Beleidsplan bomen gemeente Nieuwkoop 2024-2033
Tekst van het document
Beleidsplan bomen 2024-2033
Toekomstgericht boombeleid Rentmeesterschap over ons groene kapitaal
Gemeente Nieuwkoop Afdeling Beheer Openbare Ruimte Datum 6-6-2024 (DEFINITIEF)
Beleidsplan bomen 2024-2033
1
Beleidsplan bomen 2024-2033
Inhoudsopgave Samenvatting ..............................................................................................................................4 1
Inleiding ...............................................................................................................................6
2
Evaluatie en ontwikkeling huidig boombestand ..................................................................8 2.1
3
4
5
Evaluatie huidig boombestand ...................................................................................8
Kaders en uitgangspunten ............................................................................................... 22 3.1
Landelijk beleid en wetgeving .................................................................................. 22
3.2
Provinciaal beleid ..................................................................................................... 24
3.3
Gemeentelijke regelgeving en beleid ...................................................................... 25
Doel, visie en beleidsuitgangspunten ............................................................................... 30 4.1
Doel.......................................................................................................................... 30
4.2
Visie ......................................................................................................................... 30
4.3
Beleidsuitgangspunten ............................................................................................ 31
Boombeleid....................................................................................................................... 33 5.1
Kwaliteit boombestand............................................................................................. 34
5.2
Kwantiteit boombestand .......................................................................................... 45
5.3
Bomen en overlast ................................................................................................... 54
5.4
Regels voor bescherming van bomen ..................................................................... 59
5.5
Omgevingswet en bomen ........................................................................................ 61
Verklarende woordenlijst ......................................................................................................... 63
Bijlage 1 Ecosysteemdiensten ................................................................................................. 66 Bijlage 2 Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten .................................................. 69 2.1 Klimaatbestendig Zuid-Holland ...................................................................................... 69 2.2 Gezonde en veilige leefomgeving .................................................................................. 70 2.3 Bos- en bomenbeleid ..................................................................................................... 70 Bijlage 3 Gemeentelijk beleid, groene speerpunten omgevingsvisie en duurzaamheid ......... 72 3.1 Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop ......................................................................... 72 3.2 Beleidskader Duurzaamheid en Duurzaamheids-programma Nieuwkoop .................... 73 Bijlage 4 Soortentabel Groen in de Stad ................................................................................. 75 Bijlage 5 Bodemgesteldheid en grondwater ............................................................................ 78 Bijlage 6 Analyse en advies samenstelling boombestand.......................................................
80 Bijlage 7 Tabel afweging behoud, verplanten of vervangen bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen .............................................................................................................. 81 Bijlage 8 Tabel compensatie vervanging bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen ........ 83 Bijlage 9 Potentiële locaties compenseren bomen .................................................................. 85 Bijlage 10 Bomenkompas voor allergeniciteit .......................................................................... 87
2
Beleidsplan bomen 2024-2033
3
Beleidsplan bomen 2024-2033
Samenvatting De gemeente Nieuwkoop heeft ongeveer 12.000 bomen in beheer en eigendom. De Gemeente Nieuwkoop heeft haar ambities met name gericht op leefomgeving, gezondheid, biodiversiteit en klimaat, het zogenaamde DNA van Nieuwkoop. Om deze doelstellingen te bereiken hebben we bomen (en groen) nodig. Met de invoering van de Omgevingswet wordt zichtbaar dat er alleen regels voor beschermwaardige bomen zijn en niet voor alle andere gemeentelijke bomen. Om het belang van bomen goed te borgen moeten we ook voor alle andere bomen duidelijke beleidsregels vaststellen. Alleen dan kunnen we deze ambities waarmaken. Dit beleidsplan bomen vormt de verbindende schakel. Het huidige boombestand van de Gemeente Nieuwkoop vraagt aandacht. Het risico bestaat dat we onvoldoende een duurzaam bomenbestand behouden en opbouwen. Dit sluit niet aan bij de ambities in het vastgestelde beleid. Het ontbreekt aan eenduidige afspraken over het herplanten van bomen of vastgelegde eisen aan het nieuw aanplanten van bomen. Daarnaast zien we dat bij het onderhoud van bomen het begeleiden van jonge aanplant achterblijft. In dit plan is boombeleid opgenomen in vijf vertakkingen, namelijk: kwaliteit boombestand, kwantiteit (aantal/omvang) boombestand, bomen en overlast, regels voor bescherming van bomen en Omgevingswet en bomen.
Daarnaast zijn er vier beleidsklassen opgenomen, namelijk: (toekomstig) monumentale boom, structuurboom, overige boom en boom met verkorte omloop. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om voor elk type boom afspraken vast te leggen. Bij kwaliteit boombestand leggen we afspraken vast over hoe lang we een boom duurzaam willen laten groeien als we deze aanplanten. Welke boomsoort we kiezen en hoe we ervoor zorgen dat ons bomenbestand meer divers van samenstelling wordt. We leggen onze ambitie voor het onderhoud van bomen vast, leggen vast hoe we beter schade aan bomen kunnen voorkomen en hoe we dit in het proces rond graafwerkzaamheden optimaliseren. Bij kwantiteit van het boombestand spreken we af dat we bomen die uitvallen vervangen en hoe we dat doen. Daarnaast leggen we vast hoe we bomen die moeten wijken voor projecten of (bouw)ontwikkelingen compenseren. Het uitgangspunt is dat we bomen zoveel als mogelijk behouden. Daarnaast is het van belang voor de aanleg van nieuwe locaties een groennorm te gaan ontwikkelen. Daarnaast kunnen inwoners zelf ook zorgen voor meer bomen in de wijk. We gaan onderzoeken hoe we ze daarbij kunnen helpen. We vervangen of snoeien geen bomen omwille van de opbrengst van zonnepanelen, maar houden er wel rekening mee bij nieuwe aanplant.
Bovenmatige hinder of overlast kunnen we, afhankelijk van de beleidsklasse van een boom en eventueel een breder maatschappelijk belang beoordelen. Ook houden we bij aanplant rekening met (hooikoorsts)allergie in de bebouwde kom. Deze afspraken leggen we uiteindelijk vast in gemeentelijk regels en borgen we via de Omgevingswet. Zo creëren we de mogelijkheden voor de ontwikkeling en het behoud van een toekomstbestendig boombestand en uitbreiding van het boombestand op plekken waar dit gewenst is. De invulling hiervan is gericht op het principe van goed rentmeesterschap. Zo kunnen we invulling geven aan onze ambities en doelstellingen op het gebied van aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie. 4
Beleidsplan bomen 2024-2033
5
Beleidsplan bomen 2024-2033
1
Inleiding
1.1 Aanleiding In de dertien kernen en het grote buitengebied van gemeente Nieuwkoop zijn ongeveer 12.000 bomen te vinden. Nieuwkoop is een gemeente in het Groene Hart met open veen- en kleipolders, veel water en ruimte voor een mix van wonen, werken, natuur en recreatie. Vooral in de woonkernen neemt de druk op de openbare ruimte toe. Er zijn meer woningen nodig, we zoeken vaak extra ruimte om te parkeren en vanwege de energietransitie komen er veel nieuwe kabels en leidingen. Kortom, de bomen en groenvoorzieningen in het algemeen staan flink onder druk. Aan de andere kant wordt steeds duidelijker dat we groen en bomen nodig hebben. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering waarbij bomen ons helpen bij het voorkomen van hittestress en het opvangen van water bij extreme neerslag. Of het feit dat bomen ons helpen de biodiversiteit in onze leefomgeving te vergroten. Deze functies en voordelen van groen en bomen noemen we ‘ecosysteemdiensten’. In bijlage 1 ‘Ecosysteemdiensten’ is dit nader toegelicht. Inmiddels is dit besef goed terug te vinden diverse gemeentelijke beleidsdocumenten. We kunnen stellen dat het belang van groen in het DNA van Nieuwkoop zit. In diverse beleidsdocumenten zijn ambities en doelstellingen voor leefomgeving, gezondheid, biodiversiteit en klimaat opgenomen. Daarbij is ook aangegeven hoe dit zich vertaalt in de openbare ruimte.
Bomen (en groen) spelen daar een belangrijke rol in. Er ontbreekt verbinding tussen dit zogenaamde DNA en de daadwerkelijke mogelijkheden om dit uit te voeren. Er is sprake van een ontbrekende schakel. Met de invoering van de Omgevingswet wordt zichtbaar dat er alleen regels voor beschermwaardige bomen zijn. Om het belang van bomen goed te borgen moeten we ook voor alle andere bomen duidelijke beleidsregels vaststellen. Zo voorkomen we dat alle overige bomen ‘vogelvrij’ zijn terwijl we ze zo hard nodig hebben. Ook hier is sprake van een ontbrekende schakel.
1.2 Doel Met dit beleidsplan bomen legt de gemeente de verbindende schakels tussen het beheer van bomen en het beleid gericht op een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit, klimaatadaptatie en de Omgevingswet. Daarnaast kunnen we met dit beleidsdocument de voordelen en het belang van bomen in de (openbare) ruimte beter behartigen. Dit resulteert in de volgende doelstelling: Dit beleidsplan creëert mogelijkheden voor de ontwikkeling en het behoud van een toekomstbestendig boombestand en uitbreiding van het boombestand op plekken waar dit gewenst is zodat dit een bijdrage levert aan een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om dit doel te verwezenlijken zijn beleidsuitgangspunten op het gebied van kwaliteit, kwantiteit (aantal), overlast, regelgeving en bomen in de Omgevingswet van belang.
6
Beleidsplan bomen 2024-2033 De invulling hiervan is gericht op het principe van goed rentmeesterschap. Wat een rentmeester beheert is geleend en moet dus ongeschonden en liefst met toegevoegde waarde aan de eigenaar worden geretourneerd dan wel aan de toekomstige generatie worden overgedragen. Door de voordelen en het belang van bomen beter te positioneren in het beheer en de ontwikkeling van de openbare ruimte, met daarbij een duidelijke set aan afspraken, kan de gemeente regisseren in plaats van reageren. Door dit te borgen in dit beleidsplan bomen plukken we daar uiteindelijk de vruchten van.
1.3 Totstandkoming Voor het opstellen van dit beleidsplan bomen is er informatie opgehaald uit de gemeentelijke organisatie. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondbedrijf, Bestuurlijk Juridische Zaken, Beheer Openbare Ruimte (de teams Werk en Uitvoering en Buitendienst). Zo is inzicht ontstaan in de verschillende aandachtspunten en belangen binnen de organisatie. Op 31 oktober 2023 zijn de contouren van dit plan gepresenteerd aan een afvaardiging van de gemeenteraad in een zogenaamde raadspresentatie. In deze presentatie was er ruimte voor een onderling gesprek over diverse onderdelen van het plan en de verdere invulling daarvan. Op basis van de gegevens uit het boombeheersysteem is een evaluatie gemaakt van de ontwikkeling van het huidige boombestand. Het bedrijf Cobra Groeninzicht heeft een analyse gemaakt van alle aanwezige bomen. Dit heeft gezorgd voor een verbetering van het boombeheersysteem en inzicht in de effecten van bomen op het gebied van klimaatadaptatie. Dit verbetert het inzicht in ons areaal en helpt ons om heldere beleidsdoelen te maken.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de evaluatie opgenomen van de ontwikkeling van het huidige boombestand. Hoofdstuk 3 geeft de kaders en uitgangspunten weer. Dit geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders en de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en dient ook als belangrijke input. De conclusies die we uit beide hoofdstukken trekken en ontwikkelpunten die we signaleren zijn de input voor nieuwe beleidsafspraken en concrete acties in een werkplan. In hoofdstuk 4 ‘Visie, doel en beleidsuitgangspunten’ leggen we de resultaten van hoofdstuk 2 en 3 langs de meetlat en bepalen we de benodigde doelstellingen. In hoofdstuk 5 ‘Boombeleid’ spreken we af hoe we deze doelstellingen gaan bereiken en vastleggen. Elke paragraaf sluiten we af met een blok waarin een samenvatting van de belangrijkste punten is weergegeven. Dit is verdeelt in ‘Conclusies’ en ‘Ontwikkeling’ (hoofdstuk 2 en 3) en ‘Beleidsafspraken’ en ‘Werkplan’ (hoofdstuk 5).
7
Beleidsplan bomen 2024-2033
2
Evaluatie en ontwikkeling huidig boombestand
Dit hoofdstuk bevat een analyse van het beheer, de kwantiteit en de kwaliteit van het huidige boombestand. De conclusies en ontwikkelpunten zijn de basis voor het boombeleid 2024-2034, opgenomen in hoofdstuk 5 ‘Boombeleid’.
2.1 Evaluatie huidig boombestand 2.1.1 Het inspecteren van bomen Voor een goede analyse en monitoring van het boombestand is een actueel boombeheersysteem belangrijk. De gemeente Nieuwkoop werkt op dit moment met het programma GeoVisia. Dit is een integraal digitaal beheersysteem voor (bijna) alle onderdelen van de openbare ruimte. Met behulp van datapaspoorten bepalen we welke informatie per boom wordt ingewonnen. Veel informatie die we verzamelen vindt zijn oorsprong in de richtlijnen van het Norminstituut Bomen, vastgelegd in het Handboek Bomen. In de openbare ruimte is de gemeente in de meeste gevallen eigenaar en beheerder van de bomen. Waar de gemeente eigenaar en beheerder is heeft de gemeente een zorgplicht. Dit betekent dat de gemeente het onderhoud van de bomen op deugdelijke wijze en aantoonbaar moet organiseren. Doet de gemeente dit niet, dan kan zij verantwoordelijk worden gehouden bij schades en/of ongelukken. Samengevat houdt dit in dat we de bomen periodiek inspecteren en de acties die uit deze inspectie voortkomen uitvoeren en een registratie bijhouden in ons boombeheersysteem. Minimaal eens per drie jaar wordt een boom geïnspecteerd door middel van een zogenaamde Boom Veiligheids Controle (BVC). Een minimale frequentie van eens per drie jaar is inmiddels maatschappelijk aanvaard als reguliere controlefrequentie om te voldoen aan de zorgplicht.
Er zijn bomen waarbij er een grote kans op schade is. Dit kan komen door de locatie van de boom (standplaats), maar veelal omdat er tijdens de controle gebreken zijn geconstateerd. Deze bomen vallen onder de verhoogde zorgplicht en worden jaarlijks gecontroleerd. Is het niet mogelijk het risico van een gebrek in te schatten tijdens de BVC, dan is er sprake van een onderzoeksplicht. Deze BVC combineren we met de opname van het benodigde onderhoud aan de boom. Hierdoor is per boom inzichtelijk wat voor maatregelen nodig zijn in het kader van de veiligheid van de boom en het onderhoud. Door ook de conditie en levensverwachting tijdens de inspectie in te schatten ontstaat een beeld van de kwaliteit van onze bomen. Het inspecteren van bomen is een terugkerend proces. Het gebied is momenteel in drie rayons verdeeld, namelijk: • Ter Aar, Korteraar, Langeraar, Papenveer, Noordse Buurt, Noordse Dorp, Kerklaan (Noorden) (circa. 5000 bomen). • Nieuwkoop, Woerdense Verlaat, Noorden (excl. Kerklaan), De Meije (circa 4000 bomen). • Nieuwveen, Vrouwenakker, Zevenhoven (circa 3000 bomen). In afbeelding 1 is de huidige rayonverdeling te zien.
8
Beleidsplan bomen 2024-2033
Afbeelding 1, Globaal overzicht rayonindeling boominspectie
Er vindt nog geen structurele registratie van uitgevoerde werkzaamheden plaats. Bij het wegnemen van risico’s uit de BVC-controle is dit wel noodzakelijk om aan de zorgplicht te voldoen. Ook geeft de registratie van het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden grip op de kwaliteit van bomen en het boombeheer. De registratie van uitgevoerde werkzaamheden in ons boombeheersysteem is nog in ontwikkeling. Ook de registratie van het plantjaar ontbreekt, op de beschermwaardige bomen na. Momenteel zijn we gestart met het bijwerken en bijhouden van deze gegevens. Registratie van het plantjaar geeft inzicht in de leeftijdsopbouw van het boombestand, maar helpt bijvoorbeeld ook bij het bepalen welke bomen na aanplant een watergift nodig hebben.
2.1.2 Ontwikkeling aantal bomen Om een goede analyse te maken van het vervangen van uitgevallen bomen (inboet/vervanging) moeten we eerst een analyse maken van het aantal geregistreerde bomen. Voor het opstellen van dit beleidsplan is er een datacontrole uitgevoerd. Hieruit zijn diverse nog niet geregistreerde bomen naar voren gekomen waardoor het totaal aantal bomen in werkelijkheid groter is dan in het boombeheersysteem staat. Het is belangrijk het werkelijk aantal te onderhouden bomen in beeld te hebben. Zo kunnen we de benodigde ureninzet (capaciteit) en het benodigde budget goed bepalen. Te weinig capaciteit en budget zorgt voor achterstanden in het onderhoud waardoor kwaliteitsverlies optreedt. 9
Beleidsplan bomen 2024-2033 Analyse geregistreerde bomen Tabel 1 ‘Vergelijk aantallen bomen’ laat de ontwikkeling in de aantallen geregistreerde bomen zien. In de tweede kolom is het aantal bomen uit het meest recente beheer- en beleidsplan Groen te vinden en in de derde kolom het aantal bomen uit boombeheersysteem GeoVisia voor de datacontrole (peildatum juni 2023). Dit is verdeeld in het aantal bomen per standplaats of type boom. Dit onderscheid maken we omdat er een verschil in onderhoudskosten is. Arealen 2023 GeoVisia vs. Beheerplan 2020
Beheerplan groen 2020
GEOVISIA d.d. 2-6-2023
Verschil
Bomen in gras
4229
4347
118
Bomen in verharding
683
630
-53
Bomen in beplanting
3945
3658
-287
Lei- en vormbomen
321
314
-7
Knotbomen
2507
2326
-181
80
224
144
11499
-266
Bomen gekandelaberd
Totaal 11765 Tabel 1, Vergelijk aantallen bomen (peildatum juni 2023)
Het totale verschil is -266 bomen ten opzichte van het areaal in 2020. Dat komt omdat we een groot deel van de nieuw geplante bomen nog niet geregistreerd zijn in het boombeheersysteem. Ten opzichte van de aanwezige bomen in 2020 zijn er uiteindelijk 83 bomen te weinig herplant. Er zijn 181 minder knotwilgen ten opzicht van 2020. In de praktijk worden deze door de eigen buitendienst vervangen door een nieuwe wilgenstaak. Op deze wijze is een groot deel van deze knotwilgen inmiddels herplant, maar nog niet geregistreerd. Er zijn ook locaties waar bewust geen nieuwe knotwilgen worden herplant. Een voorbeeld hiervan is de Molenkade in Nieuwveen. De knotwilgen staan hier te dicht op elkaar. Het opnieuw tussenplanten van een uitgevallen knotboom is dan niet zinvol. Het voornaamste doel is dat de rij knotbomen als volwaardig landschappelijk element in stand blijft. Daarom maken we een kritische afweging of het herplanten van een nieuw knotboom noodzakelijk is. Bij (wijk)reconstructies onderzoeken we of we ook andere bomen kunnen aanplanten, zoals is gebeurd in Broekveen Ter Aar. Er zijn diverse nieuwe bomen aangeplant op uitbreidingslocaties. Tussentijds zijn de gewijzigde aantallen bomen via een budgetmutatie in de begroting verwerkt tijdens de planning en control cyclus. Dit proces wordt in het groenbeheer consequent gevolgd.
Dat is van belang omdat het groen direct na aanleg onderhoud nodig heeft. Analyse recente uitbreiding In afbeelding 2 ‘Overzicht nieuwe bomen in nieuwbouw- en uitbreidingslocaties’ zijn de diverse uitbreidingslocaties weergegeven die nog niet zijn verwerkt in de begroting. Dit zijn er in totaal 265 stuks.
10
Beleidsplan bomen 2024-2033
Afbeelding 2, Overzicht nieuwe bomen in nieuwbouw- en uitbreidingslocaties
Van dit aantal zijn er 141 bomen aangeplant langs de Milandweg (80), in het Meijepark (26) en in Nieuw Amstel West (33) als compensatie van bomen die verloren zijn gegaan bij werkzaamheden van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. De bomen langs de Milandweg zijn inmiddels geregistreerd in GeoVisia (peildatum 25-1-2024). De overige locaties nog niet. Dit wordt bij ‘Controle niet geregistreerde bomen’ verder toegelicht. Controle niet geregistreerde bomen Voor het opstellen van dit beleidsplan heeft er een datacontrole plaatsgevonden. Hieruit zijn diverse nog niet geregistreerde bomen naar voren gekomen die in de meeste gevallen wel worden onderhouden. Deze bomen zijn inmiddels voor een groot deel geregistreerd en gecontroleerd. Tabel 2 ‘Vergelijk aantallen bomen (peildatum januari 2024)’ laat de ontwikkeling in de aantallen geregistreerde bomen uit het meest recente beheer- en beleidsplan Groen en de situatie na de meest recente boomcontrole zien. We zien een toename van ca. 500 bomen t.o.v. de aantallen uit het groenbeheerplan (peildatum januari 2024).
11
Beleidsplan bomen 2024-2033 Arealen 2023 GeoVisia vs. 2024 GeoVisia
Beheerplan groen 2020
GEOVISIA d.d. 10-4-2024
Verschil
Bomen in gras
4229
4753
524
Bomen in verharding
683
629
-54
Bomen in beplanting
3945
3888
-57
Lei- en vormbomen
321
320
-1
Knotbomen
2507
2416
-91
80
197
117
12103
483
Bomen gekandelaberd
Totaal 11765 Tabel 2, Vergelijk aantallen bomen (peildatum januari 2024)
Conclusie Het proces van datacontrole loopt nog waardoor het totaal aantal bomen nog verder zal toenemen. Gewijzigde aantallen en de financiële consequenties daarvan moeten worden verwerkt in de begroting tijdens de planning en control cyclus. Het is van belang dat we ook deze laatste wijzigingen verwerken in de begroting 2025 en verder om kwaliteitsverlies van onze bomen door gebrek aan budget en capaciteit te voorkomen.
2.1.3 Ontwikkeling van leeftijd en kwaliteit bomen Boombeleid stellen we op met oog op de toekomst. De jonge bomen van nu zijn de grotere bomen van de toekomst. Oudere en grotere bomen hebben doorgaans meer positieve invloed op de omgeving dan jongere en kleinere bomen. Hetzelfde geldt voor gezonde bomen. Tijdens de inspectie van bomen worden de bomen in hoogteklassen ingedeeld. Tegelijkertijd wordt er een inschatting van de levensverwachting gemaakt waarmee inzicht in de kwaliteit wordt verkregen. De peildatum voor onderstaande evaluatie is juni 2023. Leeftijd Zoals aangegeven is van de meeste bomen in onze gemeente het plantjaar niet genoteerd. Een inschatting van de leeftijdsopbouw van bomen is alleen te maken op basis van een inschatting van de boomhoogte waarbij meespeelt dat daarin ook knotbomen en kleinere boomsoorten zijn opgenomen. In figuur 1 ‘Verhouding boomhoogtes verdeeld in klassen’ op de volgende pagina is de verdeling in boomhoogtes per klasse weergegeven. Er is een relatief hoog aantal kleine bomen (< 6 meter), namelijk 44%. Dit zijn ongeveer 5000 van de circa 11.500 aanwezige gemeentelijke bomen. Iets minder dan de helft van deze bomen bestaat uit knotbomen. Samengevat bestaat 23% van het areaal uit bomen van 12 meter of hoger waarvan 0,3% hoger dan 24 meter is ingeschat.
Dit houdt in dat ongeveer driekwart bestaat uit jonge of halfvolwassen bomen en kleinere boomsoorten. Dat kan gunstig zijn voor de toekomst als de boomsoorten die uiteindelijk groter worden ook de kans krijgen om duurzaam volwassen te worden. Daarvoor is inzicht in de toekomstverwachting nodig.
12
Beleidsplan bomen 2024-2033
Figuur 1, Verhouding boomhoogtes verdeeld in klassen (peildatum juni 2023)
Toekomstverwachting Tijdens de inspectie wordt ook de toekomstverwachting van bomen ingeschat. Dit is een inschatting van de technische levensduur van een boom op basis van de actuele conditie, groeiontwikkeling, ziekten, aantastingen of boomtechnische gebreken. In figuur 2 ‘Verhouding toekomstverwachting verdeeld in klassen’ op de volgende pagina is dit samengevat in een klassenindeling. Van een klein percentage zijn onvoldoende kenmerken opgenomen. Het is zichtbaar dat ongeveer 68% van de bomen een lange levensverwachting heeft. Maar van ongeveer 32% van de bomen is een inschatting gemaakt van een eindige levensduur. Daar is dus toch iets mee aan de hand. Een klein percentage is er zeer slecht aan toe, maar het grootste deel heeft een toekomstverwachting van 10-15 jaar. Uiteraard kan er in die periode van 10-15 jaar veel veranderen, maar in veel gevallen is het zo dat als een boom gebreken begint te vertonen er bijna nooit een volledig herstel optreedt en de levensverwachting over het algemeen alleen maar afneemt.
13
Beleidsplan bomen 2024-2033
Figuur 2, Verhouding toekomstverwachting verdeeld in klassen (peildatum juni 2023)
Kruisen we de gegevens boomhoogte en toekomstverwachting dan ontstaat er een beeld van de toekomstige ontwikkeling van het boomareaal. In tabel 3 is dit nader uitgewerkt. Hoogte
Toekomstverwachting
<6m
> 24 m
12 tot 18 m
18 tot 24 m
6 tot 12 m
1
11
Niet te beoor delen
(Leeg) Totaal
< 1 jaar (vervangen)
35
1
1 tot 5 jaar (slecht)
106
28
48
5 tot 10 jaar (onvoldoende)
431
258
24
263
10 tot 15 jaar (voldoende)
799
4
693
89
859
2444
> 15 jaar (goed)
3695
33
1301
219
2511
7759
Niet (volledig) te beoordelen
24
Slecht
1
62
196 1
977
2
26 1
(Leeg)
47
47
Eindtotaal
5091
37
2281
333
3706
3
47
11498
Waarvan (rood, oranje, geel): Aantal bomen in toekomstverwachting 1-15 jr. Percentage bomen in toekomstverwachting 1-15 jr.
1336
4
979
113
1184
1
0
3617
26,3%
10,8%
42,9%
33,9%
31,9%
33,3%
0%
31,5%
Tabel 3, Vergelijk toekomstverwachting en boomhoogte (peildatum juni 2023)
Samengevat is zichtbaar dat bij 31,5% van de bomen de inschatting is gemaakt van een eindige levensduur. Dit is een gemiddelde over het totaal. In zijn algemeenheid is zichtbaar dat bij kleine bomen (< 6 meter hoog) en bomen van 6 – 12 meter hoog een kwart tot een derde het label krijgt ‘eindige levensduur’ en bij grotere bomen loopt dit nog verder op. Het grootste deel van het boomareaal groeit goed, maar toch is het percentage met een ingeschatte eindige levensduur hoog. Het is bekend dat met name grotere, goed functionerende bomen meer ‘ecosysteemdiensten’ leveren. 14
Beleidsplan bomen 2024-2033
Over de gehele linie is één van de belangrijkste externe oorzaken voor het teruglopen van de toekomstverwachting het ontstaan van graafschade door bijvoorbeeld werkzaamheden aan kabels en leidingen en bouw- en reconstructiewerkzaamheden. De openbare ruimte veranderd continu. Het stellen van duidelijke richtlijnen en het toezicht hierop vraagt extra aandacht. Het is van belang eerder te kiezen bestaande bomen te behouden en goed in die veranderingen in te passen. Maar er zijn ook andere oorzaken. Om hier een beter inzicht in te krijgen kijken we op welke plek de bomen staan, de standplaats. Nadere specificatie per standplaats In tabel 4 is de toekomstverwachting in relatie tot de standplaats inzichtelijk gemaakt. Standplaats Toekomstverwachting
Beplanting
Elementenverharding
< 1 jaar (vervangen)
21
2
25
1 tot 5 jaar (slecht) 5 tot 10 jaar (onvoldoende) 10 tot 15 jaar (voldoende)
62
16
433
102
> 15 jaar (goed) Niet (volledig) te beoordelen
974
184
2857
356
19
1
Gesloten verharding
2
Slecht (Leeg) Eindtotaal Waarvan (rood, oranje, geel): Aantal bomen in toekomstverwachting 1-15 jr. Percentage bomen in toekomstverwachting 1-15 jr.
9
Halfverharding
Open grond (onbeplant)
115
1
2
196
421
16
5
977
1248
22
16
2444
4433
40
71
7759
Gras
Totaal 48
6
26
1
1
38
47
4375
661
2
6287
79
94
11498
1469
302
0
1784
39
23
3617
33,6%
45,7%
0,0%
28,4%
49,4%
42,5%
31,5%
Tabel 4, Vergelijk toekomstverwachting en standplaats (peildatum juni 2023)
Bomen in verhardingen Uit tabel 4 komt naar voren dat ongeveer 45 % van de bomen in verhardingen en halfverhardingen een ingeschatte eindige levensduur heeft. Bij bomen in verhardingen is een belangrijke oorzaak dat deze bomen bij aanplant in de ondergrond geen goede groeiplaats hebben meegekregen. Voorbeelden hiervan zijn bomen in winkelcentra zoals het Lindenplein Ter Aar, Strooplikker Langeraar en Kennedyplein Nieuwkoop. De bomen zijn daar geplant met als doel een beschutte en schaduwrijke omgeving te creëren waar het prettig winkelen is. Door de beperkte groeiplaats is het uitgroeien tot een volwaardige boom niet mogelijk.
Lindenplein Ter Aar, linde in verharding
15
Beleidsplan bomen 2024-2033 De afbeelding hiernaast is het voorbeeld van een zuilvormige haagbeuk in de verharding op het Kennedyplein in Nieuwkoop. Deze boom heeft groeiachterstanden en ontwikkeld zich niet goed. De boom levert weinig schaduw en extra kwaliteit aan de openbare ruimte. Voor een dergelijke boom is voor een goede groeiplaatsinrichting ca. 25 m3 ondergrondse groeiruimte nodig (Uitgangspunt optimale groei en levensverwachting 60 jaar. *). Een dergelijke groeiplaats is in het verleden niet aangelegd. Bomen in gras en beplantingen Uit tabel 4 ‘Vergelijk toekomstverwachting en standplaats’ komt naar voren dat circa 28-33% van de bomen in gras en beplantingen een ingeschatte Kennedyplein in Nieuwkoop, eindige levensduur heeft. Bomen in gras en haagbeuk in verharding beplantingen vormen de grootste groep binnen de gemeente. Hieronder vallen de boombeplantingen in gazons en plantvakken in de woonwijken, maar ook bomen in bermen langs doorgaande wegen. Deze bomen vormen veelal de belangrijke laanstructuren in onze gemeente. In afbeelding 3 zijn de grotere laanstructuren met de hoofdboomsoort (geslacht) weergegeven.
Afbeelding 3, locaties grotere laanstructuren met de hoofdboomsoort *Bron: Boommonitor, Norminstituut bomen
16
Beleidsplan bomen 2024-2033 De gemeente Nieuwkoop heeft kenmerkende laanstructuren van met name essen, maar ook eiken, iepen en elzen komen veel in laanstructuren voor. Op de meeste plaatsen zijn er laanstructuren met één enkele boomsoort aangeplant, zogenaamde monoculturen. Dat maakt deze bomen gevoeliger voor ziekten en plagen. De bekendste boomziekte op dit moment is waarschijnlijk de essentaksterfte. Door bij het vervangen van bomen te kiezen voor andere boomsoorten neemt de kans op verspreiding af, en wordt de laanstructuur als geheel ook minder kwetsbaar. Het beeld van de laanstructuur zal hierdoor wel veranderen door een verschil in hoogte en kroonvorm van bomen. Een andere belangrijke oorzaak voor een verminderde toekomstverwachting is het ontstaan van maaischade aan de stamvoet. Dit verzwakt de boom en maakt de boom vatbaar voor het ontstaan van vraatschade in de stam. Het bekendste voorbeeld hiervan is de wilgenhoutrups. De rupsen van deze nachtvlinder tasten onder andere wilgen, essen en elzen aan. Maaischade ontstaat vooral door het uitmaaien met een bosmaaier van bomen in bermen en gazons. Het uitmaaien van bomen in het buitengebied is in het verleden al gestaakt. Voor bomen in gazons is dit ook een optie.
Ook hier speelt mee dat als er verschillende bomen in een bomenrij staan dit de verspreiding van de plaag bemoeilijkt of zorgt voor minder sterke overlast, zoals bij eikenprocessierups. Verbetering kwaliteit boombestand Om de kwaliteit van het boombestand structureel te verbeteren faseren we dode, zieke en slecht bomen uit. Het actief vervangen van bomen is nodig om voor de toekomst een goed functionerend en gezond bomenbestand te behouden. Via het reguliere vervangingsproces (inboet) duurt dit naar verwachting 18 jaar. Het is mogelijk dit proces te versnellen zodat we eerder volgroeide en gezonde bomen hebben. Gelijktijdig met het besluitvormingsproces van dit beleidsplan leggen we de gemeenteraad een scenario voor het versneld vervangen van bomen voor.
2.1.4 Snoeionderhoud bomen Bomen in lanen en stedelijke omgeving hebben veelal onderhoud nodig om veilig voor de omgeving en gezond op te kunnen groeien. Snoeiachterstanden kunnen leiden tot snellere aftakeling van een boom en is daarmee van invloed op de kwaliteit. Tijdens de BVC-inspectie wordt de staat van onderhoud opgenomen en ingedeeld in de classificatie Boombeeld. Een analyse van de bomen, exclusief knot- vorm-, leibomen en gekandelaberde bomen, levert het volgende resultaat: • 88% aanvaard en regulier boombeeld; • 11,5 % achterstallig boombeeld, waarvan ca. 95% begeleidingssnoei jonge bomen; • > 0,1 % verwaarloosd boombeeld. BijToelichting: deel van de bomen is het snoeionderhoud op orde. Bij 11,5% is er sprake van een Indeling toestand snoeionderhoud bomen (Handboek Bomen vereenvoudigde weergave). achterstand, vooral in de begeleidingssnoei van jonge2022, bomen. Een belangrijke conclusie is • Aanvaard boombeeld: geen snoeiwerkzaamheden noodzakelijk dat het snoeien van bomen in de jeugd- en halfwas fase aandacht vraagt. • • •
Regulier boombeeld: geen achterstand, met één reguliere snoeibeurt op beeld Achterstallig boombeeld: er is een verzwaarde snoeiingreep nodig om achterstand te herstellen; Verwaarloosd boombeeld: er zijn meerder snoeibeurten nodig om achterstand te herstellen.
Snoeiachterstanden leiden uiteindelijk tot zwaardere ingrepen per boom wat een boom kan verzwakken en bevattelijk maken voor ziekten en/of plagen.
17
Beleidsplan bomen 2024-2033
2.1.5 Ontwikkeling beschermwaardige bomen Op de lijst beschermaardige houtopstanden, vastgesteld in 2015, staan 1465 bomen die aangewezen zijn als beschermwaardige houtopstanden. Dit zijn veelal de oudere en grotere bomen in onze gemeente. De parels in de openbare ruimte. Ongeveer 50% van deze bomen zijn in eigendom van de Gemeente. De overige bomen zijn van particulieren, provincie, waterschap of woningstichting. Sinds 2015 heeft het areaal beschermwaardige bomen de volgende ontwikkeling doorgemaakt (zie tabel 5 ‘ontwikkeling aantal beschermwaardige bomen’). Verwijderd (per eigenaar)
Herplant
Verschil
Gemeente
67
19
-48
Particulier
67
11
-56
Provincie Zuid-Holland
59
6
-53
Hoogheemraadschap Rijnland
1
0
-1
Woningstichting Nieuwkoop
2
0
-2
Woningstichting Vestia
1
0
-1
Stichting De Bruggen Totaal
2 199
0 36
-2 -163
Tabel 5, Ontwikkeling aantallen beschermwaardige bomen (peildatum juni 2023)
Tussen de periode 2015-2023 is het aantal beschermwaardige bomen gemiddeld met vijfentwintig stuks per jaar afgenomen. Dit is ca. 1,7% per jaar. Dit percentage valt binnen d acceptabele marge van uitval. Het sluit aan bij de normcijfers die we hiervoor in het beleidsen beheerplan openbaar groen hanteren (ca. 2%). Nieuwe beschermwaardige bomen Bij het verlenen kapontheffing kunnen we opnemen dat de initiatiefnemer een nieuwe beschermwaardige boom plant. Deze boom (of bomen) registreren als nieuwe beschermwaardige boom (Onderdeel: monumentaal, Criterium: toekomstwaarde). Bij de eerstvolgende actualisatie van de lijst beschermwaardige houtopstanden nemen we deze bomen in de lijst op. Tot die tijd zijn ze beschermd door de afspraken die we in de ontheffing vastleggen. We streven ernaar zo veel als mogelijk een herplantplicht voor te schrijven bij de beoordeling van een kapontheffing. Niet in alle gevallen is herplant mogelijk, met name bij particuliere eigenaren. Dit komt veelal doordat de ruimte op het erf ontbreekt. Draagvlak beschermwaardige bomen Het vergroten van het draagvlak voor beschermwaardige houtopstanden draagt bij het duurzaam in stand houden van een beschermwaardige bomen. Oudere en veelal grotere bomen voegen veel kwaliteit toe aan onze leefomgeving en leveren ons meer ‘ecosysteemdiensten’.
Met name het betalen van leges voor een benodigde omgevingsvergunning (bij kap) of een herplantplicht levert weerstand op als we een boom nieuw op de lijst beschermwaardige houtopstanden plaatsen. Daarom gaan we onderzoeken hoe we het draagvlak voor beschermwaardige bomen kunnen vergroten. 18
Beleidsplan bomen 2024-2033 Voorbeelden Een voorbeeld van een maatregel is het instellen van een zogenaamd bomenfonds voor herplant van beschermwaardige bomen. We vinden het belangrijk dat er in de toekomst beschermwaardige bomen zijn en dat er nieuwe beschermwaardige bomen bij komen. Een manier om dit te borgen is de bevoegdheid van het college om een herplantplicht op te leggen bij de kap van een beschermwaardige boom. Maar het komt voor dat herplant voor de aanvrager niet mogelijk is, vaak omdat de ruimte op het terrein ontbreekt. In die gevallen kan een bijdrage in een bomenfonds een goed alternatief zijn. Met dat geld kan de gemeente zelf een nieuwe toekomstige beschermwaardige boom aanplanten op een locatie in de openbare ruimte. Een andere voorbeeld van een maatregel is om geen leges meer in rekening te brengen bij de kap van een beschermwaardige boom. Voor het kappen van een beschermwaardige boom is een omgevingsvergunning nodig. Diverse boomeigenaren, met name particulieren, hebben aangegeven het betalen van leges voor deze vergunning onredelijk te vinden. Zeker ook omdat men in de eindfase van een boom, als deze aftakelt, veelal extra kosten maakt voor bijvoorbeeld snoeionderhoud om de boom veilig te houden.
De verlichting om naast kosten voor onderhoud ook leges te betalen als de boom uiteindelijk toch weg moet maakt de drempel om de aanwijzing van een beschermwaardige boom te accepteren groter. Het laten vervallen van de legeskosten voor de benodigde omgevingsvergunning voor het kappen van een beschermwaardige boom kan dus een goede tegemoetkoming zijn. Een vergelijkbare situatie doet zich bij monumentale panden voor. De aanwijzing brengt restricties en verplichtingen met zich mee en het aanvragen van een omgevingsvergunning is voor veel bouwwerkzaamheden aan het pand noodzakelijk. In het verleden is er ook hier voor gekozen geen leges in rekening te brengen. Structuurbomen Diverse beschermwaardige bomen van de gemeente die zijn gekapt maakten onderdeel uit van (laan)structuren. Deze structuurbomen zijn niet direct monumentaal vanwege hoge leeftijd, bijzondere boomsoort of boomvorm. Ze zijn drager van de groene hoofdstructuren, veelal langs wegen, maar ook in hoofdstructuren binnen woonwijken. Op diverse locaties ervaren inwoners een mate van overlast die zij niet acceptabel vinden. Bij bomen met een beschermwaardige status kunnen we niet handelen en inwoners nauwelijks tegemoetkomen. Daarnaast zijn er situaties waarbij snel ingrijpen langs grotere doorgaande wegen noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij een storm.
Ook beschermwaardige bomen worden in dergelijke situaties toch gekapt om letsel en schade te voorkomen. Het doorlopen van een procedure met ontheffingsaanvraag is dan eenvoudigweg niet mogelijk en wordt veelal achteraf doorlopen. Het zou het wenselijk zijn dit type gemeentelijk beschermwaardige bomen niet meer beschermwaardig te laten zijn. Zo voorkomen we regeldruk en is het eenvoudiger grotere laanstructuren te beheren. Daarnaast kunnen we eenvoudiger handelen in acute situaties en eventueel maatregelen nemen bij bovenmatige overlastsituaties. We moeten er wel voor zorgen dat deze belangrijke bomen op een andere manier toch worden beschermd en goed vastleggen hoe we met dit type bomen omgaan. Dit nieuwe boombeleid biedt de mogelijkheid dergelijke gemeentelijk beschermwaardige bomen van de lijst te halen en toch te beschermen. Dit is in hoofdstuk 5 ‘Boombeleid’ uitgewerkt door bomen in te delen in zogenaamde beleidsklassen.
19
Beleidsplan bomen 2024-2033
Ontwikkeling: Het inspecteren van bomen (2.1.1) • Registreren uitgevoerde werkzaamheden BVC en onderhoud in het boombeheersysteem. • Registreren van het plantjaar in het boombeheersysteem. Ontwikkeling aantal bomen (2.1.2.) • Consequent bomen die uitvallen vervangen voor nieuwe bomen, indien nodig op een alternatieve locatie. Zo voorkomen we dat het areaal afneemt. • Kritisch blijven bij het vervangen van knotbomen. Het functie van het landschappelijk element is belangrijker dan het aantal knotbomen. • Ontbrekende bomen in het boombeheersysteem registreren en in de planning en control cyclus gewijzigde aantallen bomen (areaaluitbreiding) in de begroting verwerken. Ontwikkeling van leeftijd en kwaliteit bomen (2.1.3) • Schade aan bomen (zowel boven- als ondergronds) die de ontwikkeling en gezondheid beperkt voorkomen. • Vaker kiezen voor inpassing bestaande bomen bij veranderingen in de openbare ruimte. • Inrichting van groeiplaatsen verbeteren, met name in verhardingen. • Bij het vervangen van bomen in laanstructuren boomsoorten variëren. • Bomen in bermen niet meer uitmaaien en in gazon testen waar dit mogelijk is. Het niet uitmaaien van bomen in bermen in het buitengebied handhaven. • Uitwerken scenario’s versneld vervangen van bomen en ter besluitvorming aan gemeenteraad voorleggen.
Snoeionderhoud bomen (2.1.4) • Het aantal (jonge) bomen met een achterstallig boombeeld verminderen (snoeionderhoud). Ontwikkeling beschermwaardige bomen (2.1.5) • Bij het verlenen van een kapontheffing schrijven we zoveel als mogelijk een herplantplicht van een nieuwe beschermwaardige boom voor en nemen deze bij de eerste herziening van de lijst beschermwaardige houtopstanden in de lijst op. • We onderzoeken de mogelijkheden om het draagvlak voor beschermwaardige bomen kunnen vergroten. • Gemeentelijke beschermwaardige bomen met voornamelijk een structuurfunctie (en niet specifiek een monumentale functie) delen we in een beleidsklasse structuurboom in en halen we van de lijst beschermaardige houtopstanden af.
20
Beleidsplan bomen 2024-2033
Conclusie: Ontwikkeling aantal bomen (2.1.2) • Doordat data continu veranderen is het niet eenvoudig een goed en betrouwbaar vergelijk te maken. Duidelijk is wel dat er een achterstand is ontstaan bij het vervangen van 83 bomen in het huidige geregistreerde areaal. • Het areaal bomen wijzigt continu. De areaalwijzigingen door uitbreidingslocaties en nieuwbouwontwikkelingen voeren we consequent door in de begroting om kwaliteitsverlies van bomen te voorkomen. • Uit datacontrole blijkt dat er nog ca. 600 bomen zijn die we wel onderhouden, maar waar geen budget en capaciteit voor is geraamd (peildatum januari 2024). Na afronding van de datacontrole voeren we de areaalwijziging in de begroting 2025 door. Ontwikkeling leeftijd en kwaliteit bomen (2.1.3) • Het risico bestaat dat we bij ongewijzigde aanpak voor de toekomst geen voldoende volwassen en duurzaam bomenbestand behouden. Als een kwart tot een derde van de nieuwe aanplant niet de kans krijgt om kwalitatief goed (en groot) op te groeien dan is het behouden en verder ontwikkelen van een duurzaam boombestand zeer moeizaam.
21
Beleidsplan bomen 2024-2033
3
Kaders en uitgangspunten
Het boombeleidsplan sluit aan bij de huidige wetgeving (kaders) en uitgangspunten (beleid) Dit hoofdstuk geeft inzicht in welke wetgeving en beleidsuitgangspunten op landelijk-, provinciaal- en gemeentelijk niveau het meest relevant zijn. Hoe dit doorwerkt in gemeentelijk beleid, het zogenaamde DNA van de Gemeente Nieuwkoop. De conclusies en ontwikkelpunten zijn de basis voor het boombeleid 2024-2034, opgenomen in hoofdstuk 5 ‘Boombeleid’.
3.1 Landelijk beleid en wetgeving 3.1.1 Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wet vervangt 26 Nederlandse wetten en aanvullende regelgeving. Met de Omgevingswet is dit samengevoegd, vereenvoudigd en gemoderniseerd voor ruimtelijke projecten. De Omgevingswet werkt met een aantal kerninstrumenten: • Omgevingsvisie (Rijk, provincie, gemeente), • Omgevingsplan (gemeente) • Omgevingsprogramma’s (Rijk, provincie, waterschap, gemeente) • Instructieregels, omgevingsverordening en waterschapsverordening (Rijk, provincie, waterschap) De regelgeving wordt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) geplaatst en op die manier voor initiatiefnemers ontsloten. Om de regelgeving voor bomen goed en locatie gebonden te borgen is het opnemen van bomen in het DSO van belang. Opmerking: Bestaande regelgeving over de fysieke leefomgeving wordt vanaf van 1 januari 2024 in eerste instantie overgenomen in een tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan. Voor 1 januari 2032 (overgangsperiode) moeten gemeenten de regelgeving aanpassen aan de eisen van de Omgevingswet en opnemen in het zogenaamde nieuwe deel van het omgevingsplan.
3.1.2 Nationale omgevingsvisie In de nationale omgevingsvisie zijn vier prioriteiten benoemd waarin groen, en specifiek bomen, een belangrijke bijdrage kunnen leveren*: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: vasthouden van water, klimaatbestendige inrichting, aanpassing energie-infrastructuur met aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. • Duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel: duurzaam en circulair maken van onze economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. • Sterke en gezonde steden en regio’s: de nadruk ligt op klimaatbestendig en natuurinclusief bouwen, waarbij grote open ruimten tussen steden hun groene karakter behouden en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad worden versterkt en aangesloten op groen buiten de stad. • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: verbetering van de biodiversiteit wordt én als ecologische én als economische uitdaging benoemd. Deze prioriteiten werken door in de programma’s, visies en plannen van provincies waterschappen en gemeenten. *Bron: Handreiking omgevingswet en bomen 2021 (Norminstituut bomen/ Bomenstichting)
22
Beleidsplan bomen 2024-2033
3.1.3 Besluit activiteiten leefomgeving Ook de Natuurbeschermingswet maakt nu onderdeel uit van de Omgevingswet. De voorschriften zijn vastgelegd in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Dat is één van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) die vallen onder de Omgevingswet. Deze regelgeving heeft betrekking op bomen en bosschages in het buitengebied. Vergelijkbaar met de regelgeving uit de Natuurbeschermingswet geldt een meldplicht en een herplantplicht voor het kappen van bomen uit houtopstanden die bestaan uit rijen van 21 of meer bomen (exclusief wilgen en populieren) of het kappen van bomen uit houtopstanden groter dan 10 are (exclusief erf- en tuinbeplantingen).
Figuur 3, Voorbeeld meld- en herplantplicht*
De regels zijn toen ter tijd aangescherpt ten opzichte van de oude Boswet doordat voor de kap van één enkele boom uit een rij of houtopstand meld- en herplantplicht geldt. Omgevingsdienst Haaglanden is in het geval van Nieuwkoop bevoegd gezag en ziet toe op de meldplicht en herplantplicht. Het vervangen van bomen in bomenrijen (lanen) is een continu proces. Het is van belang afstemming te zoeken met het bevoegd gezag om praktische afspraken te maken over deze verplichtingen om een werkbare situatie te creëren en onnodige handhaving van bevoegd gezag te voorkomen. In de Omgevingswet is vastgelegd dat gemeenten een bebouwingscontour houtkap moeten vastleggen in het omgevingsplan. Dit is vergelijkbaar met de voormalige komgrenzen Boswet/Wet Natuurbescherming. De gemeente Nieuwkoop heeft deze grenzen nooit vastgelegd. In praktische zin zijn hiervoor de grenzen van de bebouwde kom aangehouden, maar dit heeft geen officiële status. Het is dus zaak om een nieuwe bebouwingscontour houtkap bestuurlijk vast te laten stellen om te voorkomen dat alle houtopstanden binnen de gemeente onder het Besluit Activiteiten Leefomgeving vallen. Deze grenzen worden vervolgens in het omgevingsplan opgenomen.
*Bron: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/activiteiten-natuur/vellen-houtopstand-herbeplanten (Rijksregels)
23
Beleidsplan bomen 2024-2033
Ontwikkeling: Omgevingswet (3.1.1) • Bomen (met bijbehorende regelgeving) opnemen in het DSO. Besluit activiteiten leefomgeving (3.1.3 ) • Praktische afspraken maken met bevoegd gezag over meld- en herplantplicht (Bal). • Bestuurlijk vastleggen bebouwingscontour houtkap (Bal).
3.2 Provinciaal beleid In de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn diverse beleidsvlakken opgenomen, verwerkt in thema’s, die raakvlak hebben met bomen en groen. De thema’s zijn: • Klimaatbestendig Zuid-Holland • Gezonde en veilige leefomgeving • Bos en bomen Doelstellingen uit de provinciale omgevingsvisie komen voort uit de nationale omgevingsvisie en werken door in gemeentelijk beleid (omgevingsvisie en omgevingsplan).
3.2.1 Klimaatbestendig Zuid-Holland De doelstelling is dat de fysieke leefomgeving de komende decennia zodanig ingericht wordt dat deze de gevolgen van klimaatverandering doelmatig kan opvangen, de zogenaamde klimaatadaptatie. Dit geldt voor zowel nieuwbouwontwikkelingen, als de fysieke leefomgeving van bestaand bebouwd gebied. Het werken aan klimaatadaptatie heeft de provincie Zuid-Holland uitgewerkt in de strategie ‘Weerkrachtig Zuid-Holland’. Het raakvlak met bomen en groen komt vooral terug in de thema’s ‘Toekomstbestendige bebouwing’ en ‘Groene leefomgeving’. In bijlage 2 ‘Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten’ is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste raakvlakken met dit boombeleid.
3.2.2 Gezonde en veilige leefomgeving De provincie wil zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Een omgeving die inwoners als prettig ervaren, uitnodigt tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluid, wateroverlast en hittestress. Naast het beschermen wil de provincie een duidelijke verbetering van de huidige leefomgeving bevorderen door de leefomgeving ook op gezond gedrag in te richten. In al ons beleid geven we aandacht aan gezondheid en veiligheid. De provincie verbindt daarbij het fysieke en sociale domein. In bijlage 2 ‘Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten’ is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste raakvlakken met dit boombeleid. 24
Beleidsplan bomen 2024-2033
3.2.3 Bos- en bomenbeleid Het Rijk heeft in overleg met de provincies een nationale bossenstrategie ontwikkeld. Hierin is afgesproken dat de provincies, gezien hun wettelijke taken op het vlak van natuur, een actieve rol op zich nemen in de uitwerking. De provincie Zuid-Holland heeft dit vertaald in bos- en bomenbeleid met daarin drie belangrijke pijlers*: 1. Bescherming 2. Uitbreiding bos en bomen 3. Vitaliteit bos en bomen De pijler ‘Uitbreiding bos en bomen’ heeft de meeste raakvlakken met dit beleidsplan bomen. In deze pijler is er veel aandacht voor de Ruimtelijke strategie Bos en Bomen, opgesteld samen met diverse gemeenten en gebiedspartners. De Ruimtelijke strategie Bos en Bomen geeft per landschapstype de handvatten om uitbreiding van bos en bomen een plek te geven in de karakteristieke landschappen van Zuid-Holland. Daarnaast is er is veel aandacht voor het stimuleren van nieuwe aanplant van bos en bomen. In bijlage 2 ‘Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten’ is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste raakvlakken met dit boombeleid.
Conclusie: Klimaatbestendig Zuid-Holland en Gezonde en veilige woonomgeving (3.2.1 en 3.2.2) • De provincie zet in op een groene- en gezonde leefomgeving, \\ klimaatadaptatie en biodiversiteit. Klimaatadaptief bouwen is de norm in Zuid-Holland. Bos- en bomenbeleid (3.2.3) • De provincie hecht waarde aan cultuurhistorische- en landschappelijke beplantingen, o.a. in het kader van biodiversiteit. Zij ondersteunen (particuliere) initiatieven voor de aanplant van nieuwe bomen en struiken en de aanleg van nieuw bos in de provincie.
3.3 Gemeentelijke regelgeving en beleid Hoe we in de gemeente Nieuwkoop omgaan met bomen is vastgelegd in gemeentelijke regelgeving en beleid. Regelgeving ligt vast in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) waarin de bescherming van beschermwaardige bomen is vastgelegd en de bijbehorende uitvoeringsregeling. In navolging van het landelijk beleid heeft de gemeente een omgevingsvisie opgesteld. Deze visie wordt nader uitgewerkt in het omgevingsplan. Dit proces loopt gelijktijdig met het opstellen van dit beleidsdocument. Daarnaast is ander gemeentelijk beleid van belang, namelijk het duurzaamheidsprogramma, het beleidskader duurzaamheid, het coalitieakkoord en het collegeprogramma. Samengevat ligt de focus in het gemeentelijk beleid op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, een klimaatbestendige buitenruimte en biodiversiteit. Groen en bomen leveren een belangrijke bijdrage hieraan. Dit in navolging van landelijk- en provinciaal beleid. Het is als het ware opgenomen in het DNA van de gemeente Nieuwkoop. *Bron: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurrijk-zuid/bos-bomenbeleid/)
25
Beleidsplan bomen 2024-2033
3.3.1 Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Nieuwkoop In afdeling 3 ‘Het bewaren van houtopstanden’ van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is de gemeentelijke regelgeving voor bomen en houtopstanden te vinden. Het is regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Vanaf januari 2024 wordt dit onderdeel overgeheveld naar de Omgevingswet en maakt het deel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Inhoudelijk verandert er niets. De APV regelt dat het “verboden is zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te (doen) vellen die staan vermeld op de lijst beschermwaardige houtopstanden”. Het periodiek vaststellen van deze lijst is gemandateerd aan het college via een zogenaamde uitvoeringsregeling. Het uitgangspunt hierbij is om de lijst eens in de vijf jaar te actualiseren. De eerste lijstbeschermwaardige houtopstanden is in 2008 vastgesteld en in 2015 geactualiseerd. Actualisatie is nodig, maar ook noodzakelijk, gezien het uitgangspunt van de uitvoeringsregeling. Nieuwe beleidsuitgangspunten uit dit beleidsplan kunnen we dan direct verwerken. Tot op heden zijn alleen individuele bomen als beschermwaardig aangewezen en geen bosschages zoals pestbosjes, geriefbosjes en windsingels terwijl dit wel wenselijk en ook mogelijk is.
Dergelijke houtopstanden zijn belangrijk als cultuurhistorisch element, leveren een belangrijke bijdrage aan biodiversiteit of hebben een landschappelijke waarde. In 2020 zijn de bosschages geïnventariseerd, maar nog niet in de lijst beschermwaardige houtopstanden opgenomen. Bij het opnieuw vaststellen van de lijst beschermwaardige houtsopstanden nemen we ook de beschermwaardigheid van diverse bosschages op. Overigens is bij deze bosschages periodiek onderhoud, zoals hakhoutbeheer of snoei zonder ontheffing gewoon mogelijk. Dit met oog op het behoud van de houtopstand. Toelichting: Geriefbosjes werden in het verleden door boeren aangeplant als brandhout, windkering, hout voor bezems, rasters en hekken. Bomen die in een geriefhoutbosje voorkomen zijn eik, berk, zwart els, wilg, hazelaar en gewone es. Een pestbosje is een klein, met bomen begroeid stukje land waarin vroeger dieren zijn begraven die aan een besmettelijke ziekte zijn bezweken. Soms zijn pestbosjes door sloten omringd. Om afstand tot het gewone vee te bewaren werden ze veelal midden in het land aangelegd. Een windsingel is een rijvormige beplanting die wind vangt. Bomenrijen worden vaak bewust als windsingel aangelegd om wind te vangen, zoals aan de windzijde van erven, akkers en laagstamboomgaarden ter bescherming van de daar groeiende cultuurgewassen.
In Artikel 4:12a in de APV is in het algemeen de bescherming openbare houtopstanden geregeld. Zo is het verboden om houtopstanden die openbaar zijn te beschadigen, te bekladden of te beplakken of zelf snoeiwerk aan te verrichten. Ook mag iemand niet zomaar iets aan een boom bevestigen. In de praktijk betekent dit dat bomen niet veel bescherming hebben. Het verdient de aanbeveling dit artikel verder aan te scherpen om het vellen, beschadigen of inperken (waardoor duurzame instandhouding in gevaar komt) zowel onderals bovengronds te voorkomen. Alle regelgeving uit de APV die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving wordt straks overgenomen in het nieuwe omgevingsplan dat onderdeel uitmaakt van de Omgevingswet. Het is van belang te voorkomen dat alleen beschermwaardige bomen goed beschermd zijn bij initiatieven in de openbare ruimte. Door alle bomen in te delen in een beleidsklasse en 26
Beleidsplan bomen 2024-2033 per beleidsklasse beleidsregels op te nemen kunnen we ook alle andere bomen de benodigde bescherming bieden. Ook is vooraf duidelijk hoe de compensatie van een boom eruitziet, mocht kappen toch noodzakelijk zijn.
3.3.2 Beleids- en beheerplan openbaar groen 2021-2025 In april 2021 heeft de gemeenteraad het Beleids- en beheerplan openbaar groen 2021-2025 'Gezond Groen’ vastgesteld. Voor deze periode heeft de gemeenteraad het beheerbudget vastgesteld met als uitgangspunt het natuurlijk en ecologisch inrichten en onderhouden van het openbare groen. In dit beleids- en beheerplan is de waarde van groen omschreven en hoe de werkwijze hierop is aangepast. De ondertitel van het plan is ‘Gezond Groen’. In het plan is een directe relatie gelegd tussen het feit dat al het (openbaar)groen een positief effect heeft op de gezondheid van mens, dier en natuur en dat dit bijdraagt aan een duurzame, prettige en gezonde (leef)omgeving in de gemeente Nieuwkoop.
3.3.3 Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop In 2021 is de Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop vastgesteld. Voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie hebben veel Nieuwkopers meegewerkt en meegedacht. Verschillende inwoners, ondernemers, verenigingen, organisaties, belangengroepen, dorpsraden, ketenpartners en gemeentelijke afdelingen hebben op verschillende manieren hun input gegeven. Hieruit zijn zeven Nieuwkoopse drijfveren gekomen waaraan een kwalitatief hoogwaardige en groene openbare ruimte een belangrijke bijdrage levert.
Deze drijfveren zijn vertaald naar drie thema’s: • Gelukkige mensen • Sterke dorpen • Groene toekomst Bomen spelen een belangrijke rol bij het bereiken van deze ambities. In bijlage 3 ‘Gemeentelijk beleid, groene speerpunten omgevingsvisie en duurzaamheid’ is een samenvatting van de belangrijkste ambities per thema opgenomen die van invloed zijn op dit boombeleid.
3.3.4 Beleidskader Duurzaamheid en Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop In 2019 is het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop 2020 vastgesteld. Dit beleidskader bevat de duurzaamheidsambities van de gemeente op zes thema’s: Energietransitie, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie, Biodiversiteit, Mobiliteit en Gemeentelijke Organisatie. 27
Beleidsplan bomen 2024-2033 Deze thema’s zijn nader uitgewerkt in opgaven per thema. Het raakvlak met bomen komt vooral naar voren in de thema’s Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Het Duurzaamheidsprogramma 2021-2024 is het uitvoeringsprogramma dat hoort bij het Beleidskader Duurzaamheid. Het bevat het overzicht van de projecten en activiteiten, waarmee de gemeente de komende jaren de beleidsdoelen wil bereiken. Het raakvlak met bomen komt vooral naar voren in de thema’s Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. In bijlage 3 ‘Gemeentelijk beleid, groene speerpunten omgevingsvisie en duurzaamheid’ is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste raakvlakken met dit boombeleid.
3.3.5 Coalitieakkoord 2022-2026 In het coalitieakkoord 2022-2026 komt het belang van bomen vooral terug in de onderdelen Sterke vitale dorpen, Bloeiende economie en Duurzaamheid en energietransitie. Sterke, vitale dorpen De nieuwe woonwijken richten we toekomstbestendig in: energieneutraal, natuur inclusief en biodivers, klimaatbestendig, met een goed ingerichte infrastructuur en openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Dit betekent een goede verdeling van de beschikbare ruimte. Omdat we onze weidse polders willen behouden, is het nodig om meer ‘gestapeld’ te gaan bouwen. Hierbij kijken we waar dit het beste past en houden we rekening met de dorpse karakters. Door de wijken met behulp van landschapsplannen in te richten, trekken we de natuur de wijk in. Zo ontstaat een mooie, natuurlijke overgang naar het groene open landschap. Bloeiende economie We zorgen voor aantrekkelijke, groene, slim ingerichte openbare ruimten in en rond de dorpscentra. Duurzaamheid en energietransitie De aanleg van extra groen helpt hittestress voorkomen. We planten daarom extra bomen in (nieuwe) woonwijken en daarbuiten en zetten de actie ‘Steenbreek’ door.
3.3.6 Collegeprogramma 2022-2026 De kernboodschap van het huidige collegeprogramma is dat het college actief aan de slag gaat vanuit bestaand beleid. De gemeente geeft prioriteit aan het versnellen van (duurzame) woningbouw met bijbehorende mobiliteitsopgaven en een klimaatbestendige openbare ruimte en zet in op sterke en aantrekkelijke dorpscentra. Tiny Forest Ter Aar direct na aanleg Benoemde acties waarbij bomen een belangrijke bijdrage kunnen leveren zijn: • We zorgen voor aantrekkelijke, groene, slim ingerichte openbare ruimten in en rond de dorpscentra. (Planning: 2024 – 2025); • We plaatsen extra bomen en planten in (nieuwe) wijken en openbare ruimten om hittestress te verlagen (Planning: doorlopend); • We leggen Tiny Forests aan (Planning; 2023 – 2026);