Begroting 2023-2026 - Raadsversie
Tekst van het document
Programmabegroting 2023-2026
Mutatie reserves € 713.000 minder onttrekking aan reserves, voornamelijk door wegvallen lasten i.v.m. Covid.
64
Programmabegroting 2023-2026
65
2.5 Bedrijfsvoering Dit programma bestaat uit de volgende thema's: ➢ Management en staf ➢ Bedrijfsondersteuning ➢ Huisvesting Beoogde maatschappelijke effecten Niet van toepassing. Samenwerking verbonden partijen Niet van toepassing.
2.5.1 Thema Huisvesting De gemeente heeft een aantal gebouwen van waaruit onze medewerkers werken. Net als bij inwoners en ondernemers moeten ook wij onze panden verduurzamen en energie besparen. Het gaat onder andere om het gemeentekantoor in Ter Aar, het gemeentehuis in Nieuwveen en De Verbinding. Wat willen we bereiken? Om onze panden te verduurzamen zijn forse investeringen nodig. De afgelopen bestuursperiode hebben we geïnvesteerd in het nieuwe duurzame pand op Schoterhoek II in Nieuwveen waar onze buitendienst medewerkers werken. Natuurlijk gaan ook wij onze panden verduurzamen vanuit onze voorbeeldfunctie en vanuit goed werkgeverschap. In onze keuze om (fors) geld te investeren, verkiezen wij (verduurzaming)-investeringen ten gunste van de samenleving boven het snel verduurzamen van ons eigen vastgoed. Wat gaan we er voor doen? Ons vastgoed verduurzamen we stapsgewijs, met eerste prioriteit op het besparen van energie en water. Grotere investeringen combineren wij met andere benodigde werkzaamheden, passend binnen de financiële kaders van dat moment. Dit is opgenomen in het reguliere meerjarig onderhoudsplan dat elke vier jaar wordt opgesteld.
2.5.2 Thema Bedrijfsondersteuning De bedrijfsondersteuning strekt zich uit over de vakgebieden Documentaire en Facilitaire Dienstverlening, Bestuurlijk Juridische Zaken, Personeel en Organisatie, Financiën en Informatisering en Automatisering. Al deze vakgebieden zijn belangrijk en noodzakelijk voor een goed functionerende organisatie. In dit collegeprogramma hebben we extra aandacht voor de capaciteit, de financiële situatie en ICT. De bedrijfsvoering van onze organisatie staat of valt met onze personele capaciteit (zowel kwantitatief als kwalitatief). De krappe arbeidsmarkt is hierbij een uitdaging. Vacatures staan lang open en het aantal moeilijk vervulbare vacatures neemt toe. Dit is niet alleen een Nieuwkoops probleem: alle gemeenten vissen in dezelfde vijver. Dit zorgt ervoor dat het langer duurt voordat vacatures zijn vervuld. Dit kan leiden tot een stijging van de kosten van inhuur van derden. Vanwege de krappe arbeidsmarkt is het op dit moment zelfs lastig tijdelijke capaciteit in te huren. Overheidsinformatie is in beginsel openbaar. Dit is een nieuw uitgangspunt van de Wet Open Overheid. Dit zorgt ervoor dat onze inwoners toegang krijgen tot veel overheidsinformatie. Wij worden daardoor toegankelijker en transparanter voor onze inwoners. Vanuit deze wet wordt de komende jaren steeds meer soorten overheidsinformatie actief openbaar gemaakt.
Dit vraagt aanpassing van werkprocessen en systemen en capaciteit van alle afdelingen. Financiën Nieuwkoop is een financieel gezonde gemeente, al zijn de marges krap. Gezien onze ambities werken we in de uitvoering van projecten kaderstellend. We sturen scherp op kostenbeheersing. Zeker vanaf
Programmabegroting 2023-2026
66
2026 wordt de financiële situatie substantieel slechter, doordat de bijdrage vanuit het Rijk naar verwachting fors minder wordt. We ondersteunen de VNG in haar lobby richting het Rijk om snel duidelijkheid te geven over de financiële situatie. Als de financiële situatie daarom vraagt, inventariseren we hoe we kosten kunnen besparen binnen de organisatie of door andere keuzes te maken in projecten, bijvoorbeeld in prioritering of fasering. Het uitgangspunt is geen lastenverzwaring voor onze samenleving, naast inflatiecorrecties. Een ander belangrijk onderdeel onder bedrijfsondersteuning zijn de ICT-systemen. Het beveiligen en actualiseren van deze systemen is een doorlopend traject. Wat willen we bereiken? Wij blijven een financieel gezonde organisatie, zonder in te boeten op de benodigde investeringen die de maatschappelijke opgaven vragen en zonder de lasten te verhogen richting de samenleving. De werkorganisatie werkt efficiënt en effectief. Onze ICT-systemen zijn dusdanig ingericht en beveiligd dat inwoners terecht op ons kunnen vertrouwen dat privacygevoelige informatie veilig is. Wat gaan we er voor doen? Doorontwikkeling zaakgericht werken Zaakgericht werken helpt ons om onze dienstverlening en onze bedrijfsvoering te verbeteren.
Wij zetten zaakgericht werken in om: • de dienstverlening te verbeteren • de informatievoorziening te verbeteren door toegankelijke dossiers • de bedrijfsvoering te optimaliseren door uniforme processen Door de stand van zaken van digitale aanvragen te volgen via ‘mijnoverheid.nl’ verbetert onze dienstverlening aan de inwoners. Datagericht werken Naast het verder digitaliseren van de systemen, zetten we ook in op datagericht werken. Door data te verzamelen en juist te interpreteren, is het mogelijk om trends en ontwikkelingen te signaleren en hierop gericht beleid te voeren. Het verzamelen, ordenen, ophogen van de kwaliteit en de borging van gegevens vormt een forse opgave voor de organisatie, zowel op het gebied van capaciteit, kwaliteit (kennis en kunde) en financieel. Dit vraagt om meer specialistische kennis dan wij nu in huis hebben. Voorbeelden hiervan zijn databasebeheer en gegevensanalyse. De toenemende digitalisering vraagt ook om een investering in de kwaliteit van het functioneel beheer. In 2023 doen wij een eenmalige investering om in beeld te brengen welke activiteiten en middelen nodig zijn om datagericht werken structureel in te bedden in onze organisatie. Vereenvoudiging Planning & Control cyclus (P&C) In het tweede halfjaar van 2022 wordt met de auditcommissie een vereenvoudigde P&C cyclus uitgewerkt. Het resultaat leggen we nog dit jaar aan de raad voor.
Bij voorkeur als onderdeel van de geactualiseerde financiële verordening, of afzonderlijk als dit niet haalbaar blijkt. Het doel is (onnodige) drukte te voorkomen voor het college, gemeenteraad en ambtelijke organisatie door: - het aantal documenten te beperken en - uitsluitend te focussen op de informatie die de raad nodig heeft voor zijn kaderstellende of controlerende taak, passend bij het betreffende document. Dit kan tot gevolg hebben dat het college vaker ad-hoc informatie naar de gemeenteraad stuurt. Deze en andere positieve of nadelige consequenties nemen we mee bij de uitwerking. Als een actualisatie van een beheerplan niet het inhoudelijke kader wijzigt, leggen we de actualisatie niet meer afzonderlijk voor aan de raad. De gevolgen van de actualisatie op de planning en financiële middelen, worden meegenomen in de P&C documenten. Financiële verordening We actualiseren de Financiële verordening, indien mogelijk nog 2022. Hierbij gaan we door op het ingezette voortraject door de auditcommissie in de vorige collegeperiode.
Programmabegroting 2023-2026
67
2.5.3 Thema Management en staf Onze organisatie is continu in beweging om goed in te spelen op vragen uit en ontwikkelingen in de samenleving. Onze kernwaarden dichtbij, doelgericht en lef zijn leidend in ons handelen. Met name onze kernwaarden dichtbij en lef staan op de voorgrond in de uitdagingen die de komende jaren ons brengen. Een goede dienstverlening aan onze burgers en bedrijven kunnen wij alleen bieden door medewerkers die hun vak verstaan en die plezier hebben in hun werk. Tevreden medewerkers leiden tot tevreden inwoners. Goed werkgeverschap vinden wij belangrijk voor het verbinden van talent aan onze organisatie. Wij bieden zoveel mogelijk vast werk verricht door medewerkers in eigen dienst. Daarnaast zien wij als werkgever een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wij leveren een bijdrage aan het re-integreren van bijzondere doelgroepen uit de Participatiewet (voormalig WWB-ers, voormalig Wajongers, voormalig WSW-ers en statushouders). Ook in het kader van Social return on investment (SROI) leveren wij een bijdrage aan het vergroten van de arbeidsparticipatie van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Ook bieden wij jongeren (pas afgestuurde MBO, HBO- en WO-ers) zonder werkervaring de kans bij ons uitgebreid werkervaring op te doen door werkervaringsplaatsen aan te bieden.
Wat willen we bereiken? • Wij worden gezien als een goede werkgever die vrijheid geeft en volop kansen biedt om je verder te ontwikkelen in je werk en waar plezier in je werk voorop staat. • Wij leveren een bijdrage aan opdoen van werkervaring van jongeren. • Wij leveren een bijdrage aan het re-integreren van de bijzondere doelgroepen uit de Participatiewet (voormalig WWB-ers, voormalig Wajongers en voormalig WSW-ers, statushouders). In het kader van Social Return on Investment (SROI) leveren wij een bijdrage aan het vergroten van de arbeidsparticipatie van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Wat gaan we er voor doen? • Regelmatig houden wij een tevredenheidsonderzoek onder onze medewerkers en gebruiken deze resultaten om ons werkgeverschap te verbeteren. • Het aanbieden van werkervaringsplaatsen. Jaarlijks begroten wij hiervoor 3,3 fte. • Het bieden van werkzaamheden aan de bijzondere doelgroepen uit de Participatiewet. In onze aanbestedingen nemen wij het in programma van eisen social return en investment op.
Programmabegroting 2023-2026
68
2.5.1 Financieel overzicht Rekening
Begroting
Raming
Thema
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten Kostenplaatsen Management en staf Bedrijfsondersteuning Huisvesting Totaal Lasten
-1 5.209 3.072 1.086
6.139 2.614 1.140
-197 6.200 2.422 1.212
-197 6.200 2.604 1.211
-197 6.200 3.296 1.199
-197 6.200 2.421 1.170
9.366
9.893
9.637
9.818
10.498
9.594
1 -132 -55 -7
-178 -34 -
-182 -35 -
-182 -35 -
-182 -35 -
-182 -35 -
Baten Kostenplaatsen Management en staf Bedrijfsondersteuning Huisvesting Totaal Baten
-193
-212
-217
-217
-217
-217
9.173 8.984
9.681 9.464
9.420 9.408
9.600 9.588
10.280 10.268
9.377 9.377
Onttrekking Res
-188
-216
-12
-12
-12
Saldo mutaties Res
-188
-216
-12
-12
-12
Totaal saldo van lasten en baten Geraamd resultaat
Toevoeging Res
Programmabegroting 2023-2026
69
2.5.2 Financiële toelichting Toelichting op hoofdlijnen Het verschil tussen de begrote bedragen voor 2022 en 2023 bestaat voor een deel uit mutaties die dit jaar worden doorgevoerd voor het jaar 2023, verwerking van het coalitie akkoord en uit eerder doorgevoerde wijzigingen in de meerjarenbegroting. Hieronder staan ze per thema op hoofdlijnen toegelicht. Thema Kostenplaatsen € 197.000 lagere lasten • Voor versnelling van de Woningbouw is extra formatieruimte beschikbaar gesteld. Ontwikkeling van een woningbouwproject duurt een aantal jaren. Voor werkzaamheden die meer aan het eind van het proces plaatsvinden (zoals het bouw- en woonrijpmaken van het gebied) zal de extra capaciteit ook pas in een latere fase nodig zijn. Twee functies waar formatie voor beschikbaar is, zullen daarom pas later ingevuld worden. De personeelslasten die hierdoor in 2023 nog niet benut worden zijn bij dit thema gecorrigeerd. Thema Management en staf € 61.000 hogere lasten De hogere lasten heeft meerdere oorzaken, o.a. prijsstijgingen, kostenverschuivingen bij de afdelingen en verschuivingen in de overhead. Per saldo een totaal bedrag van € 61.000 Baten N.v.t. Thema Bedrijfsondersteuning € 192.000 lagere lasten • € 476.000 lagere lasten ICT-projecten; dit betreft eenmalige projecten 2022 • € 50.000 hogere lasten i.v.m.
aanschaf nieuw personeels en salaris systeem • € 74.000 hogere personeelslasten Weppers • € 20.000 hoger budget voor werving en selectie Hogere lasten € 160.000 verwerking coalitie akkoord • € 85.000 doorontwikkelen zaaksysteem • € 75.000 onderzoek data-analist Het niet verklaarde verschil is het saldo van diverse mutaties kleiner dan € 20.000 (lagere lasten). Baten N.v.t. Thema Huisvesting € 72.000 hogere lasten • € 102.000 door hogere energiekosten • € 22.000 lagere lasten door de aanschaf van koffieautomaten in 2022 Mutatie reserves € 204.000 minder onttrekking Dit zijn onttrekkingen aan reserves i.v.m. budgetoverhevelingen van 2021 naar 2022
Programmabegroting 2023-2026
70
2.6 Algemene dekkingsmiddelen In dit programma bevat het thema: ➢ Algemene dekkingsmiddelen Beoogde maatschappelijke effecten Een groot deel van onze activiteiten wordt bekostigd (gedekt) uit Algemene Dekkingsmiddelen. Dat zijn middelen die we binnenkrijgen van het Rijk, de belastingbetaler of uit andere bronnen, zonder dat daaraan een specifiek bestedingsdoel is verbonden. Onder algemene dekkingsmiddelen vallen de algemene uitkering, drie gemeentelijke belastingsoorten (OZB, precario en forensen) en de opbrengsten uit dividend. Het programma Algemene Dekkingsmiddelen wordt verder toegelicht in 2.6.1. Samenwerking verbonden partijen Bijdrage aan de realisatie van de maatschappelijke effecten • Oasen NV, Alliander NV, BNG Bank NV • Gemeenschappelijke regeling Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW) Voor een toelichting, zie 3.6 Paragraaf verbonden partijen
2.6.1 Thema Algemene dekkingsmiddelen Als gemeentelijke organisatie hebben wij twee belangrijke bronnen van inkomsten. Dit zijn de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds (uitkering vanuit het Rijk) en de Onroerendzaakbelasting (belasting vanuit onze inwoners en ondernemers). Tot en met 2025 krijgen we meer (incidenteel) geld van het Rijk. Vanaf 2026 valt deze bijdrage zeer fors terug. Vanaf 2026 is dan ook de kans reëel dat er een structureel tekort in de begroting ontstaat. Onder andere op aandringen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten onderzoekt een onafhankelijke procesbegeleider mogelijkheden voor een stabiele financiering voor de gemeenten vanaf 2026. Het is de bedoeling dat hier rond de zomer meer duidelijkheid over komt. Wat willen we bereiken? Ondanks het verwachte tekort vanaf 2026 en onze hoge ambities, is het uitgangspunt om de lasten voor onze inwoners en ondernemers niet te verhogen, waarbij belastingtarieven en leges kostendekkend zijn en worden gecorrigeerd voor inflatie. Wat gaan we er voor doen? Bij oplopende kosten en een structurele dreiging van het overschrijden van de budgetten maken wij een dilemmanota aan de hand waarvan de raad keuzes kan maken en prioriteiten kan stellen. Daarnaast bekijken wij of er andere inkomstenbronnen mogelijk zijn om een financieel gezonde gemeente te blijven.
Zo kiezen we voor de invoering van (een vorm van) toeristenbelasting. Dit is een directe belasting die de gemeente heft aan mensen die hier overnachten maar niet staan ingeschreven als inwoner.
Programmabegroting 2023-2026
71
2.6.1 Financieel overzicht Rekening Thema
2022
2023
572 572
1.723 1.723
1.082 1.082
Algemene dekkingsmiddelen
-47.286
-49.964
Totaal Baten
-47.286 -46.713 -46.213
Lasten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Lasten
2021
Begroting
Raming 2024
2025
2026
948 948
1.474 1.474
1.987 1.987
-52.451
-53.629
-54.688
-50.784
-49.964 -48.241 -49.201
-52.451 -51.369 -58.420
-53.629 -52.681 -53.931
-54.688 -53.214 -54.114
-50.784 -48.797 -48.797
-960
-7.051
-1.250
-900
-960
-7.051
-1.250
-900
Baten
Totaal saldo van lasten en baten Geraamd resultaat
Toevoeging Res
500
Onttrekking Res Saldo mutaties Res
500
Programmabegroting 2023-2026
72
2.6.2 Financiële toelichting Toelichting op hoofdlijnen Het verschil tussen de begrote bedragen voor 2022 en 2023 bestaat voor een deel uit mutaties die dit jaar worden doorgevoerd voor het jaar 2023 en uit eerder doorgevoerde wijzigingen in de meerjarenbegroting. Hieronder staan ze per thema op hoofdlijnen toegelicht. Thema algemene dekkingsmiddelen € 641.000 lagere lasten Het verschil wordt onder andere veroorzaakt door de stelpost taakmutaties als gevolg van de meicirculaire 2022. In 2022 staat een bedrag van € 792.000 op deze stelpost. Bij de Najaarsnota wordt deze post beoordeeld en worden budgetten al dan niet geclaimd en de budgetten naar het betreffende product overgeboekt. Voor 2023 en verder heeft deze actie al bij het opstellen van de begroting plaatsgevonden en is de stelpost € 0. Daarnaast staat in 2022 een stelpost van € 847.000 opgenomen voor inflatie (vanuit de VJN 2022). Ook deze stelpost wordt bij de Najaarsnota beoordeeld en eventueel geclaimd en over producten verdeeld. Voor 2023 en verder is geen bedrag gereserveerd, voor deze jaren is met 2,5% inflatie gerekend, overeenkomstig de UPN 2023-2026. Daarnaast zijn er nog een drietal andere oorzaken: • € 350.000 hogere lasten nieuw financieel applicatielandschap; ICT Beheerplan 2023-2026 • € 71.000 lagere kosten op basis van het ICT Beheer plan 2023-2026.
• € 70.000 hogere lasten Samenwerkingsverband SVHW € 2.487.000 hogere baten • € 306.000 hogere opbrengst OZB door areaaluitbreiding • In 2022 moet de mutatie van de meicirculaire, € 953.000 hogere algemene uitkering nog worden verwerkt, dit gebeurd volgens planning bij de NJN 2022 • Daarnaast is de algemene uitkering volgens de stand van de meicirculaire in 2023 tov 2022 circa € 1,2 miljoen hoger. Dit wordt met name veroorzaakt door het accres van 2023 • € 60.000 hogere baten; dat is de rente vergoeding over de verstrekte geldlening van € 2,9 mln aan Alliander in 2021 i.v.m. de energie transitie Mutatie reserves € 6.091.000 meer onttrekking aan algemene reserve • € 7.051.000 i.v.m. uitwerking coalitieakkoord € 5.000.000 nieuwe reserve ontsluiting woonwijken € 1.051.000 aanvulling reserve woningbouw € 1.000.000 nieuwe reserve gemeentelijke kosten flexibele woonvormen • € 960.000 minder door het vervallen van een eenmalige onttrekking 2022
Programmabegroting 2023-2026
3 Paragrafen 3.1 Paragraaf Lokale heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Inkomsten uit lokale heffingen 2. Beleid ten aanzien van lokale heffingen 3. Kostendekkendheid 4. Lokale lastendruk 5. Kwijtscheldingsbeleid In Nieuwkoop kiezen we ervoor niet alle belastingen te heffen die van rechtswege geheven mogen worden. Hieronder de belastingen die we wel en niet heffen: In Nieuwkoop geheven belastingen
Wel
Onroerende zaakbelastingen
X
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten
X
Afvalstoffenheffing
X
Rioolheffing
X
Forensenbelasting
X
Precariobelasting Leges
Niet
X X
Baatbelasting
X
Niet-ingezetenen belasting
X
Parkeerbelasting
X
Hondenbelasting
X
Reclamebelasting
X
Toeristenbelasting
X
Inkomsten Het volgende overzicht geeft een totaalbeeld van de begrote opbrengsten belastingen en leges uit lokale heffingen in 2023, gespecificeerd per belastingsoort.
73
Programmabegroting 2023-2026
74
Geraamd 2023 x € 1.000
% van het totaal
OZB Eigenaren woningen:
-5.360
30,0%
OZB Eigenaren niet-woningen:
-1.965
11,0%
OZB Gebruikers niet-woningen:
-1.354
7,6%
RZB Roerende Zaakbelasting
-299
1,7%
Totaal OZB/RZB
-8.979
50,2%
Rioolheffing
-2.815
15,8%
Afvalstoffenheffing
-3.906
21,9%
Totaal overige woonlastennota
-6.721
37,6%
Precariobelasting
0
0,0%
Forensenbelasting
-128
0,7%
Totaal overige belastingen
-128
0,7%
Bouwleges
-1.124
6,3%
Wijziging bestemmingsplannen
-109
0,6%
Leges burgerzaken
-244
1,4%
Begraafplaatsrechten
-166
0,9%
-1
0,0%
-312
1,7%
Leges overig Vaarvergunningen Totaal overige publiekrechtelijke heffingen
-11 -73 -2.040
0,1% 0,4% 11,4%
Totaal inkomsten
-17.868
100,0%
Omschrijving
Marktgelden en standplaatsvergoedingen Leges kabels en leidingen
Beleid Algemeen Uitgangspunten voor belastingen zijn: • Belastingtarieven worden met niet meer dan het inflatiepercentage verhoogd; • Belastingtarieven waar individuele producten en diensten tegenover staan zijn niet hoger dan kostendekkend. Het College kiest voor de invoering van (een vorm van) toeristenbelasting in 2026 en gaan in gesprek over wat de toegevoegde waarde en impact hiervan is voor de branche. Wij zien kansen om de opbrengst van deze belasting in te zetten ten gunste van de branche, zoals de (mede) financiering van de marketing en ondersteuning van recreatieondernemers, met zo min mogelijk administratieve lasten. Onroerendezaakbelasting De begroting van de onroerendezaakbelasting (OZB) gaat niet uit van een tarief, maar van een opbrengst. De uitwerking van de begrote opbrengst in een tarief volgt bij de jaarlijkse vaststelling van de belastingverordeningen en tarieven. De gedachte hierachter is dat de totale OZB-opbrengst niet mag veranderen als gevolg van waardefluctuaties op de onroerendgoedmarkt (WOZ-waarde).
Programmabegroting 2023-2026
75
Algemeen uitgangspunt is een jaarlijkse indexering van de OZB-opbrengst met het inflatiepercentage (voor 2023; 2,5%). Daarnaast leidt een uitbreiding van het WOZ-areaal (omvang van de voorraad WOZ-objecten) tot een evenredige uitbreiding van de OZB-opbrengst. Roerende zaakbelasting Wettelijk is bepaald dat de tarieven van de roerende zaakbelasting (RZB) gelijk moeten zijn aan die van de OZB. Voor de RZB tarieven geldt dan ook hetzelfde als voor de OZB tarieven. Rioolheffing Conform het algemene uitgangspunt stijgt de rioolheffing verhoogd met de inflatie (2,5%). Afvalstoffenheffing In de begroting 2023 is op de milieustraat een medewerker extra gepland, mocht onverhoopt de maatregelen met betrekking toe Covid-19 weer actueel worden. Deze extra capaciteit is voorgaande Covid-19 periode ook ingezet om de dienstverlening op de milieustraat veilig en efficiënt te laten verlopen. In de voorgaande periode kregen wij vanuit het Rijk hier compensatie voor. Deze compensatie is stopgezet toen alle maatregelen in het voorjaar 2022 zijn afgebouwd. Mocht er in het najaar 2022 en het voorjaar 2023 geen maatregelen noodzakelijk zijn, dan ramen wij deze capaciteit in de voorjaarsnota 2023 weer af. In de tussentijd zal de kostendekkenheid van de afvalstoffenheffing 99% zijn.
Wij vinden, gezien de grote mate van onzekerheid, niet noodzakelijk om de afvalstoffenheffing hiervoor te verhogen tot 100% (circa 7 euro per aansluiting). Forensenbelasting Conform het algemene uitgangspunt stijgt de forensenbelasting in 2023 met het inflatiepercentage (2,5%). Leges Algemeen uitgangspunt bij de leges is de jaarlijkse indexering met het inflatiepercentage (2,5%). Uitzonderingen hierop zijn leges die gebonden zijn aan wettelijke tarieven en leges waarvoor uitdrukkelijk voor een ander beleid is gekozen. De lasten van het product Ambulante handel, omvatten meer dan de kosten die direct verband houden met de organisatie en instandhouding van de weekmarkten en standplaatsen. Een deel van de inzet aan uren is beleidsmatig van aard en betreft ook de bevordering van de lokale economie. Gelet op de hoogte van de tarieven in de regio is volledige kostendekkendheid voor dit product geen uitgangspunt. Verder continueren we voor de omgevingsvergunningen (bouw) het egalisatiebeleid waarin we de invloed van fluctuaties van kosten en opbrengsten op de tarieven enigszins proberen te matigen. Dit doen we door stortingen in en onttrekkingen aan de egalisatiereserve omgevingsvergunningen.
Kostendekkendheid Rente kostendekkende tarieven Voor tarieven die niet meer dan kostendekkend mogen zijn, geldt dat voor de berekening van de kapitaallasten een bedrijfseconomisch verdedigbaar rentepercentage moet worden gehanteerd. Voor zover sprake is van rentetoerekening, kiezen wij voor een percentage van 2%. Dit percentage ligt boven de actuele rente op kortlopende leningen en gelijk met het gemiddelde rentepercentage over langlopende leningen dat 2% bedraagt.
Programmabegroting 2023-2026
76
Kostendekkendheid van de rioolheffing
Nr. Omschrijving 1 Kosten aanleg, onderhoud en beheer gemeentelijke riolering
Begroting 2023 1.991
2 Toerekenbare BTW
143
3 Kosten van overhead
589
4 Toerekening rente
329
5 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
16
6 Totaal kosten
3.068
7 Opbrengsten belastingen / leges
-2.800
8 Overige opbrengsten
-268
9 Totaal opbrengsten
-3.068
10 Verschil 11 Kostendekkendheid
0 100%
Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing
Nr. Omschrijving 1 Kosten van inzameling en verwerking van afval
Begroting 2023 3.316
2 Toerekenbare BTW
588
3 Kosten van overhead
388
4 Toerekening rente
0
5 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
43
6 Totaal kosten
4.335
7 Opbrengsten belastingen / leges
-3.906
8 Overige opbrengsten
-374
9 Totaal opbrengsten
-4.280
10 Verschil 11 Kostendekkendheid
55 99%
Programmabegroting 2023-2026
77
Kostendekkendheid van de begraafrechten
Nr. Omschrijving
Begroting 2023
1 Kosten taakveld begravingen
340
2 Kosten van overhead
72
3 Toerekening rente
7
4 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
0
5 Totaal kosten
419
6 Opbrengsten belastingen / leges
-166
7 Overige opbrengsten
-121
8 Totaal opbrengsten
-287
9 Verschil
131
10 Kostendekkendheid
69%
Programmabegroting 2023-2026
78
Kostendekkendheid van de Leges onder Titel 1: persoons- en reisdocumenten en commerciële vergunningen.
Nr. Omschrijving 1 Kosten van de dienstverlening gericht op:
Begroting 2023 1.029
1.1. burgerlijke stand 1.2. reisdocumenten 1.3. rijbewijzen 1.4. verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen 1.5. verstrekkingen uit het Kiezersregister 1.6. verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens 1.7. bestuursstukken 1.8. vastgoedinformatie 1.9. overige publiekszaken 1.10. gemeentearchief 1.11. huisvestingswet 1.12. leegstandwet 1.13. gemeentegaranties 1.14. marktstandplaatsen 1.15. winkeltijdenwet 1.16. kansspelen 1.17. kinderopvang 1.18. telecommunicatie, kabels en leidingen 1.19. verkeer en vervoer 1.20. diversen 2 Kosten van overhead
632
3 Toerekening rente
0
4 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
0
5 Totaal kosten
1.661
6 Opbrengsten belastingen / leges
-543
7 Overige opbrengsten
-332
8 Totaal opbrengsten
-875
9 Verschil
786
10 Kostendekkendheid
53%
Programmabegroting 2023-2026
79
Kostendekkendheid van de Leges onder titel 2: omgevingsvergunningen
Nr. Omschrijving
Begroting 2023
1 Kosten taakvelden titel 2
1.015
2 Kosten van overhead
648
3 Toerekening rente
0
4 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
0
5 Totaal kosten
1.663
6 Opbrengsten belastingen / leges
-1.144
7 Overige opbrengsten
-70
8 Totaal opbrengsten
-1.214
9 Verschil
448
10 Kostendekkendheid
73%
Kostendekkendheid van de Leges onder titel 3: dienstverlening Europese richtlijnen en APV
Nr. Omschrijving 1 Kosten taakvelden titel 3: 3.1 horeca 3.2 evenementen of markten 3.3 prostitutiebedrijven 3.4 smart-, head-, of growshops 3.5 huisvestingwet 2014 3.6 leefmilieuverordening 3.7 brandbeveiligingsverordening 3.8 standplaatsen en gebruik van de (openbare) weg 3.9 in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.10 diversen
Begroting 2023 85
2 Kosten van overhead
86
3 Toerekening rente
0
4 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
0
5 Totaal kosten
172
6 Opbrengsten belastingen / leges
-11
7 Overige opbrengsten
0
8 Totaal opbrengsten
-11
9 Verschil
161
10 Kostendekkendheid
6%
Programmabegroting 2023-2026
80
Lokale lastendruk Algemeen In de onderstaande tabel geven wij de ontwikkeling van de woonlasten voor een gemiddeld huishouden weer. Onder een gemiddeld huishouden verstaan wij het volgende: de gemiddelde WOZ-waarde van een woning stellen we op € 345.000 (Jaar 2021, bron Dashboard Bouwen en wonen - Nieuwkoop (waarstaatjegemeente.nl); • een gemiddeld huishouden bestaat uit twee of meer personen • De gemeente Nieuwkoop, Kaag en Braassem en Bodegraven-Reeuwijk werken met gedifferentieerde tarieven. Om het variabele deel van de tarieven te kunnen berekenen en te vergelijken gaan we bij alle drie de gemeenten uit van de volgende aannames: Verdeling gebruik huishoudens over soorten containers; 66% maakt gebruik van een 140 liter container 19% maakt gebruik van een 240 liter container 15% maakt gebruik van een ondergronds container Aantal aanbiedingen/inworpen per jaar 10,9 aanbiedingen bij een 140 liter container 13,2 aanbiedingen bij een 240 liter container 34,5 inworpen bij een ondergrondse container
De belastingen stijgen met inflatie (2,5%). De genoemde tarieven zijn een inschatting, de exacte tariefsverhoging wordt later dit jaar berekend bij de vaststelling van de belastingverordeningen. Regionale vergelijking woonlastendruk In onderstaande tabel worden de woonlasten voor een gemiddeld huishouden van Nieuwkoop vergeleken met die van andere gemeenten in de Rijnstreek.
Tarieven 2022 van Nieuwkoop en vergelijkbare gemeenten Bedragen x € 1.000
Percentage OZB
Bedrag OZB
Afvalstoffen heffing
Rioolheffing
Gemiddelde Totaal waarde woning woonlasten
Alphen a/d Rijn
0,0893%
252
330
254
282.000
836
Kaag en Braassem
0,0978%
339
323
277
347.000
940
Nieuwkoop
0,1176%
406
337
214
345.000
957
Bodegraven-Reeuwijk
0,1162%
409
329
287
352.000
1.025
Gemiddeld
0,1052%
351
330
258
331.500
939
Bron tarieven omliggende gemeenten: COELO Atlas van de lokale lasten 2022 (www.coelo.nl) en voor de tarieven afvalstoffenheffing de verordening afvalstoffenheffing van de betreffende gemeenten op overheid.nl. Bron WOZ-Waarde woningen: (https://waarstaatjegemeente.nl/dashboard/Bouwen-en-wonen) Uitgangspunt gezinssamenstelling; twee persoonshuishouden.
Programmabegroting 2023-2026
81
Kwijtscheldingsbeleid In de beleidsregels voor kwijtscheldingen van de gemeente Nieuwkoop is onder andere geregeld dat: • kwijtschelding van opgelegde heffingen kan worden verleend voor afvalstoffenheffing (regulier huishoudelijk afval) en rioolheffing; • in afwijking van artikel 16, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan wordt vastgesteld op 100 procent; • kwijtschelding ook kan worden verleend aan natuurlijke personen die ene bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen. Verder is in de beleidsregels de mogelijkheid opgenomen voor automatische kwijtschelding. In Nieuwkoop laten we de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets uitvoeren door het Inlichtingenbureau, dat diverse bestanden met elkaar combineert. Met de toets is eenvoudig vast te stellen of iemands inkomen en vermogen zijn veranderd ten opzichten van het voorgaande jaar. Wordt geen verandering waargenomen, dan kan direct opnieuw kwijtschelding worden verleend. De burger hoeft dan niet zelf opnieuw kwijtschelding aan te vragen, vandaar de term 'automatische kwijtschelding'. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is uitbesteed aan de SVHW en maakt onderdeel uit van de dienstverleningsovereenkomst (DVO). Over het jaar 2021 is € 125.000 (inclusief kwijtschelding kindertoeslagenaffaire € 5.000) aan opgelegde heffingen kwijtgescholden.
In de begroting 2023 wordt rekening gehouden met € 115.000.
Programmabegroting 2023-2026
82
3.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Met de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de mate waarin de gemeente in staat is om (grote) risico’s of samenloop van risico’s op kan vangen. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bestaat uit drie onderdelen: 1. Een berekening van de beschikbare middelen om risico's op te vangen, de zogenaamde beschikbare weerstandscapaciteit. 2. Een inventarisatie van de financiële risico's die de gemeente loopt, de zogenaamde benodigde weerstandscapaciteit. 3. Een beeld van de financiële positie van de gemeente, weergegeven aan de hand van een verzameling ratio's. Er is meer aandacht besteed aan de inventarisatie van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. Bij de risico-inventarisatie moet aangetekend worden dat dit een doorlopend proces is waarbij onzekerheid een kernbegrip is; het gaat om inschattingen van situaties die zich mogelijk in de toekomst kunnen gaan voordoen. Naast een indicatie van de financiële omvang van die risico’s en de mogelijkheden van de gemeente om die op te vangen is de inventarisatie ook van belang voor het versterken van het risico bewustzijn van de organisatie.
Actuele weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen dat kan worden ingezet om de financiële gevolgen van voorkomende risico’s op te vangen zodra die zich voordoen. Bij het samenstellen van deze paragraaf is van de reserves, veruit de belangrijkste bron van de weerstandscapaciteit, opnieuw beoordeeld of deze als onderdeel van de weerstandscapaciteit benoemd moeten en kunnen worden. De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen dat kan worden ingezet om de financiële gevolgen van voorkomende risico’s op te vangen. Hiertoe behoren: Omschrijving Algemene reserve vrij besteedbaar Reserve weerstandsvermogen Reserve Frictiekosten personeel Reservering woningbouw Reserve Herwaardering investeringen maatschappelijk nut Reserve frictiekosten omgevingsdienst West-Holland Reserve volkshuisvesting (woonfonds) Saldo meerjarenbegroting Onvoorzien Weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Begroting 2023 14.828 3.000 89 3.000 6.793 17 1.298 49 20 29.094
Volgens de begroting 2023 heeft de gemeente Nieuwkoop op 31 december 2023 een weerstandscapaciteit van € 29.094 mln. Risico inventarisatie De risico inventarisatie bevat alleen risico's die financieel gekwantificeerd kunnen worden. Om een beeld te geven van de aard en de omvang van de risico's zijn hieronder de grootste risico's kort omschreven. Het gaat om risico's die financiële gevolgen kunnen hebben van meer dan € 50.000. In bijlage 5.4 is de Risicokaart met risico’s lager dan € 50.000 opgenomen.
Programmabegroting 2023-2026
83
De risico-inventarisatie is een begin gemaakt met een meer gestructureerde wijze van kijken naar risico’s. Daarbij is ook meer aandacht voor beheersmaatregelen en de kans dat bepaalde risico’s zich gaan voordoen. Ook wordt er aandacht besteed aan risico’s die niet primair financieel van aard zijn. Kijkend naar het rekenkundige resultaat van de inventarisatie lijkt het benodigde weerstandsvermogen kleiner geworden, dus de gemeente lijkt minder risico’s te hebben. Het is nog te vroeg om deze conclusie te trekken. Een van de gevolgen van de grotere aandacht is dat een aantal risico’s bij nader inzien toch minder groot zijn, of helemaal geen plek in deze inventarisatie verdienen. Aan de andere kant zijn er niet of nauwelijks nieuwe risico’s benoemd, waarmee de kans bestaat dat er nog sprake is van blinde vlekken; risico’s die we nog niet goed op waarde kunnen schatten. Gebeurtenis / Situatie
Programma
Risico-bedrag 2022
Omgevingswet
1. Ruimtelijke ontwikkeling
€ 3.150.000
Invoering Wet kwaliteitsborging bouwen
1. Ruimtelijke ontwikkeling
€ 90.000
Verlies op grondexploitaties
1. Ruimtelijke ontwikkeling
€ 2.872.500
Gevolgen voor grondexploitaties en projecten van 1. Ruimtelijke ontwikkeling aangescherpte rekenregels gecumuleerd geluid voor woningbouw. De gemeente Nieuwkoop ligt onder de aanvliegroutes van Schiphol en de rijksoverheid wil (groei)perspectief blijven bieden aan de luchthaven. Dit betekent dat het bouwen van woningen mogelijk nog verder wordt beperkt en Nieuwkoop min of meer 'op slot' gaat. Een en ander is afhankelijk van de ministeriële keuzes die worden gemaakt met de Luchtvaartnota 20202050 en de aanvullingsregeling Geluid Omgevingswet. Na het vervallen van het Programma Aanpak Stikstof 1. Ruimtelijke ontwikkeling (eind mei 2019) is sprake van een nieuwe realiteit: nieuw generiek stikstofbeleid en kaders van Rijk en provincie, en maatwerkoplossingen op gebieds- en projectniveau.
€ 1.436.250
€ 1.436.250
3. Sociaal domein
€ 500.000
Toename van de kosten van de Wmo door de vergrijzing 3. Sociaal domein en abonnementstarief
€ 90.000
Niet in aanmerking komen voor compensatie regeling 3. Sociaal domein Participatiewet bij overschrijding boven de 7,5% van het Buigbudget. Daaarnaast is het eigen risico voor een tekort op het buigbudget voor de helft afgeraamd
€ 60.000
Risico's participatie zoals Rijnvicus, beschut werk
3. Sociaal domein
€ 70.000
Kosten en claims na ramp
5. Bedrijfsvoering
€ 100.000
Uitval technische voorzieningen (ict ruimtes, bekabeling, datalijnen). Informatiebeveiligingsincident, digitale informatie onvoldoende toegankelijk, of digitale informatie wordt oneigenlijk gebruikt of verstrekt
5. Bedrijfsvoering
€ 125.000
5. Bedrijfsvoering
€ 500.000
Leveranciers kunnen producten voor genoemde ontwikkelingen in het ict beheerplan niet snel genoeg leveren
5. Bedrijfsvoering
€ 70.000
Risico's Jeugdwet
Programmabegroting 2023-2026
84
Moeite met werven goed gekwalificeerde medewerkers door krapte op de arbeidsmarkt. Bij resterende financiële impact is een bedrag opgenomen voor de extra werving en selectiekosten die komen kijken bij de inzet van een searchbureau. Te ontvangen dividend Alliander
5. Bedrijfsvoering
€ 70.000
6. Algemene dekkingsmiddelen
€ 200.000
Verlaging van uitkering gemeentefonds
6. Algemene dekkingsmiddelen
€ 675.000
Totaal
€ 11.445.000
Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen, ook wel de weerstandsratio genoemd, wordt als volgt berekend: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Ratio weerstandsvermogen =
Op basis van het voorgaande is de actuele weerstandsratio van de gemeente Nieuwkoop: 29.094 11.445
Ratio weerstandsvermogen =
= 2,54
Waarderingstabel weerstandsvermogen (bron: Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) Waarderingscategorie Ratio weerstandsvermogen Betekenis A > 2,0 Uitstekend B 1,4 < x < 2,0 Ruim voldoende C 1,0 < x < 1,4 Voldoende D 0,8 < x < 1,0 Matig E 0,6 < x < 0,8 Onvoldoende F < 0,6 Ruim onvoldoende Volgens de waarderingstabel plaatst een ratio van 2,54 de gemeente Nieuwkoop in de categorie A Uitstekend. Beeld van de financiële positie Met de weerstandsratio is nog lang niet alles gezegd over de financiële positie in brede zin. Om daarvan een beeld te krijgen kunnen we een aantal andere ratio's raadplegen. Het BBV schrijft voor dat doel de volgende ratio's voor. Ratio Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte
Jaarrekening 2021 19,88%
Begroting 2022 48,82%
14,20%
46,57%
44,02%
47,99%
47,864%
44,02%
2,97%
1,38%
Begroting 2023 35,12%
Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 35,70% 67,46% 50,19%
29,36%
30,11%
44,46%
60,90%
49,26%
49,93%
46,82%
43,78%
40,33%
-3,83%
-3,78%
-0,45%
1,48%
3,68%
4,16%
-1,36%
Programmabegroting 2023-2026
Belastingcapaciteit Netto schuld per inwoner
119,26%
119,48%
€ 418
€ 1.213
85
104,47%
104,47%
104,47%
104,47%
€ 810
€ 855
€ 1.233
€ 1.474
Het verloop van de ratio's ontwikkelt zich naarmate de gemeente zich financieel ontwikkelt. Ieder besluit met financiële gevolgen verandert iets aan de (toekomstige) financiële positie van de gemeente en dus ook aan een ratio die daar uitdrukking aan geeft. De ratio’s zijn berekend met het door de provincie beschikbaar gestelde Rekenmodel financiële kengetallen begroting 2023. Netto schuldquote De netto schuldquote zegt iets over de mate waarin het inkomen van de gemeente toereikend is om aan de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote is een percentage dat tot stand komt door het totale vreemde vermogen te delen door de totale baten uit de gemeentelijke exploitatie. Bij een netto schuldquote hoger dan 130% is sprake van een hoge schuld. In de jaren 2025 en 2026 zien we dat de schuldquote stijgt als gevolg van de financieringsbehoefte / het investeringsprogramma o.a. vanuit het coalitie akkoord. Onder de 100% is sprake van een gemiddelde tot lage schuld. De schuldquote en de netto schuld per inwoner geven een sterk fluctuerend beeld. De oorzaak hiervan is vooral gelegen in de financiering van grondexploitaties. In 2023 wordt de grondexploitatie Noordse Buurt financieel wordt afgesloten. Door verkoop van gronden en het afsluiten van grondexploitaties daalt de financieringsbehoefte, maar door nieuwe investeringen, o.a. scholen, ontstaat nieuwe financieringsbehoefte.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij de 'Netto Schuldquote Gecorrigeerd Voor Alle Verstrekte Leningen' wordt het vreemde vermogen verminderd met de doorgeleende gelden (leningen van de gemeente aan derden). De begrote netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt nauwelijks af van de netto schuldquote wanneer er sprake is van weinig doorgeleende gelden. Een verstrekte geldlening aan een derde is er de oorzaak van dat netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte gelleningen meer af gaat wijken van de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft weer in hoeverre het totaal van de activa is gefinancierd met eigen middelen. De ratio wordt berekend door het Eigen Vermogen te delen door het totale vermogen. De begrote solvabiliteitsratio aan het einde van 2023 bedraagt 49% en voldoet aan het bij de begroting 2016 door de raad genomen besluit dat deze meer dan 40% moet bedragen. Vanaf 2026 gaat de ratio dalen naar 44,78%. Grondexploitatie Deze indicator geeft de relatieve hoogte van de voorraad bouwgrond en het onderhanden werk (de grondpositie) in de grondexploitaties aan. De waarde van de grondpositie wordt gedeeld door de totale baten uit de gemeentelijke exploitatie.
Hoe groter de grondpositie in verhouding tot de totale gemeentelijke baten, hoe groter het verhoudingsgewijze risico dat de gemeente loopt in de grexen. De begrote ratio grondexploitatie aan het einde van 2023 bedraag 44%. Na 2023 neemt de ratio door het afsluiten van grondexploitaties sterk af. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal ’structurele exploitatieruimte’ geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting/jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Als norm voor gezond begrotingsevenwicht kan 0,6% van de algemene dekkingsmiddelen gehanteerd worden. Deze norm is gebaseerd op de vuistregel van de Commissie BBV die bij art. 12 gemeenten gehanteerd wordt voor de bepaling van de ruimte in de begroting om structurele tegenvallers op te vangen. We zetten de
Programmabegroting 2023-2026
86
structurele ratio af tegen de hiervoor genoemde 0,6%. In 2023 bedraagt de begrote structurele exploitatieruimte 1,48%. Ten opzichte van de begroting 2022 zijn de begrippen incidentele en structurele baten en lasten meer in lijn gebracht met de benadering die de provincie hanteert. Alleen 2026 sluit af met een verwacht negatief structureel exploitatiesaldo. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om de belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELE (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorgaande jaar en de uitkomst uit te drukken in een percentage. De relevante informatie vinden wij in de tabel met de regionale vergelijking in de paragraaf Lokale Heffingen en de Atlas lokale heffingen van het COELO. Uit berekening blijkt dat de belastingcapaciteit in 2023 een omvang heeft van 104,47%. Dat betekent dat Nieuwkoop 4,47 boven het landelijk gemiddelde ligt. Dat was in de jaarrekening 2021 nog 19,26%.
Netto schuld per inwoner De netto schuld per inwoner is de netto schuld gedeeld door het aantal inwoners van de gemeente. De netto schuld per inwoner aan het eind van 2023 is € 810. Evenals bij de netto schuldquote is hier een flinke toename zichtbaar ten opzichte van de jaarrekening 2021. Zoals aangegeven bij de netto schuldquote daalt de financieringsbehoefte door verkoop van gronden en het afsluiten van grondexploitaties, maar door nieuwe investeringen, o.a. scholen, ontstaat nieuwe financieringsbehoefte waardoor de netto schuld per inwoner toeneemt. Kengetallen in samenhang: financieel beleid Zien we de verschillende financiële indicatoren en kengetallen in samenhang, dan ontstaat een beeld van de resultaten van het financiële beleid dat we in onze gemeente voeren. Ons beleid is gericht op robuustheid. Nieuwkoop wil niet in een situatie komen waarin beleidsinhoudelijke concessies (bezuinigingen) moeten worden gedaan als gevolg van externe ontwikkelingen, zoals die op de geldmarkt of de onroerend goed markt. Dat beleid krijgt vorm in het streven naar een gezonde schuldpositie, een stevige solvabiliteit, voldoende structurele ruimte in de exploitatie en een verstandige omgang met gemeentelijke grondexploitaties.
Neemt niet weg dat zich in de financiële verhouding met het Rijk en de financiering van de sociaal domein grote onzekerheden kunnen voordoen die het toekomstperspectief nadelig kunnen beïnvloeden. Al met al voldoen we voor 2023 nog aan de doelstellingen die we ons zelf gesteld hebben voor een gezonde financiële situatie. Het meerjarenperspectief laat bij de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen op termijn een verslechtering zien. Hierbij wordt aangetekend dat dit voor een belangrijk deel het natuurlijke gevolg is van (voorgenomen) investeringen die in het belang zijn van de Nieuwkoopse samenleving. Bij het samenstellen van de begroting 2024 zal blijvend aandacht gegeven worden met name aan het structurele exploitatiesaldo.
Programmabegroting 2023-2026
87
3.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf geeft aan hoe kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom worden beheerd. In de Financiële verordening 2017 ex. artikel 212 van de Gemeentewet staat in Artikel 22 dat het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten opneemt bij de begroting en jaarstukken. De beheervisie openbare ruimte vormt het beleidskader voor het beheer en het beoogde onderhoudsniveau van de openbare ruimte. Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen worden onderhouden volgens de vastgestelde functionaliteit en kwaliteitsniveau (schoon, heel en veilig), waarbij de totale kosten in beeld worden gebracht. Het beleidskader voor de kapitaalgoederen bevat per kapitaalgoed: • De grootte van het areaal; • Besloten onderhoudsniveau; • De huidige staat van onderhoud, zoals de technische beoordeling en schouw van de kwaliteit van het kapitaalgoed; • De werkzaamheden die we voor de instandhouding van het kapitaalgoed moeten doen; • Het scenario voor onderhoud van kapitaalgoederen; • De kosten van de instandhouding van het kapitaalgoed, zoals klein- en groot onderhoud en vervangingskosten. Beleidskader De openbare ruimte is het visitekaartje van de gemeente.
Het bepaalt mede of er sprake is van een aantrekkelijke woon-, werk- en leefklimaat. Voor bedrijven en bewoners is de kwaliteit van de buitenruimte een reden om zich wel of niet ergens te vestigen. De kwaliteit van de woonomgeving beïnvloedt, bewust of onbewust, zelfs het gedrag van mensen. Bovendien is bekend dat de economische waarde van de gemeente mede afhankelijk is van de kwaliteit en uitstraling van het openbaar gebied. Al met al voldoende redenen om goed voor onze openbare ruimte te zorgen. Een zorg waarbij veel partijen betrokken zijn en waarmee nogal wat geld gemoeid is. Een zorg die vraagt om afstemming, doelmatige besteding van middelen en een planmatige aanpak. De dashboards vanuit 'waar staat je gemeente' dienen als sturingsmiddel voor het planmatig onderhoud. Waar mogelijk zetten we in op een integrale wijkaanpak waarin actuele thema’s zoals klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaamheid worden meegenomen. De beheerplannen zijn er op gericht om het vastgestelde onderhoudsniveau te houden. Dit is kwaliteitsniveau ‘sober en doelmatig‘, vergelijkbaar met niveau B volgens de CROW richtlijnen. Bij winkelcentra en ouderencentra kwaliteitsniveau ‘goed‘, vergelijkbaar met niveau A. De onderhoudsmaatregelen zijn in hoofdlijnen gericht op veiligheid, toegankelijkheid en duurzame instandhouding.
Wat kost het? Het onderhoud van kapitaalgoederen wordt onderverdeeld in regulier onderhoud, groot onderhoud en rehabilitatie/reconstructie. De huidige bedragen in de begroting zijn gebaseerd op de nu vastgestelde plannen inclusief eventuele mutaties. Bij de actualisatie of bij het opstellen van nieuwe beleids- en beheerplannen worden de financiële kaders opnieuw vastgesteld. Zodoende worden de activiteiten en de middelen op elkaar afgestemd om de kapitaalgoederen in de openbare ruimte duurzaam in de tijd worden onderhouden. Regulier onderhoud Dit betreft werkzaamheden en maatregelen van kort cyclisch karakter, zoals het verhelpen van meldingen en schadeherstel. Goed, consequent uitgevoerd regulier onderhoud is levensduur
Programmabegroting 2023-2026
88
verlengend. De kosten worden gedekt uit de beheer- en onderhoudsbudgetten, die jaarlijks in de begroting beschikbaar worden gesteld. Groot Onderhoud Hieronder vallen de werkzaamheden die ervoor zorgen dat de kapitaalgoederen tijdens hun levensduur in goede staat blijven. De kosten voor deze werkzaamheden worden gedekt uit de verschillende voorzieningen. Deze voorziening wordt jaarlijks gevoed met een dotatie uit de begroting, waarmee pieken en dalen in de uitgaven worden geëgaliseerd binnen die voorzieningen. Bij de actualisatie van de beheerplannen kan de omvang van de dotatie wijzigen. Rehabilitaties/reconstructies Dat is het totaal van een kapitaalwerk aan het eind van de levensduur of het uitvoeren van levensduur verlengende maatregelen. Deze investeringen van maatschappelijk nut worden geactiveerd en in een aantal jaar afgeschreven. Op basis van het investeringsplan 2022 - 2026 zijn de investeringsbedragen geraamd en de cumulatieve kapitaallasten berekend. Wegen Asfaltwegen Klinkerwegen Cementbeton Half verharding
698.000 m2 874.000 m2 8.500 m2 5.800 m2
Bermen (incl. bloemrijk in de wijk)
1.000.000 m2
Hondenbeleid Bebording/palen
210 stuks
Straatmeubilair Prullenbakken Banken Picknicktafels Hekwerken
374 stuks 296 stuks 65 stuks 14 kilometer
Verkeer Verkeersborden Straatnaamborden Bewegwijzering Snelheidsdisplays Verkeerstellers
4.100 stuks 1.020 stuks 545 stuks 23 stuks 3 stuks
Elektrische oplaadpalen (geen eigendom) 77 stuks (waarvan 54 Allego en 23 PARKnCHARGE) Gewenst kwaliteitsniveau Het beheerplan is erop gericht de staat van wegen op het vastgestelde onderhoudsniveau te houden. Dit is kwaliteitsniveau ‘heel en veilig’, vergelijkbaar met beeldkwaliteit B volgens de CROW richtlijnen. Bij winkelcentra en ouderencentra kwaliteitsniveau ‘goed’, vergelijkbaar met beeldkwaliteit A. De onderhoudsmaatregelen zijn in hoofdlijnen gericht op veiligheid en duurzame instandhouding. Voor onkruidbestrijding op verharding zorgen we voor een adequate, functionele aanpak, waarbij onkruid cyclisch wordt bestreden van de verharding met heet water. Ook dit draagt bij aan een duurzame instandhouding van het wegareaal.
Programmabegroting 2023-2026
89
De bermen maken onderdeel uit van de weg en kennen eveneens een onderhoudsregime. Het onderhoud van de bermen is gericht op de veiligheid van de weggebruikers. Daarnaast is het maaien van de bermen gericht, naast de veiligheid, op het vergroten van de biodiversiteit door het maaisel af te ruimen. Hierdoor ‘verschraalt’ de bodem waardoor bloemen en kruiden beter kunnen groeien en bloeien. Maatschappelijke doelstellingen Een kwalitatief goede infrastructuur draagt bij aan het welzijn, mobiliteit en de veiligheid van inwoners. Een functionele en goed onderhouden infrastructuur is van groot economisch belang en draagt er toe bij dat de gemeente Nieuwkoop een aantrekkelijke plaats is om in te wonen, te werken en te recreëren. Doordat wegen het grootste deel van de openbare ruimte beslaan hebben deze een grote impact op het leefklimaat van aanwonenden. Er is diverse wetgeving met als doel het ontstaan van bovenmatige overlast of schade door geluid en trillingen te voorkomen. Ook is wettelijk geregeld dat weggebruikers de verharding veilig moeten kunnen gebruiken, zonder dat deze ongelukken of schades veroorzaakt. Wij passen deze wetgeving op juiste wijze toe en gaan zo op verantwoorde wijze om met het leefklimaat van onze inwoners. Bloemrijke bermen dragen bij een biodiverse beleving van het wegareaal.
Voortgang in de realisatie van de doelstelling Het vastgestelde kwaliteitsniveau in het Beheerplan wegen 2021 - 2025 sluit aan op de maatschappelijke doelstelling. Met de vaststelling van dit beheerplan is ook het budget dat jaarlijks nodig is om de wegen op het vastgestelde niveau te onderhouden geactualiseerd. In de doorrekening van dit budget is extra rekening gehouden met beleidsuitgangspunten voor kwaliteit, geluidshinder en trillinghinder. Beheer- en beleidsplan Wegen Het beheer- en beleidsplan wegen 2021 - 2025 is op 3 juni 2021 vastgesteld. Bij het opstellen van dit beheerplan is invulling gegeven aan het levenscyclus beheer en is de projectplanning ingestoken op het borgen van integraliteit tussen de beheerdisciplines. Ook is invulling geven aan het verhelpen van de knelpunten die uit het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) naar voren kwamen. De belangrijkste beleidsuitgangspunten uit het beheerplan zijn: •
•
•
•
•
De wegen worden beheerd op kwaliteitsniveau; A: voor winkelgebieden en locaties met voorzieningen voor ouderen. B: voor alle overige wegen. Voor de beheerstrategie is er invulling gegeven het levenscyclus beheer. Hierin is bepaald waar in de levenscyclus alle verhardingen zicht bevinden en het toekomstig onderhoud geprojecteerd voor de komende 25 jaar. Hiermee wordt het uit te voeren onderhoud geoptimaliseerd en de voorziening verantwoord. groot onderhoud en reconstructies worden zoveel mogelijk wijkgericht en integraal gepland. Dit levert kansen op voor verschillende beheerdisciplines om elkaar te versterken in maatschappelijke uitdagingen als klimaatadaptatie en duurzaamheid. Ook is de uitvoeringsplanning van het beheerplan integraal afgestemd met de waterschappen en woningbouwvereniging. Door de integrale afstemming tussen wegen en verkeer wordt de slagkracht vergroot van de aanpak van verkeersonveilige situaties. Daarnaast wordt het beleid doorgezet om de essentiële herkenbaarheidskenmerken van de snelheidsregiems te borgen binnen ons wegareaal. De hoeveelheid grijze wegen waarvan niet geheel duidelijk is welk snelheidsregiem van toepassing is worden hiermee verminderd. Er wordt invulling gegeven aan duurzaamheid door op de projecten maatwerk te leveren op het gebied van klimaatadaptatie en circulariteit. In het beheerplan is budget opgenomen voor
Programmabegroting 2023-2026
• •
90
onderzoeken om dit maatwerk te kunnen leveren. Vanuit het handboek openbare ruimte wordt aangestuurd op toepassing van duurzame materialen. Door alle ontwerpen van het groot onderhoud en de reconstructies te toetsen op toegankelijkheid, wordt dit onderwerp beter geborgd binnen de projecten. In overleg met de omgevingsdienst is besloten het deel van de Geerweg gelegen tussen de Paradijsweg en de gemeentegrens en het deel van de A.H. Kooistrastraat gelegen tussen de Kerkstraat en de Viergang te voorzien van geluidsreducerend asfalt. Hiermee is invulling gegeven aan het restant van de locaties die bij eerste inventarisatie naar voren kwamen vanuit de bronaanpak.
De uitgangspunten voor de bermen zijn opgenomen in het Beleids- en beheerplan Openbaar Groen 2021 - 2025. Wat gaan we er voor doen In het beheerplan wegen 2021-2025 is een uitvoeringsparagraaf opgenomen. Hierin staat een overzicht van de projecten welke binnen de betreffende planperiode worden uitgevoerd. De projecten in de planperiode 2026-2030 worden in 2025 vastgesteld in het beheer en beleidsplan wegen voor de betreffende periode. Onderstaand een overzicht van de op het moment actuele projecten. Er wordt onderscheid gemaakt in de voorbereiding en de uitvoering van projecten. Vaak vindt dit niet plaats in hetzelfde begrotingsjaar. Vanuit het vorige beheerplan is de uitvoering van de onderstaande projecten afgerond in 2022.
• Reconstructie Langeraarseweg van dorpscentrum tot Vivero • Reconstructie Venenbuurt • Groot onderhoud van de Gerberastraat De onderstaande groot, en planmatig kleinonderhoud projecten zijn in 2022 of lopen door naar 2023 afgerond: • Groot onderhoud asfaltwegen Korteraar (in voorbereiding) • Groot onderhoud Oostkanaalkade (gereed 2022) • Dijkverzwaring Hoekse Aarkade en Schilkkade (in voorbereiding) • Dijkverzwaring Westveense kade (gereed 2022) • Deelreparatie rijbaan Harsweg (gereed 2022) • Planmatig klein onderhoud aan het Grutto en Akkermuntpad (gereed 2022) • Planmatig klein onderhoud aan Wandelpad de rietlanden (gereed 2022) • Onderhoud Rotonde Achterweg Nieuwkoop (gereed 2022) • Klein onderhoud Langeraar Zuid-Oost (50% gereed in 2022) • Levensduur verlengende maatregelen T.W. Emmerikstraat (in voorbereiding) • Levensduur verlengende maatregelen tussen Kolfbaan en Kennedylaan (gereed) • Planmatig klein onderhoud diverse straten Nieuwveen (in voorbereiding) • Levensduur verlengende maatregelen Hogedijk ten noorden van de W.P.
Speelmanweg (in voorbereiding) • Levensduur verlengende maatregelen Roggeveldweg, Clantsstraat en Blankenpad (in voorbereiding) • Pad door de Noordse Buurtpolder (in voorbereiding) • Levensduur verlengende maatregelen Zevenhovenseweg (50% gereed in 2022) • Levensduur verlengende maatregelen Oude Kerkpad (gereed 2022) • Achttienkavelseweg (in voorbereiding) • Groot onderhoud Stationsweg (in voorbereiding)
Programmabegroting 2023-2026
91
Van de onderstaande groot onderhoud projecten is de voorbereiding gestart, maar loopt de uitvoering over naar 2023 • Groot onderhoud Geerweg: Hierbij is het van belang dat de baggerwerkzaamheden aan de Langeraarse plassen, en de wegwerkzaamheden elkaar niet uitsluiten. Daarom is in samenwerking met hoogheemraadschap van Rijnland, hun aannemer en ons gezocht naar een moment om de werkzaamheden aan de Geerweg uit te kunnen voeren. Dit moment is gevonden direct na de bouwvakantie 2023 • Groot onderhoud Hazeweg: Dit bestaat uit een deel werkzaamheden voor het GVVP, asfalt onderhoud en groot onderhoud aan de elementenverharding. De werkzaamheden vanuit het GVVP en het asfalt zijn in 2022 afgerond. De werkzaamheden aan de elementenverharding lopen over naar 2023 De onderstaande reconstructie zijn in 2022 afgerond: • Reconstructie Vogelenbuurt • Reconstructie restant Vijverhofpad • Dijkverzwaring Hogedijk Noord • Noordeinde Zuid De onderstaande reconstructies zijn in 2022 opgestart, maar lopen over in 2023: • Uiterbuurtweg • Restant Noorden. Hiervan loopt de uitvoering over het jaar heen naar 2023. • Dijkverzwaring traject Dorpsstraat Zevenhoven tot Uiterbuurtweg. De samenhang van belangen en disciplines in samenwerking met Rijnland blijkt meer complex dan van te voren is ingeschat. De voorbereiding kost hierdoor meer tijd.
Het werk wordt in 2022 aanbesteed, maar het zwaartepunt van de uitvoering valt in 2023. • Kousweg Molenweg. De uitvoering van dit werk loopt over in 2023. Financiële ontwikkeling Algemene opmerking: De opbrengsten uit vergunningen en/of instemmingsbesluiten vanuit het kabels en leidingen worden bij het afsluiten van de jaarrekening naar de voorziening Wegen geboekt ter compensatie van de gemaakte onderhoudskosten. De voorziening Wegen is momenteel hoog. In 2023 herijken we het beheerplan met de stand van de voorziening. Wat kost het? Wegen Regulier onderhoud Groot Onderhoud/rehabilitaties Rehabilitaties en vervangingsinvesteringen Kapitaallasten Voorziening toereikend: ja Openbare verlichting Masten
6.177
st
Armaturen
6.202
st
Lampen
6.260
st
Bedragen in € 1.000 Begroting 2026 826 1.031
Begroting 2023 324 193
Begroting 2024 362 169
Begroting 2025 354 252
6.255
3.169
2.207
1.800
272
371
421
421
Programmabegroting 2023-2026
92
Gewenst kwaliteitsniveau Het beleid voor en daarmee de kwaliteit van de Openbare Verlichting (OV) staat beschreven in het beheerplan Openbare Verlichting 2020 - 2024. De milieudoelstellingen zijn vastgelegd in het Energieakkoord Holland Rijnland. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de instandhouding van het OV zijn: duurzaam en doelmatig verlichten en de installatiekwaliteit goed op peil te houden. Het gewenste kwaliteitsniveau is vastgelegd in het beleids- en beheerplan Openbare Verlichting 2020 2024. Maatschappelijke doelstellingen Functionele en goed onderhouden openbare verlichting draagt bij aan de uitstraling van de openbare ruimte, sociale veiligheid en de uitstraling van het openbaar gebied. We verlichten daar waar naar nodig is, maar niet overal. In het buitengebied is naast de Veiligheid het ook van belang dat de flora en fauna niet wordt verstoord. Voortgang in de realisatie van de doelstelling Bij het actualiseren van het beheerplan wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarbij de afgeschreven oude verlichting inzichtelijk wordt gemaakt. Jaarlijks wordt er een deel vervangen voor duurzamere LED-verlichting. Op deze manier moderniseren we het areaal, beperken we de CO2uitstoot en streven we naar de milieudoelstellingen. Beheerplan Het beheerplan openbare verlichting is op 23 april 2020 door de gemeenteraad vastgesteld, voor een periode van 5 jaar.