ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen VVD - Energiefonds.docx
Tekst van het document
Reactie op technische vragen VVD – Energiefonds 1.A. In het voorstel wordt een verdeling gemaakt van 800.000 euro woning-eigenaren en 200.000 euro voor maatschappelijke organisaties. Hoe is deze verdeling precies tot stand gekomen en hoe groot is de groep maatschappelijke organisaties (hoeveel organisaties kunnen hieronder vallen? De verdeling is gemaakt op basis van welke regelingen er beschikbaar zijn voor eigenaarbewoners en maatschappelijke organisaties. De bepaling van de verdeling loopt nauw. Met 30.000 euro kan bijvoorbeeld 1 maatschappelijke organisaties worden geholpen, maar met dat zelfde geld kunnen 12 eigenaar-bewoners geholpen worden. Er is dus voor gekozen om dit fonds hoofdzakelijk te richten op de eigenaar-bewoners maar ook ruimte te bieden aan de maatschappelijke organisaties. Vooruitlopend op regelingen die er voor de maatschappelijke organisaties komen hebben we gekozen om een budget beschikbaar te stellen voor deze groep. Hiermee kunnen wij hen alvast helpen en op een later moment mogelijk aansluiten bij de landelijke regelingen of hiermee andere organisaties helpen. Op basis van een eerste inventarisatie gaan wij uit van een groep van ongeveer 25 organisaties die voor de regeling in aanmerking zouden kunnen komen. B. Vallen particulieren verhuurders ook onder deze regeling? Particuliere verhuurders vallen niet onder de regeling.
Particuliere huurwoningen zijn vaak binnen Nieuwkoop in bezit van BV’s en investeerders. Het lijkt ons niet de bedoeling dat we middels deze voorgestelde subsidieregeling deze groepen gaan subsidiëren. Het kader van het energiefonds geeft hierbij de voorkeur aan eigenaar-bewoners en VVE’s. Daarnaast zijn er voor particuliere verhuurders op landelijk niveau genoeg subsidiemogelijkheden om gebruik van te maken. 2. Hoe groot is de druk op de ambtelijke organisatie om dit uit te voeren en wat zijn de uitvoeringskosten? De druk op de ambtelijk organisatie is aanzienlijk. Voor het opstellen van dit kader op zeer korte termijn werd al duidelijk dat andere taken plaats moesten maken. Ook bij de uitvoering van de regeling zal de druk op de ambtelijke organisatie groot zijn. Hiervoor komt ook in april een raadsvoorstel met betrekking tot de capaciteit van duurzaamheid binnen de gemeentelijke organisatie. De precieze uitvoeringskosten voor deze regeling zijn nog niet bekend. Maar dit gaat wel aanzienlijk zijn, denk aan taken als: contact met inwoners, beoordeling aanvragen, extra informatie aanvragen, reactiebrieven opstellen/versturen en monitoring. Door de regeling zoveel mogelijk in eigen beheer te houden beperken we wel de overheadkosten.
Ter illustratie, gemeente Leiden heeft een vergelijkbare subsidieregeling waarbij de uitvoeringskosten van de Omgevingsdienst West Holland 24.000 euro bedragen en het ontzorgen van inwoners via een organisatie 49.000 euro. Kortom, 73.000 euro aan uitvoering/overhead. 3. Bij de verduurzamingslening voor maatschappelijke organisaties zijn de looptijden en rentepercentages nog niet vastgesteld. Waarom is dit nog niet gebeurd? De rente is, volgens de gebruikelijke systematiek van de SVN, gekoppeld aan de marktrente. De exacte marktrente op het moment van uitvoering kan pas later bepaald worden. Daarnaast is dit raadsvoorstel bedoeld voor de kaders van het energiefonds. De bepaling van de rente en looptijd is al gericht op de uitvoering. 4. Wat wordt verstaan onder maatschappelijke organisaties?
De precieze voorwaarden en afbakening van de groep maatschappelijke organisaties moeten nog nader uitgewerkt worden bij het opstellen van de regeling. Voor een afbakening van de groep maatschappelijke organisaties denken wij aan aansluiting bij de groep maatschappelijke organisaties die in aanmerking komen voor een activiteitensubsidie op basis van de Subsidieregeling Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop. Hier vallen stichtingen en verenigingen onder die in hun statuten gericht zijn op doelen als sportbeoefening, cultuurbeoefening, activiteiten voor ontmoeting en lotgenotencontact, zelfredzaamheidsbevordering, etc. Het gaat dan vanzelfsprekend om de groep organisaties met een eigen accommodatie. Ook willen wij stichtingen en verenigingen die in hun statuten het doel hebben om een accommodatie in stand te houden waar bovengenoemde activiteiten plaats vinden, onder de regeling laten vallen.