ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen VVD - Energiebesparingsfonds
Tekst van het document
Van: Betreft: Datum:
Kees Schutter Vragen t.b.v. de MR 14-09-2023. 13-09-2023
Verhelderende vragen gecombineerd met zo mogelijk een discussiepunt fractie VVD met betrekking tot MR I, agendapunt 5; raadsvoorstel Subsidieverordening Energiebesparingsfonds gemeente Nieuwkoop
1. Graag een toelichting op het aspect is er wel/geen sprake van staatssteun en hoe uw college met dit aspect in de volgende gevallen mee omgaat: Een bedrijf/beroep aan huis waarbij de (woning)-eigenaar een subsidie aanvraagt; Hier is geen sprake van staatssteun. Zolang de bewoner een beroep aan huis uitoefent moet de subsidie nog steeds gericht zijn op de woning. Ook moet de aanvrager woonachtig zijn in de betreffende woning. Dus wanneer de aanvrager ook bewoner is van de woning kan in dit geval subsidie worden verleend. De subsidie kan niet worden aangevraagd door een bedrijf. Een aanvraag om subsidie op basis van dit fonds ingediend door een VvE, die te beschouwen is als een “onderneming”; De subsidie is enkel bedoeld voor eigenaar-bewoners van bestaande woningen binnen de gemeente Nieuwkoop. VvE’s die beschouwt worden als bedrijven/ondernemingen zijn binnen de subsidie uitgesloten omdat dit anders leidt tot staatssteun. Mocht er een zeer uitzonderlijke geval voorkomen heeft het college de bevoegdheid de hardheidsclausule in te zetten als zij dit billijk acht. Een aanvraag om subsidie op basis van dit fonds ingediend door een private verhuurder, die is aan te merken als “onderneming”. Dit is niet van toepassing omdat de aanvrager ook woonachtig moet zijn op het adres waar subsidie voor wordt aangevraagd.
Private verhuurders zijn niet woonachtig in hun verhuurde woningbezit, dus komen zij niet in aanmerking voor subsidie. Hier kan dus geen sprake zijn van staatssteun.
2. Waarom is geen definitie van “aanvrager” opgenomen? Dit is wel opgenomen in de subsidieverordening. In artikel 1 lid a is het volgende omschreven, Aanvrager: een eigenaar en tevens bewoner van een bestaande woning die een aanvraag doet in de zin van deze verordening; 3. Is de subsidie gekoppeld aan een bepaald energielabel (staat wel in de definitie, niet uitgewerkt in de verordening)? In de motie Energiefonds: De aanpak is met voorrang te richten op straten en wijken met woningen met energielabels D t/m G, maar ook te laten zien wat de mogelijkheden en benodigde investeringen zijn om de woningen met energielabel C mee te nemen in de aanpak; De subsidie is niet gekoppeld aan een energielabel omdat wij niet alle energielabels beschikbaar hebben. De beschikbare energielabels zijn voornamelijk van corporatiewoningen en nieuwbouw woningen. Hierdoor is het niet mogelijk om subsidie op basis van energielabels te verstrekken. De criteria zijn: bouwjaar voor 1992 en een WOZ-waarde niet hoger dan €405.000. Het begrip energielabel is opgenomen omdat we subsidie verstrekken voor isolatiemaatregelen die het label kunnen veranderen. 4. Is uw college bereid een bepaling op te nemen die ziet op het terugvorderen van verstrekte subsidie als -achteraf- blijkt dat niet aan de subsidievoorwaarden is voldaan c.q.
onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt? Dit zit er al deels in verwerkt, zie artikel 11 lid 5. Dit is wel gericht op het niet voldoen aan de gestelde termijn voor het nemen van maatregelen. Desgewenst kan dit nog opgenomen worden via een amendement. 5. Waarom worden maatregelen die het Bouwbesluit eist niet uitgesloten van subsidie? Omdat wij subsidie verlenen aan bewoners van woningen die zijn opgeleverd voordat het bouwbesluit in ging. De maatregelen uit het bouwbesluit zijn hierdoor niet per definitie aanwezig in de woningen uit de doelgroep. 6. Waarom wordt in de subsidieverordening het bedrag van €1.000.000 genoemd en niet € 2.606.000 of €1.000.000 plus het bekende bedrag NIP eerste tranche (onder toevoeging van later te ontvangen bedragen in het kader van de 2e en 3e tranche NIP)? Zie hiervoor artikel 9 lid 2. De gemeenteraad heeft een miljoen beschikbaar gesteld, waar het college alle middelen die worden beschikt uit het NIP aan toevoegt. Omdat de precieze beschikkingen nog onbekend zijn is opgenomen dat alle middelen die uit het NIP binnen komen worden toegevoegd aan het fonds. Mochten de beschikkingen toch anders uitvallen is hiermee gedekt dat de middelen alsnog in het geheel naar het fonds vloeien. Daarbij hoeft er ook geen wijzigingsverordening te worden opgesteld als de beschikkingen anders uitvallen.