Bestemmingsplan Buytewech Noord 30-06-2021 excl bijlagen
Tekst van het document
BUYTEWECH-NOORD bestemmingsplan met verbrede reikwijdte 30 juni 2021
1/2
2/2
DATUM KENMERK
30 juni 2021 20190209_0003LK
PROJECT PROJECTLEIDER
Buytewech-Noord ir. R.A. Sips
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
gemeente Nieuwkoop 056900.20200170
AUTEUR STATUS
ir. R.A. Sips ontwerp
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding en doel
9
1.2
Ligging plangebied
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
10
1.4
Voortraject
11
1.5
Leeswijzer
12
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
13
2.1
Huidige situatie
13
2.2
Toekomstige situatie
13
Hoofdstuk 3
Beleidskader
21
3.1
Rijksbeleid
21
3.2
Provinciaal beleid
25
3.3
Gemeentelijk beleid
33
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
37
4.1
Inleiding
37
4.2
Archeologie
37
4.3
Bodem
37
4.4
Bedrijven en milieuhinder
39
4.5
Externe veiligheid
42
4.6
Luchtkwaliteit
44
4.7
Ecologie
45
4.8
Water
50
4.9
Mobiliteit
53
4.10
Geluid
55
4.11
Kabels en leidingen
57
4.12
Schiphol
57
4.13
Duurzaamheid
60
4.14
Vormvrije mer-beoordeling
61
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
63
5.1
Analyse verbrede reikwijdte
63
5.2
Planvorm
66
5.3
Regels
67
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
73
6.1
Inleiding
73
6.2
Wettelijke verplichting voor het opstellen van een exploitatieplan
73
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
4
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
75
7.1
Inleiding
75
7.2
Inspraak
75
7.3
Overleg ex artikel 3.1.1. Bro
75
7.4
Zienswijzen
75
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Landschapsplan
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
Bijlage 3
Verkennend en aanvullend bodem- en wateronderzoek
Bijlage 4
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 5
Aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 6
Stikstofdepositieonderzoek
Bijlage 7
Ecologische quickscan
Bijlage 8
Ecologisch vervolgonderzoek
Bijlage 9
Memo bomencheck
Bijlage 10
Platte Schijfhoren inventarisatie
Bijlage 11
Akoestisch onderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
5
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
103
Artikel 1
Begrippen
103
Artikel 2
Wijze van meten
110
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
111
Artikel 3
Agrarisch
111
Artikel 4
Groen
113
Artikel 5
Natuur
115
Artikel 6
Tuin
117
Artikel 7
Tuin - Oeverzone
119
Artikel 8
Verkeer
120
Artikel 9
Verkeer - Verblijfsgebied
121
Artikel 10
Water
122
Artikel 11
Wonen
123
Artikel 12
Woongebied - 1
127
Artikel 13
Woongebied - 2
131
Artikel 14
Leiding - Hoogspanning
135
Artikel 15
Leiding - Riool
136
Artikel 16
Waarde - Archeologie - 2
138
Hoofdstuk 3
Algemene regels
141
Artikel 17
Anti-dubbeltelregel
141
Artikel 18
Algemene bouwregels
142
Artikel 19
Algemene gebruiksregels
144
Artikel 20
Algemene afwijkingsregels
145
Artikel 21
Algemene wijzigingsregels
146
Artikel 22
Overige regels
147
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
149
Artikel 23
Overgangsrecht
149
Artikel 24
Slotregel
150
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Landschapsplan Buytewech-Noord
Bijlage 2
Lijst van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3
Lijst van Horecabedrijven
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
6
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
TOELICHTING
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
9
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De gemeente Nieuwkoop streeft met de ontwikkeling van het plan Buytewech-Noord naar een duurzame, toekomstbestendige en groene wijk waarmee voorzien wordt in 290 woningen. Met dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte legt de gemeente de juridisch-planologische basis om de wijk tot ontwikkeling te kunnen brengen. De keuze voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is gemaakt om bredere regels op te kunnen nemen dan in een traditioneel bestemmingsplan, om zodoende de ambities uit het stedenbouwkundig plan zo optimaal mogelijk te kunnen borgen. De gemeente wil op die manier Buytewech-Noord tot een bijzondere wijk ontwikkelen waar maatschappelijke thema's als duurzaamheid, natuur en versterken van biodiversiteit, een divers woningaanbod voor doelgroepen uit het gemeentelijk beleid en slimme voorzieningen hoog in het vaandel staan. Het project Buytewech-Noord voorziet zoals gezegd in 290 woningen, waarmee de gemeente inspeelt op de grote woningbouwopgave die er binnen de gemeente ligt. Als voortraject voor dit bestemmingsplan, is al sinds 2017 een actief participatieproces gevoerd om richting te geven aan de nieuwe wijk. Deze participatie heeft plaatsgevonden met omwonenden, bewoners van Nieuwkoop en andere belangstellenden.
Dit heeft samen met bestuurlijke uitgangspunten geresulteerd in een stedenbouwkundig plan waarin de principes voor Buytewech-Noord zijn bepaald zonder de wijk al op detailniveau uit te tekenen. Om als vervolgstap de woningbouw daadwerkelijk mogelijk te gaan maken, is aanpassing van het bestemmingsplan nodig, aangezien het huidige bestemmingsplan voor deze gronden immers nog de agrarische bestemming kent Voorliggend bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is daarom de planologische basis voor de ontwikkeling van Buytewech-Noord. In dit bestemmingsplan wordt het project beschreven en onderbouwd (toelichting) en worden de juridische bouw- en gebruiksmogelijkheden vastgelegd (verbeelding en regels).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de noordzijde van de bestaande woonkern van Nieuwkoop. Grofweg gaat het om het gebied ten noorden van Park Buytewech en ten westen van de N231 en achter de bestaande woon- en bedrijfspercelen langs deze N-weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
10
De wijk zal de nieuwe noordelijke afronding van de woonkern vormen en daarmee ook de overgang naar het buitengebied. Binnen het plangebied is er daarom veel aandacht voor zaken als groen, water en biodiversiteit. De exacte begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. Deze begrenzing resulteert in een plangebied van circa 24 ha.
Figuur 1.1
1.3
Ligging plangebied Buytewech-Noord te Nieuwkoop
Vigerend bestemmingsplan
Voor het grootste deel van het plangebied is op dit moment het 'Bestemmingsplan Kern Nieuwkoop' van kracht, vastgesteld op 30 mei 2013. Op basis van dat bestemmingsplan is het gebied in hoofdzaak bestemd voor agrarisch grondgebruik (onbebouwd), volkstuinen en water en daarnaast kent het plangebied een archeologische dubbelbestemming.. Langs de N231 zijn diverse woon- en bedrijfspercelen bestemd. Deze blijven buiten het plangebied van dit nieuwe bestemmingsplan, met uitzondering van Nieuwveenseweg 29A. Nadien is 'Bestemmingsplan Kern Nieuwkoop, 1e herziening' vastgesteld (9 maart 2017) waarin verschillende aanpassingen op de verbeelding en in de regels zijn doorgevoerd. Voor het plangebied van Buytewech-Noord volgen hier geen ingrijpende wijzigingen uit.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
11
Op deze plaats wordt opgemerkt dat het plangebied ook de gronden beslaat van het vigerende plan Nieuwveenseweg 29A. Dat postzegelplan is reeds in een eerder stadium opgesteld en vastgesteld (9 juli 2020) en omvat de aanpassing van de rotonde op de N231, de aanleg van (het eerste deel van) de wijkontsluitingsweg en de verplaatsing van een woning die daarvoor nodig was. Het plangebied van dat bestemmingsplan is toegevoegd aan het plangebied voor dit nieuwe bestemmingsplan voor de gehele woonwijk. Voor deze gronden geldt dat de bestemmingen letterlijk zijn overgenomen uit het genoemde postzegelbestemmingsplan.
1.4
Voortraject
1.4.1 Startnotitie Op 11 mei 2017 heeft de gemeenteraad van Nieuwkoop de startnotitie gebiedsontwikkeling Buytewech-Noord vastgesteld. In deze startnotitie zijn de inhoudelijke en procesmatige uitgangspunten voor deze nieuwe woonwijk van Nieuwkoop benoemd. Eén van deze procesmatige uitgangspunten is het 'van buiten naar binnen werken'. Dat houdt in dat het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad vooraf uitgangspunten benoemen, maar dat het vervolgens aan inwoners van Nieuwkoop en andere belangstellenden is om tot nadere invulling en uitwerking te komen. In dat kader is in twee fasen een participatietraject doorlopen. 1.4.2 Participatietraject In de eerste fase van het participatieproces, tussen eind 2017 en mei 2019, is aan belangstellenden gevraagd aan te geven wat de sfeer en structuur van de nieuwe woonwijk zou moeten worden. Hen is gevraagd hoe het groen, water en Park Buytewech een goed onderdeel van de nieuwe woonwijk en de kern Nieuwkoop kunnen worden, maar ook hoe omgegaan moet worden met het autoverkeer en wat voor ambitie men heeft ten aanzien van verduurzaming. In deze fase zijn zeven bijeenkomsten georganiseerd, die uiteindelijk hebben geresulteerd in drie vlekkenplannen (Brink, Hofjes en Polder) en drie varianten voor de verduurzaming van de nieuwe woonwijk (Basis, Midden, Top).
Figuur 1.2
Impressie participatiebijeenkomst (bron: verslag van het participatieproces)
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
12
Voor het vlekkenplan 'Polder' en de middenvariant verduurzaming bleek zowel maatschappelijk als politiek het grootste draagvlak te zijn. Met deze twee voorkeursvarianten, is vervolgens het tweede deel van het participatietraject gestart. Dit liep van 4 maart 2019 tot en met 24 juni 2019. In deze tweede fase heeft de gemeente Nieuwkoop, op basis van het vlekkenplan 'Polder' en de middenvariant voor verduurzaming, een stedenbouwkundig plan opgesteld. De participatie was in deze tweede fase vooral gericht op het informeren van inwoners en andere belangstellenden, het ophalen van voorkeuren voor de verdere inrichting van de openbare ruimte en bijzondere woonvormen en het presenteren van het concept-stedenbouwkundig plan. Tijdens de slotbijeenkomst, op 24 juni 2019, en in de week daarna is er nog ruimte geboden om op het concept te reageren. Na deze fase is het stedenbouwkundig plan verder afgerond en op 6 februari 2020 in definitieve vorm vastgesteld. Het stedenbouwkundig plan vormt nu het vertrekpunt voor dit bestemmingsplan. Om die reden is in Hoofdstuk 2 een nadere beschrijving van het stedenbouwkundig plan opgenomen. 1.4.3 Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte De gemeente kiest bewust voor het opstellen van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Op deze manier kan zij een groter aantal thema's in het plan regelen dan met het bestemmingsplan het geval zou zijn.
Hiertoe heeft de gemeente voor dit project de pilotstatus in het kader van de Crisis- en herstelwet aangevraagd. Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet kent in artikel 7C namelijk bepalingen die het mogelijk maken om af te wijken van standaarden en voorschriften die gelden voor traditionele bestemmingsplannen en van deze mogelijkheden kan uitsluitend gebruik gemaakt worden als het Ministerie het betreffende project de pilotstatus heeft toegekend. In de aanloop naar dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is de aanvraag voor die pilotstatus door het Ministerie toegekend en in de 17e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet opgenomen.
1.5
Leeswijzer
In het hierna volgende hoofdstuk zal de beoogde ontwikkeling nader beschreven worden, zodat een helder beeld ontstaat van de uitgangspunten voor de nieuwe woonwijk. Daarna volgt in Hoofdstuk 3 de toetsing van het plan aan het ruimtelijk beleidskader en in Hoofdstuk 4 de toetsing aan de wet- en regelgeving voor de uiteenlopende omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft vervolgens inzicht in de economische uitvoerbaarheid en Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
13
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
De situatie in het huidige plangebied kenmerkt zich door een polderstructuur met een agrarische bestemming. Ten het zuiden van het plangebied bevindt zich het bestaande 'Park Buytewech'. Dit park vormt de verbinding tussen het nieuwe plangebied en de bestaande bebouwing. Ten oosten van het plangebied ligt de Nieuwveenseweg met bebouwingslint met woningen. Aansluitend hieraan ligt bedrijventerrein De Olm, waar zich ook perifere detailhandel bevindt. Ten noorden en westen van het plangebied zijn agrarische gronden gelegen.
2.2
Toekomstige situatie
De toekomstige situatie betreft de woonwijk Buytewech-Noord met een totaal van 290 woningen. Het plangebied is voor een groot deel gemeentegrond, waarop 230 woningen zijn voorzien. Rondom de volkstuinen zijn de gronden in eigendom van een private partij. Voor dit deelgebied is een maximum van 60 woningen van toepassing. In het eerste hoofdstuk is al beschreven dat er een uitgebreid voortraject is doorlopen, waarin het vlekkenplan 'polder' als voorkeursvariant is aangemerkt. Deze is vervolgens uitgewerkt tot het stedenbouwkundig plan. Bij het opstellen van het stedenbouwkundige plan zijn vijf principes toegepast, die richting geven aan het gewenste eindbeeld van de wijk. Deze principes staan hieronder genoemd en worden later in deze paragraaf nader beschreven: 1. Een gemengde wijk met een woning voor iedere levensfase; 2. Leven in een duurzame omgeving; 3. Goed bestand tegen klimaatverandering; 4. Goed en veilig bereikbaar; 5. Zelfvoorzienend. 2.2.1 Stedenbouwkundig plan Bij het opstellen van het stedenbouwkundige plan is op basis van het vlekkenplan 'polder' uitgegaan van de drie betekenissen van de polder. De eerste betekenis van de polder is de cultuurhistorische achtergrond. Polder Nieuwkoop is een droogmakerij uit de 17de eeuw. De polder was vooral bedoeld voor de agrarische productie.
Hierdoor bestaat de polder uit relatief brede vaarten, strakke ontginningsdijken en een regelmatige slotenverkaveling. Daarnaast heeft de polder op dit moment ook een recreatieve functie. De polder is onderdeel van het Groene Hart waar veel gewandeld en gefietst wordt. Ten slotte biedt de polder ook ruimte voor natuur. Deze drie aspecten van de polder uit het vlekkenplan Polder zijn leidend geweest voor de hoofdopzet van het stedenbouwkundig plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
14
Figuur 2.1
Uitsnede Stedenbouwkundige plankaart Buytewech-Noord
De hoofdopzet van het stedenbouwkundig plan is weergegeven in figuur 2.1. Om aan te sluiten bij de polderstructuur en de aangrenzende woonkern, is gekozen voor een rechtlijnig plangebied in de lengterichting van de poldersloten. De wijk kent één centrale ontsluitingsweg. Op deze weg sluiten de afzonderlijke woongebieden aan die als eilanden worden gerealiseerd, waardoor het plangebied veel ruimte laat voor watergangen. Deze lopen, in aansluiting op de polderstructuur, in hoofdzaak rechtlijnig door het plangebied. In het middendeel van het plangebied bevindt zich een zone bedoeld voor groenen natuurontwikkeling. Van daaruit worden, net als vanaf verschillende wooneilanden, verbindingen gelegd met het aangrenzende Park Buytewech, zodat een aaneengesloten geheel ontstaat met mogelijkheden voor ommetjes. Aansluitend aan dit middengebied, wordt ook in het achterste deel van de wijk een zone ingericht met ruimte voor groen en water. Verspreid door de wijk, hoofdzakelijk in de groene zones, wordt ook voorzien in gemeenschappelijke buurtvoorzieningen zoals een voedselbos, natuurspeelplaats en een maatschappelijke voorziening met kleinschalige horeca. Samengevat laat het stedenbouwkundig plan zich vertellen in de volgende onderdelen: Het landschap is leidend: het polder landschap is leidend voor de ruimtelijke inrichting.
De polderverkaveling voegt in het plan identiteit toe voor het wonen en verblijven. Er is veel aandacht voor klimaatverandering en biodiversiteit; Park Buytewech: Het bestaande Park Buytewech wordt uitgebreid, zodat een aaneengesloten groene verblijfsruimte ontstaat. Groene Polderweg: De ontsluiting wordt een smalle rustige weg met een landelijke uitstraling. De weg is onderdeel van een centrale groenstrook waar de hele wijk aan gekoppeld is. Het vormt tevens de verbinding met recreatieve routes (rondje Buytewech). Drie deelgebieden: Er worden maximaal 230 (gemeentegrond) en 60 (private grond) woningen gerealiseerd verdeeld over drie deelgebieden, zodat een wijk met een lage, gemiddelde dichtheid ontstaat (circa 20 woningen per hectare). Buurtjes: Er wordt ruimte gemaakt voor kleinschalige buurtjes. Er is veel aandacht voor doelgroepwonen. Door de open structuur blijft er ruimte voor zicht op het open landschap. Het groene hart van de wijk: centraal in het plangebied wordt ruimte gereserveerd voor waterberging, recreëren en een voedselbos, functies met een meerwaarde voor biodiversiteit maar ook bijvoorbeeld educatie. 2.2.2 Principes voor ontwikkeling Voor het opstellen van het stedenbouwkundige plan zijn vanuit het gekozen vlekkenplan en verduurzamingsplan vijf principes opgesteld. Deze principes dragen bij aan het opstellen van een stedenbouwkundig plan.
De volgende principes zijn van toepassing: 1. Een gemengde wijk met een woning voor iedere levensfase; 2. Leven in een duurzame omgeving; 3. Goed bestand tegen klimaatverandering; 4. Goed en veilig bereikbaar; 5. Zelfvoorzienend.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
15
Figuur 2.2
Principes voor de ontwikkeling uit het stedenbouwkundig plan
In het stedenbouwkundig plan zijn de principes uitgebreid beschreven. In deze toelichting is daar een beknopte weergave van gegeven, zodat per principe helder wordt hoe dat in het stedenbouwkundig plan terugkomt. Principe 1: Een gemengde wijk met een woning voor iedere levensfase en situatie De uitgangspunten van het eerste principe zijn als volgt: Levensloopbestendige wijk met een sociale mix en een specifiek aanbod van woningen op basis van doelgroepbouwen; Herkenbare en aantrekkelijke architectuur, met speciale aandacht voor de randen langs het park; Buurtjes met een herkenbare identiteit om sociale mix en samenhang te faciliteren; Geschikte voorzieningen voor de hele buurt.
Vanuit dit principe wordt in het stedenbouwkundig plan een wijk gecreëerd die optimaal geschikt is voor de verschillende doelgroepen en leeftijden. Het woonprogramma in de wijk bestaat, afhankelijk van de woningbehoefte, uit maximaal 230 woningen op gemeentegrond en 60 woningen op private grond. De doelgroepen in de wijk bestaan uit: kleine huishoudens (1 tot 2 personen), starters, jonge gezinnen, ouderen en bijzondere doelgroepen. De bouw start aan de oostzijde van de wijk nabij de rotonde om als eerste een plek te bieden aan de doelgroepen waar de woningbehoefte het grootst is. Aan de oostzijde van de wijk is de woningdichtheid hoger dan aan de westzijde van de wijk. In de wijk wordt de mogelijkheid geboden tot implementatie van andere woonconcepten. Deze woonconcepten kunnen bestaan uit het samenwonen van ouderen of woonhuizen die meerdere generaties kunnen huisvesten, waarbij ook plek is voor pré-mantelzorg.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
16
Figuur 2.3
Sfeerimpressie Buytewech-Noord
In de wijk komen collectieve wijkvoorzieningen aangrenzend aan de groene polderweg. Deze voorzieningen kunnen bestaan uit maatschappelijke voorzieningen met eventueel (ondergeschikte) horeca, speelvoorzieningen, voedselbos en collectieve boomgaard e.d. Principe 2: Leven in een duurzame omgeving De ambitie met betrekking tot het groen in de wijk ligt erg hoog. Deze ambitie komen in de volgende punten naar voren: Inrichting als aantrekkelijk gebied voor bijen en vlinders; Bloemrijke inrichting; Toepassing van natuurlijke oevers; Toepassing van bosstroken met voedselbos om biodiversiteit en sociale samenhang te verhogen; Stimuleren natuurlijk spelen en sporten, waarbij de natuur speelaanleiding biedt.
In de wijk wordt ingezet op een hoge biodiversiteit door het creëren van een leefomgeving voor insecten zoals bijen en vlinders. Het gebied wordt ingericht met veel bloemrijk grasland en inheemse soorten. Deze inheemse soorten duiden de gebiedseigen flora- en fauna aan. Deze worden versterkt door te werken met natuurlijke oevers. Het groen in de wijk heeft ook een sociaal karakter doordat er in de wijk een voedselbos wordt aangelegd waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en samen de eetbare en vruchtbare gewassen kunnen oogsten.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
17
Figuur 2.4
Sfeerimpressie Buytewech-Noord
Principe 3: Goed bestand tegen klimaatverandering Buytewech-Noord ligt in een omgeving waar verschillende klimaataspecten een belangrijke rol spelen. De wijk ligt diep en in een natte omgeving. Om de wijk klimaatbestendig te maken worden de volgende toepassingen gedaan: Toepassing van groen en water om hittestress tegen te gaan; Minimaal en met lichte, natuurlijke materialen ophogen; selectieve ophoging aanleiding laten zijn voor specifieke natuurwaarden; Toepassing van waterdoorlatende verharding of halfverharding om de infiltratie van hemelwater te bevorderen; Met toepassing van groendaken en wadi's wordt hemelwater zo lang mogelijk vastgehouden. Om een plezierig leef- en woonklimaat te maken is het noodzakelijk om zo goed mogelijk om te gaan met de verschillende klimaataspecten die op deze plek een rol spelen, waaronder het tegengaan of beperken van bodemdaling.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
18
Principe 4: Goed en veilig bereikbaar De wijk wordt ontsloten door een groene polderweg. Deze weg dient niet alleen als ontsluitingsweg, maar ook als recreatieve route. Dit principe wordt als volgt uitgewerkt in de wijk: De infrastructuur is veilig en robuust, optimaal uitgerust voor sportief gebruik; Langzaam verkeer wordt gestimuleerd door aantrekkelijke routes naar de aanliggende wijk en het centrum; De erven worden ingericht op dubbelgebruik en duurzame mobiliteit; De wijk wordt ontsloten door een aantrekkelijke groene route voor recreatie met passende voorzieningen, markeringspunten en rustpunten: 'Rondje Buytewech'.
De inrichting en uitstraling van de wijk straalt uit dat de auto te gast is en dat de wijk een veilig en gezonde verblijfsgebied is.
Figuur 2.5
Impressie landelijke uitstraling centrale ontsluitingsweg (bron: Landschapsplan Buytewech-Noord)
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
19
Principe 5: Zelfvoorzienend De wijk wordt zoveel mogelijk zelfvoorzienend ingericht. Voorbeelden hiervan zijn het werken met deelauto's, duurzame verlichting, zonnepanelen e.d. De oriëntatie van de woningen is dusdanig dat een optimale energie-opbrengst door middel van zonnepanelen mogelijk is; Duurzaamheidsmaatregelen kunnen (selectief) op een markante en aantrekkelijke manier zichtbaar zijn in de wijk; Duurzaamheidsmaatregelen stimuleren zoveel mogelijk het buurtgevoel.
De centrale groene polderweg en de erven spelen ook in op de ambitie om zelfvoorzienend te zijn. Belangrijk uitgangspunt bij de duurzaamheidsmaatregelen is wel om zoveel mogelijk te kiezen voor collectieve systemen. De ruimtelijke structuur van het plan geeft aanleiding voor de locatie van zulke systemen. 2.2.3 Landschapsplan In navolging op het Stedenbouwkundig Plan is er voor de sloten, openbare groen- en natuurstructuren in de wijk een Landschapsplan opgesteld door landschapsarchitect Peter Verkade. De grote groen- en natuurstructuren in en om de wijk zijn uiteenlopend van aard en in het Landschapsplan wordt per onderdeel een nadere beschrijving gegeven met bijbehorende streefbeelden. In figuur 2.6 is de hoofdopzet daarvan weergegeven.
Figuur 2.6
Hoofdopzet Landschapsplan Buytewech-Noord
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
20
De afzonderlijke elementen die in het Landschapsplan nader zijn uitgewerkt, zijn hieronder opgesomd en voorzien van een korte beschrijving volgend uit het Landschapsplan: Bloesem Entree 1. bloemrijk 2. bomen als natuurlijke entree en tegen hittestress 3. voorziening voor energieopslag en wijkvoorzieningen (zoals pickuppoint) De Polderlaan 1. bloemrijke inrichting 2. bomen tegen hittestress 3. natuurvriendelijke en bloemrijke oevers Het Buyte Hart 1. bloemrijke inrichting 2. natuurvriendelijke en bloemrijke oevers 3. sport- en speelfaciliteiten 4. potentiële locatie energievoorziening 5. compostering en/of snoei- en tuinafval 6. ontmoetingsplekken / Multifunctionele plekken Het Bloeiende Bos 1. bomen tegen hittestress 2. bloemrijke inrichting 3. natuurvriendelijke en bloemrijke oevers Biodivers en Beweging Ontmoetingsplekken 1. sport- en spelfaciliteiten 2. bomen tegen hittestress 3. bloemrijke inrichting 4. natuurvriendelijke en bloemrijke oevers. Het Landschapsplan is integraal als Bijlage 1 bij dit bestemmingsplan opgenomen. In de bestemmingsregels Natuur en Groen is bovendien een relatie gelegd met de inrichtingsprincipes en de landschaps- en natuurwaarden uit het Landschapsplan, om zeker te stellen dat binnen deze bestemmingen de uitwerking van de inrichting plaatsvindt in aansluiting op het Landschapsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
21
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Deze opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten het Rijk stelt bij de inrichting van Nederland en hoe keuzes gemaakt worden bij de uitvoering daarvan. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken aan de nationale prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing De NOVI kent een zeker abstractieniveau, waardoor het project Buytewech-Noord weinig directe relatie kent met dit nationale visiedocument.
In algemene zin kan gesteld worden dat op projectniveau is gestreefd naar een duurzame wijk , waarin door middel van water en het beperken van verharding ook ingespeeld wordt op klimaatadaptatie en die met extra woningaanbod ook bijdraagt aan de doelstelling sterke en gezonde steden en regio's. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft het Rijk ruimtelijke regels vastgelegd waar bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening mee gehouden dient te worden. Deze regels hebben betrekking op zaken van Rijksbelang, die met dit Besluit hun doorwerking hebben op ruimtelijke planvorming en besluitvorming op gemeentelijk niveau. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan (de bescherming van)(reserveringen voor) luchthavens, militaire terreinen, rijksinfrastructuur, grote rivieren en de energievoorziening. Toetsing Uit toetsing aan het Barro en de daarbij behorende kaarten waarop uiteenlopende Rijksbelangen zijn vastgelegd, blijk dat zich binnen het plangebied of de directe omgeving daarvan geen beperkingen gelden die de uitvoering van dit plan in de weg staan.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
22
3.1.3 Woningbehoefte Onderdeel van de nationale belangen zoals in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld, is een zorgvuldige afweging bij alle ruimtelijke besluiten. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is daarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in art. 3.1.6. Op basis hiervan moet voor stedelijke ontwikkelingen de behoefte worden beschreven. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied gepland is, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. De indicatieve ondergrens voor een stedelijke ontwikkeling is een functiewijziging of toename van 500m2 bebouwing of meer dan 11 woningen. In dit geval is met het toevoegen van 290 woningen aan de noordkant van Nieuwkoop sprake van een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Met deze paragraaf wordt de woningbehoefte aangetoond, zoals bedoeld met de ladder van duurzame verstedelijking uit het Bro. Deze motivering is gebaseerd op verschillende provinciale, regionale en gemeentelijke beleids- en plandocumenten die hierna worden behandeld. Regionale woonagenda Holland Rijnland 2017 (2018) In de Regionale woonagenda is op basis van de provinciale Woningbehoefteraming 2016 gekeken naar de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van woningbouwontwikkeling.
Het doel is om het aanbod zo goed mogelijk te laten aansluiten op de toekomstige behoefte: de juiste typen woningen op de juiste plaats. In de Regionale Woonagenda hebben de gemeenten afspraken met elkaar en met de provincie gemaakt over: Een regionaal afgestemd kwalitatief en kwantitatief woningbouwprogramma met toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking en gebaseerd op de actuele Woningbehoefteramingen. Voldoende sociale woningbouw in relatie tot de doelgroep. Aandacht voor kansrijke woonmilieus. Aandacht voor locaties binnen bestaand stads- en dorpsgebied of daar aan grenzend; in dat geval is er bijzondere aandacht nodig voor een multimodale ontsluiting en landschappelijke kwaliteiten. Prognose gewenste woningvoorraadtoename De woningbehoefte blijkt uit de provinciale woningbehoefteberekeningen. Bij de bepaling van de behoefte (gewenste woningvoorraadgroei) wordt gewerkt met twee demografisch gestuurde ramingen: 'binnenlands migratiesaldo nul' (WBR) en 'binnenlands migratiesaldo trendmatig' (TR). De provincie stelt eens in de drie jaren het hoogste aantal woningen per regio vast als standaard voor de onderbouwing van de woningbehoefte. In de regio Holland Rijnland komt de Trendraming het hoogste uit.
In de periode 2019 - 2030 zijn op basis van de Trendraming meer dan 27.500 woningen nodig, waarvan 8.790 in de subregio Holland-Rijnland Oost en 1.910 in de gemeente Nieuwkoop. Tabel 3.1 Trendraming Holland Rijnland Holland Rijnland Holland Rijnland - Noord TR 2019 Holland Rijnland - Oost TR 2019 Holland Rijnland - West TR 2019 Totaal regio Tabel 3.2 Trendraming gemeente Nieuwkoop 2019 Nieuwkoop TR2019 230
2019 730 960 1710 3400
2020-2025 3200 4320 6190 13710
2020-2025 940
2025-2030 2540 3510 4400 10450
2025-2030 740
Totaal 6470 8790 12300 27560
Totaal 1910
Bron: https://staatvan.zuid-holland.nl/portfolio_page/prognoses-naar-gebied-en-periode/
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
23
Op dit moment werkt de provincie aan de publicatie van een geactualiseerde prognose van de woningbehoefte. Op regionaal niveau wordt in de periode 2021-2030 verwacht dat nog eens 7.700 extra woningen nodig zijn bovenop de TR 2019. Op lokaal en subregionaal niveau zijn nog geen aantallen bekendgemaakt, maar ook daar zal deze stijging in de woningbehoefte doorwerking hebben. Monitoring en bijstelling van de afspraken is daarom noodzakelijk om te kunnen voorzien in de hogere woningbehoefte. De gemeente Nieuwkoop houdt zelf een woningbouwplanning bij om zicht te houden op de verhouding tussen de plancapaciteit en de behoefte. De gemeentelijke planning blijft binnen de woningbehoefteraming zoals opgenomen in de TR 2019, zodat overaanbod in de regio wordt voorkomen. De woningen die in dit plangebied worden toegevoegd zijn onderdeel van de woningbouwplanning. Integraal woningbouwprogramma Nieuwkoop (2020) Met nieuwe woningen kan tegemoet worden gekomen aan de groeiende druk op de woningmarkt, die zich onder meer uit in stijgende koopprijzen en langere wachttijden voor een sociale huurwoning, en aan de veranderende bevolkingssamenstelling. Er komen meer een- en tweepersoonshuishoudens en het aantal oudere inwoners dat langer zelfstandig thuis moet of wil wonen, neemt toe. Het integraal woningbouwprogramma van de gemeente Nieuwkoop speelt hier op in, door te bouwen voor doelgroepen.
Door in de dorpen de juiste woningen te bouwen kan vertrek van starters en jongeren worden voorkomen, kunnen jonge gezinnen verder bouwen aan hun toekomst binnen de gemeente en wordt aan ouderen de kans geboden in hun eigen dorp te blijven wonen. De trendraming (TR 2019) vormt de behoefteonderbouwing voor het integraal woningbouw-programma. De geprognotiseerde behoefte van 1.910 woningen in de periode 2019-2030 is als volgt verdeeld over verschillende woningtypen en doelgroepen: Tabel 3.3: Gewenste woningbouwprogrammering gemeente Nieuwkoop 2019-2029.
Bron: integraal woningbouwprogramma De doelgroepen voor Buytewech zijn: kleine huishoudens (1 tot 2 personen), starters, jonge gezinnen, ouderen en bijzondere doelgroepen. De richtinggevende programmering voor Buytewech-Noord op gemeentelijke grond is als volgt:
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
24
Tabel 3.4 Richtinggevende programmering Buytewech-Noord (gemeentelijke gronden)
(bron: Integraal woningbouwprogramma, bijlage 3) Voor het deel met de particuliere grond worden nog afspraken gemaakt. Voorwaarde is dat het programma voldoet aan de uitgangspunten van het gemeentelijk woonbeleid en past binnen het programma zoals weergegeven in tabel 3. Regionale afstemming Over de woningbehoefte, en de invulling ervan, heeft regionale afstemming plaatsgevonden in de woonregio. Hierbij baseert de woonregio zich op de provinciale woningbehoefte-prognose, waarbij de regio, conform het uitgangspunt van de provincie, rekening houdt met 30% planuitval. Afstemming vindt plaats door middel van de provinciale planmonitor, waarin de regiogemeenten hun plannen kunnen invoeren. Het project Buytewech-Noord is in deze planmonitor opgenomen. De provincie Zuid-Holland heeft ingestemd met het regionale woningbouwprogramma voor Holland-Rijnland (brief maart 2021). De provincie vermeldt hierbij dat de instemming geldt voor de kwantitatieve onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De instemming is tevens onder voorwaarde dat het volgende woningbouwprogramma binnen de programmeringsruimte blijft van 130% van de nog te publiceren behoefteraming. Woningbouw in Buytewech-Noord geeft invulling aan de doelstelling om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de regionale en lokale verstedelijkingsopgave.
In regionaal verband is afgesproken dat 25% van het programma uit sociale huurwoningen moet bestaan. Daar is in het programma voor Buytewech-Noord ook rekening mee gehouden. Voor de woningmarkt worden kansen gezien voor woonproducten die passen bij het landelijk woonmilieu. De woningen die worden gepland, geven invulling aan de behoefte aan landelijk wonen, gericht op een brede doelgroep op de woningmarkt. Motivering locatiekeuze (waarom niet binnenstedelijk) Het is niet mogelijk om in de gemeente Nieuwkoop meer dan 1.900 woningen binnenstedelijk toe te voegen in een landelijk dorps woonmilieu. Daarom is in de herijking van de structuurvisie (2016) de locatie Buytewech opgenomen als noodzakelijke uitbreiding. Het uitgangspunt van de gemeente is dat hoofdzakelijk in of aan grotere kernen nieuwe woningbouwprojecten ontwikkeld worden. Dit zijn kernen die beschikken over een breed voorzieningenaanbod (zoals: winkels, recreatie, sport, onderwijs, zorg en openbaar vervoer). Het doel van dit beleid is om het voorzieningenniveau in deze dorpen op peil te houden of te versterken, hetgeen ook weer ten goede komt aan de inwoners van de kleinere kernen. Nieuwkoop is, samen met Ter Aar, Nieuwveen en Langeraar, een van die grotere kernen. Binnen de kern Nieuwkoop is Buytewech- Noord nog de enige grote uitbreidingslocatie die in aanmerking komt voor woningbouw.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
25
Conclusie Er is in de gemeente Nieuwkoop een grote woningbehoefte. Dit plan geeft mede invulling aan deze behoefte.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Het provinciaal omgevingsbeleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen werken de provincie vanuit zes vernieuwingsambities, te weten: 1. naar een klimaatbestendige delta; 2. naar een nieuwe economie: the next level; 3. naar een levendige meerkernige metropool; 4. energievernieuwing; 5. best bereikbare provincie; 6. gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werken de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid, die de provincie van provinciaal belang acht. Samen geven deze ‘Opgaven Omgevingskwaliteit’ invulling aan de provinciale opgaven en belangen bij de zorg voor een goede omgevingskwaliteit. Het betreft de volgende opgaven: 1. Landschap en cultuurhistorie: Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; 2. Gezondheid en veiligheid: Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; 3.
Natuur en recreatie: Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; 4. Ruimte en verstedelijking: Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; 5. Wonen: Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; 6. Bodem en ondergrond: Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; 7. Cultuurparticipatie en bibliotheken: Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken; 8. Klimaatadaptatie: Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; 9. Zoetwater en drinkwater: Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; 10. Bereikbaarheid: Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; 11. Regionale economie: Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; 12. Energievoorziening: Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
26
Toetsing Het plan voor Buytewech-Noord is met grote zorg voor de wensen vanuit de omgeving, de inpassing in het landschap en de behoeften van toekomstige bewoners opgesteld. Daarmee draagt het bij aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. De inpassing in het landschap komt met name tot uiting door de aansluiting bij de polderverkaveling, de grote delen aan groen en water in het plan en de maatvoering van de bebouwing (overwegend grondgebonden). Zowel in de inrichting van de wijk als met de voorzieningen in de woningen wordt gestuurd op duurzaamheid en klimaatbestendigheid. De aansluiting op de omgeving zorgt voor een groot aantal verbindingen wat de bereikbaarheid ten goede komt. e maatregelen aan de kwaliteit van het landschap voorziet in woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt de kern Nieuwkoop uitgebreid en versterkt. De nieuwe woningen zijn bedoeld voor de (sociale) huursector. De woningen zullen gasloos en energieneutraal uitgevoerd worden. Op deze wijze sluit de beoogde ontwikkeling aan op de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland. Hiermee sluit het plan aan bij de provinciale doelstellingen. Een verdere toetsing aan de juridisch vastgelegde regels die vanuit de provincie doorwerken, volgt in de volgende paragraaf.
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie april 2019) In de Omgevingsverordening Zuid-Holland heeft de provincie (onder andere) ruimtelijke regels vastgelegd waar bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening mee gehouden dient te worden. Deze regels hebben betrekking op zaken van provinciaal belang, die met deze verordening hun doorwerking hebben op ruimtelijke planvorming en besluitvorming op gemeentelijk niveau. Toetsing In algemene zin zijn de bepalingen uit de Verordening ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9) en de Ladder van duurzame verstedelijking (artikel 6.10) altijd van toepassing. Uit nadere controle van de regels en kaartbladen behorende bij de Omgevingsverordening blijken daarnaast voor dit plangebied ook provinciale regels te gelden ten aanzien van de 20Ke-contour van Schiphol (6.14). Ruimtelijke kwaliteit Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening stelt eisen aan de ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij onderscheidt de Verordening 3 niveaus, oplopend van inpassen, naar aanpassen tot transformeren. Onderstaand is de regeling uit de Verordening opgenomen die aangeeft welke voorwaarden (per niveau) worden gesteld. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); 2. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: a. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid;
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
27
3.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: a. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.
De eerste vraag is daarom op welk niveau de ontwikkeling van Buytewech-Noord moet worden ingeschaald. Hoewel de gronden momenteel nog agrarisch bestemd zijn, is de functie wonen geen gebiedsvreemde functie. Het plangebied betreft immers exact de huidige overgang van de woonkern naar het buitengebied, die met de ontwikkeling van de wijk wordt opgeschoven. Omdat op deze wijze wordt aangesloten bij de bestaande functie wonen, wordt geoordeeld dat met deze ontwikkeling sprake is van aanpassen. De gebiedsidentiteit wijzigt immers niet, maar er is met de fysieke ingrepen duidelijk sprake van wijzigingen op structuurniveau. Dit maakt dat aangetoond moet worden dat sprake is van een zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de (provinciale) kwaliteitskaart en dat er zo nodig maatregelen getroffen moeten worden zoals bedoeld in het derde lid. Gelet op de vertreksituatie zijn met name de laag van de natuur- en cultuurlandschappen en de laag van de stedelijke occupatie relevant. Laag van de natuur- en cultuurlandschappen De laag van de natuur- en cultuurlandschappen laat zien dat het plangebied is aangemerkt als 'Droogmakerij (klei'). De kwaliteitskaart omschrijft over dit type landschap dat droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen.
Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen.
Figuur 3.6
Laag van de cultuur- en natuurlandschappen (Kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland)
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
28
Richtpunten binnen dit type gebied zijn: de droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders; Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Aan deze uitgangspunten wordt voldaan doordat het plan niet raakt aan de randen van de droogmakerijen en qua verkavelingspatroon aansluit bij de aansluitende rechtlijnige verkaveling van het open, agrarisch gebied. Deze hoofdopzet van de verkaveling is ook als zodanig vastgelegd in de bestemmingen op de verbeelding bij dit bestemmingsplan. Laag van de stedelijke occupatie De laag van de stedelijke occupatie toont langs de rand van de bestaande dorpskern de markering 'stads- en dorpsranden'. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen.
Voor de vormgeving daarvan onderscheidt de provincie drie typen 'overgangskwaliteiten'. Het front, het contact en de overlap. Het richtpunt binnen dit type gebied is: ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).
Figuur 3.7
Laag van de stedelijke occupatie (Kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland)
Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Dit wordt als volgt omschreven: Bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, paden, dijken, lanen, linten of waterlopen. De structuur die stad en land verbindt, kan een herkenbare landschappelijke onderlegger hebben als een strandwal of rivier. In andere situaties is het kavelpatroon doorlopend. Stad en ommeland blijven beide in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen. Deze soort overgang is typisch voor dorpen of buitenwijken, waarbij de stedenbouwkundige opzet bijvoorbeeld geënt is op het oorspronkelijke landschappelijke (kavel)patroon.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
29
Het plan Buytewech-Noord sluit hierbij aan door de structuur van de waterlopen, die langs de buitenranden en voor een belangrijk deel ook binnen het plangebied is geënt op de bestaande rechtlijnige waterlopen en verkavelingsstructuur van het agrarisch gebied. Hiermee kennen 'stad' en 'ommeland' ieder hun eigen hoedanigheid, maar worden ze op een passende manier met elkaar verbonden. Wat hier verder aan bijdraagt zijn de mate van groen en natuur in het plangebied. Bij de vormgeving van de wooneilanden wordt hier op basis van het gemeentelijk Landschapsplan verder rekening mee gehouden. Beschermingscategorie Naast het dusdanig vormgeven van het plan dat in voldoende mate aansluiting wordt gevonden bij de kwaliteiten van het gebied, kent artikel 2.10 ook een bepaling waarbij een aantal beschermde gebieden zijn aangewezen. Nieuwe ontwikkelingen daarbinnen zijn in de regel niet toegestaan. Uit een uitsneden van de daarvoor bedoelde kaart uit de Omgevingsverordening, blijkt dat er binnen het plangebied geen gronden zijn die als zodanig zijn beschermd. Wel grenst het plangebied aan zo'n beschermingsgebied. Dit betreft een belangrijk weidevogelgebied aan de noordwestzijde van het plangebied. Hoewel er binnen het plangebied in strikte zin geen beperkingen zijn opgelegd, wordt in paragraaf 4.7 wel inzicht gegeven in de effecten van het plan op het weidevogelgebied
Figuur 3.8
Beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit
Gelet op bovenstaande motivering blijkt dat het plan aansluit bij de bepalingen ten aanzien van kwaliteit die voortvloeien uit de provinciale Omgevingsverordening. Ladder van duurzame verstedelijking Artikel 6.10 van de Omgevingsverordening bepaalt dat bestemmingsplannen waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een toelichting moeten geven op de behoefte daaraan overeenkomstig de bepalingen uit het Bro. In paragraaf 3.1.3 bij de toetsing aan het Bro is hier reeds in voorzien. Daarnaast bepaalt artikel 10 dat voor zover het gaat om stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha en deze plaatsvinden buiten bestaand stads- en dorpsgezicht, gebruik gemaakt dient te worden van de locaties die zijn opgenomen in het provinciale Programma Ruimte. Uit figuur 3.9 blijkt dat de locatie Buytewech-Noord buiten de begrenzing van het bestaand stads- en dorpsgebied uit de provinciale Omgevingsverordening valt. De grens daarvan ligt immers strak om de huidige woonkern, waarbij Park Buytewech nog net binnen de grens valt.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
30
Figuur 3.9
Uitsnede begrenzing Bestaand stads- en dorpsgebied
Dit houdt in dat de locatie aangemerkt moet zijn als ontwikkellocatie in het Programma Ruimte van de provincie. Een uitsnede daarvan is opgenomen in figuur 3.10. Uit de kaart blijkt dat Buytewech-Noord als ontwikkellocatie is aangewezen en uit de tabellen van het Programma Ruimte blijkt dat hier een reservering van 17 ha is toegekend door de provincie.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
31
Figuur 3.10
Aanwijzing Buytewech-Noord als ontwikkellocatie > 3 ha
De omvang van het gehele plangebied bedraagt circa 23,5 ha. Van die totale oppervlakte worden ook grote delen ingericht als groen, water en natuur. Deels vanwege de beperkingen die er vanuit Schiphol gelden (meer hierover bij het volgende kopje), deels vanwege de inpassing richting de omgeving en deels vanwege de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied zelf. Wanneer het groene middengebied en de natuurontwikkeling aan de noordwestzijde van gezamenlijk ruim 7,5 ha, die ook als zodanig worden bestemd, op het totaaloppervlak in mindering worden gebracht worden, resteert een omvang van circa 16 ha aan stedelijke ontwikkeling. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de reservering die daarvoor in het Programma Ruimte is opgenomen. Daarbij wordt opgemerkt dat de aanduiding van een locatie op de kaart (zie fig. 3.1) een indicatieve aanduiding betreft. Vanuit de provincie geldt het principe dat in het bestemmingsplan waarmee de ontwikkeling daadwerkelijk mogelijk wordt gemaakt, voorzien dient te in een motivering van de inrichting en de inpassing van de ontwikkeling binnen de daarvoor geldende kaders voor ruimtelijke kwaliteit. Hier is onder het vorige kopje op ingegaan. 20Ke-contour Artikel 6.14 omvat regels over het toestaan van nieuwe woningen binnen de 20Ke-contour van Schiphol.
De 20 Ke-contour is een planologische contour bedoeld om terughoudendheid te betrachten voor wat betreft woningbouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Deze terughoudendheid is enerzijds ingegeven vanuit het oogpunt van de bescherming van mensen tegen vliegtuiggeluid, en anderzijds om voldoende ruimte te laten voor (toekomstige) ontwikkelingen (zoals veranderingen in aanvliegroutes) van de mainport Schiphol. Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
32
Binnen de 20 Ke-contour wordt buiten bestaand stads- en dorpsgebied in principe geen grootschalige woningbouw toegestaan. Woningbouw in dat gebied wordt niet volledig uitgesloten om het buitengebied en het belang van woningbouw niet volledig op slot te zetten. Vanwege de continuïteit van overheidsbeleid blijven nog niet gerealiseerde woningbouwlocaties binnen de voormalige rode contour uit de streekplannen van 2003 daarom wel mogelijk. In figuur 3.11 is een uitsnede opgenomen van de bij deze regeling behorende kaart uit de Verordening. Hieruit blijkt dat de 20Ke-contour schuin over de achterzijde van het plangebied ligt.
Figuur 3.11
Uitsnede kaartblad 20Ke-contour
De Verordening stelt in artikel 6.14 dat er binnen deze zone uitsluitend nieuwe woningen zijn toegestaan voor zover dat binnen het bestaand stads- en dorpsgebied plaatsvindt of als één van de volgende uitzonderingssituaties aan de orde is: woningbouw binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003, waarvan de plaats is vastgelegd in de Verordening (zie eveneens figuur 3.11) de toevoeging van ten hoogste enkele woningen in reeds aanwezige lintbebouwing; de toevoeging van ten hoogste enkele greenportwoningen, als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek; de toevoeging van ten hoogste enkele woningen volgens het principe ruimte voor ruimte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van overtollige bebouwing en kassen; het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen; of bedrijfswoningen, voor zover noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Met de genoemde bepalingen is bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan voor Buytewech-Noord reeds rekening gehouden. De nieuwe woningen die binnen de 20Ke-contour liggen, zijn zodanig gesitueerd dat zij passen binnen de bebouwingscontour zoals die in het Streekplan van 2003 gold en waar het verbod op woningbouw niet op van toepassing is.
De overige gronden van het project die binnen de 20Ke-contour vallen, betreffen het middengebied en de noordwestzijde van het project. Deze gronden worden ingericht met groen, water, natuur en infrastructuur. In de wijze van bestemmen is hier rekening mee gehouden, door specifieke delen als Groen of Natuur te bestemmen, zodat woningbouw binnen de 20 Ke-contour niet mogelijk is voor zover deze gronden in 2003 buiten de bebouwingscontour lagen. Op deze wijze voldoet het plan op dit punt aan de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening stelt verder dat wanneer er nieuwe woningen die binnen de 20Ke-contour mogelijk worden gemaakt, er in dat geval in de toelichting van het bestemmingsplan rekenschap gegeven dient te worden van het feit dat er op de betreffende locatie sprake is van geluid van het luchtvaartverkeer en dat gemotiveerd wordt waarom er op de betreffende locatie woningen bestemd
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
33
worden. Dit komt verder aan bod in paragraaf 3.3.4, waarin de gemeentelijke beleidsregel '' Wonen en vliegen' aan de orde komt. 3-hectare kaart Op de provinciale kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3 ha kaart'), zijn nog te ontwikkelen woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) opgenomen. Als een locatie is opgenomen op de '3 ha kaart' betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Het plangebied Buytewech-Noord is opgenomen op deze kaart.
3.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk woonbeleid 3.3.1 Structuurvisie Nieuwkoop De gemeente ziet zich in de nabije toekomst gesteld voor een aantal ruimtelijke opgaven. In de Structuurvisie Nieuwkoop wordt beschreven welke ambities de gemeente heeft voor de toekomst. Volgens de structuurvisie is de gemeente in 2040 een groene, ondernemende en op duurzaamheid gerichte gemeenschap met sterke contrasten tussen de kernen, het agrarisch landschap en het natuurgebied. In de structuurvisie wordt de kern Nieuwkoop aangemerkt als een woonkern type A. De A kernen zijn de grotere dorpen van de gemeente. Ze beschikken over een voorzieningenaanbod met winkels, recreatieve attracties en sportaccommodaties. Voor de kern Nieuwkoop zijn de volgende twee deelgebieden van belang:
Deelgebied De Nieuwkoopse Plassen: in 2040 is dit gebied een natuurgebied van formaat waar ook sommige passende vormen van extensieve recreatie plaatsvinden. Nieuwkoop heeft zich helemaal gericht op het 'groenblauwe' thema; Kansen voor de kernen: het op peil houden van de leefbaarheid van de kernen in de gemeente is een speerpunt.
De doelen voor 2040 worden onderverdeel in zes thema's: 1. Duurzaamheid; 2. Bereikbaarheid voor auto, fiets en over water; 3. Toekomst voor agrarisch sector, kassen, natuur en landschap; 4. Robuust en duurzaam watersysteem; 5. Ontwikkeling recreatie en toerisme; 6. Bouwen voor de toekomst. In 2016 heeft een herijking van de structuurvisie plaatsgevonden. Hierin wordt teruggeblikt naar de doelen uit de structuurvisie en welke hiervan behaald zijn. In de herijking wordt gekeken welke doelen tot 2040 gelijk blijven en welke ambities bijgesteld moeten worden. Wat betreft woningbouw wordt hierin geconcludeerd dat vastgehouden wordt aan het realiseren van de 430 woningen buiten de provinciale rode contour voor het transformeren van de Noordse Buurt, waaronder de woningen in Buytewech-Noord. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van de wijk Buytewech-Noord mogelijk gemaakt wat bijdraagt aan de toekomstige versterking van de leefbaarheid van Nieuwkoop en aan de realisatie van het gestelde doel van de 430 woningen.
Rho adviseurs voor leefruimte
059600.20200170
34
3.3.2 Integraal woningbouwprogramma Nieuwkoop Met het integraal woningbouwprogramma Nieuwkoop legt het college de focus op het bouwen voor doelgroepen. In voorgaande jaren werd bij de woningbouwprogrammering, mede ingegeven door saneringsopgaven als de Zuidhoek en de Noordse Buurt, vooral gedacht in woonproducten zoals rijtjeswoningen, tweekappers en vrijstaand. Met het nieuwe woningbouwprogramma ligt de nadruk op het specifiek bouwen van betaalbare woningen voor de doelgroepen starters, ouderen en jonge gezinnen en op bouwen voor doorstroming. Het gepresenteerde woningbouwprogramma heeft als startdatum 1 januari 2019. Hiermee wordt een relatie gelegd met de provinciale woningbehoeftecijfers. De provincie heeft berekend dat in Nieuwkoop vanaf 1 januari 2019 voor een periode van 10 jaar 1.910 woningen moeten worden gerealiseerd om te kunnen voorzien in de woningbehoefte van de gemeente. Een verdere toetsing van het project Buytewech-Noord aan het gemeentelijk woningbouwprogramma is reeds opgenomen in paragraaf 3.1.3. 3.3.3 Doelgroepenverordening Het Integraal woningbouwprogramma stuurt zogezegd minder op producten en meer op prijsklassen en doelgroepen.
Om te zorgen dat de woningen die worden gerealiseerd voor specifieke doelgroepen ook op de lange termijn aan deze groepen kunnen worden toegewezen - dat wil zeggen ook als deze woningen op den duur voor nieuwe bewoners beschikbaar komen - heeft de gemeente Nieuwkoop een afzonderlijke Doelgroepenverordening opgesteld. De doelgroepenverordening is een sturingsinstrument waarmee de gemeente voor de categorieën sociale huur, middenhuur, goedkope koop en particulier opdrachtgeverschap de maximum prijsgrenzen, de bijbehorende doelgroepen en de instandhoudingstermijnen kan bepalen. Met een doelgroepenverordening kan de gemeente uitvoering geven aan het woningbouwprogramma. 3.3.4 Beleidsregel 'Wonen en Vliegen' De gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 11 mei 2017 de beleidsregel Wonen & vliegen (nieuwbouw binnen 20 Ke contouren en LIB 4) vastgesteld. De beleidsregel is op 26 mei 2017 in werking getreden. Met deze beleidsregel legt de gemeente vast op welke wijze zij ‘rekenschap’ geeft in bestemmingsplannen wanneer daarmee woningen mogelijk worden gemaakt binnen de 20Ke-contour van Schiphol.
Zoals in paragraaf 3.2.2 al is onderbouwd, is in dit geval voor een deel van het plangebied sprake van woningbouw binnen de 20Ke-contour wat in deze vorm mogelijk is gelet op het feit dat deze woningen (de zuidwesthoek van het plangebied) binnen de voormalige bebouwingscontour van het stads- en dorpsgebied van het streekplan Zuid-Holland Oost 2003 liggen. Met deze beleidsregel heeft de gemeente aangegeven op welke wijze rekenschap wordt gegeven in bestemmingsplannen over (bijvoorbeeld) de geluidsbelasting van nieuwe woningen en indien nodig maatregelen om het geluidsniveau binnen de woning te verminderen. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt extra aandacht besteed aan de afweging van de belangen die met de beoogde woningbouw binnen 20 Ke contour zijn gemoeid. Er wordt een afweging gemaakt waarbij de lokale leefbaarheid en vitaliteit een belangrijke rol spelen.