerk: inventariseren aanwezig biotoop ter plaatse op geschiktheid Door per (deel)gebied de locaties waar werkzaamheden zijn gepland te inventariseren op aanwezig geschikt habitat, bijvoorbeeld de plek waar een dam of duiker is gepland, kan maatwerk worden geleverd. Als ter plaatse geschikt zomer- of winterhabitat aanwezig is, kunnen de werkzaamheden of alleen in de maand oktober worden uitgevoerd, of de werkzaamheden moeten worden verplaatst naar een locatie waar geen geschikt habitat aanwezig is (voorbeeld de duiker 10 meter verderop plaatsen). Deze inventarisatie kan alleen worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige (Kader hoofdstuk 4).
Bij afwezigheid van geschikt habitat worden negatieve effecten op Noordse woelmuis op voorhand uitgesloten en is geen sprake van een ontheffingsplicht. Met het oog op Noordse woelmuis, kunnen werkzaamheden kunnen dan jaarrond worden uitgevoerd. Werkzaamheden zijn gepland vanaf augustus. Dit is alleen mogelijk op werklocaties waar geen geschikt zomeren/of winterhabitat aanwezig is.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 16
Rekening houden met de waterspitsmuis Doordat verspreid door de plangebied stukjes oever voorkomen waar watervegetatie aanwezig is en sprake is van begroeide oevers, moeten werkzaamheden ter plaatse: of worden uitgevoerd buiten de kwetsbare voortplantingsperiode uit te voeren. De maanden september tot en met maart zijn het meest geschikt. Of voorafgaand aan de werkzaamheden moet de werklocatie geïnventariseerd op aanwezig geschikt habitat. Bij afwezigheid worden negatieve effecten op waterspitsmuis op voorhand uitgesloten en is geen sprake van een ontheffingsplicht. Met het oog op waterspitsmuis, kunnen werkzaamheden kunnen dan jaarrond worden uitgevoerd. Rekening houden met vogels Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen1 mogen worden uitgevoerd. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Men dient dan alert te zijn op eventueel aanwezige broedende vogels. Dit geldt ook voor broedende vogels in de groenstructuur rondom het plangebied.
De werkzaamheden mogen er niet toe leiden dat deze broedende vogels worden verstoord en hun nest (broedsel/ jongen) verlaten. De zorgplicht is te allen tijde van kracht. Zorgplicht bij werkzaamheden watergangen Voor de werkzaamheden in de watergangen wordt in het kader van de zorgplicht aanbevolen maatregelen te nemen met betrekking tot vissen en deze maatregelen op te nemen in een ecologisch werkprotocol. Alert zijn op rugstreeppad Met het afgraven/ plaggen kunnen rugstreeppadden worden aangetrokken. In de voortplantingsperiode van de rugstreeppad, welke is van april tot en met juli, wordt aanbevolen alert te zijn op aanwezigheid van de rugstreeppad om vestiging van de soort voor of tijdens de werkzaamheden te voorkomen. Indien een rugstreeppad wordt aangetroffen, neem dan direct contact op met een ecoloog. Indien de soort zich (nog) niet heeft gevestigd, mag de ecoloog als ter zake kundige het dier verplaatsen naar geschikt, alternatief terrein.
Bescherming gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten Het plangebied ligt in het Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’. De werkzaamheden worden in het kader van het beheerplan van het natuurgebied uitgevoerd om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen. Indien de aangegeven voorwaarden uit het beheerplan worden nageleefd, is een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk (Provincie Zuid-Holland, 2015). Stikstof-gerelateerde effecten Met het uitvoeren van de werkzaamheden wordt materieel ingezet. Echter, doordat de maatregelen worden uitgevoerd in het kader van het beheerplan en daarin zijn opgenomen, is het inzichtelijk maken van de stikstofdepositie tijdens de ontwikkelingsfase of een vergunning voor deze niet nodig.
1
In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 17
Natuurnetwerk Nederland / Natura 2000 Voorgenomen is om de percelen waar rietmoeras en nat schraalgrasland wordt ontwikkeld een afwijkend gebruik toe te staan. Het plangebied ligt in NNN gebied dat tevens onderdeel is van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. De natuurdoelen voor dit Natura 2000-gebied zijn gericht op behoud en uitbreiding van de omvang en kwaliteit van het leefgebied van habitattypen en soorten. Met het wijzigen van de bestemming is geen sprake van aantasting van de kernopgave en instandhoudingsdoelstellinen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Er vindt geen afname plaats aan areaal; deze blijft gelijk. Kwalitatief worden de deelgebieden verbeterd; met de omvorming van agrarisch naar natuur wordt de bodem niet meer geroerd en kan deze ontwikkelen tot de natuurdoelen die voor het Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Ook wordt voor deelgebied 1 invulling gegeven aan de ambitie deze om te vormen tot natuur. Ook wordt de samenhang van het NNN en omliggende NNN niet aangetast, maar wordt deze robuuster door de omvorming naar natuur. Op basis van bovenstaande onderbouwing wordt met het toestaan van afwijkend gebruik negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het NNN gebied uitgesloten.
Bescherming houtopstanden In het plangebied staan geen bomen waardoor een nadere toetsing voor de bescherming van houtopstanden niet van toepassing is. Er worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect natuur en emissie verwacht.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 18
4.5 Water De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het projectgebied beoordeeld.
Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel) stroomgebied-beheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en een toonaangevend voorbeeld in de wereld. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Provinciaal beleid De provincie werkt nauw samen met waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld. De Provinciale Staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verdere reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer.
Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. In het waterbeheerplan wordt het waterbeleid beschreven voor de primaire taakgebieden van het Hoogheemraadschap. Rijnland wil de komende periode het volgende bereiken: Waterveiligheid: Bescherming tegen overstromingen vanuit zee en de rivieren. Voldoende Water: Er is voldoende water. Niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 19
-
Schoon en gezond water: Rijnlands water is schoon, zodat de mens, de natuur en economie er optimaal gebruik van kunnen maken. Waterketen: Het afvalwater wordt optimaal gezuiverd en de grondstoffen hergebruikt
De vier doelstellingen zijn verder uitgewerkt in het Waterbeheerplan. Deze doelstellingen vinden onder andere een concretere doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap: de Keur, Legger, stimuleringsmiddelen en communicatie. Keur De keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen, behorende bij de regels van de Keur, vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Relatie met voorgenomen ontwikkeling De leggerkaart is geraadpleegd. Een uitsnede hiervan is weergegeven in afbeelding 17. Er zijn enkele primaire watergangen in het plangebied aanwezig, grotendeels betreffen het watergangen waarin is aangegeven welk percentage begroeiing aan de oevers is toegestaan. Het gaat voornamelijk om oevers waar een begroeiing van 10% langs elke oever is toegestaan.
Voor de primaire watergangen, welke in onderhoud zijn van het Hoogheemraadschap geldt dat er een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden is vastgelegd. Voor de overige watergangen betreft dit 2 meter. De afmetingen van de beschermingszone zijn gebaseerd op de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van onderhoud en/of inspectie aan de watergang. In voorliggend plan blijven de beschermingszones van de primaire watergangen, welke in beheer zijn van het Hoogheemraadschap, bereikbaar voor het Hoogheemraadschap. Het beheer van de overige watergangen ligt bij Natuurmonumenten.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 20
Figuur 6: Uitsnede legger (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland)
Digitale watertoets Op woensdag 22 december is de digitale watertoets uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling (kenmerk watertoets: 00002939, zie ook bijlage 9). De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen, waaruit blijkt dat de zogenaamde normale procedure wordt doorlopen bij Hoogheemraadschap van Rijnland. Dit houdt in dat op basis van locatie en gegeven antwoorden blijkt dat waterschapsbelangen worden geraakt. De initiatiefnemer staat in nauw contact met de het Hoogheemraadschap van Rijnland ten behoeve van de watervergunning. Daarnaast wordt met de landschappelijke inrichting rekening gehouden met de aanwezigheid van de watergangen. Zie hiervoor paragraaf 2.3 en de separate technische inrichtingstekeningen. Er is intensief contact met Hoogheemraadschap van Rijnland voor de benodigde watervergunningen. Middels de watertoets worden/is hoogheemraadschap nogmaals op de hoogte gebracht. Voorgenomen inrichtingsplan is opgesteld met behulp van het hoogheemraadschap en haar belangen zijn daar goed in geborgd.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 21
4.6 Geluid Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone ter zake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De systematiek van de Wet geluidhinder wordt gebruikt als middel om aan te tonen dat er geen geluidsbelasting wordt veroorzaakt door de voorgenomen ontwikkeling. Er worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect geluid verwacht.
4.7 Lucht Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor ontwikkelingen die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op grond van de NIBM-tool is een ontwikkeling ‘in betekenende mate’ bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 800 per dag (met 5% aandeel vrachtverkeer). De voorgenomen ontwikkeling betreft het omzetten van agrarische grond naar rietmoeras en nat schraal grasland. De verkeersbewegingen die de ontwikkeling met zich mee brengt, zijn alleen tijdens de bouwfase merkbaar. In deze fase zal er tijdelijk sprake zijn van een toename van verkeersbewegingen.
Zelfs tijdens de bouwperiode zal het aantal verkeersbewegingen met circa 20 verkeersbewegingen per dag, ruimschoots onder de 800 per dag blijven. Daardoor leidt de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit én kan de ontwikkeling als ‘niet in betekenende mate’ worden gezien. Daarnaast is in de Regeling NIBM is een lijst met categorieën opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. De functiewijziging van agrarische naar natuur is een ontwikkeling die niet leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit tijdens de beheerfase. Het plan kan daarmee zonder verdere toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Er worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het thema lucht verwacht.
4.8 Cumulatie Fysiek is er geen samenloop met andere projecten. Het project wordt zelfstandig uitgevoerd en zal zelfstandig draaien. Er zijn geen milieueffecten welke, al dan niet cumulatief, leiden tot een verslechtering van het milieu.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 22
Meijegraslanden | Eelerwoude | 23
5 Conclusie Op basis van de onderbouwing uit de voorgaande paragrafen wordt er geconcludeerd dat vanwege de voorgenomen ontgronding geen belangrijke, nadelige milieugevolgen worden verwacht voor de milieuaspecten: archeologie; bodem cultuurhistorie; natuur en emissie; water; geluid; luchtkwaliteit. Er zijn gedurende de uitvoeringsfase geen nadelige effecten op de natuur te verwachten, omdat wordt voldaan aan het ecologisch werkprotocol. Het resultaat na de uitvoering van maatregelen heeft een positief effect op de aanwezige natuurwaarden. Daarnaast zijn er positieve effecten te verwachten op de aspect natuur omdat de maatregelen bijdragen aan het herstel van de natuurtypen van het Natura 2000 gebied. Procedure Het bevoegd gezag, in dit geval provincie Zuid-Holland, moet op grond van de vormvrije m.e.r.-beoordeling formeel het besluit nemen dat er geen milieueffectrapport opgesteld wordt in het kader van deze melding. Op basis van bovenstaande toetsing wordt geconcludeerd dat het niet noodzakelijk is om voor de ontgrondingsmelding een m.e.r. te doorlopen, omdat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uit te sluiten.
Meijegraslanden | Eelerwoude | 24
Einde inhoudelijk Document –Start literatuurlijst en Bijlage (hierna volgt een sectie-einde!)
Meijegraslanden | Eelerwoude | 25
Bijlagen/literatuurlijst Bijlage 1: Kadastraal eigendom Bijlage 2: Technische inrichtingstekeningen Bijlage 3: Toetsing Wet Natuurbescherming Bijlage 4: Ecologisch werkprotocol Bijlage 5: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 6: Archeologisch veldonderzoek Bijlage 7: Advies archeologie Omgevingsdienst West-Holland Bijlage 8: Historisch bureaubodemonderzoek Bijlage 9: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 10: Notitie bodemkwaliteit Bijlage 11: Watertoets
Meijegraslanden | Eelerwoude | 26
Kadastraal eigendom Deelgebied
Perceelnummer
Gemeente code
Sectie
Eigenaar
Deelgebied A
898
NKP01
E
Deelgebied A
900
NKP01
E
Deelgebied A
901
NKP01
E
Deelgebied A
902
NKP01
E
Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland B.T. Kemp
Deelgebied A
1580
NKP01
E
Deelgebied A
954
NKP01
E
Deelgebied A
955
NKP01
E
Deelgebied A
956
NKP01
E
Deelgebied A
958
NKP01
E
Deelgebied A
959
NKP01
E
Deelgebied A
960
NKP01
E
Deelgebied A
961
NKP01
E
Deelgebied A
962
NKP01
E
Deelgebied A
963
NKP01
E
Deelgebied A
964
NKP01
E
Deelgebied A
965
NKP01
E
Deelgebied A
967
NKP01
E
Deelgebied B
276
NKP01
E
Deelgebied B
277
NKP01
E
Deelgebied B
278
NKP01
E
Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland
Meijegraslanden | Eelerwoude | 27
Deelgebied B
279
NKP01
E
Deelgebied B
280
NKP01
E
Deelgebied B
281
NKP01
E
Deelgebied B
282
NKP01
E
Deelgebied B
382
NKP01
E
Deelgebied B
383
NKP01
E
Deelgebied B
384
NKP01
E
Deelgebied B
385
NKP01
E
Deelgebied B
386
NKP01
E
Deelgebied B
1748
NKP01
E
Deelgebied B
387
NKP01
E
Deelgebied B
388
NKP01
E
Deelgebied B
389
NKP01
E
Deelgebied B
390
NKP01
E
Deelgebied B
1204
NKP01
E
Deelgebied B
1205
NKP01
E
Deelgebied B
1747
NKP01
E
Deelgebied B
1996
NKP01
E
Deelgebied B
1997
NKP01
E
Deelgebied B
217
NKP01
E
Deelgebied B
218
NKP01
E
Deelgebied B
243
NKP01
E
Deelgebied B
244
NKP01
E
Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Gemeente Bodegraven-reeuwijk/Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Gemeente Bodegraven-reeuwijk Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland
Meijegraslanden | Eelerwoude | 28
Deelgebied B
245
NKP01
E
Deelgebied C
1066
NKP01
C
Deelgebied C
1068
NKP01
C
Deelgebied C
1069
NKP01
C
Deelgebied C
1078
NKP01
C
Deelgebied C
1079
NKP01
C
Deelgebied C
1082
NKP01
C
Deelgebied C
1083
NKP01
C
Deelgebied C
1091
NKP01
C
Deelgebied C
1094
NKP01
C
Deelgebied C
1100
NKP01
C
Deelgebied C
1101
NKP01
C
Deelgebied C
1103
NKP01
C
Deelgebied C
1104
NKP01
C
Deelgebied C
1105
NKP01
C
Deelgebied C
1110
NKP01
C
Deelgebied C
1113
NKP01
C
Deelgebied C
1049
NKP01
C
Deelgebied C
1050
NKP01
C
Deelgebied C
1051
NKP01
C
Deelgebied C
1052
NKP01
C
Deelgebied C
1058
NKP01
C
Deelgebied C
1065
NKP01
C
Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland
Meijegraslanden | Eelerwoude | 29
Deelgebied C
1077
NKP01
C
Deelgebied C
1084
NKP01
C
Deelgebied C
1090
NKP01
C
Deelgebied C
1106
NKP01
C
Deelgebied C
2172
NKP01
C
Deelgebied C
2173
NKP01
C
Deelgebied C
2174
NKP01
C
Deelgebied C
2175
NKP01
C
Deelgebied C
2176
NKP01
C
Deelgebied C
2211
NKP01
C
Deelgebied C
2209
NKP01
C
Deelgebied C
2210
NKP01
C
Deelgebied C
100
NKP01
E
Deelgebied C
101
NKP01
E
Deelgebied C
102
NKP01
E
Deelgebied C
103
NKP01
E
Deelgebied C
1171
NKP01
E
Deelgebied C
122
NKP01
E
Deelgebied C
123
NKP01
E
Deelgebied C
126
NKP01
E
Deelgebied C
127
NKP01
E
Deelgebied C
128
NKP01
E
Deelgebied C
1673
NKP01
E
Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Hoogheemmaadschap van Rijland/ Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Hoogheemmaadschap van Rijland/ Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Hoogheemmaadschap van Rijland/ Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland
Meijegraslanden | Eelerwoude | 30
Deelgebied C
1912
NKP01
E
Deelgebied C
1913
NKP01
E
Deelgebied C
97
NKP01
E
Deelgebied C
98
NKP01
E
Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Hoogheemmaadschap van Rijland/ Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland Vereniging behoud van Natuurmonumenten in Nederland
Meijegraslanden | Eelerwoude | 31
Deze lege pagina laten staan ter afsluiting van het rapport