ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen van VVD over Raadsvoorstel Opstellen SMP
Tekst van het document
Reactie op technische vragen van VVD over Raadsvoorstel Opstellen Soortenmanagementplan (SMP) Vragen: 1. Kunt u toelichten wat onder het begrip dorpskernen valt? Anders gezegd: hoe wordt dit begrip gedefinieerd? De gebieden die voor het opstellen van het SMP onderzocht worden staan op de kaart rood gearceerd (figuur 2 pagina 16 en 17, rapportage gebiedsgerichte quickscan). Dit betreft de dorpskernen zonder lintbebouwing. Op advies* van het ecologisch bureau valt lintbebouwing (oranje gearceerd) en andere extensieve bebouwing daarbuiten. De landelijke ligging brengt een zware onderzoeksinspanning met zich mee, met significant hogere kosten van het SMP. Deze extra onderzoeksinspanning kan bovendien tot gevolg hebben dat bureaus niet op een tender inschrijven, doordat er te weinig ecologen beschikbaar zijn om het werk uit te kunnen voeren. *Advies ecologisch bureau, geciteerd uit het rapport: De praktische uitvoering van gebiedsdekkend soortgericht onderzoek wordt op beperkt toegankelijke terreinen bemoeilijkt. Grote afgesloten terreinen van bedrijven en bebouwing op privé terreinen vormen moeilijk te onderzoeken objecten. Ook ter plaatse van de vrijstaande boerderijen, lintbebouwingen en beperkt geschikte bebouwing ter plaatse van industrieterreinen en kassengebieden wordt eventueel onderzoek bemoeilijkt.
Dit komt door de lage dichtheid aan gebouwen en de grote ruimtelijke spreiding. Onderzoek naar deze gebieden zal zeer arbeidsintensief zijn voor slechts een beperkte aanvulling voor het SMP. Er dient te worden afgewogen in hoeverre dergelijke objecten en locaties zich lenen voor een gebiedsgerichte onderzoeksaanpak. Met name voor vleermuisonderzoek worden complicerende factoren verwacht. Indien deze objecten meegenomen worden tijdens het SMPonderzoek zal er extra onderzoeksinspanning en toestemming van eigenaren benodigd zijn. 2. Landelijk is er een tijdelijke aanpak (voor 3 jaar) afgesproken voor natuurvriendelijk isoleren. Daarmee mogen particuliere woningeigenaren onder voorwaarden weer isoleren. Een onderdeel van de aanpak is dat gemeenten zorgen voor een alternatieve verblijfplaats voor vleermuizen. Faciliteert Nieuwkoop deze tijdelijke aanpak? Zo ja hoe, zo niet, waarom niet? De zogenaamde mitigerende maatregelen (alternatieve verblijfplaatsen) verschilt per gebied, per soort en per bebouwing. Deze maatregelen worden duidelijk na uitvoering van het SMP. Voor die tijd (pré SMP) mag er volgens de regeling Natuurvriendelijk isoleren toch geïsoleerd worden. Echter is de particuliere woningeigenaar zelf verantwoordelijk (via een gecertificeerd isolatiebedrijf) om dit uit te voeren inclusief alternatieve verblijfplaatsen (zoals het plaatsen van nestkasten).
De gemeente faciliteert dit niet, maar kan dit faciliteren op het moment dat duidelijk is welke mitigerende maatregelen vanuit SMP nodig zijn in de verschillende gebieden. 3. Klopt het dat de omgevingsvergunning op grond van een SMP ook gebruikt kan worden voor andere sloop- en verbouwingsactiviteiten die effect kunnen hebben op beschermde diersoorten? Welke voorwaarden gekoppeld aan de omgevingsvergunning gelden voor deze activiteiten? Dat klopt. De Natuurbeschermingswet geldt ook voor dit soort activiteiten en zal moeten worden nagevolgd. De voorwaarden waaronder de activiteiten mogen worden uitgevoerd staan genoemd in de gebiedsontheffing. 4. Is het aanbesteding samen met de regiogemeenten een optie om meer succes te hebben op een krappe markt van deskundigen? U geeft aan dat zo nodig in een tweede fase een nieuwe aanbesteding gedaan kan worden voor het buitengebied. De bureaus adviseren om de SMP zo klein mogelijk te houden om de onderzoeksinspanning niet teveel te laten oplopen. Ze geven aan dat het beter is om alleen voor het eigen gebied een aanbesteding te doen. Een aantal bureaus heeft namelijk al ervaring en voorkennis in bepaalde gemeenten en ook een voorkeur om in bepaalde gemeenten aan de slag te gaan. Met een te grote onderzoeksvraag (regio) is het risico groot dat dat de bureaus het werk niet uit kunnen voeren.
5. Wanneer vindt u het nodig om ook voor het buitengebied een SMP op te stellen? Wat is daarvoor rand voorwaardelijk voor nodig (geld, capaciteit e.d.)? Deze vraag en de vraag over het nodige budget kunnen we nu nog niet beantwoorden. We weten niet wanneer de markt wat rustiger is en er tijd is voor ecologen om dit soort uitgebreide onderzoeken uit te voeren voor een redelijke prijs. We weten ook niet of er in de toekomst vanuit het Rijk of provincie daar ook nog subsidie voor beschikbaar komt. 6. Wat betekent het (nu) niet opstellen van een SMP voor de inwoners en ondernemers in het buitengebied: a) qua te volgen procedure en bijbehorende (onderzoeks-)kosten b) uw verwachting als het gaat om de beslissing om al dan niet (na-) te isoleren? Dit blijft de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar. We zullen hier niet actief op gaan handhaven. 7. Hoe gaat u communiceren over de (pré)-SMP-regeling? We communiceren hier al over via www.duurzaam-nieuwkoop.nl. Dit hoort bij de subsidieregeling energiebesparingsfonds. Ook zal op een later moment informatie worden gedeeld via Nieuwkoop Nieuws en informatiebrieven, bijvoorbeeld bij wijkgerichte aanpakken 8. Bent u bekend dat het Rijk een SPUK-uitkering voor SMP stelt? Heeft NK daar een beroep op gedaan? De SPUK-uitkering maakt deel uit van het raadsvoorstel