ACHTERGRONDINFORMATIE: Reactie op technische vragen SBN over raadsvoorstel vaststellen verplaatsing bebouwde komgrens in Noordeinde
Tekst van het document
Reactie op technische vragen van Lizet Keijzers en Lise Domburg (SBN) over het raadsvoorstel vaststellen verplaatsing bebouwde komgrens in de straat Noordeinde in de kern Noordeinde Vraag: Is het mogelijk de bebouwde kom grens zuidelijker te trekken zodat ook de bebouwing t/m nummer 2 binnen de bebouwde kom valt? Zou dit verkeersveiliger zijn? Antwoord: Het eventueel verder verplaatsen van de bebouwde komgrens van Noordeinde zodat de bebouwing tot en met Noordeinde 2 binnen de bebouwde kom valt, is niet in lijn met de voorschriften van de CROW voor het bepalen van de bebouwde kom. Een belangrijk criterium hierbij is de dichtheid van de bebouwing. Bij bebouwing aan één zijde van de weg geldt dat de bebouwingsdichtheid groter of gelijk moet zijn aan 50%. Is dit niet het geval, dan neemt de beleving van de bebouwde kom aanzienlijk af. De weggebruiker zal zijn omgeving pas als bebouwde kom herkennen wanneer de bebouwing een zekere dichtheid heeft en visueel aanwezig is aan beide zijden van de weg. In het geval van de bebouwing tot en met Noordeinde 2 is er sprake van een lage bebouwingsdichtheid (circa 30%), waardoor het gebied niet voldoet aan de richtlijnen voor het aanwijzen als bebouwde kom.
Hoewel het verleggen van de komgrens op het eerste gezicht dan zou kunnen bijdragen aan verkeersveiligheid (bijvoorbeeld door het instellen van een lagere maximumsnelheid), is dit niet gegarandeerd. Als de omgeving niet als bebouwde kom wordt ervaren door weggebruikers, kan dit leiden tot verminderde naleving van de snelheidslimiet en schijnveiligheid.