ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen VVD over starterslening
Tekst van het document
Reactie op technische vragen VVD over starterslening Het college stelt voor om 3,5 miljoen extra voor de komende 3 jaren aan startersleningen beschikbaar te stellen. Dit is berekend aan de hand van een aantal woningbouwprogramma's die voor deze collegeperiode gepland staan. De 3,5 miljoen zal rond 2026 volledig gebruikt zijn en dan moet de raad weer eventueel besluiten om een bedrag beschikbaar te stellen. Nu is het zo dat 2026 een financieel ravijnjaar is, maar het woningbouwprogramma loopt dan nog door. 1. Met de toekomstige woningbouwprogramma's in het achterhoofd, wat verwacht het college vanaf 2026 aan startersleningen uit te geven op basis van de actuele cijfers? Reactie: Voor de periode vanaf 2026 is nog teveel onzekerheid over definitieve aantallen en prijsklassen van de woningbouwprogramma’s. Daardoor kunnen we daar nu geen uitspraken over doen. De keuze is bewust gemaakt om een bedrag te vragen voor de periode t/m 2026 omdat daarvan de woningbouwprogramma’s grotendeels vaststaan. Op basis van die informatie is zorgvuldig te onderbouwen en te verantwoorden waarom wij voorstellen voor de periode t/m 2026 een bedrag van 3,5 miljoen euro beschikbaar te stellen. 2.
En hoeveel is volgens het college verstandig om in 2026 eventueel uit te geven aan startersleningen, wat is de verwachting wat op dat moment nodig zal zijn om de raad weer een extra bedrag voor te stellen? Reactie: Dit is geen technische vraag, maar een politieke vraag. Daarom kan deze vraag inhoudelijk niet beantwoord worden. Voor de periode na 2026 wordt tijdig opnieuw een analyse gemaakt waarmee de raad voorgesteld kan worden om de starterslening wel of niet door te zetten en welk bedrag daar eventueel bij past.