CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buytewech Noord 30-06-2021 excl bijlagen

Meningsvormende raad I 4 november 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buytewech-Noord25.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

56

Wegverkeerslawaai Langs alle wegen bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, behalve bij woonerven en 30 km-gebieden. Nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen, binnen zones van wegen moeten worden getoetst aan de Wgh (artikel 74). De breedte van de zone langs wegen is afhankelijk van de ligging van een weg (in stedelijk gebied of buitenstedelijk) en van het aantal rijstroken, zie hiervoor tabel 4.6. Tabel 4.6

Breedte geluidzones

Bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs wegen is akoestisch onderzoek nodig. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt 48 dB. De uiterste grenswaarde bedraagt binnen de bebouwde kom 63 dB. Buiten de bebouwde kom bedraagt de uiterste grenswaarde 53 dB. Onderzoek In verband met het plan voor Buytewech-Noord is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door de ODWH. Het onderzoek richt zich op de volgende drie onderdelen die bij dit project relevant zijn op het gebied van wegverkeerslawaai: 1. de verwachte geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de gevels van de geprojecteerde woningen binnen het plan 'Buytewech-Noord' met 290 nieuw te realiseren grondgebonden woningen. 2. de verwachte geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer over de nieuwe ontsluitingsweg van het plangebied ter hoogte van de bestaande woningen direct langs de ontsluitingsweg. 3. de verwachte toename van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer over de Provincialeweg N231 als gevolg van de nieuwe ontsluitingsweg van het plangebied ter hoogte van de bestaande woningen. Voor de volledige behandeling van de onderzoeksresultaten wordt verwezen naar het onderzoek dat is opgenomen als Bijlage 11 bij deze toelichting.

De beknopte conclusies voor ieder van de drie bovengenoemde onderdelen, zijn hieronder overgenomen: Toetsing wegverkeer aan Wgh voor plangebied Buytewech-Noord Uit het onderzoek volgt dat ter hoogte van het plangebied geen hogere waarden, als bedoeld in de Wgh, benodigd zijn. Het plangebied ligt namelijk binnen de 48 dB-contour (voorkeurswaarde Wgh). Binnen het plan worden uitsluitend wegen gerealiseerd met een maximumsnelheid van 30 km/uur, waaronder de nieuwe ontsluitingsweg aan de oostzijde van het plangebied. Uit het onderzoek volgt dat wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wgh en aldus sprake zal zijn van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. Toetsing ontsluitingsweg bij bestaande woningen Ten aanzien van de bestaande woningen gelegen in de nabijheid van de nieuwe ontsluitingsweg is sprake van een toename van de geluidbelasting. Voor deze woningen bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 52 dB, zonder aftrek. Met dergelijke aftrek wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Op basis daarvan zal de geluidbelasting ten gevolge van de ontsluitingsweg bij de bestaande woningen tot een acceptabel niveau beperkt blijven.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

57

Toename geluidbelasting vanwege verkeer van de nieuwe ontsluitingsweg op de N231 Uit het onderzoek volgt dat ter hoogte van de bestaande woningen aan de Nieuwveenseweg de geluidbelasting ten hoogste 0,5 dB toe zal nemen vanwege het verkeer van de nieuwe ontsluitingsweg op de N231. Deze toename is zeer beperkt en zal het akoestisch woon- en leefklimaat niet onacceptabel verslechteren. De berekende geluidbelasting ter hoogte van de planologisch bestaande woning van 'Nieuwveenseweg 29a' is enigszins lager dan is vastgesteld in het onderzoek behorende bij het bestemmingsplan 'Nieuwveenseweg 29a'. Dit heeft echter geen gevolgen voor te treffen geluidreducerende maatregelen, daar deze in het genoemde bestemmingsplan reeds zijn beoordeeld als onhaalbaar dan wel ongewenst. Conclusie De onderzoeksresultaten op het gebied van wegverkeerslawaai leveren op het gebied van geluid geen belemmeringen op voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.11

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Door het plangebied loopt in oost-west-richting een rioolpersleiding. Deze is met een dubbelbestemming op de verbeelding aangegeven en op die manier beschermd. Onder de N231 ligt een hoogspanningsleiding van Liander, waarvoor eveneens een dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming daarvan. Onderzoek en conclusie In en rondom het plangebied liggen geen planologisch relevante leidingen.

4.12

Schiphol

De bescherming van de ruimtelijke belangen van Schiphol vindt plaats in het Luchthavenindelingbesluit (LIB). Hierin zijn voor verschillende ruimtelijke aspecten die voor Schiphol van belang zijn, zoals geluid, externe veiligheid en bouwhoogte, zoneringen en bijbehorende regels vastgelegd die van toepassing zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. In het LIB zijn zones en regels opgenomen over de volgende onderwerpen: I. gronden aangewezen voor het complex en het banenstelsel van Schiphol; II. gronden aar beperkingen gelden met betrekking tot geluid en externe veiligheid; III. gronden waar beperkingen worden gesteld ten aanzien van de hoogte van bebouwing en begroeiing met het oog op het luchtvaartverkeer; IV. gronden waar beperkingen worden gesteld ten aanzien van de hoogte van bebouwing en begroeiing met het oog op het radarbereik; V. gronden waar beperkingen worden gesteld ten aanzien van ontwikkelingen met een aantrekkende werking voor vogels; VI. gronden waar beperkingen worden gesteld ten aanzien van laserinstallaties en windturbines. De zones behorende bij punt II, IV en VI vallen tot over het plangebied en zijn daarom relevant bij de ontwikkeling van Buytewech Noord.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

58

I geluid en externe veiligheid Het plangebied ligt deels binnen de zone waar het LIB regels stelt ten aanzien van geluid en externe veiligheid. Hieruit blijkt dat het achterste deel van het plangebied in de zone ligt waarbinnen een afweging gemaakt dient te worden op het gebied van geluid en externe veiligheid.

Figuur 4.4

Beperkingengebied geluid en externe veiligheid

In 3.2.2 is daar bij de behandeling van het provinciaal beleid ook al op ingegaan. De provincie heeft dit namelijk in haar Omgevingsverordening doorvertaald met een bepaling dat binnen deze zone geen woningbouw is toegestaan buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Eén van de uitzonderingen daarop is wanneer gronden in het Streekplan van 2003 al waren aangewezen voor woningbouw. Voor het plangebied van Buytewech-Noord geldt dat dit gedeeltelijk het geval is, zoals blijkt uit figuur 4.5 Het voorste deel van de wijk valt in het geheel buiten de LIB-zone. Het achterste deel van de wijk (lichtgeel) valt daar wel binnen en was voor een deel (donkergeel) ook al opgenomen binnen de bebouwingscontour uit het Streekplan van 2003.

Figuur 4.5

Uitsnede contouren Schiphol en Streekplan 2003

Met deze contouren is rekening gehouden door geen woningen mogelijk te maken voor zover dit binnen de 20 Ke-contour valt en buiten de contour van het Streekplan uit 2003. Het LIB kent tot slot de bepaling dat voor nieuwe woningen binnen zone 5 (zie figuur 4.4) dat in de toelichting van het bestemmingsplan inzicht wordt gegeven in de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

59

Ten aanzien van dit risico op een vliegtuigongeval, geldt dat de Veiligheidsregio Hollands Midden wettelijk verplicht is eenmaal in de vier jaar een risicoprofiel vast te stellen. Een van de risico's waar de veiligheidsregio (en dus ook de gemeente Nieuwkoop) mee geconfronteerd kan worden is een vliegtuigongeval op haar grondgebied. De veiligheidsregio geeft aan dat er voor vliegtuigongevallen afspraken zijn gemaakt met de veiligheidsregio Kennemerland waar Schiphol onder valt. De gevolgen van een vliegtuigongeval kunnen binnen het beschikbare potentieel van de Veiligheidsregio Hollands Midden samen met de Veiligheidsregio Kennemerland worden opgevangen. De Veiligheidsregio wordt hier in het kader van het vooroverleg om een reactie gevraagd. IV hoogte van bebouwing en begroeiing in verband met het radarbereik Nieuwkoop ligt op de rand van de zone waarbinnen nog beperkingen gelden ten aanzien van de hoogte van bebouwing en begroeiing met het oog op een goede werking van het radarsysteem van Schiphol. Binnen deze laatste zone zijn regels uit het LIB van toepassing voor bebouwing en begroeiing hoger dan 146 m. Met het plan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die deze hoogte kennen. De bepalingen uit het LIB voor dit onderdeel zijn daarom niet relevant.

Figuur 4.5

Beperkingengebied radar

VI beperkingen voor laserinstallaties en windturbines Nieuwkoop ligt op de rand van de zone waarbinnen nog beperkingen gelden ten aanzien van laserinstallaties en windturbines. Dit gaat dan om turbines met een ashoogte van 35 m of meer. Met het plan worden geen laserinstallaties of windturbines mogelijk gemaakt. De bepalingen uit het LIB voor dit onderdeel zijn daarom niet relevant.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

60

Figuur 4.6

4.13

Beperkingengebied laserinstallaties en windturbines

Duurzaamheid

Het algemene kader voor het milieubeleid van de gemeente Nieuwkoop is vastgelegd in het Beleidskader Duurzaamheid gemeente Nieuwkoop (vastgesteld door de raad op 19 maart 2020). Dit beleidskader is leidend voor projecten rondom duurzaamheid (naast natuurlijk de landelijke regelgeving). De gemeente Nieuwkoop wil graag een duurzame gemeente zijn, waarin niet alleen aandacht is voor het 'hier' en 'nu', maar ook voor het 'daar' en 'later'. Duurzaamheid houdt in dat bij alle ontwikkelingen, beleid, plannen en activiteiten gezocht wordt naar een optimale balans tussen leefbaarheid, ecologie en economie. Duurzaamheid houdt ook solidariteit in. Solidariteit tussen huidige en toekomstige generaties. Het Beleidskader Duurzaamheid bevat de duurzaamheidsambities van de gemeente op 6 thema's: Energietransitie, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie, Biodiversiteit, Mobiliteit en Gemeentelijke Organisatie. Het zijn de ambities voor de lange (2050) en middellange (2030) termijn met een uitwerking naar concrete doelstellingen voor de korte termijn (2023). Deze ambities en doelstellingen vormen het kader voor het in voorjaar 2020 op te stellen Duurzaamheidsprogramma 2020-2023. Dit uitvoeringsprogramma beschrijft de projecten en activiteiten inclusief de financiële en communicatieve consequenties en systematiek voor monitoring en evaluatie.

Het algemene kader voor het milieubeleid van de gemeente Nieuwkoop is vastgelegd in Beleidskader Duurzaamheid. Verder vindt er op verschillende schaalniveaus een nadere uitwerking van de doelstellingen voor duurzame inrichting, voor duurzame (steden-)bouw, alsook voor het klimaat en energiebesparing plaats.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

61

Duurzame stedenbouw Duurzame stedenbouw is vooral het inspelen op de kansen van de nieuwe bouwlocatie. Juist door in een vroegtijdig stadium aandacht te besteden aan de specifieke kenmerken en mogelijkheden van de bouwlocatie kan ervoor gezorgd worden dat een aantrekkelijke woon- en voorzieningenomgeving ontstaat. De gemeente Nieuwkoop hanteert hiertoe het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS). In het RBDS staat het beleid van de gemeente Nieuwkoop voor duurzame stedenbouw. Dit instrument is bedoeld om de milieuambities en andere duurzaamheidaspecten een volwaardige plaats te geven in de ontwikkeling van ruimtelijke plannen voor gebieden groter dan 1 hectare. Duurzaamheid is hierbij ruim gedefinieerd als 'People, Planet, Profit' (PPP). Dit betekent dat naast ambities op het gebied van milieu ook maatschappelijke/sociale en economische ambities een plek hebben gekregen in het beleid. Een ambitietabel maakt deel uit van het RBDS. Voor (her) te ontwikkelen gebieden groter dan 1 hectare wordt een ambitietabel ingevuld. Zie ook www.odwh.nl/rbds. Klimaat - Energietransitie Bij het klimaatverband van Parijs is afgesproken dat Nederland in 2020 20% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990, 20% minder energie verbruikt en 16% duurzame energie opwekt. In 2050 moet de CO2 uitstoot met 95% zijn verminderd.

Gemeenten hebben een belangrijke voorloperfunctie bij het behalen van deze doelstelling. Om deze doelstellingen te kunnen halen is het noodzakelijk dat overgestapt wordt van fossiele brandstoffen naar duurzame energie-oplossingen. Dit vraagt ander gedrag en aanpassingen van de economie. Ook heeft dit effect op het landschap en de ruimtelijke inrichting. De weg naar een energieneutraal Nederland wordt de 'energietransitie' genoemd. Samen met de veertien gemeenten, de provincie Zuid-Holland, de omgevingsdienst en het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft Holland Rijnland een regionaal Energieakkoord opgesteld, dat de energietransitie op regionaal niveau en het overstappen van fossiele bronnen op hernieuwbare energiebronnen tot stand moet brengen. Het realiseren van dit Energieakkoord loopt langs de uitvoeringslijnen energiebesparing, warmte en bodemenergie, zonnepanelen op daken, ruimte en energie (onderverdeeld naar zonnepanelenvelden en windenergie), Greenports en energietransitie en mobiliteit en energietransitie. Het Beleidskader Duurzaamheid van de gemeente Nieuwkoop sluit goed aan op de Europese, landelijke en regionale ambities.

4.14

Vormvrije mer-beoordeling

Toetsingskader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor de betreffende activiteiten die niet aan de drempelwaarden voldoen, dient het bevoegd gezag na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

62

Onderzoek en conclusie In dit bestemmingsplan worden maximaal 290 woningen mogelijk gemaakt. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer'. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 290 woningen en blijft daarmee onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat ook voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Dit betekent dat voor het project Buytewech-Noord een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is om uit te sluiten dat er met het plan sprake kan zijn van significant negatieve effecten op het gebied van milieu. Op basis daarvan, dient de gemeenteraad een besluit te nemen over het al dan niet uitvoeren van een formele mer-procedure, afhankelijk van de uitkomsten van de m.e.r.-beoordeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

63

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Analyse verbrede reikwijdte

Dit plan betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dit houdt in dat er gebruik gemaakt kan worden van nieuwe mogelijkheden uit de Crisis- en herstelwet om aanvullende zaken te regelen in vergelijking met een traditioneel bestemmingsplan. Om die reden heeft de gemeente Nieuwkoop, bij het voorbereiden van dit bestemmingsplan, een verkenning uitgevoerd van de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt bij het opstellen van zo'n bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Uit deze verkenning zijn meerdere onderwerpen naar voren gekomen waarvan het interessant bleek om bij het opstellen van dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte te bepalen of en welke aanvullende regels er in dit bestemmingsplan opgenomen konden worden. Dit waren in het algemeen onderwerpen die raakvlakken hebben met de minder ruimtelijke principes uit het Stedenbouwkundig Plan voor Buytewech-Noord, zoals de thema's duurzaamheid, gezondheid en doelgroepen. In deze paragraaf komen de verschillende onderwerpen uit die verkenning beknopt aan de orde en is toegelicht of er over het betreffende onderwerp specifieke regels zijn opgenomen en waarom. Een algemene opmerking die daar op voorhand over wordt gemaakt, is dat de gemeente een groot deel van de gronden van het plangebied in eigendom heeft.

Dit maakt dat zij bij de uitgifte van gronden aan ontwikkelende partijen ook in de (op dat moment te sluiten) overeenkomsten nog aanvullende (ruimtelijke of niet ruimtelijke) voorwaarden kan vastleggen. Om die reden zijn niet alle onderwerpen die uit de uitgevoerde verkenning naar voren zijn gekomen, ook daadwerkelijk in dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte geregeld. Voor het deelgebied dat niet in eigendom is bij de gemeente en waarop wel een deel van de nieuwbouwwijk gerealiseerd zal worden, is in dit plan in een regeling voorzien die maakt dat de gemeente ook hier nog de gelegenheid heeft om aanvullende zaken te regelen met de ontwikkelende partij. Deze regeling betreft zelf één van de onderwerpen die in deze paragraaf verder aan bod komen. Gezondheid Bij een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen aanvullende regels opgenomen worden vanuit het oogpunt van gezondheid. In dit bestemmingsplan zijn om te beginnen de gebruikelijke milieuonderzoeken uitgevoerd waarmee is aangetoond dat er met deze ontwikkeling op deze locatie sprake is van goede ruimtelijke ordening. Dit betreft dus ook onderzoeken naar gezondheidsgerelateerde aspecten als bodem, luchtkwaliteit, afstand tot bedrijvigheid en geluidsonderzoek.

Daarnaast staat het plan binnen verschillende bestemmingen die voornamelijk voorkomen in het openbaar gebied, te weten de bestemmingen Groen, Natuur en Verkeer-Verblijfsgebied, voorzieningen toe die gericht zijn op het uitoefenen van lichaamsbeweging. Hier zijn logischerwijs wel regels aan verbonden ten aanzien van de maatvoering. Met inachtname van deze bouwregels, kunnen deze voorzieningen binnen de wijk gerealiseerd worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

64

Duurzame bouwmaterialen en energiezuinigheid De gemeente heeft de ambitie om de Buytewech-Noord als CO2-neutrale wijk te ontwikkelen. Bij een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen daarvoor hogere eisen aan bouwmaterialen en de energiezuinigheid van woningen worden opgelegd. De gemeente vindt dit een belangrijk item en wijst er op dat ook de landelijke regelgeving op dit gebied een steeds hoger ambitieniveau kent, onder andere in de vorm van gasloze woningen en de regelgeving rondom BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) die per 1 januari 2021 in werking is getreden. Er is daarom voor gekozen om in het bestemmingsplan geen aangescherpte eisen op te nemen rondom dit onderwerp. Eén van de redenen is dat hierover ook afspraken gemaakt kunnen worden bij de uitgifte van de grond en (voor de gronden niet in eigendom bij de gemeente) via het exploitatieplan of de anterieure overeenkomst. Via die weg kunnen op dat specifieke moment afspraken gemaakt over maatregelen die aansluiten bij de technische mogelijkheden en gemeentelijke ambities van dat moment. Met een regeling in dit bestemmingsplan zou er nu een keuze gemaakt moeten worden in de eisen die de gemeente op wenst te leggen, wat niet wenselijk is rondom een onderwerp waar zeer veel ontwikkeling in is.

Van de uitgevoerde milieuonderzoeken, heeft het uitgevoerde stikstofonderzoek een duidelijk raakvlak met energiezuinigheid. Bij het stikstofonderzoek zijn de wijze van verwarming van gebouwen en het brandstofverbruik en de uitstoot van bouwmachines immers belangrijke bronnen waar de uiteindelijke stikstofeffecten op berekend worden. Uit het betreffende onderzoek is gebleken dat voor dit aspect voldaan wordt aan de daarvoor geldende regelgeving. Warmte en Energie Ten aanzien van de warmte- en energievoorziening is het uitgangspunt gehanteerd dat het bestemmingsplan geen belemmeringen opwerpt voor de verschillende mogelijkheden op het gebied van energievoorziening nu woningen niet meer op gas aangesloten mogen worden. Voor het realiseren van WKO-installaties in de wijk zijn binnen de bestemming Groen specifieke maatvoeringen toegestaan. Daarnaast zijn er binnen de bestemmingen Groen, Verkeer-Verblijfsgebied en Woongebied - 1 en Woongebied -2 in het algemeen voorzieningen toegestaan voor het opwekken van duurzame energie, zoals het plaatsen van zonnepanelen. Voor deze bouwwerken geldt, net als voor andere bouwwerken, dat hiervoor maximum maatvoeringen gelden. Met de opgenomen maatvoeringen in de genoemde bestemmingen, zijn zelfstandige windturbines niet mogelijk binnen de wijk.

De aanleg van zonnepanelen is wel goed mogelijk binnen de genoemde bestemmingen en met de genoemde maatvoeringen, zowel op gebouwen als op maaiveld. Voor panelen op maaiveld is een specifieke ruimere maat van 5 m hoog opgenomen voor panelen die boven parkeerplaatsen geplaatst worden. Hiermee wordt de optie van dubbel ruimtegebruik opengehouden. Voor laadpalen is bij de bestemmingen Verkeer-Verblijfsgebied, Woongebied - 1 en - 2, waarbinnen parkeervoorzieningen mogelijk zijn gemaakt, expliciet benoemd dat daarbij ook laadpalen zijn toegestaan. Het bestemmingsplan stuurt hiermee vooral op het bieden van mogelijkheden voor dergelijke voorzieningen, die zowel bij de aanleg van de wijk als in een lader stadium benut kunnen worden. Van dwingende voorschriften is geen sprake. Houtkachels Een thema waar in het kader van gezondheid veel om te doen is, is de stook van houtkachels. De gemeente Nieuwkoop streeft voor Buytewech-Noord een gezonde leefomgeving na, maar kiest er niet voor om de stook van houtkachels in deze wijk te verbieden. De overwegingen daarbij zijn dat uit het stikstofonderzoek blijkt dat deze maatregel niet nodig is om aan de wettelijke vereisten te voldoen. Bovendien is een dergelijk besluit niet iets wat de gemeente specifiek voor één wijk wenst te nemen.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

65

Beperken autoverkeer De gemeente streeft naar beperking van het autoverkeer in de wijk, anders dan van bewoners en bezoekers. Hiertoe zijn in dit plan twee regelingen opgenomen. Bij de entree van de wijk is een zogenoemd pickuppoint mogelijk gemaakt, waar bezorgdiensten hun pakketten op één centraal punt kunnen bezorgen en zodoende niet alle woongebieden langs hoeven. Daarnaast is voor de sociale wijkvoorziening in het groene middengebied bepaald dat daarvoor geen specifieke parkeerplaatsen aangelegd mogen worden, waarmee gestuurd wordt op een voorziening die inzet op lokale gebruikers uit de wijk of directe omgeving en die overwegend te fiets of te voet langskomen. Dit met uitzondering van een voorziening voor het laden en lossen van goederen. Los van de ruimtelijke regels in dit bestemmingsplan kan de gemeente via andere manieren sturen op het ontmoedigen van autoverkeer, waaronder bijvoorbeeld het faciliteren van deelautogebruik waarmee gebruikers bewuster van de auto gebruik maken wanneer dit niet anders kan. Water: beperking verharding en voorschrijven waterdoorlatende verharding Uit een oogpunt van beperking van de wateroverlast voeren al veel waterschappen en gemeenten beleid om de oppervlakteverharding van tuinen en erven terug te brengen of beperkt te houden. Het bestemmingsplan mag daarover regels bevatten.

Voor Buytewech-Noord is opgenomen dat per bouwperceel ten hoogste 65% van het voor- en achtererf verhard mag worden, wat betrekking heeft op zowel bebouwing, bestrating als andere verharding. Wonen: woningbouwcategorieën en instandhouding daarvan De gemeente hecht waarde aan een divers woningaanbod binnen Buytewech-Noord waarmee uiteenlopende doelgroepen gehuisvest kunnen worden en deze verschillende woningbouwcategorieën ook op de lange termijn in stand te houden. Daartoe bestaat de mogelijkheid om in het plan een percentageregeling op te nemen. In artikel 22.1 is daarom een regeling opgenomen die het voor zowel de bestemming Woongebied - 1 als Woongebied - 2 verplicht stelt dat met het aantal woningen dat binnen beide bestemmingen afzonderlijk gerealiseerd wordt, voldaan wordt aan een minimaal percentage te realiseren sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en goedkope koopwoningen. Deze percentages bedragen respectievelijk 25% (sociale huur), 10% (middeldure huur) en 10% (goedkope koop). De definities van deze woning typen zijn vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening, waar in de begripsomschrijving van dit bestemmingsplan daarom naar verwezen wordt.

De doelgroepen, de maximale aanvangshuurprijs en de instandhoudingstermijn zijn bepaald in de 'Verordening doelgroepen woningbouw Nieuwkoop 2020' (of actualisatie hiervan), waar in de begripsbepaling eveneens een relatie mee is gelegd. De regeling kent tevens een afwijkingsbevoegdheid die in voorkomende gevallen de mogelijkheid biedt om van deze percentages af te wijken. Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. De voorwaarden houden in dat ofwel aan de genoemde percentages voldaan dient te worden door beide deelgebieden (Woongebied - 1 en Woongebied - 2) in samenhang te bezien, ofwel dat naar het oordeel van het college van B&W in voldoende mate is aangetoond dat op alternatieve wijze wordt aangesloten bij het gemeentelijk woningbouwbeleid. Biodiversiteit en natuurwaarden Met Buytewech-Noord wordt ook ingezet op de aanleg van groen en natuur binnen de wijk. Dit draagt deels bij aan de inpassing en uitstraling van de wijk en de ruimtelijke kwaliteit van de wijk. De ontwikkeling van natuurwaarden is daarnaast ook aan te merken als doel op zich. Om die reden is het noordwestelijk deel van de wijk bestemd als Natuur, waarmee natuur op deze gronden de hoofdfunctie is.

Niet alleen is bebouwing hier in beperkte mate toegestaan, ook is het uitvoeren van diverse werkzaamheden hier aan een omgevingsvergunning gekoppeld die alleen verkregen kan worden als daarmee de natuur- en landschapswaarden uit het Landschapsplan niet onevenredig aangetast kunnen worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

66

Naast dit specifieke deel van het plangebied dat als Natuur is bestemd, zijn er ook in de overige bestemmingen mogelijkheden ingebouwd om de biodiversiteit en de beleving van natuur te versterken. Dit betreft de mogelijkheden om binnen Natuur, Groen en Verkeer-Verblijfsgebied voorzieningen te realiseren die betrekking hebben op natuurinformatie en -educatie, voorzieningen op het gebied van (de bevordering van) biodiversiteit en speelvoorzieningen die gericht zijn op het spelen in en met de natuur. Los van deze algemene voorzieningen, zijn binnen het plangebied ook een voedselbos en een boomgaard voorzien, die door middel van specifieke aanduidingen op de verbeelding zijn vastgelegd.

5.2

Planvorm

De planregels zijn opgesteld met inachtneming van de regels uit de Wet ruimtelijke ordening en de bijbehorende wettelijke regelingen. De plansystematiek is in overeenstemming met de verplicht toe te passen Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Het bestemmingsplan is zoals dat genoemd wordt een bestemmingsplan met directe werking. Met deze planvorm vormt het bestemmingsplan direct na inwerkingtreding het juridische instrument waarmee omgevingsvergunningen verleend kunnen worden voor de realisatie van Buytewech-Noord en op basis waarvan handhavend kan worden opgetreden. Het plan kent geen wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheden die eerst om een nieuwe planprocedure vragen waarin bestemmingen nog gewijzigd of uitgewerkt moeten worden. Met deze planvorm is direct duidelijk welke functies en bouwmogelijkheden in het plangebied zijn toegestaan, wat rechtszekerheid biedt voor zowel ontwikkelende partijen (wat mag er ontwikkeld worden) als omwonenden (wat kan ik - maximaal - verwachten). Het toepassen van deze planvorm is mede mogelijk doordat de gemeente het merendeel van het plangebied in eigendom heeft. Dit biedt de mogelijkheid om bij verkoop van (delen) van het plangebied aan ontwikkelende partijen om in de overeenkomsten die daarmee gemoeid zijn, nog aanvullende afspraken te maken.

Het bestemmingsplan kan om die reden een zekere mate van globaliteit houden, waarin met name de hoofdstructuur wordt vastgelegd. Dit is goed af te lezen aan de wijze waarop de verbeelding is opgebouwd, zoals weergegeven in figuur 5.1.

Figuur 5.1

Hoofdopzet

Rho adviseurs voor leefruimte

van de verbeelding bij het bestemmingsplan

059600.20200170

67

De hoofdstructuur uit het Stedenbouwkundig Plan is overgenomen op de verbeelding met de bestemmingen Groen, Natuur (donkergroen), Water (blauw) en Verkeer (grijs). Deze hoofdstructuur resulteert in 12 woongebieden (lichtgeel), waarbinnen het beoogde woningbouwprogramma gerealiseerd kan worden. Binnen deze twaalf woongebieden is op de verbeelding geen nadere detaillering ingetekend, al zijn er op basis van de planregels wel bouw- en gebruiksregels van toepassing voor de ruimtelijke mogelijkheden daarbinnen. Wat wel op de verbeelding is vastgelegd, is binnen welke woongebieden appartementen zijn toegestaan. Voor appartementen staat het plan immers een grotere bouwhoogte toe dan voor de overige woningen, waardoor het relevant is hier kaders voor op te nemen. Deze appartementen zijn toegestaan binnen het tweede en vierde woongebied ten noorden van de centrale ontsluitingsweg, geteld vanuit oostelijke richting, en binnen het meest zuid-westelijke woongebied. Met deze drie woongebieden vindt een zekere mate van spreiding van de appartementen plaats, waardoor een monotone dorpsrand voorkomen wordt en de laagbouw de overhand houdt. Daar komt bij dat er juist langs de randen van het plangebied ook veel groen en natuur ontwikkeld wordt wat de uitstraling naar buiten toe verzacht.

Voor het overige is met verbeelding, zoals uit figuur 5.1 blijkt, gericht op het borgen van de hoofdstructuur waarbij de planregels verder bepalen wat er binnen de afzonderlijke bestemmingen aan gebruiks- en bouwmogelijkheden gelden. Deze regels komen in de volgende paragraaf aan bod.

5.3

Regels

5.3.1 Inleidende regels In het artikel begripsbepalingen worden begrippen verklaard die in de planregels voorkomen die om een nadere omschrijving vragen. Een aantal begrippen komt nagenoeg in elk bestemmingsplan voor. Deze dienen standaard te worden gebruikt. In het artikel 'wijze van meten' wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- en bouwhoogte te bepalen. 5.3.2 Bestemmingsregels In het hoofdstuk Bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Waar noodzakelijk is gebruikgemaakt van aanduidingen om specifieke functies in het bijzonder te kunnen regelen. Een aantal bestemmingen en artikelen zijn specifiek en ongewijzigd opgenomen voor de gronden uit het eerdere bestemmingsplan Nieuwveenseweg 29A. Deze artikelen zijn letterlijk overgenomen. In de naamgeving van deze artikelen is ook (Nieuwveenseweg 29A) opgenomen, zodat duidelijk is dat deze uitsluitend in dat plandeel van toepassing zijn. Zo kan er geen verwarring ontstaan tussen bijvoorbeeld de tuin- of verkeersbestemming voor dit deel van het plangebied en de bestemmingen voor de nieuw te bouwen wijk Buytewech-Noord. Omdat deze bestemmingen en regels letterlijk zijn overgenomen uit het voorgaande bestemmingsplan, vindt van deze artikelen geen verdere, gedetailleerde beschrijving opgenomen.

De overige bestemmingsregels komen hieronder artikelgewijs aan bod. Groen (Artikel 4) Op basis van het stedenbouwkundig plan zijn de vaste groenstructuren in de wijk als Groen bestemd. Overigens neemt dat niet weg dat bijvoorbeeld ook binnen een bestemming als Woongebied ook groen gerealiseerd kan worden. De nuance zit er in dat de bestemming Groen is opgenomen daar waar nu al vaststaat dat groen wordt aangelegd.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

68

Dit is met name bij de entree van de wijk en langs de centrale wijkontsluitingsweg. Binnen groen is via aanduidingen vastgelegd waar bijzondere voorzieningen mogelijk zijn, zoals twee boomgaarden (bij de entree en achterin de wijk) en een pickup-point. Van het centrale groengebied is het gedeelte ten zuiden van de wijkontsluitingsweg als Groen bestemd. Hier ligt de nadruk op het gebruik van het groen, waar aan de noordzijde de nadruk juist op natuurwaarden ligt en om die reden de bestemming Natuur is opgenomen. In het zuidelijk deel is eveneens met specifieke aanduidingen vastgelegd dat hier, behalve groen, ook een sociale buurtvoorziening (gericht op informatie, workshops, dagbesteding en kleinschalige horeca inclusief terras,) toegestaan is. Via de bouwregels en specifieke gebruiksregels zijn voor deze voorzieningen maximum maatvoeringen vastgelegd. Om te sturen op lokaal gebruik voor de sociale voorziening, is in de regels uitgesloten dat specifiek voor deze functie bedoelde parkeerplaatsen worden aangelegd. Natuur (Artikel 5) De bestemming Natuur is opgenomen voor de aan te leggen natuur in het centrale deel van de wijk, ten noorden van de wijkontsluitingsweg, en op de gronden ten noordwesten daarvan.

Anders dan bij de bestemming Groen, zijn hier niet alleen de gebruiksmogelijkheden opgenomen in de bestemmingsomschrijving maar ook de natuurlijke en landschappelijke waarde die hiermee gemoeid zijn. De nadere uitwerking van die waarden is opgenomen in het Landschapsplan, waar om die reden een koppeling mee is gemaakt in de regels. Dit het geval in zowel de bestemmingsomschrijving als in het aanlegvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden. Met deze koppeling zijn werken en werkzaamheden uitgesloten die de beoogde natuur- en landschapswaarden onevenredig aantasten. Tegelijkertijd zijn de werken en werkzaamheden die nodig zijn om deze waarden tot stand te brengen, vrijgesteld van het vergunningstelsel. Tuin - Oeverzone (Artikel 7) Langs de buitenranden van de wooneilanden voorziet het bestemmingsplan in de bestemming Tuin-Oeverzone. Deze bestemming staat het, afhankelijk van de uiteindelijke indeling van de woonpercelen, toe om deze gronden zowel als tuin of als oever in te richten en te gebruiken. Voor deze bestemming is bewust gekozen om de randen op deze manier niet in de bestemming Woongebied - 1 of Woongebied - 2 te laten vallen. Met de bestemming Tuin - Oeverzone is namelijk ook een zeer beperkte bouwregeling opgenomen, die het niet toestaat om in deze randen gebouwen en overkappingen te realiseren.

Hiermee wordt een zekere mate van openheid langs de watergangen en de randen van de wijk nagestreefd. Verkeer - Verblijfsgebied (Artikel 9) De centrale ontsluitingsweg is bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Daarnaast zijn ook twee calamiteitenroutes aan de zuidwestzijde van het plangebied met deze bestemming opgenomen. In de regels en met behulp van een aanduiding op de verbeelding, is vastgelegd dat deze twee verbindingen uitsluitend bedoeld zijn voor langzaam verkeer en als calamiteitenroute. Deze verbindingen kunnen zodoende geen dienst doen als reguliere ontsluitingswegen voor autoverkeer. Water (Artikel 10) De structurerende watergangen zijn bestemd als Water. Woongebied - 1(Artikel 12) De te realiseren woongebieden die op gemeentelijk grondgebied liggen, zijn bestemd als Woongebied 1. Binnen deze bestemming, dat wil zeggen binnen de acht woongebieden samen, zijn maximaal 230 woningen toegestaan. Voor die woningen zijn zowel het bouwtype, de woningbouwcategorieën en de diverse maximale maatvoeringen vastgelegd.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

69

Bouwtype Ten aanzien van het bouwtype geldt dat in algemene zin diverse grondgebonden woningbouwtypen zijn toegestaan. Gestapelde woningen (appartementen) zijn uitsluitend daar toegestaan waar dit met een aanduiding op de verbeelding is weergegeven. Dit betreft drie van de acht woongebieden. Voor beneden-bovenwoningen (bebo's) is in het artikel een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Deze woningen zijn volgens de definitie aan te merken als gestapelde woningen en zijn om die reden uitsluitend op de drie woongebieden toegestaan waar appartementen gebouwd mogen worden. Bebo's onderscheiden zich daar echter van, doordat het hoofdgebouw vaak de verschijningsvorm c.q. een bouwmassa heeft vergelijkbaar met een grondgebonden woning. Om die reden wordt het via afwijking mogelijk gemaakt om bebo's te realiseren op die eilanden waar in de regel alleen grondgebonden woningen toegestaan zijn. Woningbouwcategorieën De woningen binnen dit deelgebied dienen bovendien te voldoen aan een minimaal te realiseren percentage aan sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en goedkope koopwoningen. Deze percentages zijn vastgelegd in artikel 22.1. Flexibiliteit en randen Met de bestemming Woongebied - 1 is nog geen sturing gegeven aan de wijze waarop binnen een woongebied de woonpercelen en andere voorzieningen, zoals groen, parkeren of duurzaamheidsvoorzieningen, worden gesitueerd.

Door de globaliteit van deze bestemmingen kunnen hier per woongebied keuzes in gemaakt worden door de ontwikkelende partijen en kan de gemeente daar, bij de uitgifte van de grond, waar nodig nog toezicht op houden. Met de bouwregels wordt wel sturing gegeven aan de uitstraling van (de positionering van) woningen richting het openbaar gebied. De eerste regel op dat vlak is dat er voor de woongebieden grenzend aan de centrale wijkontsluitingsweg een gevellijn is opgenomen. Deze bepaalt dat de woningen die langs deze weg worden gebouwd, met hun voorgevel naar deze weg gericht moeten waarbij de voorgevel in de gevellijn gebouwd moet worden of evenwijdig daaraan tot ten hoogste 3,5 m achter de gevellijn. De tweede regel heeft betrekking op alle hoofdgebouwen die langs aan de centrale wijkontsluitingsweg komen te liggen. Daarvoor geldt dat de positionering nog niet bekend is, aangezien die afhangt van hoe de verschillende wooneilanden verder worden ingericht. Om een zekere mate van sturing te bieden, is bepaald dat de voorgevel van deze woningen zich ten minste 3 m en ten hoogste 8 m achter de voorste bouwvlakgrens mag bevinden.

De derde regel die betrekking heeft op de uitstraling richting de randen, geldt voor de woonpercelen die aan de buitenranden richting het buitengebied, de randen richting (het bestaande) Park Buytewech en aan de randen richting het groen en de natuur die in het hart van de wijk worden gerealiseerd. Langs deze randen is binnen de bestemming Woongebied - 1 de 'specifieke bouwaanduiding - bijzondere rand' opgenomen. Met regeling die daaraan gekoppeld stuurt de gemeente op het voorkomen van één doorlopende lijn in de gevels van de hoofdgebouwen, om daarmee een hard contrast tussen de woningen en de genoemde randen te voorkomen. Afhankelijk van hoe de woonpercelen in de uiteindelijke vorm over het woongebied verdeeld worden, geldt voor die woonpercelen waarop deze aanduiding zich bevindt, dat er regels gelden voor de situering van die gevel van het hoofdgebouw die richting deze rand is gericht. Kort gezegd is het de bedoeling om situaties te voorkomen waarbij meer dan 3 woningen in één lijn gebouwd staan waarvan de gevels parallel met de betreffende rand gebouwd zijn. Dit kan doorbroken worden door woningen ten opzichte van elkaar te laten verspringen en/of door gevels toe te passen die niet parallel aan de betreffende rand gesitueerd zijn.

Tot slot is bepaald dat dit voorschrift niet geldt voor gestapelde woningen, waarvan het logisch is dat er meerdere woningen (binnen één gebouw) over dezelfde gevel beschikken.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

70

Parkeren Voor het parkeren is in de bestemmingsregels van Woongebied - 1 vastgelegd dat het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de woningen van een woongebied binnen datzelfde woongebied (bestemmingsvlak) gerealiseerd dienen te worden. Deze bepaling geldt in aanvulling op artikel 22.3, waarin verplicht is gesteld dat in voldoende parkeervoorzieningen gezorgd dient te worden en welke norm daarbij gehanteerd wordt. Het gemeentelijke parkeerbeleid is daarbij bepalend. Verharding Om de mate van verharding te reguleren en daarmee in te spelen op het aspect 'hittestress' en een toekomstbestendige waterhuishouding, is voor woonpercelen opgenomen dat het voor- en achtererfgebied van ieder woonperceel voor ten hoogste 65% verhard mag zijn. Voor verharding is eveneens een begripsbepaling opgenomen, waarmee is vastgelegd dat dit zowel bebouwing, bestrating als andere vormen van verharding betreft. Woongebied - 2 (Artikel 13) De bestemming Woongebied - 2 is opgenomen voor de te ontwikkelen woongebieden waarvan de gronden niet bij de gemeente Nieuwkoop in bezit zijn. De inhoudelijke bepalingen van dit artikel zijn identiek aan die van Woongebied - 1. Om die reden wordt voor de uitleg van de regels verwezen naar de beschrijving van Woongebied - 1. Het verschil zit hem in het toegestaan aantal woningen, dat voor deze vier woongebieden samen ten hoogste 60 bedraagt.

Daarnaast is op deze woongebieden de aanduiding 'wetgevingzone exploitatiegebied' opgenomen. Deze aanduiding is gekoppeld aan artikel 22.2. Met deze regeling is vastgelegd dat de bouw van woningen in dit deel van het plangebied uitsluitend kan worden vergund indien daarvoor een exploitatieplan is vastgesteld of het kostenverhaal anderszins is geregeld tussen de gemeente Nieuwkoop en de grondeigenaar, zoals bijvoorbeeld met een anterieure overeenkomst. Binnen deze bestemming is eveneens een regeling opgenomen, die verplicht tot de aanleg van (een deel) van het Landschapsplan. Dit hangt samen met het feit dat het gemeenschappelijke, groene middengebied van Buytewech-Noord, deels op gronden is geprojecteerd die niet in eigendom zijn van de gemeente. Om de ontwikkelende partij te verplichten op dit deel de gedeeltelijke aanleg van het Landschapsplan uit te voeren, is een verplichting ingebouwd. Het Landschapsplan biedt een inspiratieen toetsingskader voor de uiteindelijke inrichtingsplannen. Deze houdt in dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de eerste woning(en) in het deelgebied van de ontwikkelaar, ook een inrichtingsplan moet worden ingediend waaruit voldoende blijkt hoe zij het deel van het Landschapsplan op hun gronden gaan realiseren.

Vervolgens dient de realisatie hiervan binnen 2 jaar na het afgeven van de omgevingsvergunning (voor de woning(en)) opgestart te zijn en binnen 5 jaar afgerond te zijn. Leiding - Riool (Artikel 15) In het plangebied ligt een rioolpersleiding die met de dubbelbestemming Leiding - Riool is beschermd. Binnen deze bestemming zijn (bouw)werkzaamheden ten behoeve van de leiding binnen opgenomen kaders toegestaan. Voor (bouw)werkzaamheden ten behoeve van onderliggende bestemmingen, dus ook bij de ontwikkeling van de wijk, is op basis van dit artikel eerst advies van de leidingbeheerder nodig om te bepalen of (bouw)werkzaamheden binnen deze dubbelbestemming het belang van de leiding niet schaden. Waarde - Archeologie - 2 (Artikel 16) Met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2 worden de archeologische verwachtingswaarden in het plangebied beschermd. Deze bestemming komt overeen met de dubbelbestemming uit het vigerende bestemmingsplan. Dit artikel bepaalt dat voor bouw- en grondwerkzaamheden groter dan 2.500m2 en tevens dieper dan 50 cm onder maaiveld, eerst uit archeologisch onderzoek moet blijken dat daarmee geen archeologische waarden geschaad kunnen worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

71

Voor de aanleg van de nieuwe wijk is dergelijk archeologisch onderzoek reeds behandeld in paragraaf 4.2.

uitgevoerd, zoals

5.3.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen. Antidubbeltelregel Een antidubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelregel wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene bouwregels Dit artikel gaat in op een aantal algemene bouwregels die onafhankelijk van de ter plaatse geldende bestemming van toepassing zijn. De regels gaan specifiek in op ondergrondse bouwwerken, dakkapellen en ondergeschikte bouwdelen die niet worden meegerekend bij de toetsing aan maatvoeringen van gebouwen. Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels leggen een aantal vormen van gebruik vast die, ongeacht de bestemmingslegging, in ieder geval zijn uitgesloten. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt de mogelijkheid geboden aan het bevoegd gezag om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bestemmingsregels.

Het betreft afwijkingsmogelijkheden ten behoeve van kleine overschrijdingen van maatvoeringen en bouwgrenzen. Bij de afwijkingsmogelijkheden zijn tevens voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet worden om van de bevoegdheid gebruik te kunnen maken. Algemene wijzigingsregels Dit artikel omvat een aantal specifiek situaties waarvoor het mogelijk is om het bestemmingsplan te wijzigen met een wijzigingsplan. Het gaat om wijzigingen die de essentie van het plan niet wijzigen, maar in voorkomende gevallen een oplossing kunnen bieden voor de omschreven situaties. Het gaat dan om het toestaan van overschrijding van bestemmingsgrenzen om technische of verkeerskundige redenen, het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten en het aanpassen van regelingen die naar wettelijke regelingen verwijzen mochten die in de tussentijd gewijzigd zijn. Aan ieder van deze mogelijkheden zijn voorwaarden gekoppeld. Indien naar aanleiding van één van deze mogelijkheden een wijzigingsplan wordt opgesteld, dan zal dit op basis van de wettelijke vereisten een eigen planologische procedure doorlopen. Overige regels In dit artikel is in de eerste plaats een regeling opgenomen waarin de verplichting vastligt voor het realiseren van een minimum percentage aan sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en goedkope koopwoningen.

In de begripsbepaling van deze drie woningbouwcategorieën, is een relatie gelegd met de gemeentelijke doelgroepenverordening, waarin is vastgelegd voor welke specifieke doelgroepen deze woningen bedoeld zijn, wat de maximale prijsniveaus zijn en hoe lang de instandhoudingstermijn daarvan geldt.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

72

De genoemde percentages gelden, op basis van artikel 12 en 13 in beginsel voor de bestemmingen Woongebied - 1 en Woongebied - 2 afzonderlijk. Dat wil zeggen dat binnen beide woongebieden, wanneer je enkel met de woningen binnen dat deelgebied rekent, aan de genoemde percentages voldaan moeten worden. Artikel 22 voorziet daarnaast in een afwijkingsbevoegdheid, waarmee het college van B&W de bevoegdheid krijgt om van deze percentages af te wijken. Dit is mogelijk als of de som van beide deelgebieden samen alsnog leidt tot aansluiting bij de genoemde percentages, of als er niet aan de genoemde percentages wordt voldaan maar het college naar haar oordeel van mening is dat er een bouwplan ligt dat voldoende bij het gemeentelijk woningbouwbeleid aansluit. In dat laatste geval zal er dus een specifieke motivering nodig zijn waar dat uit blijkt. Een tweede regeling in dit artikel is opgenomen om het kostenverhaal te regelen tussen de gemeente Nieuwkoop en de ontwikkelaar van de gronden die niet bij de gemeente in eigendom zijn maar wel binnen de plangrens van het bestemmingsplan valt. Zonder een dergelijke regeling, geldt de wettelijke verplichting dat de gemeente voor dit deel van het bouwplan een exploitatieplan opstelt waarmee kosten (zoals bedoeld in artikel 6.2.3 t/m 6.2.5 Bro) verhaald kunnen worden op het (voor dit deel van het plangebied) mogelijk gemaakte bouwplan.

Nu dit kostenverhaal nog niet geregeld is en de gemeente er waarde aan hecht om tot één nieuw bestemmingsplan te komen voor de gehele wijk, is deze regeling opgenomen die het kort gezegd mogelijk maakt om het kostenverhaal uit te stellen tot het moment van de omgevingsvergunning. De drie leden van artikel 22.2 Kostenverhaal regelen in daarover specifiek dat:  met lid a de kosten als bedoeld in artikel 6.23 t/m 6.2.5 Bro verhaald kunnen worden ten laste van de gronden, gelegen binnen het exploitatiegebied, waarop dit bestemmingsplan een nieuw bouwplan mogelijk maakt. Hiermee is de essentie van de regeling uit het Bro overgenomen.  met lid b het onder a bedoelde exploitatiegebied op de verbeelding is vastgelegd met de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - exploitatiegebied'. Het kostenverhaal onder a heeft dus enkel en alleen betrekking op een bouwplan binnen dat exploitatiegebied c.q. binnen die aanduiding;  en met lid c dat het in reguliere situatie verplichte exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro nog kan worden vastgesteld bij een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit in tegenstelling tot de reguliere situatie waarin een exploitatieplan gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld dient te worden.

Overigens is het nog steeds mogelijk om het kostenverhaal in plaats van met een exploitatieplan te regelen ook via een anterieure overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar te regelen. Dat zal dan uiterlijk het geval moeten zijn voor het verlenen van de omgevingsvergunning, aangezien op dat moment op basis van lid c de verplichting bestaat om de kosten alsnog via een exploitatieplan geregeld te hebben. Voor het opnemen van deze regeling is gebruik gemaakt van artikel 7c, tiende en elfde lid Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Concreet betekent dit dat zolang er geen exploitatieplan is vastgesteld of het kostenverhaal anderszins verzekerd is, er geen omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden afgegeven voor dit deelgebied. Daarnaast is dit artikel de gemeentelijke parkeerregeling vastgelegd, die bepaalt dat bij bouw- en gebruiksactiviteiten getoetst wordt aan de gemeentelijke parkeernormen om te bepalen of in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Een uitzondering geldt in die gevallen, waar in hoofdstuk 2 van de regels al specifieke eisen zijn opgenomen. In dit geval geldt dit alleen voor de wijkvoorziening met kleinschalige horeca, waarvoor in hoofdstuk 2 expliciet is bepaald om hiervoor geen parkeervoorzieningen te realiseren om daarmee aan te sturen op vooral lokale gebruikers.

5.3.4 Overgangs- en slotregels Tot slot zijn in hoofdstuk 4 de regels ondergebracht met betrekking tot het overgangsrecht (overgangsregels) en de slotregel.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

73

Hoofdstuk 6

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Inleiding

Het eigendom van de gronden waarop de nieuwbouwwijk Buytewech-Noord mogelijk wordt gemaakt is grotendeels in handen van de gemeente Nieuwkoop. Een deel van het plangebied, rondom de volkstuinen, is daarnaast in eigendom van een ontwikkelaar. In dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte zijn directe bouwtitels opgenomen, wat inhoudt dat wanneer een aanvraag aan de planregels voldoet, direct een reguliere omgevingsvergunning verleend kan (en moet) worden.

6.2

Wettelijke verplichting voor het opstellen van een exploitatieplan

Artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (hierna: 'Wro') bepaalt dat de gemeenteraad, als er sprake is van één of meerdere aangewezen bouwplannen, verplicht is een exploitatieplan vast te stellen indien: a. het verhaal van kosten van grondexploitatie niet anderszins is verzekerd; b. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c 4°, respectievelijk 5° Wro noodzakelijk is; c. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, respectievelijk b, c of d Wro noodzakelijk is. Zoals in de inleiding omschreven, zijn in het plan directe bouwtitels opgenomen en deze moeten worden aangemerkt als een aangewezen bouwplan op grond van de Wro. De grondexploitatie voor de ontwikkeling van de gemeentelijke gronden is verzekerd door de verkoop van deze gronden aan ontwikkelende partijen waarbij in de overeenkomst afspraken gemaakt zullen worden. Voor de gronden van de ontwikkelaar gaat dat niet op, het kostenverhaal zal voor deze gronden daarom anderszins verzekerd moeten worden. Onder de Wro geldt in dat geval de verplichting dat bij het vaststellen van het bestemmingsplan ook een exploitatieplan vastgesteld moet worden, tenzij het kostenverhaal voor die tijd op andere wijze (via een anterieure overeenkomst) is geregeld.

De gemeente Nieuwkoop en de ontwikkelaar zijn hier momenteel over in gesprek en streven ernaar om voor de vaststelling van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte de bedoelde overeenkomst gesloten te hebben. Mocht dat op dat moment nog niet gelukt zijn, dan is er op grond van de Crisis- en herstelwet een uitgestelde mogelijkheid om dit zeker te stellen. Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 7c, lid 10, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet en biedt de mogelijkheid om het opstellen van een exploitatieplan uit te stellen tot het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit betekent dat indien er op het moment van aanvraag omgevingsvergunning geen anterieure overeenkomst is gesloten met de betreffende grondeigenaar, het college van B&W kan overgaan tot het vaststellen van een exploitatieplan. Deze mogelijkheid is in de regels van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ingebouwd in artikel 22.2. Hiermee is het kostenverhaal voldoende zeker gesteld.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

74

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

75

Hoofdstuk 7

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inleiding

In de aanloop naar dit bestemmingsplan, heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden. Een beknopte weergave daarvan is in paragraaf 1.4.2 al gegeven. Voor het bestemmingsplan zelf worden belanghebbenden en geïnteresseerde eveneens op meerdere manieren betrokken. De resultaten daaruit komen in de volgende paragrafen aan bod.

7.2

Inspraak

> verslag van de inspraakprocedure wanneer die is doorlopen.

7.3

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

> verslag van het vooroverleg wanneer dit is doorlopen.

7.4

Zienswijzen

> verslag van de zienswijzenprocedure wanneer die is doorlopen.

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

76

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Landschapsplan

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 3 Verkennend en aanvullend bodem- en wateronderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 4 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 5 Aanvullend bodemonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 6 Stikstofdepositieonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 7 Ecologische quickscan

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 8 Ecologisch vervolgonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 9 Memo bomencheck

Rho adviseurs voor leefruimte

059600.20200170

Bijlage 10

Rho adviseurs voor leefruimte

Platte Schijfhoren inventarisatie

059600.20200170

Bijlage 11

Rho adviseurs voor leefruimte

Akoestisch onderzoek

059600.20200170

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=8929c729-aba2-4ee6-84bc-d245da96132b