ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen VVD over Raadsvoorstel zienswijze ontwerp-begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 ODWH
Tekst van het document
Reactie op technische vragen VVD over Raadsvoorstel zienswijze ontwerp-begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 ODWH
1. Aan de ODWH wordt gevraagd rekening te houden met een bezuinigingstaakstelling vanaf 2026. Waarom wordt niet 2025 als startjaar van de bezuinigingstaakstelling genomen, bijvoorbeeld in de vorm van een ‘taakstellende bezuiniging’ van x% van de bijdrage van Nieuwkoop aan de ODWH? Dit heeft te maken met het te volgen advies van de Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden. Daarmee worden er met alle gemeenschappelijke regelingen in deze regio uniforme afspraken gemaakt over de indexering en algemene taakstelling van de begrotingen. In de brief van de werkgroep van 1 november 2023 is nadrukkelijk aangegeven dat er geen bezuinigingen over 2025 worden gevraagd. Wel worden de gemeenschappelijke regelingen gevraagd zich voor te bereiden op bezuinigingen vanaf 2026. De begroting van de ODWH is beleidsarm opgesteld en bestaat uit voornamelijk wettelijk taken. Een taakstelling zal invloed hebben op deze wettelijke taken. De Nota Planning en Control van de ODWH geeft wel de mogelijkheid jaarlijks 2% frictiekostenvrij af te wijken van de structurele begroting van het voorgaande jaar. Maar om in te kunnen springen op veranderingen en efficiënte inzet van capaciteit te kunnen waarborgen, is realistisch ramen van de benodigde inzet daarbij een voorwaarde.
Daarnaast dient een GR haar begroting tijdig (binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 september – Wet gemeenschappelijke regelingen artikel 34 lid 2) in te sturen aan GS. Dat betekent in de praktijk dat de begroting doorgaans vóór het zomerreces klaar moet zijn om tijdig door een AB te kunnen worden vastgesteld. Het opnemen van een taakstelling zou kunnen leiden tot een taken-discussie. Voor de begroting van 2025 ontbreekt de tijd om dit in een ordentelijk proces te doen. De voor 2024 opgenomen incidentele uren externe veiligheid nu structureel zijn opgenomen in de Begroting 2025 en meerjarig. Het betreft 360 uur voor de registratie van externe veiligheidssituaties in het Register externe veiligheid.
2. Wat is de reden voor de ODWH om de uren structureel te maken? Gaat het bijvoorbeeld om vaste kosten voor de registratie van veiligheidssituaties? Wat wordt bedoeld met “veiligheidssituaties” ? De uren zijn per abuis opgenomen als structureel. De ODWH gaat deze extra uren ook niet maken vanaf 2025. Veiligheidssituaties: Het is een landelijk register met alle data rond externe veiligheid. Te denken valt aan bedrijven die brandbare explosieve, giftige stoffen verwerken en opslaan. Maar ook transportroutes en buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Met de informatie in het register kunnen burgers en bedrijven een beeld krijgen van de risico's in hun leefomgeving. De overheden gebruiken deze gegevens om een afweging te kunnen maken bij omgevingsvergunningen en omgevingsplannen.