ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen VVD over Raadsvoorstel vaststellen belastingverordeningen en tarieven
Tekst van het document
Reactie op technische vragen VVD over Raadsvoorstel vaststellen belastingverordeningen en -tarieven 2026 Voor huwelijken met een externe BABS wordt een hoger tarief gehanteerd, zodat de opbrengsten beter in lijn komen met de vele werkzaamheden die hiervoor verricht worden. Vraag 1. Kunt u concreet maken welke (extra) werkzaamheden nodig zijn ten opzichte van een ‘interne’ BABS? Is er een berekening van het hogere tarief beschikbaar? Onze vaste BABS’en zijn al benoemd, wat een aantal administratieve handelingen en procedures scheelt. Ten opzichte van een ‘interne’ BABS brengt het benoemen van een gast-BABS wél extra werkzaamheden met zich mee. Zo is voorafgaand contact nodig met zowel het bruidspaar als de beoogde gast-BABS, inclusief voorlichting over de benoeming en de procedure bij de rechtbank. Daarnaast moet een gast-BABS tijdens het voltrekken van het huwelijk altijd worden begeleid door een vaste BABS. Aanvullende administratieve taken zijn onder andere het verzamelen en controleren van documenten (zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)), het invullen en aanleveren van formulieren, het afstemmen met de rechtbank en het bewaken van de termijnen. Deze extra stappen zijn bij een vaste BABS niet nodig omdat zij reeds zijn beëdigd en benoemd.
Het doorlopen van deze stappen vraagt bovendien om extra tijd, afhankelijk van de volledigheid en tijdige aanlevering van de benodigde stukken. Tijdelijk permanent bewonen Er is een artikel toegevoegd dat het mogelijk maakt om leges te heffen voor aanvragen die tijdelijke permanente bewoning van recreatiewoningen mogelijk maken. Vraag 2a. De instructieregel is bindend voor gemeenten. Echter bekend is dat de provincie Zuid-Holland negatief staat tegenover het (tijdelijk) permanent bewonen van recreatiewoningen. Wat is het nut en de noodzaak van het invoeren van dit artikel gezien dit provinciale standpunt; gaat u vergunningen verlenen als de provincie aangeeft hierop tegen te zijn? Zo ja, wat betekent dit (qua betaalde leges) voor de betrokken inwoner/aanvrager als de provincie ‘een streep’ door de vergunning haalt? Het ontwerpbesluit zoals op 2 oktober jl. is toegezonden aan de Eerste en Tweede Kamer in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure voorziet niet alleen in een instructieregel die bindend is voor de gemeente. Ook de provincie krijgt te maken met het bindende karakter als het ontwerpbesluit worden aangenomen.
In het ontwerpbesluit is namelijk ook geregeld dat een omgevingsverordening geen regels mag bevatten die het gebruik voor wonen in een bestaande recreatiewoning dat is toegestaan op grond van het voorgestelde besluit belemmeren (artikel 7.13a van het ontwerpbesluit). Kort gezegd komt het er dus op neer dat zowel de gemeente als de provincie op dit vlak iets te willen hebben. Het is overigens nog wel de vraag of dit ontwerpbesluit de eindstreep gaat halen. Tijdens de consultatiefase is vanuit diverse kanten veel weerstand gebleken tegen het voorstel. Niet alleen de VNG heeft veel kritische vragen gesteld, maar ook de Dienst Toeslagen voorziet grote problemen bij de uitvoerbaarheid. Hoewel dus nog onzeker is of dit voorstel begin 2026 in werking zal treden, is onder het mom van ‘beter mee verlegen, als om verlegen’ toch alvast het betreffende legesartikel opgenomen in de tarieventabel. In het geval de instructieregel uitblijft, dan blijft het een loos artikel, wat niet zal worden toegepast. De toeslag bedraagt € 3.117,20 Vraag 2b.
Kunt u aangeven wat de basisleges is (waar bovenop de toeslag wordt geheven)? De basisheffing voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) waarbij alleen sprake is van afwijkend gebruik bedraagt € 911,16 (legesregel 2.6.1.3.2) Welke berekening ligt ten grondslag aan het bedrag van de genoemde toeslag? De hoogte van de toeslag is gebaseerd op een inschatting van de werkzaamheden die nodig zijn om de betreffende BOPA-vergunningen met een tijdelijk karakter tot stand te brengen. De instructieregel zit zodanig in elkaar dat gemeenten verplicht worden om uiterlijk voor 1 januari 2032 het omgevingsplan zo in te richten dat al bestaande permanente bewoning van recreatiewoningen mag worden voortgezet voor tien jaar (vanaf inwerkingtreding van de instructieregel), mits aan voorwaarden uit die instructieregel wordt voldaan. We hebben een inschatting gemaakt welke arbeid gemoeid is met het beoordelen van aanvragen aan die voorwaarden. Hierbij moet u denken aan:
• • •
•
Een controle van de door aanvrager te overleggen bewijslast met betrekking tot het onafgebroken bewonen van de recreatiewoning vóór of op 16 mei 2024 Een controle of er geen sprake is van eigendom van een andere woning in Nederland Een controle of de betreffende recreatiewoning ligt in: o Een risicogebied externe veiligheid o Een belemmeringengebied buisleiding o Een explosieaandachtsgebied vuurwerk o Een civiel explosieaandachtsgebied o Een militairaandachtsgebied Een controle of de woning bouwtechnisch geschikt is om permanent in te kunnen wonen.
Met zo’n tijdelijke vergunning krijgen naast de hoofdbewoner ook kinderen in een eerste graad bloedverwantschap, personen die pleegzorg bieden aan de bewoner, echtgenoot of geregistreerd partner van de bewoner of een persoon die een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft, het recht om te wonen in de recreatiewoning. Zo’n vergunning biedt dus meer zekerheid voor een grotere groep voor in ieder geval een periode van 10 jaar. Vraag 2c. Zijn er andere regiogemeenten die een toeslag gaan heffen vanwege het tijdelijk permanent bewonen van recreatiewoningen? Zo ja, wat is de hoogte van die toeslag? Wij hebben geen kennis van andere regiogemeenten die zo’n toeslag hebben opgenomen. Verwijderen van minimumbedrag voor de belastingaanslag Het verwijderen van het minimumbedrag van € 9,- in de belastingverordeningen voorkomt onduidelijkheid en onrechtvaardigheid bij burgers. Vraag 3a. Kunt u toelichten waaruit de onrechtvaardigheid voor de Nieuwkoopse inwoners bestaat als het minimumbedrag van € 9,- wordt geschrapt? Het verwijderen van het minimumbedrag voorkomt juist onrechtvaardigheid vanwege het niet meer naar boven afronden naar € 9,-. Als voorbeeld betaald een inwoner die maar 1 keer de een ‘afvalzak voor restafval’ aanbiedt (€ 1,77,- per aanbieding) het minimumtarief van € 9,-.
De buren die 5 keer aanbieden betalen ook het minimumtarief van € 9,- (5 x € 1,77 = € 8,85 en wordt opgehoogd naar het minimum). Door het verwijderen van het minimumbedrag zal men dus gaan betalen waar gebruik van is gemaakt. Het effect voor de gemeente op de belastinginkomsten is positief bij het vervallen van het minimum aanslagbedrag Vraag 3b. Kunt u een schatting geven van het bedrag dat de gemeente erbij ‘inschiet’ als meergenoemd minimumbedrag niet komt te vervallen? De Schatting van de gederfde inkomsten is verwaarloosbaar, het minimumbedrag komt namelijk zeer beperkt voor en de correctie betreft dan enkele euro’s. Verdere toelichting: De gemeente ‘schiet minimaal erbij in’ bij de het versturen van de aanslagen, maar hier tegenover staat een ‘minimale baat’ bij de ontheffingen en verminderingen. Het gaat hier om telkens om de aanslagregels die niet aan het minimumbedrag komen. Verschil kan nooit meer dan € 9,- zijn per aanslagregel. Daarnaast is aan alle deelnemers van SVHW het verzoek gedaan om dit minimum te verwijderen, zodat dit ook een efficiëntieslag oplevert voor de heffingsuitvoerder, aangezien het minimumbedrag een handmatige acquisitie betrof.
Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig (2.55.1 lesgestarief) Vraag 4 Waarom is m.b.t. de teruggaaf het percentage (85%) vervangen door een bedrag (€ 227,74)? Dit heeft een praktische reden. De rekenmodule in de te gebruiken vergunningensoftware heeft een beperking ten aanzien van de huidige heffingssystematiek. In voorkomend geval moet de legesberekening deels handmatig worden uitgevoerd. Met aanpassing van de heffingssystematiek wordt dit handwerk voorkomen en kan het proces geautomatiseerd verlopen door simpelweg de legesregel te kiezen. Aan welk bedrag is deze teruggaaf gerelateerd? Het bedrag is gebaseerd op de gemiddelde teruggave over het afgelopen jaar op dit onderdeel. Tot slot: Artikel 2.6.1.1.2 legestarief is niet geheel leesbaar in iBabs. Vraag 5. Is er een beter leesbaar exemplaar? Zie onderstaande: Dit artikel is overigens gereserveerd, hier wordt nog geen tarief op toegepast.