ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen van NN - padelhal
Tekst van het document
Technische vragen VVGB padelhal
Bij eerdere behandeling van de padelhal in september 2024 heeft de portefeuillehouder benoemd dat de verkeerssituatie rondom de aansluiting op de N231 onder verantwoording van de provincie valt. Op 20 januari heeft er een kop-staart aanrijding plaatsgevonden ter hoogte van de sporthal. (zie https://www.nieuwkoops.nl/nieuws/aanrijding-meerdere-autos-opnieuwveenseweg.html ) 1) Klopt het dat de verantwoording van de verkeersveiligheid bij de sporthal bij de provincie ligt? De provincie Zuid-Holland is eigenaar en wegbeheerder van zowel de N231 als de ventweg en is dus verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid op deze wegen. Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor deze vergunningaanvraag en moet bij de beoordeling van de vergunningaanvraag rekening houden met alle aspecten die voor een goede ruimtelijke ordening van belang kunnen zijn, waaronder ook het aspect ‘verkeer en parkeren’. De aanvraag is, voor wat betreft het parkeren en de verkeersbewegingen op eigen terrein van de aanvrager, positief beoordeeld door de gemeentelijke verkeerskundige. Het toetsresultaat is ook als bijlage toegevoegd aan de omgevingsvergunning, te weten bijlage 25 "toets parkeren en verkeer”.
De aanvraag is ook via een E-formulier voor advies aan de provincie voorgelegd Als wegbeheerder van de provinciale weg en de ventweg hebben zij geen verkeerskundige opmerkingen gemaakt bij de vergunningaanvraag. 2) Hoe gaat de gemeente zorg dragen voor de constante prioriteit bij de provincie rondom de verkeersveiligheid op de ventweg en de aansluiting op de N231? Incidenten worden door de gemeente gemeld bij de verkeerskundige van de provincie Zuid-Holland. Bij ernstige incidenten komt ook vaak de weginspecteur van de provincie Zuid-Holland ter plaatse. In 2022 heeft de verkeerskundige van de provincie Zuid-Holland, naar aanleiding van een ongeval op vrijwel dezelfde locatie, een reactie gegeven over de diverse doorsteken van de hoofdrijbaan naar de parallelweg:
“Langs de N231 liggen diverse doorsteken van de hoofdrijbaan naar de parallelweg. Deze zijn in de huidige situatie nodig om de percelen aan de parallelweg richting de hoofdrijbaan te ontsluiten, maar anderzijds ook om de percelen aan de kant van de hoofdrijbaan (oostkant) toegang te verlenen tot de parallelweg (bijv. fiets- en langzaam verkeer). Deze doorsteken moeten in gebruik blijven doordat de percelen aan de oostkant te allen tijde toegang tot de parallelweg dienen te hebben. Dit houdt in dat men dan alsnog van de diverse doorsteken gebruik kan maken. Men zal dit dan ook doen, zeker als men bijvoorbeeld richting of vanuit het noorden wil rijden. Daarbij zal de in- of uitrijdende automobilist niet meer een haakse beweging maken, maar kan men als het ware schuin doorrijden. Hierdoor kan men op hogere snelheden doorrijden, terwijl er minder zicht mogelijk is. Daarom houden we de doorsteek ter hoogte van het sportcentrum open. Het haaks kruisen van het verkeer op de parallelweg is meest verkeersveilig. Het zicht kan echter wel ontnomen worden door een te hoge haag in de tussenberm. Hierdoor kan men elkaar over het hoofd zien, zoals ook tijdens het betreffende ongeval is gebeurd. Het verwijderen van de haag op korte afstand van de uitweg lijkt een oplossing te bieden, maar zorgt mogelijk voor oneigenlijk gebruik van de tussenberm.
Men zal eerder – niet alleen bij de verharding – uitwisselen tussen de parallelweg en hoofdrijbaan. Dit levert een minder duidelijke en veilige situatie op. Deze haag wordt echter wel periodiek teruggesnoeid, waardoor deze laag blijft én het zicht geborgd blijft.” 3) Wat kan de gemeente bijdragen aan de verkeersveiligheid op de ventweg bij de sporthal? De gemeente kan verkeersonveilige situaties melden bij de provincie ZuidHolland. De provincie is als wegbeheerder verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid op zijn wegen. Dit is opgeschreven in het Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid Zuid-Holland 2021-2030.